Integratie Natuur- en Milieuteam (NMT) Zuid in Groene Buurten: een jaar later

Datum: 16 februari 2026 / Editie: Februari 2026 / Auteur(s): Mara Beukenkamp

Nu is NMTzuid opgenomen in Groene Buurten. Ook via de regeling bewonersinitiatieven kan er subsidie worden aangevraagd. Het totale subsidiebedrag is voor drie jaar niet verminderd. De belangrijkste reden tot integratie is vermindering van de vaste lasten. Bij NMTzuid heeft deze overgang voor veel stress gezorgd; een medewerker zit al een jaar lang ziek thuis. Een evaluatie ontbreekt vooralsnog, maar is volgens dagelijks bestuurder van stadsdeel Zuid Rocco Piers gewenst en volgt nog voor de zomer van 2026. De Pijp Krant maakt vast de balans op.

De doelstelling in Zuid is meer vergroening met een extra accent op bewonersinitiatieven. De insteek voor beide organisaties was en blijft dat advies op maat centraal staat en bewoners worden ondersteund. Tijn Jans en Ralph Stuyver, groenadviseurs van Groene Buurten, onderstrepen dit uitgangspunt. “In de stad kan groen niet zonder mensen en kunnen mensen niet zonder groen”, aldus Stuyver. Jans ondersteunt dan ook de initiatieven. Hem valt op dat er minder tijd is zodat hij niet bij elk project persoonlijk aanwezig kan zijn: een gemis voor buurtbewoners. Vanuit Groene Buurten is men nu bezig of er voor dit soort werkzaamheden meer uren kunnen worden vrijgespeeld. Stuyver is mede-verantwoordelijk voor nieuwe initiatieven. Er lijken relatief minder aanvragen binnen te komen, maar een causaal verband moet nog worden onderzocht. Sommige initiatieven, die eerst ondersteund werden door NMTzuid, zijn na het samengaan gestopt. De inzet voor dit jaar is meer nieuwe initiatieven te kunnen ondersteunen alsmede de bestaande te optimaliseren.

Verwarring
Er ontstond verwarring over de groene, sociale doelstelling toen er vanuit stedelijk beleid de vraag kwam om het aantal vierkante meters groen te tellen. Gaat het om groen of groen met bewonersinitiatieven? Rocco Piers licht toe waarom enkel de vierkante meters groen tellen hier niet werkt: “De Pijp is geen doorsnee wijk. De druk op de ruimtelijke inrichting is groot en hier een kleiner stukje groen aanleggen heeft meer voeten in de aarde dan bijvoorbeeld in Buitenveldert.” Het zijn dit soort mismatches die het ‘wijzijgevoel’ versterken. Stuyver over de transitie en waar Groene Buurten voor staat: “Voor bewoners zou het niet moeten uitmaken wie het doet als het maar goed gebeurt.” En dat lukt in de meeste gevallen ook. Vanuit verschillende bewoners wordt gezegd dat het contact goed is en sommigen wisten niet van de overgang af.

Gebrek aan structurele subsidie ontmoedigend
Christien Visch, een betrokken bewoner die de groenstrook vanaf de Diamantstraat tot aan de Amsteldijk onderhoudt, zegt over het algemene, gemeentelijke subsidiebeleid: “Het elke keer opnieuw beoordelen en moeten aanvragen van subsidies slaat nergens op. Wat doet deze onzekerheid met mensen als er niet structureel wordt geïnvesteerd? Prima krachten zijn hierdoor bij NMTzuid vertrokken. De gemeente zou moeten ondersteunen en inwoners eerder moeten betrekken bij veranderingen.” Wetgeving verhindert dit echter. Subsidieregelingen hebben een horizonbepaling en duren daarom maximaal vijf jaar. Er worden wel door het bestaande bestuur intentieverklaringen en langetermijnvisies vastgelegd. Dat er in maart verkiezingen zijn, kan ook nog van invloed worden. “Het kan zijn dat er andere prioriteringen komen maar als het aan mij ligt, blijft groen met de bewonersinitiatieven ontzettend belangrijk. Wij willen daar vanuit de gemeente in ieder geval zo snel mogelijk duidelijkheid over verschaffen,” aldus Piers. Een blijvende taak voor de gemeente om transparant te zijn en volop in te zetten op heldere communicatie rondom verwachtingen. Extra zuur voor de ondersteuning van initiatieven in De Pijp is dat Netwerk De Pijp op lijkt te draaien voor de ziektekosten van een groenmedewerker die op non actief is, ondanks een toezegging dat er geen extra kosten voor het Netwerk zouden zijn.

Behoefte vanuit bewoners initiatieven
Manja Koomen die het grote perk op het Henriette Ronnerplein onderhoudt en Isabelle Nadrai Moody van het Robijnplein zijn trots op hun werk. Het is vooral in de lente en de zomer een genot om op de bloemenweelde uit te kijken. Ook andere buurtbewoners onderschrijven het belang van groen. Het onderhoud kost echter tijd en er zijn meer buurtbewoners nodig die structureel komen helpen. “Het zou mooi zijn als Groene Buurten hiermee kan ondersteunen.”Een wens richting de gemeente is dat er niet elk jaar opnieuw naar ruimtes gekeken moet worden voor materiaalopslag. Visch: “Dit kost tijd en zorgt voor extra uren in gesprekken en aanvragen terwijl de stroken groen er niet mooier op worden.” Ook zouden er betere afspraken gemaakt moeten worden wie wat doet. Zo heeft de gemeente schoonmaakploegen in dienst en toegang tot bladblazers om bijvoorbeeld de jeu de boules baan in de herfst vrij te krijgen. Nu wordt dit door de bewoners zelf gedaan terwijl de gemeente de financiële middelen heeft. Over de bodemkwaliteit zijn alle drie de bewoners niet te spreken. Hoewel er afgelopen jaar meerdere kuub grond zijn gegeven zou een goede meting met aanbevelingen om ook meer diversiteit in seizoensplanten te krijgen welkom zijn.

Er gaat een hoop goed en bewoners zijn over het algemeen blij met Groene Buurten maar het aanpakken van de pijnpunten is wel belangrijk om de motivatie en het vergroenen van De Pijp voort te zetten. Vragen voor de evaluatie zijn of de overgang een kostenbesparing heeft opgeleverd en of de betrokkenen nu net zo goed werk kunnen leveren als voorheen. Een volgend artikel zou daarover kunnen gaan.

Beeld: Maud de Vries

Leve de republiek Amsterdam

Datum: 16 februari 2026 / Editie: Februari 2026 / Auteur(s): Mara Beukenkamp

Op 22 november 2023 huilde ik. Op 29 oktober 2025 was er alleen nog maar vermoeidheid. Twee verkiezingsuitslagen die een dieptepunt vormen in alles waar Amsterdam voor staat. Mijn stad, waar ik fietspadwandelende toeristen met Amsterdamse directheid aangeef dat ze op het voetpad moeten lopen, waar ik een gevluchte Syriër of een ongeschoolde ‘ras’-Nederlander mag liefhebben, zo vrij ben om gewoon te zijn wie ik ben. De verbondenheid met mijn tolerante Nederland lijkt dit populistische en rechtse land te verliezen.

Verdriet na de eerste uitslag omdat er een racistische, veroordeelde, peroxide haarbal de grootste partij werd en dit dankzij een partij die vanwege “landsbelang” liever liegt dan beschermt; liever de deur voor de gifkikker openzet dan haar macht verliest. Na de tweede uitslag vermoeidheid omdat het nu een Robotesk figuur met zijn Fatsoenlijke knecht is die weer de partij van het “landsbelang” beloont. Verlakkerijpartij voor Verdeeldheid en Demonisering. Dieptreurig is de keuze om niet met de “linksradicalen” om tafel te gaan zitten. Toch zal er na 18 maart in Amsterdam wel met hen koffie worden gedronken. Amsterdams belang noemen we dat: waar we ondanks onze arrogante bek wel zeggen dat ook die andere grote bek erbij hoort.

Een politiek redacteur van de Volkskrant benoemde het zo: “Laat ze uit Den Haag eens bij een Amsterdamse raadsvergadering komen kijken en inzien wat hun baan nu daadwerkelijk behelst.” Over inhoud discussiëren in plaats van diarree op X spuien, luisteren naar elkaar in plaats van navenante op navenante leugens verspreiden en vooral eens eerlijk zijn in plaats van besteklades in elkaars rug te steken. Dat is nou landsbelang.

Leve de republiek Amsterdam.

“Ik begrijp de kleren”

Datum: 15 december 2025 / Editie: December 2025 / Auteur(s): Mara Beukenkamp

Kledingmakers in De Pijp

Een ronde door De Pijp langs zeven kledingmakers en Henny en Maria van Repair Café Amstelhuis. Wie zijn de kledingmakers in De Pijp en wat drijft ze? Een portret van ambachtslieden.

Alleen al in Amsterdam zitten meer dan onderd kledingmakers, in de rest van het land nog eens 1500. In De Pijp zijn elf kledingmakers en behalve voor particulieren, werken zij ook voor kledingzaken, stoffeerders en matrasverkopers. “Als kind in Turkije moest ik een ambacht leren en ik had volgens mijn ouders ‘gouden handen’’, zo vertelt Mustafa Uysal van De Zilveren Schaar. “In Nederland aangekomen kon ik kiezen tussen schoonmaken of de bouw, maar kleding is mijn vak en ik ben er goed in.” Eenzelfde soort achtergrond hebben meerdere kledingmakers en sommigen hebben in Turkije en Egypte vakopleidingen gevolgd. Voor Halil Bicer, die 25 jaar geleden Ferdinand Bol Fine Tailors begon, is zijn zaak een eerbetoon aan zijn vader. Dat kledingmakers zich in De Pijp vestigden, was een logische stap aangezien het een wijk vol met ambachten was.

Kleding van opa’s en oma’s
“Mensen komen binnen met kleding van hun opa’s of oma’s omdat zij iets van hen als herinnering willen hebben”, zo zegt Mehmet Erdem van kledingmaker Deugd Erdem aan de Ceintuurbaan. “Ook is de kwaliteit van kleding van vroeger veel beter dan die van nu.” Een artikel in de Volkskrant over vintagewinkels van 13 november jongstleden bevestigt wat verschillende kledingmakers vertellen, namelijk dat er nu meer plastic en elastiek in de stoffen wordt gebruikt. Vooral bij de naden, wat elke fietser zal herkennen, gaan broeken stuk. Het is makkelijk te repareren met het inleggen van een lap spijkerstof en zelfs met je neus erbovenop zie je de steken van de naaimachine niet.

Dat spijkerbroeken een vaker genoemd onderwerp van de kledingmakers zijn, is geen verrassing. In Nederland lopen mensen nou eenmaal veel in broek en trui. Zoals een klant van Mustafa Uysal zegt: “Er zit niets zo lekker als een goede, oude spijkerbroek. Zo vaak mogelijk laten repareren dus!” Mustafa Uysal: “Nederlanders zijn, behalve heel vriendelijk, van nature zuinig en zeker in De Pijp was het heel gewoon om spullen te laten maken. Overal was bedrijvigheid en met de komst van expats is dat karakter wel enigszins verdwenen.” De kleding van opa’s en oma’s is niet het enige nostalgische. Zo vertelt Dominic dat hij graag bij De Zilveren Schaar komt omdat hij altijd thee krijgt en er het gevoel van thuis heeft. “Hier is het nog Amsterdam zoals het was. De anonimiteit van nu, waar snel kleding kopen een onderdeel van is, zorgt ervoor dat het karakter uit De Pijp, en misschien wel uit de hele stad, wordt gezogen.”

Vakmanschap
Het mooiste van het werk is mensen blij maken, aldus alle kledingmakers. Al verwachten zij soms het onmogelijke, zoals een kledingstuk dat tien euro heeft gekost er weer uit laten zien als nieuw. Ook over de kosten kan soms gebakkeleid worden omdat men het te duur vindt. Er wordt vergeten dat er nog echt met handen wordt gewerkt. De huren gaan niet omlaag, de kosten van materiaal ook niet en de gemiddelde kledingmaker maakt een werkweek van zestig uur. Het kost ervaring en vakmanschap om naar de stof van een kledingstuk te kijken, het juiste garen te kiezen en dan moet het onderhoud van de machines ook nog worden betaald. De meeste kledingmakers geven aan rond te kunnen komen, al heeft Makram TeFiek van Hollywood Mode aan de Albert Cuypstraat het sinds zijn verhuizing wel lastiger. Je bent ondernemer en als je dan een tijdje uit de running bent dan gaan klanten ergens anders heen.

Een toffe ervaring deelt Halil Bicer waaruit het vakmanschap blijkt. Ook het besef dat niet alles zomaar met elke machine gemaakt kan worden. “Ik kocht vijf jaar geleden een kettingsteekmachine. Het apparaat trok mij aan, vanwege het specifiek ambachtelijke. Pas twee weken geleden kwam er een klant met een heel specifiek probleem en toen moest ik aan de machine denken en kon ik die voor het eerst gebruiken. Ik heb de klant kunnen helpen en dat is het mooie van mijn vak.”

Maria en Henny van Repair Café Amstelhuis
In het Repair Café in het Amstelhuis dat twee keer per maand op vrijdagmiddag bij elkaar komt, zijn ook twee kledingmakers: Maria en Henny. Beiden werken als vrijwilliger en maken en verstellen sinds hun tienertijd kleding. De Portugese Maria begon op haar veertiende en ontmoette in het atelier haar man. Henny kreeg vlak na de oorlog alleen maar ‘meuk van familieleden’ om te dragen en besloot dat zij dat mooiere kleding kon maken. Over de beweegredenen van de mensen die hun kleding laten maken, zegt Henny: “De portemonnee is belangrijker dan het milieu.” Zelf is zij wel al heel lang bezig met de ecologische voetafdruk van kleding en heeft met eigen ogen de ontbossing gezien waar er kledingfabrieken moesten komen. “Het slechtste wat milieuorganisaties kunnen doen is alleen de nadelen opnoemen en zeggen wat er niet kan. Zorg voor een boodschap met wat er wel kan, zoals dat mensen hun kleding laten maken, of nog leuker, zelf verstellen.”

De kledingmakers uit De Pijp begrijpen de kleding en verstaan hun vak. Er wordt naar de stoffen gekeken en besloten wat de beste aanpak is. Zij hebben de gouden handen die mensen gelukkig maken met een kledingstuk dat een herinnering aan een geliefde oproept, de best zittende spijkerbroek nog een paar jaar laat meegaan en ook, al is het voor het gros van de clientèle niet de belangrijkste reden, een positief effect heeft op mens en milieu.

Mustafa Uysal aan het werk in zijn atelier - Foto: Rob Godfried

Bewoners geven adviezen in het stadsdeelpanel Zuid

Datum: 17 oktober 2025 / Editie: Oktober 2025 / Auteur(s): Mara Beukenkamp

In een stadsdeelpanel vraagt een stadsdeelcommissie inwoners te praten over hun zorgen en ook om met adviezen over oplossingen te komen. Buurtbewoners weten wat er gebeurt in hun wijk en een veelgehoord probleem is nu juist dat de politiek (overdreven gezegd) dat niet weet.

In aanloop naar 9 november sprak De Pijp Krant met de drie stadsdeelcommissieleden (Sam Altena (GroenLinks), Eefje van Kessel (D66) en Jacques Bettelheim (PvdA)) die het initiatief voor het stadsdeelpanel Zuid hebben genomen. De projectleider, Tessa Marsman, die alle stadsdeelpanels van Amsterdam begeleidt en Niesco Dubbelboer van beweging ‘Meer Democratie’. Het is niet verplicht om een panel te organiseren maar de initiatiefnemers staan volledig achter meer democratisering. ‘‘Dat er andere manieren zijn, is een terecht geluid en daarom willen we nadrukkelijk benoemen dat dit panel naast andere initiatieven en inspraakmogelijkheden staat’’, aldus de commissieleden.

Door middel van een lotingsysteem zijn bewoners van onder andere De Pijp uitgenodigd voor het panel. Er staat een vergoeding tegenover zodat mensen geen eventuele inkomsten zullen mislopen.

Doel Het einddoel van de dag is dat er een lijst aan adviezen komt over De Pijp en de rest van het stadsdeel. Een ander bovenliggend idee is dat er ruimte wordt geboden aan mensen die normaliter ondervertegenwoordigd zijn bij inspraakinitiatieven. De commissie hoopt dat de Pijpbewoner die nu helaas door sluimerende armoede in de knel zit en die een brief heeft gekregen zich aanmeldt. Ook is men benieuwd naar expats en jongeren uit De Pijp en bewoners die last hebben van horeca. Zo kan er meer democratisering in besluitvorming komen.

Waar het vertrouwen in de politiek nog nooit zo laag is geweest is een ander doel dat buurtbewoners en politiek elkaar, door middel van gesprek, wél vinden. Luisteren naar elkaar en ruimte bieden aan andere meningen en opvattingen is een belangrijk onderdeel van onze democratie. Het wordt voor de grootste schreeuwer in het panelproces lastig om een eigen idee door te drukken omdat er verschillende stemrondes zijn. Het stemmen gebeurt een week na de panelbijeenkomst door de panelleden. “Het informeren, luisteren naar elkaar en tot concrete adviezen komen is van belang om De Pijp te verbeteren alsmede het behouden van wat goed gaat”, zeggen de initiatiefnemers. De verschillende achtergronden van de panelleden zijn een kracht om, ook buiten het panel, bijvoorbeeld de Albert Cuypmarkt geen monocultuur te laten zijn of om van het stigma van een criminele Diamantbuurt af te komen, door een zo divers mogelijk panel is de kans groter dat dit soort onderwerpen onder verschillende bevolkingsgroepen zal gaan leven en mensen zich hardmaken voor De Pijp.

Lering andere panels en De Pijp
Net als bij eerdere panels in de stad (West, Oost en Noord) is een onderdeel van de dag dat de panelleden geïnformeerd worden over hoe er wordt omgegaan met de adviezen en wat de gemeentelijke processen hierbij zijn. Zo kunnen de adviezen van het panel meteen gerelateerd worden aan wat haalbaar is. Dit onderdeel werd door voorgaande panels als zeer nuttig ervaren.

Ook de communicatie achteraf is een aandachtspunt vanwege kritiek dat leden vol enthousiasme meedoen en daarna nooit meer iets horen over wat er nu precies met hun adviezen is gebeurd. Zo krijgen de leden een bericht wanneer hun adviezen op de politieke agenda staan (waarschijnlijk in januari 2026) en wordt er een jaar na dato een terugkoppeling gegeven aan de panelleden over de staat van de adviezen. De initiatiefnemers hebben tijdens het interview voor dit artikel toegezegd na afloop de organisatie en de communicatie te evalueren. 

Vooraf is er met onder andere de gebiedsmakelaar en wijkvertegenwoordigers overlegd om te bepalen wie er nu ondervertegenwoordigd zijn bij inspraakmogelijkheden. Bij een overschot aan aanmeldingen wordt juist deze groep wel ingeloot.

Adviezen en vervolg
De stadsdeelcommissie, waar de adviezen in eerste instantie terecht komen, heeft vooral een adviserende functie en de uitkomsten van het panel zullen dan ook niet bindend zijn. Dat wil niet zeggen dat de adviezen van 250 inwoners zomaar genegeerd zullen worden. Daarnaast zal hoogstwaarschijnlijk een deel van de adviezen al op de bestaande, bestuurlijke agenda staan en zo relatief makkelijk kunnen worden overgenomen. Of het panel een vervolg krijgt of herhaald wordt is nu nog onbekend en hangt mede af van een volgende coalitie.

Waar geen toezeggingen over gedaan zijn, is de tijdspanne waarin de adviezen zullen worden uitgevoerd of worden afgewezen. Voor het vertrouwen in de politiek, en deze vorm van burgerparticipatie, zou het schadelijk zijn als de afhandeling niet naar behoren wordt gedaan.

Verrassingen in de dag denkt de commissie te vinden in het “onverwachtse en in bijzondere adviezen”. Tijdens het panel zullen bewoners dingen te horen krijgen van elkaar en van de gemeente waar ze niets vanaf wisten, onbekende kanten van een verhaal horen en mensen ontmoeten die zij anders nooit zouden spreken. Een mooi initiatief dat naar meer smaakt en waar duidelijk wordt wat er goed gaat in De Pijp als wat er beter kan.

De initiatiefnemers van een stadsdeelpanel. V.l.n.r.: Eefje, Jacques, Sam - Foto: Rob Godfried

De waarheid is als een geslepen diamant: ze heeft vele facetten

Datum: 1 september 2025 / Editie: Augustus 2025 / Auteur(s): Mara Beukenkamp

Na jaren van overlast in de jaren nul, koos de gemeente voor een harde aanpak. Wat voor effect had deze aanpak en doet het stempel, dat nog steeds op de buurt drukt, wel recht aan de huidige situatie?

Aanleiding Top600
In de Diamantbuurt was al jaren overlast: treiteren, vernielen en stelen. De bewoners konden met naam en toenaam aangeven wie er verantwoordelijk was. Ook bij de politie waren de profielen van de daders overbekend en al op jonge leeftijd hadden de veelplegers een strafblad. Er waren tientallen projecten, beleidsmaatregelen en de inzet van buurtvaders geweest en die leken niet te helpen: de maat was vol en het geduld was op.

Na de harde Van Wou-aanpak in 2009, startte de gemeente in 2012 met de aanpak van zeshonderd veelplegers in de stad: de Top600. Hierin stonden veelplegers die over een periode van vijf jaar werden aangehouden voor een highimpact delict. Jeugdige plegers onder de 21 jaar konden in de top komen als zij minstens drie keer veroordeeld waren voor een delict. De burgemeester, hoofdofficier en een hoofdcommissaris vonden dat deze veelplegers stevig moesten worden aangepakt.

Het doel van de Top600-aanpak was drieledig: 1) het verminderen van de recidive, 2) het verbeteren van het toekomstperspectief (huisvesting, inkomen) en 3) het voorkomen van de instroom van de broertjes en zusjes (en kinderen) van de Top600-personen. De aanpak richtte zich enerzijds op straffen en lik-op-stuk en anderzijds op het begeleiden en hulp bieden. Duidelijke doelstellingen om van de Diamantbuurt weer een leefbare en veilige wijk te maken.

Effecten beleid
De belangrijkste conclusie uit een WODConderzoek naar de effectiviteit van de Top600-aanpak is dat er geen aanwijzingen zijn dat er minder recidive is. Terwijl minder recidive wel het belangrijkste doel van de strenge aanpak was. Over of het toekomstperspectief (voor jongeren) is verbeterd, zijn geen evaluaties en onderzoeken te vinden. Het huidige beleid lijkt zich wel meer te focussen op deze doelstelling. Het derde punt, het voorkomen van instroom van broertjes en zusjes, is ook niet geëvalueerd en onderzocht. Hoe kan er zo’n rigide beleid zijn gevoerd en daarna nooit naar worden gekeken of dit wel werkt.

Een woordvoerder van stadsdeel Zuid reageerde op vragen van De Pijp Krant dat de situatie in de Diamantbuurt nu rustig lijkt te zijn. Of dit een direct effect is van de harde aanpak, blijft onbeantwoord. Bij navraag bij andere instanties kwam er geen reactie of er werd doorverwezen. Opmerkelijk, want criminelen in de Diamantbuurt leken de buurt te gijzelen en het perspectief van professionals is gewenst. Het roept vragen op in hoeverre er sprake is van een onderbouwde visie en aanpak.

De strenge aanpak zorgde ook voor het oppakken en stigmatiseren van onschuldigen, blijkt uit onderzoek door Correspondent Timo Peeters. Zo kwam Khalid als tiener onterecht in de Top600 terwijl hij nog nooit voor een misdrijf werd veroordeeld: dé voorwaarde om in de Top600 te komen.

Het huidige beleid
Voor een huidige stand van zaken kan alleen afgegaan worden op wat de woordvoerder van stadsdeel Zuid schrijft. “Het stadsdeel blijft inzetten op een preventieve aanpak, met ruimte voor maatwerk en structurele samenwerking. Onze doelstelling is dat jongeren in de Diamantbuurt gelijke kansen krijgen om zich positief te ontwikkelen, zonder criminele invloeden.”

“Er is geld en tijd gestoken in het beter maken van de kennis van professionals, in gesprekken met jongeren en in workshops voor ouders. Dit doen we samen met ervaringsdeskundigen. Ook hebben we samenwerkingsverbanden met straatcoaches, jongerenwerk, politie en handhaving. Daardoor wordt op tijd ingegrepen, om te voorkomen dat iemand slachtoffer of dader wordt. Ook bij ernstige incidenten werkt het stadsdeel intensief samen om jongeren helpen kiezen voor een leven zonder criminaliteit.” Dit klinkt positief en hoopvol, wel blijft de vraag waarop deze werkwijze is gebaseerd.

De toekomst
Hoewel echte conclusies over wat wel en niet werkt ten opzichte van de harde aanpak in de Diamantbuurt ontbreken, kan er gesteld worden dat het beleid veranderd is en dat er weer wordt ingezet op samenwerkingsverbanden. Maar wat behoedt de gemeente en betrokken organisaties om bij een eventueel soortgelijke situatie in de toekomst niet weer over te stappen op het lik-op-stukbeleid? Het gebrek aan evaluaties is een gemiste kans voor onderbouwd beleid. Hopelijk wordt die kans in de toekomst alsnog benut om jongeren en de Diamantbuurt verder vooruit te helpen. 

Zoals er vaak naar jongeren gekeken wordt, rondhangend, met een dikke bandenbike. Maar zien we ze echt - Foto: Rob Godfried