BuurtBuik: tegen voedselverspilling en voor verbinding

Datum: 10 april 2026 / Editie: April 2026 / Auteur(s): Renata Veel

Op zaterdag bereiden vrijwilligers gratis maaltijden van overgebleven voedsel in het Huis van de Wijk. Iedereen is welkom om mee te eten.

De keukenbrigade verzamelt zich rond tienen. Vandaag wordt er gekookt door Tereza uit Portugal, Arian uit Iran, Suzy uit Australië, Juan uit Peru, Moritz uit Frankfurt en Andrej uit Rusland. Bonnie reageert lachend op mijn vraag waar ze vandaan komt: “Noem mij maar een Europeaan.” ‘‘Ze spreekt zeven talen”, vult Tereza aan. Zij en Bonnie zijn de coördinatoren.

Andrej vertrekt met de bakfiets naar de Stadsmarkt en filialen van de Albert Heijn in De Pijp om overgebleven eten op te halen. De Stadsmarkt is hun hofleverancier voor vlees en kip. Heel blij zijn ze daarmee.

“Nu is het nog rustig,” waarschuwt Tereza, “maar straks is het rennen en vliegen.” In de huiskamer worden ondertussen de tafels sfeervol gedekt. Als Andrej terugkomt wordt de buit op een tafel in de keuken uitgespreid. Creativiteit is een belangrijk ingrediënt. Samen bepalen ze het menu: bruschetta als voorgerecht, gebakken en gekruide groenten met gebraden kip en pasta (moet nog bijgekocht worden) in tomatensaus (hebben ze nog) als hoofdgerecht en een petit grand dessert van alle zoetigheid en fruit. Bonnie houdt de klok in de gaten. Er wordt volgens een strak schema gewerkt.

Ook al wordt het eten pas om 13.00 uur geserveerd, veel gasten schuiven om 12.00 uur al aan. Bij de keuken leveren ze een tas in met hun naam erop voor het eten dat overblijft. Suzy en Juan maken broodpakketjes die ze straks mee kunnen geven.

Sommigen lezen wat om de tijd te doden. Anderen kletsen met elkaar. Als het eten mooi opgemaakt op borden wordt uitgeserveerd, krijgt dat alle aandacht. De gasten smullen en de keukenbrigade kijkt voldaan toe. Achter de bar worden op bestelling drankjes geschonken. Het zorgt voor gezellige reuring.

“Iedereen is welkom,” benadrukt Tereza, ‘‘je hoeft niet te bewijzen dat je van een uitkering leeft.”

Rond 12:30 uur is een nieuw groepje vrijwilligers gearriveerd voor het uitserveren, opruimen en schoonmaken. En afsluitend nog even samen nagenieten na het harde werken.

Meer info op: BuurtBuik.nl

Team Buurtbuik - Foto: Rob Godfried

Buur Samuel vertelt

Datum: 10 april 2026 / Editie: April 2026 / Auteur(s): Renata Veel

Ik ben geboren in Zutphen en heb in Antwerpen een opleiding tot kunstschilder gevolgd. Voordat ik in De Pijp kwam wonen heb ik in New York, Madrid, Berlijn en her en der in Nederland gewoond. Met mijn vrouw Else uit Zuid-Polen, die ik in Berlijn heb leren kennen, vond ik vaste voet aan de grond op een zolder in de Tweede Jan Steenstraat. Else is beeldend kunstenares. We hebben elf jaar in onze atelierwoning geresideerd. Het was een mooie tijd. De plek kreeg de bijnaam Jan Steenzolder vanwege de vele samenkomsten van kunstenaars, schrijvers en musici. Een waar huishouden van Jan Steen. Onze feesten waren bekend of berucht, dat mag eenieder zelf invullen. Daarna zijn we verhuisd naar ons huis aan het Sarphatipark. Ook daar hebben we heel wat gefeest.

We hebben De Pijp niet vrijwillig verlaten. Else en ik zijn op 12 november 1942 gearresteerd. We waren Joods en weigerden de Jodenster te dragen. We wilden ook niet onderduiken. Een week na onze arrestatie op 19 november, zijn we in Auschwitz vermoord. Veel meer kan ik jullie niet vertellen. Wat er daarna met ons huis en onze spullen is gebeurd? Voor het huis aan het Sarphatipark 42 vind je nog een gedenksteen van messing in de stoep. Een voor Else en een voor mijzelf. Het is om anderen te herinneren aan de slachtoffers van het nationaalsocialisme.

De stenen heten Stolpersteine (Struikelstenen). Stenen die oproepen tot verdraagzaamheid én waakzaamheid. Ze zijn er niet alleen voor Joodse slachtoffers. Ook verzetsstrijders, Roma, Sinti, homoseksuelen, lichamelijk gehandicapten, verstandelijk gehandicapten, psychiatrische patiënten, Jehova’s, deserteurs en dwangarbeiders waren slachtoffer en werden massaal vermoord. Je vindt ruim honderd Struikelstenen voor huizen in De Pijp. Loop je er altijd overheen of voorbij? Sta je een volgende keer eens stil bij het verhaal dat die stenen over ons vertellen?

In het kader van 4 en 5 mei deze keer een speciale aflevering van Buur vertelt, gebaseerd op de Stolpersteinen te Sarphatipark 42.

Beeld: Rob Godfried met AI

De strijdbijl begraven en het Afrikahuis nieuw leven inblazen

Datum: 10 april 2026 / Editie: April 2026 / Auteur(s): Renata Veel

De rechtbank heeft onlangs beslist dat de strijdbijl tussen bisdom en gemeente na vijftien jaar moet worden begraven en dat ze gezamenlijk tot een oplossing moeten komen. De juridische strijd wordt weliswaar gevoerd tussen deze twee partijen maar op de achtergrond zijn de erfgoedbelangenbehartigers de waakhonden in het proces. Hét moment om erfgoedpartij van Stigt naar zijn ideeën over een oplossing te vragen.

Het Afrikahuis werd in opdracht van het bisdom Haarlem-Amsterdam gebouwd. Het pand moest een maatschappelijke invulling hebben en zo werd het ook ingevuld. De architect van dit brutalistische gebouw was Joop van Stigt. Het bisdom heeft het pand sinds 2008 niet meer in gebruik. In 2009 heeft het de status van gemeentelijke monument verkregen. Het bisdom heeft er sindsdien geen onderhoud aan gepleegd. Het wordt gedeeltelijk antikraak bewoond en gebruikt. André van Stigt, zoon van architect Joop van Stigt en erfgoedbeheerder van het Afrikahuis, vindt dat het die functie weer moet krijgen voor de buurt. Hij meent dat het bisdom alleen geïnteresseerd is in de grond en niet in het pand: ‘‘Zij willen de hoofdprijs. Zoals de plannen er vanuit het bisdom nu liggen, blijft er nog maar een heel klein gedeelte beschikbaar voor publieksgebruik en dat gedeelte is zo beperkt, daar is heel moeilijk een invulling aan te geven.’’

Welke concessies er kunnen worden gedaan om tot een oplossing te komen?
André van Stigt: “Ik durf te zeggen dat mijn ideeën het bisdom geen extra geld hoeven te kosten. Desnoods kunnen de ruimtes op kelderniveau aan de tuinzijde ook worden gereserveerd voor appartementen en voor veel geld worden verkocht, naast de bestaande woonruimtes aan weerszijden van het pand. Het betekent één kwadrant opofferen voor appartementen maar niet meer dan dat.”

Van Stigt is niet de enige die het proces bewaakt rondom het Afrikahuis. Ook David Mulder van Het Cuypersgenootschap strijdt al acht jaar voor behoud van pand en functie van het Afrikahuis en ook Erfgoedvereniging Heemschut levert haar aandeel. Het deelraadbestuur heeft zich enorm ingespannen om voortdurend alle partijen actief bij elkaar te brengen om een snelle herbestemming te stimuleren. Stadsherstel was in het verleden realistisch betrokken bij de herstelplannen en heeft meegekeken. Inmiddels moeten zij zeshonderd woningen verduurzamen en liggen hun prioriteiten daar. Van Stigt laat weten dat ze verwachten iemand anders te vinden die belangstelling heeft om te investeren in het pand.

Duurzaamheid draagt André van Stigt hoog in het vaandel:
“Projectontwikkelaars in dienst van het bisdom willen één of twee etages bovenop het dak van de lage kwadranten plaatsen voor luxe appartementen. Dat is heel erg kostbaar vanwege de houtconstructie van het binnenwerk. Het betekent dat er nieuwe fundering en nieuwe kolommen moeten worden aangebracht. De kosten zijn met miljoenen te beperken door die keuzes niet te maken. Niets zo veranderlijk als een monument mits je luistert naar het gebouw en de structuur zorgvuldig analyseert. Dan is een dergelijk herstel minder kostbaar. Dus geen bebouwing op het dak. Het dak kan wel gebruikt worden voor zonnecollectoren waar iedereen van meeprofiteert.”

Eén of twee etages op het dak bouwen ontneemt daarnaast omwonenden het vrije uitzicht en beperkt de lichtinval in de huizen. Bewoners hebben bestuursrechtelijk het recht om bezwaar aan te tekenen tegen deze plannen. Als dat gebeurt betekent het weer één of twee jaar procederen voordat er iets mogelijk is.

Andere voorbeelden
Van Stigt geeft De Hallen, de Haarlemmerpoort en de Majellakerk als voorbeelden van projecten die hij een nieuwe functie heeft weten te geven. Het hotel in De Hallen bekostigt feitelijk de bibliotheek die er een onderkomen heeft. En de horeca in de Haarlemmerpoort zorgt voor het benodigde rendement naast de sociale en middenhuur in het gebouw. Ze wisten het energieverbruik van de koepelgevangenis in Haarlem terug te brengen naar € 40.000 per jaar. Die kosten bedroegen voor de renovatie € 400.000 per jaar. Een aanzienlijke besparing, wat ook weer van invloed is op de huurprijzen.

Het bisdom laat in een reactie op dit artikel weten dat het Afrikahuis in de loop van het tweede kwartaal van 2026 via een makelaar op transparante wijze te koop zal worden aangeboden op de vastgoedmarkt. Het wil verder niet reageren op de inhoud.

Het is te hopen dat het bisdom de opdracht van de rechtbank om tot een gezamenlijke oplossing te komen laat weerspiegelen in de aanstaande verkoop.

Het Afrikahuis - Foto: Rob Godfried

Buur Kaj vertelt

Datum: 16 februari 2026 / Editie: Februari 2026 / Auteur(s): Renata Veel

We hadden geluk en konden een benedenwoning met tuintje huren. Wat uniek is aan De Pijp is dat er veel kleine ondernemers wonen en werken. Dat maakt deze buurt zo bijzonder. Ik heb bijvoorbeeld ook in West gewoond aan de Rijpgracht, de kortste gracht van Amsterdam, maar dat was vooral een woonbuurt. Voor al het andere moest je naar een andere plek. Maar hier is alles binnen loopafstand.

Ik ben geboren in Duiven, aan de Duitse grens. Mijn vriendin is in Amsterdam geboren maar na de geboorte van haar jongere broertje is het gezin buiten Amsterdam gaan wonen. Ik heb op talloze plekken gewoond, ook in het buitenland maar uiteindelijk is er geen plek als Amsterdam.

Samen met twee vrienden ben ik een eigen bedrijf gestart, De Predetariër. Eerst alleen online totdat via via een man ons een ruimte aanbood in de Gerard Doustraat en voorstelde om er een pop-up te beginnen. Hij vond wat we deden, alleen wild verkopen, zelf geschoten of door anderen en slechts om de wildstand op peil te houden, een mooi initiatief om de wereld een beetje beter te maken. Er lagen in de ruimte 1,2 miljoen knopen opgeslagen van Jan de Vakman die ermee was gestopt. De locatie blijkt een unieke plek. Groepjes dames die tegenover ons wonen, komen elke week een broodje eten. Ze noemen ons de Drie Musketiers. De wijkagent, kapper Rodney, Fred van de bloemen, de man van de coffeeshop, we kennen ze allemaal. Ook zij komen hier graag voor een broodje. Collega-ondernemers in deze straat geven we korting.

We hebben onze zoon van nu negen maanden Samuel genoemd. Geïnspireerd op Samuel Sarphati. We bleken niet de enige! De nieuwe tent tegenover de verloskundigenpraktijk is grappig genoeg ook zo genoemd. De overgrootouders van mijn vriendin waren Joods, net zoals Sarphati.

Een tweede kindje plaatst ons voor een dilemma. Dan wordt ons huisje te krap. Het liefst zou ik in Amsterdam blijven wonen, maar of we ons dat kunnen veroorloven…”

Buur Kaj in de Gerard Doustraat - Foto: Vibeke Ferree

Gedateerde winkelpuien? Mooi niet!

Datum: 16 februari 2026 / Editie: Februari 2026 / Auteur(s): Renata Veel

Hij toont mij gevels met prachtige ornamenten, mozaïeken en glas-in-loodramen. Maar ook laat hij mij zien dat veel daarvan al decennia verstopt zit achter kunststof platen en dat dat het overheersende beeld is in dit deel van de winkelstraat.

Norman kent De Pijp goed door zijn werk als vrijwilliger voor Heemschut en vertelt: “Wat geldt voor deze buurt geldt voor de hele stad. De oorspronkelijke winkelpuien werden in de tachtiger en negentiger jaren van de vorige eeuw als gedateerd gezien. Het moest allemaal strak en modern, uitgevoerd in kunststof. Veel huidige eigenaren of huurders zijn zich niet bewust van wat er achter die platen schuilgaat. Wij proberen hen hierop attent te maken en te stimuleren de voorgevel in de originele staat terug te brengen.”

Er valt veel te bewonderen aan de oorspronkelijke gevel van het hoekpand op nummer 15. Het pand ernaast heeft eenzelfde gevel in gelakt hout in plaats van de wit geverfde uitvoering. Of het wit de originele kleur is weet Norman niet zeker. Beide zijn een toonbeeld van ambacht en fantasie. Mythische koppen aan de bovenrand van de gevel doen aan leeuwen denken. We lopen verder. Bij nummer 57 is een tegelmozaïek zichtbaar boven een kunststof plaat. “Kijk,” zegt Norman, “deze gevel kan er tien keer mooier uitzien zonder die plaat.”

Een winkelpuienbeleid
“Vaak hebben eigenaren niet voldoende kennis. Een winkelpuienbeleid zou helpen. De Bestuurscommissie Zuid is daar voor maar de gemeenteraad ziet de ambtelijke energie die het gaat kosten als een bezwaar. Het vergt een lange adem en kost geld. De winst zit hem in uitstraling en welbevinden van de mens, niet te onderschatten factoren en wetenschappelijk bewezen. Met een winkelpuienbeleid kunnen we eigenaren actief benaderen om een bouwhistorisch onderzoek te laten uitvoeren. Vervolgens kunnen wij een herstelplan opstellen. Ons streven is dat eigenaren financieel worden ondersteund. Dat is nu niet het geval. Het zullen geen gigantische verbouwingen zijn en er kan meteen een stukje verduurzaming worden toegevoegd door de ramen van dubbele beglazing te voorzien.”

Over donaties, vrijwilliger worden en meer: heemschut.nl 

Delen van puien in de van Woustraat - Foto's: Menno Oostra

Ik zit in de ‘huiskamer’ van Huis van de Wijk en wacht op mijn afspraak.

Datum: 16 februari 2026 / Editie: Februari 2026 / Auteur(s): Renata Veel

“U woont ook in De Pijp?”, vraag ik.

Dat blijkt niet het geval. “Maar ik kwam hier elke week. Ik had hier een goede vriendin wonen. Ze leeft niet meer. Ik mis haar enorm.” Zijn wekelijkse bezoekjes aan deze vertrouwde buurt staan nu in het teken van zijn spieren soepel houden tijdens de gymnastiekles, vertelt hij.

Ik vertel: “Ik woon hier inmiddels 45 jaar en mag mij wel een Amsterdammer noemen.”

Dat is hij niet met mij eens. “Je bent een Amsterdammer als je hier geboren bent, zo niet dan ben je een allochtoon.” Hij ontneemt mij in één klap het recht om deze stad mijn thuis te noemen. Stilletjes besluit ik toch maar weer eens op te zoeken wat ‘allochtoon’ betekent. Dat heb ik al vaker gedaan maar zulke dingen vergeet ik weer. De man tegenover mij straalt daartegenover onomstotelijke kennis van zaken uit.

Die middag lees ik op de website van Onze Taal dat allos (ander) en chtoon (land) betekent. Het woord is afkomstig uit het Grieks en wordt al sinds 2016 niet meer geschikt gevonden vanwege de negatieve bijklank. Migrant wordt als een beter woord aangemerkt. Die geleerde meneer mag zijn kennis ook wel eens bijschaven, schiet het door mijn niet geheel van wraakzucht gespeende hoofd.

Migranten zijn mensen die de ene plek voor de andere verwisselen op zoek naar een beter leven. Dat kan ook binnenslands; dat maakt mij een stadsmigrant en de beste man tot een buurtmigrant. Maar trekken we niet allemaal naar plekken waar we ons thuis voelen?

Buur Frits vertelt

Datum: 15 december 2025 / Editie: December 2025 / Auteur(s): Renata Veel

“Ik woon in het huis waar ik geboren (1949) en getogen ben in de Cornelis Trooststraat. Mijn vader kon met zijn handen maken wat hij met zijn ogen zag. Hij heeft er een douche in gebouwd en een raampje gemaakt zodat er wat licht in valt. Verder is alles in het huis zoals het in 1918 was. Mijn ouders zijn er in 1939 gaan wonen. Ik had heel liberale ouders en ben antiautoritair opgevoed. Mijn vader was lid van de communistische partij, dat stamde nog uit de crisisjaren. Het was voor hem vooral als stok achter de deur tegen uitbuiting van arbeiders.’’

Van rafelig naar aangeharkt
‘‘Ik was het jongste en meest verwende kind uit een gezin van drie jongens. Er was nog veel ruimte in De Pijp voor kinderen om te spelen en weinig verkeer. Je kon op de rijweg voetballen. Het was een veilige omgeving en er heerste een prettige sfeer.

In mijn jeugd was De Pijp vol rafelige reuring. Tegenwoordig is het alsof de provincie hier is neergestreken. Het is een aangeharkte buurt geworden en de jongeren die er komen wonen dwepen met Ajax en de liedjes van tante Leen maar missen de achtergrond van Amsterdam. Ik vind jonge mensen ook onrustiger en banger. Ik ben opgegroeid in een tijd dat de mensen elkaar bij naam kenden, je groette elkaar, ze wisten waar je woonde.’’

Wielrennen met Kneet
‘‘Ik woon nog altijd heel lekker drie hoog. Ik heb ook mazzel met de buren. Nee, ik zou er niet weg willen maar als ik het over mocht doen, zou ik profwielrenner willen worden. Ik heb veel op mijn racefiets gereden. Ik begon bij de start samen met Kneet (Gerrie Knetemann red.) en zag hem weer bij de finish. (Lacht) Ja, die was op zijn achttiende al een fenomeen. Ik ben gestopt met racen toen mijn ouders zijn overleden. Ik kreeg fysieke klachten. Pijn op de borst. De fiets staat in de woonkamer achter de bank. Die heb ik helemaal uit elkaar gehaald. De handigheid van mijn vader beperkte zich bij mij tot mijn fiets.”

Buur Frits in zijn woning - Foto Rob Godfried

Dance Connects

Datum: 15 december 2025 / Editie: December 2025 / Auteur(s): Renata Veel

Het pand met okergele gevel in de Quellijnstraat springt onmiddellijk in het oog. Op de derde verdieping, die met een lift is te bereiken, huist Dance Connects. Dansen zien zij als een krachtig middel om actief te blijven, jezelf te uiten, contact te maken en je onderdeel te voelen van je omgeving.

Ik ontmoet er de 63-jarige Peter van der Linden, die ambassadeur voor Dance Connects is. Hij werd voor het eerst gegrepen door dans toen hij mensen in een Nivon-huis zag volksdansen. Een kennis tipte hem om eens bij Dance Connects te kijken. ‘‘Ik ben een proefles gaan doen in de Balistraat. Het was liefde op het eerste gezicht.”

Conditietraining of kunstuiting
Peter danst nu al ruim zes jaar. Twee keer in de week in de Quellijnstraat en een keer in de Balistraat. Is het net zoiets als dansen in de disco? “Als je naar de disco gaat doe je maar wat. Je werkt hier aan de hand van opdrachten. Bijvoorbeeld beweeg met rechte lijnen of ronde bewegingen. Of beweeg niet op het ritme maar volg de bas in plaats van de drum. Je leert ook op een andere manier naar muziek te luisteren. We dansen op van alles, van klassiek tot hiphop, folk of experimenteel. Het is niet één muziekgenre.”

Voel je vrij
Tijdens de les doen we een oefening waarbij we elkaars bewegingen spiegelen. Ik voel wat verlegenheid om mijn mededanser aan te kijken. Peter vertelt later: “Daar heb ik geen last van maar ik doe het ook al heel lang. De groepen bestaan uit een vaste kern en een vaste docent. Ieder doet het op zijn eigen manier en iedereen heeft een heel eigen manier van bewegen en doen. De een ziet het als een vorm van conditietraining, de ander beleeft het als een kunstuiting.’’

Na afloop ben ik bovenal enthousiast en ontroerd door iets dat ik nog het beste als een ontwapenend samenzijn kan omschrijven.

danceconnects.nl

Een pas-de-deux - foto: Rob Godfried

‘‘Samen tafeltennissen kan altijd’’

Datum: 17 oktober 2025 / Editie: Oktober 2025 / Auteur(s): Renata Veel

Voor hun hondje Pip is er steevast een warm plekje gecreëerd op de bank dichtbij de tafel en ook hond Rowdy is van de partij.

Louis en Christina vertellen honderduit over hun passie voor het spel en de mensen.

Louis: “Iedereen die een batje en een balletje heeft kan aanschuiven. De tafeltennisgroep is uitgegroeid tot circa honderd deelnemers. Via een QR-code op een van de tafels kun je je aanmelden.”

Christina vertelt over onder meer Chinese deelnemers en over daklozen die meespelen. “Samen tafeltennissen kan altijd. Je hoeft niet elkaars taal te spreken, een dak boven je hoofd te hebben of met elkaar op te kunnen schieten om met elkaar te kunnen spelen.”

Louis: “ ‘s Middags wordt er soms een estafettesysteem ingevoerd zodat je niet te lang op je beurt hoeft te wachten. Er komen ook mensen gewoon voor de gezelligheid bij zitten.”

Begin mei raakten beide tafelbladen zwaar beschadigd door vandalisme.

Christina: “We hebben een stevig Trespa-blad in Limburg opgehaald en op een van de tafels geplaatst. We wilden niet op de gemeente wachten omdat we bang waren dat het te lang zou duren en de groep dan uit elkaar zou vallen. Binnen de tafeltennisgroep is geld ingezameld om de kosten te delen.’’

Louis: “De tafel met het nieuwe Trespa-blad is opeens verwijderd. Daarom hebben mensen van de groep tijdelijk een verrijdbare tafel geplaatst. De andere tafel is door een aannemer van de gemeente afgezaagd en nu te laag. Het blad is van aluminium. Dat speelt niet fijn, het is te glad en er ontstaan deukjes als je erop speelt. De opzichter, de tuinman, de wijkagent, allemaal kennen ze ons en weten ze wat er speelt. De opzichter heeft zijn best gedaan en onze wensen genoteerd maar bij de uitvoering gaat het stelselmatig mis.’’

Christina: “We zijn teleurgesteld. Ik zou graag willen dat de gemeente rechtstreeks met ons overlegt. We hadden het dan beter kunnen regelen.”

Christina, Louis en de honden spelen samen - Foto: Rob Godfried

Behoefte aan luchtige vrolijkheid?

Datum: 17 oktober 2025 / Editie: Oktober 2025 / Auteur(s): Renata Veel

Ik heb vandaag een afspraak op een bijzondere plek. Schuchter duw ik de toegangsdeur open waarna ik door een kinderhekje moet om de ruimte te betreden. Nee, het zijn geen baby’s en peuters die over de grond rondscharrelen. Het hekje moet voorkomen dat honden die hier los mogen rollebollen, naar buiten glippen. Zonder viervoeter voel ik mij een vreemde eend in de bijt in dit hondencafé. Toch een beetje als een moeder zonder haar troetelkind, maar zodra ik zit is dat over. Een grote donkere labrador komt mij begroeten met een speelkameraad in zijn kielzog. Altijd eerst laten ruiken, heb ik geleerd dus ik steek mijn hand uit. De labrador is een allemansvriend, of je nu vertrouwd ruikt of niet. Een aai over zijn rug neemt hij blij in ontvangst. Zijn speelkameraad, een bol wollig wit en zwart met spitse snuit, komt ook even ruiken, steekt nuffig zijn spitse neus in de lucht en maakt rechtsomkeert. Niet iedereen vindt vreemd volk leuk, da’s duidelijk. Maar met de labrador volgt een vrolijke groet- en knuffelpartij.

Ondertussen wordt de koffie geserveerd. Mijn hart springt op. “Wat leuk!” slaak ik. Op het schuim staat de afdruk van een hondenpootje. Meer hondjes met baasjes betreden de ruimte. De ballenbak ontbreekt dus de labrador en het nuffige beest besluiten in een aanval van speelsheid hun krachten te meten door tegen elkaar op te springen. Honden hebben hier alle vrijheid. Mijn blik valt op de menukaart voor viervoeters, met een glutenvrije dognut en puppuccino’s. Zouden deze behaarde schatjes echt de voorkeur geven aan brownie boven bot?

Gevuld met vertedering stap ik weer in de wereld van oorlog, genocides, polarisatie en klimaatcrisis, waar bij gebrek aan zorgpersoneel de robot in opmars is. Het zijn duidelijk niet meer de honden die in onze wereld een hondenleven leiden.