“Ik begrijp de kleren”

Datum: 15 december 2025 / Editie: December 2025 / Auteur(s): Mara Beukenkamp

De verminking, uitbuiting en wanstaltige levensomstandigheden van mensen die in lage lonenlanden kleding maken is een reden om kleding zo vaak mogelijk te laten herstellen.

Kledingmakers in De Pijp

Een ronde door De Pijp langs zeven kledingmakers en Henny en Maria van Repair Café Amstelhuis. Wie zijn de kledingmakers in De Pijp en wat drijft ze? Een portret van ambachtslieden.

Alleen al in Amsterdam zitten meer dan onderd kledingmakers, in de rest van het land nog eens 1500. In De Pijp zijn elf kledingmakers en behalve voor particulieren, werken zij ook voor kledingzaken, stoffeerders en matrasverkopers. “Als kind in Turkije moest ik een ambacht leren en ik had volgens mijn ouders ‘gouden handen’’, zo vertelt Mustafa Uysal van De Zilveren Schaar. “In Nederland aangekomen kon ik kiezen tussen schoonmaken of de bouw, maar kleding is mijn vak en ik ben er goed in.” Eenzelfde soort achtergrond hebben meerdere kledingmakers en sommigen hebben in Turkije en Egypte vakopleidingen gevolgd. Voor Halil Bicer, die 25 jaar geleden Ferdinand Bol Fine Tailors begon, is zijn zaak een eerbetoon aan zijn vader. Dat kledingmakers zich in De Pijp vestigden, was een logische stap aangezien het een wijk vol met ambachten was.

Kleding van opa’s en oma’s
“Mensen komen binnen met kleding van hun opa’s of oma’s omdat zij iets van hen als herinnering willen hebben”, zo zegt Mehmet Erdem van kledingmaker Deugd Erdem aan de Ceintuurbaan. “Ook is de kwaliteit van kleding van vroeger veel beter dan die van nu.” Een artikel in de Volkskrant over vintagewinkels van 13 november jongstleden bevestigt wat verschillende kledingmakers vertellen, namelijk dat er nu meer plastic en elastiek in de stoffen wordt gebruikt. Vooral bij de naden, wat elke fietser zal herkennen, gaan broeken stuk. Het is makkelijk te repareren met het inleggen van een lap spijkerstof en zelfs met je neus erbovenop zie je de steken van de naaimachine niet.

Dat spijkerbroeken een vaker genoemd onderwerp van de kledingmakers zijn, is geen verrassing. In Nederland lopen mensen nou eenmaal veel in broek en trui. Zoals een klant van Mustafa Uysal zegt: “Er zit niets zo lekker als een goede, oude spijkerbroek. Zo vaak mogelijk laten repareren dus!” Mustafa Uysal: “Nederlanders zijn, behalve heel vriendelijk, van nature zuinig en zeker in De Pijp was het heel gewoon om spullen te laten maken. Overal was bedrijvigheid en met de komst van expats is dat karakter wel enigszins verdwenen.” De kleding van opa’s en oma’s is niet het enige nostalgische. Zo vertelt Dominic dat hij graag bij De Zilveren Schaar komt omdat hij altijd thee krijgt en er het gevoel van thuis heeft. “Hier is het nog Amsterdam zoals het was. De anonimiteit van nu, waar snel kleding kopen een onderdeel van is, zorgt ervoor dat het karakter uit De Pijp, en misschien wel uit de hele stad, wordt gezogen.”

Vakmanschap
Het mooiste van het werk is mensen blij maken, aldus alle kledingmakers. Al verwachten zij soms het onmogelijke, zoals een kledingstuk dat tien euro heeft gekost er weer uit laten zien als nieuw. Ook over de kosten kan soms gebakkeleid worden omdat men het te duur vindt. Er wordt vergeten dat er nog echt met handen wordt gewerkt. De huren gaan niet omlaag, de kosten van materiaal ook niet en de gemiddelde kledingmaker maakt een werkweek van zestig uur. Het kost ervaring en vakmanschap om naar de stof van een kledingstuk te kijken, het juiste garen te kiezen en dan moet het onderhoud van de machines ook nog worden betaald. De meeste kledingmakers geven aan rond te kunnen komen, al heeft Makram TeFiek van Hollywood Mode aan de Albert Cuypstraat het sinds zijn verhuizing wel lastiger. Je bent ondernemer en als je dan een tijdje uit de running bent dan gaan klanten ergens anders heen.

Een toffe ervaring deelt Halil Bicer waaruit het vakmanschap blijkt. Ook het besef dat niet alles zomaar met elke machine gemaakt kan worden. “Ik kocht vijf jaar geleden een kettingsteekmachine. Het apparaat trok mij aan, vanwege het specifiek ambachtelijke. Pas twee weken geleden kwam er een klant met een heel specifiek probleem en toen moest ik aan de machine denken en kon ik die voor het eerst gebruiken. Ik heb de klant kunnen helpen en dat is het mooie van mijn vak.”

Maria en Henny van Repair Café Amstelhuis
In het Repair Café in het Amstelhuis dat twee keer per maand op vrijdagmiddag bij elkaar komt, zijn ook twee kledingmakers: Maria en Henny. Beiden werken als vrijwilliger en maken en verstellen sinds hun tienertijd kleding. De Portugese Maria begon op haar veertiende en ontmoette in het atelier haar man. Henny kreeg vlak na de oorlog alleen maar ‘meuk van familieleden’ om te dragen en besloot dat zij dat mooiere kleding kon maken. Over de beweegredenen van de mensen die hun kleding laten maken, zegt Henny: “De portemonnee is belangrijker dan het milieu.” Zelf is zij wel al heel lang bezig met de ecologische voetafdruk van kleding en heeft met eigen ogen de ontbossing gezien waar er kledingfabrieken moesten komen. “Het slechtste wat milieuorganisaties kunnen doen is alleen de nadelen opnoemen en zeggen wat er niet kan. Zorg voor een boodschap met wat er wel kan, zoals dat mensen hun kleding laten maken, of nog leuker, zelf verstellen.”

De kledingmakers uit De Pijp begrijpen de kleding en verstaan hun vak. Er wordt naar de stoffen gekeken en besloten wat de beste aanpak is. Zij hebben de gouden handen die mensen gelukkig maken met een kledingstuk dat een herinnering aan een geliefde oproept, de best zittende spijkerbroek nog een paar jaar laat meegaan en ook, al is het voor het gros van de clientèle niet de belangrijkste reden, een positief effect heeft op mens en milieu.

Mustafa Uysal aan het werk in zijn atelier - Foto: Rob Godfried