Hoe Stadgenoot een ecologisch tuinhuis verkwanselde

Datum: 8 december 2020 / Editie: December 2020 / Auteur(s): Rob Godfried

Een ecologisch tuinhuis in de Diamantbuurt is door Woningbouwvereniging Stadgenoot afgebroken, ondanks protest van de bewonerscommissie.
Hoe kan dat?

Het begon toen huurder en bouwer van een ecologisch tuinhuis ging verhuizen. Jarenlang had hij aan het tuinhuis gewerkt en buurtbewoners waren er verrukt over. Een voorbeeld-tuinhuis: ecologisch verantwoord, met grasdak, goede isolatie en herbruikbaar opgevangen regenwater. Geschilderd in de kleuren van de omliggende woningen. Kortom: een juweel voor de buurt.

Toch moest het tuinhuis worden afgebroken, vond Stadgenoot. De bewonerscommissie van de woningbouwvereniging kreeg daar lucht van en klom in de pen om het tuinhuis te behouden.

Stadgenoot stelde aanvankelijk dat het tuinhuis “in slechte bouwkundige staat verkeerde…. Een houten tuinhuis met piepschuim op de wanden…”. Maar toen er geen bouwkundig rapport bleek te zijn en er in het hele tuinhuis geen piepschuim te vinden was, moest Stadgenoot het wel over een andere boeg gooien.

Dit soort bouwwerken
De Pijp Krant nam contact op met Stadgenoot om meer te weten te komen over de achtergrond van het besluit. Wat waren de afwegingen pro en contra afbraak?

Stadgenoot: “Opties voor en tegen zijn zorgvuldig tegen elkaar afgewogen. Stadgenoot heeft er in het geval van ( …) voor gekozen om het tuinhuis te laten verwijderen omdat het betreffende tuinhuis buitenproportioneel groot is en meer weg heeft van een woonruimte/gastenverblijf dan van een opslagruimte. De ervaring met andere tuinhuizen van deze omvang is dat meerdere van dergelijke huizen gebruikt worden voor onderverhuur of als AirBnB. Daarnaast moeten dit soort bouwwerken juist gebruikt en onderhouden worden en dit bleek in deze casus voor Stadgenoot niet mogelijk. Tevens is er voor de plaatsing van het tuinhuis geen toestemming aan Stadgenoot gevraagd.”

En hoe is er omgegaan met de bezwaren van de bewonerscommissie?

Stadgenoot: We hebben de afdeling woonfraude om een oordeel gevraagd (wat is in deze specifieke casus het risico op woonfraude/oneigenlijk gebruik, heeft een andere afdeling een oordeel gevormd over de staat van de opstal en de daarmee samenhangende risico’s voor Stadgenoot en een nieuwe huurder, en is de gebiedsbeheerder die verantwoordelijk is voor dit gebied ook gevraagd vanuit zijn kennis van deze buurt een inschatting van de kansen/risico’s te maken). Mijn collega van de afdeling verhuur is de situatie nogmaals op locatie gaan bekijken en heeft contact geprobeerd te zoeken met de bewoner die de vraag ingediend heeft. Hopelijk laat dit zien dat we – ondanks dat het uiteindelijke besluit niet meegaat in het verzoek van de bewonerscommissie – het signaal van de bewoners wel degelijk serieus hebben genomen en hebben meegewogen in ons oordeel.”

Circulaire bouwstroom
Deze reactie van Stadgenoot kan de indruk niet wegnemen dat een eenmaal genomen besluit slechts is voorzien van nieuwe argumenten om het tuinhuis af te breken. Redenen om het te laten staan – het ecologische karakter, de voorbeeldfunctie voor de buurt, de extra voorziening voor nieuwe huurders, de wens van de bewonerscommissie – komen in de antwoorden van Stadgenoot nergens voor. Van een zorgvuldige afweging lijkt dan ook geen sprake.

Zou dit kunnen samenhangen met een toezegging van Stadgenoot aan de aannemer om met het tuinhuis te doen wat hij wil? Het blijkt namelijk dat het tuinhuis, immers in prima technische staat, al is doorverkocht aan een nieuwe eigenaar die het elders weer gaat opbouwen.

Desgevraagd, reageert Stadgenoot:
“Stadgenoot heeft onze vaste aannemer de opdracht gegeven om het tuinhuis te verwijderen en af te voeren. Uiteraard maken wij met onze vaste aannemers afspraken over de manier waarop dat gebeurt, maar wat de aannemer na verwijdering met de materialen doet, is aan hen. Dat is dan verder niet meer aan Stadgenoot. In dit geval is het tuinhuis blijkbaar elders weer opgebouwd en teruggekeerd in de circulaire bouwstroom, wat mooi is om te horen, maar nogmaals, dat is dan de verantwoordelijkheid van de aannemer.“

Circulaire bouwstroom klinkt mooi, maar Stadgenoot kwam dat pas te weten nádat er bezwaar was aangetekend tegen de sloop. Dat Stadgenoot geen enkele verantwoordelijkheid neemt voor de werkwijze van een aannemer is om nog een andere reden vreemd. Stadgenoot laat zich erop voorstaan duurzaamheidsbeleid te voeren, met name door middel van steeds betere woningisolatie en overstap op duurzame energie. Uit het beleidsplan: ‘Het uiteindelijke doel is een CO2-neutrale woningvoorraad in 2050.’ Bij de afweging een prima geïsoleerd tuinhuis af te breken, is dit beleid blijkbaar even vergeten. Het “risico op woonfraude/oneigenlijk gebruik” legt dus een groter gewicht in de schaal dan alle andere argumenten, inclusief het duurzaamheidsbeleid van Stadgenoot zelf. Wat in de toekomst een probleem zou kúnnen opleveren vindt Stadgenoot erger dan het afbreken van iets moois dat er al is. En o ja, er is iemand die door de beslissing over het tuinhuis een mooie financiële slag heeft geslagen.


Reactie Stadgenoot:
Wij herkennen ons niet in dit artikel. Er is hier een zorgvuldige afweging gemaakt van álle belangen, waarbij de argumenten van de bewoners zeer serieus zijn genomen. Wij begrijpen de emoties rond dit onderwerp, echter wogen andere argumenten (zoals hierboven genoemd), zwaarder. De belangen van onze huurders staan centraal bij alles wat we doen. Wij staan voor het huisvesten van mensen die een steuntje in de rug nodig hebben, voor zo lang dat nodig is. Dit doen we zonder selectie aan de poort, in alle delen van Amsterdam.

Herinrichting stadsdeelwerf Pieter Aertszstraat: gemiste kans?

Datum: 8 december 2020 / Editie: December 2020 / Auteur(s): Rob Godfried

Het terrein van de voormalige stadsdeelwerf achter Pieter Aertszstraat 5 wordt heringericht. Het is in eigendom van het gemeentelijk vastgoedbedrijf. Een unieke kans om er iets moois van te maken voor bewoners in onze drukke en volle buurt. Een aantal mensen zou er graag een buurttuinencomplex van maken, zoals in de Frans Hals-tuinen. Daar beheren bewoners uit de omliggende wijk het binnenterrein, dat alleen toegankelijk is voor leden met een sleutel. Het is een oase van rust en diversiteit, al 35 jaar zonder noemenswaardige problemen.

Voorheen was het terrein achter de poort bij Pieter Aertszstraat 5 stadsdeelwerf. Karretjes van de reiniging vertrokken luidruchtig vanaf het bestraatte terrein. Dat gaf veel herrie en overlast. De direct omwonenden willen graag rust en de zekerheid dat niet iedereen zomaar het terrein op kan en via de achterdeur binnen kan komen. Maar is afsluiten van het terrein de enige optie?

Rust en privacy
De gemeente wil vooral voorkomen dat wrijving ontstaat met direct omwonenden door geluidsoverlast en gebrek aan privacy. In de online bijeenkomsten die het ambtelijke projectteam organiseerde, speelde dit een hoofdrol: “De mogelijkheid voor een semi-open inrichting werd besproken. Sommigen voelen daar wat voor, maar een even groot deel geeft aan de voorkeur te hebben voor een afgesloten terrein. Belangrijke overwegingen hierbij zijn veiligheid en zorgen om geluidsoverlast.” (Uit: verslag eerste bijeenkomst 14 oktober 2020).

Een verzoek van bewoners om alternatieven te bespreken die eveneens rust en voldoende privacy en veiligheid konden garanderen kreeg geen kans. Tekeningen of foto’s van alternatieve plannen, zoals van de Frans-Halstuinen, mochten van het projectteam niet worden getoond. Alleen tekeningen van het projectteam vormden uitgangspunt van gesprek. Zo was er geen wezenlijke afweging van alternatieven mogelijk. Is dat niet jammer als het gaat om een terrein van de gemeente, waar de hele buurt iets aan zou kunnen hebben? En is het niet strijdig met een ander uitgangspunt van de gemeente: participatie?

Onderhoudsarm
Het project wordt georganiseerd door ambtenaren, die de indeling maken. Die wordt vast leuk, rainproof en divers, maar wel onderhoudsarm. Het projectteam heeft al bepaald dat het terrein gesloten blijft, op basis van een peiling bij een zeer beperkt aantal deelnemers aan de eerste bijeenkomst. Van de 238 aangeschreven adressen van direct omwonenden was toen niet meer dan een dertigtal aanwezig. Uit het verslag van 14 oktober blijkt dat slechts de helft van de aanwezigen (“een even groot deel”) aan een gesloten terrein de voorkeur gaf. Een sleutelhoudersysteem was niet eens aan de orde geweest. Vrees voor overlast is terecht als je denkt dat Jan en Alleman maar op je binnenterrein kan komen.

Van ons allemaal
Een deel van de mensen die wonen op een bovenwoning rond het terrein of in een van de omliggende straten zouden misschien graag een tuintje willen in een gezamenlijk project. Op een terrein van de gemeente, dus van ons allemaal. Maar die vraag is hen niet voorgelegd.

Is de gemeente bang voor participatie van bewoners? Of voor tegengestelde meningen? Of is er een andere reden om bij de ontwikkeling van een gemeentelijk terrein niet te kiezen voor een open participatietraject? Het blijven onbeantwoorde vragen.

De besluitvorming is niet direct openbaar: het gemeentelijk vastgoedbedrijf beslist.

Terrassen op het Heinekenplein: geen doorkomen aan

Datum: 19 augustus 2020 / Editie: Augustus 2020 / Auteur(s): Rob Godfried

Bewoners rond het Heinekenplein hebben moeite met de enorme uitbreiding van de terrassen. Op bepaalde plekken is er echt geen doorkomen aan en sommige, vooral oudere mensen, voelen zich ook op de andere plekken zo onveilig dat ze er liever niet meer lopen.

Dat de ondernemers hun terrassen graag wilden uitbreiden, vinden de bewoners heel begrijpelijk. Ze vinden dat ook helemaal oké. Maar het moet wel beter in balans zijn tussen het uitbaten van de ruimte en het goed begaanbaar houden van de ruimte voor voetgangers en minder validen. De disbalans lijkt op meerdere plekken in De Pijp actueel. Daarom hebben omwonenden contact gezocht met de Amsterdamse Ombudsman. Die is komen kijken, in de persoon van een dame, maar bleek verder niets te kunnen doen: Eenmaal afgegeven vergunningen kunnen niet meer worden ingetrokken.

Meer Democratie?

Datum: 19 augustus 2020 / Editie: Augustus 2020 / Auteur(s): Rob Godfried

De wondere wereld van bewonerszeggenschap over buurtbudgetten.

‘We voelen het als onze verantwoordelijkheid om de zeggenschap van bewoners te vergroten. Niet door nieuwe stelsels op te tuigen.’ (Uit: Coalitieakkoord Amsterdam 2018-2022.)

In het kader van de zeggenschap van bewoners in het boven geciteerde coalitieakkoord, konden bewoners van De Pijp en de Rivierenbuurt zelf plannen indienen voor de besteding van de buurtbudgetten. Selectie van deze plannen ging via het aantal likes op Facebook.

Van het totaal van 107 ingediende plannen voor De Pijp/Rivierenbuurt zijn er ongeveer 70 gericht op De Pijp of De Pijp en Rivierenbuurt samen. Van deze plannen haalden 29 plannen de verplichte 50 likes niet. Voorbeelden daarvan zijn: Meer plekken voor scooters (11 likes), een initiatief voor een sociaal naaicafé (7 likes), straatmuzikanten op de Albert Cuyp (13 likes) en een extra bankje op het Cornelis Troostplein (9 likes). Eén plan haalde wel 220 likes, maar ook 374 dislikes, wat per saldo neerkomt op een negatief resultaat. De reglementen voorzien niet in deze situatie, maar het lijkt logisch dat dit plan wordt afgevoerd. Het is, misschien niet toevallig, een plan dat ook huis aan huis folders heeft verspreid om likes binnen te halen: ‘De Groene Pijp‘, om de Albert Cuyp ingrijpend te veranderen en volgens velen om die van zijn marktkarakter te ontdoen. Zes plannen haalden meer dan 200 likes, waarvan 3 voor De Pijp. Met 404 likes staat ‘Dream Courts’ bovenaan: het verfraaien van het Willibrordusplein. ‘Voor en met de buurt realiseert Dream Courts een interactieve en inspirerende schildering’. ‘De Pijp omringd door water’ maakt van veel waterkanten terrasjes (Terrasterdam voor meer toeristen?) en kreeg 348 likes, maar ook 67 dislikes. Tenslotte ving ‘Uni-T’ 280 likes voor het geven van T-shirt-print workshops voor alle buurtbewoners. Twee keer per maand vanuit een container: ‘UNITY!’

Rob en Henk
Wie de voorstellen voor De Pijp doorloopt ziet vooral heel veel over vergroening, verfraaiing en tegengaan van vervuiling. Die hebben allemaal wel meer dan 50 likes. Het zijn zaken die nu ook al gebeuren en in feite horen bij de gebiedsplannen inrichting en onderhoud van de openbare ruimte. Hier is structureel geld voor. Of ze passen naadloos in de kleine buurtinitiatieven, waar een apart budget voor is. Er is ook een plan ingediend om een bezuiniging terug te draaien: de wegbezuinigde schoonmakers Rob en Henk die elke dag met hun veegwagen een andere route in De Pijp namen, worden node gemist. De buurt is zonder Rob en Henk zichtbaar smeriger geworden. Dat voorstel gaat feitelijk tegen het beleid van de gemeente in en voldoet dus (?) niet aan de door de gemeente opgestelde criteria…

Gebundelde denkkracht
Het is natuurlijk erg mooi dat zoveel mensen de moeite hebben genomen een plan in te dienen. Het is een voorbeeld van betrokkenheid bij de buurten en velen hebben er veel werk ingestoken. Jammer te weten dat het grootste deel niet gerealiseerd zal worden. Hoe zou het zijn als al die mensen hadden samengewerkt aan één mooi plan? Hoeveel zinvoller zou al die creativiteit dan zijn ingezet?

Zo heeft het Wijkcentrum de laatste jaren in het G250-project steeds met thema’s gewerkt, waar veel mensen samen over nadachten en voorstellen voor deden. Gebundelde denkkracht. Dat is allemaal naar de gemeente gestuurd. Wat is er met al die voorstellen eigenlijk gedaan?

Participatie én medezeggenschap
Hoe gaat het nu verder met het buurtbudget? Uit de gemeentelijke informatiefolder: 
‘Na het uitbrengen van likes en een haalbaarheidstoets bepalen we welke plannen per gebied naar de begrotingsronde gaan. De 5 plannen met de meeste likes gaan direct door en bewoners kunnen nog eens 20 plannen selecteren. Er gaan dus 25 plannen naar de laatste ronde.

Deze selectie gebeurt na de zomer. We organiseren in elk gebied een dialoogbijeenkomst inclusief een online stemmogelijkheid. De bijeenkomst is eigenlijk het begin van de laatste gebieden(begrotings)ronde.’

‘In elk gebied een dialoogbijeenkomst’? Daar worden dus nog 20 plannen geselecteerd. Wie gaat daar naar toe? Wie beslist? Daarna volgt een stemronde om de pot te verdelen. De makers van die 25 plannen worden dan geacht campagne te voeren. ‘Kies mijn plan!’ Iedereen – alle bewoners van 12 jaar en ouder – mag een ton verdelen door te stemmen op de plannen.

Behalve over participatie, gaat democratie vooral over medezeggenschap. Het buurtbudget is een fractie van de uitgaven van het stadsdeel. De opgetuigde procedure biedt zeggenschap over dat minieme deel van de uitgaven. Als het de gemeente menens is met democratie, dan zou die zeggenschap heel wat verder moeten gaan dan over willekeurige en eenmalige plannen voor een ton. Over vergunningen voor het onttrekken van woningen aan de sociale woningvoorraad bijvoorbeeld.

Over de uitslag wordt niet gecorrespondeerd

Stemmen als ultieme democratische daad over totaal onvergelijkbare plannen en buurten. Koppen tellen en dat gaan we dan doen. Hoeveel mensen zouden deze democratische stem gaan uitbrengen? Ik kijk nu al uit naar de evaluatie van dit ‘democratie experiment’, kwantitatief en kwalitatief. Door externe deskundigen natuurlijk. Omdat in het coalitieakkoord van de gemeente geen letter geschreven is over evaluatie of criteria voor evaluatie van het democratisch effect van het werken met buurtbudgetten, zullen die criteria kennelijk achteraf worden bedacht.

Zeggenschap van bewoners vergroten… Maar niet door een nieuw stelsel op te tuigen… Ben benieuwd naar de uitvoering van de evaluatie.

In Nieuw-West lopen ze voorop in de procedure. En nu al stemmen de signalen weinig hoopvol, omdat meer mensen teleurgesteld zijn dan blij. In stadsdeel Centrum wordt gesproken van een tombola.

En dan zijn er nog twee saillante details in het reglement:

‘4.4.7 In het geval dat het laatste winnende plan het budget overschrijdt, wordt dit plan gepasseerd door het opeenvolgende winnende plan dat daar nog wel binnen past, net zo lang tot er geen plan meer binnen het beschikbare budget past.’ Met andere woorden: ben je gekozen, val je toch nog af….

En: ’4.4.9 Over de uitslag wordt niet gecorrespondeerd.’

Van Wijkcentrum naar Wijkcommunity De Pijp: goed voorbeeld

Datum: 19 augustus 2020 / Editie: Augustus 2020 / Auteur(s): Ellis Kramer Rob Godfried

Donkere wolken boven Wijkcentrum De Pijp? ‘t Kan toch niet waar zijn! Niet in een tijd waarin Amsterdam het als voorbeeld voor democratisering nog beter wil gaan doen. Het gaat over de democratie die aan alle kanten onder vuur ligt. En over versterking van de democratie door meer betrokkenheid van bewoners; participatie dus.

In De Pijp wonen veel mensen die de wijk mooier, leuker, betaalbaarder en vriendelijker willen maken. Niet van gisteren op vandaag. Al sinds de democratiseringsbeweging uit de jaren zestig van de vorige eeuw zijn velen daarmee bezig. Een belangrijke partij daarbij was en is Wijkcentrum De Pijp, als laatste wijkcentrum met een subsidie van de gemeente voor meer dan de huur van een ruimte. Dat is niet voor niets. Het is een mooi voorbeeld voor de conferentie van de ‘Fearless Cities’, die de gemeente dit najaar gaat organiseren. De ‘Fearless Cities‘ is een organisatie van steden met een bestuur dat links van het midden staat en veel energie steekt in democratisering van onderop. Vandaar het speerpunt: ‘Democratisering…, samen maken we Amsterdam’ uit het college-akkoord 2018-2022: ‘… de zeggenschap van burgers vergroten, niet door nieuwe stelsels maar door met de stad het gesprek en debat aan te gaan over hoe dat kan…’!

Halleluja
En nu dan? Dezer weken gaat het veel over de nieuwe buurtbudgetten versus structurele financiering. Is het terecht om halleluja te juichen over de grote hoeveelheid ingediende projecten? Andere stadsdelen laten al zien dat er ook schaduwzijden zitten aan deze vorm van participatie: de meeste projecten komen er niet door en laten mensen achter met participatiefrustratie. Maar laten we positief vooruitblikken. In precorona tijd (januari 2020) heeft het Wijkcentrum een toekomstplan opgesteld; Té ambitieus? Er zal vast wel wat geschrapt moeten worden. Andere tijden. Met het ‘Right to Plan’ kan het Wijkcentrum zich verder bewijzen: geen waan van de dag, wel helikoptervisie en continuïteit.

Parel
Voor wie moet de rol van het Wijkcentrum bij de buurtverbetering nog in de spotlights worden gezet, samen met afdelingen als het Natuur- en Milieuteam, Groen Gemaal, Schone Pijp, en anderen?

Misschien voor hen die alleen maar de groene prachtwijk van nu kennen?

Wellicht voor nieuwe, jonge bewoners, die niets weten van de panden gestut door balken in deze voormalige achterstandswijk? Of voor de expats, die leuk wonen in een parel van het Nederlandse vestigingsklimaat?

Zonder het Wijkcentrum zouden zoveel bewonersprojecten onuitvoerbaar zijn geweest; zou De Pijp zoveel steniger, viezer en onveiliger zijn. Dat zeggen bijvoorbeeld Boudewien van Heek en Simon Verhallen die zich inzetten voor behoud van het fietspad aan het Sarphatipark.
“We zijn eigenwijs genoeg, maar adviezen van het Wijkcentrum en hun contacten bij de gemeente waren essentieel. We konden altijd bij ze terecht. Er werd altijd opgenomen, ook buiten kantoortijd.”

Er waren plannen om een parkeergarage ónder, of een stenen inloopcrèche voor kinderen van buiten De Pijp in het Sarphatipark te bouwen. Bewoners én het Wijkcentrum vonden dat geen goed idee. Het Sarphatipark bleef groen.

Tijdens een vergadering van De Schone Pijp horen we dat er teleurstelling heerst over de onderwaardering van het Wijkcentrum door bestuurders. Een van de leden, Onno van der Vlerk, spreekt over een participatiestaking. De ambtenaren en bestuurders kennen toch ook al jarenlang de rol van het Wijkcentrum, met de inmiddels verzelfstandigde initiatieven als het Natuur- en Milieuteam en !WOON?

Tijd voor een PR-plan
Over plannen van het stadsdeelbestuur om het Natuur- en Milieuteam én de werkgroep De Schone Pijp, net als het Groen Gemaal en De Pijp Krant helemaal los te weken van het Wijkcentrum is Cecilia Petit, algemeen coördinator, duidelijk: “Hak de boom om, de takken vallen op de grond en gaan dood. Om continuïteit te garanderen hebben vrijwilligers ondersteuning nodig, hoe sterk ze ook mogen lijken.”

We herkennen hierin kritiek op de participatiesamenleving in het algemeen. Heeft het Wijkcentrum zichzelf dan onvoldoende kenbaar gemaakt, naar buiten? Zich te weinig met PR beziggehouden en de credits teveel alleen op het conto van vrijwilligers geschreven? Het lijkt erop. Tijd voor een goed PR-plan.

Witte rook
Er wordt veel te gemakkelijk gedacht over de vrijwillige inzet van bewoners. Vrijwilligerswerk is niet alleen maar hobby. Na de toewijzing van de buurtbudgetten zullen nog meer bewoners zich machteloos of buiten spel gezet voelen bij het oplossen van de problemen in de openbare ruimte. Zeker in De Pijp, een buurt als verdienmodel. Bewoners ervaren overlast. Ze willen overleg tussen alle partijen en zoeken nu, vanwege het gedoe rond het Wijkcentrum, hulp en redelijkheid van de gemeente. Er is nog steeds hoop!

Waar komen die donkere wolken boven het Wijkcentrum nou vandaan? ‘Wij Amsterdammers zijn de schakel tussen verleden, heden en wat voor ons ligt. Samen geven we vorm aan de toekomst van de stad en dat kan niet zonder ons rekenschap te geven van wie wij zijn en waar we vandaan komen.’ (uit: Collegeakkoord 2018-2022). Maar mogen bewoners echt meedenken en meedoen met bestuurders? Participatie is één ding, maar democratie gaat toch vooral over hoe er wordt beslist, goede informatie en openheid in communicatie. Gaat dit niet verder dan het helpen bij het schoonhouden van de straten of mogen bewoners eigen-wijs écht meedenken over grotere problemen, bijvoorbeeld waar het herinrichtingen betreft? Door minder commerciële partijen in te huren, kan het Wijkcentrum/de Wijkcommunity zelfs wel een kostenbesparing voor de gemeente betekenen. Wij vroegen het Stadsdeel om informatie over de kosten van extern ingehuurden over 2019 en 2020. We kregen dit als antwoord:

‘Uw verzoek naar een opgave van kosten voor de inhuur van externen over de jaren 2019 en 2020 is besproken in de organisatie. Conclusie is dat niet aan dit verzoek kan worden voldaan. Uw vraag is algemeen van aard waardoor te verwachten is dat het onevenredig veel tijd zal kosten om een opgave te kunnen doen.’

De organisatie heeft gesproken. Zelfs geen poging om te kijken wat dan wel kan. Wij pleiten voor iets anders. Door met elkaar te praten begrijp je elkaar. Laat partijen gezamenlijk optrekken tot de witte rook opstijgt en de lucht opklaart, kritisch en een beetje dwars, maar allemaal voor een betere Pijp!

Nieuwe buren Asielzoekers in De Pijp.

Datum: 25 juni 2020 / Editie: Juni 2020 / Auteur(s): Ella Santhagens Ellis Kramer Rob Godfried

500 asielzoekers zonder verblijfsstatus worden opgevangen op verschillende locaties in Amsterdam. Dat besloot de gemeente Amsterdam vorig jaar in het kader van het landelijke pilotproject ‘Landelijke Voorziening Vreemdelingen’. Twee van deze locaties zijn gevestigd in De Pijp. In de Gerard Doustraat en de Pieter Aertszstraat is ruimte in orde gemaakt voor de zogeheten ‘ongedocumenteerden’. Dit nieuws maakte veel los bij omwonenden: angst, afwijzing, vertrouwen, wantrouwen en instemming.

idden mei zijn de asielzoekers verhuisd naar hun nieuwe, tijdelijke verblijfplaats. Ze zullen hier maximaal 1,5 jaar worden opgevangen. Om te mogen blijven, moeten zij meedoen aan een programma waarin zij werken aan een toekomstperspectief. Dit kan drie vormen aannemen: (opnieuw) een asielaanvraag doen in Nederland, terugkeer naar het thuisland of door migratie naar een ander land. De gemeente Amsterdam hoopt dat het verblijf, in combinatie met deelname aan het programma, de mensen stimuleert om bezig te zijn met hun toekomst. De coördinatie van de opvang is in handen van HVO/Querido. Verschillende andere partrijen begeleiden de bewoners in het programma.

De nieuwe bewoners van De Pijp zijn heel divers, in achtergrond en problematiek: van Russen tot Nigerianen en van Eritreeërs tot Afghanen. Er zijn weinig mensen uit zogenaamde ‘veilige landen’. Wel mensen die ‘in limbo’ verkeren: ze mogen hier niet zijn maar kunnen ook niet naar hun land terug, omdat dat land ze niet opneemt. Ze mogen dus eigenlijk nergens zijn.

Open brief
Omwonenden kregen vorig jaar al de mogelijkheid om zich aan te melden voor een begeleidingscommissie. Deze commissie, die het contact tussen de nieuwe bewoners en de buurt goed gaat volgen, heeft een onafhankelijke voorzitter en bespreekt hoe de komst van de opvang in de buurt wordt ervaren.

Een week nadat de nieuwe bewoners hun intrek hadden genomen in de locatie Pieter Aertszstraat 5, vond een (digitale) bijeenkomst van de begeleidingsgroep plaats. Alle ongeveer tien direct omwonenden gaven daarin aan helemaal nog niets van de nieuwe bewoners te hebben gemerkt. Het was een positieve bijeenkomst waarin vertrouwen van de omwonenden doorklonk. Maar een aantal anderen schreef begin mei al een open brief aan de burgemeester waarin zij hun boosheid uitten over het project.

Hoe is het voor de kinderen?
“We zijn bang dat het wankele sociale evenwicht in de buurt wordt verstoord door de komst van de asielzoekers”, vertellen twee van de briefschrijvers. “Er zijn al genoeg mensen met problemen hier. Diversiteit is heel goed, maar teveel problematiek bij elkaar is niet goed. Asiel zou goed geregeld moeten zijn in Nederland. Wij waren vorig jaar al tegen de komst van deze opvanglocaties en hebben een bezwaarschrift ingediend. Dat hebben we helaas verloren. Nu komt er ook nog eens corona bij. Zoveel mensen dicht op elkaar. De mannen gaan natuurlijk naar het plein, hoe is het voor de kinderen die daar spelen? Die gaan zich misschien onveilig voelen. Gelukkig wordt door onze inspanningen het achterterrein vrijgehouden. Daar zijn we heel blij mee. Ik had graag gezien dat het startersunits waren geworden voor essentiële beroepsgroepen.”

“De veiligheid moet voorop staan en dat zie ik niet, zeker niet nu de coronamaatregelen om 1,5 meter afstand vragen. Dat is daar niet mogelijk. Ik vrees dat ze straks voor mijn werkruimte staan te roken. Ik heb er weinig vertrouwen in. Er zou 24 uur per dag iemand aanwezig moeten zijn die aanspreekbaar is, maar dat is niet het geval. HVO/Querido doet nu nog de woonbegeleiding, maar het is de bedoeling dat die wordt afgebouwd. De bewoning is dan verder zelfstandig. Ik ben niet voor of tegen de opvang, maar ik voel me gewoon niet serieus genomen door de Gemeente. ‘Als er overlast is moet je de politie maar bellen’, zeiden ze.”

Tot rust komen
Ali, 26 jaar, woont in de opvang naast de fietsenstalling – ooit Bank van Lening – in de Gerard Doustraat. Hij is een aardige, rustige en wijze jongeman. Hij vertelt, in ’t Frans, dat hij de derde is uit een gezin van negen kinderen uit Ivoorkust. In zijn thuisland zijn veel spanningen en problemen. Tijdens zijn 7000 kilometer lange reis naar hier, over land en zee, heeft Ali veel doorstaan en veel geleerd. Hij is heel dankbaar voor de hulp die hij nu in Amsterdam krijgt, zodat hij wat tot rust kan komen. Ali schrikt als hij hoort dat niet alle mensen in de buurt blij zijn met de komst van de opvanglocatie. Zelf ervaart hij juist veel vriendelijkheid, wat goed voelt zegt hij, mensen zijn “cool“. Dan begint hij zelf over de angst die mensen zullen voelen: angst voor de vreemdeling die hier een stukje van de taart krijgt. Hij begrijpt het omdat het in Afrika ook zo is: ook daar zijn mensen vaak bang voor de anderen. Maar in Amstelveen, waar hij hiervoor verbleef in de BBB-opvang (bed, bad en brood), ging het ook heel goed tussen de asielzoekers en omwonenden. Ali hoopt in De Pijp mogelijke angst wat te kunnen wegnemen door hier op een natuurlijke manier met de mensen om te gaan. Hoe dan ook is het zijn droom hier veel te leren. Zwemmen bijvoorbeeld, zowel letterlijk als meer figuurlijk. Díe bagage wil hij graag mee terug nemen naar zijn eigen land. Want terug wil hij zeker!

Politieke investering in ‘directe democratie’ helpt onafhankelijk wijkcentrum om zeep

Datum: 25 juni 2020 / Editie: Juni 2020 / Auteur(s): Rob Godfried

Dit wordt helemaal geen leuk verhaal. Het gaat over geld. En over democratie in de wijk. En de relatie daartussen. Leuk kunnen we het niet maken. Maar belangrijk is het wel. Het gaat over hoe een goed functionerende instelling om zeep wordt geholpen. En en passant ook De Pijp Krant.

In de vorige editie van De Pijp Krant (april 2020) stond een ingezonden brief van het bestuur van het Wijkcentrum De Pijp onder de titel ’Valt democratisering stil in De Pijp?’ De waarde en het belang van het Wijkcentrum voor de buurt was daarin al duidelijk beschreven. Actieve buurtbewoners onderstrepen dat belang.

“We hebben het hier over een gouden team in De Pijp, dat gooi je toch zomaar niet weg? Wat weg is komt nooit in deze kracht meer terug!”

“De tijdgeest denkt altijd dat zij vernieuwend bezig is. Hier lijkt het verfrissend om bestaande buurtkrachten af te breken om een meer centraal geleide ontwikkeling in te luiden.”

“Heel dom van de politiek, want ook zij hebben het Wijkcentrum nodig voor verbinding met de bewoners, al denken ze misschien van niet.”

Directe democratie
‘Wanneer bewoners direct invloed hebben op besluiten over hun stad, kan het vertrouwen in de politiek hersteld worden’. Dat staat in ’De 99 van Amsterdam’ een website onder verantwoordelijkheid van de Gemeente Amsterdam. Acht doelen uit het coalitieakkoord van 2018 zijn hierin uitgewerkt. Deze ‘directe invloed’ zien we op twee manieren:

1. Via het proces van inspraak in de gebiedsplannen en gebiedsagenda’s voor De Pijp/Rivierenbuurt. Het beschikbare budget daarvoor gaat naar ambtenaren en ingehuurde externen (en gemaakte kosten voor bijeenkomsten).

2. Via nieuwe budgetten. Over de besteding daarvan kunnen bewoners beslissen. Het geld gaat naar tijdelijke projecten. Structurele subsidie van het Wijkcentrum vervalt.

De eerste manier loopt al een tijdje en daarin speelt het Wijkcentrum een faciliterende rol voor buurtbewoners en ondernemers. Tot volle tevredenheid van iedereen. Tot nu toe dus. Want de rol van het Wijkcentrum zal wegvallen, terwijl het aantal ambtenaren dat zich met die directe invloed van buurtbewoners bezighoudt de laatste jaren flink is toegenomen. Bovendien huurt de gemeente steeds meer externe bureaus en freelancers in, om processen te begeleiden en ‘onafhankelijke voorzitter’ te zijn bijvoorbeeld. Taken die ook het Wijkcentrum voor haar rekening nam, maar dan werkelijk onafhankelijk, want niet door de gemeente ingehuurd.

Pot met honing
Laten we eens goed kijken naar de tweede manier: bewoners beslissen over de besteding van nieuwe budgetten. Er zijn nu tonnen beschikbaar, onder andere voor projecten in De Pijp/Rivierbuurt en de Diamantbuurt. Onlangs is hierover een folder op alle deurmatten in de buurt gevallen. In de folder staat het volgende te lezen: ‘Elk gebied krijgt een budget van €100.000. Met dat geld kunnen plannen van bewoners, ondernemers en organisaties voor de buurt worden betaald. De buurt bepaalt zelf welke plannen worden uitgevoerd!’

Binnen een maand (tot eind juni) mag iedereen een plan indienen. Als je minstens vijftig likes krijgt (de nieuwe vriendjespolitiekdemocratie) mag je verder in de tombola. Ambtenaren toetsen de plannen op haalbaarheid, niet op inhoud. Het plan mag niet als een commerciële activiteit opgezet zijn, een politiek doel mag het plan ook niet hebben. Als voorbeeld van wat wel mag staat in de folder een plan voor meer groen, of minder verkeer. Is dat dan niet politiek? Indieners van plannen die meer dan €50.000 kosten, krijgen ook nog eens te maken met – absurde – Europese aanbestedingsregels. Maar dat kan de gemeente ook niet helpen.

De vijf plannen met de meeste likes mogen door naar dialoogbijeenkomsten, geleid door ‘neutrale’ voorzitters die door de gemeente worden ingehuurd. Tot slot krijgen alle bewoners een stembiljet. Dan gaan we dus stemmen. Direct democratisch! Maar voor wie goed kijkt vooral een nieuwe bureaucratie.

En hoe zit het met meer vertrouwen in de politiek? In het collegeakkoord staat op pagina 6: ‘Niet door nieuwe stelsels op te tuigen.’ En dat is dus precies wat er wél gebeurt. In plaats van gemeenschapszin te stimuleren zal deze procedure eerder concurrentie om de pot met honing aanwakkeren.

Transparantie kent grenzen
En hoe zit het met de subsidie van het Wijkcentrum? Wordt daar ook een stemming over gehouden? Nee. In het kader van de ‘directe democratie’ wordt zonder democratische stemming een buurtbudget bedacht dat mede wordt betaald door de afschaffing van het Wijkcentrum. Dat Wijkcentrum kost €150.000 op jaarbasis. Hoe dit bedrag zich verhoudt tot de kosten van de ambtelijke ondersteuning en de ingehuurde externen is niet bekend. Gemeentelijke transparantie kent grenzen.

Bij deze dien ik daarom mijn plan in om het Wijkcentrum te behouden. Ik hoop dat ik 50 likes krijg, anders heb ik blijkbaar niet genoeg vriendjes gemobiliseerd. Maar let op: ‘Het plan mag geen onderdeel vormen van, of in strijd zijn met plannen die de gemeente uitvoert’, staat in het regelement. Actie voeren tegen een gemeentebesluit mag dus niet. We leven in een democratie, dus dat mag natuurlijk wel, maar je moet niet denken dat je daar met 50 likes geld voor krijgt. Het moet wel leuk blijven. Dus: ’Groen in uw buurt’? ‘Uw straat gezelliger maken’? Allemaal prachtig, als het maar geen politieke actie is. En daar ga je met je ‘directe democratie’.

Co-creatie
Wellicht weet u dat het Wijkcentrum inmiddels wegens een afgedwongen bezuiniging moeilijk bereikbaar is, weggestopt bovenin het Huis van de Wijk, waarmee zelfs een voorlichter van Stadsdeel Zuid het verwart… Waar het Wijkcentrum eerst centraal gelegen was in die mooie punt in de Gerard Doustraat, heeft de gemeente een co-creatieplek bedacht. Dat is iets dat buurt en gemeente samen in gelijkwaardigheid ontwikkelen. De gemeente kon zelf ook niet goed duidelijk maken wat ze daarmee nou eigenlijk bedoelde en kwam gemaakte afspraken niet of te laat na. Buurtbewoners hebben ervoor gezorgd dat hier wél werkelijk iets gebeurde. Dat gaat nu lopen, er komen steeds meer mensen binnen, dankzij de gratis inzet van diezelfde buurtbewoners. Maar de gemeente blijft onduidelijk over de vraag of hiermee volgend jaar kan worden doorgegaan. Het beetje vertrouwen dat er nog was is daarmee verdwenen.

Ja, dit is een boos stuk. Lezer, ik had u gewaarschuwd.

Alle artikelen van Els Weeda:

Coronaverhalen uit de buurt

Coronaverhalen uit de buurt

Datum: 7 mei 2020 / Editie: Mei 2020 / Auteur(s): Els Weeda Rob Godfried

Onwerkelijk
Het is donderdag 26 maart. De zon komt net op, het is buiten rond het vriespunt. Ik voel me goed, ben gelukkig nog gezond, geen beginnende verkoudheid onder de leden. Ik sta op om te gaan fotograferen in De Pijp. Ontbijt en koffie kunnen wel even wachten. Hoe zou het zijn om om 7 uur in de ochtend door De Pijp te fietsen? Is er dan al iemand op straat?

Wat direct opvalt zijn de joggers, de hardlopers, niet alleen langs de Amstel maar ook in de wijk. Tientallen tel ik er. De sportscholen zijn dicht, dus dan maar de straat op. Ik heb besloten om het dagelijks leven als gevolg van de crisis in beeld te brengen. Mij vallen de lege straten op, vooral de doorgaans drukke straten als de Ferdinand Bol, de Van Woustraat, de Ceintuurbaan. De lege tramhaltes, de rolluiken voor de winkels. Maar ook de stilte, het gezang van de vogels, het kraken van mijn fiets. Ik begin bij de Albert Cuyp. Hier en daar wordt een kraam opgezet.
Groente en fruit. Halverwege de markt een groot bord met de mededeling om 1,5 m. afstand te houden. Aan het begin van de Cuyp staat het zelfs op het asfalt getekend. Bij de AH komt een man naar buiten die zegt: “Je mag best naar binnen hoor, je hoeft niet tot 8 uur te wachten.”
Mij valt op dat hij niet onder de doelgroep valt waarvoor die speciale openingstijd van 7 tot 8 is bedoeld. Geeft hij wat later ook toe. Dit soort ontmoetingen zijn er in deze tijden van crisis wel vaker en maken mij vrolijk.
Ik fiets verder en dan vallen mij de vele teksten op bij de cafés, de restaurants, de kappers, de winkels. Allemaal met uitleg over het waarom van het gesloten zijn, dat iedereen gezond moet blijven en de hoop op een goede afloop voor alle klanten. Voor mij is de sfeer in de wijk op dit moment onwerkelijk. Nauwelijks mensen op straat, hier en daar een fietser op weg naar het werk. Vooral die lege straten bepalen die sfeer. Dat beeld blijft lang hangen bij mij. Maar dan dat enorme doek aan het begin van de Ferdinand Bol: Amsterdammers, let een beetje op elkaar. Mooi. Rond 9 uur ga ik naar huis. Ik heb het koud gekregen, maar van binnen een beetje warm. Fotograferen geeft mij altijd energie, ook in deze tijd.

Henk Pouw


Anderhalve meter
Als ik na dagen van onthouding onder het genot van de voorjaarszon op mijn balkon besluit om toch naar buiten te gaan echoot het tussen mijn oren: anderhalve meter… anderhalve meter… anderhalve meter. Voor een fotograaf best een fijne afstand trouwens. Niet ver weg en toch niet te dichtbij. Mijn straat is leeg. De volgende ook. En de volgende. Nou ja leeg, er zijn geen mensen. Bij de vuilcontainers ligt evenveel rommel als altijd, fietsen staan overal, tot in de geveltuinen. Auto’s zijn keurig geparkeerd. Nog even en ook voor fietsen gaan we parkeergeld betalen. Dat zou een hoop rommel schelen, denk ik als fietser.

De bloesem aan de kade heeft zich van binnen blijven al de hele tijd niets aangetrokken en zich langs de hele kade over stoep en straat verspreid. Anderhalve meter of niet. Welke beelden zijn nu uniek? Wat zie je anders nooit? Ik merkhoe ieder mens op zijn eigen manier met de anderhalve meter omgaat. Sommigen kijken al 25 meter van te voren naar mij om in te schatten hoe ik ga lopen. De een maakt oogcontact, de ander juist niet. Er zijn er die strak op hun pad kijken, mij bijna stiekem in de gaten houden en rechtdoor lopen, in de kennelijke(?) verwachting dat ik wel uitwijk. Stelletjes die de hele stoep kletsend in bezit houden. Mensen die pal langs de gevel gaan lopen of juist tussen twee auto’s door de straat op schieten (ik merk dat ik er zelf zo een ben). Je moet wel, want de meeste stoepen bij ons in De Pijp zijn geen anderhalve meter breed. Of wel, maar dan vol fietsen. Ja, daar heb je ze weer. Het fijnst zijn de mensen die oogcontact houden en vol verstandhouding glimlachen. Jaja, we zitten in hetzelfde schuitje. Als ik een school passeer, hoor ik dat er twee kinderen worden opgevangen vandaag. Met zijn tweeën in die grote ruimte waar altijd zo veel activiteit is. Dat moet een gevoel van verlatenheid geven, grotere indruk maken dan gedwongen thuis blijven.
Bij de ijssalon staan mensen keurig en geduldig achter de strepen die door de eigenaar op de stoep zijn aangebracht. Met elkaar maken ze geen contact, tenzij ze al bij elkaar horen. Dat lijkt me niet anders dan altijd. Net zoals er altijd mensen zijn die reageren op mijn camera, positief en negatief. Iets meer positief nu, geloof ik. Het is toch een bijzondere situatie. Die moet worden vastgelegd.

Rob Godfried


Medemenselijkheid
In een supermarkt verzucht een jongeman: “Ach, eigenlijk heb ik het helemaal niet nodig”, terwijl hij een pak toiletpapier terugzet in de volledig leeggegraaide schappen. Hij lacht naar de verbaasde omstanders. Een klein applausje klinkt en niemand haalt het ook maar in zijn hoofd om dat pak mee te nemen. Het staat er even eenzaam als trots symbool van medemenselijkheid en met de boodschap: neem alleen wat je nodig hebt! Ik zie een man wat beteuterd op een bankje voor zijn, inmiddels gesloten, stamcafé zitten. Een medewerkster van de nabij gelegen slijterij komt naar buiten met een borrel, zet het glaasje naast hem neer en roept: “Proost! Op uw gezondheid!” De man lacht verheugd. Hij is blij met zijn neut. WijAmsterdam.nl, het Platform voor Amsterdamse initiatieven.

Els Weeda


Hoe klinkt de stilte?
Door de coronacrisis klinkt onze stad opeens heel anders. Stiller vooral. Minder mensen op straat, winkels gesloten, weinig verkeer en nauwelijks overkomende vliegtuigen. Hoe is dat voor jou? Wel fijn of juist beklemmend? Is het rustgevend, saai?
Urban Sound Lab doet een oproep aan iedereen in Amsterdam-Zuid om te delen wat je nu hoort en hoe je het veranderende geluidslandschap van de stad persoonlijk ervaart. Lees ter inspiratie inzendingen op de website van Urban Sound Lab (urbansoundlab.nl) en deel vooral je eigen verhaal per mail aan info@urbansoundlab.nl. Wellicht verschijnt de beschrijving van jouw ervaring op de website. Hoe klinkt de stilte bij jou in de buurt?

Rosa Mul/Urban Sound Lab

Alle artikelen van Henk Pouw:

De Pijp tijdens de Coronacrisis

De Pijp tijdens de Coronacrisis

Datum: 28 april 2020 / Editie: April 2020 / Auteur(s): Henk Pouw Rob Godfried

Een jeugd in De Pijp

Datum: 18 februari 2020 / Editie: Februari 2020 / Auteur(s): Rob Godfried

Harold Hamersma is een bekende ‘wijnschrijver’. Maar nu even niet. Zijn nieuwste boek gaat over De Pijp. In zijn werkruimte boven de kookboekenwinkel van zijn vrouw ‘Mevrouw Hamersma’, om de hoek van de Albert Cuypmarkt, vertelt hij hoe dit boek tot stand is gekomen.

“Ik voel me thuis in De Pijp. En onze werkplek in de Gerard Dou draagt eraan bij. Misschien komt dat doordat het dna van mijn vader er nog tussen de plinten zit. Niet dat ik er ooit naar gezocht heb, maar het kan bijna niet anders. Toen hij nog een kleine jongen was, zat op dit adres zijn kapper. Of zoals hij hem noemde: ‘m’n kappert’.” (Citaat uit de verhalenbundel ‘Wat ik van Mijn Moeder Leerde’, samengesteld door Manon Duintjer).

Verstopt door Trabantjes
Harold Hamersma: “Ik werd gevraagd om mee te werken aan een verhalenbundel, waarin bekende Nederlanders vertelden over de belangrijkste les die zij van hun moeder hebben geleerd. Ik was helemaal niet bezig met een heel boek. Maar de reacties op dat ene verhaal, met name na een publicatie van het verhaal ‘Een schitterend leven’ in Het Parool, maakten ideeën bij me los over hoe ik dat kon aanpakken. Toen dacht ik: ik ga opschrijven wat ik NIET van mijn moeder heb geleerd. Het werd een boek over De Pijp. Mijn hele familie komt uit De Pijp. Grootouders, mijn ouders, mijn ooms en tantes, neven en nichten. Ik vertel in het boek over veranderingen aan de hand van het gebruik van winkels, cafés, een garage. Hoe de straat werd gebruikt als voetbalplek, verstopt werd door Trabantjes. Over hoe ik als kind een kinderwagen wilde hebben om kranten op te halen en weg te brengen naar visboer Schilder.”

Omes
“Wezenlijk is er niets veranderd: de Pijp is een mengbuurt waar steeds nieuwe groepen mensen komen wonen. Ook in mijn jeugd waren er al heel veel restaurants. Spaans, Chinees, Surinaamse toko’s, Italiaanse ijssalons. Veel Surinamers kwamen, nu zijn het weer andere groepen. Altijd studenten, nu ook weer. Een krankzinnige hoeveelheid auto’s, nu zijn dat fietsen.”

“Omdat ik met mijn moeder door De Pijp wandel en herinneringen ophaal gaat het ook over wat ‘vergeetachtigheid’ is en wat het betekent voor de omgeving. Mijn moeder kwam uit een kleurrijke familie met heel wat halfbroers en -zussen en stiefkinderen. Ze vond het moeilijk hoe met liefde om te gaan. Haar moeder kreeg na de scheiding van haar vader heel wat ‘omes’ over de vloer.“

“Mijn moeder mocht die nieuwe mannen in het leven van haar moeder ‘Ome Jan’ noemen. Of ‘ome Piet’ (twee keer). Ome Nico. Ome Teun. Ome Bart. Ome Massie. Ome, ome, ome. Het waren allemaal omes. En niet bepaald hoge. Eentje was een havenarbeider die haar moeder had opgepikt in een café op de Albert Cuypmarkt. Er was een slagersknecht die twee vingers miste aan zijn linkerhand maar met zijn overige acht heel vaardig bleek. De aardappelboer die toch al aan huis kwam om zijn bintjes te brengen. En ach, wanneer hij in de buurt was kon-ie meteen wel wat anders kwijt. Soms bleven ze een paar uur. Een nacht. Een paar weken. Niet zelden richtten de omes hun ogen op de dochters des huizes. En het bleef niet alleen bij de ogen, al was mijn moeder aan het einde van de oorlog nog maar twaalf.“ (Citaat uit ‘Onder de rook van de Heineken. Een jeugd in De Pijp’).

“Ze heeft geleerd het leven te nemen zoals het is en er wat moois van te maken. Dat heeft ze aan mij doorgegeven”

 


‘Onder de rook van de Heineken. Een jeugd in de Pijp’ is uitgegeven door Ambo/Anthos en ligt nu in de boekwinkel.