Hoe het Willinkplantsoen van het Rijksmuseum werd

Datum: 14 augustus 2026 / Editie: Augustus 2026 / Auteur(s): Rob Godfried

Hoe het allemaal begon
Bij een steenrijke familie lagen kapitale sculpturen opgeslagen. Verworven met kennis van kunst. Rijkdom in schoonheid die verborgen bleef voor de wereld. Hoe jammer was dat. Op een causerie van mensen met geld en invloed ontstond het idee om de beelden publiekelijk te maken. Hoe mooi zou het zijn als dat bij de al bestaande beeldentuin van het Rijksmuseum zou zijn. Lag aan de overkant van het water van de Boerenwetering, op een steenworp van het Rijksmuseum, niet nog een plantsoentje waar die beelden neergezet konden worden? Een mooie uitbreiding van de prachtige beeldentuin van het Rijksmuseum.

Op andere bijeenkomsten van mensen met geld en invloed groeide het idee uit tot een plan. Het benodigde geld was beschikbaar. Kunst is voor steenrijke families een mooi uithangbord. De toestemming van de gemeente was nodig. De burgemeester zou het vast een mooi plan vinden. Er was al eens over gesproken. De buurtopinie moest worden bewerkt. Want er stonden eeuwenoude bomen en die zouden de kunstwerken maar overschaduwen. Er was een ecologisch beheerde tuin die niet zou passen in een strak gemaaid plantsoen voor een klassiek ingerichte beeldentuin. Er stonden pandjes op het terrein, daar werkten mensen. Dat was lastig. Dus die pandjes moesten worden overgenomen. En er stond een muur, een Rijksmonument. Daar zouden een paar gaten in moeten komen.

Grote werken vragen een grote organisatie, dus er moest een projectontwikkelaar komen en er moest ‘gecommuniceerd’ worden om de geesten rijp te maken voor dit prachtige project. Het Rijksmuseum zette de schouders eronder en aanvaardde in grote dank 60 miljoen van een rijke familie, eigenaars van de beelden, om een rustig, openbaar toegankelijk plantsoentje om te toveren tot een omheind gebied met jonge boompjes en prachtige beelden. Een nieuwe toeristische trekpleister in De Pijp.
En de gemeente? Die zag dat het goed was.

Dit was een column.


Misstanden
De gemeente heeft de informatievoorziening aan omwonenden over het plan om van het Willinkplantsoen een beeldentuin te maken overgedragen aan het Rijksmuseum. Het Rijksmuseum organiseerde inloopavonden – zonder agenda en zonder verslaglegging. Deze avonden dienden als bewijs voor participatie van bewoners, maar hadden geen invloed op het plan. Het ontwerp voor de inrichting van het plantsoen is nooit werkelijk publiekelijk ter discussie geweest.

Een al jaren functionerende medebeheerdersovereenkomst voor het plantsoen met de buurt (met The Green Mile) heeft de gemeente in juli 2026 eenzijdig opgezegd; deze medebeheerder is nooit geïnformeerd over het plan en ook op generlei wijze bij de planvorming betrokken.

Er zijn hekken geplaatst in en rond een deel van de openbare ruimte langs de Boerenwetering, voordat er een vergunning voor het project was verleend.

Mooie, oude bomen
De gemeente heeft toegestaan dat grote netten om de grote bomen op het Willinkplantsoen werden gespannen om te voorkomen dat ze, vanwege nestelende vogels, later niet meer weggehaald zouden kunnen worden. Een vergunning hiervoor was volgens de gemeente “niet nodig”.

In het advies van de gemeente aan de omgevingsdienst stelt de gemeente vast “…dat de gevraagde functie ook in strijd is met de bestemming ‘Groen’ en de bestemming ‘Tuin’.” Toch volgt er een positief advies op basis van onder meer de volgende argumenten:

De openbaarheid van het terrein wordt volgens de gemeente gegarandeerd, ondanks een hek, omdat het hek open zou zijn van 07:00 tot 19:00 uur in de winter en tot 22:00 uur in de zomer. Het bezwaar van een omwonende dat de bestaande wandelroute zou worden geblokkeerd wordt daarmee afgedaan.

Over het kappen van negen hoge, schaduwgevende bomen staat in het advies van de gemeente: “De te kappen bomen zijn ziek of hebben een lage levensverwachting.” Dit is niet waar. Uit onafhankelijk onderzoek, uitgevoerd door Smit Groenadvies, blijkt dat dit voor slechts twee van de negen bomen geldt. De overige grote bomen hebben een goede levensverwachting van minimaal 15 jaar. Er is geen aparte kapvergunning voor de bomen verleend. Hierover staat in de vergunning voor het plan als geheel: “De bomen voldoen niet aan het plan.”

De gemeente heeft kortom actief bijgedragen aan het ondergraven van het eigen bestemmingsplan. Zo kan het Rijks zijn gang gaan en de ecologie ondergeschikt maken aan gevestigde cultuur met een grote C en De Pijp nog meer toeristen bezorgen.


Dit stuk is gebaseerd op openbare bronnen, contact met bewoners en correspondentie met de gemeente, die ter inzage is bij de auteur.

Reactie van de Gemeente
De Pijp Krant heeft de gemeente om een reactie op dit artikel gevraagd. De reactie van de woordvoerder van Stadsdeel Zuid luidt als volgt:

De gemeente ziet de beeldentuin als een aanwinst voor de stad: een vrij toegankelijk park met veel groen en kunst van hoge kwaliteit. Voor de ontwikkeling van de beeldentuin in het Willinkplantsoen voldoet het Rijksmuseum aan alle geldende vergunningsvereisten. Bezwaren uit de omgeving worden volgens de daarvoor geldende procedures behandeld.

Met de herinrichting komt er meer groen terug dan er verdwijnt en wordt de biodiversiteit versterkt. We ontvangen hierover positieve reacties uit de buurt. Hoewel sommige bewoners bezwaren hebben tegen de plannen, zien veel omwonenden het vernieuwde Willinkplantsoen als een verbetering van de omgeving en een verbetering van de buurt.

“Laat die Rollie zijn belasting betalen” was op de muur van het Willinkplantsoen geschreven. Dit was aanleiding voor het Rijks om de muur te omheinen met een hek. Zonder vergunning. “Rollie” is de geldschieter voor het hele project: Rolly van Rappard. De hoofdvestiging van zijn investeringsbedrijf bevindt zich op het eiland Jersey. Over zijn relatie met het Rijksmuseum en de verstrengeling met zijn rol als weldoener verscheen eerder een artikel in De Volkskrant op 12 maart 2026. Het is een deel van zijn beeldencollectie die in het Willinkplantsoen zal worden opgenomen.

Street Art in De Pijp

Datum: 14 augustus 2026 / Editie: Augustus 2026 / Auteur(s): Rob Godfried

Er valt een hoop te beleven in De Pijp, ook als je eens rustig wilt rondkijken. Merk dan vooral de vele straatkunst op.

Sjabloonkunstenaar Jaune Art maakt met kleine en soms wat grotere ‘poppetjes’ nieuwe bedrijvigheid.

Ze zijn aan het werk op elektriciteitskastjes, muurtjes en andere oppervlakten waar nodig gewerkt moet worden. Het zijn de drukke dwergjes van de Diamantbuurt.

Zingcirkel maakt blij

Datum: 19 juni 2026 / Editie: Juni 2026 / Auteur(s): Rob Godfried

In een gymzaal staan in een grote kring stoelen opgesteld. In het midden van de kring een muziekstandaard met de tekst van het lied ‘Zo heerlijk rustig’ erop.

Langzamerhand komen er voornamelijk oudere mensen binnen die plaatsnemen op de stoelen.

Lydi Quaak komt als “buurvrouw”, vertelt ze me. Ze heeft zich gemeld als invalmantelzorger voor háár buurvrouw. Eigenlijk is de echtgenoot van haar buurvrouw de mantelzorger, maar die heeft nu even lekker vrij.

Irene van Blokland was ook mantelzorger, voor haar man, maar hij woont nu in verpleeghuis d´Oude Raai. Toch komt ze hier meezingen; voor haar plezier en ze staat open voor ondersteuning van anderen, als dat gevraagd wordt. Ze gaat ook nog steeds naar de mantelzorgersbijeenkomsten, om “onder de mensen te zijn”.

We gaan zingen. Lilian van Dam, die het zingen leidt, start met ‘Zo heerlijk rustig’. Dan volgen nummers van Corrie Brokken, André Hazes, Tante Leen. Minder rustig wordt het bij ‘Kom van dat dak af’ en dan staan ook een paar deelnemers van hun stoel op om te dansen.

Alle liederen komen terug
Niet iedereen zingt mee, maar iedereen kent de nummers en is bewegend, of stil toch zichtbaar betrokken. Ook wat ernstige gezichten klappen hartelijk mee na elk nummer. Er heerst blijheid. Lilian pakt een paar handen en beweegt zachtjes heen en weer met degene die op de stoel zit en gaat dan weer de kring rond, zingend en soms half dansend, uitnodigend.

Als het zingen afgelopen is vertelt Harold, die samen met Ingrid is: “Het is schitterend. Ik kom uit Brabant en al deze van vroeger bekende liederen komen helemaal terug.”

Eduardo uit Portugal, samen met Maria: “Ik kan niet zingen maar ik vind het wel heel leuk.”

John bewoog voortdurend mee met de muziek. Zijn vrouw Lien: “Wij zijn al 53 jaar samen. Ik zong mee. Het is heel ontspannend.”

Wie de mantelzorger is en wie de verzorgde, dat doet er niet toe. Ik zie dat iedereen even veel ontspannen plezier heeft. En wie ik ook vraag: “Komt u volgende keer weer?”

‘’Jazeker!’’


Zingcirkel AOC, Smaragdplein 3
Maandag 13:30 – 15:15 (inclusief natafelen)
Data: 15 juni, 27 juli, 21 sept, 19 oktober
Voor wie? Iedereen die mee wil doen.
Kosten? Geen.
Het is een project dat is betaald uit het buurtbudget Zuid.
Aanmelden bij: j.straal@combiwel.nl

Foto: Rob Godfried

Street Art in De Pijp

Datum: 19 juni 2026 / Editie: Juni 2026 / Auteur(s): Rob Godfried

Er valt een hoop te beleven in De Pijp, ook als je eens rustig wilt rondkijken. Merk dan vooral de vele straatkunst op.

Onder de naam ´Hey Willi!´ organiseerden buurtbewoners voor buurtbewoners workshops en ontmoetingen met muziek.

In een van die workshops ging streetartist Abel, geboren en getogen in De Pijp, aan de slag met ware amateurs die niks wisten van spuitbussen en aerosolen. Het resultaat mag er zijn. Al vond één passant het maar niets: “Vandalen!” Wat vindt u?

Foto: Rob Godfried

Street Art in De Pijp

Datum: 10 april 2026 / Editie: April 2026 / Auteur(s): Rob Godfried

Er valt een hoop te beleven in De Pijp, ook als je eens rustig wilt rondkijken. Merk dan vooral de vele straatkunst op.

Ze zijn klein, de miniatuurtjes van een huiskamer, een strandtafereel, een boekenkast. Geloof jij in de feeën die in de Frans Halsbuurt wonen? Verscholen achter deurtjes die naar een magische wereld leiden? Hoeveel feeën wonen er eigenlijk in de buurt, is het mogelijk om al hun plekjes te vinden? En verhuizen ze soms ook nog?

Fairy Door Trails zijn begonnen in Ierland en hebben zich over de hele wereld verspreid. Ze bezorgen kinderen plezier terwijl ze zoveel mogelijk deurtjes proberen te vinden.

Ook volwassenen krijgen er een glimlach van op hun gezicht. Ga dus maar samen zoeken.

Annet Wendte groeide op met versjes

Datum: 16 februari 2026 / Editie: Februari 2026 / Auteur(s): Rob Godfried

Dichten is haar manier geworden om uiting te geven aan dingen die haar raken.
Wonend vlakbij het Sarphatipark schrijft ze over wat ze er ziet:

In haar onlangs verschenen “Een roomijsbeer en nog veel meer” maken allerlei vreemde beesten met wonderlijke karaktertrekken hun opwachting.

Exoten als volkorenwolf, kunstmestkever en wijnkeldermot, waarvan die laatste zich waarschijnlijk makkelijk in De Pijp zou kunnen handhaven.

Mij doen haar rijmen met een twist denken aan die van Kees Stip, al ging zijn humor over werkelijk bestaande dieren.

Ik ben benieuwd naar het gedicht dat Annet Wendte nog maken wil over het meisje van dertien dat zij gehurkt op de stoep voor haar huis voorgoed afscheid ziet nemen van haar halfblinde hondje.

Hondje

De honden dollen in het park zo uitgelaten blij als maartse hazen schots en scheef, hij is er niet meer bij.

Achter zijn huis op het terras hoor ik hem niet meer keffen, zie ik hoe hij, ach voor een plas, geen pootje meer kan heffen.

Zijn baasje wil hem nog niet kwijt, zijn kleine rattenvanger, de rattenvanger van de tijd vertraagt zijn tred niet langer.

De honden dollen in het park zo uitgelaten blij als maartse hazen schots en scheef en letten niet op mij.

Een roomijsbeer en nog veel meer, geïllustreerd door Herwolt van Doornen ISBN 9789083455372

Street Art in De Pijp

Datum: 16 februari 2026 / Editie: Februari 2026 / Auteur(s): Rob Godfried

Wie omhoog kijkt naar de dichtgemetselde raamomtrek ziet een reproductie van het zelfportret van Thérèse Schwartze, aangebracht door schilders van Signpainters, op initiatief van ondernemersvereniging BIZ Frans Hals. Thérèse Schwartze was in haar tijd (1851-1918) een veel gevraagde portetschilder. Na haar dood is ze geëerd met een plein en een straat in de Tellegenbuurt. De straat waar nu haar zelfportret groot te zien is bestond al tijdens haar leven (en kon daarom toen haar naam niet krijgen). De beeltenis van een vrouwelijke kunstenares biedt een klein tegenwicht tegen al die mannelijke straatnamen in de Frans Halsbuurt.

Muurschildering hoek Quellijnstraat/Frans Halsstraat - Rob Godfried

De Ru verf- en behangspeciaalzaak.

Datum: 15 december 2025 / Editie: December 2025 / Auteur(s): Rob Godfried

Wie in de Van Woustraat Rames gaat halen bij Toko Jaja en dan verder loopt richting de Rivierenbuurt zal vast even stilstaan bij de mooie etalages van verfen behangspeciaalzaak De Ru. Daar begon Gerrit de Ru, telg van een oud schildersgeslacht, in 1921 een verfwinkel. Hij verkocht er nog materialen waar hij zelf verf mee maakte: pigmenten (de kleurstof), bindmiddel (om de kleurstof vast te houden) en oplosmiddel (om de verf te kunnen strijken). Dat deed hij in een schuur achter de winkel. Alleen potten met pigmenten uit de tijd van Gerrit staan er nog in schappen ter decoratie. Na Herman, zoon van Gerrit, werd kleinzoon Nils de derde generatie De Ru in de zaak. Hij is sinds 1992 de eigenaar.

Verf uit Londen
Toen de witgoedwinkel van Duivené en Remmers uit het buurpand vertrok (en later verderging als Megapool aan de overzijde van de straat), namen Nils en zijn vader de vrijgekomen winkel erbij. Ze brachten materialen in die nodig zijn voor allerlei decoratieve technieken. Weer later ging dat eruit om plaats te maken voor verven en kleuren van onder andere het Engelse merk Farrow and Ball.

Nils de Ru: “We haalden zelf die Engelse verf met een stationwagen uit Londen. We bedachten ook behang te gaan verkopen. Niemand wist meer hoe je dat moest aanbrengen. Het was uit de mode. Strak geverfde muren waren favoriet. Maar behang geeft veel meer dynamiek en gevoel van luxe in je huis.”

Je huis als thuis
“Corona heeft mensen thuis gehouden. Ze gingen beseffen hoe belangrijk je directe omgeving is. En ze hadden tijd om te gaan klussen! De rijen stonden van restaurant Pekelhaaring tot hier om mooie spullen te halen om het thuis leuk te maken. Ze gingen een aantrekkelijke achtergrond maken voor hun Zoom-sessies! Dat heeft ons gered!”

“Onze klanten komen niet meer uit De Pijp. We zitten in het hogere segment en mensen komen hier voor onze expertise en ons uitgebreide netwerk van specialisten die een ruimte kunnen aankleden. Je kunt ook in een kleine ruimte heel goed met behang werken. Het maakt niet uit of het groot of klein is. Het gaat erom: hoe voelt je huis als thuis?’’

Nils De Ru voor de pigmentpotten - Foto: Rob Godfried

In Memoriam

Datum: 15 december 2025 / Editie: December 2025 / Auteur(s): Rob Godfried

Ton Heijdra is op 27 oktober plotseling overleden. Hier in De Pijp was hij bekend van zijn passievolle rondleidingen vanuit De Dageraad, van lezingen voor de ambachtenroute, van artikelen die hij voor De Pijp Krant schreef. En van zijn publicaties over onder andere het Sarphatipark en de Albert Cuyp.

Jarenlang werkte hij als opbouwwerker voor bewonersgroepen en was zo zeer betrokken bij de ontwikkeling van de stad Amsterdam. Ton Heijdra is koninklijk onderscheiden voor zijn werk en benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Maar veel belangrijker is dat we in hem een verbinder verliezen én iemand die het verleden levend hield.

Waar is boekhandel Fenix gebleven?

Datum: 15 december 2025 / Editie: December 2025 / Auteur(s): Rob Godfried

Na 25 jaar is de zaak verhuisd naar de Albert Cuypstraat. Hoe dat zo?

Marcel Dikstra, de eigenaar van Fenix vertelt: “Een deel van het complex waar Fenix in ligt wordt gerenoveerd en ook de funderingen worden vervangen. Dat duurt wel anderhalf jaar. Nadat ik eerst een huuropzegging had gekregen is me voor die periode door De Alliantie een alternatief op de Albert Cuypstraat aangeboden. Er zijn regels waar een woningbouwvereniging aan moet voldoen als het om winkels gaat. Ik heb ook de garantie dat ik na de renovatie weer terug kan komen op de oude plek. Ze vinden het belangrijk dat dit soort winkels blijft bestaan. Met wel een wat hogere huur uiteraard.”

Met alleen literatuur redt Marcel het niet, zeker niet als die in de Nederlandse taal zijn geschreven. “Ik verkoop één Nederlands boek op tien Engelse boeken”, vertelt hij, “en verder houd ik het vol doordat ik gespecialiseerd ben in ‘het betereboek en filosofie en geschiedenis. Toen ik begon waren er nog 49 tweedehands boekenwinkels in Amsterdam. Nu zijn er nog tien. In die tijd waren er in heel Nederland ruim tweehonderd antiquariaten. Nu heb ik op internet vele collega’s, op boekwinkeltjes.nl alleen al 11.000.

Voor de Albert Cuyp heb ik een partij CD’s aangekocht, want daar komen meer toeristen dan hier. En ik heb een marktvergunning gekregen. Zo kan ik als er plek is, voor de zaak ook een stal opzetten.“

Of de vele boekenkastjes in De Pijp een geduchte concurrent zijn?

“Nee, want in mijn winkel heb je veel keus. In een boekenkastje moet je nog maar zien wat je aantreft. Soms best iets moois hoor. Ik breng af en toe ook boeken naar een kastje. Die kastjes stimuleren het lezen. Beter dan zomaar dumpen. Het is wel eens voorgekomen dat ik de ene dag boeken naar een kastje had gebracht en de volgende dag iemand mij die boeken te koop aanbood.”

NU: Albert Cuypstraat 117

Marcel Dikstra in de oude Fenix- Foto: Rob Godfried