Een SARPHATIBOULEVARD – hoe zou dat zijn?

Datum: 21 februari 2023 / Editie: Februari 2023 / Auteur(s): Ellis Kramer Onno van der Vlerk

Op foto’s van ongeveer 120 jaar geleden zie je de Ceintuurbaan en het daaraan gelegen Sarphatipark met omringende huizen als een buurt van statige allure. Rondom het park is het mooi flaneren. Hoe zou het zijn om deze situatie deels terug te halen? Verbetering van de leefbaarheid en veiligheid van de Sarphatiparkbuurt door herinrichting met ruim baan voor voetgangers, zodat de ideeën van de 19e eeuwse stedebouwkundige ontwerpers van dit gebied, Van Niftrik en Kalff, weer duidelijk zichtbaar worden. Park en directe omgeving opnieuw van ‘statige allure’. Dat is ons doel.

Aangezien de buurt in de 21e eeuw een grote aanzuigende werking kreeg op bewoners en bezoekers dienen hierbij ook de verkeersstromen van de toegangswegen en straten in ogenschouw te worden genomen. De Sarphatiparkbuurt is immers geen eiland.

De Sarphatiparkbuurt ligt in de Oude Pijp, die wordt begrensd door de Amsteldijk, Stadhouderskade, Ruysdaelkade en Ceintuurbaan. Als een oase van rust en ontspanning werd hierin het Sarphatipark aangelegd. Genoemde wegen vormen een directe verbinding met het centrum van Amsterdam.

Huidige situatie:
Voor mensen met rollators en kinderwagens is lopen in en rondom het park op veel plekken lastig dan wel onmogelijk. De kortgeleden aangebrachte ‘monumentale toegang’ met keistenen heeft de toegankelijkheid van het park niet voor iedereen verbeterd.

Veel oneffenheden en obstakels in de vaak té smalle bestrating zorgen voor onveilige situaties, ongemakken en valpartijen onder voetgangers. De situatie direct aan de buitenkant van het hek van het Sarphatipark vraagt bijzondere aandacht.

Aan de zuidzijde (Ceintuurbaankant) is onlangs gewerkt aan enig herstel van het wegdek, fietspaden en stoepen. Herinrichting ligt in het verschiet. Plannen worden door de gemeente gemaakt.

Aan de westzijde (Van der Helststraat) heeft de eerdere herinrichting van de straat niet het gewenste effect gehad. Er is nu wel veel ruimte voor fietsenrekken en scooters op de stoep rondom het park. Maar vrije doorgang van voetgangers wordt belemmerd door terrassen, kliko’s, huis- en horecavuil, verkeerd geparkeerde (bak)fietsen en scooters.

Aan de noordzijde (Jan Steenstraat) is aan de parkkant een zeer smal en onveilig voetpad. Brede auto’s staan half op de stoep geparkeerd, fietsen staan vastgemaakt aan het hek. De stoepen aan de huizenkant staan vaak te vol.

De oostzijde (Sweelinckstraat) is redelijk geherprofileerd. Helaas zijn door de ‘monumentale toegang’ een aantal parkeerplaatsen voor scooters en bakfietsen vervallen.

Gewenste situatie
Binnen de huidige plannen van het gemeentebestuur zoals de ‘agenda autoluw’, 30 km straten en het verbeteren van deelmobiliteit, zien we voldoende aanknopingspunten om in overleg met betrokken partijen (bewoners, ondernemers en gemeente) flinke stappen te zetten in de richting van ons doel. Wat ons betreft hebben de west- en de noordzijde hierbij prioriteit. De situatie is daar het meest onveilig, dus nijpend.

Op donderdag 16 maart is er in het Huis van de Wijk om 20.00 uur in samenwerking met het Wijkcentrum De Pijp een avond belegd waarop bewoners met ondernemers en de gemeente van gedachten kunnen wisselen over het oplossen van de bestaande problemen.

Onno van der Vlerk en Ellis Kramer, bewoners Sarphatiparkbuurt


De voortgang is te volgen via: hallodepijp.nl

“Zingen over geweld, is als voetballen op het pleintje”

Datum: 8 december 2020 / Editie: December 2020 / Auteur(s): Ellis Kramer

De afgelopen hete zomer haalde ’73 de Pijp, de drillrapgroep uit onze buurt, regelmatig het nieuws. Gemaskerde jongeren en jongvolwassenen zingen over geweld, over steekwapens en ze steken elkaar. Zorgwekkend. Nu, in de herfst schrijft Het Parool (11 november) over onveiligheid en over angst- en straatcultuur die in Amsterdam in veel scholen binnendringt. Het kabinet wil een messenverbod voor minderjarigen. Wat is er aan de hand? Wie en waar zijn ‘onze’ drillrappers?

Goeie gosers
Danny, sociaal engineer en jongerenwerker, rijdt door De Pijp met zijn ‘Kar’ voor elektriciteit op locatie, een duurzaam omgebouwde SRV-wagen (die van de melkboer). Hij kent de jongens van ’73 de Pijp. “’t Zijn goeie gosers”, zegt Danny. “Er zit veel muzikaal talent!” Danny beheert broedplaats de Kazerne in Reigersbos, Zuidoost. Hij vertelt dat ’73 de Pijp daar, in de studio, de vroegere sportzaal van de brandweermannen, hun drillrap opneemt. Maar Zuidoost is een beetje ver. Ze zoeken een plek dichterbij in de buurt.

Geld en status
Achmed, jongerenwerker van ‘Rijn’ in de Rivierenbuurt, toont daar een studiootje, een kleine ruimte. Drie jongens bewegen vanaf hun stoel mee met muziek die uit de computer schalt. De ruimte zit altijd vol, vooral met jongens. Er is te weinig plek voor wie allemaal muziek willen opnemen. Ik hoor een tekst met iets over ‘money’. ”Dat is waar jongeren, kinderen soms, op hopen”, zegt Achmed. “Geld verdienen door muziek of voetbal. Bij rappers is er vaak weinig geld thuis. Muziek wordt simpel met een mobieltje in de slaapkamer opgenomen; hoe meer views en likes op YouTube en Spotify hoe meer je ermee kan verdienen. Ze dromen van commercieel gaan, ook op publieke kanalen. Ze willen puur hogerop. Status hebben. De muziek spreekt velen aan, ook jongeren uit de Apollobuurt.”

Ik krijg een lesje over de rap-scene: overgewaaid uit de VS, emo-rap, hardcore-rap, gangsterrap, drill-rap. Het is underground-muziek, het geluid van onvrede. Ze zingen over wat ze mee hebben gemaakt, waar ze midden in zitten. Als een soap. Ze willen imponeren. Er is rivaliteit met zangers uit andere steden. Competitie en conflicten. Traumatische ervaringen. Ze willen niet gedist worden, niet voor schut staan. Er is boosheid van binnen. Het zijn goeie jongens met soms wat pech in het leven. Afglijders worden in de gaten gehouden. Het doet denken aan de blues, beat, punk.., geluiden van maatschappelijk verzet, in kapotte broeken met piercings en hanenkammen.

Contact met de drillrappers zelf?
Hoe zit het met die competitie tussen rappers uit verschillende steden? Gaat het echt om punten scoren door deel te nemen aan zoveel mogelijk steekpartijen? Ik wil het de jonge mannen graag zelf vragen. Hoe kom ik met ze in contact? Via Achmed lukt het niet. Misschien dan via die buurtbewoner die vertrouwd wordt door ‘iedereen’? Ooit geboren ‘aan de verkeerde kant van het spoor in Groningen’, en die zich nu met hart en ziel inzet in de Diamantbuurt: “Eén van de meest sociale buurten van Amsterdam, waar mensen veel voor elkaar doen, velen elkaar kennen”. Hij brengt me in contact met Abdel, die me met de drillrappers aan de andere kant van de Van Woustraat in contact zou kunnen brengen. Ik heb een paar vragen over gedrag en geweld. Voor een artikel met mooie foto op de voorpagina van De Pijpkrant. Niet met zo’n eng masker op, maar met een leuk mondkapje met ’73 de Pijp? Gemaakt door de moeders? Gratis reclame! Abdel houd me aan het lijntje. Na meerdere pogingen komt er geen reactie meer.

Een eigen plek
Wijkagent Said kent het leven in de buurt. Hij komt bij gezinnen thuis. Said kan De Pijp vergelijken met waar hij zelf prettig opgroeide: Westerpark. “De huizen waren ook niet groot. Maar je kon elke dag terecht in het buurthuis, waar je anderen ontmoette. Het was gezellig en de kickboxlessen waren gratis! Een groot verschil met De Pijp nú, waar voor de jongeren zeker vanaf 16 jaar niks te doen is. Ik ken de jongens, de drillrappers. Nee, ze gaan niet in een boog om me heen. Ik ken hun krappe étages, het rondhangen, het ene colaatje voor de hele middag in de snackbar. Nú, door corona, nog gesloten ook. Ja, zij maken teksten met scherpe taal. Beledigend voor anderen, niet altijd zo bedoeld. Maar soms wel zo ervaren. Zeker hebben ze een geweten. Soms duwen ze dat opzij. Preventief fouilleren waar nu zo over gesproken wordt, is niet de oplossing. Geef ze een PLEK waar ze elkaar kunnen ontmoeten, en waar ze hun muziek kunnen maken!”

Noodopvang in De Pijp

Datum: 8 december 2020 / Editie: December 2020 / Auteur(s): Ellis Kramer

Amsterdam organiseerde verspreid over de stad noodopvang voor dak- en thuislozen van 6 – 18 november. Hoe ging die hulp in coronafase 2.0 in De Pijp? En hoe komen mensen zonder een vaste eigen plek door de dag en hun problemen?

Momenteel zijn er twee locaties nachtnoodopvang in De Pijp, georganiseerd door Stichting De Regenboog. Er is opvang in Makom, (voornamelijk Nederlandssprekenden), in het parochiehuis van de Oranjekerk in de Van Ostadestraat (zie ook Pijpkrant 28.04.2020) en in AMOC (Stadhouderskade), voor overige EUburgers. Met strikte regels worden er in totaal ’s nachts 26 mensen opgevangen, overdag 60, voor maaltijden, een douche en schone kleding. Met vrijwilligersorganisatie Casa Migrante, in het Afrikahuis, ook in de Van Ostadestraat, wordt samengewerkt als het om Spaanssprekenden gaat. De organisaties bieden ook hulp bij allerlei problemen en bij terugkeer naar het thuisland.

Regels en socializen
Met enige tevredenheid blikt coördinator Kathleen Denkers van Makom terug op corona 1.0. “De gemeente zorgde toen ook elders voor langdurige noodopvang, bijvoorbeeld in sporthallen. Omdat er aan hun eerste levensbehoeften werd voldaan, kwamen mensen vanuit de overlevingsstand en het slapen op straat tot rust op hun plekje. Nadenken over de situatie waarin ze gestrand waren, leidde er soms toe dat ze contact opnamen met familie of vrienden. Er waren er bij die teruggingen naar hun thuisland. Het mooie weer tijdens corona 1.0 activeerde mensen ook. Nu, tijdens 2.0, is het vaak koud, guur, nat en donker. Bij MAKOM geven we ook ’s nachts verantwoordelijkheid aan de cliënten. Ze regelen dan alles zelf. Het wordt goed opgepakt. Helaas liggen de dagbestedingsprojecten nu vooral stil. Nú weten we nog niet of er na 18 november wel verdere winteropvang zal zijn.” Bij AMOC is Joëlle (20) al drie jaar vrijwilligster. Ze zegt dat het nu allemaal veel soepeler en duidelijker verloopt dan tijdens corona 1.0. De cliënten begrijpen de ernst van corona en houden zich prima aan de regels. Ze komen hier graag om zich te verwarmen en om te socializen.

Liefde
Joëlle is vanuit haar stage Sociaal-Maatschappelijke Dienstverlening bij AMOC gebleven. “Toen ik kwam was ik een 17-jarige barbiepop, vol vooroordelen over vieze daklozen. Ik dacht, ohhh waar ben ik in beland bij AMOC. Maar dat beeld klopt helemaal niet. Ik heb zo veel liefde ervaren. De cliënten zijn zo dankbaar dat je luistert, waardoor je een band opbouwt, ze een duwtje in de goede richting kan geven. Ze komen snel naar me toe, we vertrouwen elkaar. Ik heb geleerd mijn grenzen aan te geven; soms voelt het wel zwaar als ik bedenk dat ze geen eigen bed en plek hebben. Maar dat gevoel moet ik uitzetten om te kunnen helpen. En dat is het mooiste, de hulp die ik kan geven. Ik heb ook een cursus opgezet om mensen te helpen bij het zoeken naar werk: een brief schrijven, de weg naar een uitzendbureau vinden.”

Verschil mannen en vrouwen
Bij alle opvang gaat het in De Pijp voornamelijk om mannen. Vrouwen zijn vaak zelfredzamer, en vinden ook gemakkelijker (vaak bij mannen) onderdak. Veel vrouwen die hun werk zijn kwijtgeraakt door corona zijn weer teruggekeerd naar hun thuisland. Bij de Spaanssprekenden die naar Casa Migrante komen, gaat het vooral om medische, administratieve of juridische hulp; het aanvragen van een werk- of verblijfsvergunning, het invullen van belastingformulieren, lastige zaken in het Nederlands! Taalcursussen en projecten om vooral vrouwen weerbaarder te maken worden aardig bezocht, zij het nú online. Casa Migrante blijft in corona 2.0 wel voor minder mensen open, om een kaartje te leggen of krantje te lezen. Maaltijden die aan de overkant in de keuken van Makom door vrijwilligers worden bereid, vinden ook gretig aftrek bij de cliënten van Casa Migrante die daar niet altijd eigen middelen voor hebben.

Hoe verder in de winter op weg naar 2021?
Structurele winteropvang voor daklozen en andere vormen van hulp aan mensen die gestrand zijn en in nood verkeren zijn door het verloop van de coronacrisis en de bezuinigingen bij de gemeente nu nog onzeker. Hulp van particulieren of ondernemers in de vorm van financiën of goederen, (voedsel, kleding, e.d.) zijn altijd zeer welkom. Ook kan de Regenboog altijd wel vrijwilligers gebruiken.

Van Wijkcentrum naar Wijkcommunity De Pijp: goed voorbeeld

Datum: 19 augustus 2020 / Editie: Augustus 2020 / Auteur(s): Ellis Kramer Rob Godfried

Donkere wolken boven Wijkcentrum De Pijp? ‘t Kan toch niet waar zijn! Niet in een tijd waarin Amsterdam het als voorbeeld voor democratisering nog beter wil gaan doen. Het gaat over de democratie die aan alle kanten onder vuur ligt. En over versterking van de democratie door meer betrokkenheid van bewoners; participatie dus.

In De Pijp wonen veel mensen die de wijk mooier, leuker, betaalbaarder en vriendelijker willen maken. Niet van gisteren op vandaag. Al sinds de democratiseringsbeweging uit de jaren zestig van de vorige eeuw zijn velen daarmee bezig. Een belangrijke partij daarbij was en is Wijkcentrum De Pijp, als laatste wijkcentrum met een subsidie van de gemeente voor meer dan de huur van een ruimte. Dat is niet voor niets. Het is een mooi voorbeeld voor de conferentie van de ‘Fearless Cities’, die de gemeente dit najaar gaat organiseren. De ‘Fearless Cities‘ is een organisatie van steden met een bestuur dat links van het midden staat en veel energie steekt in democratisering van onderop. Vandaar het speerpunt: ‘Democratisering…, samen maken we Amsterdam’ uit het college-akkoord 2018-2022: ‘… de zeggenschap van burgers vergroten, niet door nieuwe stelsels maar door met de stad het gesprek en debat aan te gaan over hoe dat kan…’!

Halleluja
En nu dan? Dezer weken gaat het veel over de nieuwe buurtbudgetten versus structurele financiering. Is het terecht om halleluja te juichen over de grote hoeveelheid ingediende projecten? Andere stadsdelen laten al zien dat er ook schaduwzijden zitten aan deze vorm van participatie: de meeste projecten komen er niet door en laten mensen achter met participatiefrustratie. Maar laten we positief vooruitblikken. In precorona tijd (januari 2020) heeft het Wijkcentrum een toekomstplan opgesteld; Té ambitieus? Er zal vast wel wat geschrapt moeten worden. Andere tijden. Met het ‘Right to Plan’ kan het Wijkcentrum zich verder bewijzen: geen waan van de dag, wel helikoptervisie en continuïteit.

Parel
Voor wie moet de rol van het Wijkcentrum bij de buurtverbetering nog in de spotlights worden gezet, samen met afdelingen als het Natuur- en Milieuteam, Groen Gemaal, Schone Pijp, en anderen?

Misschien voor hen die alleen maar de groene prachtwijk van nu kennen?

Wellicht voor nieuwe, jonge bewoners, die niets weten van de panden gestut door balken in deze voormalige achterstandswijk? Of voor de expats, die leuk wonen in een parel van het Nederlandse vestigingsklimaat?

Zonder het Wijkcentrum zouden zoveel bewonersprojecten onuitvoerbaar zijn geweest; zou De Pijp zoveel steniger, viezer en onveiliger zijn. Dat zeggen bijvoorbeeld Boudewien van Heek en Simon Verhallen die zich inzetten voor behoud van het fietspad aan het Sarphatipark.
“We zijn eigenwijs genoeg, maar adviezen van het Wijkcentrum en hun contacten bij de gemeente waren essentieel. We konden altijd bij ze terecht. Er werd altijd opgenomen, ook buiten kantoortijd.”

Er waren plannen om een parkeergarage ónder, of een stenen inloopcrèche voor kinderen van buiten De Pijp in het Sarphatipark te bouwen. Bewoners én het Wijkcentrum vonden dat geen goed idee. Het Sarphatipark bleef groen.

Tijdens een vergadering van De Schone Pijp horen we dat er teleurstelling heerst over de onderwaardering van het Wijkcentrum door bestuurders. Een van de leden, Onno van der Vlerk, spreekt over een participatiestaking. De ambtenaren en bestuurders kennen toch ook al jarenlang de rol van het Wijkcentrum, met de inmiddels verzelfstandigde initiatieven als het Natuur- en Milieuteam en !WOON?

Tijd voor een PR-plan
Over plannen van het stadsdeelbestuur om het Natuur- en Milieuteam én de werkgroep De Schone Pijp, net als het Groen Gemaal en De Pijp Krant helemaal los te weken van het Wijkcentrum is Cecilia Petit, algemeen coördinator, duidelijk: “Hak de boom om, de takken vallen op de grond en gaan dood. Om continuïteit te garanderen hebben vrijwilligers ondersteuning nodig, hoe sterk ze ook mogen lijken.”

We herkennen hierin kritiek op de participatiesamenleving in het algemeen. Heeft het Wijkcentrum zichzelf dan onvoldoende kenbaar gemaakt, naar buiten? Zich te weinig met PR beziggehouden en de credits teveel alleen op het conto van vrijwilligers geschreven? Het lijkt erop. Tijd voor een goed PR-plan.

Witte rook
Er wordt veel te gemakkelijk gedacht over de vrijwillige inzet van bewoners. Vrijwilligerswerk is niet alleen maar hobby. Na de toewijzing van de buurtbudgetten zullen nog meer bewoners zich machteloos of buiten spel gezet voelen bij het oplossen van de problemen in de openbare ruimte. Zeker in De Pijp, een buurt als verdienmodel. Bewoners ervaren overlast. Ze willen overleg tussen alle partijen en zoeken nu, vanwege het gedoe rond het Wijkcentrum, hulp en redelijkheid van de gemeente. Er is nog steeds hoop!

Waar komen die donkere wolken boven het Wijkcentrum nou vandaan? ‘Wij Amsterdammers zijn de schakel tussen verleden, heden en wat voor ons ligt. Samen geven we vorm aan de toekomst van de stad en dat kan niet zonder ons rekenschap te geven van wie wij zijn en waar we vandaan komen.’ (uit: Collegeakkoord 2018-2022). Maar mogen bewoners echt meedenken en meedoen met bestuurders? Participatie is één ding, maar democratie gaat toch vooral over hoe er wordt beslist, goede informatie en openheid in communicatie. Gaat dit niet verder dan het helpen bij het schoonhouden van de straten of mogen bewoners eigen-wijs écht meedenken over grotere problemen, bijvoorbeeld waar het herinrichtingen betreft? Door minder commerciële partijen in te huren, kan het Wijkcentrum/de Wijkcommunity zelfs wel een kostenbesparing voor de gemeente betekenen. Wij vroegen het Stadsdeel om informatie over de kosten van extern ingehuurden over 2019 en 2020. We kregen dit als antwoord:

‘Uw verzoek naar een opgave van kosten voor de inhuur van externen over de jaren 2019 en 2020 is besproken in de organisatie. Conclusie is dat niet aan dit verzoek kan worden voldaan. Uw vraag is algemeen van aard waardoor te verwachten is dat het onevenredig veel tijd zal kosten om een opgave te kunnen doen.’

De organisatie heeft gesproken. Zelfs geen poging om te kijken wat dan wel kan. Wij pleiten voor iets anders. Door met elkaar te praten begrijp je elkaar. Laat partijen gezamenlijk optrekken tot de witte rook opstijgt en de lucht opklaart, kritisch en een beetje dwars, maar allemaal voor een betere Pijp!

Nieuwe buren Asielzoekers in De Pijp.

Datum: 25 juni 2020 / Editie: Juni 2020 / Auteur(s): Ella Santhagens Ellis Kramer Rob Godfried

500 asielzoekers zonder verblijfsstatus worden opgevangen op verschillende locaties in Amsterdam. Dat besloot de gemeente Amsterdam vorig jaar in het kader van het landelijke pilotproject ‘Landelijke Voorziening Vreemdelingen’. Twee van deze locaties zijn gevestigd in De Pijp. In de Gerard Doustraat en de Pieter Aertszstraat is ruimte in orde gemaakt voor de zogeheten ‘ongedocumenteerden’. Dit nieuws maakte veel los bij omwonenden: angst, afwijzing, vertrouwen, wantrouwen en instemming.

idden mei zijn de asielzoekers verhuisd naar hun nieuwe, tijdelijke verblijfplaats. Ze zullen hier maximaal 1,5 jaar worden opgevangen. Om te mogen blijven, moeten zij meedoen aan een programma waarin zij werken aan een toekomstperspectief. Dit kan drie vormen aannemen: (opnieuw) een asielaanvraag doen in Nederland, terugkeer naar het thuisland of door migratie naar een ander land. De gemeente Amsterdam hoopt dat het verblijf, in combinatie met deelname aan het programma, de mensen stimuleert om bezig te zijn met hun toekomst. De coördinatie van de opvang is in handen van HVO/Querido. Verschillende andere partrijen begeleiden de bewoners in het programma.

De nieuwe bewoners van De Pijp zijn heel divers, in achtergrond en problematiek: van Russen tot Nigerianen en van Eritreeërs tot Afghanen. Er zijn weinig mensen uit zogenaamde ‘veilige landen’. Wel mensen die ‘in limbo’ verkeren: ze mogen hier niet zijn maar kunnen ook niet naar hun land terug, omdat dat land ze niet opneemt. Ze mogen dus eigenlijk nergens zijn.

Open brief
Omwonenden kregen vorig jaar al de mogelijkheid om zich aan te melden voor een begeleidingscommissie. Deze commissie, die het contact tussen de nieuwe bewoners en de buurt goed gaat volgen, heeft een onafhankelijke voorzitter en bespreekt hoe de komst van de opvang in de buurt wordt ervaren.

Een week nadat de nieuwe bewoners hun intrek hadden genomen in de locatie Pieter Aertszstraat 5, vond een (digitale) bijeenkomst van de begeleidingsgroep plaats. Alle ongeveer tien direct omwonenden gaven daarin aan helemaal nog niets van de nieuwe bewoners te hebben gemerkt. Het was een positieve bijeenkomst waarin vertrouwen van de omwonenden doorklonk. Maar een aantal anderen schreef begin mei al een open brief aan de burgemeester waarin zij hun boosheid uitten over het project.

Hoe is het voor de kinderen?
“We zijn bang dat het wankele sociale evenwicht in de buurt wordt verstoord door de komst van de asielzoekers”, vertellen twee van de briefschrijvers. “Er zijn al genoeg mensen met problemen hier. Diversiteit is heel goed, maar teveel problematiek bij elkaar is niet goed. Asiel zou goed geregeld moeten zijn in Nederland. Wij waren vorig jaar al tegen de komst van deze opvanglocaties en hebben een bezwaarschrift ingediend. Dat hebben we helaas verloren. Nu komt er ook nog eens corona bij. Zoveel mensen dicht op elkaar. De mannen gaan natuurlijk naar het plein, hoe is het voor de kinderen die daar spelen? Die gaan zich misschien onveilig voelen. Gelukkig wordt door onze inspanningen het achterterrein vrijgehouden. Daar zijn we heel blij mee. Ik had graag gezien dat het startersunits waren geworden voor essentiële beroepsgroepen.”

“De veiligheid moet voorop staan en dat zie ik niet, zeker niet nu de coronamaatregelen om 1,5 meter afstand vragen. Dat is daar niet mogelijk. Ik vrees dat ze straks voor mijn werkruimte staan te roken. Ik heb er weinig vertrouwen in. Er zou 24 uur per dag iemand aanwezig moeten zijn die aanspreekbaar is, maar dat is niet het geval. HVO/Querido doet nu nog de woonbegeleiding, maar het is de bedoeling dat die wordt afgebouwd. De bewoning is dan verder zelfstandig. Ik ben niet voor of tegen de opvang, maar ik voel me gewoon niet serieus genomen door de Gemeente. ‘Als er overlast is moet je de politie maar bellen’, zeiden ze.”

Tot rust komen
Ali, 26 jaar, woont in de opvang naast de fietsenstalling – ooit Bank van Lening – in de Gerard Doustraat. Hij is een aardige, rustige en wijze jongeman. Hij vertelt, in ’t Frans, dat hij de derde is uit een gezin van negen kinderen uit Ivoorkust. In zijn thuisland zijn veel spanningen en problemen. Tijdens zijn 7000 kilometer lange reis naar hier, over land en zee, heeft Ali veel doorstaan en veel geleerd. Hij is heel dankbaar voor de hulp die hij nu in Amsterdam krijgt, zodat hij wat tot rust kan komen. Ali schrikt als hij hoort dat niet alle mensen in de buurt blij zijn met de komst van de opvanglocatie. Zelf ervaart hij juist veel vriendelijkheid, wat goed voelt zegt hij, mensen zijn “cool“. Dan begint hij zelf over de angst die mensen zullen voelen: angst voor de vreemdeling die hier een stukje van de taart krijgt. Hij begrijpt het omdat het in Afrika ook zo is: ook daar zijn mensen vaak bang voor de anderen. Maar in Amstelveen, waar hij hiervoor verbleef in de BBB-opvang (bed, bad en brood), ging het ook heel goed tussen de asielzoekers en omwonenden. Ali hoopt in De Pijp mogelijke angst wat te kunnen wegnemen door hier op een natuurlijke manier met de mensen om te gaan. Hoe dan ook is het zijn droom hier veel te leren. Zwemmen bijvoorbeeld, zowel letterlijk als meer figuurlijk. Díe bagage wil hij graag mee terug nemen naar zijn eigen land. Want terug wil hij zeker!