Leerlingen van de Springstok leren met de Pijp Krant

Datum: 9 december 2019 / Editie: December 2019 / Auteur(s): Rob Godfried

IMC basis (onderdeel van “IMC Weekendschool”) verzorgt voor basisschoolleerlingen onder schooltijd les van gastdocenten.

Leerlingen ervaren en ontdekken samen vakgebieden zoals Journalistiek, Wetenschap, Recht, Geneeskunde en Beeldende Kunst.
De vakgebieden worden verkend door zoveel mogelijk zelf aan de slag te gaan met ‘het echte werk’: de nadruk tijdens de lessen ligt op het zelf doen en ervaren. De leerlingen voeren werkzaamheden uit die levensecht zijn en kenmerkend voor het vakge
bied. Zo maken de leerlingen van de Springstok een eigen krantje met interviews in De Pijp, met foto’s uiteraard. Een van onze redacteuren mocht dit keer in een dubbelrol als schrijver en fotograaf gastlessen geven over journalistiek. In de toekomst verzorgt een groepje leerlingen misschien wel een rubriek in de Pijp Krant! Eindelijk de verjonging die De Pijp Krant redactie zich wenst!

Elektrisch deelrijden: begint schone lucht in De Pijp?

Datum: 18 juni 2019 / Editie: Juni 2019 / Auteur(s): Rob Godfried

Op en rond het Willibrordusplein staan elektrische auto’s van diverse merken geparkeerd. Kleine en grote wagens. En ook de elektrische bakfiets van Cargoroo. Het is net een kleine RAI voor elektrische karren. En dan is er nog een circuitje met elektrische kinderauto’s, die druk bevolkt wordt met kinderen die fanatiek aan het racen zijn. Op deze mooie zondag in mei dient het plein als startpunt voor een proefrit in een elektrische deelauto, dat is een auto die wordt aangedreven door elektriciteit en beschikbaar is voor de gehele buurt.

Het proefrijden is georganiseerd door Elektrisch Deelrijden De Pijp, een initiatief van bewoners. Zij willen vooral bereiken dat mensen hun (benzine)auto weg doen en overstappen op deelgebruik van een elektrische auto. Zo kunnen er nog meer parkeerplaatsen worden opgeheven, komt er meer ruimte in de buurt en kan het leefmilieu worden verbeterd. Een schone lucht in Amsterdam, te beginnen in De Pijp.

Het initiatief sluit naadloos aan bij het gemeentelijke streven naar stadsverkeer vrij van fossiele brandstoffen in 2030. Zo rap zal het waarschijnlijk niet gaan, maar het voorstel stuitte op vele negatieve
reacties. Maar op deze meidag is daar op het plein weinig van te merken.

Heel wat mensen blijken wel iets te zien in elektrische deelauto’s, vooral mensen die al in elektrisch rijden geïnteresseerd zijn en het levert nieuwe mogelijkheden voor mensen die nu van andere deelautoplatformen gebruik maken. Die kunnen in de toekomst kiezen voor een elektrische bolide of natuurlijk voor de elektrische bakfiets, als alternatief voor de auto. En, belangrijk, het Elektrisch Deelrijden is in eigen beheer en niet-commercieel, zodat de gebruikers de regie houden en de kosten laag blijven.

Apeldoorn
Het is aangenaam warm op de zonnige zondagmiddag. Al vroeg komt een buurtbewoner vragen of zo’n auto Apeldoorn wel haalt, vanwege de batterij. De aangesproken initiatiefnemer aarzelt even voordat hij antwoordt: “Ja, de actieradius van de wagens is voor meer mensen een vraag. Apeldoorn haalt ie wel hoor. En terug ook…” Mooi – of die proefrit hem daar dan even heen kan brengen? ”…maar voor een proefrit is dat wat ver meneer.” Zwaar teleurgesteld gaat de buurtbewoner zijns weegs.

Om de wensen en de mogelijkheden te peilen is er in de Hemony- en Willibrordusbuurt een enquête uitgezet die door 10% van de mensen is ingevuld. “Een respons waar de gemeente jaloers op zou worden”, aldus een van de belangstellenden. Het leeft in de buurt. In de enquête geven 100 van 200  autogebruikers aan over te willen stappen op een deelauto, vanwege de luchtkwaliteit, duurzaamheid, meer ruimte op straat en kostenbesparing. Mits… er altijd een auto beschikbaar is.

De kosten zijn eveneens een punt van zorg voor velen: “Heb je altijd een auto als je die nodig hebt? Kan de caravan erachter en kan je hem dan een week meenemen? Kan je kiezen of je een tweepersoons of meerpersoons neemt, of een busje om van alles te vervoeren?”. Het goedkoopste model kost €34.000 – en ja er zijn verschillende mogelijkheden.

Bewustwording
Elektrisch Deelrijden De Pijp is nog druk bezig met de ontwikkeling van het concept. Gesprekken met de gemeente en andere mogelijke partners zijn gaande, en een groot pluspunt is dat de kosten per kilometer lager zullen zijn dan bij gewoon autogebruik. Een van de initiatiefnemers: “Veel mensen beseffen niet hoe veel hun auto nu werkelijk kost. Als een auto veel gebruikt wordt is hij per kilometer goedkoper dan als hij vooral stil staat. En er zullen meerdere types aangeschaft worden. Maar deze bijeenkomst is vooral ook bedoeld voor bewustwording.” Zoals een proefrijder het formuleerde: “Als we voor de mobiliteit een model ontwikkelen waarin auto’s geen eigendom meer zijn, moeten we ook een nieuwe moraliteit 
ontwikkelen waarmee een ‘ander soort verantwoordelijkheid’ gepaard gaat.“ Omgaan met dingen, alsof ze van jou zijn.

Of de auto’s geen eigendom worden is nog maar de vraag. Misschien wordt het wel een soort coöperatie voor auto’s. Lease of koop wordt onderzocht en mensen kunnen wellicht hun eigen auto inbrengen. “Kleinschaligheid is belangrijk, want als je elkaar kent, dan ga je beter met elkaars spullen om. Maar grootschaligheid is weer nodig om rendabel en aantrekkelijk te worden. Dát te combineren is de puzzel.”

Veel mensen zijn niet meer uit op bezit, maar op de mogelijkheid om iets te gebruiken zonder het te hebben. Niet alleen uit milieuoverwegingen, maar ook omdat het praktisch is. “Ik heb godzijdank geen autozorgen meer.” Geen zorg voor onderhoud dus; alleen in huis hebben wat je altijd nodig hebt, de rest is flexibel. Hoewel voor sommige mensen de auto ook nog een romantisch bezit is: de oude Volvo, de Snoek…

Een dealer: “Elektra is binnen afzienbare tijd alweer een gepasseerd station. Waterstof heeft de toekomst. We hollen achter de technologische ontwikkeling aan. Maar ja, we kunnen er ook niet op wachten en nu maar niks doen. We moeten schoon gaan rijden.”

 


Meer informatie of meepraten over de plannen? Kom naar de informatieborrel op 3 juli van 20:00-22:00 op de Govert Flinckstraat 309-311 of kijk op elektrischdeelrijden.nl en cargoroo.nl
Wie meer van de enquête wil weten, neemt contact op via info@elektrischdeelrijden.nl

Méér dan rijden met HeenenWeer

Datum: 18 juni 2019 / Editie: Juni 2019 / Auteur(s): Rob Godfried

U heeft ze vast wel eens zien rijden, die kleine gifgroene en knalrood elektrische karretjes van de HeenenWeer. Ze sjezen door de Pijp en de Rivierenbuurt. Heeft u zich ooit afgevraagd wat die karretjes doen?

In die karretjes brengen en halen vrijwillige chauffeurs (”social drivers” genoemd) mensen die geen korte afstanden meer alleen kunnen lopen binnen de buurt overal heen. Dat daar grote behoefte aan is blijkt wel uit het aantal kilometers dat inmiddels al is afgelegd door de karretjes: er is in twee jaar al 21.282 kilometer gereden in de Pijp/Rivierenbuurt.

We spraken een van de ’sociale chauffeurs’, Pijpbewoonster Karen van 75: ”Ik rijd vier keer per week voor HeenenWeer mensen naar de huisarts, de bieb, de supermarkt of vrienden in de buurt. Ik heb er heel veel plezier van, het geeft voldoening om nuttig te zijn en ik ontmoet veel mensen. Rijden is héél leuk. Vond ik vroeger al, op de landbouwtrekker op onze boerderij. Het is alleen soms wel een hele puzzel op de stoep, volgepropt met fietsen.”

We spraken ook met een gebruikster, Beppie Oldeboon. Ze woont al 63 jaar in de Rivierenbuurt en is 87: ”Karen brengt me elke zaterdag naar de AH in de Rijnstraat en ze gaat mee naar binnen om laag en hoog spullen voor me te pakken. Daar kan ik zelf niet bij. Ik mag niet meer alleen de straat op en daarom ben ik zo blij met de HeenenWeer. Hoe kom ik anders aan mijn boodschappen? En hoe zou ik geld kunnen pinnen? Mijn kinderen kunnen me door hun eigen omstandigheden niet helpen en het Aanvullend Openbaar Vervoer gaat niet mee naar binnen. Toen ik dat van die HeenenWeer zag, dacht ik: ‘Dat is precies wat ik zoek.’ Karen is eigenlijk een beetje een mantelwerkster. Ze brengt de boodschappen ook naar binnen. Het is zo fijn om een vast persoon te hebben. Maar wat ik zelf kan doe ik zelf hoor, anders roep ik ‘hellup’!

Die euro per rit betaal ik graag hoor. Ik hoop dat ze er een keertje lekker van uit gaan eten met elkaar!”


 

HeenenWeer is een stichting die in 2017 is opgericht door buurtbewoners. Financiën worden geregeld met crowdfunding, sponsoring, subsidies, bijdragen van fondsen en vrienden van HeenenWeer. Zo werd er in mei nog €1075 opgehaald tijdens een benefietveiling voor de stichting, georganiseerd door Stadsdorp de Pijp. HeenenWeer is altijd op zoek naar meer chauffeurs, planners en donateurs.

Voor meer informatie bel: 06 281813 43 of mail: secretariaat@stichtingheenenweer.nl

Potlood met rubberen punt

Datum: 2 mei 2019 / Editie: Mei 2019 / Auteur(s): Rob Godfried

Cartoonist en grafisch ontwerper ‘in ruste’ Frans Mensink is geboren in De Pijp en woont er het grootste
deel van zijn leven. Hij beletterde het verbouwde Huis van de Wijk en heeft daar een heel nieuw letteren cijfertype voor ontworpen in de Amsterdamse stijl.

We lopen door het atelier van Frans Mensink op de begane grond, langs een stoel uit een bommenwerper, “gekregen van de piloot die er zeven keer mee heeft gebombardeerd; hij zei: doe er iets moois mee; nou, dat doe ik – het is mijn werkstoel”, en via een trapje naar het woonhuis. We bewonderen en passant diverse verzamelingen en curiosa. Vlinders, enorme insecten en tarantula’s, “de
grootste zat in mijn hotelkamer op Cuba”, oude zakhorloges, “van mijn opa en andere overleden familieleden”, zwaarden, “van Ome Hein”. Oude musketten aan de muur, “mijn vader zat bij de artillerie”,
een Thunderbird-model, “die is echt gebruikt in de animatiefilm” en natuurlijk een heleboel originele prenten en cartoons van beroemde collega’s. Poes Karel, “het is een vrouwtje, maar hij heet toch Karel”, springt op mijn schoot en de verhalen stromen over mijn theekopje.

Frans Mensink: “Waar nu de Vredeskerk staat, waren vroeger de landerijen en de boerderij van mijn betovergrootvader. Dat was allemaal gemeentegrond en toen die aan de parochie was verkocht, werd de grond onteigend – zonder enige tegenprestatie. Dat kon toen nog. Mijn betovergrootvader is net zo lang blijven zitten tot de kruiwagens met zand door zijn woonkamer gingen. Uiteindelijk kreeg hij een woninkie aangeboden, maar boeren kon hij niet meer. Hem bracht de kerk geen vrede.”

“Deze woning heb ik gekregen via de gemeente, afdeling kunstzaken. Daar zat een ambtenaar die bepaalde welke kunstenaar een atelierwoning kreeg. Een paar vriendinnen van mij waren daar al geweest en die kregen meteen een atelierwoning. En ik had al anderhalf jaar niks. Dus ik met een lange jas van het Waterlooplein, een minirok eronder en op pumps naar die man toe. Ik zeg: ‘En nu ben ik aan de beurt’. ’s Middags had ik deze plek. Ik kende de buurt goed natuurlijk. Misschien hielp dat ook wel.”

“Mijn oma woonde in de Van Hilligaertstraat en wij in de Lutma. Hier zat toen nog de Sociale Verzekeringsbank in van die houten keten. Mijn moeder maakte soep die ik naar oma moest brengen. Met een lege pan liep ik verderop om de hoek langs een hek waarachter allemaal beesten zaten: pauwen, konijnen, van alles. Dat hek had van die spijlen waar ik die pan tegenaan liet kletteren, dat maakte een herrie! Maar ja, thuis gekomen bleek dat de bodem eruit lag en kréég ik toch op mijn flikker. In de Lutmastraat woonde ook Lou de Palingboer. Die leidde een soort sekte en in zijn huis
waren wilde feesten waar ik met mijn broers heel nieuwsgierig naar was: hele orgies, dachten we. Waar nu het Okurahotel staat, was toen ‘het zwarte landje’. Daar had Lou een tent staan waar hij lezingen hield en openbaringen deed. Op een dag kwam daar een man binnenlopen die schreeuwde: ‘Ik kan weer lopen!’. 
‘Ziet u wel’, zei Lou de Palingboer, ‘de wonderen gebeuren nog steeds’. Zegt die man: ‘Hoe kom je daarbij? Ze hebben mijn fiets gestolen!’”

“Vroeger had ik een enorme stoommachine in de etalage staan. Een aantal jaren geleden ging ik met dat ding naar buiten, richting Okura. Daar waren toen allemaal hotemetoten van de EU. Werd ik door politieagenten tegengehouden: ‘Meneer, kan dat ding niet ontploffen?’ Ik zeg: ‘Jawel hoor!’ ‘Wegwezen!’ Toen ben ik maar weer omgekeerd.”

“Die treintjes die nu in mijn etalage staan, heb ik geruild tegen allerlei natuurkundige instrumenten die ik had. Gekregen van de katholieke Cornelisschool in de Pijnackerstraat. Bekend van het knapenkoor dat eens per jaar de Mattheüs Pas sion zong in het Concertgebouw, onder leiding van Piet van Egmond. Toen die school werd opgeheven, wisten ze niet wat ze met al die spullen uit het natuurkundelokaal aan moesten. Nou, die wilde ik wel hebben. Maagdenburgse halve bollen enzo… Ja, dat potlood, daar zit ook een mooi verhaal achter. De hoofdvertegenwoordiger van Bruynzeel reed rond met zo’n gigantisch potlood op het dak van zijn pickup. Dat hele ding was van aluminium. Op een dag reed hij een medeweggebruiker op de Weesperzijde zó aan, dat die werd gespiest. Morsdood. Sindsdien was dat potlood voorzien van een rubberen voorzijde. Zo’n exemplaar hangt hier nu bij mij.”

“Ik was een blauwe maandag betrokken bij De Pijp Krant. Maar daar was ik al gauw weer weg. Er werd heftig gediscussieerd over die naam: ‘Pijp Krant’. Die zou niet mogen. Nou, daar had ik geen zin in. Wat is nou een mooiere naam? Mensen kunnen zeiken over niks!”

De Pijp: drukker, duurder, wereldser

Datum: 19 februari 2019 / Editie: Februari 2019 / Auteur(s): Julia Strijland Pepijn Fraai Rob Godfried

De Pijp verandert. Tussen 2014 en nu zijn er maar een paar honderd mensen méér in de wijk komen wonen en toch is het veel drukker.
De Pijp is duurder dan ooit en de voorraad sociale huurwoningen loopt terug. Om hier te kunnen (komen) wonen moet een vermogen worden neergeteld, of vraagt een inkomen dat voor de meesten niet is weggelegd. En oude vertrouwde winkels en ambachten verdwijnen. Ateliers worden vervangen door appartementen. Hoe komt dat allemaal? Is het de schuld van expats, Airbnb, beleid?

Veel oude Pijpbewoners ervaren de verandering van de bevolkingssamenstelling als een achteruitgang. Expats, rijke kopers en Airbnb zouden een vertrouwde sociale omgang in de weg staan. Er zou minder saamhorigheid zijn, geen buurtbinding en geen gevoel van verantwoordelijkheid. Maar klopt dat wel?
Zijn al die nieuwe bewoners en ontwikkelingen echt de oorzaak van het ervaren probleem of zijn ze het gevolg van veel grotere, wereldwijde ontwikkelingen en politiek beleid? En is de culturele en nationale diversiteit in De Pijp niet ook een verrijking?
De Pijp Krant ging op onderzoek uit.

Expats in De Pijp
Er komen steeds meer buitenlanders in De Pijp, niet alleen toeristen, maar ook expats. Overal zijn eettentjes met lekkernijen uit verre landen. Op straat hoor je talen uit alle windstreken en er zijn speciale expat-avonden en evenementen gericht op niet-Amsterdammers. Zo programmeert Rialto, het filmhuis op de Ceintuurbaan, arthouse films met Engelse ondertiteling tijdens ‘Expat Monday’. Loic, vrijwilliger bij Rialto, kwam in 2014 vanuit Parijs hier wonen. Hij wilde Nederlands leren en op plekken komen waar hij ook de ‘gewone’ Amsterdammer zou ontmoeten. En omdat hij zich meer aangetrokken voelde tot een NGO dan het bankwezen, verruilde hij zijn werkgever ABN AMRO voor ontwikkelingsorganisatie Cordaid. Hij houdt ervan om mensen uit andere culturen te ontmoeten, is wereldburger en houdt van de sfeer in Amsterdam. Hij heeft de Pijp wel zien veranderen in de afgelopen vier jaar. De kleine lokale winkeltjes maken meer en meer plaats voor hippe tenten, zoals De Scandinavian Embassy aan het Sarphatipark, met een Zweedse eigenaar.

Double cream
In de Ferdinand Bolstraat opende Kelly’s Expat Shopping recentelijk haar deuren. “Allemaal producten uit onder andere Amerika, Australië en Engeland, die je niet zo in de supermarkt kunt kopen”, zegt Florence, de nieuwe eigenaar. Zij huurt het pand voor een behoorlijke prijs, maar zit dan ook op een toplocatie, dichtbij halte De Pijp van de Noord/Zuidlijn. De meeste klanten zijn toeristen en expats, maar ook de Nederlandse Rienke gaat weg met een goedgevulde tas. Zij vindt het een verrijking van de stad dat meer buitenlanders zich in Amsterdam vestigen. “De diverse culturele activiteiten en bijeenkomsten die de stad rijk is, leiden tot verbinding met mensen uit andere culturen.”

Hugh werkt sinds twee weken bij Kelly’s en is zelf kind van expats. Zijn vader werkte voor Unilever en zo kwam hij als jongetje van Engelse ouders uiteindelijk in Amsterdam te wonen. “Het blijft altijd een beetje voelen alsof je tussen wal en schip valt”, antwoordt hij in vloeiend Nederlands op de vraag of hij zich Amsterdammer voelt.
“Amsterdam is in Nederland de stad met gemiddeld de meeste expats”, vertelt Florence, die marktonderzoek deed voordat zij de winkel in de Ferdinand Bol opende. Het winkelaanbod varieert van mince pies tot Christmas crackers en de winkel ligt nu vol met allemaal typische paasproducten. “Wil je een Amerikaans recept maken en heb je ‘double cream’ nodig, dan ben je hier aan het juiste adres.”

Voordat Rienke de winkel verlaat zegt ze: “Bij Universal, waar ik werk, heb ik expat-collega’s die geen betaalbare woning vinden en moeten uitwijken naar plekken buiten de stad. De vrije sector is voor sommige expats ook te duur. Net als de oorspronkelijke Pijpbewoners worstelen nieuwkomers ook met te hoge woonlasten.” Loic beaamt dat, al is Amsterdam wat betreft huizenprijzen nog steeds 40 procent goedkoper dan Parijs.

Airbnb in De Pijp
Met het oog op een levendige, plezierige Pijp is het hoe dan ook een goed idee om open te staan voor nieuwkomers en te luisteren naar hun verhalen. Wij waren benieuwd naar het verhaal van een Airbnb-verhuurder, maar vonden niemand die met ons wilde praten, helaas. Veelzeggend is het wel. Je zult maar aangekeken worden als iemand die de woningnood uitbuit en sociale huurwoningen aan de woningvoorraad onttrekt.

Wanneer het gaat over Airbnb is het belangrijk een onderscheid te maken tussen vakantieverhuur van hele woningen en Bed and Breakfasts (B&B’s). B&B’s betreffen een kamer in een appartement, soms met gebruik van keuken. Daar zijn de bewoners feitelijk aanwezig en wordt er dus geen woning aan het woningbestand onttrokken. Uit cijfers van de Gemeente Amsterdam blijkt dat dit maar 8 procent van de aangeboden woningen in De Pijp betreft. Via Airbnb werden in De Pijp in 2018 in totaal 1.769 woningen aangeboden. Airbnb verstrekt geen gegevens over de feitelijke verhuur. Het is daardoor onduidelijk of de regel wordt gehandhaafd dat er niet meer dan 60 (vroeger) of 30 dagen (nu) dagen per jaar mag worden verhuurd – de Gemeente kon geen statistische gegevens over uitgedeelde boetes verstrekken! Het is dus aannemelijk dat woningen inderdaad het hele jaar worden onttrokken aan het (sociale) woningbestand. Bekend is al lang dat veel verhuurders helemaal niet in Amsterdam wonen, soms zelfs niet in Nederland. Je zou kunnen stellen dat het negatieve imago van Airbnb-verhuurders in het algemeen gebaseerd is op feiten.

Van Londen tot Tokyo
Mensen die een deel van hun woning wél volgens de regels verhuren, hebben niet zelden last van het negatieve imago van Airbnb, terwijl het gewoon buurtbewoners zijn met wat extra inkomsten.

Een van die B&B-verhuurders, die zijn naam liever niet in de krant wil hebben, verhuurt een kamer in zijn huis en woont al zijn hele leven in de Pijp. Hij wijst erop dat het woningprobleem in de Pijp een mondiaal probleem is: er zijn zoveel wijken waar het steeds moeilijk wordt betaalbare huur- of koopwoningen te vinden, van London tot Tokyo. “Het Airbnb-fenomeen speelt hierin maar een beperkte rol”, zegt hij en in zijn geval eigenlijk helemaal niet, omdat een kamer tijdelijk aan een gast wordt verhuurd. Een kamer die anders helemaal niet apart bewoond zou kunnen worden. “Er zijn veel verhuurders (hosts) zoals ik in De Pijp. Omdat die zelf aanwezig zijn, is de kans dat gasten zich misdragen klein.” Zorgelijk vindt hij de ontwikkeling in De Pijp zeker: “De huizengekte wordt veroorzaakt door de prijsopdrijvende praktijken van de banken. Het mondiale systeem dat banken in staat stelt geld op papier te scheppen, gaat een keer instorten. Pas als dat gebeurt, zullen de huizenprijzen zakken. Tegelijkertijd zijn we bezig uitwassen te verzachten met goede 30-dagenmaatregelen voor Airbnb, maar het lost eigenlijk niets op. Wie al een paar panden bezit kan doorgaan met opkopen en investeren met goedkoop geld en verbouwen tot boven de huurgrens. Er is geen wettelijke rem en hebzucht is nu eenmaal een menselijke eigenschap.”

De Pijp, met zijn eerdaags gemengd socio-economische karakter, heeft zijn voorraad aan sociale huurwoningen de laatste tijd flink zien dalen. Dit gebeurt in heel Amsterdam: woningcorporaties verlaagden hun aandeel van sociale-huurwoningen tussen 2007 en 2017 van 50% naar 39%. In De Pijp is dit aandeel zelfs gedaald naar 35,6%.

Vrije Markt
“Het stelsel is kapot,” zegt Oscar Vrij van WOON-team Zuid. “Het woningwaarderingsstelsel heeft zijn beschermende karakter verloren. Sociale huurwoningen worden beoordeeld op basis van een puntenstelsel. Wanneer een woning voldoet aan een bepaald aantal punten kan de woning worden verkocht en verhuurd op de vrije markt. Sinds 1 oktober 2015 wordt de WOZ-waarde meegeteld in het woningwaarderingsstelsel. En die WOZ waarde is nu zo hoog dat vrijwel alle sociale-huurwoningen in De Pijp genoeg punten hebben om geliberaliseerd te worden.”

Deze ‘vrije markt’ heeft vooral effect op sociale-huurwoningen in particulier bezit. Deze kunnen kadastraal gesplitst worden om vervolgens te worden verkocht. Doordat vrijwel alles nu dankzij het nieuwe woningwaarderingsstelsel geliberaliseerd is, kan dit op grote schaal gebeuren: de rem is eraf.

Lucratieve prijsopdrijving
Op een zondagse leegverkoop spreken we kort de beheerder van een pand waarin elf kleine creatieve bedrijfjes zaten. De Gemeente heeft het pand verkocht voor 1,6 miljoen en nu komen er dure appartementen in. Dus ja, zo beschermt de Gemeente de eigen panden niet eens tegen de lucratieve prijsopdrijving van wonen.

Saamhorigheid en eigenwaarde bij de voedselbank

Datum: 19 december 2018 / Editie: December 2018 / Auteur(s): Rob Godfried

Een dag bij de voedselbank in de Lutmastraat is een dag van verbazing over de bedrijvigheid, de logistiek, de efficiëntie, de vriendschap en de gezelligheid, maar bovenal over de absolute gewoonheid van de voedselbank. Iedereen weet wat er moet gebeuren, iedereen heeft een taak en die wordt uitgevoerd met een logische rust die elk bedrijf zou moeten kenmerken. Maar ja, hier verdient ook helemaal niemand geld met zijn of haar werk. Zou het daarin zitten?

Al voor tien uur lopen er vrijwilligers binnen. Dat zal niet ophouden. Door de dag heen komen er meer dan 35 vrijwilligers om tafels en kratten te verplaatsen, weg te brengen of te halen, tafels op te zetten, kratten uit te zetten in de ruimte, te vullen met kruidenierswaren en brood, kratten met groente en fruit klaar te zetten, kleding te verzorgen en klaar te leggen, voorraden aan te vullen en te verplaatsen, vrachtwagen uit te laden, tafels weg te zetten, koffie en thee te schenken, nummertjes uit te delen, aanmeldingsbrieven te controleren, de supermarkt te runnen, de bladeren van de straat te vegen, tassen voor klanten te dragen.

De klanten stromen vanaf twee uur binnen, dus dan moet alles klaarstaan. Iedereen krijgt een krat met de verpakte spullen en kan daarna vlees, kaas, groente en fruit en eventueel koffie (dit keer) pakken en alles dan in zelf meegebrachte tassen, al dan niet op wieltjes, stoppen. Wie er voor deze keer recht op heeft, kan ook nog kleding uitzoeken en naar de supermarkt lopen voor olie of shampoo, binnen het opgegeven budget.
Overal maken mensen een praatje: vrijwilligers onderling, klanten onderling, vrijwilligers met klanten. De vrijwilligers kennen elkaar, de klanten kennen elkaar, klanten en vrijwilligers kennen elkaar, bij naam en vaak ook elkaars levensverhaal.

€ 215 per maand
“Het aantal huishoudens is nu ongeveer 148”, vertelt Mike Paschenegger, de coördinator van deze voedselbank. “Dat betekent dat ongeveer 580 mensen ondersteuning van de voedselbank krijgen. Maar we bereiken 40 procent van onze potentiële klanten – mensen die recht hebben op de voedselbank – niet. Waarschijnlijk is er nog teveel schaamte. Ik verwacht komend jaar trouwens weer een toename van de rechthebbenden: de energieprijs gaat omhoog, de zorgverzekering ook…
Mensen hier moeten het doen met niet meer dan € 215 leefgeld per maand voor een of twee personen. Behalve huur, energie, verzekering en internet moeten ze daar alles van betalen: eten, kleding, vervoer, de was, verzorging, schoonmaak, uitgaan. Per kind krijgen ze er nog € 40 per maand bij. Als de melk vijf cent duurder wordt, kun je dus wel nagaan dat er ineens geen melk meer van af kan als je alles hebt gebudgetteerd.”

Een goeie broek
Leven met een permanent tekort geeft een héél ander gevoel dan zuinig leven om misschien wat over te kunnen houden, weet Mike Paschenegger. “Daarom organiseren we ook nog andere dingen om het leven een beetje te veraangenamen en proberen we meer te doen dan alleen de voedselbank. We werken met vaste vrijwilligers die de klanten kennen en zo niet alleen fijne gesprekjes kunnen hebben, maar ook weten waar ze mensen blij mee kunnen maken. De een met een goeie broek, de ander met een juist gearriveerde wasmachine.”

“Op 19 december organiseerden we een kerstmarkt, met spullen waarmee mensen hun huis gezellig kunnen maken. Als er een kind jarig is, maakt de stichting Jarige Job een verjaardagsdoos, met slingers, cadeaus en spullen om uit te delen op school. En grootouders mogen voor een jarig kleinkind hier iets uitzoeken in de spel- en speelgoedcontainer. Volgend jaar starten we een proef met een voedselmarkt, waar klanten helemaal zelf kunnen kiezen wat ze willen eten. Want nu is die keus toch eigenlijk al voor ze bepaald door wat wij in de kratten stoppen. Hun afhankelijkheid is al zo groot. En we werken samen met ‘Zuid voor mekaar’. Dat is opgericht door de Voedselbank Zuid met het idee dat de klanten via een naaiclub hun kleding kunnen herstellen of vermaken. Digitaal verkeer is tegenwoordig noodzakelijk en als je geen computer hebt, wordt het lastig, dus er is een computerclub. Saamhorigheid en eigenwaarde zijn zo belangrijk, daarom is er een zangclub en volgend jaar yoga. Allemaal gratis en toegankelijk voor iedereen, al zal de yogales plaatsvinden in het Huis van de Wijk.”

“Iedereen zegens”
Johan is vrijwilliger en heeft drie maanden van hetzelfde budget geleefd als de klanten om zelf een beetje te ervaren hoe dat is. “De voedselbank draait eigenlijk op het gegeven dat we als maatschappij in alles wel tien keuzes willen hebben”, vertelt hij. “Dan blijft van een heleboel dus nogal wat over en dat gaat naar de voedselbanken. Maar uiteindelijk heeft alles natuurlijk wel iets gekost en dat moet worden opgebracht door wat wél wordt verkocht. Met minder keuze zouden misschien wel meer mensen hun eigen boodschappen kunnen betalen.”

Vijf zusters, uit De Pijp, maar ook van verder weg in Nederland, komen al jaren helpen bij de voedselbank, eentje zelfs al twaalf jaar. Hun vader stond op de Albert Cuyp met vis, nu werken ze zich drie slagen in de rondte om de voedselbank te draaien.
“Ik geef iedereen hier zegens!”, zegt een klant. “De mensen hier zijn zo lief. Ik ben blij met alles wat ik krijg en binnenkort maak ik bara voor iedereen!”, roept een andere.
En dat verklaart misschien waarom zoveel vrijwilligers zich inzetten voor de voedselbank. Het is leuk en bevredigend en het contact met de klanten maakt het erg de moeite waard.

Natuurlijk zouden de klanten liever niet zijn aangewezen op de voedselbank. De meesten willen liever niet op de foto, uit schaamte of om hun kinderen niet in verlegenheid te brengen. Maar omdat ze zo welkom zijn, komen ze hier toch met plezier. “Ik ben er gewoon hartstikke blij mee”, vertelt een klant. “Ik heb weer een la vol met eten!”

Stop onverkwikkelijke vergunningen

Datum: 19 december 2018 / Editie: December 2018 / Auteur(s): Rob Godfried

De Pijp Krant staat voor een deur met een piepkleine sticker: ‘Ik stem voor samen leven’. We komen daar praten over hoe dat samen leven nogal wordt verstoord. Een grote hond geeft ons het goede voorbeeld: na een warm welkom laat hij ons verder met rust.

Zo niet de verse eigenaar van een belendend perceel. Twee buren zijn naar aanleiding van een verbouwing een actie gestart die verder gaat dan hun eigen belang: de verkoop van panden die daarna dusdanig worden ‘verbouwd’ dat vette winst boven de belangen van buren en wijk gaat. En dat ‘verbouwen’ gebeurt met een vergunning van de Gemeente, zelfs als dat strijdig is met het bestemmingsplan en fatsoenlijk overleg. Dat moet stoppen, vinden buurtgenoten.

Overlast voor buren
Het zit zo.
Er bestaat naast het bestemmingsplan een zogenoemde regeling ‘Omgevingsvergunning A2’. Ondertitel: ‘Voor het snel afhandelen van afwijkingsbesluiten voor omgevingsvergunningen’. Die ondertitel zegt precies waar het om gaat: er kan dus worden afgeweken van de algemeen geldende regels. En dat leidt tot onverkwikkelijke vergunningen waarin overlast voor buren niet in de verlening van de vergunning zijn meegenomen. Denk aan het verdwijnen van redelijke bezonning, schending van privacy door een uitbouw, de herrie veroorzaakt door het hakken van een diepe kelder, het verdwijnen van groen uit de binnentuin en het onttrekken van betaalbare woningen aan de woningvoorraad in De Pijp. Hoewel er soms meer wooneenheden worden gerealiseerd dan er eerst waren, betekent een ‘verbouwing’ in de praktijk dat er steeds minder betaalbare (huur)woningen overblijven. Het is de investeerders alleen te doen om winst. In Oud-West heeft dit dan ook al geleid tot het opschorten van de werking van deze A2. Een alerte stadsdeelcommissie heeft dit al bij de Gemeente voor elkaar gekregen. Onze eigen stadsdeelvoorzitter, hierop aangesproken tijdens een bijeenkomst op 27 november, georganiseerd door diezelfde commissie, reageerde met de uitspraak “de komende maanden te beginnen aan het herzien van omgevingsvergunning A2” en dat “nieuw beleid voor de Pijp/Zuid nog wel twee-en-een-half jaar kan duren”. Alsof de projectontwikkelaars die hele tijd stil blijven zitten.

Bezwaarschrift
Tegen de vergunning die voor het buurpand van de actievoerders is verleend, is een bezwaarschrift ingediend door 17 omwonenden. Er is nog hoop dat de rechter de vergunning nietig verklaard, want na veel speurwerk is gebleken dat de aanvraag nooit ter visie is neergelegd. Een wettelijke voorwaarde voor het verlenen van de vergunning is door de Gemeente overgeslagen. Het loont dus de moeite om als buurtbewoners alert te zijn op de verlening van dit soort vergunningen. Dat kan op twee manieren:

Stel de app ‘Omgevingsalert’ in op de telefoon. Aanvragen en besluiten over vergunningen in een straal rond uw woning worden daarop weergegeven.
Op de site www.overheid.nl kunt u instellen dat u e-mails ontvangt over alle besluiten over uw buurt.
Houd ze in de gaten!

Toch feest op het vernieuwde Dora Tamanaplein

Datum: 5 november 2018 / Editie: November 2018 / Auteur(s): Rob Godfried

Het had heel wat voeten in de aarde, de verbouwing van het Dora Tamanaplein. Behalve een hotel, een ondergrondse parkeergarage en het nieuwe theater CC Amstel, kwamen er ook nieuwe woningen. En van januari tot juli kwamen de bewoners. Ondertussen gaan de bouwactiviteiten nog door. De bakstenen liggen al een tijd verspreid te wachten; bewoners hebben er met de buurtkinderen iets moois van gebouwd. Tijd voor een feest en een kritische terugblik, want de bouw verliep bepaald niet op rolletjes.

‘Oude en nieuwe bewoners nodigen u uit om met elkaar kennis te maken op het plein op 29 september.’ Dit bericht bereikte ons als omwonenden van het Dora Tamanaplein. En natuurlijk gaan we ernaartoe. Wie wil nu niet met zijn buren kennismaken?

Denktank Archiefterrein
Dankzij een strakke organisatie, een zonovergoten nazomerdag en zo’n 75 buurtgenoten is het feest in meer dan één opzicht fantastisch geslaagd.
In het feestgedruis maken we een afspraak met Ingrid van Alphen (‘oude’ bewoner) en Jim van Steenbergen (‘nieuwe’ bewoner) om verder te praten over de ontwikkeling van het gebied en de beleving van het vernieuwde plein. Ingrid woont er sinds 1988 en maakte vanaf 2006 de hele verbouwing mee namens de Denktank Archiefterrein.
Want toen het Gemeentearchief werd verplaatst van het karakteristieke raadhuis van Nieuwer Amstel – dat overigens nooit als zodanig heeft gefunctioneerd – naar De Bazel in de Vijzelstraat maakte dat de weg vrij voor nieuwe plannen. De gemeente stelde daarom de Denktank Archiefterrein in, bestaande uit omwonenden van het terrein, om de inspraak voor het plangebied te kanaliseren.

Plannen die nergens op sloegen
“De Gemeente nodigde ons uit om te vertellen wat onze wensen waren”, vertelt Ingrid van Alphen. “Daar zou terdege rekening mee worden gehouden. Wel, we wilden een rustige woonomgeving, met wat reuring, zoals het NINT vroeger. Maar we kregen de IVKO (een school voor voortgezet onderwijs, red.). Dat stond al vast, daar hadden we niets over te zeggen. En met die fietsen zou het wel los lopen, want, zeiden ze: ‘Onze kinderen komen niet op de fiets’.
Er kwam een architect uit het zuiden des lands met plannen die nergens op sloegen. Bij navraag bleek hij dan ook nog nooit in de buurt te hebben rondgelopen. Niemand van de betrokken ambtenaren had dat gedaan.”

Wassen neus
“Wij wilden diversiteit in de woningen”, vervolgt Ingrid haar verhaal. “Sociale huurwoningen, studenten- en koopwoningen. Het meeste is koop geworden. We kregen heftige discussies over bouwhoogte, die aanvankelijk 24 meter was. Dat werd uiteindelijk 17.5 meter. De kersenbomen zouden weg moeten voor de bouw. Er zou geen horeca komen, maar die komt er toch, op de hoek als theaterterras. En er zou een brede zichtlijn komen tussen de Pieter Aertszstraat en de Amstel, maar daar waren wij helemaal geen voorstander van in verband met hangplekken. Die ‘zichtlijn’ blijkt nu een nauwe steeg. En dan het groenplan. Daar lag op een gegeven moment een heel mooi voorstel voor. Wat daarmee is gebeurd, is een raadsel. Er kwam een nieuwe landschapsarchitect die er een steenwoestijn van maakte.
Kortom: er werd niet geluisterd, de inspraak was een wassen neus, lippendienst. Wat wel gelukt is: de woningen zijn niet naar beleggers gegaan. Dat is bijzonder, want Het Parool meldde onlangs dat 1 op de 5 nieuwbouwwoningen in Amsterdam opgekocht wordt door beleggers. En met Volker Wessels, het bouwbedrijf, was het overleg veel constructiever.”

Gunfactor
“Wij wilden hier heel graag wonen”, vertelt nieuwe pleinbewoner Jim van Steenbergen. “We komen van buiten Amsterdam en willen met ons pensioen dagelijks kunnen genieten van het ruime culturele aanbod, zonder te hoeven reizen. De sfeer in De Pijp, daar gingen we voor. En voor de gemengde bewoning met veel jongeren en kinderen. We zien de kinderen hier dagelijks veilig op het plein buiten spelen en ouders die op elkaars kinderen letten. We hadden het geluk ingeloot te worden. Er waren 6.000 inschrijvingen en minstens 350 gegadigden voor 25 woningen. Hoewel het begrip ‘loting’ hier misschien niet erg van toepassing is. Er was ook sprake van een ‘gunfactor’, een ondoorzichtige procedure.”

Burencontact
Oude en nieuwe bewoners van het Dora Tamanaplein moesten nog wel aan elkaar wennen. Jim: “Voor mij is het heel gewoon iedereen te groeten die je tegenkomt, maar dat was niet voor iedereen meteen vanzelfsprekend.” Ingrid: “Nee, in het begin ontweek men elkaar nogal… Dat probeerden we te doorbreken, en dat is gelukt.”

Jim: “Ik had contact met Bram Bos, van het polderhuisje in de Rustenburgerstraat. Hij had ervaring met de Rustenburgerstraatfeesten. Naar aanleiding daarvan is bij ons het idee ontstaan om een pleinfeest te organiseren, ter inwijding en kennismaking met de buurt. Ons comité, Ingrid zat er ook meteen al bij, organiseerde een open borrel om een feest voor te bereiden. Er kwamen wel twintig bewoners op af, merendeels nieuwe. Het bleken allemaal mensen die bewust voor De Pijp hebben gekozen. We hebben taken verdeeld en het feest op poten gezet met een uitgebreider comité. We hebben veel hulp gekregen. Een beetje reclame mag wel, toch? Dus ik noem Pestana – het vijfsterrenhotel – , slagerij Peter van de van Wou, Sanders piano’s van de Ceintuurbaan,de IVKOschool en Festijn catering. Het is een heel fijn feest geworden waar menig nieuw burencontact is gelegd.”
Ingrid: “Ja, ik ben nu heel blij met de nieuwe bewoners!”

Volle Ideeënbus
Het geslaagde feest heeft de bewoners alleen maar strijdbaarder gemaakt voor hun plein. Jim: “Er is tussen 2006 en 2018 een enorme ontwikkeling in de stedenbouw geweest. Neem de hele energietransitie, maar die is in deze nieuwbouw nog niet meegenomen. We hebben hemel en aarde bewogen om een warmte/koude opslag te krijgen in plaats van gasverwarming. Dat is niet gelukt. Toch wel pijnlijk bij nieuwbouw die in 2018 wordt opgeleverd. In de gemeenschappelijke ruimten is ook nergens LED-verlichting. En het hele stenenveld dat dit plein is, geeft geen pas bij warmer wordende zomers. Voor het feest zelf kwamen we te laat met ons ‘burgerinitiatief’, maar de Gemeente kan erop rekenen dat we met plannen gaan komen! De ideeënbus op het feest zat vol!”

Amsterdamse helden in de Diamantbuurt – Krachtinspanningen en overwinningen van gewone mensen

Datum: 5 november 2018 / Editie: November 2018 / Auteur(s): Rob Godfried

In Amsterdam wonen bijna 900.000 inwoners, van wie zo’n 10.000 in de Diamantbuurt. Al die mensen zijn helden in hun eigen leven, met een speciale geschiedenis. Verdriet en geluk, mislukkingen en overwinningen. Er zit een verhaal in ieders leven. Waarom altijd alleen maar winnaars of uitzonderlijke mensen tot helden bombarderen? Is het niet heldhaftig om kinderen op te voeden, met een depressie of handicap te leven, tegenslagen het hoofd te bieden of gewoon om iedere dag maar weer naar je werk te gaan? ‘Amsterdamse Helden’ is een project van regisseur en producent Julia Strijland, waarin Amsterdammers hun verhalen met elkaar delen, maar vooral ook hun persoonlijke helden eren.

Eind oktober vonden de opnames plaats van de documentaire film ‘Amsterdamse Helden in de Diamantbuurt’. De film vertelt over uitzonderlijke krachtsinspanningen en overwinningen van gewone mensen uit de buurt. Misschien bent u het opnameteam wel tegengekomen op straat, want Strijland filmde tien dagen, samen met freerunner Luciano Balestra. Hij maakt salto’s door de buurt, springt over obstakels en traint zich in uithoudingsvermogen en het overwinnen van angsten. Daardoor gaat hij zich steeds vrijer voelen. Luciano’s bewegingen zijn soepel en snel, want deze urban sport speelt met niets anders dan het eigen lichaam en de stad zelf, waarbij de geest geconcentreerd is en met een duidelijke focus. Allemaal zaken die we ook nodig hebben in ons dagelijks leven, om juiste beslissingen te nemen, moeilijke periodes door te komen, uitdagingen het hoofd te bieden en risico’s te nemen die ons verder kunnen brengen.

Mozaïekfilm
De documentaire ‘Amsterdamse Helden in de Diamantbuurt’ is een mozaïekfilm, waarin verschillende persoonlijke verhalen van mensen uit de buurt samenkomen. Deze mensen schrijven geschiedenis met hun eigen heldenverhalen, hoe klein en ogenschijnlijk onbetekenend ook.
Verhalen inspireren, ontroeren en motiveren om zelfs in de meest donkere tijden toch weer een lichtpuntje te zien.

De documentaire is op zaterdag 19 januari te zien in het net geopende CC Amstel. Dit theater ligt in het Asscherkwartier, een nieuw woongebied waar jarenlang het Stadsarchief heeft gestaan. De Diamantbuurt is een historisch rijke stadswijk, met het voormalige raadhuis uit 1892 en de diamantslijperij uit 1907, gebouwd door architect Gerrit van Arkel, en het oude badhuis uit het begin van de 20ste eeuw in de Diamantstraat.

Eigen helden eren
Op de Facebook-pagina Amsterdamse Helden (https://www.facebook.com/netwerkamsterdamsehelden) kunt u uw eigen helden eren. Schrijf een kort stukje waarin u vertelt waarom u juist hem of haar als uw held of inspirator ziet en plaats dit samen met een foto van uw held online.
Laten we onze Amsterdamse heldenverhalen met elkaar delen, met Amsterdamse humor en recht voor z’n raap. Zo schrijven we Amsterdamse geschiedenis.
Neem vast een kijkje op de Facebook-pagina en vergeet niet te boeken voor de premiere van ‘Amsterdamse Helden’!

Meer informatie: https://ccamstel.nl
en https://www.facebook.com/netwerkamsterdamsehelden

Een echte Rembrandt in De Pijp

Datum: 1 mei 2018 / Editie: May 2018 / Auteur(s): Rob Godfried

Sommige bewoners van de Pijp kennen Quellijnstraat 123 nog als kunstuitleen, of eerder nog als markiezenfabriek, maar inmiddels is het al tien jaar een veilinghuis. Aanvankelijk met alleen boeken, maar van lieverlee kwam daar allerlei ander goed bij: glaswerk, schilderijen, etsen, beelden, kleden. Oud en modern.

En nu zijn daar ook twee etsen van Rembrandt aangeboden, als onderdeel van een boedel die uit Limburg komt. Vanuit Limburg naar Amsterdam? En dan niet naar Sotheby’s? Ja. Dat komt doordat hier nog live geveild wordt, met een hamer, en niet online, zoals het nu vrijwel overal gebeurt. En hier worden collecties in hun geheel geveild. Grote jongens als Sotheby’s pikken er alleen de topstukken uit. Hier mag je op zaterdagmiddag ook nog alles komen laten taxeren, ook als je niet wil veilen. Je krijgt een kop koffie toe. Een tussen ‘Kunst en Kitsch’ in de Pijp. Gratis plezier.
Dezer dagen wordt er, naast de Rembrandts, een litho van Artus Quellinus de Jonge geveild. De naamgever van de Quellijnstraat. Een 17e eeuwse Antwerpse beeldhouwer die ook tekende. Niks geen Hollander. Meer in de buurt van Limburg, waar nu dus die Rembrandts vandaan komen.
De kunstuitleen komt dit jaar ook weer terug in het pand. Heel wat redenen voor een bezoekje!