Gemakseconomie rukt op: Fietswasserette in De Pijp

Datum: 20 juni 2022 / Editie: Juni 2022 / Auteur(s): Rob Godfried

Of de gemakseconomie in De Pijp meer voet aan de grond krijgt dan elders is nog niet onderzocht. Maar we zien allemaal de vele maaltijdbezorgers rondsjeezen. De ‘dark stores’ van alle tienminutenbezorgdiensten zijn hier hinderlijk aanwezig. Ook hondenuitlaatdiensten vinden veel klanten in De Pijp. Hondenoppas.nl meldt: ‘Nu al 15 actieve hondenuitlaatservices in Amsterdam Nieuwe Pijp en nog vele anderen in de omgeving van Amsterdam Nieuwe Pijp!’

Voor zover wij weten is nu ook de eerste fietswasserette gestart in onze wijk. Daar kun je je vuile fiets brengen in plaats van je vuile was, op de plek waar jarenlang ’De Zaag’ was gevestigd. Daar kon je gefiguurzaagde puzzels kopen en laten maken naar eigen smaak. Een unieke winkel. En nu opnieuw een unieke zaak.

Wij vroegen ons af wat mensen drijft naar de gemakseconomie en spraken daarom met Jeroen Buitenhuis, eigenaar van de nieuwste gemaksdienst. Wie brengt zijn fiets naar een wasserette?

Een klant die in het cafédeel van de zaak wacht op zijn fiets en weet dat ik kom: “Jeroen is achter, loop maar door hoor.” Met een boek over de Mont Ventoux in de hand (“die heb ik gereden!”) brengt de klant me naar de fietswasserette, langs een huiskamer, een slaapkamer en keuken. Licht valt binnen vanuit de tuinkant. Het is een enthousiaste klant: “Ik vind het echt heel fijn dat ik mijn fiets hier kan brengen.

Ik woon klein en op tweehoog én ik heb een druk leven, dus dit is echt een uitkomst voor me.”

Jeroen: “Dit is ook mijn woning. Het was een voorwaarde dat ik hier ook zou wonen, anders kon ik het niet huren.” Zo is een nieuwe vorm van ‘werk aan huis’ ontstaan.

Een vriend die voor de gezelligheid even langs kwam roept: “Handel!”, duidend op een nieuwe klant die zich in het koffiedeel heeft gemeld. Deze blijkt uit België zijn komen fietsen om zijn broer die in Amsterdam woont te bezoeken. Voor de terugreis zal zijn racefiets weer tiptop zijn.

Alleen jonge mannen met racefietsen in de zaak. Is dat kenmerkend?

Jeroen: “Oh nee hoor, de klandizie is heel divers. Mannen, vrouwen, van twintig tot zeventig jaar. En niet alleen racefietsen, zoals nu. Ook tourfietsen en soms een stadsfiets. Dat gaat sneller en is goedkoper, maar dan ‘shinen’ ze weer.”

Waarom brengen mensen hun fiets hier? Is dat uit gemakzucht?

Jeroen: “Deels wel. Vroeger was het heel gewoon om je eigen fiets te wassen. Toch gaan ook ouderen mee in de gemakseconomie, zoals jij dat noemt. Als je alleen een balkonnetje hebt, is niet eenvoudig om met een emmertje je fiets goed schoon te maken. Komt bij dat ook een fiets schoonmaken professioneel beter gebeurt. Ik kan hem op een bok zetten en uit elkaar halen en heb alle middelen om het goed te doen. Goed onderhoud levert uiteindelijk minder slijtage op en dan bezuinig je op dure vervanging. Dus het is meer dan alleen gemakzucht.

Als je je hond door een uitlaatservice moet laten poepen moet je geen hond nemen. Dat is écht iets anders dan een fiets.”

De naam van de zaak, Chasse Patate betekent zoiets als ‘kansloze achtervolging’. Dat lijkt voor het succes van de fietswasserette niet op te gaan. Sinds de opening op 16 april zijn er in een maand tijd zo’n 200 klanten geweest.

“Oog in oog met Mandela”

Datum: 25 april 2022 / Editie: April 2022 / Auteur(s): Rob Godfried

De Pijp kent heel wat kroegen. Niet toevallig zijn veel van de al lang bestaande kroegen op een hoek: een kruispunt van wegen waar mensen elkaar ontmoeten. Een van die oude kroegen wordt al 31 jaar gerund door Frank Mansro. Met werk bij Fokker spaarde hij genoeg om na een studie aan de sociale academie het café over te nemen. Hij is 74 en van Surinaamse komaf en niet alleen bekend als kroegbaas. Zijn kleur speelt een belangrijke rol in het gesprek.

Café Mansro is nog zonder klanten als ik op de afgesproken tijd binnenloop. Agnes staat achter de bar en belt Frank dat zijn afspraak er is. Hij woont boven het Café en zegt “zich klaar te maken”. Statig komt hij kort daarna de ruimte binnen…

Pietluttige dingen
Was jij de eerste zwarte kroegbaas in Amsterdam, vraag ik. Frank: “Nee, zeker niet. Maar wel de langst zittende. De eerste die ik me herinner was Café Para in het centrum, en hier had je Café Neutraal op de Albert Cuyp. Ik ben wel een van de oudste ondernemers hier in de straat. En de Libanees, die is er ook al heel lang.”

“Toen ik na mijn studie de kroeg overnam, wilde ik wat ik had geleerd daar inzetten: mensen verbinden is wat ik altijd wilde. Maar ik had er vorig jaar geen lol meer in. Dat kwam niet alleen door corona. Ik had het gevoel dat ze me hier weg wilden hebben. Ik werd gewoon weggepest door het Stadsdeel. Al 28 jaar had ik een vergunning en geen enkel probleem. Ineens kwamen er handhavers die over pietluttige dingen gingen zeuren, zoals een stoel die net even te ver op de stoep stond. Mijn vergunning is zelfs afgenomen en ik moest een nieuwe aanvragen. Na 28 jaar! Omdat er een paar kleine overtredingen waren, terwijl ik me altijd heb ingezet voor verbinding in de buurt. Het heeft me ook handenvol geld gekost. Bovenop de coronasluiting was ik ook nog dicht vanwege de nieuwe vergunningaanvraag. Ben er nog zo boos over!”

Verbinder
“Nee, ik heb nooit het gevoel gehad om mijn kleur gediscrimineerd te worden. Maar ik kan niet tegen onrecht. En ik kan me niet aan het gevoel onttrekken dat er mensen waren die me niet vonden ‘passen’ in de omgeving omdat er sprake zou zijn van ‘overlast’. Terwijl er van andere kroegen veel meer aantoonbare (geluids) overlast was. Het enige verschil is toch echt mijn kleur. Ik wordt nog steeds in de gaten gehouden. Is lastig werken zo hoor.“

“Toen ik hier begon in 1991 zetelde de Marokkaanse vereniging hier tegenover in het gebouw waar nu de muziekschool is. Ik was nieuw, mensen kenden me niet en het was moeilijk om de loop erin te krijgen. Maar de mensen van de overkant kwamen langzamerhand allemaal hier en zo kwam de loop op gang en kregen we klandizie uit verschillende culturen. Ellen van Langen haalde in 1992 een gouden plak op de Olympische spelen. Ze woonde hier om de hoek in de Govert Flinck. We haalden haar hier naar binnen en het werd een groot feest.”

“Ik heb altijd een verbinder willen zijn. Ik zie het als een plicht om het goede te doen en bij te dragen aan kennis van het verleden en van verschillende culturen. Daarom vertel ik aan jongeren in het project ‘Sporen van het koloniaal verleden’ over mijn afkomst en het slavernijverleden in Suriname. Samen met ‘Dialoog in actie’ organiseerden we in het café ‘dialoogtafels’ met mensen van verschillende achtergronden. Het werd enorm gewaardeerd. Eddy Linthorst – rond 2008 wethouder Amsterdam Oud-Zuid, toen de stadsdeelbesturen nog zeggenschap hadden – was een van de deelnemers. We zaten samen in het bestuur van ‘Dialoog in Actie’ en we organiseerden elke zomer een verbroederingsfeest op straat. Alle culturen en kleuren samen. Dat kunnen we dit jaar eindelijk weer doen!”

Spelen voor Mandela
“Muziek brengt veel plezier in het leven. Een café zonder muziek is niks. Zo ontstond er een muziekgroep hier. ‘Si-nabribi’ heetten we, zien is geloven. We speelden ‘kawna-muziek’. Toen Mandela een bezoek aan Amsterdam bracht, kregen we de eer voor hem te spelen. Zo stond ik ineens oog in oog met Mandela op het bordes van de stadsschouwburg!

Fabrice gaf De Pijp kleur; Paul Blanca toonde de donkere kant

Datum: 14 februari 2022 / Editie: Februari 2022 / Auteur(s): Rob Godfried

In memoriam: Fabrice Hünd en Paul Blanca

Twee bekende beeldende kunstenaars uit De Pijp zijn overleden. Paul Blanca, die aan kanker leed, stierf in oktober, Fabrice Hünd, plotseling, op Oudejaarsdag.

Fabrice
Fabrice gaf De Pijp kleur. Niet alleen met zijn mozaïeken, maar met zijn hele verschijning. Zijn vrolijke jas, volgestikt met gekleurde kraaltjes, zijn fiets met scherfjes. Wie nu door De Pijp loopt kan nog een viertal werken van hem bewonderen: twee raamschilderingen in de Quellijnstraat; ‘Het Kompas’, zijn eerste grote mozaïek, op het Marie Heinekenplein; het eerbetoon aan Lies Visser aan het bruggetje in het Sarphatipark en – zijn laatste grote werk – het hek vol vrolijke circusmozaïeken, geïnspireerd door tekeningen van leerlingen van de Oscar Carréschool. Misschien wel symbolisch als laatste werk: ooit gaf hij zijn “chaotische leven” op voor een leven met structuur toen hij een kind kreeg. Beschermen zat in zijn natuur. Fabrice speelde ook een rol in de kraakbeweging en het behoud van woningen in De Pijp tegen sloop.*

Paul
Een week voor zijn dood sprak ik Paul nog op straat. Hij had plannen voor een groot project, samen met een andere fotograaf. Hij liet niet méér los over de inhoud van het project dan dat het een grote expositie zou worden. Hij zag er fragiel uit. Het leven leek voor hem een beetje op te zijn. Wat ook bleek.

Paul en Fabrice waren generatiegenoten. Maar waar Fabrice altijd bezig was de buurt kleur en vrolijkheid te geven in zijn werken, leek Paul Blanca de wereld vooral te willen schokken. Zo liet hij met een scheermes een Mickey-Mousefiguur in zijn rug kerven om die te fotograferen als zelfportret. Het (pijnlijke) gebruik van zijn eigen lichaam was voor Paul een kunstzinnige daad, een consequentie van zijn gevoeligheid wellicht. Als buurtbewoners kenden we hem vooral in beschonken toestand, ondanks zijn vele pogingen om van de drank af te komen. Hij liep altijd met zijn hondje Dreutel achter zich aan. Geen drol werd ooit opgeruimd.

Scherven
Als kunstenaar verlegde Paul andere grenzen dan Fabrice, die het maken van mozaïeken naar een hoog niveau tilde. “Schilderen met scherven”, noemde hij dat.  Paul fotografeerde de donkere, destructieve kant van het bestaan. Met een diepe emotionele lading waardoor je aan zijn beelden bleef plakken. Hij maakte rauwe, pijnlijke foto’s, maar ook zeer gevoelige, zoals met zijn moeder. Zijn engagement lag meer in de sfeer van de persoonlijke ervaring, dan in het activisme, al zou je zijn schokken met beelden ook wel activistisch kunnen noemen. Of scherven van een leven.


we-gaan-de-vs-achterna-puritanisme-hypocriet

DADARA, beeldend kunstenaar in De Pijp

Datum: 14 februari 2022 / Editie: Februari 2022 / Auteur(s): Rob Godfried

Beeldend kunstenaar Dadara woont en werkt al heel lang in De Pijp. Tot 19 februari is een expositie van zijn werk te zien in Gallery KochxBos in de Jordaan, onder de titel: ‘Getting Lost in the Beauty of Chaos’. Tijd om eens met deze beroemde Pijpbewoner te spreken.

Als puber voelde Daniël Rozenburg de ironische kracht van DADA als kunststroming al goed aan en zo ontstond zijn artiestennaam: Dadara. Sinds zijn 17e heeft hij niets anders meer gedaan dan kunst maken. Dadara: “Ik besef hoe bevoorrecht ik ben dat ik dat altijd heb kunnen blijven doen.”

Dadara werkt in vele vormen en stijlen. Van cartoonesk tot sferisch en van zwart-wit tot fel gekleurd. Maar altijd vanuit een diepe behoefte om de lelijkheid van de wereld te bestrijden door die lelijkheid te benadrukken of met schoonheid te overweldigen. Van puur esthetisch tot activistisch als commentaar op een samenleving en een tijd waarin kunst en cultuur als ‘franje’ worden gezien. Met als gevolg dat deze pas als laatste ontlockt worden.

Schilderen met Def P
Dadara: “Door alle maatregelen werd ik helemaal ontregeld en kwam alles stil te liggen. Eerst gaf dat enorme stress, maar gaandeweg besefte ik de ruimte die kwam: samenwerking met verschillende kunstenaars, die ineens ook veel meer tijd hadden, ontstond, in ruimtes die leeg stonden omdat ze niet meer open mochten. Om twee popzalen te eren maakten Def P en ik schilderijen van Paradiso en De Melkweg. Ik begon met het schilderen van Paradiso, Def P met De Melkweg. De doeken werden enkele keren uitgewisseld en uiteindelijk live afgemaakt tijdens een stream vanuit Paradiso.”

‘The artist is not present’
“Mijn activisme kreeg ook vorm: Je kent ‘The artist is present’, waarin Marina Abramovic aan een tafel zit tegenover een bezoeker, en kijkt. Zonder haar stelt de opstelling niets voor. Van daaruit heb ik een tafel met stoelen neergezet op het museumplein onder de titel ‘The artist is not present’. Een statement dat door velen werd begrepen. Maar niet door de gemeente. Het werd na een paar dagen door handhavers weggedragen als illegaal. Met enige moeite kon ik het terugkrijgen en nu is het aangekocht door het Amsterdam Museum.”

“Kunst is ademen. Voor mij in ieder geval. Het maakt zichtbaar wat nog niet zichtbaar was. Een kunstenaar voorvoelt de wereld en drukt dat gevoel uit. Zo wordt iets onzichtbaars ook voelbaar. Kunst ráákt. De kijker, de luisteraar, de lezer.”


YouTube
Def P en Dadara Live painting vanuit Paradiso – 24 april 2020 Dadara.nl

Verder kijken:
‘Getting Lost in the Beauty of Chaos’ kochxbos.com/nl

Hospice Veerhuis: laatste rust in de drukke Pijp

Datum: 13 december 2021 / Editie: December 2021 / Auteur(s): Rob Godfried

In een van de twee doodlopende straten in De Pijp bevindt zich Hospice Veerhuis. Daar kunnen mensen die hun leven binnenkort eindig weten op een waardige manier sterven. Weinig bewoners van De Pijp hebben weet van dat hospice, met een prachtige tuin, midden in een woonblok. Behalve de direct omwonenden: zij applaudisseerden in coronatijd voor de verzorgers in het hospice. We spraken met Marius Gort en Marianne Nieuwenhuis, coördinatoren en verpleegkundigen. Over waarom iemand zou kiezen voor een hospice, dit hospice, om zich op het onafwendbare voor te bereiden en meer. We spraken ook met vrijwilliger Wies.

“Sommige mensen kiezen voor een hospice omdat het thuis niet valt te organiseren”, zegt Marianne. “Met twee kleine kinderen bijvoorbeeld. Of omdat er geen ruimte is voor speciale aanpassingen.

Het is hier heel kleinschalig, we hebben maar vier kamers, elk met een eigen doucheruimte. En er is een gezamenlijke huiskamer en keuken. Het is een bijnathuis voor de bewoners. Wie hier komt mag de kamer inrichten zoals die wil. Een huisdier meebrengen kan ook. De meeste mensen nemen niet zo veel mee. We bieden huiselijkheid en aandacht en de mogelijkheid voor familie en bewoners om samen met ons de zorg in te richten. We hebben veel vrijwilligers. Dat maakt het anders dan bijvoorbeeld in een verpleeghuis. De geplande zorg die professionals bieden is heel belangrijk, maar niet alles kun je plannen. Als je een plas moet doen… Louter professionele zorg is toch geldgedreven, terwijl wij juist zorggedreven zijn. Het gaat vaak om kleine dingen, zoals ontbijten met een bloemetje op tafel. Ook wij hebben natuurlijk last van het personeelsgebrek in de (thuis)zorg, maar we kunnen steeds de juiste mensen aan ons binden. We bieden de vrijwilligers trainingen en workshops. En de nodige ondersteuning in het verwerken van wat je hier meemaakt.”

Geen feest
“Het is echt geen feest om dood te gaan, maar wij maken de ruimte en de tijd om zo goed als maar mogelijk is te gaan”, zegt Marius “Er wordt hier geleefd met een intensiteit als nooit tevoren.

Het kan daarbij goed zijn doodgaan te zien als een avontuur waarin je beslissingen neemt, boos bent, ontkent, accepteert, onderzoekt, relaties herstelt, bewust afscheid neemt”, zegt Marius. “Maar waarin je ook lacht! Je sterft zoals je geleefd hebt. Wie niet avontuurlijk leeft zal ook niet avontuurlijk sterven. Zo kan iedereen bij ons zijn eigen keuzes maken en daarbij zullen we helpen. Euthanasie, bij voorbeeld, is bij ons bespreekbaar en mogelijk.”

“Iedereen kan hier komen, al is er soms een wachtlijst. De zorgverzekering vergoedt de reguliere zorgkosten zoals huisarts, thuiszorg, medicatie. Voor wie de eigen bijdrage voor de verblijfskosten niet kan opbrengen, hebben wij een fonds, van giften en donaties en soms een legaat.”

Intense band
Wies kwam elf jaar geleden als vrijwilliger bij Het Veerhuis werken. Naast haar baan bij de Postbank zocht zij naar vrijwilligerswerk dat haar meer verdieping in contact met mensen zou brengen. Na een aantal sterfgevallen in haar familie vond ze het bovendien vreemd dat ze van een sterfproces niets wist. Op zoek naar betekenisvol werk kwam ze zo bij Het Veerhuis.

Wies: “Je hebt hier een intense band met mensen, maar ook een heel specifieke. Het is voor de bewoners vaak heel prettig om een band te hebben met een onbekende. Dat maakt het vaak makkelijker om te praten over hoe je je voelt. Die behoefte is voor iedereen heel verschillend. Ik merk wel dat mensen met een klein netwerk er vaak meer behoefte aan hebben. De meeste gesprekken ontstaan spontaan. Bij de verzorging bijvoorbeeld, tijdens het eten of als ik de was opvouw.”

Goed luisteren
“Je moet als vrijwilliger goed afstemmen met de bewoners. Goed luisteren. Het sterven moet je bij de bewoner laten en geen onderdeel van jezelf laten worden. Je kunt zelf dan ook echt niet in de rouw zijn als je hier wil werken. Een behoorlijke dosis zelfreflectie helpt wel. Stilstaan bij hoe je je verhoudt tot het proces dat de bewoner doormaakt, zonder te oordelen. Iemand kan wel heel andere opvattingen erover hebben dan jij. Je kunt je ook heel ‘praktisch’ opstellen, een doener zijn. En geen vrijwilliger hier vraagt om dankbaarheid.”



Poezen

Poes bij bewoner in de kamer

In het tijdsbestek dat wij hadden vonden we geen bewoner bereid mee te doen aan een gesprek of op de foto te gaan. Daarvoor hebben we vanzelfsprekend alle begrip. Een bewoner wilde wél graag haar poezen op de foto. Dat zij haar poezen bij zich kan houden, is een voorbeeld van de werkwijze in Het Veerhuis. Elke bewoner kan er een eigen vertrouwde omgeving creëren.

Creatie zonder co in de De Zuidpunt

Datum: 1 augustus 2021 / Editie: Augustus 2021 / Auteur(s): Rob Godfried

In het karakteristieke hoekpand ‘De Zuidpunt’ aan de Gerard Doustraat/Quellijnstraat waren vorig jaar en begin dit jaar heel wat activiteiten. Bewoners hadden van de gemeente de gelegenheid gekregen er een cocreatieplek van te maken. Maar op 7 juli 2021 moesten zij op last van de rechter het pand ontruimen, na een door de gemeente aangespannen kort geding.

Misschien begrijp ik het niet goed meer. Ik kom dan ook uit de tijd dat er nog ‘buurtopbouwwerk’ bestond. Dat kon je leren op de sociale akademie. Dan leerde je om mensen van diverse afkomst en achtergrond in een buurt met elkaar te verbinden; te zoeken naar gezamenlijke belangen om voor te strijden ter ontwikkeling van de buurt en hoe koffie met koekjes uit alle windstreken daar bij konden helpen. De overheid was niet je vijand, maar het niveau waarop je plannen moest laten doordringen en waar de politieke wil moest worden gemasseerd als een onwillig lichaamsdeel.

Co-creatie!
Maar nu is alles anders. Het is zomaar de politieke wil geworden, althans in Amsterdam, om samen te werken met bewoners en ondernemers. Zou dat de reden zijn dat de opleiding ‘buurtopbouwwerker’ niet meer bestaat? Het hoeft niet meer: iederéén is het. Want: co-creatie!

Op 8 mei 2019 heeft de gemeenteraad de beleidsbrief democratisering vastgesteld waarin het volgende is opgenomen over co-creatie:

“We denken dat het belangrijk is dat de drempel om elkaar en ons te ontmoeten omlaag kan en moet. Daarom willen we zichtbaar aan beleid, projecten, buurten en straten werken op de locaties waar Amsterdammers niet om ons heen kunnen. We zijn daar waar het gebeurt, waar we nodig zijn en waar we willen en kunnen zijn. We gaan er op af, we zijn in gesprek en we gaan samen de nieuwe praktijk maken. Dat betekent dat er in de buurten fysieke plekken moeten worden gecreëerd waar mensen samen kunnen komen, die we gemeenschappelijk vorm geven, waar we samen kunnen werken, coöperaties kunnen oprichten, en zelf allerhande diensten met en voor de buurtbewoners organiseren. Co-creatie kan niet alleen.”

Luchtkastelen
Samen een nieuwe praktijk maken, dus. Gemeente met Amsterdammers. Op fysieke plekken. Mooi. In De Pijp werd dat ‘De Zuidpunt’. Het Wijkcentrum, dat al bijna vijftig jaar ervaring heeft met samen iets opbouwen in de buurt, werd weggestuurd, want de fundering moest worden hersteld en er moest worden bezuinigd. En zo ‘kreeg’ de buurt vanuit de gemeente een co-creatieplek. Voor een jaar. Er werd van uitgegaan dat er na een jaar geen fysieke plek meer nodig zou zijn. Luchtkastelen met ruimte genoeg.

Bewoners kregen een sleutel en mochten met de ruimte doen wat ze wilden. En dat deden ze. Ze co-creëerden zich een slag in de rondte. Tenminste, dat dachten ze. Want ze creëerden wel, maar de co ontbrak. Meerdere keren kwam de gemeente afspraken niet na. Wel kwamen bij vergaderingen, zoals van De Schone Pijp, betrokken ambtenaren in de Zuidpunt. En er kwam een keer een wethouder kijken en een stadsdeelbestuurder.

Krakers
En toen werd er geëvalueerd. Door ambtenaren en bestuurders. Zónder de mensen die het creëren hadden gedaan. Die weten nog steeds niet wat er in die evaluatie is besproken. Wat ze wel weten, is dat het jaar het jaar bleef. En dat ze aangezegd kregen het pand te moeten verlaten. Dat wilden ze niet, want daarvoor hadden ze zich niet ingezet: om alles wat was opgebouwd weer af te breken. Ze bleven zitten en werden krakers van de co-creatieplek. En zo werden ze dan ok behandeld in de rechtszaak, aangespannen door de gemeente. Als krakers. Niet als co-creators. Immers, ze waren alleen de creators. De co wilde niet meer. Zo kon het gebeuren dat in kort geding de rechter alle waardering over hun werk uitsprak, maar ja, daar ging de zaak niet over. Ze moesten er uit volgens de wet.

Veelkoppig monster
We kunnen beweren dat de creators naief zijn geweest. Dat ze dachten dat het wel los zou lopen met dat jaar en dat de gemeente zou zien wat ze allemaal voor elkaar hadden gebokst. En dat ze dan wel door zouden kunnen gaan. Maar de gemeente is een veelkoppig monster. De betrokken ambtenaren zien het wel. Maar er zijn anderen die gewoon bezig zijn met vastgoed, met de financiën, met de kaders weet je wel.

‘Hoor eens even, dat pand is gewoon geld waard. Als die creators er nu niet uitgaan kost dat bakken met geld. Schuldeisers staan straks op de stoep. Ze hebben toch een jaartje mogen spelen daar? En ze wisten het toch van tevoren? Wat een gedoe!’

Zo is ‘de nieuwe praktijk’ uit de beleidsbrief van de gemeenteraad over de Zuidpunt een farce geworden. De gemeente heeft ermee laten zien hoe belangrijk ze co-creatie vindt: niet.

Jongerencomité 4&5 mei organiseert aangepaste dodenherdenking

Datum: 26 april 2021 / Editie: April 2021 / Auteur(s): Rob Godfried

Al sinds jaar en dag vindt op 4 mei de dodenherdenking plaats bij de plaquette van IJssalon KoCo, vroeger gevestigd in de Van Woustraat 149. De joodse eigenaars van de ijssalon behoorden tot de eerste slachtoffers van de nazi’s in de Tweede Wereldoorlog. De aanleiding was een daad van verzet in de ijssalon. Eigenaar Ernst Cahn werd op 3 maart 1941 als eerste Nederlandse burger door een vuurpeleton doodgeschoten. Zijn compagnon Alfred Kohn werd gedeporteerd en vermoord in een Duits concentratiekamp.

Wat misschien niet iedereen weet is dat deze herdenking elk jaar wordt georganiseerd door het jongerencomité 4&5 mei in De Pijp, in samenwerking met Combiwel. Het jongste en het oudste comitélid vertellen over hun persoonlijke motivatie om hieraan mee te werken.

“Als je niet herdenkt, lijkt het alsof het nooit is geweest”
Fatima Assaf (13 jaar): “Ik deed een paar jaar geleden mee aan een rondleiding van een zoon van een oudverzetsstrijder. Daardoor ben ik me gaan verdiepen in de geschiedenis. Ik leerde er zoveel over dat ik begreep hoe belangrijk het is te herdenken. Zo ben ik bij de groep gekomen. Ik was eerst heel verlegen, maar nu niet meer. Als je niet herdenkt, lijkt het alsof het nooit is geweest. Super veel mensen komen naar de dodenherdenking en dat vind ik heel mooi. We zijn ook blij dat zoveel winkeliers ons elk jaar weer helpen om de herdenking te organiseren. Het leeft echt in de buurt.”

“Ik besef dat anderen hebben gestreden voor mijn vrijheid”
Wandana Jiawan (33 jaar) is al tien jaar bij het comité betrokken. “Wat me steeds meer is gaan raken is de betrokkenheid van zo veel mensen bij de organisatie en de verhalen die mensen over de oorlog vertellen. Er komt een tijd dat er niemand meer is die de oorlog zelf heeft meegemaakt, maar dan is ons comité er nog om die verhalen te vertellen. Wij hoeven nu niet bang te zijn, maar op veel plekken in de wereld zijn mensen dat wél. Ik besef dat anderen hebben gestreden voor mijn vrijheid. Die is niet vanzelfsprekend. Je kunt altijd in gedachten bij mensen zijn die nu geen vrijheid hebben. Wees in ieder geval altijd lief en aardig voor elkaar.”


Aangepaste dodenherdenking
Het is jammer dat ook dit jaar de herdenking vanwege corona niet massaal kan plaatsvinden. Maar er zal wel een film over te zien zijn op 4 mei.

Meer informatie vind u op:
Op Facebook: 
4en5meiComiteDePijp
Op Instagram: 4_5meicomitedepijp

Gevonden: glas-in-loodraam met een verhaal

Datum: 26 april 2021 / Editie: April 2021 / Auteur(s): Rob Godfried

Mijn buurtgenote vond in 2019 een glas-inloodraam op straat. Waar kwam dit raam vandaan? Wat is het verhaal erachter? De zoektocht naar antwoorden leidde naar de geschiedenis van een bijzondere familie. In de Rustenburgerstraat op nummer 75 bevond zich voorheen ‘Drukkerij Rustenburg’, eigendom van de familie Moederzoon.

Historicus Martijn Maarleveld traceerde een kleinzoon van de toenmalige eigenaar: Rob Moederzoon. Hij vertelde ons over ‘Drukkerij Rustenburg’ en het werk van zijn vader en grootvader.

Schuilplaatsen
“Mijn familie werd in de jaren 1730 in Amsterdam geregistreerd als Duitse Lutheranen. Herman Moederzoon startte ‘Drukkerij Rustenburg’ in 1932.

Mijn vader is enkele jaren geleden overleden en mijn broer en ik hebben het contact met de buurt in Amsterdam verloren.”

“Ik weet niet waar dit glas de afgelopen negen jaar is geweest, maar ik ben blij dat het is opgedoken. Er waren drie van deze ramen, maar slechts een met het logo. Rond 1977, toen ik als tiener wat restauraties bij de drukkerij deed, ontdekte ik dat er schuilplaatsen waren gemaakt in onze opslagruimte in het plafond tussen een- en tweehoog.

Mijn vader vertelde me toen over de clandestiene activiteiten die zijn vader en grootvader (ze werden allebei Herman Frederick Moederzoon genoemd) deden voor het Joodse volk in Amsterdam tijdens de bezetting. De Duitsers deden verschillende invallen om de drukkerij te doorzoeken, maar ze hebben nooit bewijs voor die activiteiten gevonden. Het is duidelijk dat mijn grootvader de geheime kamers gebruikte om alle materialen te verbergen.”

Sterke man
“Mijn grootvader was in zijn jeugd bokser en straatvechter geweest. Toen hij begin twintig was, was hij regionaal bokskampioen. Hij was een zeer sterke man. Onder de ogen van de Duitsers nam hij Joodse kinderen mee en vertelde aan de Duitse soldaten dat het zijn eigen kinderen waren. Omdat hij zo’n zware, sterke man was, durfden ze hem niet tegen te houden. Zo redde hij veel Joodse kinderen.”


Het was een hele klus om dit raam te fotograferen. Onderin is de dubbele reflectie te zien van de armen die het fototoestel vasthielden. Met mijn buurtgenote sleepten we het zware, maar kwetsbare raam naar een plek waar het kon worden gefotografeerd. Een operatie op zich.

Ons mooie pleintje: Het Hercules Seghersplein

Datum: 16 februari 2021 / Editie: Februari 2021 / Auteur(s): Rob Godfried

Het Hercules Seghersplein bestaat, maar heeft eigenlijk niet die naam. Het is een flinke rechthoek, uitgespaard uit de Hercules Seghersstraat, met aan een van de lange zijden een open galerij tegen de woningen aan. Je kunt er over de balustrade hangen en over het plein kijken. Twee kindjes spelen er met hun moeder als ik Wikke van Houwelingen en David Pietersen ontmoet. Zij vertellen graag over wat er speelt op het plein.

“Negen jaar geleden is het plein helemaal opgeknapt. Het is een leuk plein, intensief gebruikt, overvol. In de loop der tijd is het wel verwaarloosd. En de laatste jaren is er veel overlast ontstaan. Nachtelijke herrie door jongeren, niet uit deze buurt, die zich niet allemaal laten aanspreken op hun gedrag. Bewoners die zich bedreigd voelen als ze dat wel doen. Te weinig handhaving. Hondenpoep en andere vervuiling in de groene gedeeltes, waardoor kinderen er niet meer veilig kunnen spelen. Verzanding van de grond waardoor er minder groen is. Enerzijds dus gedragsproblemen, anderzijds verwaarlozing en achterstallig onderhoud.”

Samen schouders eronder
“Zou het kunnen verbeteren op beide vlakken als wij onze schouders eronder zetten, samen met de gemeente? Dat was de vraag waar we van uitgingen. We hebben een tuingroep geformeerd. Die heeft al met hulp van het Groen Gemaal en het Natuur en Milieuteam en de gemeente een zesde deel van het groengebied onder handen genomen en nieuw beplant. We organiseerden afgelopen zomer een buurtbijeenkomst en daar kwamen zestig mensen op af! Mensen met allerlei verschillende achtergronden, zo divers als het buurtje hier. Een mooie afspiegeling. Daaruit hebben we een kerngroep gevormd, die verder gaat met het organiseren van activiteiten en het nodige overleg. We zoeken elkaar als bewoners op en willen er weer een fijn plein van maken, waar overlast verdwenen is. We wonen hier en we willen er zorg voor dragen. Dat kan op allerlei manieren: van tuinieren tot schoonmaken en van een feest organiseren tot hekjes bouwen. Samen betrokken zijn!”


Ben je bewoner of ondernemer rond het plein en wil je meedoen, dan kan je je aanmelden op: onsmooiepleintje@gmail.com

De echte eerlijke prijs bij ’De Aanzet’

Datum: 16 februari 2021 / Editie: Februari 2021 / Auteur(s): Rob Godfried

Al veertig jaar bevindt de biologische supermarkt ‘De Aanzet’ zich in de Frans Halsbuurt. Veertig jaar onafhankelijk. Liever ‘vintage’ dan onderdeel van een moderne keten als Ekoplaza. Over voldoende klandizie heeft mede-eigenaar Maarten Rijninks niets te klagen, zegt hij. Nu alle supermarkten biologische waren verkopen, hoef je daarvoor niet meer naar zo’n ‘geitenwollensokkenwinkel’. Maar de sfeer bij ‘De Aanzet’ is onderscheidend. En het feit dat alle verse artikelen hier onverpakt zijn.

‘De Aanzet is altijd voorloper geweest: vroeger met de biologische producten, nu met nieuwe prijskaartjes die “verborgen kosten” vermelden en “de eerlijke prijs” geven. Maarten is er vast van overtuigd dat hiermee opnieuw een trend wordt gezet.

Jazeker, producten worden een beetje duurder als je de eerlijke prijs betaalt. Die meerwaarde gaat naar projecten die armoede bestrijden en naar boeren in Nederland waar ‘De Aanzet’ zijn producten rechtstreeks inkoopt. Maarten Rijninks: “Als zij kunnen investeren in betere productiemethoden gaat de milieubelasting omlaag en worden de verborgen kosten uiteindelijk weer minder. De verborgen sociale kosten, onderbetaling van arbeidskrachten in ontwikkelingslanden bijvoorbeeld, bestrijden we via “Givedirectly”. Dat platform deelt rechtstreeks geld uit om mensen uit armoede te halen. Dat is effectief gebleken.”


Aan het denken gezet en meer weten over die verborgen kosten en hoe ze die berekenen?
Kijk op: www.trueprice.orgwww.givedirectly.orgwww.de-aanzet.nl.