Eén straat, twee kramen
Datum: 15 december 2025 / Editie: December 2025 / Auteur(s): Aniek de Vries
De diepgewortelde liefde voor de oliebol
Wie in de laatste drie maanden van het jaar over de Ferdinand Bolstraat loopt, ruikt het al van ver: de geur van verse oliebollen. Daar staan ze weer: Eddie en Chantal op het Marie Heinekenplein (al 23 jaar) en Jan en Sjoukje op het Cornelis Troostplein (al 25 jaar). Twee aparte ondernemingen, maar wie de families leert kennen, ontdekt al snel dat ze uit hetzelfde hout zijn gesneden. Beiden grootgebracht met een diepgewortelde liefde voor de oliebol.
De gemeenschappelijke deler is de kermis. Zowel Jan als Eddie komen oorspronkelijk uit een kermisfamilie en ze kennen elkaar van het kermisexploitantenterrein. Hun leven volgde van jongs af aan een vast ritme: van januari tot oktober de kermis, van oktober tot en met december de oliebollen. Hun ouders hebben de kermis achter zich gelaten, maar de mentaliteit is gebleven.
Onderlinge verbondenheid
In de oliebollenwereld heerst geen concurrentie; het zijn collega’s. De families zijn vrienden, hebben een groepschat met alle Amsterdamse oliebollenwagens en steunen elkaar. Ze delen zelfs recepten, zoals die voor de Nutella-bol, die Eddie als voormalig banketbakker al in 2004 introduceerde. Die verbondenheid voel je in de kraam.
Ook hun vrouwen, Chantal en Sjoukje, zijn volledig in het bedrijf gerold. “Ik had geen keuze”, lacht Chantal. “Het ging niet meer”, zegt Sjoukje, doelend op de onmogelijke combinatie met het werken voor een werkgever. Het is een heel familiegericht leven; de kinderen van beide stellen groeiden letterlijk op in de kraam, zij lagen als baby te slapen in de Maxi-Cosi onder de toonbank. Inmiddels werken de kinderen mee en is het familie die de kraam waarneemt tijdens die ene vakantie per jaar.
Dit leven wordt van generatie op generatie doorgegeven. Jan (de ‘nieuwe’ Jan) nam de kraam op het Cornelis Troostplein – een speciaal voor hem als linkshandige gebouwd exemplaar – op zijn achttiende over van zijn opa die hier 39 jaar geleden zijn standplaats kreeg, terwijl zijn vader (de ‘oude’ Jan) op het Stadionplein staat. Eddie begon ook al op zijn zeventiende. Zijn vader kocht een oude viskraam die ze samen ombouwden tot zijn eerste oliebollenkraam. Het is keihard werken, “maar dit is mijn ding”, zegt Eddie. “Anders houd ik geen zeven dagen vol.” Hun favoriet? De ‘ouderwetse’ oliebol, krentenbol of appelbeignet.
Sjoukje en Jan op het Troostplein – Foto: Rob Godfried
Binding met De Pijp
In de zomer verruilen beide families de oliebol voor de vis, maar zodra september begint, “gaat het alweer kriebelen”. Hoewel ze in Noord (Jan en Sjoukje) en Zwanenburg (Eddie en Chantal) wonen, voelen ze zich diep verbonden met De Pijp. “De Pijp is ons thuis,” zegt Jan en Eddie krijgt een “vreugdesprongetje van binnen” zodra hij weet dat het weer bijna oktober is.
Beide kramen zijn een sociaal punt in een wijk die ze enorm zagen veranderen, met steeds minder ambachten. De vaste klantenkring blijft; zij brengen op oudejaarsdag zelfs maaltijden naar de kraam. “Mensen zijn altijd goed gehumeurd als ze een oliebol gaan halen,” merken ze op, “maar ze komen ook om hun ei kwijt te kunnen.”
“Een oliebol is emotie’’
Die band met de buurt en “de Pijpers” is diep. Ze zien kinderen opgroeien die nu zelf met hun eigen kinderen komen. Dat brengt vreugde, maar soms ook verdriet. Eddie herinnert zich een vaste klant die op een dag zijn “laatste oliebol” kwam halen. “Ik heb kanker,” zei hij, “dus ik denk dat ik er volgend jaar niet meer ben.’’ Eddie heeft hem nooit meer gezien.
Tijdens de interviews wordt duidelijk dat de verkoop mensen blij maakt. Klanten roepen: “O, ik was zo blij te zien dat jullie er weer zijn!” Zoals Eddie het samenvat: “Oliebol is emotie pakken. Ook andersom: als je zelf een slechte dag hebt, dan zijn je oliebollen ook slecht.” De kramen zijn meer dan de verkooppunten van een winterse snack, ze symboliseren vriendschap, familie-erfgoed en een onbreekbare band met De Pijp. En die liefde en emotie, die proef je terug in elke bol.
Chantal en Eddie op het Heinekenplein - Foto: Rob Godfried
