Straatarm: kijk om je heen en wees niet bang

Datum: 19 juni 2026 / Editie: Juni 2026 / Auteur(s): Mara Beukenkamp

“Een praatje maken betekent veel voor uitgewoonden en buitenslapers*. Geen grote opoffering voor jou maar wel een wereld van verschil voor hen”, aldus Felix Peuker, basisarts en vrijwilliger bij Vereniging De Straatarm.

Voor De Pijp Krant lopen we een ochtendronde mee met Felix in de Hemonybuurt. De Straatarm is een ANBI die zich op buurtniveau inzet voor de uitgewoonden en buitenslapers. Ruim een decennium geleden begon Aphra van Arondeyn in de Rivierenbuurt ’s ochtends rond te lopen en zag zij de buitenslapers. Drie jaar later werd het een vereniging, opgericht om meer impact te kunnen maken.

Sinds 2009 is het aantal uitgewoonden en buitenslapers in Nederland verdubbeld; in Amsterdam werd in 2025 het aantal rond de 11.065 geschat en bij De Straatarm spraken Aphra en Felix het afgelopen jaar rond de 700 buitenslapers in De Pijp. Aphra ziet het aantal steeds meer toenemen en de maatschappelijke omstandigheden problematischer worden: “Het moet maar even tegenzitten en je kiepert zó de afgrond in.”

Tas vol matjes
Felix raakte met Aphra in contact en sinds vier maanden gaat hij twee keer per week voor zijn werk met een tas vol matjes, slaapzakken, een tent en hulpadressen de straat op. Ook vraagt hij aan de postbodes of zij iemand hebben zien slapen.

“De eerste keer was het spannendst en het heftigste gebeurde ook meteen in die week. Er lag een vrouw op de Stadhouderskade, half in een portiek. Het was midden in de winter en zij had helemaal niets. Geen warme kleding, geen slaapzak of zelfs een stuk karton. Ik heb haar alles uit mijn tas gegeven; ook adressen waar zij heen kon. Gelukkig heb ik haar daarna nooit meer gezien.” Het is ook de enige keer dat hij een vrouw zag. De mannen die hij tegenkomt, zijn over het algemeen Oost-Europees en kwamen hier om te werken, raakten hun baan kwijt door bijvoorbeeld een bedrijfsongeval en werden op straat gezet. Het is een grote misvatting dat mensen dakloosheid aan zichzelf te wijten hebben. Felix: “Hoe wij als maatschappij en ook in De Pijp neerkijken op deze groep, raakt mensen. Het grootste gemis is letterlijk en figuurlijk warmte. Als je als stront wordt behandeld dan breek je af van binnen en blijft er van jou, als mens, niet veel meer over.”

Vooroordelen
Maar je kunt wel wat doen en Felix is heel concreet: “Kijk niet weg en vraag eens hoe iemand zijn dag was. Het is eigenlijk heel simpel. Wees niet bang: zij willen ook praten en gezien worden. Een onderdeel van de gemeenschap en de groep zijn, zoals elk mens dat wil.” Ook Aphra geeft aan er veel vooroordelen zijn. Mensen laten zich, bijvoorbeeld door Google, voorhouden dat er direct voor iedereen opvang en een oplossing is. Dat niemand dakloos hoeft te zijn. Dat we het prima hebben geregeld in Nederland.

Ironisch deze plek
Na ongeveer twintig minuten lopen tussen de Amsteldijk en de Van Woustraat hebben we nog niemand gezien maar onder de Nederlandse Bank slapen er wel altijd mensen. “Ironisch dat er op een plek waar zoveel geld is, mensen liggen te slapen. Het is hier schoon en enigszins beschut. Ik hoop dat de lente snel komt want dat maakt het net wat draaglijker. In de winter is het niet te doen en zie je ook de ergste kwalen van het buitenslapen: ontstoken handen en voeten door bevriezing.” Ook op deze vroege morgen in april is het koud en de vier mannen onder de Nederlandse Bank hebben hun gezichten verstopt in een slaapzak. “Het risico is dat als je een man wekt, die geen matje heeft, dat de anderen dan ook wakker worden en eigenlijk wil je dat niet. Hoe vind jij het om ’s ochtends wakker te worden gemaakt? Toch is het geen optie om anders helemaal geen hulp te bieden.” Felix loopt naar de mannen en met de meest menselijke manier mogelijk spreekt hij ze aan, hurkt om op ooghoogte te komen en vraagt hoe het met ze gaat en of hij ze ergens mee kan helpen. Een van hen geeft hij een matje. Ook verwijst hij naar organisaties zoals de Kruispost waar onverzekerden voor medische en psychosociale zorg terecht kunnen. “Ik hoop dat mensen na een tijdje mijn stem herkennen en weten dat ik geen kwaad in de zin heb. Dat er in ieder geval een moment is waar er niet letterlijk neer wordt gekeken en wel medemenselijkheid wordt ervaren.”

Aphra vindt het mooist aan Straatarm: “Je verplaatsen in de situatie van de ander en doen wat je kan om mensen redelijk de nacht door te helpen. Wanneer iemand succesvol is doorverwezen naar hulp is dat een opsteker en motiveert om ermee door te gaan. Ik hoop dat wij een bijdrage kunnen leveren aan het verlichten van ellende waarin mensen zich bevinden en dat wij genoeg steun krijgen vanuit de wijk om dit te blijven doen.”


* De Straatarm gebruikt de termen ‘uitgewoonden’ en ‘buitenslapers’ en dat is in de artikel aangehouden.

Felix voor De Nederlandse bank - Foto: Rob Godfried