Schildersstraten van De Pijp

Datum: 14 augustus 2026 / Editie: Augustus 2026 / Auteur(s): Floor Schimmel Sophie Wijmstra Sciarone

Midden in de Tellegenbuurt is zowel een plein als een straat vernoemd naar Thérèse Schwartze (1851-1918). Deze vrouw is een van de meest succesvolle Nederlandse schilderessen van de 19e eeuw. Toen haar vader op haar tweeëntwintigste overleed, zorgde zij voor de inkomsten van de familie, waarbij haar zussen hielpen met het vinden van opdrachtgevers en haar moeder de administratie regelde.

Schwartze was als schilderes zeer kundig in het portretteren van de elite en dit combineerde zij met een realistische weergave van stoffen. Kleding moest niet alleen rijkdom, de mode van de tijd en de kwaliteit van de stof weergeven maar ook iets vertellen over de geportretteerden. Zo weerspiegelt de kleding het beroep, de persoonlijkheid of de rol in de familie.

Veranderingen in de mode
Deze focus op mode kwam niet uit de lucht vallen. De 19e eeuw was een tijdperk van veranderingen. Vanwege de komst van modetijdschriften, warenhuizen en naaimachines kwam het creëren en verspreiden van mode in een stroomversnelling. De kledingstukken transformeerden in allerlei vormen: van een grote mouw tot een lichte pofmouw. Eén terugkerend onderdeel was de nauwsluitende taille. Een belangrijk onderdeel van deze verschuiving was het streven naar bewegingsvrijheid voor vrouwen.

Schwartze laat deze ontwikkelingen zien, zo is Koningin Wilhelmina (fig.1) afgebeeld in een zijden jurk met pofmouwen en een strakke taille. De jurk bevat een lage halslijn die gedecoreerd is met juwelen. Om haar heen is de voor haar verstelde koningsmantel geslagen en deze heeft daardoor meer weg van de destijds populaire pelerines (een korte cape) van bont. In het portret van Lizzy Ansingh (fig. 2), nicht van Schwartze, is het andere uiterste zichtbaar: gigantische mouwen, wijde rok, een gele kleur die van het doek spat en wederom een taille.

De hedendaagse mode is volledig anders dan de mode uit de 19e eeuw. Nu is mode een vorm van zelfexpressie, waarbij de verplichting van een sociale rol of het tonen van status is weggevallen. Persoonlijke smaak, comfort en identiteit staan voorop en met eigen keus in kleur, stof en silhouet is alles mogelijk. Hoe had Schwartze in deze tijd haar nicht geportretteerd?

 (Fig. 2)

 

De hedendaagse mode is volledig anders dan de mode uit de 19e eeuw. Nu is mode een vorm van zelfexpressie, waarbij de verplichting van een sociale rol of het tonen van status is weggevallen. Persoonlijke smaak, comfort en identiteit staan voorop en met eigen keus in kleur, stof en silhouet is alles mogelijk. Hoe had Schwartze in deze tijd haar nicht geportretteerd? 

(Fig. 1)

Schildersstraten van De Pijp

Datum: 19 juni 2026 / Editie: Juni 2026 / Auteur(s): Floor Schimmel Sophie Wijmstra Sciarone

Wie de Albert Cuypmarkt afloopt, belandt al snel in de Gerard Doustraat. Een straat die is vernoemd naar de Leidse schilder Gerrit Dou (1613-1675), ook wel bekend als Gerard Dou. Een naam die volgens hem beter te begrijpen is in het buitenland.

Leiden werd beloond met Dou, de grondlegger van de fijnschilderkunst: bekend door de uitzonderlijke verfijnde technieken en glasheldere detaillering. De kunstenaars proberen een zo’n natuurgetrouwe weergave van de werkelijkheid te verbeelden. Dou was daarnaast ook een expert in het schilderen van licht, wat natuurlijk niet anders kan als je bent opgeleid door de meester Rembrandt van Rijn.

Tijdgenoten van Gerrit Dou vertelden graag anekdotes over zijn obsessieve streven naar perfectie. Zo zou iemand hem geprezen hebben voor het piepkleine geschilderde bezempje, ter grootte van een vingernagel. Waarop Dou antwoorde dat hij er nog zeker drie dagen werk aan had. Deze lovende woorden over precisie en per fectie zijn terug te zien in onder andere het werk Lezende oude vrouw (figuur 1). Dou heeft zijn fijne toets zo ver doorgevoerd dat je het bont om de nek van de vrouw kan voelen en zelfs de tekst in het opengeslagen boek kan lezen. Daarnaast is duidelijk dat Dou aandachtig heeft geluisterd naar Rembrandt: het lichtgebruik is onmisbaar.

BMG Fried Egg
Hoewel de fijnschilderkunst rond 1710 eindigt, bloeit er in de jaren zestig van de vorige eeuw iets soortgelijks op. In Amerika komt er een tegenreactie op abstracte kunst: hyperrealisme, kunst die extreem dicht bij de realiteit komt. Hyperrealisme heeft een modern randje, waardoor het niet de renaissance van de fijnschilders is. Het uitgangspunt is om de bezoeker in verwarring te brengen of ze nu voor een schilderij of een foto staan.

 (Fig. 2) BMG Fried Egg (2013)

De Nederlandse schilder Tjalf Sparnaay speelt ook met deze illusie. In 2013 vervaardigde hij BMG Fried Egg (figuur 2). Het ei is met zo’n precisie gemaakt dat het aangebakken randje daadwerkelijk knapperig lijkt en je de belletjes links van het eigeel zou kunnen laten poppen.

Zo zie je maar weer dat verschijnselen uit het verleden terugkomen in het heden, waar ze een nieuwe eigentijdse vorm hebben gekregen.

(Fig. 1) Lezende oude vrouw (1630-1640)

Jan Steen en Het vrolijke huisgezin

Datum: 16 februari 2026 / Editie: Februari 2026 / Auteur(s): Floor Schimmel Sophie Wijmstra Sciarone

Talloze straten in De Pijp zijn vernoemd naar schilders. Wie waren deze schilders, wat maakten ze en wat zegt het over onze huidige tijd?

‘soo de ouderen songen, soo pypen de jongen’

Jan Steen was een schilder die humoristische werken vervaardigde van dagelijkse bezigheden. Dat is ook terug te zien in Het vrolijke huisgezin.

Op het eerste gezicht zien we een positief en harmonieus gezin dat gezellig bij elkaar zit; ze lachen, praten en proosten. Rechtsboven is een briefje zichtbaar met daarop: ‘soo de ouderen songen, soo pypen de jongen’. (Vertaald naar nu : ‘zoals de ouderen zongen, zo piepen de jongeren’.) Centraal in het werk zien we de volwassenen samen zingen, terwijl de kinderen pijproken of op een fluit spelen. Jan Steen heeft ook een voorstelling gemaakt van het gezegde: ‘met de paplepel ingegoten’. In het midden bij het jongste kind op de schoot van de vrouw met de witte hoofddoek. De lepel is vooraan op de grond gevallen. Dit gezegde is een van de aspecten die Steen hier heeft verwerkt om het hoofdthema duidelijk te maken.

Als je langer kijkt naar de voorstelling wordt de bedoeling van al de ongeregeldheden beter zichtbaar. De rommelige eetkamer; het in het rond slingeren van allerlei goederen; kinderen die volwassen dingen doen, zoals roken en drinken. De schilder verwijst hiermee naar het gezegde op het briefje: kinderen nemen het gedrag van hun ouders over. Er zijn nog meer symbolen verwerkt die ook deze gedachte onderstrepen. Zoals de open wijnkan of het omgevallen drinkglas. Dit weerspiegelt het gedrag van de ouders. Opvallend is dat de ouderen op instrumenten spelen en met elkaar zingen. Jan Steen probeert hiermee te vertellen dat het getoonde gedrag maar tijdelijk plezier geeft. Net zoals bij roken en drinken het geval is.

Jan Steen heeft een tijdloos thema verwerkt in zijn schilderij. Uit diverse hedendaagse onderzoeken blijkt dat kinderen nog steeds het gedrag van hun opvoeders overnemen, inclusief de slechte gewoonten.

Zo drukt een 350 jaar oud schilderij een waarheid uit die ons nog steeds aan het denken zou moeten zetten.