Pak de stad terug
Datum: 16 februari 2026 / Editie: Februari 2026 / Auteur(s): Céline van Dalen
Rapper Mad Rev begon ooit met “een beetje muziek maken” in De Pijp en staat tegenwoordig in het voorprogramma van grote internationale en Nederlandse hiphoplegendes. Hij schreef met anderen het nummer Pak De Stad Terug, een muzikaal dagboek van een Amsterdammer die zijn stad ziet veranderen. Redacteur Céline van Daalen vroeg Revellinho Hamel ‘Rev’ met wie hij hierover in gesprek zou willen. Het werd Elise Moeskops, gemeenteraadslid voor D66 in Amsterdam. Ze heeft onder andere expertises in Verkeer & Vervoer en Kunst & Cultuur, en draaide zelf vroeger ook hiphop-cd’s grijs.
Elise kende het nummer nog niet, maar heeft het wel geluisterd. “Dit zijn mensen die iets te vertellen hebben.” Rev knikt. Voor hem is het simpel: ‘‘Hiphop is een way of life.”
Elise: “In mijn werk als raadslid is luisteren eigenlijk het belangrijkste. Dat betekent niet dat je het meteen eens moet zijn met iedereen. Ik moet het gevoel van de Amsterdammer kunnen oppakken, ook via dit soort uitingen. Het mooie is dat ik vanuit mijn positie van mijn stad mag leren. Het moeilijke is dat veel mij raakt, ook mensen waar ik het niet mee eens ben. Dat is soms een uitdaging: je moet ook je hoofd laten spreken, niet alleen je hart.”
Onduidelijkheid zaait onrust
Bij Rev wringt iets anders: het gevoel dat Amsterdammers vrijheid verliezen. Het gesprek komt op Koningsdag en straatfeesten. “Dat verbieden snap ik niet,” zegt hij. “Het voelt alsof beslissingen achter onze rug worden genomen. Halsema wil bijvoorbeeld meer regels voor Koningsdag.”
Volgens Elise zit een groot deel van het probleem in onduidelijkheid. “Door een krantenartikel over ‘Verbod op illegale straatfeesten’, kun je schrikken en fel reageren. Mensen denken: ‘Wordt Koningsdag afgepakt?’ ‘Wordt de stad saai?’ Terwijl er vaak veel nuance achter zit.’’ Ze vervolgt: ‘‘Als een buurman één keer per jaar zijn dj-set naar buiten brengt en voor één dag DJ Tony is en dat ineens niet meer zou mogen, zou ik daar ook verdrietig van worden. Maar het is is iets anders als mensen hekjes neerzetten en entree gaan vragen voor hun eigen straatfeest.’’
Beide concluderen dat mensen vooral van zich laten horen als ze boos zijn. Complimenten zijn schaars. Gemeentelijke inspraaktrajecten trekken vooral tegenstanders, vertelt Elise. “Je komt sneller in beweging als je ergens last van hebt.”
Rev grijnst: “Toen het goed ging in de stad, schreef ik nog geen muziek.”
“Want je had niks te vertellen”, vult Elise aan. Gelach.
Verkeer, veiligheid en verbinding
Een controversieel onderwerp in de songtekst is fatbikes. “Kinderen met fatbikes leven nu de fast life.” Elise vertelt dat regels uit Den Haag moeten komen; juridisch is een e-bike gewoon een fiets. Toch begint Amsterdam met een proef: het Vondelpark fatbike-vrij maken. “Te veel jonge kinderen belanden in het ziekenhuis. Dit is een begin.”
Rev: “Verplaats je dan niet het probleem?”
“Misschien, maar soms moet je iets proberen om te weten wat werkt.’’
“30 kilometer, 30 kilometer — en niet harder dan dat.”
Elise: ‘‘De cijfers liegen niet: er zijn sindsdien minder verkeersdoden.’’
Rev: “Ik vind het voor sommige plekken wel overrated, maar voor buurten als De Pijp vind ik het wel chill, die 30 kilometer.”
Elise: “Het grappige is: we gaan in de spits helemaal niet langzamer. Dat zien we gewoon op de camera’s. Minder gas maar dezelfde reistijd.”
Rev: “Ja, behalve gasten met een dikke auto die keihard optrekken om bij het volgende stoplicht weer stil te staan.”
Elise: “Precies! En weet je? De enige plek waar je mensen ontmoet die je niet zelf hebt uitgekozen, is op straat. Bij het bushokje, op de stoep. Als auto’s jagen, verdwijnt die ruimte. Dan verdwijnt ook het contact.’’
De Pijp
En dan De Pijp. Misschien wel de buurt die het meest is veranderd.
“Ik kan geen bier bestellen zonder dat ik word vertaald”, wordt er gerapt.
Rev: “Ik vind het jammer dat je vaak moet bestellen in het Engels. Eén keer werd een dame boos op mij, omdat ik in het Nederland bestelde. Ik voelde me er geïrriteerd door.” Elise: “Ben je dan geïrriteerd omdat ze geen Nederlands spreekt of omdat ze boos op jou wordt?”
Rev: ”Dat ze geen Nederlands sprak vond ik nog tot daaraan toe. Maar als je hier woont, mag je je best aanpassen. Ik heb soms het gevoel dat mensen wel alles uit de stad halen, maar weinig teruggeven aan de cultuur.”
Elise: “Amsterdam ís een open stad. Inwoners komen hier overal vandaan, tijdelijk of voorgoed en dat maakt de stad tot wat ze is. Een simpele zin ‘Sorry, ik spreek nog niet zo goed Nederlands’ is soms al genoeg. Maar Amsterdammers moeten die ruimte dan ook geven. En het beeld klopt niet altijd. Juist internationals doen opvallend veel vrijwilligerswerk. Dat zie je minder snel, omdat het negatieve vaak overheerst. Dat betekent niet dat er geen problemen zijn zoals belastingvoordelen, hoge huren en scheve verhoudingen, maar als je alleen nog ziet wat schuurt, verlies je elkaar. Zeuren mag. Maar blijf praten en luisteren naar elkaar. Respect geven om respect terug te krijgen.’’
Rev knikt instemmend. Misschien begint begrip niet met beleid of protest, maar met dit soort gesprekken. Aan tafel met open oren en een beetje lef. Als dit de eerste stap is naar minder ruis tussen Amsterdammer en gemeente, dan mag er best vaker zo’n gesprek gevoerd worden.
Van links naar rechts: Mad Rev, Elise Moeskops en Céline van Daalen. - Foto: Robson Feitas


