Lunchroom Hannibal 40 jaar een begrip in De Pijp

Datum: 10 april 2026 / Editie: April 2026 / Auteur(s): Marianne Grunell

Indertijd is de lunchroom gestart door vader Mak, die zoon Leo meenam naar de zaak. Sinds 1998 wordt de lunchroom gerund door zoon Leo en zijn vrouw Jolanda, die pa Mak hebben opgevolgd. De lunchroom is ook wel bekend als de ‘eetkamer van De Pijp’. Deze eetkamer vind je op de hoek van de Ferdinand Bol- en Govert Flinckstraat.

Nostalgie
Een broodje halfom, een uitsmijter, een pannenkoek of een stuk appeltaart: het staat bij Hannibal op de kaart. Het menu bij Hannibal is al 40 jaar simpel en tegelijk gevarieerd. Eenvoudig is ook het interieur, waar op handgeschreven krijtborden de verschillende specials staan geschreven. Met de eenvoudige houten stoelen en tafels, bruinoranje plavuizenvloer en sfeervolle hanglampen lijkt het alsof de tijd heeft stilgestaan. Op iedere tafel staat een bloemetje of ligt een krant. In combinatie met het vriendelijke personeel, gekleed in witte polo en zwart-gestreept schort, bezorgt Hannibal de bezoeker een gevoel van nostalgie. Het is een zaak zoals je jammer genoeg steeds vaker ziet verdwijnen, ook in De Pijp. Leo weet dat er in de jaren tachtig meer ouderen langs kwamen. Nu bestaat de helft uit jonge mensen, maar voor het type consumptie maakt dat niet uit.

Hannibal presenteert nog steeds dezelfde kaart, met bijvoorbeeld huzarensalade met geroosterd brood. Wat veranderd is, is het zelf afbakken van brood of appeltaart. Dat kwam vroeger vers van de bakker.

Noord-Zuidlijn
Een moeilijke periode die bijna twintig jaar zou duren kwam met de aanleg van Noord-Zuidlijn. Tot overmaat van ramp brak ook nog de coronacrisis uit. Toch wist lunchroom Hannibal zich staande te houden. Een gemeentelijk schadebureau bood enige financiële compensatie. Leo vertelt over een stroef begin met de gemeente rond de aanleg van de Noord Zuidlijn. 13 Jaar stond er een hek op anderhalve meter voor zijn zaak. Maar terugkijkend herinnert hij zich toch vooral het overleg en het vertrouwen dat gaandeweg groeide. Er werd rekening gehouden met de winkeliers, en werknemers van de metro kwamen eten bij Hannibal. Nu is de Noord-Zuidlijn een succes, sluit Leo af.

Specials
Vanwege het jubileum tovert de lunchroom iedere maand een klassieker van vroeger terug die tijdelijk te bestellen is. In de zomer zijn er de ouderwets lekkere softijsjes en milkshakes. Door het hele jaar heen biedt de lunchroom iedere donderdag een speciaal koopavondmenu aan. Simpel, maar buitengewoon goed en lekker: zo is lunchroom Hannibal in De Pijp.

Van links naar rechts: Jolande, broer Pieter Mak en Leo Mak - Foto: Rob Godfried

Tweedehands Witgoed in De Pijp

Datum: 10 april 2026 / Editie: April 2026 / Auteur(s): Marianne Grunell

Een website of reclame is niet nodig voor goederen zoals koelkasten of wasmachines – met een schrammetje. Klanten komen via mond-tot-mondreclame. En klanten komen terug. Soms van generatie op generatie. Dat levert verhalen op en maakt de winkel ouderwets gezellig. Mensen doen een bakkie in de winkel en nemen dan weer nieuwe klanten mee.

De winkel bestaat 40 jaar. Bedrijfsleider Alex is in 1985 gestart. Ook bedrijfsleider Ron loopt al sinds 1997 mee. Aan het interieur is niets veranderd, het heeft nog steeds iets van een fietsenwinkel met een reparatieafdeling. In de jaren tachtig leverde de winkel vooral kachels. “Dat was een mooie tijd, je kon mensen die in de kou zaten onmiddellijk helpen”, vertelt Alex. Die sfeer heeft de winkel gehouden. Geen internet, gewoon enkel een vaste telefoon, die wordt aangenomen door een persoon, Alex of Ron. Bonnen schrijven ze uit.

De kachels zijn sinds 15 jaar op hun retour. Nu is witgoed het belangrijkste product. A-merken zoals Siemens of Bosch of het iets duurdere Miele. De gebruikte goederen zien er als nieuw uit, maar kosten slechts een derde van de nieuwprijs. Ze komen meestal direct van de fabriek, vaak met lichte schade.

Vaste klanten
Vaste klanten zijn vooral particulieren maar ook makelaars en aannemers. Voor de oudere generatie klanten is het belangrijk dat zij een aanspreekpunt hebben. Dat biedt het internet niet. Hier wordt gebracht, geïnstalleerd en afgevoerd tegen een redelijke prijs. Ook biedt Ceintuur’s gebruikte goederen naast de bekende garantie, service. Die telefoon dus. Daar kun je terecht met je kleine en grote vragen. Dat vinden mensen belangrijk, weet Alex.

Er komt zo’n vaste klant binnenlopen. Hij komt hier nu opnieuw voor een wasmachine. Even vergelijken. Een Bosch blijkt weer een goede aankoop. De klant komt hier al 30 jaar. Tevreden dus. En die klanten komen niet alleen uit De Pijp.

Ik was geïnteresseerd in de winkel met tweedehands witgoed, omdat ik verwachtte hier een ouder deel van De Pijp tegen te komen. Onzin! Mensen kopen hier omdat ze geen dief van hun eigen portemonnee willen zijn. En omdat het milieu er ook mee gediend is.

Alex in het witgoed - Foto: Rob Godfried

LENA: een leenwinkel voor kleding

Datum: 16 februari 2026 / Editie: Februari 2026 / Auteur(s): Marianne Grunell

Op de kleding staan zogenoemde credits, die aangeven hoeveel de kleding per dag kost. Redacteur Marianne Grunell spreekt met Elisa Jansen, co-founder van LENA.

Een credit staat voor 25 eurocent per dag. Om bijvoorbeeld veertien dagen een hemdje van King Louie te lenen kost dat zeven euro. Er is ook de mogelijkheid om vervolgens het item te kopen en dan worden de eerder betaalde kosten eraf getrokken.

Elisa Jansen licht toe: “Veertien dagen is onze minimale leenperiode dus je kunt een item ook langer lenen. Het gaat erom dat je gedurende veertien dagen iets in jouw bezit moet hebben. Je kunt dat King Louie hemdje ook voor zeven dagen lenen en dan wisselen voor een jurk. Veel klanten zien LENA als onderdeel van hun eigen kledingkast. Ze lenen continu wat items en wisselen iets wanneer ze erop uitgekeken zijn.”

In de decembermaand zijn er drie rekken met feestkleding: veel glitter en feestelijke outfits. Je vindt daar het merk Dea Dora: ontwerpen van Diana Jansen. Dit is de zus van Elisa en tevens co-founder van LENA. De feestkleding maakt Diana van oude stoffen: een mooie duurzame oplossing.

Als ik er ben komen er jonge dames binnen voor de feestkleding en gaan ook nog weg met casual truien of vesten. Een lid brengt feestelijke kleding terug die zij had geleend voor een bedrijfsfeestje. Het is een ideaal aankoopmodel voor vrouwen met een kleine kledingkast die op zo´n tiny house-etage in De Pijp wonen. Ook voor twijfelaars werkt LENA perfect.

Duurzaamheid en kwaliteit
LENA staat naast duurzaamheid ook voor kwaliteit met merken als Hunkon en MSCH die verfijnde, Scandinavische mode ontwerpen. Ook vind je duurzame merken als Kuyichi en Ellastiek. In de winkel is er gesorteerd op kleur en de mooie stoffen springen eruit. Ik val voor een knal turquoise blouse. Zo’n kleur waarmee je in de winter de zomer aankondigt. Ik kan de blouse huren voor vier credits per dag, een euro dus, en zonder berekening van mijn credits, ben ik voor 75,- euro de eigenaar.

Met De Pijp Krant in je hand kun je tot de lente gratis lid worden. Je vindt de winkel in de Daniel Stalpertstraat en in de Jordaan.

Lena in haar winkel - Foto: Paul Paree

De vrijwilligers van Vereniging Sarphatipark

Datum: 17 oktober 2025 / Editie: Oktober 2025 / Auteur(s): Marianne Grunell

De Vereniging probeert het park op orde te houden met nieuwe aanplant of het verwijderen van onkruid en afval. Binnen de kortste keren loopt deze redacteur met een lege bierfles en spuitbus in de handen, op weg naar de stort.

Coördinator Hans Juncker begeleidt de vrijwilligers en moedigt ze aan. De vrijwilligers zaaien, snoeien en wieden onkruid. Maar ze prikken toch vooral afval. Woensdagmiddagen met een consumptie toe, en zondag met koffie en taart. Hans heeft de coördinatie op zich genomen omdat hij aan het park woont en door de jaren al veel ongeregelds zag. Hans is ook bestuurslid van de Vereniging Sarphatipark, dus de lijnen zijn kort.

Terwijl ik het kleine afval vasthoud, jongleren Hans en een vrijwilligster met een bouwmat van 200 bij 140 centimeter. Een tweepersoonsbed? Er volgen uit dat bosje nog een doorweekte rugzak, toilettas met vork en een beker. Wat er niet al wordt gevonden in het park! Een selectie: we vinden kinderzitjes uit een auto, een betonnen bankje of verlaten tentjes, nog meer doorweekte rugzakken en een houten paard van gauw tachtig centimeter. Het paard mag blijven. Wat angstig benaderden ze wat ooit een plastic rol was, toch geen lijkje… Gelukkig niet.

Eigendom of afval
Memorabel zijn de momenten waarop er gekozen moet worden tussen te respecteren persoonlijk eigendom of op te ruimen rotzooi. In de groep ontstond eens discussie of ze de gevonden tas met goede kleding voor vrouwen en kinderen en een slaapzak mochten weghalen. Gelukkig kwam Handhaving langs, die koos voor persoonlijk eigendom. Hans heeft toen een briefje in het Nederlands en Engels gemaakt: als de kleren niet binnen een week zouden worden weggehaald, zouden ze worden opgeruimd. Een week later was de tas met kleding inderdaad verdwenen.

Leden van de Vereniging Sarphatipark werken samen met de gemeente, die faciliteert door de grote projecten aan te pakken, zoals snoeien, maar ook door schenkingen. Zoals rozen voor een haag, die door de vrijwilligers werd geplant en nu wordt bijgehouden. Of de 5000 bloembollen die binnenkort binnen zullen komen. Nu moeten ze nog de grond in. Daar is hulp bij nodig, die de afdeling groenvoorzieningen van de gemeente hopelijk gaat leveren.

Naast de gemeente willen ook de peuters van kinderopvang Woest Zuid wel helpen; die hulp was welkom bij het verspreiden van houtsnippers. Dat vonden ze machtig mooi. Het Sarphatipark is het meest intensief gebruikte park van Amsterdam. Nu maar hopen dat jong geleerd, oud gedaan … echt bestaat.

Aan het begin van het werk - Foto: Rob Godfried

Leven in De Nieuwe Pijp

Datum: 1 september 2025 / Editie: Augustus 2025 / Auteur(s): Marianne Grunell

Witte boorden. “Dat huren gebeurde via de socialistische Woningbouwvereniging De Dageraad. Ook een enkele wethouder, zoals Ada Wildekamp (wethouder voor de sociaal democratische PvdA in het Amsterdams Gemeentebestuur) woonde in de jaren tachtig in de buurt,’’ aldus Irene Cieraad, antropoloog en onderzoeker op het terrein van wonen in Amsterdam. Met Irene Cieraad duik ik in de huidige en vroegere bewonerssamenstelling van De Nieuwe Pijp, waar zijzelf sinds 1988 woont: “De Tellegenbuurt moest een volksbuurt worden, maar handarbeiders met hun gezinnen zag je er niet. Deze handarbeiders konden de hoge huren niet betalen. De arbeiders die hun brood verdienden bij bijvoorbeeld de NDSM-werf in Amsterdam Noord, de zogenoemde blauwe boorden, woonden in tuindorp Oostzaan.”

Gezinnen
Irene Cieraad vertelt dat de belangrijkste verandering in de buurt in de jaren tachtig de opkomst van eenpersoonshuishoudens was, terwijl de gezinnen uit de buurt trokken. Met twee kinderen waren de huizen te klein voor huishoudens waar ieder kind in principe een eigen slaapkamer had. “Door die gezinnen was er leven op straat, kinderen speelden op de stoep, mensen waren betrokken bij elkaar en meer gericht op de buurt. Buurtbewoners deden hun dagelijkse boodschappen nog op het Henrick de Keijserplein. Het was een buurt waarin het touwtje van Terlouw uit de brievenbus hing. Totdat een pyromaan zich ’s nachts met dat touwtje toegang verschafte tot een pand en op zolder brand stichtte.”

Ontwinkeling
“Met het vertrek van de gezinnen kregen de winkels voor de dagelijkse boodschappen het steeds moeilijker. Als laatste vertrok in 2012 de buurtsuper aan het Henrick de Keijserplein. Daarvoor had de Turkse groenteman het al opgegeven. Er waren in de jaren tachtig rond het plein een bakker, een groenteman, een bloemenman en een slager,” vertelt Irene Cieraad verder. “Typerend voor de veranderingen in de buurt, is het vertrek van de fietsenmaker, met stalling – als laatste. Nu zit er een pop-up winkel met dure design spullen.”

Tegenwoordig wonen er wel weer jonge gezinnen in de buurt. Gezinnen, die nu ook veel moeilijker de buurt weer uitkomen, omdat in Amsterdam huren nagenoeg onmogelijk is en kopen voor de meesten financieel niet haalbaar, zo vertelt Irene Cieraad. “Woningbouwcorporaties, georganiseerd via de traditionele zuilen, van protestant tot socialistisch, gingen na 2010 woningen verkopen. Dat nieuwe aanbod speelt op de achtergrond van de bewoning door studenten en de opkomst van expats als woningeigenaar. Sommige studenten worden gefaciliteerd door ouders die etages kunnen kopen voor hun studerende kinderen. Samen met één of twee medebewoners zijn de kosten van een hypotheek te betalen.” Wie kan en wil moet tegenwoordig meer dan vijf ton neerleggen voor woningen van zo’n vijftig vierkante meter. Expats kunnen deze financiële verplichting gemakkelijker aangaan vanwege hun belastingvoordeel en salaris. Al is de binding van expats minder met de buurt, ze onderhouden wel een dicht netwerk van koffieschenkers in De Pijp.

Dit was geen bakker, maar wel een van de winkelruimtes waar Irene Cieraad het over heeft. Het was een winkelruimte in één van de zogenaamde “Bakkerpanden”, gelegen aan het Henrick de Keijserplein.

Persbericht Bakkerdemo 18 februari 2006

Op zaterdag 18 februari organiseren de krakers en huurders van de Bakkerblokken, gelegen rond het Henrick de Keijserplein, een protesttocht door De Pijp. Dit is een protest tegen de plannen van G.W. Bakker die al jaren bezig is de huurders van de panden hun huis uit te krijgen om plaats te maken voor luxe appartementen. Het is voor de huurders onmogelijk na de verbouwing in hun oude huis terug te komen. Uit protest tegen de plannen van Bakker en ter ondersteuning van de huurders zijn in februari 2004 zeven etages in de Bakkerblokken gekraakt.

De buurt kwam dus in actie. Er kwam steeds meer verzet tegen G.W. Bakker, die de woningen wilde samenvoegen om er dure koopwoningen van te maken. Er zijn zelfs kamervragen geweest. Uiteindelijk zijn de huizen in bezit gekomen bij corporatie het Oosten/Stadgenoot. Die corporatie heeft een gedeelte van de woningen toch weer geliberaliseerd en verkocht.

Henrick de Keijserstraat 27 - Beeldbank Stadsarchief Amsterdam - Fotograaf: Martin Alberts

De kleine Konditorei van Bettina

Datum: 19 maart 2025 / Editie: Februari 2025 / Auteur(s): Marianne Grunell

Duitse traditie
Geboren in Den Haag met twee Duitse ouders is Bettina tweetalig en in twee culturen opgevoed. Van haar moeder leerde ze bakken. En erfde ze de hartstocht, die zich steeds duidelijker in haar leven manifesteerde. Bettina kreeg geen energie meer van haar werk in de sociale sector, maar elke vrijdagavond stond ze tot diep in de nacht te bakken voor een bakkerskraam op de Nieuwmarkt. Dat gaf haar wel energie. Dus ze raadt iedereen aan: ‘‘Zoek de bakker in jezelf.’’

Bettina bouwt voort op een Duitse traditie van het bakken van taarten en met Kerstmis ook nog koekjes. In Duitsland bakt men dan koektrommels vol en geeft ze cadeau aan familie en vrienden. Waarin onderscheidt haar gebak zich van dat van anderen? Minder vet, minder suiker? ‘‘Nee, dat kan ik niet waarmaken’’, zegt Bettina. ‘‘Maar bij mij moet suiker de smaak, bijvoorbeeld bij de pruimentaart, ondersteunen. Suiker staat ten dienste van de smaak.’’ Ook bij Bettina wordt met suiker gewerkt en gebakken met roomboter, alleen zo min mogelijk.

Hartstocht
a het bakken voor de kraam op de Nieuwmarkt, kreeg ze de kans om een bakkerij op de Van Wou over te nemen. Dat was natuurlijk een grote beslissing: een eigen Konditorei. Sinds 2009; het blijft goed gaan en er blijven nieuwe klanten komen. Sommigen komen voor het Duitse gebak, anderen domweg omdat het lekker is. Bettina staat voor biologisch en kan desgewenst ook vegan of glutenvrij werken. Ik vraag naar verschillen tussen de klanten. ‘‘Nou vooruit. Komt een Nederlander in de winkel en zegt: ‘Ik krijg acht gasten, twee eten geen taart, dus doet u maar zes stukken van dezelfde taart, anders heb je kans op heibel.’ Komt een Duitser in de winkel, en zegt: ‘Ik krijg acht gasten. Ze lusten er wel drie per persoon, dus geeft u mij maar vierentwintig gebakjes. En graag gevarieerd, dan kunnen ze kiezen…’’

Bettina brengt mij terug bij mijn Duitse grootvader, in de jaren dertig van de vorige eeuw banketbakker in Amsterdam. Zijn kroketten bleven een legende in de familie. De banketbakkerij aan de Korte Leidse Dwarsstraat ging in de crisisjaren tussen de twee wereldoorlogen al snel failliet, en ook zijn huwelijk liep op de klippen. Ik heb met hem te doen. Hij was banketbakker in de verkeerde tijd. Bettina heeft de tijd mee in een buurt die alsmaar rijker wordt. Dus wil je in februari weer eens genieten van een verrassende taart, loop dan even langs bij Bettina. 

Bettina in haar bakkerij - Foto: Paul Paree

Elektrisch deelrijden in De Pijp

Datum: 5 juni 2023 / Editie: Juni 2023 / Auteur(s): Marianne Grunell

De bouw van een parkeergarage onder het Willibrordusplein is definitief van de baan. Eind april ontvingen omwonenden de brief van de gemeente waarin dit wordt bevestigd. Veel omwonenden slaakten een zucht van verlichting. De strijd tegen de parkeergarage is gestreden. Maar het aantal parkeerplaatsen in de buurt blijft afnemen. Vergroening, verstilling en verbetering van de verkeersveiligheid verminderen het aantal parkeerplaatsen. De garage zou dat verlies aan plaatsen compenseren. Wat nu? Daar is een oplossing voor. Meer doen met minder auto’s: auto’s delen. In 2022 is de vereniging Elektrisch Deelrijden De Pijp (EDdePijp) van start gegaan. We spraken met initiatiefnemers Harry Kappelhof en Bas Groot.

Initiatiefgroep
De initiatiefgroep startte in 2018. Vier jaar later reed de eerste auto. In de tussentijd was er veel vergaderd en was er samenwerking gezocht met Stadsdeel Zuid en het (Chef Technology Office) CTO team van de gemeente. Er kon een contract met de gemeente worden getekend, nadat Diks, als commerciële partij, de auto’s zou gaan leveren. Elektrische auto’s worden steeds belangrijker en de initiatiefgroep onderneemt veel om bewoners te verleiden. Zo is het lidmaatschap van de vereniging voorlopig gratis, zijn er informatieflyers, is er een goodiebag en zijn er proefrijdagen georganiseerd. Dit elektrisch deelrijden is een initiatief van bewoners die gemak en duurzaamheid willen combineren. Het delen van auto’s en andere vervoermiddelen bestaat al lang – denk aan Greenwheels -, maar nu worden ze elektrisch aangedreven. Het initiatief is bedoeld om een aantrekkelijk alternatief te bieden voor de eigen auto. Parkeerplaatsen kunnen dan op termijn verdwijnen. Dat blijkt een majeure operatie. Er moet weerstand worden overwonnen: je eigen auto wegdoen is geen makkelijk besluit, maar ook elektrisch rijden zonder contactsleutel stelt nieuwe eisen aan de chauffeur. Zelfs de initiatiefnemers hebben wel eens stil gestaan, niet bij machte de auto aan de praat te krijgen. De ruim 220 leden van de Vereniging Elektrisch deelrijden vinden nu alleen nog vijf auto’s in de Willibrordusen Hemonybuurt. Maar uitbreiding naar andere buurten is gepland.

Ouderen
Belangrijke doelgroep van het project zijn ouderen, die weinig rijden maar hechten aan een eigen auto, het liefst voor de deur. Voor deze groep is het belangrijk dat de parkeervergunning drie jaar behouden blijft, dan kan men nog van mening veranderen. De initiatiefgroep probeert de elektrische auto dichterbij te brengen en heeft verschillende acties bedacht, zoals het uitdelen van een strandtas om drankjes koel te houden ‘we gaan naar zee’, om de drempel te verlagen en de elektrische deelauto publieksvriendelijker te maken. ’Elektrisch’ vraagt een andere manier van rijden dan op fossiele brandstof. Er is daarom een instaphandleiding gemaakt voor ‘nieuwe elektrische chauffeurs’.

Gebruikerservaring
Nathalia, een enthousiaste gebruiker, is erg blij met de elektrische deelauto’s: “De auto’s rijden fijn, en zijn vaak beschikbaar. Het is ideaal om snel ergens heen te gaan. Ook voor een dagtrip met mijn twee kinderen. De kosten zijn ook goed te doen. Ik vind het handig dat je alleen betaalt voor het gebruik. Ook vind ik het fijn dat je weet dat je de auto’s deelt met buurtbewoners en er dus samen voor zorgt dat de auto’s in goede staat blijven en dat je er samen voor ‘zorgt’.”

“Als ik een auto had”, zo concludeert ze, “zou ik die nu zeker wegdoen.”

Veel leden van de vereniging zijn geen (pre)pensionado, ze zijn veelal jonger en vaker expat. Niet in het bezit van een auto zijn zij sneller over de drempel te trekken met het financieel aantrekkelijke nulurenabonnement: je betaalt pas als je rijdt. Bovendien blijkt dat met aftrek van de vaste lasten van een eigen auto, een elektrische deelauto over een jaar bezien, niet duurder is dan een eigen auto.

Nog altijd zijn er teveel, vaak inefficiënt gebruikte auto’s in De Pijp. De initiatiefgroep blijft daarom enthousiast werken aan de uitbreiding van het elektrisch deelrijden.

 

Diks verstrekte ons de volgende gegevens.
In april zijn de deelauto’s 1115,5 uur in gebruik geweest. Er zijn in die tijd 8248,3 kilometers gereden, in één maand dus.

EDdePijp heeft 212 leden aangemeld. Actief gebruik van de auto’s door 39 leden. Deze actieve leden waren goed voor 144 boekingen in april en 422 boekingen vanaf 1 januari t/m 30 april 2023.

In aanmerking moet worden genomen dat het project nog maar zeer kort loopt en aan deze gegevens dus nog geen conclusies kunnen worden verbonden. Het kan worden gezien als een stand van zaken per 1 mei 2023.

Tellegenbuurt: nog nooit zo divers

Datum: 17 april 2023 / Editie: April 2023 / Auteur(s): Marianne Grunell

In Koffie & Katoen, een winkel waar koffie wordt geserveerd en katoenen kleding wordt verkocht, praat ik met enkele vrouwen over hun Tellegenbuurt. Dat vrouwen van alle leeftijden hier bij Koffie & Katoen op het Henrick de Keijserplein een koffietje doen en natuurlijk havermelk prefereren, zegt al iets over de buurt. Het is een veranderende buurt. Ik wil graag weten hoe oudere buurtgenoten in de huurwoningen zich opstellen tegenover nieuwelingen, bijvoorbeeld yuppen in de koopwoningen. Al is zo’n 70% van de woningen anno 2022 nog een huur/corporatiewoning, door de verkoop van etages wonen er nu veel nieuwe buurtgenoten – met heel verschillende achtergronden – door elkaar. Dat is soms lastig, maar over het geheel toch positief, stellen de vrouwen.

Buurtsuper passé
Buurtgenoten die soms meer dan 20 jaar in de buurt wonen, bevestigen stuk voor stuk het zogenoemde proces van gentrificatie, waarbij sociale huurwoningen verkocht worden als particulier appartement. De buurt wordt gewaardeerd door expats en zo zijn woningen met krankzinnig gestegen prijzen naar de dikkere portemonnees gegaan. Ondertussen stegen de huren ook buitensporig, in 10 jaar tijd betaal je rustig maandelijks 400 euro meer.

In de winkel van Koffie & Katoen was de buurtsuper gevestigd. Daar werden op het laatst vooral sigaretten en ijsjes gekocht. Het Iraanse echtpaar dat de super uitbaatte hield er tenslotte na 2010 mee op. De Turkse groenteman is ook van het Henrick de Keijser plein verdwenen, evenals de slager en de groenteman. De winkels op het plein waren bedoeld voor de dagelijkse boodschappen. Er was toen nog een politiebureau in de Pieter Aertsz straat en een eigen Stadsdeelkantoor. Veel vitrage met kant is nu vervangen door Varilux met daarachter grijze computerschermen.

Rode Loper
Symbolisch voor de verandering is de ‘Rode Loper’, de jaarlijks terugkerende Kunstroute van open ateliers. Dat was ooit een vriendelijk, beetje rommelig gebeuren, herinnert een buurtgenoot zich, maar nu is de organisatie strak en gestileerd. Een andere buurtgenoot, die hier zo´n 35 jaar woont, merkt op dat de bewoning sinds de jaren tachtig is veranderd, van kleine gezinnen naar veel grotere gezinnen en weer later alleenstaanden. Oudere huurders trokken weg uit de buurt. De verkoop van woningen begon na 2010. Rijke ouders kochten ze voor hun studerende kinderen. Vrienden of vriendinnen huurden mee, waarvoor woningen werden verkamerd. Dat leverde een jongere generatie op die weinig binding had met de buurt. Dat geldt ook voor de yuppen die ook in beeld kwamen als kopers. Er zijn minder kinderen op straat. Des te meer honden. De functie van de winkels is veranderd en overgegaan in dienstverlening zoals kinderopvang of een vroedvrouwenpraktijk. Een deel van de winkels is tegenwoordig bewoond, waarmee hedendaagse verschijnselen als woningnood enerzijds en winkeloverschot anderzijds weer samenkomen in de Tellegenbuurt, een buurt in voortdurende transitie.

 

De Pijp als Europese vrijplaats voor pornografie

Datum: 21 februari 2023 / Editie: Februari 2023 / Auteur(s): Marianne Grunell

Pornografie is van alle tijden. Tegenwoordig wordt het woord “porno” voor van alles gebruikt. Zoals in “gereedschappenporno”. Gebruikt als iemand verslaafd is aan het kijken naar YouTubefilmpjes over allerlei gereedschappen, zoals waterpomptangen. Echt waar. Ook echt waar is dat De Pijp eind 19e eeuw het centrum was van verspreiding van porno.

In 1885 was Amsterdam een vrijplaats voor pornografische uitgaven. Deze zogenoemde ‘vliegende blaadjes’, dun en daarmee onherkenbaar te versturen door afwezigheid van kaften en dergelijke, bleken veelal te worden gedistribueerd vanuit De Pijp. Parijs had, naast culturele hoofdstad van Europa, ook de naam van de Europese broedplaats van zedeloosheid. Voorafgaand aan Amsterdam gold Brussel als hoofdstad van plezier en verderf. Maar vanaf 1885 trok Amsterdam pornohandelaren uit het buitenland. Zij vestigden zich in De Pijp. De liberale wetgeving in Nederland bood hen nieuwe kansen.

Pornografie uit De Pijp
Zo vluchtten na 1885 de Franse Auguste Brancart en François van Crombrugge met hun gezinnen uit het repressieve Brussel naar de Amsterdamse Pijp. Brancart woonde op de Ferdinand Bolstraat 44 hs. De buurt deelde hij met uitgevers als Dirk Buijs, Tweede Jan van der Heijdenstraat 20 en Carl Wilhelm Max Paul Shorter in de Frans Halsstraat 24. In de Tweede Jan van der Heijdenstraat, op nummer 26 en 30, hielden verschillende Europese vluchtelingen kantoor. Ook Oost-Europese uitgevers trokken naar Amsterdam, zoals Carl Gustaf Bellak uit Belgrado. Bellak woonde op de Albert Cuypstraat nr 69.

Werden de dunne pornografische drukwerkjes anoniem of verhuld tegen betaling verstuurd, sommige titels en illustraties laten weinig over aan de fantasie: Pomme d‘ amour, Liefdesappel, met zicht op een kloek getekende vagina. Gedrukt in Montreal, Canada in 1893, om vervolgens het Europese publiek te inspireren of vermaken. August Brancart tekende voor de druk en de distributie. Zijn naam komt terug als drukker en verkoper van titels als A story of a dildoe. Een catalogus geeft ondubbelzinnige titels als: New Model Photos of Young Girls: 6 to 12 Years of age, in all positions imaginable of Sool-stirring Amusements of a White Woman with a brute African-Negro in 25 attitudes. We schrijven ongeveer 1890. Vanuit De Pijp worden deze titels aangeboden: meisjes tussen 6 en 12 jaar in alle denkbare houdingen, blanke vrouw speelt met een brute zwarte Afrikaan, en wel 25 keer anders. Al meer dan een eeuw kennelijk constanten in de fantasie van veel mannen.

Liberale zedelijkheidswetgeving
Wat zochten deze boekhandelaren en handelsagenten in Nederland en wat vonden ze in de Amsterdamse Pijp na 1885? Deze zogenoemde ‘Amsterdam gang’ werd aangetrokken door het liberale klimaat en de tolerante zedelijkheidswetgeving in Holland. In 1886 trad, na de keizerlijke Franse Code Pénal, nieuwe wetgeving in werking. In artikel 240 van het nieuwe Wetboek werd het drukken en verspreiden van pornografie in ‘de vliegende blaadjes’ strafbaar gesteld. Maar in de toelichting stond dat de wetgever het niet tot zijn taak rekent om burgers te beschermen tegen vrijwillig gezocht zedenbederf. Zo is liberale tweeslachtigheid in de wet verankerd. Individuele consumptie mag, maar productie en verspreiding niet. Vraag blijft: hoe komen de consumenten aan de blaadjes?

De buitenlandse handelaren kwamen hier enige jaren mee weg. Boeken waren geen object van zorg en de dunne boekjes en pamfletten, de ‘vliegende blaadjes’ waren niet strikt als strafbaar gedefinieerd. Het was aan justitie om aan te tonen dat de drukwerkjes niet ‘onbedoeld’ onder de ogen van onschuldige burgers zouden komen. Daar maakte justitie wel werk van. De handelaren werden in de loop der jaren in de gaten gehouden. Zo werd in 1895 bij boekhandelaar François van Crombrugge boekjes met een geschatte waarde van 30.000 gulden in beslag genomen en vernietigd. Van Crombrugge en ook Brancart werden veroordeeld, maar deze oordelen werden weer vernietigd. Tenslotte werden ze echter alsnog toegewezen door de Hoge Raad. De interpretatie van verspreiding werd strikter, waardoor ook verspreiding door verzending ‘op verzoek’ strafbaar werd. Deze uitspraken zouden pas in 1911 leiden tot een herziening van artikel 240 van het Wetboek. En daarmee hield De Pijp voorlopig op verspreider van pornografie te zijn.


Bron: Bert Sliggers, ‘Amsterdam als porno hoofdstad van Europa, 1885-1900’, De Boekenwereld.
Blad voor bijzondere collecties, 35-2/2019, p. 78-83

BLIK OP EEN BUURT: Diamanten verdrijven monument Dora Tamana uit het Asscherkwartier

Datum: 19 december 2022 / Editie: December 2022 / Auteur(s): Marianne Grunell

Een interview met Ingrid van Alphen over het Dora Tamanaplein dat onderdeel is geworden van het “Asscherkwartier”.

Samen met Ingrid van Alphen sta ik onder het stratenbordje Cullinanplein Diamantbuurt, een verbindingsstraatje in de Willibrordusbuurt waar de Openbare Bibliotheek Amsterdam en theater en café CC Amstel zijn gevestigd. De Cullinan is een zeer grote diamant, vernoemd naar de eigenaar van een Zuid-Afrikaanse mijn. Begin 20e eeuw is deze gekliefd en ge slepen door Joseph Asscher van de Koninklijke Asscher Diamant Maatschappij. Opmerkelijk is dat het stadsdeel ons wil doen geloven dat we ons in de Diamantbuurt bevinden. Diamantbuurt staat er op het bordje, terwijl die buurt volgens de kaarten pas elders begint.

Wat is hier aan de hand? Heeft het stadsdeel zijn geheugen verloren?

Denktank
De Asscherfabriek was een diamantslijperij en vormt een van de randen van het Dora Tamanaplein, maar ook niet meer dan dat. De ontwikkeling van wat nu het Asscherkwartier heet, begon juist met het Dora Tamanaplein, waar in 1988 de eerste sociale huurwoningen werden opgeleverd. Ingrid van Alphen was, samen met haar dochtertje, een van de eerste bewoonsters. Vanaf het begin was zij betrokken bij de ontwikkeling van het plein. (Zie ook ‘Toch feest op het vernieuwde Tamanaplein’ in De Pijp Krant 2018, nr 5). Zij was door de jaren heen contact- en regelpunt van de diverse inspraakgroepen. Sinds 2006 was dat de ‘Denktank  Archiefterrein’, toen het omvattende plan werd gepresenteerd voor het vullen van de ruimten na de sloop en verhuizing van het Gemeente Archief. De kern van de denktank bestond uit zo’n twintig omwonenden en Ingrid hield digitaal de achterban, een groep van nog eens 88 buren, op de hoogte van alle ontwikkelingen. Inspraak van de omwonenden over het gehele terrein – groen, veiligheid, bouwhoogte, huisvesting, culturele invulling, noem maar op. Alles kwam in die jaren aan de orde tijdens vele inspraakavonden met het stadsdeel en het overleg met belangrijke opdrachtnemers als Volker Wessels.

Kunstwerk Dora Tamana zoek
Een van de kwesties die Ingrid doen kleuren van verontwaardiging, is het verdwijnen van het monument ontworpen door Tine van de Weyer dat in 1990 is onthuld. Dat sculptuur hing aan de achterzijde van het stadsarchief. Opgedragen aan de Zuid-Afrikaanse vrijheidsstrijdster Dora Tamana (1901-1983) bracht de kunstenares een hommage aan deze strijdster. In 2010 is het moderne deel van het stadsarchief afgebroken en moest de sculptuur worden opgeborgen. Veel bewoners gaven aan het kunstwerk te willen terugplaatsen. Maar niet alleen is het kunstwerk verdwenen en vernietigd, de beeldhouwster, die een veelheid aan oorlogsmonumenten op haar naam heeft staan, is niet uitgenodigd voor het creëren van een nieuw kunstwerk. Vervanging van het monument was in het definitief ontwerp voor het gebied uit 2016 niet opgenomen. Het nieuwe kunstwerk uit de percentageregeling van de gemeente moest het karakter van hele gebied (met verder allemaal namen van edelstenen) benadrukken. In de formulering van de kunstopdracht is dan ook geen enkele verwijzing naar Dora Tamana te vinden. Het gedachtengoed van Dora Tamana werd zo geheel verdrongen door diamanten. Navrant als je weet dat de werkers in de diamantmijnen vooral zwart waren. Een gebrek aan historisch besef lijkt de deelraad parten te spelen.

Is het exemplarisch voor de omgang van de lokale politiek met de bewoners? Ingrid van Alphen benadrukt dat zij met de denktank een gemengde invulling van alle vrijgekomen ruimten op het plein wilden, met sociale huur, studentenhuisvesting, een kind- en speelvriendelijk plein, en huur- en koopwoningen, met kunst, cultuur en graag zonder school.

Steenmassa
De denktank wilde ook aandacht voor de omgeving, de horizon en de plint (onderstuk van de oude fabriek), voor groen en veiligheid, en een sociale samenhang van huur en koop. Naast overwegend koopwoningen zijn er anno 2022 een theater, café, een bibliotheek, een hotel, een terras, een ondergrondse parkeergarage en een school (IVKO) gerealiseerd. In 2021 zijn de dure koopappartementen in de Asscherfabriek opgeleverd. En in 2022 is de Briljant, ‘lofts en penthouses’ op de kop van de Amsteldijk, gerealiseerd. Niet direct op het plein, maar wel deel van het ontwikkelplan. Het is een uitroepteken achter de ontwikkeling van steeds duurdere koopappartementen, alle vernoemd naar diamanten zoals de Emerald en de Radiant. Terwijl het plein nu als ‘af’ wordt beschouwd door het Stadsdeel, is de steenmassa buiten proportioneel gegroeid. In weerwil van het vergroeningsbeleid van de gemeente. Maar de gemeenschapszin is behouden: oude en nieuwe bewoners, verenigd in Buurtgroep Dora Tamana, mogen meedingen naar subsidies voor groen in de buurt, dat wil zeggen, voor hun vergroeningsidee: stadstuintjes op het plein.

“Ik ben verhuisd zonder te verhuizen”, vat Ingrid van Alphen de ontwikkelingen samen. ”Maar dat bevalt best”.


Diverse bewoners op en rond het plein hebben voorafgaand aan en tijdens de procedure voor een nieuw kunstwerk op het plein erop aangedrongen dat het oude monument ter nagedachtenis van Dora Tamana op de een of andere wijze zou worden terug geplaatst. Na veel speurwerk bleek dat monument echter vernietigd te zijn. Daarover was geen contact met de kunstenares opgenomen. Maar het bleek in dusdanige staat te hebben verkeerd dat terugplaatsing onmogelijk was. Vragen over het karakter van een nieuw kunstwerk aan de gemeente werden helaas niet inhoudelijk beantwoord: “Er was geld gereserveerd voor een kunstwerk dat de identiteit van het hele gebied zou versterken.” Ook na hernieuwde correspondentie met het stadsdeel werd alleen gesteld dat een nieuw monument voor Dora Tamana alleen via het buurtbudget zou kunnen worden aangevraagd. Maar tevens werd gemeld dat het daar, gezien de kosten, waarschijnlijk niet binnen zou passen.