Horecaoverlast? Melden!

Datum: 28 oktober 2022 / Editie: Oktober 2022 / Auteur(s): Rob Godfried Stefanie Jansen 

In De Pijp Krant van afgelopen augustus stond een oproep om mee te praten over het voorgenomen nieuwe terrasbeleid van de gemeente Amsterdam. In dat kader organiseerde Wijkcentrum De Pijp op 21 september een bewonersbijeenkomst in de Oranjekerk, waar vooral aan de orde was hoe bewoners en ondernemers de horecaoverlast kunnen aanpakken. Als vervolg op het artikel in de vorige krant doet De Pijp Krant daar verslag van.

Lezersreactie
De vorige Pijp Krant opende ook met een artikel over het horecabeleid. De bijgaande foto was een willekeurige terrasfoto. Een lezeres reageerde daarop.

Heel jammer dat het terecht kritische verhaal op de voorkant van jullie leuke krant, over het nieuwe horecabeleid Amsterdam opgesierd is met een foto van het bij ons in de buurt zeer geliefde Café Restaurant ARIE op de hoek, met 1 fijn terras + 1 coronaterras.

Dit bedrijf is namelijk een heel goed voorbeeld van hoe je goed communiceert met je buren en daardoor er van overlast, ondanks het geweldige terrasweer van de laatste tijd, in de omgeving praktisch geen sprake is. Als wij overlast ervaren komt dat van het Marie Heinekenplein.

Maruca Beek


Verhalen van bewoners
Horecaoverlast kwam bij het Wijkcentrum de afgelopen maanden bovenaan de prioriteitenlijst te staan, samen met zwerfvuil. Een greep uit verhalen van bewoners hierover:

“In de weekends leg ik mijn matras in het trappenhuis, neem een diazepam en hoop dat ik een paar uurtjes kan slapen.”

“De leefbaarheid is de afgelopen jaren heel erg hard achteruit gegaan door de komst van agressieve en luidruchtige horeca. Ik weet in mijn directe omgeving al vijf voorbeelden van mensen die de afgelopen jaren zijn verhuisd, gevlucht voor het lawaai en de overlast.”

“Het terras, midden in een woonwijk, is tegenwoordig drie keer zo groot als het café en met de verruimde openingstijden tot na middernacht open. Ik ben het na maanden slaapgebrek zo zat dat ik bino nenkort de toko verkoop. Als iemand het nog wil hebben.”

De overlast is verergerd door de coronaterrassen, maar stamt al van vóór de coronacrisis. Bewoners die vaak al decennia in De Pijp wonen, beschrijven dat zij met lede ogen hebben toegekeken hoe hun wijk in een pretpark veranderde. Dat gold in eerste instantie vooral voor de NoordoPijp (met name de Gerard Doubuurt), maar inmiddels zijn ook delen van de ZuidoPijp drastisch veranderd. Een bewoonster zette voor ons op een rij dat de hoeveelheid horecazaken op en rond het Van der Helstplein het afgelopen decennium meer dan verdubbeld is, terwijl de hoeveelheid overige ondernemers is afgenomen van ruim 25 tot minder dan 10.

Hoewel deze bewoners verknocht zijn aan De Pijp drijft de horecaoverlast ze tot dromen over verhuizen. Dit is echter lang niet voor iedereen zomaar mogelijk. Wat wel kan? Op de bijeenkomst 21 september gaven bewoners, ondernemers en iemand van toezicht en handhaving praktische voorbeelden.

Wat kunnen bewoners doen?
Ga altijd eerst in gesprek met de eigenaar van de horecagelegenheid. Bespreek de overlast en probeer tot goede afspraken te komen. Lukt het niet om die te maken, of blijft de overlast duren, meld dit dan bij de gemeente. Dat kan via 14020, het centrale telefoonnummer van de stad Amsterdam, of door online een zogeo naamde SIA-melding te doen via meldingen.amsterdam.nl.

Hoe vaker meldingen over een bepaalde horecagelegenheid worden gedaan door verschillende mensen, des te groter de kans dat er actie zal worden ondernomen door ‘toezicht’. Belangrijk bij het melden is dit níet anoniem te doen: geef zelf je telefoonnummer en emailadres (en – bij een telefonische melding – vraag ook de naam van degene die je aan de telefoon krijgt, voor het aanleggen van je eigen dossier). Als je meldt, moet je dit vooral niet anoniem doen. Bij een anonieme melding kan de afdeling toezicht geen dossier opbouwen en kunnen ze ook niet, als ze komen controleren, direct contact opnemen met de melder. Gegevens van de melder zullen nooit worden vrijgegeven aan de betreffende ondernemer.

Je moet overlast blíjven melden, steeds opnieuw. Wanneer de meldingen onvoldoende opleveren kan het zijn dat je als bewoner juridische stappen wilt ondernemen. Dit is een taaie weg, maar kan uiteindelijk leiden tot het innemen van de vergunning van de ondernemer. De eerste stap daartoe is een verzoek tot handhaving. In tegenstelling tot het doen van een melding kan een verzoek tot handhaving níet anoniem.

Comité Oude Pijp (ComOP)
ComOP is een groep bewoners uit het noordelijke deel van de Van Woustraat. In de loop der jaren hebben zij ervaren dat je samen sterker staat en dat het fijn is om elkaar zowel in praktische als in emoo tionele zin te steunen. ComOP heeft een praktische handleiding en stappenplan opgesteld voor mensen die gezamenlijk willen optreden tegen horecaoverlast. Stap 1 daarin is het vinden van buurtbewoners die samen willen optrekken om de buurt weer leefbaar te maken. Misschien lijkt dit onmogelijk, bijvoorbeeld omdat de buren oud en krachteloos, ongeïnteresseerd of onverschillig lijken. U kunt er echter vanuit gaan dat er in uw buurt zeker mensen zijn met vergelijkbare ervaringen als u!

Mocht het komen tot een strafrechtelijke procedure, dan voelt het veiliger en is het prettiger om deze in te gaan als comité of vereniging dan als individu. Daarnaast kun je in de groep taken verdelen. Belangrijk, want een juridische procedure is veel werk en zeer tijdrovend.

Wat kan de horeca doen?
Op de avond in de Oranjekerk vertelden de ondernemers van café De Baron in de Gerard Doubuurt wat volgens hen de taken en verantwoordelijkheden van horecaondernemers zijn. Er werd instemmend op gereageerd.

De Baron is een buurtcafé met zowel stamgasten als incidentele gasten. De ondernemers van dit café kennen de meeste buurtbewoners en weten wat er speelt in de buurt. Ze krijgen geen klachten omdat ze ervoor zorgen geen overlast te veroorzaken. Dit doen ze onder meer door het terras op tijd te sluiten en luidruchtige gasten te verzoeken hun stem te dempen. Ook schromen ze er niet voor gasten van andere horecagelegenheden in de buurt aan te spreken op hun gedrag wanneer dit lawaaierig of asociaal is. Zij zouden graag zien dat verschillende horecaondernemers in de buurt samenwerken in het handhaven van sociaal gedrag van klanten.

Wat kan het stadsdeel doen?
Bestuursvoorzitter Bart Vink vertelde dat horecaoverlast hoog op zijn prioriteitenlijst staat. Hij erkende dat onderbezetting – in heel stadsdeel Zuid wordt toezicht gehouden met acht personen – een probleem is en gaf aan dat er gezocht wordt naar langetermijnoplossingen. Een korte termijn oplossing ligt volgens hem in het zwaarder inzetten van handhaving in drukke horecagebieden in Oud-Zuid, met name De Pijp, en het verminderen van inzet in rustiger gebieden, zoals Buitenveldert.


Een verslag van de bewonersbijeenkomst van 21 september staat op de website: www.wijkcentrumdepijp.nl.

Wie aan de slag wil met een groepje buurtbewoners kan contact opnemen met Wijkcentrum De Pijp voor praktische ondersteuning en voor het stappenplan van ComOP.

info@wijkcentrumdepijp.nl

Kunstenaars elkaar laten inspireren

Datum: 28 oktober 2022 / Editie: Oktober 2022 / Auteur(s): Rob Godfried

Galeries in De Pijp

In een voornamelijk lege witte ruimte hangen werken van twee verschillende kunstenaars aan beide lange zijden tegenover elkaar. We spreken eigenaresse Josilda.

Gallery Josilda Da Conceiçao is sinds januari gevestigd in de Pieter Aertzstraat, maar bestond al bijna zeven jaar in de Spaarndammerbuurt. Josilda: “We moesten weg uit het pand daar, want het werd verkocht en wij konden de nieuwe prijs niet betalen. We moesten op zoek naar een andere – betaalbare – ruimte. Talloze plekken hebben we bezocht, er bleven er drie over. De makelaars die we erover spraken vonden echo ter dat een galerie voor overlast zou zorgen en zo kregen we die ruimtes niet. Ik zou nog steeds niet weten wat voor overlast dan. Makelaar cultuurbarbaar… Toen deze ruimte in beeld kwam, gebeurde hetzelfde, maar we konden uiteindelijk deze makelaar overtuigen. De buurt heeft ons gekozen!”

Met welke visie op beeldende kunst run je de galerie?

“Ik wil graag jonge kunstenaars die net van de academie af zijn koppelen aan oudere gevestigde kunstenaars. Zo kunnen ze elkaar inspireren en van elkaar leren. Een dialoog met elkaar aangaan. Dat is nu ook te zien: aan de ene kant de jonge kunstenaar en andere kant de oudere. Mijn ambitie is om ook internationaal kunstenaars aan elkaar te verbinden, onder andere door uit te wisselen met galeries in andere landen en op die manier jonge kunstenaars te promoten. We zijn nu bijvoorbeeld bezig met Art Basel.”


Meer info: josildadaconceicao.com

Van oudsher bewoonden heel wat kunstenaars De Pijp. Er waren ook galeries, maar dat aantal is in de twintigste eeuw teruggelopen. Er komen nu weer nieuwe galeries bij. De PijpKrant laat een aantal de revue passeren. Te beginnen met de nieuwste: Gallery Josilda Da Conceiçao, Pieter Aertszstraat 70

Voorlopige herinrichting Gerard Doubuurt: Tuintjes op parkeerplaatsen

Datum: 22 augustus 2022 / Editie: Augustus 2022 / Auteur(s): Marianne Grunell Rob Godfried

Parkeerplaatsen opheffen voor plantsoentjes. Is dat nieuws? Ja, dat is nieuws. Wel voor de Gerard Doubuurt. De parkeerplaatsen werden tuintjes in het kader van het autoluw maken en vergroenen van een van de drukste buurtjes in De Pijp.

De Gemeente nodigde de buurt uit om voorstellen in te dienen en een ervan was het aanleggen van een aantal stadstuintjes in plaats van parkeerplekken bij de huizen van bewoners met groene vingers. Het resultaat: grote ‘groenstroken’.

Dagjesmensen
Om te mogen bepalen wat voor groen er zou komen moest de buurt, de buurtvereniging, wel tekenen voor het onderhoud. Een manier om bewoners te betrekken en medeverantwoordelijk te maken. Bewoners en ondernemers zijn natuurlijk niet allemaal eensgezind, maar een algemene wens is dat vooral het parkeren door niet-bewoners in de buurt wordt tegengegaan. Dagjesmensen kunnen terecht in de Heinekengarage of de Albert Cuypgarage onder de Boerenwetering. Bewoners met een vergunning krijgen hopelijk straks een vaste parkeerplaats.

De vereniging pleit ook voor voldoende laad- en losplaatsen voor ondernemers. Daarbij gaat het immers niet om auto’s die de hele dag blijven staan.

Donkere plek met veel beeldschermen
De Gerard Doubuurt is met een kleine 2.000 bewoners een van de drukste buurten in De Pijp, compact en divers. Er zijn nog halve woningen en naast plakkers, ‘de vaste kern’, wonen er yuppen en expats, meestal tijdelijk. Uit de vaste kern, de meer betrokken buurtbewoners, komen de leden van de buurtvereniging. De Vereniging is nu een aanspreekpunt van de gemeente voor het definitieve Herinrichtingsplan, dat nog in de maak is. Inspreken gebeurde voorheen niet altijd succesvol. Zo kon de zogenaamde co-creatieplek in De Punt niet worden behouden. Op initiatief van de bewoners werd De Punt een open ruimte voor diverse activiteiten, waar van alles kon en gebeurde op ‘ongewone’ tijden, met buurtbewoners als sleutelhouders. Daarmee kwam een heel gemengde populatie binnen.

Dat was niet eerder gebeurd en het sloot goed aan bij het gemeentelijk beleid voor meer inclusiviteit. Helaas gunde de gemeente Puur Zuid de ruimte voor het opzetten van een ‘buurtteam’. Van lichte, open ruimte, ingericht voor en door de buurt, waar de deur letterlijk van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat open stond voor iedereen en waar uiteenlopende bewoners elkaar hielpen en steunden in de uitdagingen van het leven, is De Punt nu veranderd in een donkere plek, met veel beeldschermen en professionals, bedoeld voor ‘kwetsbare mensen’. Buiten staat een ‘welkombord’ dat om 17:00 uur wordt weggehaald. Dan sluit de tent.

Weesfietsen
Drukte en overlast overlappen elkaar in de Gerard Doubuurt. Eduard Dirkzwager en Alain-Celest de Buck, bestuursleden van de buurtvereniging, en Stefanie Jansen van het Wijkcentrum delen vrijelijk hun ergernissen en irritaties, waarvan hier een selectie.

Het lijkt erop dat de fiets de grootste ergernissen geeft, even afgezien van de geluidsoverlast van razende motoren en toeterende auto’s. De nonchalance van fietsers, die hun rijwiel overal neerzetten en soms gewoon niet meer ophalen, speelt hierin een belangrijke rol. De Gemeente zou kunnen helpen door ‘weesfietsen’ snel af te voeren, zoals dat ook in het centrum gebeurt. Zij zouden de pleinen graag vrij en onbezet zien. Zo worden het echte pleinen en komt er ook ruimte voor publieke bankjes, naast commerciële terrassen. Nu verdwijnen de pleintjes bijna door al dat ijzer dat er wordt geparkeerd.

Irritatie is er ook over het afval: uitpuilende vuilniszakken die naast de container worden achtergelaten, stapels karton, kliko’s van de horeca die op straat blijven staan en zwerfafval dat verspreid over de straten ligt. Onnavolgbaar dit gedrag. Werkgroep ‘De Schone Pijp’ doet goed werk door van tijd tot tijd met vrijwilligers een deel van de buurt op te ruimen, maar het blijft sisyphuswerk. De gemeente zou containers en prullenbakken vaker moeten legen en erop toezien dat ondernemers hun afvalbak binnen zetten.


Een paar data Gerard Doubuurt (gegevens 2021):
1910 inwoners
71% éénpersoonshuishoudens
12% gehuwd
50 kinderen 0 -15 jaar
50% oorspronkelijk Nederlands
50% anders
Bevolkingsdichtheid: 19.298 per km
2
(Amsterdam gemiddeld: 5.277)
38% corporatiewoningen
gemiddeld bruto inkomen: €36.400
53,6% hoog opgeleid
425 bedrijven
grootste partij: D66

Bron: allecijfers.nl/buurt/gerarddoubuurt-amsterdam/
Website buurtvereniging: gerarddoubuurt.nl

Gemakseconomie rukt op: Fietswasserette in De Pijp

Datum: 20 juni 2022 / Editie: Juni 2022 / Auteur(s): Rob Godfried

Of de gemakseconomie in De Pijp meer voet aan de grond krijgt dan elders is nog niet onderzocht. Maar we zien allemaal de vele maaltijdbezorgers rondsjeezen. De ‘dark stores’ van alle tienminutenbezorgdiensten zijn hier hinderlijk aanwezig. Ook hondenuitlaatdiensten vinden veel klanten in De Pijp. Hondenoppas.nl meldt: ‘Nu al 15 actieve hondenuitlaatservices in Amsterdam Nieuwe Pijp en nog vele anderen in de omgeving van Amsterdam Nieuwe Pijp!’

Voor zover wij weten is nu ook de eerste fietswasserette gestart in onze wijk. Daar kun je je vuile fiets brengen in plaats van je vuile was, op de plek waar jarenlang ’De Zaag’ was gevestigd. Daar kon je gefiguurzaagde puzzels kopen en laten maken naar eigen smaak. Een unieke winkel. En nu opnieuw een unieke zaak.

Wij vroegen ons af wat mensen drijft naar de gemakseconomie en spraken daarom met Jeroen Buitenhuis, eigenaar van de nieuwste gemaksdienst. Wie brengt zijn fiets naar een wasserette?

Een klant die in het cafédeel van de zaak wacht op zijn fiets en weet dat ik kom: “Jeroen is achter, loop maar door hoor.” Met een boek over de Mont Ventoux in de hand (“die heb ik gereden!”) brengt de klant me naar de fietswasserette, langs een huiskamer, een slaapkamer en keuken. Licht valt binnen vanuit de tuinkant. Het is een enthousiaste klant: “Ik vind het echt heel fijn dat ik mijn fiets hier kan brengen.

Ik woon klein en op tweehoog én ik heb een druk leven, dus dit is echt een uitkomst voor me.”

Jeroen: “Dit is ook mijn woning. Het was een voorwaarde dat ik hier ook zou wonen, anders kon ik het niet huren.” Zo is een nieuwe vorm van ‘werk aan huis’ ontstaan.

Een vriend die voor de gezelligheid even langs kwam roept: “Handel!”, duidend op een nieuwe klant die zich in het koffiedeel heeft gemeld. Deze blijkt uit België zijn komen fietsen om zijn broer die in Amsterdam woont te bezoeken. Voor de terugreis zal zijn racefiets weer tiptop zijn.

Alleen jonge mannen met racefietsen in de zaak. Is dat kenmerkend?

Jeroen: “Oh nee hoor, de klandizie is heel divers. Mannen, vrouwen, van twintig tot zeventig jaar. En niet alleen racefietsen, zoals nu. Ook tourfietsen en soms een stadsfiets. Dat gaat sneller en is goedkoper, maar dan ‘shinen’ ze weer.”

Waarom brengen mensen hun fiets hier? Is dat uit gemakzucht?

Jeroen: “Deels wel. Vroeger was het heel gewoon om je eigen fiets te wassen. Toch gaan ook ouderen mee in de gemakseconomie, zoals jij dat noemt. Als je alleen een balkonnetje hebt, is niet eenvoudig om met een emmertje je fiets goed schoon te maken. Komt bij dat ook een fiets schoonmaken professioneel beter gebeurt. Ik kan hem op een bok zetten en uit elkaar halen en heb alle middelen om het goed te doen. Goed onderhoud levert uiteindelijk minder slijtage op en dan bezuinig je op dure vervanging. Dus het is meer dan alleen gemakzucht.

Als je je hond door een uitlaatservice moet laten poepen moet je geen hond nemen. Dat is écht iets anders dan een fiets.”

De naam van de zaak, Chasse Patate betekent zoiets als ‘kansloze achtervolging’. Dat lijkt voor het succes van de fietswasserette niet op te gaan. Sinds de opening op 16 april zijn er in een maand tijd zo’n 200 klanten geweest.

“Oog in oog met Mandela”

Datum: 25 april 2022 / Editie: April 2022 / Auteur(s): Rob Godfried

De Pijp kent heel wat kroegen. Niet toevallig zijn veel van de al lang bestaande kroegen op een hoek: een kruispunt van wegen waar mensen elkaar ontmoeten. Een van die oude kroegen wordt al 31 jaar gerund door Frank Mansro. Met werk bij Fokker spaarde hij genoeg om na een studie aan de sociale academie het café over te nemen. Hij is 74 en van Surinaamse komaf en niet alleen bekend als kroegbaas. Zijn kleur speelt een belangrijke rol in het gesprek.

Café Mansro is nog zonder klanten als ik op de afgesproken tijd binnenloop. Agnes staat achter de bar en belt Frank dat zijn afspraak er is. Hij woont boven het Café en zegt “zich klaar te maken”. Statig komt hij kort daarna de ruimte binnen…

Pietluttige dingen
Was jij de eerste zwarte kroegbaas in Amsterdam, vraag ik. Frank: “Nee, zeker niet. Maar wel de langst zittende. De eerste die ik me herinner was Café Para in het centrum, en hier had je Café Neutraal op de Albert Cuyp. Ik ben wel een van de oudste ondernemers hier in de straat. En de Libanees, die is er ook al heel lang.”

“Toen ik na mijn studie de kroeg overnam, wilde ik wat ik had geleerd daar inzetten: mensen verbinden is wat ik altijd wilde. Maar ik had er vorig jaar geen lol meer in. Dat kwam niet alleen door corona. Ik had het gevoel dat ze me hier weg wilden hebben. Ik werd gewoon weggepest door het Stadsdeel. Al 28 jaar had ik een vergunning en geen enkel probleem. Ineens kwamen er handhavers die over pietluttige dingen gingen zeuren, zoals een stoel die net even te ver op de stoep stond. Mijn vergunning is zelfs afgenomen en ik moest een nieuwe aanvragen. Na 28 jaar! Omdat er een paar kleine overtredingen waren, terwijl ik me altijd heb ingezet voor verbinding in de buurt. Het heeft me ook handenvol geld gekost. Bovenop de coronasluiting was ik ook nog dicht vanwege de nieuwe vergunningaanvraag. Ben er nog zo boos over!”

Verbinder
“Nee, ik heb nooit het gevoel gehad om mijn kleur gediscrimineerd te worden. Maar ik kan niet tegen onrecht. En ik kan me niet aan het gevoel onttrekken dat er mensen waren die me niet vonden ‘passen’ in de omgeving omdat er sprake zou zijn van ‘overlast’. Terwijl er van andere kroegen veel meer aantoonbare (geluids) overlast was. Het enige verschil is toch echt mijn kleur. Ik wordt nog steeds in de gaten gehouden. Is lastig werken zo hoor.“

“Toen ik hier begon in 1991 zetelde de Marokkaanse vereniging hier tegenover in het gebouw waar nu de muziekschool is. Ik was nieuw, mensen kenden me niet en het was moeilijk om de loop erin te krijgen. Maar de mensen van de overkant kwamen langzamerhand allemaal hier en zo kwam de loop op gang en kregen we klandizie uit verschillende culturen. Ellen van Langen haalde in 1992 een gouden plak op de Olympische spelen. Ze woonde hier om de hoek in de Govert Flinck. We haalden haar hier naar binnen en het werd een groot feest.”

“Ik heb altijd een verbinder willen zijn. Ik zie het als een plicht om het goede te doen en bij te dragen aan kennis van het verleden en van verschillende culturen. Daarom vertel ik aan jongeren in het project ‘Sporen van het koloniaal verleden’ over mijn afkomst en het slavernijverleden in Suriname. Samen met ‘Dialoog in actie’ organiseerden we in het café ‘dialoogtafels’ met mensen van verschillende achtergronden. Het werd enorm gewaardeerd. Eddy Linthorst – rond 2008 wethouder Amsterdam Oud-Zuid, toen de stadsdeelbesturen nog zeggenschap hadden – was een van de deelnemers. We zaten samen in het bestuur van ‘Dialoog in Actie’ en we organiseerden elke zomer een verbroederingsfeest op straat. Alle culturen en kleuren samen. Dat kunnen we dit jaar eindelijk weer doen!”

Spelen voor Mandela
“Muziek brengt veel plezier in het leven. Een café zonder muziek is niks. Zo ontstond er een muziekgroep hier. ‘Si-nabribi’ heetten we, zien is geloven. We speelden ‘kawna-muziek’. Toen Mandela een bezoek aan Amsterdam bracht, kregen we de eer voor hem te spelen. Zo stond ik ineens oog in oog met Mandela op het bordes van de stadsschouwburg!

Fabrice gaf De Pijp kleur; Paul Blanca toonde de donkere kant

Datum: 14 februari 2022 / Editie: Februari 2022 / Auteur(s): Rob Godfried

In memoriam: Fabrice Hünd en Paul Blanca

Twee bekende beeldende kunstenaars uit De Pijp zijn overleden. Paul Blanca, die aan kanker leed, stierf in oktober, Fabrice Hünd, plotseling, op Oudejaarsdag.

Fabrice
Fabrice gaf De Pijp kleur. Niet alleen met zijn mozaïeken, maar met zijn hele verschijning. Zijn vrolijke jas, volgestikt met gekleurde kraaltjes, zijn fiets met scherfjes. Wie nu door De Pijp loopt kan nog een viertal werken van hem bewonderen: twee raamschilderingen in de Quellijnstraat; ‘Het Kompas’, zijn eerste grote mozaïek, op het Marie Heinekenplein; het eerbetoon aan Lies Visser aan het bruggetje in het Sarphatipark en – zijn laatste grote werk – het hek vol vrolijke circusmozaïeken, geïnspireerd door tekeningen van leerlingen van de Oscar Carréschool. Misschien wel symbolisch als laatste werk: ooit gaf hij zijn “chaotische leven” op voor een leven met structuur toen hij een kind kreeg. Beschermen zat in zijn natuur. Fabrice speelde ook een rol in de kraakbeweging en het behoud van woningen in De Pijp tegen sloop.*

Paul
Een week voor zijn dood sprak ik Paul nog op straat. Hij had plannen voor een groot project, samen met een andere fotograaf. Hij liet niet méér los over de inhoud van het project dan dat het een grote expositie zou worden. Hij zag er fragiel uit. Het leven leek voor hem een beetje op te zijn. Wat ook bleek.

Paul en Fabrice waren generatiegenoten. Maar waar Fabrice altijd bezig was de buurt kleur en vrolijkheid te geven in zijn werken, leek Paul Blanca de wereld vooral te willen schokken. Zo liet hij met een scheermes een Mickey-Mousefiguur in zijn rug kerven om die te fotograferen als zelfportret. Het (pijnlijke) gebruik van zijn eigen lichaam was voor Paul een kunstzinnige daad, een consequentie van zijn gevoeligheid wellicht. Als buurtbewoners kenden we hem vooral in beschonken toestand, ondanks zijn vele pogingen om van de drank af te komen. Hij liep altijd met zijn hondje Dreutel achter zich aan. Geen drol werd ooit opgeruimd.

Scherven
Als kunstenaar verlegde Paul andere grenzen dan Fabrice, die het maken van mozaïeken naar een hoog niveau tilde. “Schilderen met scherven”, noemde hij dat.  Paul fotografeerde de donkere, destructieve kant van het bestaan. Met een diepe emotionele lading waardoor je aan zijn beelden bleef plakken. Hij maakte rauwe, pijnlijke foto’s, maar ook zeer gevoelige, zoals met zijn moeder. Zijn engagement lag meer in de sfeer van de persoonlijke ervaring, dan in het activisme, al zou je zijn schokken met beelden ook wel activistisch kunnen noemen. Of scherven van een leven.


we-gaan-de-vs-achterna-puritanisme-hypocriet

DADARA, beeldend kunstenaar in De Pijp

Datum: 14 februari 2022 / Editie: Februari 2022 / Auteur(s): Rob Godfried

Beeldend kunstenaar Dadara woont en werkt al heel lang in De Pijp. Tot 19 februari is een expositie van zijn werk te zien in Gallery KochxBos in de Jordaan, onder de titel: ‘Getting Lost in the Beauty of Chaos’. Tijd om eens met deze beroemde Pijpbewoner te spreken.

Als puber voelde Daniël Rozenburg de ironische kracht van DADA als kunststroming al goed aan en zo ontstond zijn artiestennaam: Dadara. Sinds zijn 17e heeft hij niets anders meer gedaan dan kunst maken. Dadara: “Ik besef hoe bevoorrecht ik ben dat ik dat altijd heb kunnen blijven doen.”

Dadara werkt in vele vormen en stijlen. Van cartoonesk tot sferisch en van zwart-wit tot fel gekleurd. Maar altijd vanuit een diepe behoefte om de lelijkheid van de wereld te bestrijden door die lelijkheid te benadrukken of met schoonheid te overweldigen. Van puur esthetisch tot activistisch als commentaar op een samenleving en een tijd waarin kunst en cultuur als ‘franje’ worden gezien. Met als gevolg dat deze pas als laatste ontlockt worden.

Schilderen met Def P
Dadara: “Door alle maatregelen werd ik helemaal ontregeld en kwam alles stil te liggen. Eerst gaf dat enorme stress, maar gaandeweg besefte ik de ruimte die kwam: samenwerking met verschillende kunstenaars, die ineens ook veel meer tijd hadden, ontstond, in ruimtes die leeg stonden omdat ze niet meer open mochten. Om twee popzalen te eren maakten Def P en ik schilderijen van Paradiso en De Melkweg. Ik begon met het schilderen van Paradiso, Def P met De Melkweg. De doeken werden enkele keren uitgewisseld en uiteindelijk live afgemaakt tijdens een stream vanuit Paradiso.”

‘The artist is not present’
“Mijn activisme kreeg ook vorm: Je kent ‘The artist is present’, waarin Marina Abramovic aan een tafel zit tegenover een bezoeker, en kijkt. Zonder haar stelt de opstelling niets voor. Van daaruit heb ik een tafel met stoelen neergezet op het museumplein onder de titel ‘The artist is not present’. Een statement dat door velen werd begrepen. Maar niet door de gemeente. Het werd na een paar dagen door handhavers weggedragen als illegaal. Met enige moeite kon ik het terugkrijgen en nu is het aangekocht door het Amsterdam Museum.”

“Kunst is ademen. Voor mij in ieder geval. Het maakt zichtbaar wat nog niet zichtbaar was. Een kunstenaar voorvoelt de wereld en drukt dat gevoel uit. Zo wordt iets onzichtbaars ook voelbaar. Kunst ráákt. De kijker, de luisteraar, de lezer.”


YouTube
Def P en Dadara Live painting vanuit Paradiso – 24 april 2020 Dadara.nl

Verder kijken:
‘Getting Lost in the Beauty of Chaos’ kochxbos.com/nl

Hospice Veerhuis: laatste rust in de drukke Pijp

Datum: 13 december 2021 / Editie: December 2021 / Auteur(s): Rob Godfried

In een van de twee doodlopende straten in De Pijp bevindt zich Hospice Veerhuis. Daar kunnen mensen die hun leven binnenkort eindig weten op een waardige manier sterven. Weinig bewoners van De Pijp hebben weet van dat hospice, met een prachtige tuin, midden in een woonblok. Behalve de direct omwonenden: zij applaudisseerden in coronatijd voor de verzorgers in het hospice. We spraken met Marius Gort en Marianne Nieuwenhuis, coördinatoren en verpleegkundigen. Over waarom iemand zou kiezen voor een hospice, dit hospice, om zich op het onafwendbare voor te bereiden en meer. We spraken ook met vrijwilliger Wies.

“Sommige mensen kiezen voor een hospice omdat het thuis niet valt te organiseren”, zegt Marianne. “Met twee kleine kinderen bijvoorbeeld. Of omdat er geen ruimte is voor speciale aanpassingen.

Het is hier heel kleinschalig, we hebben maar vier kamers, elk met een eigen doucheruimte. En er is een gezamenlijke huiskamer en keuken. Het is een bijnathuis voor de bewoners. Wie hier komt mag de kamer inrichten zoals die wil. Een huisdier meebrengen kan ook. De meeste mensen nemen niet zo veel mee. We bieden huiselijkheid en aandacht en de mogelijkheid voor familie en bewoners om samen met ons de zorg in te richten. We hebben veel vrijwilligers. Dat maakt het anders dan bijvoorbeeld in een verpleeghuis. De geplande zorg die professionals bieden is heel belangrijk, maar niet alles kun je plannen. Als je een plas moet doen… Louter professionele zorg is toch geldgedreven, terwijl wij juist zorggedreven zijn. Het gaat vaak om kleine dingen, zoals ontbijten met een bloemetje op tafel. Ook wij hebben natuurlijk last van het personeelsgebrek in de (thuis)zorg, maar we kunnen steeds de juiste mensen aan ons binden. We bieden de vrijwilligers trainingen en workshops. En de nodige ondersteuning in het verwerken van wat je hier meemaakt.”

Geen feest
“Het is echt geen feest om dood te gaan, maar wij maken de ruimte en de tijd om zo goed als maar mogelijk is te gaan”, zegt Marius “Er wordt hier geleefd met een intensiteit als nooit tevoren.

Het kan daarbij goed zijn doodgaan te zien als een avontuur waarin je beslissingen neemt, boos bent, ontkent, accepteert, onderzoekt, relaties herstelt, bewust afscheid neemt”, zegt Marius. “Maar waarin je ook lacht! Je sterft zoals je geleefd hebt. Wie niet avontuurlijk leeft zal ook niet avontuurlijk sterven. Zo kan iedereen bij ons zijn eigen keuzes maken en daarbij zullen we helpen. Euthanasie, bij voorbeeld, is bij ons bespreekbaar en mogelijk.”

“Iedereen kan hier komen, al is er soms een wachtlijst. De zorgverzekering vergoedt de reguliere zorgkosten zoals huisarts, thuiszorg, medicatie. Voor wie de eigen bijdrage voor de verblijfskosten niet kan opbrengen, hebben wij een fonds, van giften en donaties en soms een legaat.”

Intense band
Wies kwam elf jaar geleden als vrijwilliger bij Het Veerhuis werken. Naast haar baan bij de Postbank zocht zij naar vrijwilligerswerk dat haar meer verdieping in contact met mensen zou brengen. Na een aantal sterfgevallen in haar familie vond ze het bovendien vreemd dat ze van een sterfproces niets wist. Op zoek naar betekenisvol werk kwam ze zo bij Het Veerhuis.

Wies: “Je hebt hier een intense band met mensen, maar ook een heel specifieke. Het is voor de bewoners vaak heel prettig om een band te hebben met een onbekende. Dat maakt het vaak makkelijker om te praten over hoe je je voelt. Die behoefte is voor iedereen heel verschillend. Ik merk wel dat mensen met een klein netwerk er vaak meer behoefte aan hebben. De meeste gesprekken ontstaan spontaan. Bij de verzorging bijvoorbeeld, tijdens het eten of als ik de was opvouw.”

Goed luisteren
“Je moet als vrijwilliger goed afstemmen met de bewoners. Goed luisteren. Het sterven moet je bij de bewoner laten en geen onderdeel van jezelf laten worden. Je kunt zelf dan ook echt niet in de rouw zijn als je hier wil werken. Een behoorlijke dosis zelfreflectie helpt wel. Stilstaan bij hoe je je verhoudt tot het proces dat de bewoner doormaakt, zonder te oordelen. Iemand kan wel heel andere opvattingen erover hebben dan jij. Je kunt je ook heel ‘praktisch’ opstellen, een doener zijn. En geen vrijwilliger hier vraagt om dankbaarheid.”



Poezen

Poes bij bewoner in de kamer

In het tijdsbestek dat wij hadden vonden we geen bewoner bereid mee te doen aan een gesprek of op de foto te gaan. Daarvoor hebben we vanzelfsprekend alle begrip. Een bewoner wilde wél graag haar poezen op de foto. Dat zij haar poezen bij zich kan houden, is een voorbeeld van de werkwijze in Het Veerhuis. Elke bewoner kan er een eigen vertrouwde omgeving creëren.

Creatie zonder co in de De Zuidpunt

Datum: 1 augustus 2021 / Editie: Augustus 2021 / Auteur(s): Rob Godfried

In het karakteristieke hoekpand ‘De Zuidpunt’ aan de Gerard Doustraat/Quellijnstraat waren vorig jaar en begin dit jaar heel wat activiteiten. Bewoners hadden van de gemeente de gelegenheid gekregen er een cocreatieplek van te maken. Maar op 7 juli 2021 moesten zij op last van de rechter het pand ontruimen, na een door de gemeente aangespannen kort geding.

Misschien begrijp ik het niet goed meer. Ik kom dan ook uit de tijd dat er nog ‘buurtopbouwwerk’ bestond. Dat kon je leren op de sociale akademie. Dan leerde je om mensen van diverse afkomst en achtergrond in een buurt met elkaar te verbinden; te zoeken naar gezamenlijke belangen om voor te strijden ter ontwikkeling van de buurt en hoe koffie met koekjes uit alle windstreken daar bij konden helpen. De overheid was niet je vijand, maar het niveau waarop je plannen moest laten doordringen en waar de politieke wil moest worden gemasseerd als een onwillig lichaamsdeel.

Co-creatie!
Maar nu is alles anders. Het is zomaar de politieke wil geworden, althans in Amsterdam, om samen te werken met bewoners en ondernemers. Zou dat de reden zijn dat de opleiding ‘buurtopbouwwerker’ niet meer bestaat? Het hoeft niet meer: iederéén is het. Want: co-creatie!

Op 8 mei 2019 heeft de gemeenteraad de beleidsbrief democratisering vastgesteld waarin het volgende is opgenomen over co-creatie:

“We denken dat het belangrijk is dat de drempel om elkaar en ons te ontmoeten omlaag kan en moet. Daarom willen we zichtbaar aan beleid, projecten, buurten en straten werken op de locaties waar Amsterdammers niet om ons heen kunnen. We zijn daar waar het gebeurt, waar we nodig zijn en waar we willen en kunnen zijn. We gaan er op af, we zijn in gesprek en we gaan samen de nieuwe praktijk maken. Dat betekent dat er in de buurten fysieke plekken moeten worden gecreëerd waar mensen samen kunnen komen, die we gemeenschappelijk vorm geven, waar we samen kunnen werken, coöperaties kunnen oprichten, en zelf allerhande diensten met en voor de buurtbewoners organiseren. Co-creatie kan niet alleen.”

Luchtkastelen
Samen een nieuwe praktijk maken, dus. Gemeente met Amsterdammers. Op fysieke plekken. Mooi. In De Pijp werd dat ‘De Zuidpunt’. Het Wijkcentrum, dat al bijna vijftig jaar ervaring heeft met samen iets opbouwen in de buurt, werd weggestuurd, want de fundering moest worden hersteld en er moest worden bezuinigd. En zo ‘kreeg’ de buurt vanuit de gemeente een co-creatieplek. Voor een jaar. Er werd van uitgegaan dat er na een jaar geen fysieke plek meer nodig zou zijn. Luchtkastelen met ruimte genoeg.

Bewoners kregen een sleutel en mochten met de ruimte doen wat ze wilden. En dat deden ze. Ze co-creëerden zich een slag in de rondte. Tenminste, dat dachten ze. Want ze creëerden wel, maar de co ontbrak. Meerdere keren kwam de gemeente afspraken niet na. Wel kwamen bij vergaderingen, zoals van De Schone Pijp, betrokken ambtenaren in de Zuidpunt. En er kwam een keer een wethouder kijken en een stadsdeelbestuurder.

Krakers
En toen werd er geëvalueerd. Door ambtenaren en bestuurders. Zónder de mensen die het creëren hadden gedaan. Die weten nog steeds niet wat er in die evaluatie is besproken. Wat ze wel weten, is dat het jaar het jaar bleef. En dat ze aangezegd kregen het pand te moeten verlaten. Dat wilden ze niet, want daarvoor hadden ze zich niet ingezet: om alles wat was opgebouwd weer af te breken. Ze bleven zitten en werden krakers van de co-creatieplek. En zo werden ze dan ok behandeld in de rechtszaak, aangespannen door de gemeente. Als krakers. Niet als co-creators. Immers, ze waren alleen de creators. De co wilde niet meer. Zo kon het gebeuren dat in kort geding de rechter alle waardering over hun werk uitsprak, maar ja, daar ging de zaak niet over. Ze moesten er uit volgens de wet.

Veelkoppig monster
We kunnen beweren dat de creators naief zijn geweest. Dat ze dachten dat het wel los zou lopen met dat jaar en dat de gemeente zou zien wat ze allemaal voor elkaar hadden gebokst. En dat ze dan wel door zouden kunnen gaan. Maar de gemeente is een veelkoppig monster. De betrokken ambtenaren zien het wel. Maar er zijn anderen die gewoon bezig zijn met vastgoed, met de financiën, met de kaders weet je wel.

‘Hoor eens even, dat pand is gewoon geld waard. Als die creators er nu niet uitgaan kost dat bakken met geld. Schuldeisers staan straks op de stoep. Ze hebben toch een jaartje mogen spelen daar? En ze wisten het toch van tevoren? Wat een gedoe!’

Zo is ‘de nieuwe praktijk’ uit de beleidsbrief van de gemeenteraad over de Zuidpunt een farce geworden. De gemeente heeft ermee laten zien hoe belangrijk ze co-creatie vindt: niet.

Jongerencomité 4&5 mei organiseert aangepaste dodenherdenking

Datum: 26 april 2021 / Editie: April 2021 / Auteur(s): Rob Godfried

Al sinds jaar en dag vindt op 4 mei de dodenherdenking plaats bij de plaquette van IJssalon KoCo, vroeger gevestigd in de Van Woustraat 149. De joodse eigenaars van de ijssalon behoorden tot de eerste slachtoffers van de nazi’s in de Tweede Wereldoorlog. De aanleiding was een daad van verzet in de ijssalon. Eigenaar Ernst Cahn werd op 3 maart 1941 als eerste Nederlandse burger door een vuurpeleton doodgeschoten. Zijn compagnon Alfred Kohn werd gedeporteerd en vermoord in een Duits concentratiekamp.

Wat misschien niet iedereen weet is dat deze herdenking elk jaar wordt georganiseerd door het jongerencomité 4&5 mei in De Pijp, in samenwerking met Combiwel. Het jongste en het oudste comitélid vertellen over hun persoonlijke motivatie om hieraan mee te werken.

“Als je niet herdenkt, lijkt het alsof het nooit is geweest”
Fatima Assaf (13 jaar): “Ik deed een paar jaar geleden mee aan een rondleiding van een zoon van een oudverzetsstrijder. Daardoor ben ik me gaan verdiepen in de geschiedenis. Ik leerde er zoveel over dat ik begreep hoe belangrijk het is te herdenken. Zo ben ik bij de groep gekomen. Ik was eerst heel verlegen, maar nu niet meer. Als je niet herdenkt, lijkt het alsof het nooit is geweest. Super veel mensen komen naar de dodenherdenking en dat vind ik heel mooi. We zijn ook blij dat zoveel winkeliers ons elk jaar weer helpen om de herdenking te organiseren. Het leeft echt in de buurt.”

“Ik besef dat anderen hebben gestreden voor mijn vrijheid”
Wandana Jiawan (33 jaar) is al tien jaar bij het comité betrokken. “Wat me steeds meer is gaan raken is de betrokkenheid van zo veel mensen bij de organisatie en de verhalen die mensen over de oorlog vertellen. Er komt een tijd dat er niemand meer is die de oorlog zelf heeft meegemaakt, maar dan is ons comité er nog om die verhalen te vertellen. Wij hoeven nu niet bang te zijn, maar op veel plekken in de wereld zijn mensen dat wél. Ik besef dat anderen hebben gestreden voor mijn vrijheid. Die is niet vanzelfsprekend. Je kunt altijd in gedachten bij mensen zijn die nu geen vrijheid hebben. Wees in ieder geval altijd lief en aardig voor elkaar.”


Aangepaste dodenherdenking
Het is jammer dat ook dit jaar de herdenking vanwege corona niet massaal kan plaatsvinden. Maar er zal wel een film over te zien zijn op 4 mei.

Meer informatie vind u op:
Op Facebook: 
4en5meiComiteDePijp
Op Instagram: 4_5meicomitedepijp