Alle artikelen van Els Weeda:

Coronaverhalen uit de buurt

Coronaverhalen uit de buurt

Datum: 7 mei 2020 / Editie: Mei 2020 / Auteur(s): Els Weeda Rob Godfried

Onwerkelijk
Het is donderdag 26 maart. De zon komt net op, het is buiten rond het vriespunt. Ik voel me goed, ben gelukkig nog gezond, geen beginnende verkoudheid onder de leden. Ik sta op om te gaan fotograferen in De Pijp. Ontbijt en koffie kunnen wel even wachten. Hoe zou het zijn om om 7 uur in de ochtend door De Pijp te fietsen? Is er dan al iemand op straat?

Wat direct opvalt zijn de joggers, de hardlopers, niet alleen langs de Amstel maar ook in de wijk. Tientallen tel ik er. De sportscholen zijn dicht, dus dan maar de straat op. Ik heb besloten om het dagelijks leven als gevolg van de crisis in beeld te brengen. Mij vallen de lege straten op, vooral de doorgaans drukke straten als de Ferdinand Bol, de Van Woustraat, de Ceintuurbaan. De lege tramhaltes, de rolluiken voor de winkels. Maar ook de stilte, het gezang van de vogels, het kraken van mijn fiets. Ik begin bij de Albert Cuyp. Hier en daar wordt een kraam opgezet.
Groente en fruit. Halverwege de markt een groot bord met de mededeling om 1,5 m. afstand te houden. Aan het begin van de Cuyp staat het zelfs op het asfalt getekend. Bij de AH komt een man naar buiten die zegt: “Je mag best naar binnen hoor, je hoeft niet tot 8 uur te wachten.”
Mij valt op dat hij niet onder de doelgroep valt waarvoor die speciale openingstijd van 7 tot 8 is bedoeld. Geeft hij wat later ook toe. Dit soort ontmoetingen zijn er in deze tijden van crisis wel vaker en maken mij vrolijk.
Ik fiets verder en dan vallen mij de vele teksten op bij de cafés, de restaurants, de kappers, de winkels. Allemaal met uitleg over het waarom van het gesloten zijn, dat iedereen gezond moet blijven en de hoop op een goede afloop voor alle klanten. Voor mij is de sfeer in de wijk op dit moment onwerkelijk. Nauwelijks mensen op straat, hier en daar een fietser op weg naar het werk. Vooral die lege straten bepalen die sfeer. Dat beeld blijft lang hangen bij mij. Maar dan dat enorme doek aan het begin van de Ferdinand Bol: Amsterdammers, let een beetje op elkaar. Mooi. Rond 9 uur ga ik naar huis. Ik heb het koud gekregen, maar van binnen een beetje warm. Fotograferen geeft mij altijd energie, ook in deze tijd.

Henk Pouw


Anderhalve meter
Als ik na dagen van onthouding onder het genot van de voorjaarszon op mijn balkon besluit om toch naar buiten te gaan echoot het tussen mijn oren: anderhalve meter… anderhalve meter… anderhalve meter. Voor een fotograaf best een fijne afstand trouwens. Niet ver weg en toch niet te dichtbij. Mijn straat is leeg. De volgende ook. En de volgende. Nou ja leeg, er zijn geen mensen. Bij de vuilcontainers ligt evenveel rommel als altijd, fietsen staan overal, tot in de geveltuinen. Auto’s zijn keurig geparkeerd. Nog even en ook voor fietsen gaan we parkeergeld betalen. Dat zou een hoop rommel schelen, denk ik als fietser.

De bloesem aan de kade heeft zich van binnen blijven al de hele tijd niets aangetrokken en zich langs de hele kade over stoep en straat verspreid. Anderhalve meter of niet. Welke beelden zijn nu uniek? Wat zie je anders nooit? Ik merkhoe ieder mens op zijn eigen manier met de anderhalve meter omgaat. Sommigen kijken al 25 meter van te voren naar mij om in te schatten hoe ik ga lopen. De een maakt oogcontact, de ander juist niet. Er zijn er die strak op hun pad kijken, mij bijna stiekem in de gaten houden en rechtdoor lopen, in de kennelijke(?) verwachting dat ik wel uitwijk. Stelletjes die de hele stoep kletsend in bezit houden. Mensen die pal langs de gevel gaan lopen of juist tussen twee auto’s door de straat op schieten (ik merk dat ik er zelf zo een ben). Je moet wel, want de meeste stoepen bij ons in De Pijp zijn geen anderhalve meter breed. Of wel, maar dan vol fietsen. Ja, daar heb je ze weer. Het fijnst zijn de mensen die oogcontact houden en vol verstandhouding glimlachen. Jaja, we zitten in hetzelfde schuitje. Als ik een school passeer, hoor ik dat er twee kinderen worden opgevangen vandaag. Met zijn tweeën in die grote ruimte waar altijd zo veel activiteit is. Dat moet een gevoel van verlatenheid geven, grotere indruk maken dan gedwongen thuis blijven.
Bij de ijssalon staan mensen keurig en geduldig achter de strepen die door de eigenaar op de stoep zijn aangebracht. Met elkaar maken ze geen contact, tenzij ze al bij elkaar horen. Dat lijkt me niet anders dan altijd. Net zoals er altijd mensen zijn die reageren op mijn camera, positief en negatief. Iets meer positief nu, geloof ik. Het is toch een bijzondere situatie. Die moet worden vastgelegd.

Rob Godfried


Medemenselijkheid
In een supermarkt verzucht een jongeman: “Ach, eigenlijk heb ik het helemaal niet nodig”, terwijl hij een pak toiletpapier terugzet in de volledig leeggegraaide schappen. Hij lacht naar de verbaasde omstanders. Een klein applausje klinkt en niemand haalt het ook maar in zijn hoofd om dat pak mee te nemen. Het staat er even eenzaam als trots symbool van medemenselijkheid en met de boodschap: neem alleen wat je nodig hebt! Ik zie een man wat beteuterd op een bankje voor zijn, inmiddels gesloten, stamcafé zitten. Een medewerkster van de nabij gelegen slijterij komt naar buiten met een borrel, zet het glaasje naast hem neer en roept: “Proost! Op uw gezondheid!” De man lacht verheugd. Hij is blij met zijn neut. WijAmsterdam.nl, het Platform voor Amsterdamse initiatieven.

Els Weeda


Hoe klinkt de stilte?
Door de coronacrisis klinkt onze stad opeens heel anders. Stiller vooral. Minder mensen op straat, winkels gesloten, weinig verkeer en nauwelijks overkomende vliegtuigen. Hoe is dat voor jou? Wel fijn of juist beklemmend? Is het rustgevend, saai?
Urban Sound Lab doet een oproep aan iedereen in Amsterdam-Zuid om te delen wat je nu hoort en hoe je het veranderende geluidslandschap van de stad persoonlijk ervaart. Lees ter inspiratie inzendingen op de website van Urban Sound Lab (urbansoundlab.nl) en deel vooral je eigen verhaal per mail aan info@urbansoundlab.nl. Wellicht verschijnt de beschrijving van jouw ervaring op de website. Hoe klinkt de stilte bij jou in de buurt?

Rosa Mul/Urban Sound Lab

Alle artikelen van Henk Pouw:

De Pijp tijdens de Coronacrisis

De Pijp tijdens de Coronacrisis

Datum: 28 april 2020 / Editie: April 2020 / Auteur(s): Henk Pouw Rob Godfried

Een jeugd in De Pijp

Datum: 18 februari 2020 / Editie: Februari 2020 / Auteur(s): Rob Godfried

Harold Hamersma is een bekende ‘wijnschrijver’. Maar nu even niet. Zijn nieuwste boek gaat over De Pijp. In zijn werkruimte boven de kookboekenwinkel van zijn vrouw ‘Mevrouw Hamersma’, om de hoek van de Albert Cuypmarkt, vertelt hij hoe dit boek tot stand is gekomen.

“Ik voel me thuis in De Pijp. En onze werkplek in de Gerard Dou draagt eraan bij. Misschien komt dat doordat het dna van mijn vader er nog tussen de plinten zit. Niet dat ik er ooit naar gezocht heb, maar het kan bijna niet anders. Toen hij nog een kleine jongen was, zat op dit adres zijn kapper. Of zoals hij hem noemde: ‘m’n kappert’.” (Citaat uit de verhalenbundel ‘Wat ik van Mijn Moeder Leerde’, samengesteld door Manon Duintjer).

Verstopt door Trabantjes
Harold Hamersma: “Ik werd gevraagd om mee te werken aan een verhalenbundel, waarin bekende Nederlanders vertelden over de belangrijkste les die zij van hun moeder hebben geleerd. Ik was helemaal niet bezig met een heel boek. Maar de reacties op dat ene verhaal, met name na een publicatie van het verhaal ‘Een schitterend leven’ in Het Parool, maakten ideeën bij me los over hoe ik dat kon aanpakken. Toen dacht ik: ik ga opschrijven wat ik NIET van mijn moeder heb geleerd. Het werd een boek over De Pijp. Mijn hele familie komt uit De Pijp. Grootouders, mijn ouders, mijn ooms en tantes, neven en nichten. Ik vertel in het boek over veranderingen aan de hand van het gebruik van winkels, cafés, een garage. Hoe de straat werd gebruikt als voetbalplek, verstopt werd door Trabantjes. Over hoe ik als kind een kinderwagen wilde hebben om kranten op te halen en weg te brengen naar visboer Schilder.”

Omes
“Wezenlijk is er niets veranderd: de Pijp is een mengbuurt waar steeds nieuwe groepen mensen komen wonen. Ook in mijn jeugd waren er al heel veel restaurants. Spaans, Chinees, Surinaamse toko’s, Italiaanse ijssalons. Veel Surinamers kwamen, nu zijn het weer andere groepen. Altijd studenten, nu ook weer. Een krankzinnige hoeveelheid auto’s, nu zijn dat fietsen.”

“Omdat ik met mijn moeder door De Pijp wandel en herinneringen ophaal gaat het ook over wat ‘vergeetachtigheid’ is en wat het betekent voor de omgeving. Mijn moeder kwam uit een kleurrijke familie met heel wat halfbroers en -zussen en stiefkinderen. Ze vond het moeilijk hoe met liefde om te gaan. Haar moeder kreeg na de scheiding van haar vader heel wat ‘omes’ over de vloer.“

“Mijn moeder mocht die nieuwe mannen in het leven van haar moeder ‘Ome Jan’ noemen. Of ‘ome Piet’ (twee keer). Ome Nico. Ome Teun. Ome Bart. Ome Massie. Ome, ome, ome. Het waren allemaal omes. En niet bepaald hoge. Eentje was een havenarbeider die haar moeder had opgepikt in een café op de Albert Cuypmarkt. Er was een slagersknecht die twee vingers miste aan zijn linkerhand maar met zijn overige acht heel vaardig bleek. De aardappelboer die toch al aan huis kwam om zijn bintjes te brengen. En ach, wanneer hij in de buurt was kon-ie meteen wel wat anders kwijt. Soms bleven ze een paar uur. Een nacht. Een paar weken. Niet zelden richtten de omes hun ogen op de dochters des huizes. En het bleef niet alleen bij de ogen, al was mijn moeder aan het einde van de oorlog nog maar twaalf.“ (Citaat uit ‘Onder de rook van de Heineken. Een jeugd in De Pijp’).

“Ze heeft geleerd het leven te nemen zoals het is en er wat moois van te maken. Dat heeft ze aan mij doorgegeven”

 


‘Onder de rook van de Heineken. Een jeugd in de Pijp’ is uitgegeven door Ambo/Anthos en ligt nu in de boekwinkel.

Leerlingen van de Springstok leren met de Pijp Krant

Datum: 9 december 2019 / Editie: December 2019 / Auteur(s): Rob Godfried

IMC basis (onderdeel van “IMC Weekendschool”) verzorgt voor basisschoolleerlingen onder schooltijd les van gastdocenten.

Leerlingen ervaren en ontdekken samen vakgebieden zoals Journalistiek, Wetenschap, Recht, Geneeskunde en Beeldende Kunst.
De vakgebieden worden verkend door zoveel mogelijk zelf aan de slag te gaan met ‘het echte werk’: de nadruk tijdens de lessen ligt op het zelf doen en ervaren. De leerlingen voeren werkzaamheden uit die levensecht zijn en kenmerkend voor het vakge
bied. Zo maken de leerlingen van de Springstok een eigen krantje met interviews in De Pijp, met foto’s uiteraard. Een van onze redacteuren mocht dit keer in een dubbelrol als schrijver en fotograaf gastlessen geven over journalistiek. In de toekomst verzorgt een groepje leerlingen misschien wel een rubriek in de Pijp Krant! Eindelijk de verjonging die De Pijp Krant redactie zich wenst!

Elektrisch deelrijden: begint schone lucht in De Pijp?

Datum: 18 juni 2019 / Editie: Juni 2019 / Auteur(s): Rob Godfried

Op en rond het Willibrordusplein staan elektrische auto’s van diverse merken geparkeerd. Kleine en grote wagens. En ook de elektrische bakfiets van Cargoroo. Het is net een kleine RAI voor elektrische karren. En dan is er nog een circuitje met elektrische kinderauto’s, die druk bevolkt wordt met kinderen die fanatiek aan het racen zijn. Op deze mooie zondag in mei dient het plein als startpunt voor een proefrit in een elektrische deelauto, dat is een auto die wordt aangedreven door elektriciteit en beschikbaar is voor de gehele buurt.

Het proefrijden is georganiseerd door Elektrisch Deelrijden De Pijp, een initiatief van bewoners. Zij willen vooral bereiken dat mensen hun (benzine)auto weg doen en overstappen op deelgebruik van een elektrische auto. Zo kunnen er nog meer parkeerplaatsen worden opgeheven, komt er meer ruimte in de buurt en kan het leefmilieu worden verbeterd. Een schone lucht in Amsterdam, te beginnen in De Pijp.

Het initiatief sluit naadloos aan bij het gemeentelijke streven naar stadsverkeer vrij van fossiele brandstoffen in 2030. Zo rap zal het waarschijnlijk niet gaan, maar het voorstel stuitte op vele negatieve
reacties. Maar op deze meidag is daar op het plein weinig van te merken.

Heel wat mensen blijken wel iets te zien in elektrische deelauto’s, vooral mensen die al in elektrisch rijden geïnteresseerd zijn en het levert nieuwe mogelijkheden voor mensen die nu van andere deelautoplatformen gebruik maken. Die kunnen in de toekomst kiezen voor een elektrische bolide of natuurlijk voor de elektrische bakfiets, als alternatief voor de auto. En, belangrijk, het Elektrisch Deelrijden is in eigen beheer en niet-commercieel, zodat de gebruikers de regie houden en de kosten laag blijven.

Apeldoorn
Het is aangenaam warm op de zonnige zondagmiddag. Al vroeg komt een buurtbewoner vragen of zo’n auto Apeldoorn wel haalt, vanwege de batterij. De aangesproken initiatiefnemer aarzelt even voordat hij antwoordt: “Ja, de actieradius van de wagens is voor meer mensen een vraag. Apeldoorn haalt ie wel hoor. En terug ook…” Mooi – of die proefrit hem daar dan even heen kan brengen? ”…maar voor een proefrit is dat wat ver meneer.” Zwaar teleurgesteld gaat de buurtbewoner zijns weegs.

Om de wensen en de mogelijkheden te peilen is er in de Hemony- en Willibrordusbuurt een enquête uitgezet die door 10% van de mensen is ingevuld. “Een respons waar de gemeente jaloers op zou worden”, aldus een van de belangstellenden. Het leeft in de buurt. In de enquête geven 100 van 200  autogebruikers aan over te willen stappen op een deelauto, vanwege de luchtkwaliteit, duurzaamheid, meer ruimte op straat en kostenbesparing. Mits… er altijd een auto beschikbaar is.

De kosten zijn eveneens een punt van zorg voor velen: “Heb je altijd een auto als je die nodig hebt? Kan de caravan erachter en kan je hem dan een week meenemen? Kan je kiezen of je een tweepersoons of meerpersoons neemt, of een busje om van alles te vervoeren?”. Het goedkoopste model kost €34.000 – en ja er zijn verschillende mogelijkheden.

Bewustwording
Elektrisch Deelrijden De Pijp is nog druk bezig met de ontwikkeling van het concept. Gesprekken met de gemeente en andere mogelijke partners zijn gaande, en een groot pluspunt is dat de kosten per kilometer lager zullen zijn dan bij gewoon autogebruik. Een van de initiatiefnemers: “Veel mensen beseffen niet hoe veel hun auto nu werkelijk kost. Als een auto veel gebruikt wordt is hij per kilometer goedkoper dan als hij vooral stil staat. En er zullen meerdere types aangeschaft worden. Maar deze bijeenkomst is vooral ook bedoeld voor bewustwording.” Zoals een proefrijder het formuleerde: “Als we voor de mobiliteit een model ontwikkelen waarin auto’s geen eigendom meer zijn, moeten we ook een nieuwe moraliteit 
ontwikkelen waarmee een ‘ander soort verantwoordelijkheid’ gepaard gaat.“ Omgaan met dingen, alsof ze van jou zijn.

Of de auto’s geen eigendom worden is nog maar de vraag. Misschien wordt het wel een soort coöperatie voor auto’s. Lease of koop wordt onderzocht en mensen kunnen wellicht hun eigen auto inbrengen. “Kleinschaligheid is belangrijk, want als je elkaar kent, dan ga je beter met elkaars spullen om. Maar grootschaligheid is weer nodig om rendabel en aantrekkelijk te worden. Dát te combineren is de puzzel.”

Veel mensen zijn niet meer uit op bezit, maar op de mogelijkheid om iets te gebruiken zonder het te hebben. Niet alleen uit milieuoverwegingen, maar ook omdat het praktisch is. “Ik heb godzijdank geen autozorgen meer.” Geen zorg voor onderhoud dus; alleen in huis hebben wat je altijd nodig hebt, de rest is flexibel. Hoewel voor sommige mensen de auto ook nog een romantisch bezit is: de oude Volvo, de Snoek…

Een dealer: “Elektra is binnen afzienbare tijd alweer een gepasseerd station. Waterstof heeft de toekomst. We hollen achter de technologische ontwikkeling aan. Maar ja, we kunnen er ook niet op wachten en nu maar niks doen. We moeten schoon gaan rijden.”

 


Meer informatie of meepraten over de plannen? Kom naar de informatieborrel op 3 juli van 20:00-22:00 op de Govert Flinckstraat 309-311 of kijk op elektrischdeelrijden.nl en cargoroo.nl
Wie meer van de enquête wil weten, neemt contact op via info@elektrischdeelrijden.nl

Méér dan rijden met HeenenWeer

Datum: 18 juni 2019 / Editie: Juni 2019 / Auteur(s): Rob Godfried

U heeft ze vast wel eens zien rijden, die kleine gifgroene en knalrood elektrische karretjes van de HeenenWeer. Ze sjezen door de Pijp en de Rivierenbuurt. Heeft u zich ooit afgevraagd wat die karretjes doen?

In die karretjes brengen en halen vrijwillige chauffeurs (”social drivers” genoemd) mensen die geen korte afstanden meer alleen kunnen lopen binnen de buurt overal heen. Dat daar grote behoefte aan is blijkt wel uit het aantal kilometers dat inmiddels al is afgelegd door de karretjes: er is in twee jaar al 21.282 kilometer gereden in de Pijp/Rivierenbuurt.

We spraken een van de ’sociale chauffeurs’, Pijpbewoonster Karen van 75: ”Ik rijd vier keer per week voor HeenenWeer mensen naar de huisarts, de bieb, de supermarkt of vrienden in de buurt. Ik heb er heel veel plezier van, het geeft voldoening om nuttig te zijn en ik ontmoet veel mensen. Rijden is héél leuk. Vond ik vroeger al, op de landbouwtrekker op onze boerderij. Het is alleen soms wel een hele puzzel op de stoep, volgepropt met fietsen.”

We spraken ook met een gebruikster, Beppie Oldeboon. Ze woont al 63 jaar in de Rivierenbuurt en is 87: ”Karen brengt me elke zaterdag naar de AH in de Rijnstraat en ze gaat mee naar binnen om laag en hoog spullen voor me te pakken. Daar kan ik zelf niet bij. Ik mag niet meer alleen de straat op en daarom ben ik zo blij met de HeenenWeer. Hoe kom ik anders aan mijn boodschappen? En hoe zou ik geld kunnen pinnen? Mijn kinderen kunnen me door hun eigen omstandigheden niet helpen en het Aanvullend Openbaar Vervoer gaat niet mee naar binnen. Toen ik dat van die HeenenWeer zag, dacht ik: ‘Dat is precies wat ik zoek.’ Karen is eigenlijk een beetje een mantelwerkster. Ze brengt de boodschappen ook naar binnen. Het is zo fijn om een vast persoon te hebben. Maar wat ik zelf kan doe ik zelf hoor, anders roep ik ‘hellup’!

Die euro per rit betaal ik graag hoor. Ik hoop dat ze er een keertje lekker van uit gaan eten met elkaar!”


 

HeenenWeer is een stichting die in 2017 is opgericht door buurtbewoners. Financiën worden geregeld met crowdfunding, sponsoring, subsidies, bijdragen van fondsen en vrienden van HeenenWeer. Zo werd er in mei nog €1075 opgehaald tijdens een benefietveiling voor de stichting, georganiseerd door Stadsdorp de Pijp. HeenenWeer is altijd op zoek naar meer chauffeurs, planners en donateurs.

Voor meer informatie bel: 06 281813 43 of mail: secretariaat@stichtingheenenweer.nl

Potlood met rubberen punt

Datum: 2 mei 2019 / Editie: Mei 2019 / Auteur(s): Rob Godfried

Cartoonist en grafisch ontwerper ‘in ruste’ Frans Mensink is geboren in De Pijp en woont er het grootste
deel van zijn leven. Hij beletterde het verbouwde Huis van de Wijk en heeft daar een heel nieuw letteren cijfertype voor ontworpen in de Amsterdamse stijl.

We lopen door het atelier van Frans Mensink op de begane grond, langs een stoel uit een bommenwerper, “gekregen van de piloot die er zeven keer mee heeft gebombardeerd; hij zei: doe er iets moois mee; nou, dat doe ik – het is mijn werkstoel”, en via een trapje naar het woonhuis. We bewonderen en passant diverse verzamelingen en curiosa. Vlinders, enorme insecten en tarantula’s, “de
grootste zat in mijn hotelkamer op Cuba”, oude zakhorloges, “van mijn opa en andere overleden familieleden”, zwaarden, “van Ome Hein”. Oude musketten aan de muur, “mijn vader zat bij de artillerie”,
een Thunderbird-model, “die is echt gebruikt in de animatiefilm” en natuurlijk een heleboel originele prenten en cartoons van beroemde collega’s. Poes Karel, “het is een vrouwtje, maar hij heet toch Karel”, springt op mijn schoot en de verhalen stromen over mijn theekopje.

Frans Mensink: “Waar nu de Vredeskerk staat, waren vroeger de landerijen en de boerderij van mijn betovergrootvader. Dat was allemaal gemeentegrond en toen die aan de parochie was verkocht, werd de grond onteigend – zonder enige tegenprestatie. Dat kon toen nog. Mijn betovergrootvader is net zo lang blijven zitten tot de kruiwagens met zand door zijn woonkamer gingen. Uiteindelijk kreeg hij een woninkie aangeboden, maar boeren kon hij niet meer. Hem bracht de kerk geen vrede.”

“Deze woning heb ik gekregen via de gemeente, afdeling kunstzaken. Daar zat een ambtenaar die bepaalde welke kunstenaar een atelierwoning kreeg. Een paar vriendinnen van mij waren daar al geweest en die kregen meteen een atelierwoning. En ik had al anderhalf jaar niks. Dus ik met een lange jas van het Waterlooplein, een minirok eronder en op pumps naar die man toe. Ik zeg: ‘En nu ben ik aan de beurt’. ’s Middags had ik deze plek. Ik kende de buurt goed natuurlijk. Misschien hielp dat ook wel.”

“Mijn oma woonde in de Van Hilligaertstraat en wij in de Lutma. Hier zat toen nog de Sociale Verzekeringsbank in van die houten keten. Mijn moeder maakte soep die ik naar oma moest brengen. Met een lege pan liep ik verderop om de hoek langs een hek waarachter allemaal beesten zaten: pauwen, konijnen, van alles. Dat hek had van die spijlen waar ik die pan tegenaan liet kletteren, dat maakte een herrie! Maar ja, thuis gekomen bleek dat de bodem eruit lag en kréég ik toch op mijn flikker. In de Lutmastraat woonde ook Lou de Palingboer. Die leidde een soort sekte en in zijn huis
waren wilde feesten waar ik met mijn broers heel nieuwsgierig naar was: hele orgies, dachten we. Waar nu het Okurahotel staat, was toen ‘het zwarte landje’. Daar had Lou een tent staan waar hij lezingen hield en openbaringen deed. Op een dag kwam daar een man binnenlopen die schreeuwde: ‘Ik kan weer lopen!’. 
‘Ziet u wel’, zei Lou de Palingboer, ‘de wonderen gebeuren nog steeds’. Zegt die man: ‘Hoe kom je daarbij? Ze hebben mijn fiets gestolen!’”

“Vroeger had ik een enorme stoommachine in de etalage staan. Een aantal jaren geleden ging ik met dat ding naar buiten, richting Okura. Daar waren toen allemaal hotemetoten van de EU. Werd ik door politieagenten tegengehouden: ‘Meneer, kan dat ding niet ontploffen?’ Ik zeg: ‘Jawel hoor!’ ‘Wegwezen!’ Toen ben ik maar weer omgekeerd.”

“Die treintjes die nu in mijn etalage staan, heb ik geruild tegen allerlei natuurkundige instrumenten die ik had. Gekregen van de katholieke Cornelisschool in de Pijnackerstraat. Bekend van het knapenkoor dat eens per jaar de Mattheüs Pas sion zong in het Concertgebouw, onder leiding van Piet van Egmond. Toen die school werd opgeheven, wisten ze niet wat ze met al die spullen uit het natuurkundelokaal aan moesten. Nou, die wilde ik wel hebben. Maagdenburgse halve bollen enzo… Ja, dat potlood, daar zit ook een mooi verhaal achter. De hoofdvertegenwoordiger van Bruynzeel reed rond met zo’n gigantisch potlood op het dak van zijn pickup. Dat hele ding was van aluminium. Op een dag reed hij een medeweggebruiker op de Weesperzijde zó aan, dat die werd gespiest. Morsdood. Sindsdien was dat potlood voorzien van een rubberen voorzijde. Zo’n exemplaar hangt hier nu bij mij.”

“Ik was een blauwe maandag betrokken bij De Pijp Krant. Maar daar was ik al gauw weer weg. Er werd heftig gediscussieerd over die naam: ‘Pijp Krant’. Die zou niet mogen. Nou, daar had ik geen zin in. Wat is nou een mooiere naam? Mensen kunnen zeiken over niks!”

De Pijp: drukker, duurder, wereldser

Datum: 19 februari 2019 / Editie: Februari 2019 / Auteur(s): Julia Strijland Pepijn Fraai Rob Godfried

De Pijp verandert. Tussen 2014 en nu zijn er maar een paar honderd mensen méér in de wijk komen wonen en toch is het veel drukker.
De Pijp is duurder dan ooit en de voorraad sociale huurwoningen loopt terug. Om hier te kunnen (komen) wonen moet een vermogen worden neergeteld, of vraagt een inkomen dat voor de meesten niet is weggelegd. En oude vertrouwde winkels en ambachten verdwijnen. Ateliers worden vervangen door appartementen. Hoe komt dat allemaal? Is het de schuld van expats, Airbnb, beleid?

Veel oude Pijpbewoners ervaren de verandering van de bevolkingssamenstelling als een achteruitgang. Expats, rijke kopers en Airbnb zouden een vertrouwde sociale omgang in de weg staan. Er zou minder saamhorigheid zijn, geen buurtbinding en geen gevoel van verantwoordelijkheid. Maar klopt dat wel?
Zijn al die nieuwe bewoners en ontwikkelingen echt de oorzaak van het ervaren probleem of zijn ze het gevolg van veel grotere, wereldwijde ontwikkelingen en politiek beleid? En is de culturele en nationale diversiteit in De Pijp niet ook een verrijking?
De Pijp Krant ging op onderzoek uit.

Expats in De Pijp
Er komen steeds meer buitenlanders in De Pijp, niet alleen toeristen, maar ook expats. Overal zijn eettentjes met lekkernijen uit verre landen. Op straat hoor je talen uit alle windstreken en er zijn speciale expat-avonden en evenementen gericht op niet-Amsterdammers. Zo programmeert Rialto, het filmhuis op de Ceintuurbaan, arthouse films met Engelse ondertiteling tijdens ‘Expat Monday’. Loic, vrijwilliger bij Rialto, kwam in 2014 vanuit Parijs hier wonen. Hij wilde Nederlands leren en op plekken komen waar hij ook de ‘gewone’ Amsterdammer zou ontmoeten. En omdat hij zich meer aangetrokken voelde tot een NGO dan het bankwezen, verruilde hij zijn werkgever ABN AMRO voor ontwikkelingsorganisatie Cordaid. Hij houdt ervan om mensen uit andere culturen te ontmoeten, is wereldburger en houdt van de sfeer in Amsterdam. Hij heeft de Pijp wel zien veranderen in de afgelopen vier jaar. De kleine lokale winkeltjes maken meer en meer plaats voor hippe tenten, zoals De Scandinavian Embassy aan het Sarphatipark, met een Zweedse eigenaar.

Double cream
In de Ferdinand Bolstraat opende Kelly’s Expat Shopping recentelijk haar deuren. “Allemaal producten uit onder andere Amerika, Australië en Engeland, die je niet zo in de supermarkt kunt kopen”, zegt Florence, de nieuwe eigenaar. Zij huurt het pand voor een behoorlijke prijs, maar zit dan ook op een toplocatie, dichtbij halte De Pijp van de Noord/Zuidlijn. De meeste klanten zijn toeristen en expats, maar ook de Nederlandse Rienke gaat weg met een goedgevulde tas. Zij vindt het een verrijking van de stad dat meer buitenlanders zich in Amsterdam vestigen. “De diverse culturele activiteiten en bijeenkomsten die de stad rijk is, leiden tot verbinding met mensen uit andere culturen.”

Hugh werkt sinds twee weken bij Kelly’s en is zelf kind van expats. Zijn vader werkte voor Unilever en zo kwam hij als jongetje van Engelse ouders uiteindelijk in Amsterdam te wonen. “Het blijft altijd een beetje voelen alsof je tussen wal en schip valt”, antwoordt hij in vloeiend Nederlands op de vraag of hij zich Amsterdammer voelt.
“Amsterdam is in Nederland de stad met gemiddeld de meeste expats”, vertelt Florence, die marktonderzoek deed voordat zij de winkel in de Ferdinand Bol opende. Het winkelaanbod varieert van mince pies tot Christmas crackers en de winkel ligt nu vol met allemaal typische paasproducten. “Wil je een Amerikaans recept maken en heb je ‘double cream’ nodig, dan ben je hier aan het juiste adres.”

Voordat Rienke de winkel verlaat zegt ze: “Bij Universal, waar ik werk, heb ik expat-collega’s die geen betaalbare woning vinden en moeten uitwijken naar plekken buiten de stad. De vrije sector is voor sommige expats ook te duur. Net als de oorspronkelijke Pijpbewoners worstelen nieuwkomers ook met te hoge woonlasten.” Loic beaamt dat, al is Amsterdam wat betreft huizenprijzen nog steeds 40 procent goedkoper dan Parijs.

Airbnb in De Pijp
Met het oog op een levendige, plezierige Pijp is het hoe dan ook een goed idee om open te staan voor nieuwkomers en te luisteren naar hun verhalen. Wij waren benieuwd naar het verhaal van een Airbnb-verhuurder, maar vonden niemand die met ons wilde praten, helaas. Veelzeggend is het wel. Je zult maar aangekeken worden als iemand die de woningnood uitbuit en sociale huurwoningen aan de woningvoorraad onttrekt.

Wanneer het gaat over Airbnb is het belangrijk een onderscheid te maken tussen vakantieverhuur van hele woningen en Bed and Breakfasts (B&B’s). B&B’s betreffen een kamer in een appartement, soms met gebruik van keuken. Daar zijn de bewoners feitelijk aanwezig en wordt er dus geen woning aan het woningbestand onttrokken. Uit cijfers van de Gemeente Amsterdam blijkt dat dit maar 8 procent van de aangeboden woningen in De Pijp betreft. Via Airbnb werden in De Pijp in 2018 in totaal 1.769 woningen aangeboden. Airbnb verstrekt geen gegevens over de feitelijke verhuur. Het is daardoor onduidelijk of de regel wordt gehandhaafd dat er niet meer dan 60 (vroeger) of 30 dagen (nu) dagen per jaar mag worden verhuurd – de Gemeente kon geen statistische gegevens over uitgedeelde boetes verstrekken! Het is dus aannemelijk dat woningen inderdaad het hele jaar worden onttrokken aan het (sociale) woningbestand. Bekend is al lang dat veel verhuurders helemaal niet in Amsterdam wonen, soms zelfs niet in Nederland. Je zou kunnen stellen dat het negatieve imago van Airbnb-verhuurders in het algemeen gebaseerd is op feiten.

Van Londen tot Tokyo
Mensen die een deel van hun woning wél volgens de regels verhuren, hebben niet zelden last van het negatieve imago van Airbnb, terwijl het gewoon buurtbewoners zijn met wat extra inkomsten.

Een van die B&B-verhuurders, die zijn naam liever niet in de krant wil hebben, verhuurt een kamer in zijn huis en woont al zijn hele leven in de Pijp. Hij wijst erop dat het woningprobleem in de Pijp een mondiaal probleem is: er zijn zoveel wijken waar het steeds moeilijk wordt betaalbare huur- of koopwoningen te vinden, van London tot Tokyo. “Het Airbnb-fenomeen speelt hierin maar een beperkte rol”, zegt hij en in zijn geval eigenlijk helemaal niet, omdat een kamer tijdelijk aan een gast wordt verhuurd. Een kamer die anders helemaal niet apart bewoond zou kunnen worden. “Er zijn veel verhuurders (hosts) zoals ik in De Pijp. Omdat die zelf aanwezig zijn, is de kans dat gasten zich misdragen klein.” Zorgelijk vindt hij de ontwikkeling in De Pijp zeker: “De huizengekte wordt veroorzaakt door de prijsopdrijvende praktijken van de banken. Het mondiale systeem dat banken in staat stelt geld op papier te scheppen, gaat een keer instorten. Pas als dat gebeurt, zullen de huizenprijzen zakken. Tegelijkertijd zijn we bezig uitwassen te verzachten met goede 30-dagenmaatregelen voor Airbnb, maar het lost eigenlijk niets op. Wie al een paar panden bezit kan doorgaan met opkopen en investeren met goedkoop geld en verbouwen tot boven de huurgrens. Er is geen wettelijke rem en hebzucht is nu eenmaal een menselijke eigenschap.”

De Pijp, met zijn eerdaags gemengd socio-economische karakter, heeft zijn voorraad aan sociale huurwoningen de laatste tijd flink zien dalen. Dit gebeurt in heel Amsterdam: woningcorporaties verlaagden hun aandeel van sociale-huurwoningen tussen 2007 en 2017 van 50% naar 39%. In De Pijp is dit aandeel zelfs gedaald naar 35,6%.

Vrije Markt
“Het stelsel is kapot,” zegt Oscar Vrij van WOON-team Zuid. “Het woningwaarderingsstelsel heeft zijn beschermende karakter verloren. Sociale huurwoningen worden beoordeeld op basis van een puntenstelsel. Wanneer een woning voldoet aan een bepaald aantal punten kan de woning worden verkocht en verhuurd op de vrije markt. Sinds 1 oktober 2015 wordt de WOZ-waarde meegeteld in het woningwaarderingsstelsel. En die WOZ waarde is nu zo hoog dat vrijwel alle sociale-huurwoningen in De Pijp genoeg punten hebben om geliberaliseerd te worden.”

Deze ‘vrije markt’ heeft vooral effect op sociale-huurwoningen in particulier bezit. Deze kunnen kadastraal gesplitst worden om vervolgens te worden verkocht. Doordat vrijwel alles nu dankzij het nieuwe woningwaarderingsstelsel geliberaliseerd is, kan dit op grote schaal gebeuren: de rem is eraf.

Lucratieve prijsopdrijving
Op een zondagse leegverkoop spreken we kort de beheerder van een pand waarin elf kleine creatieve bedrijfjes zaten. De Gemeente heeft het pand verkocht voor 1,6 miljoen en nu komen er dure appartementen in. Dus ja, zo beschermt de Gemeente de eigen panden niet eens tegen de lucratieve prijsopdrijving van wonen.

Saamhorigheid en eigenwaarde bij de voedselbank

Datum: 19 december 2018 / Editie: December 2018 / Auteur(s): Rob Godfried

Een dag bij de voedselbank in de Lutmastraat is een dag van verbazing over de bedrijvigheid, de logistiek, de efficiëntie, de vriendschap en de gezelligheid, maar bovenal over de absolute gewoonheid van de voedselbank. Iedereen weet wat er moet gebeuren, iedereen heeft een taak en die wordt uitgevoerd met een logische rust die elk bedrijf zou moeten kenmerken. Maar ja, hier verdient ook helemaal niemand geld met zijn of haar werk. Zou het daarin zitten?

Al voor tien uur lopen er vrijwilligers binnen. Dat zal niet ophouden. Door de dag heen komen er meer dan 35 vrijwilligers om tafels en kratten te verplaatsen, weg te brengen of te halen, tafels op te zetten, kratten uit te zetten in de ruimte, te vullen met kruidenierswaren en brood, kratten met groente en fruit klaar te zetten, kleding te verzorgen en klaar te leggen, voorraden aan te vullen en te verplaatsen, vrachtwagen uit te laden, tafels weg te zetten, koffie en thee te schenken, nummertjes uit te delen, aanmeldingsbrieven te controleren, de supermarkt te runnen, de bladeren van de straat te vegen, tassen voor klanten te dragen.

De klanten stromen vanaf twee uur binnen, dus dan moet alles klaarstaan. Iedereen krijgt een krat met de verpakte spullen en kan daarna vlees, kaas, groente en fruit en eventueel koffie (dit keer) pakken en alles dan in zelf meegebrachte tassen, al dan niet op wieltjes, stoppen. Wie er voor deze keer recht op heeft, kan ook nog kleding uitzoeken en naar de supermarkt lopen voor olie of shampoo, binnen het opgegeven budget.
Overal maken mensen een praatje: vrijwilligers onderling, klanten onderling, vrijwilligers met klanten. De vrijwilligers kennen elkaar, de klanten kennen elkaar, klanten en vrijwilligers kennen elkaar, bij naam en vaak ook elkaars levensverhaal.

€ 215 per maand
“Het aantal huishoudens is nu ongeveer 148”, vertelt Mike Paschenegger, de coördinator van deze voedselbank. “Dat betekent dat ongeveer 580 mensen ondersteuning van de voedselbank krijgen. Maar we bereiken 40 procent van onze potentiële klanten – mensen die recht hebben op de voedselbank – niet. Waarschijnlijk is er nog teveel schaamte. Ik verwacht komend jaar trouwens weer een toename van de rechthebbenden: de energieprijs gaat omhoog, de zorgverzekering ook…
Mensen hier moeten het doen met niet meer dan € 215 leefgeld per maand voor een of twee personen. Behalve huur, energie, verzekering en internet moeten ze daar alles van betalen: eten, kleding, vervoer, de was, verzorging, schoonmaak, uitgaan. Per kind krijgen ze er nog € 40 per maand bij. Als de melk vijf cent duurder wordt, kun je dus wel nagaan dat er ineens geen melk meer van af kan als je alles hebt gebudgetteerd.”

Een goeie broek
Leven met een permanent tekort geeft een héél ander gevoel dan zuinig leven om misschien wat over te kunnen houden, weet Mike Paschenegger. “Daarom organiseren we ook nog andere dingen om het leven een beetje te veraangenamen en proberen we meer te doen dan alleen de voedselbank. We werken met vaste vrijwilligers die de klanten kennen en zo niet alleen fijne gesprekjes kunnen hebben, maar ook weten waar ze mensen blij mee kunnen maken. De een met een goeie broek, de ander met een juist gearriveerde wasmachine.”

“Op 19 december organiseerden we een kerstmarkt, met spullen waarmee mensen hun huis gezellig kunnen maken. Als er een kind jarig is, maakt de stichting Jarige Job een verjaardagsdoos, met slingers, cadeaus en spullen om uit te delen op school. En grootouders mogen voor een jarig kleinkind hier iets uitzoeken in de spel- en speelgoedcontainer. Volgend jaar starten we een proef met een voedselmarkt, waar klanten helemaal zelf kunnen kiezen wat ze willen eten. Want nu is die keus toch eigenlijk al voor ze bepaald door wat wij in de kratten stoppen. Hun afhankelijkheid is al zo groot. En we werken samen met ‘Zuid voor mekaar’. Dat is opgericht door de Voedselbank Zuid met het idee dat de klanten via een naaiclub hun kleding kunnen herstellen of vermaken. Digitaal verkeer is tegenwoordig noodzakelijk en als je geen computer hebt, wordt het lastig, dus er is een computerclub. Saamhorigheid en eigenwaarde zijn zo belangrijk, daarom is er een zangclub en volgend jaar yoga. Allemaal gratis en toegankelijk voor iedereen, al zal de yogales plaatsvinden in het Huis van de Wijk.”

“Iedereen zegens”
Johan is vrijwilliger en heeft drie maanden van hetzelfde budget geleefd als de klanten om zelf een beetje te ervaren hoe dat is. “De voedselbank draait eigenlijk op het gegeven dat we als maatschappij in alles wel tien keuzes willen hebben”, vertelt hij. “Dan blijft van een heleboel dus nogal wat over en dat gaat naar de voedselbanken. Maar uiteindelijk heeft alles natuurlijk wel iets gekost en dat moet worden opgebracht door wat wél wordt verkocht. Met minder keuze zouden misschien wel meer mensen hun eigen boodschappen kunnen betalen.”

Vijf zusters, uit De Pijp, maar ook van verder weg in Nederland, komen al jaren helpen bij de voedselbank, eentje zelfs al twaalf jaar. Hun vader stond op de Albert Cuyp met vis, nu werken ze zich drie slagen in de rondte om de voedselbank te draaien.
“Ik geef iedereen hier zegens!”, zegt een klant. “De mensen hier zijn zo lief. Ik ben blij met alles wat ik krijg en binnenkort maak ik bara voor iedereen!”, roept een andere.
En dat verklaart misschien waarom zoveel vrijwilligers zich inzetten voor de voedselbank. Het is leuk en bevredigend en het contact met de klanten maakt het erg de moeite waard.

Natuurlijk zouden de klanten liever niet zijn aangewezen op de voedselbank. De meesten willen liever niet op de foto, uit schaamte of om hun kinderen niet in verlegenheid te brengen. Maar omdat ze zo welkom zijn, komen ze hier toch met plezier. “Ik ben er gewoon hartstikke blij mee”, vertelt een klant. “Ik heb weer een la vol met eten!”

Stop onverkwikkelijke vergunningen

Datum: 19 december 2018 / Editie: December 2018 / Auteur(s): Rob Godfried

De Pijp Krant staat voor een deur met een piepkleine sticker: ‘Ik stem voor samen leven’. We komen daar praten over hoe dat samen leven nogal wordt verstoord. Een grote hond geeft ons het goede voorbeeld: na een warm welkom laat hij ons verder met rust.

Zo niet de verse eigenaar van een belendend perceel. Twee buren zijn naar aanleiding van een verbouwing een actie gestart die verder gaat dan hun eigen belang: de verkoop van panden die daarna dusdanig worden ‘verbouwd’ dat vette winst boven de belangen van buren en wijk gaat. En dat ‘verbouwen’ gebeurt met een vergunning van de Gemeente, zelfs als dat strijdig is met het bestemmingsplan en fatsoenlijk overleg. Dat moet stoppen, vinden buurtgenoten.

Overlast voor buren
Het zit zo.
Er bestaat naast het bestemmingsplan een zogenoemde regeling ‘Omgevingsvergunning A2’. Ondertitel: ‘Voor het snel afhandelen van afwijkingsbesluiten voor omgevingsvergunningen’. Die ondertitel zegt precies waar het om gaat: er kan dus worden afgeweken van de algemeen geldende regels. En dat leidt tot onverkwikkelijke vergunningen waarin overlast voor buren niet in de verlening van de vergunning zijn meegenomen. Denk aan het verdwijnen van redelijke bezonning, schending van privacy door een uitbouw, de herrie veroorzaakt door het hakken van een diepe kelder, het verdwijnen van groen uit de binnentuin en het onttrekken van betaalbare woningen aan de woningvoorraad in De Pijp. Hoewel er soms meer wooneenheden worden gerealiseerd dan er eerst waren, betekent een ‘verbouwing’ in de praktijk dat er steeds minder betaalbare (huur)woningen overblijven. Het is de investeerders alleen te doen om winst. In Oud-West heeft dit dan ook al geleid tot het opschorten van de werking van deze A2. Een alerte stadsdeelcommissie heeft dit al bij de Gemeente voor elkaar gekregen. Onze eigen stadsdeelvoorzitter, hierop aangesproken tijdens een bijeenkomst op 27 november, georganiseerd door diezelfde commissie, reageerde met de uitspraak “de komende maanden te beginnen aan het herzien van omgevingsvergunning A2” en dat “nieuw beleid voor de Pijp/Zuid nog wel twee-en-een-half jaar kan duren”. Alsof de projectontwikkelaars die hele tijd stil blijven zitten.

Bezwaarschrift
Tegen de vergunning die voor het buurpand van de actievoerders is verleend, is een bezwaarschrift ingediend door 17 omwonenden. Er is nog hoop dat de rechter de vergunning nietig verklaard, want na veel speurwerk is gebleken dat de aanvraag nooit ter visie is neergelegd. Een wettelijke voorwaarde voor het verlenen van de vergunning is door de Gemeente overgeslagen. Het loont dus de moeite om als buurtbewoners alert te zijn op de verlening van dit soort vergunningen. Dat kan op twee manieren:

Stel de app ‘Omgevingsalert’ in op de telefoon. Aanvragen en besluiten over vergunningen in een straal rond uw woning worden daarop weergegeven.
Op de site www.overheid.nl kunt u instellen dat u e-mails ontvangt over alle besluiten over uw buurt.
Houd ze in de gaten!