Ik zit in de ‘huiskamer’ van Huis van de Wijk en wacht op mijn afspraak.

Datum: 16 februari 2026 / Editie: Februari 2026 / Auteur(s): Renata Veel

Ik zit in de ‘huiskamer’ van Huis van de Wijk en wacht op mijn afspraak. Een keurig geklede heer, rond brilletje op zijn neus, doet hetzelfde.

“U woont ook in De Pijp?”, vraag ik.

Dat blijkt niet het geval. “Maar ik kwam hier elke week. Ik had hier een goede vriendin wonen. Ze leeft niet meer. Ik mis haar enorm.” Zijn wekelijkse bezoekjes aan deze vertrouwde buurt staan nu in het teken van zijn spieren soepel houden tijdens de gymnastiekles, vertelt hij.

Ik vertel: “Ik woon hier inmiddels 45 jaar en mag mij wel een Amsterdammer noemen.”

Dat is hij niet met mij eens. “Je bent een Amsterdammer als je hier geboren bent, zo niet dan ben je een allochtoon.” Hij ontneemt mij in één klap het recht om deze stad mijn thuis te noemen. Stilletjes besluit ik toch maar weer eens op te zoeken wat ‘allochtoon’ betekent. Dat heb ik al vaker gedaan maar zulke dingen vergeet ik weer. De man tegenover mij straalt daartegenover onomstotelijke kennis van zaken uit.

Die middag lees ik op de website van Onze Taal dat allos (ander) en chtoon (land) betekent. Het woord is afkomstig uit het Grieks en wordt al sinds 2016 niet meer geschikt gevonden vanwege de negatieve bijklank. Migrant wordt als een beter woord aangemerkt. Die geleerde meneer mag zijn kennis ook wel eens bijschaven, schiet het door mijn niet geheel van wraakzucht gespeende hoofd.

Migranten zijn mensen die de ene plek voor de andere verwisselen op zoek naar een beter leven. Dat kan ook binnenslands; dat maakt mij een stadsmigrant en de beste man tot een buurtmigrant. Maar trekken we niet allemaal naar plekken waar we ons thuis voelen?

Op stap met Renata

Meer artikelen uit Op stap met Renata

› Het was een doodgewone doordeweekse dag.

› Singles in Amsterdam zijn datingapp-moe.

Alle artikelen uit Op stap met Renata