De Oorsprong: van emaille naar vinyl

Datum: 14 augustus 2026 / Editie: Augustus 2026 / Auteur(s): Marianne Grunell

Vroeger stonden de kleurrijke emaillen producten uit alle windstreken centraal. Tegenwoordig draait het vooral om tweedehands lp’s.

Naast de platen vind je er nog altijd bijzonder handwerk. Denk aan handgevlochten manden, sieraden, tassen en waaiers uit onder meer West-Afrika en Azië. Zo zijn er lampenkappen, manden en waaiers uit de streek Bolgatanga in Ghana. Of de Senegalese manden met deksel, die goed als wasmand kunnen dienen.

Ik had nooit veel acht op de winkel geslagen totdat ik afgelopen jaar in het voorbijgaan de reggae van de draaitafel de winkel uit hoorde swingen.

Eigenaar Karsten Stevens vertelt dat hij zo’n twintig jaar geleden al in De Oorsprong werkte, maar met zijn interesse voor vinyl een andere broodheer vond. Bijna drie jaar geleden nam hij de winkel over en voegde tweedehands lp’s, die hij inkoopt van particulieren, toe aan het assortiment.

Hij verkoopt alle genres muziek, lp’s, cd’s en zelfs cassettebandjes. Vooral liefhebbers van Afrikaanse muziek en reggae kunnen hier hun hart ophalen. Volgens Karsten heeft De Oorsprong zelfs de grootste reggaecollectie van Amsterdam. Dj’s vinden hier hun inspiratie. Het is levendig druk in de winkel.

Hoewel vinyl nu de grote trekker is, blijven klanten ook komen voor de oorspronkelijke producten. Het email lijkt een aflopende zaak. Veel kleine emailfabrieken over de hele wereld zijn verdwenen, mede in de coronaperiode.
Er zijn nog enkele grote producenten over, waar De Oorsprong nog steeds inkoopt, maar het aanbod is veel minder gevarieerd dan vroeger.

Bij de inkoop probeert de winkel een eerlijke prijs te betalen aan de makers. De winkel kiest nog altijd voor fair trade, niet als een label, maar vanuit de oorspronkelijke gedachte: handel die zo eerlijk mogelijk is voor iedereen.

Eigenaar Karsten Stevens in De Oorsprong - Foto: Rob Godfried

Drie generaties Wouters al 65 jaar in de naaimachines

Datum: 19 juni 2026 / Editie: Juni 2026 / Auteur(s): Marianne Grunell

De jongste van het nest begon in Amsterdam een eigen winkel. Dat waren de grootouders van de huidige generatie, Gerard en Wilma.

In de jaren zeventig kocht ik bij Wouters in Amsterdam mijn eerste naaimachine, een Anker, het huismerk van de Centrale. Dertig jaar later kwam ik terug voor een verlate APK. Toen het euvel bleef, ging ik weer terug. En Gerard Wouters liet dat er niet bij zitten. Hij toonde zijn vakmanschap door het euvel alsnog op te lossen. Gerard noemt het repareren van naaimachines, vakwerk, het is “een oud ambacht”. Het is dan ook niet gek dat er momenteel 130 naaimachines wachten op reparatie. Wouters heeft een stop moeten instellen.

Nu ik opnieuw langskom bij Wouters, blijkt de Singer nog steeds een aparte plek te hebben, hoog boven de andere machines. Immers, ’een Singer koop je niet voor even, maar voor je hele leven’. Ook Pfaff en Husqvarna worden veel verkocht. Naast naaimachines wordt ook het hele assortiment rond naaien – naalden, garen enzovoort – verkocht.

Generaties Wouters
Gerard Wouters, zijn vriendin Karin en zijn zus Wilma vormen samen de derde generatie. Gerard en Wilma zijn als het ware geboren in de winkel. In de Tolstraat is oma de winkel begonnen, maar ze wilde, tegen een veel hogere huur, per se naar de Van Woustaat. Dat bleek een slimme zet van oma.

Oma ging in 1976 met pensioen en toen nam moeder Jannie met evenveel energie en toewijding het stokje over. “Ze werd de motor van het bedrijf,” vertelt Wilma. Gerard kwam als 11-jarige in de winkel, omdat er “handjes nodig waren”. Hij begon met het oliën van naaimachines. Nu lijkt geen enkele machine nog geheimen voor hem te hebben. De mannen in de drie generaties werkten hard mee. Zo ging de vader van Gerard en Wilma overdag bezorgen en lesgeven bij mensen thuis. In de avond repareerde hij de machines. De familie Wouters leefde in de winkel. Na het overlijden van moeder Jannie in 2014 is Wilma, die bij haar schoonfamilie met een bakkerij in de Van Wou werkte, in de winkel gekomen.

Met 65 jaar is Wouters een van de langst zittende winkels in de Van Woustraat. Veel winkels zijn verdwenen, de wereld van tantes en ooms bij de vleet is niet meer.

Moeder Jannie - beeld: Rob Godfried

Lunchroom Hannibal 40 jaar een begrip in De Pijp

Datum: 10 april 2026 / Editie: April 2026 / Auteur(s): Marianne Grunell

Indertijd is de lunchroom gestart door vader Mak, die zoon Leo meenam naar de zaak. Sinds 1998 wordt de lunchroom gerund door zoon Leo en zijn vrouw Jolanda, die pa Mak hebben opgevolgd. De lunchroom is ook wel bekend als de ‘eetkamer van De Pijp’. Deze eetkamer vind je op de hoek van de Ferdinand Bol- en Govert Flinckstraat.

Nostalgie
Een broodje halfom, een uitsmijter, een pannenkoek of een stuk appeltaart: het staat bij Hannibal op de kaart. Het menu bij Hannibal is al 40 jaar simpel en tegelijk gevarieerd. Eenvoudig is ook het interieur, waar op handgeschreven krijtborden de verschillende specials staan geschreven. Met de eenvoudige houten stoelen en tafels, bruinoranje plavuizenvloer en sfeervolle hanglampen lijkt het alsof de tijd heeft stilgestaan. Op iedere tafel staat een bloemetje of ligt een krant. In combinatie met het vriendelijke personeel, gekleed in witte polo en zwart-gestreept schort, bezorgt Hannibal de bezoeker een gevoel van nostalgie. Het is een zaak zoals je jammer genoeg steeds vaker ziet verdwijnen, ook in De Pijp. Leo weet dat er in de jaren tachtig meer ouderen langs kwamen. Nu bestaat de helft uit jonge mensen, maar voor het type consumptie maakt dat niet uit.

Hannibal presenteert nog steeds dezelfde kaart, met bijvoorbeeld huzarensalade met geroosterd brood. Wat veranderd is, is het zelf afbakken van brood of appeltaart. Dat kwam vroeger vers van de bakker.

Noord-Zuidlijn
Een moeilijke periode die bijna twintig jaar zou duren kwam met de aanleg van Noord-Zuidlijn. Tot overmaat van ramp brak ook nog de coronacrisis uit. Toch wist lunchroom Hannibal zich staande te houden. Een gemeentelijk schadebureau bood enige financiële compensatie. Leo vertelt over een stroef begin met de gemeente rond de aanleg van de Noord Zuidlijn. 13 Jaar stond er een hek op anderhalve meter voor zijn zaak. Maar terugkijkend herinnert hij zich toch vooral het overleg en het vertrouwen dat gaandeweg groeide. Er werd rekening gehouden met de winkeliers, en werknemers van de metro kwamen eten bij Hannibal. Nu is de Noord-Zuidlijn een succes, sluit Leo af.

Specials
Vanwege het jubileum tovert de lunchroom iedere maand een klassieker van vroeger terug die tijdelijk te bestellen is. In de zomer zijn er de ouderwets lekkere softijsjes en milkshakes. Door het hele jaar heen biedt de lunchroom iedere donderdag een speciaal koopavondmenu aan. Simpel, maar buitengewoon goed en lekker: zo is lunchroom Hannibal in De Pijp.

Van links naar rechts: Jolande, broer Pieter Mak en Leo Mak - Foto: Rob Godfried

Tweedehands Witgoed in De Pijp

Datum: 10 april 2026 / Editie: April 2026 / Auteur(s): Marianne Grunell

Een website of reclame is niet nodig voor goederen zoals koelkasten of wasmachines – met een schrammetje. Klanten komen via mond-tot-mondreclame. En klanten komen terug. Soms van generatie op generatie. Dat levert verhalen op en maakt de winkel ouderwets gezellig. Mensen doen een bakkie in de winkel en nemen dan weer nieuwe klanten mee.

De winkel bestaat 40 jaar. Bedrijfsleider Alex is in 1985 gestart. Ook bedrijfsleider Ron loopt al sinds 1997 mee. Aan het interieur is niets veranderd, het heeft nog steeds iets van een fietsenwinkel met een reparatieafdeling. In de jaren tachtig leverde de winkel vooral kachels. “Dat was een mooie tijd, je kon mensen die in de kou zaten onmiddellijk helpen”, vertelt Alex. Die sfeer heeft de winkel gehouden. Geen internet, gewoon enkel een vaste telefoon, die wordt aangenomen door een persoon, Alex of Ron. Bonnen schrijven ze uit.

De kachels zijn sinds 15 jaar op hun retour. Nu is witgoed het belangrijkste product. A-merken zoals Siemens of Bosch of het iets duurdere Miele. De gebruikte goederen zien er als nieuw uit, maar kosten slechts een derde van de nieuwprijs. Ze komen meestal direct van de fabriek, vaak met lichte schade.

Vaste klanten
Vaste klanten zijn vooral particulieren maar ook makelaars en aannemers. Voor de oudere generatie klanten is het belangrijk dat zij een aanspreekpunt hebben. Dat biedt het internet niet. Hier wordt gebracht, geïnstalleerd en afgevoerd tegen een redelijke prijs. Ook biedt Ceintuur’s gebruikte goederen naast de bekende garantie, service. Die telefoon dus. Daar kun je terecht met je kleine en grote vragen. Dat vinden mensen belangrijk, weet Alex.

Er komt zo’n vaste klant binnenlopen. Hij komt hier nu opnieuw voor een wasmachine. Even vergelijken. Een Bosch blijkt weer een goede aankoop. De klant komt hier al 30 jaar. Tevreden dus. En die klanten komen niet alleen uit De Pijp.

Ik was geïnteresseerd in de winkel met tweedehands witgoed, omdat ik verwachtte hier een ouder deel van De Pijp tegen te komen. Onzin! Mensen kopen hier omdat ze geen dief van hun eigen portemonnee willen zijn. En omdat het milieu er ook mee gediend is.

Alex in het witgoed - Foto: Rob Godfried

LENA: een leenwinkel voor kleding

Datum: 16 februari 2026 / Editie: Februari 2026 / Auteur(s): Marianne Grunell

Op de kleding staan zogenoemde credits, die aangeven hoeveel de kleding per dag kost. Redacteur Marianne Grunell spreekt met Elisa Jansen, co-founder van LENA.

Een credit staat voor 25 eurocent per dag. Om bijvoorbeeld veertien dagen een hemdje van King Louie te lenen kost dat zeven euro. Er is ook de mogelijkheid om vervolgens het item te kopen en dan worden de eerder betaalde kosten eraf getrokken.

Elisa Jansen licht toe: “Veertien dagen is onze minimale leenperiode dus je kunt een item ook langer lenen. Het gaat erom dat je gedurende veertien dagen iets in jouw bezit moet hebben. Je kunt dat King Louie hemdje ook voor zeven dagen lenen en dan wisselen voor een jurk. Veel klanten zien LENA als onderdeel van hun eigen kledingkast. Ze lenen continu wat items en wisselen iets wanneer ze erop uitgekeken zijn.”

In de decembermaand zijn er drie rekken met feestkleding: veel glitter en feestelijke outfits. Je vindt daar het merk Dea Dora: ontwerpen van Diana Jansen. Dit is de zus van Elisa en tevens co-founder van LENA. De feestkleding maakt Diana van oude stoffen: een mooie duurzame oplossing.

Als ik er ben komen er jonge dames binnen voor de feestkleding en gaan ook nog weg met casual truien of vesten. Een lid brengt feestelijke kleding terug die zij had geleend voor een bedrijfsfeestje. Het is een ideaal aankoopmodel voor vrouwen met een kleine kledingkast die op zo´n tiny house-etage in De Pijp wonen. Ook voor twijfelaars werkt LENA perfect.

Duurzaamheid en kwaliteit
LENA staat naast duurzaamheid ook voor kwaliteit met merken als Hunkon en MSCH die verfijnde, Scandinavische mode ontwerpen. Ook vind je duurzame merken als Kuyichi en Ellastiek. In de winkel is er gesorteerd op kleur en de mooie stoffen springen eruit. Ik val voor een knal turquoise blouse. Zo’n kleur waarmee je in de winter de zomer aankondigt. Ik kan de blouse huren voor vier credits per dag, een euro dus, en zonder berekening van mijn credits, ben ik voor 75,- euro de eigenaar.

Met De Pijp Krant in je hand kun je tot de lente gratis lid worden. Je vindt de winkel in de Daniel Stalpertstraat en in de Jordaan.

Lena in haar winkel - Foto: Paul Paree

De vrijwilligers van Vereniging Sarphatipark

Datum: 17 oktober 2025 / Editie: Oktober 2025 / Auteur(s): Marianne Grunell

De Vereniging probeert het park op orde te houden met nieuwe aanplant of het verwijderen van onkruid en afval. Binnen de kortste keren loopt deze redacteur met een lege bierfles en spuitbus in de handen, op weg naar de stort.

Coördinator Hans Juncker begeleidt de vrijwilligers en moedigt ze aan. De vrijwilligers zaaien, snoeien en wieden onkruid. Maar ze prikken toch vooral afval. Woensdagmiddagen met een consumptie toe, en zondag met koffie en taart. Hans heeft de coördinatie op zich genomen omdat hij aan het park woont en door de jaren al veel ongeregelds zag. Hans is ook bestuurslid van de Vereniging Sarphatipark, dus de lijnen zijn kort.

Terwijl ik het kleine afval vasthoud, jongleren Hans en een vrijwilligster met een bouwmat van 200 bij 140 centimeter. Een tweepersoonsbed? Er volgen uit dat bosje nog een doorweekte rugzak, toilettas met vork en een beker. Wat er niet al wordt gevonden in het park! Een selectie: we vinden kinderzitjes uit een auto, een betonnen bankje of verlaten tentjes, nog meer doorweekte rugzakken en een houten paard van gauw tachtig centimeter. Het paard mag blijven. Wat angstig benaderden ze wat ooit een plastic rol was, toch geen lijkje… Gelukkig niet.

Eigendom of afval
Memorabel zijn de momenten waarop er gekozen moet worden tussen te respecteren persoonlijk eigendom of op te ruimen rotzooi. In de groep ontstond eens discussie of ze de gevonden tas met goede kleding voor vrouwen en kinderen en een slaapzak mochten weghalen. Gelukkig kwam Handhaving langs, die koos voor persoonlijk eigendom. Hans heeft toen een briefje in het Nederlands en Engels gemaakt: als de kleren niet binnen een week zouden worden weggehaald, zouden ze worden opgeruimd. Een week later was de tas met kleding inderdaad verdwenen.

Leden van de Vereniging Sarphatipark werken samen met de gemeente, die faciliteert door de grote projecten aan te pakken, zoals snoeien, maar ook door schenkingen. Zoals rozen voor een haag, die door de vrijwilligers werd geplant en nu wordt bijgehouden. Of de 5000 bloembollen die binnenkort binnen zullen komen. Nu moeten ze nog de grond in. Daar is hulp bij nodig, die de afdeling groenvoorzieningen van de gemeente hopelijk gaat leveren.

Naast de gemeente willen ook de peuters van kinderopvang Woest Zuid wel helpen; die hulp was welkom bij het verspreiden van houtsnippers. Dat vonden ze machtig mooi. Het Sarphatipark is het meest intensief gebruikte park van Amsterdam. Nu maar hopen dat jong geleerd, oud gedaan … echt bestaat.

Aan het begin van het werk - Foto: Rob Godfried

Leven in De Nieuwe Pijp

Datum: 1 september 2025 / Editie: Augustus 2025 / Auteur(s): Marianne Grunell

Witte boorden. “Dat huren gebeurde via de socialistische Woningbouwvereniging De Dageraad. Ook een enkele wethouder, zoals Ada Wildekamp (wethouder voor de sociaal democratische PvdA in het Amsterdams Gemeentebestuur) woonde in de jaren tachtig in de buurt,’’ aldus Irene Cieraad, antropoloog en onderzoeker op het terrein van wonen in Amsterdam. Met Irene Cieraad duik ik in de huidige en vroegere bewonerssamenstelling van De Nieuwe Pijp, waar zijzelf sinds 1988 woont: “De Tellegenbuurt moest een volksbuurt worden, maar handarbeiders met hun gezinnen zag je er niet. Deze handarbeiders konden de hoge huren niet betalen. De arbeiders die hun brood verdienden bij bijvoorbeeld de NDSM-werf in Amsterdam Noord, de zogenoemde blauwe boorden, woonden in tuindorp Oostzaan.”

Gezinnen
Irene Cieraad vertelt dat de belangrijkste verandering in de buurt in de jaren tachtig de opkomst van eenpersoonshuishoudens was, terwijl de gezinnen uit de buurt trokken. Met twee kinderen waren de huizen te klein voor huishoudens waar ieder kind in principe een eigen slaapkamer had. “Door die gezinnen was er leven op straat, kinderen speelden op de stoep, mensen waren betrokken bij elkaar en meer gericht op de buurt. Buurtbewoners deden hun dagelijkse boodschappen nog op het Henrick de Keijserplein. Het was een buurt waarin het touwtje van Terlouw uit de brievenbus hing. Totdat een pyromaan zich ’s nachts met dat touwtje toegang verschafte tot een pand en op zolder brand stichtte.”

Ontwinkeling
“Met het vertrek van de gezinnen kregen de winkels voor de dagelijkse boodschappen het steeds moeilijker. Als laatste vertrok in 2012 de buurtsuper aan het Henrick de Keijserplein. Daarvoor had de Turkse groenteman het al opgegeven. Er waren in de jaren tachtig rond het plein een bakker, een groenteman, een bloemenman en een slager,” vertelt Irene Cieraad verder. “Typerend voor de veranderingen in de buurt, is het vertrek van de fietsenmaker, met stalling – als laatste. Nu zit er een pop-up winkel met dure design spullen.”

Tegenwoordig wonen er wel weer jonge gezinnen in de buurt. Gezinnen, die nu ook veel moeilijker de buurt weer uitkomen, omdat in Amsterdam huren nagenoeg onmogelijk is en kopen voor de meesten financieel niet haalbaar, zo vertelt Irene Cieraad. “Woningbouwcorporaties, georganiseerd via de traditionele zuilen, van protestant tot socialistisch, gingen na 2010 woningen verkopen. Dat nieuwe aanbod speelt op de achtergrond van de bewoning door studenten en de opkomst van expats als woningeigenaar. Sommige studenten worden gefaciliteerd door ouders die etages kunnen kopen voor hun studerende kinderen. Samen met één of twee medebewoners zijn de kosten van een hypotheek te betalen.” Wie kan en wil moet tegenwoordig meer dan vijf ton neerleggen voor woningen van zo’n vijftig vierkante meter. Expats kunnen deze financiële verplichting gemakkelijker aangaan vanwege hun belastingvoordeel en salaris. Al is de binding van expats minder met de buurt, ze onderhouden wel een dicht netwerk van koffieschenkers in De Pijp.

Dit was geen bakker, maar wel een van de winkelruimtes waar Irene Cieraad het over heeft. Het was een winkelruimte in één van de zogenaamde “Bakkerpanden”, gelegen aan het Henrick de Keijserplein.

Persbericht Bakkerdemo 18 februari 2006

Op zaterdag 18 februari organiseren de krakers en huurders van de Bakkerblokken, gelegen rond het Henrick de Keijserplein, een protesttocht door De Pijp. Dit is een protest tegen de plannen van G.W. Bakker die al jaren bezig is de huurders van de panden hun huis uit te krijgen om plaats te maken voor luxe appartementen. Het is voor de huurders onmogelijk na de verbouwing in hun oude huis terug te komen. Uit protest tegen de plannen van Bakker en ter ondersteuning van de huurders zijn in februari 2004 zeven etages in de Bakkerblokken gekraakt.

De buurt kwam dus in actie. Er kwam steeds meer verzet tegen G.W. Bakker, die de woningen wilde samenvoegen om er dure koopwoningen van te maken. Er zijn zelfs kamervragen geweest. Uiteindelijk zijn de huizen in bezit gekomen bij corporatie het Oosten/Stadgenoot. Die corporatie heeft een gedeelte van de woningen toch weer geliberaliseerd en verkocht.

Henrick de Keijserstraat 27 - Beeldbank Stadsarchief Amsterdam - Fotograaf: Martin Alberts

De kleine Konditorei van Bettina

Datum: 19 maart 2025 / Editie: Februari 2025 / Auteur(s): Marianne Grunell

Duitse traditie
Geboren in Den Haag met twee Duitse ouders is Bettina tweetalig en in twee culturen opgevoed. Van haar moeder leerde ze bakken. En erfde ze de hartstocht, die zich steeds duidelijker in haar leven manifesteerde. Bettina kreeg geen energie meer van haar werk in de sociale sector, maar elke vrijdagavond stond ze tot diep in de nacht te bakken voor een bakkerskraam op de Nieuwmarkt. Dat gaf haar wel energie. Dus ze raadt iedereen aan: ‘‘Zoek de bakker in jezelf.’’

Bettina bouwt voort op een Duitse traditie van het bakken van taarten en met Kerstmis ook nog koekjes. In Duitsland bakt men dan koektrommels vol en geeft ze cadeau aan familie en vrienden. Waarin onderscheidt haar gebak zich van dat van anderen? Minder vet, minder suiker? ‘‘Nee, dat kan ik niet waarmaken’’, zegt Bettina. ‘‘Maar bij mij moet suiker de smaak, bijvoorbeeld bij de pruimentaart, ondersteunen. Suiker staat ten dienste van de smaak.’’ Ook bij Bettina wordt met suiker gewerkt en gebakken met roomboter, alleen zo min mogelijk.

Hartstocht
a het bakken voor de kraam op de Nieuwmarkt, kreeg ze de kans om een bakkerij op de Van Wou over te nemen. Dat was natuurlijk een grote beslissing: een eigen Konditorei. Sinds 2009; het blijft goed gaan en er blijven nieuwe klanten komen. Sommigen komen voor het Duitse gebak, anderen domweg omdat het lekker is. Bettina staat voor biologisch en kan desgewenst ook vegan of glutenvrij werken. Ik vraag naar verschillen tussen de klanten. ‘‘Nou vooruit. Komt een Nederlander in de winkel en zegt: ‘Ik krijg acht gasten, twee eten geen taart, dus doet u maar zes stukken van dezelfde taart, anders heb je kans op heibel.’ Komt een Duitser in de winkel, en zegt: ‘Ik krijg acht gasten. Ze lusten er wel drie per persoon, dus geeft u mij maar vierentwintig gebakjes. En graag gevarieerd, dan kunnen ze kiezen…’’

Bettina brengt mij terug bij mijn Duitse grootvader, in de jaren dertig van de vorige eeuw banketbakker in Amsterdam. Zijn kroketten bleven een legende in de familie. De banketbakkerij aan de Korte Leidse Dwarsstraat ging in de crisisjaren tussen de twee wereldoorlogen al snel failliet, en ook zijn huwelijk liep op de klippen. Ik heb met hem te doen. Hij was banketbakker in de verkeerde tijd. Bettina heeft de tijd mee in een buurt die alsmaar rijker wordt. Dus wil je in februari weer eens genieten van een verrassende taart, loop dan even langs bij Bettina. 

Bettina in haar bakkerij - Foto: Paul Paree

Elektrisch deelrijden in De Pijp

Datum: 5 juni 2023 / Editie: Juni 2023 / Auteur(s): Marianne Grunell

De bouw van een parkeergarage onder het Willibrordusplein is definitief van de baan. Eind april ontvingen omwonenden de brief van de gemeente waarin dit wordt bevestigd. Veel omwonenden slaakten een zucht van verlichting. De strijd tegen de parkeergarage is gestreden. Maar het aantal parkeerplaatsen in de buurt blijft afnemen. Vergroening, verstilling en verbetering van de verkeersveiligheid verminderen het aantal parkeerplaatsen. De garage zou dat verlies aan plaatsen compenseren. Wat nu? Daar is een oplossing voor. Meer doen met minder auto’s: auto’s delen. In 2022 is de vereniging Elektrisch Deelrijden De Pijp (EDdePijp) van start gegaan. We spraken met initiatiefnemers Harry Kappelhof en Bas Groot.

Initiatiefgroep
De initiatiefgroep startte in 2018. Vier jaar later reed de eerste auto. In de tussentijd was er veel vergaderd en was er samenwerking gezocht met Stadsdeel Zuid en het (Chef Technology Office) CTO team van de gemeente. Er kon een contract met de gemeente worden getekend, nadat Diks, als commerciële partij, de auto’s zou gaan leveren. Elektrische auto’s worden steeds belangrijker en de initiatiefgroep onderneemt veel om bewoners te verleiden. Zo is het lidmaatschap van de vereniging voorlopig gratis, zijn er informatieflyers, is er een goodiebag en zijn er proefrijdagen georganiseerd. Dit elektrisch deelrijden is een initiatief van bewoners die gemak en duurzaamheid willen combineren. Het delen van auto’s en andere vervoermiddelen bestaat al lang – denk aan Greenwheels -, maar nu worden ze elektrisch aangedreven. Het initiatief is bedoeld om een aantrekkelijk alternatief te bieden voor de eigen auto. Parkeerplaatsen kunnen dan op termijn verdwijnen. Dat blijkt een majeure operatie. Er moet weerstand worden overwonnen: je eigen auto wegdoen is geen makkelijk besluit, maar ook elektrisch rijden zonder contactsleutel stelt nieuwe eisen aan de chauffeur. Zelfs de initiatiefnemers hebben wel eens stil gestaan, niet bij machte de auto aan de praat te krijgen. De ruim 220 leden van de Vereniging Elektrisch deelrijden vinden nu alleen nog vijf auto’s in de Willibrordusen Hemonybuurt. Maar uitbreiding naar andere buurten is gepland.

Ouderen
Belangrijke doelgroep van het project zijn ouderen, die weinig rijden maar hechten aan een eigen auto, het liefst voor de deur. Voor deze groep is het belangrijk dat de parkeervergunning drie jaar behouden blijft, dan kan men nog van mening veranderen. De initiatiefgroep probeert de elektrische auto dichterbij te brengen en heeft verschillende acties bedacht, zoals het uitdelen van een strandtas om drankjes koel te houden ‘we gaan naar zee’, om de drempel te verlagen en de elektrische deelauto publieksvriendelijker te maken. ’Elektrisch’ vraagt een andere manier van rijden dan op fossiele brandstof. Er is daarom een instaphandleiding gemaakt voor ‘nieuwe elektrische chauffeurs’.

Gebruikerservaring
Nathalia, een enthousiaste gebruiker, is erg blij met de elektrische deelauto’s: “De auto’s rijden fijn, en zijn vaak beschikbaar. Het is ideaal om snel ergens heen te gaan. Ook voor een dagtrip met mijn twee kinderen. De kosten zijn ook goed te doen. Ik vind het handig dat je alleen betaalt voor het gebruik. Ook vind ik het fijn dat je weet dat je de auto’s deelt met buurtbewoners en er dus samen voor zorgt dat de auto’s in goede staat blijven en dat je er samen voor ‘zorgt’.”

“Als ik een auto had”, zo concludeert ze, “zou ik die nu zeker wegdoen.”

Veel leden van de vereniging zijn geen (pre)pensionado, ze zijn veelal jonger en vaker expat. Niet in het bezit van een auto zijn zij sneller over de drempel te trekken met het financieel aantrekkelijke nulurenabonnement: je betaalt pas als je rijdt. Bovendien blijkt dat met aftrek van de vaste lasten van een eigen auto, een elektrische deelauto over een jaar bezien, niet duurder is dan een eigen auto.

Nog altijd zijn er teveel, vaak inefficiënt gebruikte auto’s in De Pijp. De initiatiefgroep blijft daarom enthousiast werken aan de uitbreiding van het elektrisch deelrijden.

 

Diks verstrekte ons de volgende gegevens.
In april zijn de deelauto’s 1115,5 uur in gebruik geweest. Er zijn in die tijd 8248,3 kilometers gereden, in één maand dus.

EDdePijp heeft 212 leden aangemeld. Actief gebruik van de auto’s door 39 leden. Deze actieve leden waren goed voor 144 boekingen in april en 422 boekingen vanaf 1 januari t/m 30 april 2023.

In aanmerking moet worden genomen dat het project nog maar zeer kort loopt en aan deze gegevens dus nog geen conclusies kunnen worden verbonden. Het kan worden gezien als een stand van zaken per 1 mei 2023.

Tellegenbuurt: nog nooit zo divers

Datum: 17 april 2023 / Editie: April 2023 / Auteur(s): Marianne Grunell

In Koffie & Katoen, een winkel waar koffie wordt geserveerd en katoenen kleding wordt verkocht, praat ik met enkele vrouwen over hun Tellegenbuurt. Dat vrouwen van alle leeftijden hier bij Koffie & Katoen op het Henrick de Keijserplein een koffietje doen en natuurlijk havermelk prefereren, zegt al iets over de buurt. Het is een veranderende buurt. Ik wil graag weten hoe oudere buurtgenoten in de huurwoningen zich opstellen tegenover nieuwelingen, bijvoorbeeld yuppen in de koopwoningen. Al is zo’n 70% van de woningen anno 2022 nog een huur/corporatiewoning, door de verkoop van etages wonen er nu veel nieuwe buurtgenoten – met heel verschillende achtergronden – door elkaar. Dat is soms lastig, maar over het geheel toch positief, stellen de vrouwen.

Buurtsuper passé
Buurtgenoten die soms meer dan 20 jaar in de buurt wonen, bevestigen stuk voor stuk het zogenoemde proces van gentrificatie, waarbij sociale huurwoningen verkocht worden als particulier appartement. De buurt wordt gewaardeerd door expats en zo zijn woningen met krankzinnig gestegen prijzen naar de dikkere portemonnees gegaan. Ondertussen stegen de huren ook buitensporig, in 10 jaar tijd betaal je rustig maandelijks 400 euro meer.

In de winkel van Koffie & Katoen was de buurtsuper gevestigd. Daar werden op het laatst vooral sigaretten en ijsjes gekocht. Het Iraanse echtpaar dat de super uitbaatte hield er tenslotte na 2010 mee op. De Turkse groenteman is ook van het Henrick de Keijser plein verdwenen, evenals de slager en de groenteman. De winkels op het plein waren bedoeld voor de dagelijkse boodschappen. Er was toen nog een politiebureau in de Pieter Aertsz straat en een eigen Stadsdeelkantoor. Veel vitrage met kant is nu vervangen door Varilux met daarachter grijze computerschermen.

Rode Loper
Symbolisch voor de verandering is de ‘Rode Loper’, de jaarlijks terugkerende Kunstroute van open ateliers. Dat was ooit een vriendelijk, beetje rommelig gebeuren, herinnert een buurtgenoot zich, maar nu is de organisatie strak en gestileerd. Een andere buurtgenoot, die hier zo´n 35 jaar woont, merkt op dat de bewoning sinds de jaren tachtig is veranderd, van kleine gezinnen naar veel grotere gezinnen en weer later alleenstaanden. Oudere huurders trokken weg uit de buurt. De verkoop van woningen begon na 2010. Rijke ouders kochten ze voor hun studerende kinderen. Vrienden of vriendinnen huurden mee, waarvoor woningen werden verkamerd. Dat leverde een jongere generatie op die weinig binding had met de buurt. Dat geldt ook voor de yuppen die ook in beeld kwamen als kopers. Er zijn minder kinderen op straat. Des te meer honden. De functie van de winkels is veranderd en overgegaan in dienstverlening zoals kinderopvang of een vroedvrouwenpraktijk. Een deel van de winkels is tegenwoordig bewoond, waarmee hedendaagse verschijnselen als woningnood enerzijds en winkeloverschot anderzijds weer samenkomen in de Tellegenbuurt, een buurt in voortdurende transitie.