Buur Frits vertelt

Datum: 15 december 2025 / Editie: December 2025 / Auteur(s): Renata Veel

“Ik woon in het huis waar ik geboren (1949) en getogen ben in de Cornelis Trooststraat. Mijn vader kon met zijn handen maken wat hij met zijn ogen zag. Hij heeft er een douche in gebouwd en een raampje gemaakt zodat er wat licht in valt. Verder is alles in het huis zoals het in 1918 was. Mijn ouders zijn er in 1939 gaan wonen. Ik had heel liberale ouders en ben antiautoritair opgevoed. Mijn vader was lid van de communistische partij, dat stamde nog uit de crisisjaren. Het was voor hem vooral als stok achter de deur tegen uitbuiting van arbeiders.’’

Van rafelig naar aangeharkt
‘‘Ik was het jongste en meest verwende kind uit een gezin van drie jongens. Er was nog veel ruimte in De Pijp voor kinderen om te spelen en weinig verkeer. Je kon op de rijweg voetballen. Het was een veilige omgeving en er heerste een prettige sfeer.

In mijn jeugd was De Pijp vol rafelige reuring. Tegenwoordig is het alsof de provincie hier is neergestreken. Het is een aangeharkte buurt geworden en de jongeren die er komen wonen dwepen met Ajax en de liedjes van tante Leen maar missen de achtergrond van Amsterdam. Ik vind jonge mensen ook onrustiger en banger. Ik ben opgegroeid in een tijd dat de mensen elkaar bij naam kenden, je groette elkaar, ze wisten waar je woonde.’’

Wielrennen met Kneet
‘‘Ik woon nog altijd heel lekker drie hoog. Ik heb ook mazzel met de buren. Nee, ik zou er niet weg willen maar als ik het over mocht doen, zou ik profwielrenner willen worden. Ik heb veel op mijn racefiets gereden. Ik begon bij de start samen met Kneet (Gerrie Knetemann red.) en zag hem weer bij de finish. (Lacht) Ja, die was op zijn achttiende al een fenomeen. Ik ben gestopt met racen toen mijn ouders zijn overleden. Ik kreeg fysieke klachten. Pijn op de borst. De fiets staat in de woonkamer achter de bank. Die heb ik helemaal uit elkaar gehaald. De handigheid van mijn vader beperkte zich bij mij tot mijn fiets.”

Buur Frits in zijn woning - Foto Rob Godfried

Dance Connects

Datum: 15 december 2025 / Editie: December 2025 / Auteur(s): Renata Veel

Het pand met okergele gevel in de Quellijnstraat springt onmiddellijk in het oog. Op de derde verdieping, die met een lift is te bereiken, huist Dance Connects. Dansen zien zij als een krachtig middel om actief te blijven, jezelf te uiten, contact te maken en je onderdeel te voelen van je omgeving.

Ik ontmoet er de 63-jarige Peter van der Linden, die ambassadeur voor Dance Connects is. Hij werd voor het eerst gegrepen door dans toen hij mensen in een Nivon-huis zag volksdansen. Een kennis tipte hem om eens bij Dance Connects te kijken. ‘‘Ik ben een proefles gaan doen in de Balistraat. Het was liefde op het eerste gezicht.”

Conditietraining of kunstuiting
Peter danst nu al ruim zes jaar. Twee keer in de week in de Quellijnstraat en een keer in de Balistraat. Is het net zoiets als dansen in de disco? “Als je naar de disco gaat doe je maar wat. Je werkt hier aan de hand van opdrachten. Bijvoorbeeld beweeg met rechte lijnen of ronde bewegingen. Of beweeg niet op het ritme maar volg de bas in plaats van de drum. Je leert ook op een andere manier naar muziek te luisteren. We dansen op van alles, van klassiek tot hiphop, folk of experimenteel. Het is niet één muziekgenre.”

Voel je vrij
Tijdens de les doen we een oefening waarbij we elkaars bewegingen spiegelen. Ik voel wat verlegenheid om mijn mededanser aan te kijken. Peter vertelt later: “Daar heb ik geen last van maar ik doe het ook al heel lang. De groepen bestaan uit een vaste kern en een vaste docent. Ieder doet het op zijn eigen manier en iedereen heeft een heel eigen manier van bewegen en doen. De een ziet het als een vorm van conditietraining, de ander beleeft het als een kunstuiting.’’

Na afloop ben ik bovenal enthousiast en ontroerd door iets dat ik nog het beste als een ontwapenend samenzijn kan omschrijven.

danceconnects.nl

Een pas-de-deux - foto: Rob Godfried

‘‘Samen tafeltennissen kan altijd’’

Datum: 17 oktober 2025 / Editie: Oktober 2025 / Auteur(s): Renata Veel

Voor hun hondje Pip is er steevast een warm plekje gecreëerd op de bank dichtbij de tafel en ook hond Rowdy is van de partij.

Louis en Christina vertellen honderduit over hun passie voor het spel en de mensen.

Louis: “Iedereen die een batje en een balletje heeft kan aanschuiven. De tafeltennisgroep is uitgegroeid tot circa honderd deelnemers. Via een QR-code op een van de tafels kun je je aanmelden.”

Christina vertelt over onder meer Chinese deelnemers en over daklozen die meespelen. “Samen tafeltennissen kan altijd. Je hoeft niet elkaars taal te spreken, een dak boven je hoofd te hebben of met elkaar op te kunnen schieten om met elkaar te kunnen spelen.”

Louis: “ ‘s Middags wordt er soms een estafettesysteem ingevoerd zodat je niet te lang op je beurt hoeft te wachten. Er komen ook mensen gewoon voor de gezelligheid bij zitten.”

Begin mei raakten beide tafelbladen zwaar beschadigd door vandalisme.

Christina: “We hebben een stevig Trespa-blad in Limburg opgehaald en op een van de tafels geplaatst. We wilden niet op de gemeente wachten omdat we bang waren dat het te lang zou duren en de groep dan uit elkaar zou vallen. Binnen de tafeltennisgroep is geld ingezameld om de kosten te delen.’’

Louis: “De tafel met het nieuwe Trespa-blad is opeens verwijderd. Daarom hebben mensen van de groep tijdelijk een verrijdbare tafel geplaatst. De andere tafel is door een aannemer van de gemeente afgezaagd en nu te laag. Het blad is van aluminium. Dat speelt niet fijn, het is te glad en er ontstaan deukjes als je erop speelt. De opzichter, de tuinman, de wijkagent, allemaal kennen ze ons en weten ze wat er speelt. De opzichter heeft zijn best gedaan en onze wensen genoteerd maar bij de uitvoering gaat het stelselmatig mis.’’

Christina: “We zijn teleurgesteld. Ik zou graag willen dat de gemeente rechtstreeks met ons overlegt. We hadden het dan beter kunnen regelen.”

Christina, Louis en de honden spelen samen - Foto: Rob Godfried

Behoefte aan luchtige vrolijkheid?

Datum: 17 oktober 2025 / Editie: Oktober 2025 / Auteur(s): Renata Veel

Ik heb vandaag een afspraak op een bijzondere plek. Schuchter duw ik de toegangsdeur open waarna ik door een kinderhekje moet om de ruimte te betreden. Nee, het zijn geen baby’s en peuters die over de grond rondscharrelen. Het hekje moet voorkomen dat honden die hier los mogen rollebollen, naar buiten glippen. Zonder viervoeter voel ik mij een vreemde eend in de bijt in dit hondencafé. Toch een beetje als een moeder zonder haar troetelkind, maar zodra ik zit is dat over. Een grote donkere labrador komt mij begroeten met een speelkameraad in zijn kielzog. Altijd eerst laten ruiken, heb ik geleerd dus ik steek mijn hand uit. De labrador is een allemansvriend, of je nu vertrouwd ruikt of niet. Een aai over zijn rug neemt hij blij in ontvangst. Zijn speelkameraad, een bol wollig wit en zwart met spitse snuit, komt ook even ruiken, steekt nuffig zijn spitse neus in de lucht en maakt rechtsomkeert. Niet iedereen vindt vreemd volk leuk, da’s duidelijk. Maar met de labrador volgt een vrolijke groet- en knuffelpartij.

Ondertussen wordt de koffie geserveerd. Mijn hart springt op. “Wat leuk!” slaak ik. Op het schuim staat de afdruk van een hondenpootje. Meer hondjes met baasjes betreden de ruimte. De ballenbak ontbreekt dus de labrador en het nuffige beest besluiten in een aanval van speelsheid hun krachten te meten door tegen elkaar op te springen. Honden hebben hier alle vrijheid. Mijn blik valt op de menukaart voor viervoeters, met een glutenvrije dognut en puppuccino’s. Zouden deze behaarde schatjes echt de voorkeur geven aan brownie boven bot?

Gevuld met vertedering stap ik weer in de wereld van oorlog, genocides, polarisatie en klimaatcrisis, waar bij gebrek aan zorgpersoneel de robot in opmars is. Het zijn duidelijk niet meer de honden die in onze wereld een hondenleven leiden. 

Wandelvrijwilliger Annis Pattiasina: ‘‘Plezierig samenzijn staat voorop’’

Datum: 17 oktober 2025 / Editie: Oktober 2025 / Auteur(s): Renata Veel

Vrijwilliger Annis Pattiasina begeleidt vandaag de wekelijkse wandeling die wordt georganiseerd voor mensen met gezondheidsklachten.

Deelnemer Claire: “Annis is onze kroonprins en een goeie man. Hij heeft veel vrouwen”, zegt ze. “Hij is een goeie baas,” vult een andere goedlachs aan. Het kenmerkt deze morgen. Plagerijen en humor zijn een belangrijk ingrediënt. Mannelijke deelnemers ontbreken vandaag maar die zijn er wel degelijk.

Annis vraagt: “Wat zullen we doen vandaag?” Gezamenlijk wordt besloten naar het Beatrixpark te wandelen. Annis vertelt dat hij het niet altijd zo doet. Hij houdt het graag een beetje open maar verzamelt ook vooraf ideeën vanuit de deelnemers. Soms gaan ze ergens met het openbaar vervoer naartoe. “Dan is het handig om vooraf af te spreken waar we verzamelen.”

Onderweg spreek ik nog enkele deelnemers. Nora (60-plus) loopt sinds 2022 mee. “Ik voelde mij sinds corona depressief. Ik heb heel lang opgesloten gezeten. De huisarts en anderen verwezen mij naar deze wandelgroep. Nu gaat het een stuk beter.”

Coosje (80-plus) komt uit het oosten van het land: “Mijn kinderen konden door tijdgebrek niet meer zo makkelijk naar mij toekomen. Toen zeiden mijn zoon en schoondochter: ‘Kom bij ons wonen. Wij hebben plek zat. Ik heb lang geaarzeld maar de stap uiteindelijk kort geleden gezet.” De man van Claire (70-plus) heeft ernstige nierproblemen, waardoor hij maximaal één kopje koffie per dag mag. ’Ik zei: ‘Je bent nu een Engelsman. Je kunt thee drinken.” Met grapjes houdt ze hem bij de les. “Ik kom uit het deel van Kameroen dat een Engelse kolonie was. We zijn opgegroeid met hun theeceremonie.”

Annis begeleidt samen met Linda Ingenbeek om en om de wandelgroep.
Ze kennen de verhalen van alle deelnemers. De problemen met hun gezondheid, de zorgen thuis. “Maar” zegt hij, “het moet ook vrolijk en ontspannen blijven. We waken erover dat het niet te lang over bijvoorbeeld politiek gaat of andere narigheid. Plezierig samenzijn staat voorop.”

De wandeling gaat via de Artsenijhof naar ‘het heuveltje’ waar bankjes ons uitzicht bieden op talloze gespierde armen met gebalde vuisten die de lucht in steken. ‘Your life is calling’ luidt de titel van het kunstwerk van gewapend beton. Na een korte pauze aanvaarden we de terugweg.

‘Voor iedereen die zijn conditie wil verbeteren’, staat op de flyer van Huis van de Wijk/Combiwel. Meedoen is kosteloos.

Annis (in het midden) aan de wandel met de groep - Foto: Rob Godfried

Buur Marjo vertelt

Datum: 1 september 2025 / Editie: Augustus 2025 / Auteur(s): Renata Veel

“Ik ben geboren in 1968, en getogen in het oosten en zuiden van het land. Mijn ouders zijn in mijn jeugd twee keer verhuisd. De laatste veertien jaar heb ik met mijn ouders in Oosterhout gewoond; ik was er doodongelukkig. Op mijn negentiende vluchtte ik naar Amsterdam. Ik accepteerde blind een kamer in een studentenwoning aan de Rustenburgerdwarsstraat. ‘‘Bovenal wilde ik in Amsterdam wonen. Dat was mijn voornaamste wens. Het maakte verder niet uit hoe het onderkomen er uitzag.

In 2005 kon ik mijn intrek nemen in dit huis. Ik had mijn zinnen gezet op een Amsterdamse School-huis. Daar heb ik op gewacht en na elf jaar had ik genoeg punten om mijn huidige woning te betrekken.’’

Groene giften
Marjo werkt als VIG, Verzorgende Individuele Gezondheidszorg: “Ik help mensen met wassen, aankleden en mag ook bepaalde prikken zetten. Daarnaast werk ik op zzp-basis als dramatherapeut. Ik leer mensen via spel met situaties en gevoelens omgaan. Ook maak ik deel uit van het vrijwilligersteam bij Plan C. Het is een buurthuiskamer opgezet door en voor buurtbewoners. Het heeft mij veel fijne contacten met mensen van allerlei leeftijden en nationaliteiten opgeleverd. Zo kwam ik ook in contact met Peter van Maaren die het initiatief nam tot de geveltuinendag in de buurt. Een benedenbuurman heeft mij daarna een hoekje tuin cadeau gedaan en ook een andere buurman heeft een stuk tuin geschonken om in te tuinieren. Heel bijzonder.’’

Verhuizen
”Momenteel ben ik bezig voor mijn herregistratie dramatherapie. Als ik die op zak heb, wil ik naar Alkmaar verhuizen. Mijn ouders komen oorspronkelijk uit die hoek. Als ik uit de trein stap in Schagen, dan voelt dat als thuiskomen. Maar Schagen is een dorp en in een dorp kan ik niet leven dus wordt het Alkmaar. Ik heb er al een graf gekocht op een natuurbegraafplaats.

Keer op keer zijn er redenen om Amsterdam niet te verlaten. Dan is het een fijne baan niet ver van huis, vervolgens komt er weer een toffe vriend in de buurt wonen.”

Ze leidt mij na ons gesprek op straat rond en laat de gedoneerde stukjes tuin zien. Ook in grote bakken van stadshout wordt getuinierd, samen met andere buren. ‘‘Het is hier allemaal zoveel groener en fijner geworden!’’

Marjo bezig in de geveltuinen - Foto: Rob Godfried

Buur Nicko vertelt

Datum: 13 juni 2025 / Editie: Juni 2025 / Auteur(s): Renata Veel

Alles voor het eerst
“Ik ben in 2002 in OLVG Oost geboren maar heb daarna alles voor het eerst gedaan in De Pijp: leren lopen, fietsen, verliefd worden, een baantje, zelfstandig wonen. Ik woon boven mijn ouders, samen met twee andere creatievelingen. Dat is fijn want dan begrijp je elkaar. Werk-in-uitvoering dat over de grond ligt verspreid is geen punt. Ik zit in het derde jaar van het Amsterdam Fashion Institute (AMFI).”

“Ik had niet gedacht dat het zo goed zou bevallen om dichtbij mijn ouders te wonen. Ik was bang dat het benauwd zou voelen maar we zijn meer een grotere familie geworden. Laatst hebben we weer gezellig met mijn ouders en huisgenoten samen gegeten. “

Ode aan mijn roots
“Ik zie mijzelf wel een tijd in bijvoorbeeld Parijs of Kopenhagen wonen om andere culturen te leren kennen en inspiratie op te doen op modegebied. Maar De Pijp definitief verlaten?! Ik heb de coördinaten van ons huis, de plek waar mijn roots liggen, op mijn zeventiende verjaardag in het handschrift van mijn vader op mijn onderarm laten tatoeëren. Het is een ode aan waar ik ben opgegroeid. De Pijp is de laatste jaren veranderd. Het is een hippe en bruisende plek geworden maar dat heeft ook een negatieve kant. Er komen veel meer mensen van buiten naar hier. De Ferdinand Bol lijkt op een zaterdag wel een nieuwe Kalverstraat. Toen ik klein was heb ik er leren fietsen en dat kun je je nu niet meer voorstellen.”

“Ik werk bij café Caron in de Frans Hals en mijn favoriete yogaschool Yagoy is in de Karel du Jardin. Alleen voor school moet ik de buurt uit. De yogaschool en café Caron zijn een verlengde van thuis. Mijn vader heb ik kunnen overhalen om naar deze yogaschool te gaan en ook andere ouders van vrienden komen er nu. Voordat Caron open gaat is het er een zoete inval voor collega’s en vrienden. We kletsen dan bij of zitten te werken achter de laptop. Er komen geregeld mensen uit de buurt eten. Buurtbewoners onderhouden hier samen de planten en versieren de bomen met lampjes. Leuk en bijzonder vind ik dat.”

Foto: Rob Godfried

De brute strijd om het Afrikahuis

Datum: 19 maart 2025 / Auteur(s): Renata Veel

De Hoeksteen
De Sint Willibrorduskerk binnen de Veste, het huidige Afrikahuis, verving de neogotische Sint Willibrordus buiten de Veste die in 1970 gesloopt werd. De Sint Willibrordus buiten de Veste moest weg omdat het te groot en lelijk werd gevonden. Bovendien moest het allemaal kleinschaliger en met een meer maatschappelijke functie. Het Afrikahuis symboliseert daarmee ook een tijdgeest. De architect, Joop van Stigt (1934-2011), had de opdracht een pand te ontwerpen dat de gemeenschap moest dienen. Hij wilde een multifunctioneel gebouw creëren: het moest een ontmoetingsplek midden in de wijk worden. Er werd onder andere ook een wijkcentrum in gevestigd. De kerk werd wel ‘De Hoeksteen’ genoemd. De locatie onderstreepte die functie.

Brokkelend beton
23 mei 1969 schreef De Telegraaf over de buurt waarin de kerk in 1968 haar deuren opende: ‘‘Met een hoge gemiddelde leeftijd der bevolking, een ongewone bebouwingsdichtheid, een zelfmoord-statistiek waarover men liever maar fluisterend spreekt (…). Daar dan staat ’n nieuwe katholieke kerk.’’
Inmiddels is de buurt er in vele opzichten flink op vooruit gegaan maar de verwaarloosde en weinig geliefde betonnen kolos lijkt haast symbool te staan voor de tijd waarin die is gebouwd. Zo nu en dan worden er reparaties uitgevoerd om te voorkomen dat het beton verder afbrokkelt en op de hoofden van voorbijgangers terecht komt. Gebroken ruiten worden provisorisch dichtgeplakt en een kapotte waterleiding afgelopen zomer leidde bij tijd en wijle tot een pierenbadje op straat waar menigeen met verbazing doorheen zwemfietste. Graffiti ontsiert of siert, het is maar hoe je het bekijkt, steeds meer het gebouw. Er is sinds 2008 geen onderhoud aan het pand gepleegd dat gedeeltelijk antikraak wordt bewoond en gebruikt. Buurtbewoners die het pand alleen van de buitenkant kennen, zijn er eenduidig over: belachelijk dat zo’n lelijk en groot pand al zo lang grotendeels ongebruikt in De Pijp staat terwijl de woningnood nijpend is. ‘Tegen de vlakte’, hoor je niet zelden mensen zeggen. ‘Kraken’, klinkt het vanuit actiegroepen. Maar hoe kun je iets kraken dat grotendeels antikraak bewoond en gebruikt wordt?

Indrukwekkend interieur
Op Open Monumentendag 2023 nam ik samen met andere nieuwsgierige buurtbewoners een kijkje binnenin het pand. Niemand uitgezonderd verlieten we de kerk lyrisch gestemd vanwege de hoge en grote achthoekige kerkzaal met reusachtige schuifwanden die de ruimte kunnen opdelen in intiemere ruimtes. Hout voert er de boventoon. Wanden, vloeren en plafonds ademen daardoor een warme sfeer. Trappetjes zorgen voor een speels niveauverschil en dan is er nog een grote buitenplaats die in de luwte ligt en waar het een ware lust moet zijn om te tuinieren of gezamenlijk te eten. Maar er is zoveel meer wat wij niet te zien krijgen. Onder andere de woonruimtes voor de conciërge en ander personeel aan de Henrick de Keyserstraat en de pastoriewoning aan de Van Ostadestraat. De bezoekers die delen van het interieur konden bekijken zagen bovenal de potentie. Talloze ideeën voor gebruik werden geopperd.

Erfgoedvereniging Heemschut
De neogotische Wilibrordus buiten de Veste is afgebroken in een tijd dat men er de waarde niet van inzag. Datzelfde lot dreigt nu voor het Afrikahuis. Erfgoedvereniging Heemschut lobbyt voor behoud van het Afrikahuis. Met een handhavingsverzoek gericht aan het stadsdeel hoopt ze renovatie af te dwingen en zo ook een basis te leggen voor nieuw gebruik. Het gebouw heeft cultuurhistorische waarde en kan een grote culturele en maatschappelijke rol vervullen.
Heemschut behoedt onze stad voor de bouwzucht van speculanten. Drie jaar geleden heeft De Pijp dankzij de inspanningen van Heemschut de status van Beschermd Stadsgezicht gekregen. Met deze status wordt voorkomen dat historische panden gesloopt worden. Ook stimuleert Heemschut behoud of herstel van historische winkelpuien aan bijvoorbeeld de Van Woustraat en op de Ceintuurbaan.

Gebed zonder end
Je kunt een kamer behangen met de eindeloze hoeveelheid A4’tjes juridische strijd tussen bisdom en gemeente over het Afrikahuis. Het bisdom doet wat veel vastgoed speculanten doen: een monumentaal pand zodanig laten vervallen dat sloop de enige optie is. Het vertragen van procedures, het niet voldoen aan de onderhoudsplicht, weigeren boetes te betalen; het zijn klassieke trucs om groot geld op te strijken.
Gaan bisdom en gemeente eindelijk tot een vergelijk komen zodat Buro van Stigt, gespecialiseerd in renovatie, herstel en duurzaamheid, het pand zowel voor bewoning als voor een culturele, maatschappelijke rol in De Pijp nieuw leven in kan blazen? Het zou mooi zijn als de zoon van de architect kan herstellen wat zijn vader in gedachten had.

Dank aan Norman Vervat van Erfgoedvereniging Heemschut.
Meer informatie: heemschut.nl

Afrikahuis, hoek Van Ostadestraat en Henrick de Keijserstraat - Foto: Gert Meijerink

Buur Joke vertelt

Datum: 20 februari 2025 / Editie: Februari 2025 / Auteur(s): Renata Veel

Risicovol koophuis
‘‘Ik ben in 1947 geboren aan de Marco Polostraat en op mijn eenentwintigste verliet ik het ouderlijk huis om te trouwen. Je ging destijds niet eerst op jezelf wonen. Mijn man is vlak na zijn geboorte van Haarlem naar Amsterdam verhuisd en in de Gerard Doustraat opgegroeid. André Hazes was zijn buurjongetje. Na wat omzwervingen in te krappe (zolder) kamertjes zijn we in 1970 in De Pijp beland. Via een huurkoopovereenkomst konden we een etage in de Rustenburgerstraat betrekken. Dat gebeurde wel vaker in die tijd. De eigenaar was een oude man en het werd ons om die reden afgeraden. Kwam de eigenaar te overlijden, dan konden de erfgenamen het huis alsnog confisqueren. Het was een riskante onderneming. We hebben het toch gedaan en het is gelukkig goed gegaan.’’

Uniform
‘‘Op mijn zestiende solliciteerde ik bij de politie. Ze vonden mij te klein om bij de geüniformeerde politie te mogen. Ik zou niet voldoende overwicht hebben op straat, dus werd het administratief werk. Na mijn huwelijk wilde ik er halve dagen blijven werken maar daar hadden ze nog nooit van gehoord. Bij de AMRO, nu ABN AMRO, kon ik wel aan de slag. Ik werkte vijf ochtenden in de week in de postkamer, van half zeven tot half negen. Daarna sprong ik op de fiets om de kinderen naar school te brengen.’’

Makkelijk contact
‘‘Het is niet meer ons kent ons in De Pijp. Het melkboertje en het sigarenwinkeltje in de straat zijn verdwenen. Toch vind ik het nog altijd gezellig. Er wonen nu vooral jonge mensen om ons heen. Veel expats. Ik ben altijd benieuwd naar waar mensen vandaan komen en maak makkelijk een praatje. Ik spreek vijf talen. Een hond helpt ook bij het maken van contact. We hebben altijd honden en katten gehad. Ik zou De Pijp alleen inruilen voor een woning op de begane grond met een tuintje in Haarlem of Voorschoten, waar dochters van ons wonen.’’

Buur Joke met hond - foto: Paul Paree

‘’Ik blijf huisarts tot ik erbij neerval’’

Datum: 20 februari 2025 / Editie: Februari 2025 / Auteur(s): Renata Veel

In deze rubriek portretteren we markante Pijpbewoners en ondernemers. Buurtgenoten met boeiende levens, mooie verhalen en memorabele anekdotes.
Deze aflevering: Huib Franssen

Huib Franssen heeft inmiddels de pensioenleeftijd overschreden maar denkt niet aan stoppen met zijn werk in De Pijp. Hij houdt drie dagen in de week praktijk als huisarts, is verbonden aan Hospice Veerhuis, bezoekt regelmatig bewoners in Het Amstelhuis en ga zo maar door. Zijn bewonderenswaardige bevlogenheid verdient aandacht.

Muzikale familie
Zijn wieg staat in Eindhoven waar hij in 1955 ter wereld kwam. Het gezin telde veertien kinderen; tien meisjes en vier jongens. Vader Franssen kwam uit Venlo en was huisarts. In het prille begin van diens carrière overleefde een vrouw de bevalling niet. Dat heeft hem zo aangegrepen dat hij besloot als bedrijfsarts verder te gaan. Huib’s moeder is geboren in Amsterdam. Zij was zangeres van beroep. Het was bij de familie Franssen een vrolijke, muzikale boel. Ieder kind moest ten minste één instrument bespelen en kreeg zangles van moeder. Als familiekoortje hebben ze onder de artiestennaam De Hollandse Franssen een grammofoonplaat uitgebracht. Maar liefst acht van de veertien kinderen zijn naar het conservatorium gegaan.

Slechte student
Studeren was niet zijn sterkste kant en na een moeizame start en wat omzwervingen vertrok hij op zijn tweeëndertigste dan eindelijk met zijn bul op zak naar Amsterdam om als arts op de Eerste Hulp in het OLVG te gaan werken. Zijn baan daarna als waarnemend arts verdiende weliswaar goed maar Huib miste de relatie die je met mensen opbouwt. En dus keerde hij terug naar de schoolbanken voor de specialisatie Huisarts Geneeskunde. In 2001 nam hij samen met Ernst Wijsmuller de huisartsenpraktijk van Han Lok aan het Sarphatipark over, die in dat jaar overleed. Tegenwoordig zit hun praktijk in de Kuipersstraat.

Oprechte aandacht
Huib zet zich met veel liefde in voor Hospice Veerhuis. Dit kleine hospice in de Vincent van Goghstraat is een thuis waar mensen kunnen sterven als de verwachting is dat dat binnen drie maanden gaat gebeuren. Het werk heeft een speciale plek bij hem. Hij ontfermt zich over patiënten die niet door hun eigen huisarts kunnen worden bijgestaan omdat ze bijvoorbeeld uit Noord komen.

Huib: ‘‘De verzorging is er optimaal en het eten van zo’n goede kwaliteit dat het nog wel eens gebeurt dat mensen opknappen en weer naar huis kunnen. Uiteindelijk is het natuurlijk niet zo dat ze genezen maar mensen leven soms wel langer dan verwacht.’’

Belangrijke praatjes
Huib laat elke twee weken zijn gezicht in Het AMSTELhuis zien. ‘‘Samen met de fantastische en in theorie eveneens gepensioneerde Helga Spel houd ik de bewoners in de gaten. ‘Hoe is het met mevrouw?’ ‘Hoe gaat het met de meneer die zijn vrouw onlangs heeft verloren?’ Het Amstelhuis is net een dorp.’’ Huib en Helga maken zich sterk om mensen bij het sociale leven binnen en buiten Het AMSTELhuis te betrekken.

Eens in het jaar geeft hij in Het AMSTELhuis een lezing over het levenseinde. Bewoners schuiven met de hele familie aan om daarover geïnformeerd te worden en ook bewoners uit de buurt zijn van harte welkom. Samen met Cordaan en een humanistisch geestelijk verzorger volgt hij alle ongeneeslijk zieke patiënten in De Pijp. Ze komen om de maand bij elkaar: ‘‘Zo kom je op een andere manier met elkaar in gesprek over patiënten. ‘Ziet hij of zij het nog zitten?’ Dat is anders dan alleen uitwisseling via een dossier.’’

Niet te stoppen
Afgelopen najaar was Huib van de partij bij een bijeenkomst met Femke Halsema in de Oranjekerk. Halsema wilde weten waar ouderen in De Pijp behoefte aan hebben. Ouderen zien overal openbare fitnessapparaten maar die apparaten zijn niet op ouderen afgestemd, aldus Huib. Senioren gaven China als voorbeeld waar dat wel goed geregeld is.

Hij denkt niet aan stoppen. ‘‘Ik stop pas als ik erbij neerval’’, lacht hij. ‘‘Ik vind het te zinvol. Ik heb nog tijd genoeg. Ik lees graag boeken met een filosofische inslag. Dat helpt mij in mijn werk. En ik volg een meubelmakerscursus.’’ Hij is dus nog lang niet uitgeleerd.

Auteur: Renata Veel

Fotobijschrift: Huib Franssen thuis – Foto: Gert Meijerink