De familie van Hilten

Datum: 1 juni 2022 / Editie: Juni 2022 / Auteur(s): Rineke van Daalen

Markten waar dan ook hebben iets romantisch. Ze horen bij een wereld die grotendeels is verdwenen, iets om nostalgisch van te worden. Veel markthandel wordt bedreven door families. Zo ook op de Albert Cuyp.

Maikel van Hilten verkoopt fruit en sapjes, op de hoek van de Ferdinand Bolstraat. Hij behoort tot een van de grote traditionele marktfamilies: de Van Hilten dynastie. Als kind hielp hij zijn ouders op de markt. Hij deed het niet voor zijn plezier, en had nooit kunnen bedenken dat zijn grootvader hem later tot de markt zou verleiden. Zijn ouders verkochten fruit, en een andere tak van de Van Hiltens staat iets verderop, ook met een grote stal met fruit. Zijn oom Paul had een groentestal. In de coronatijd was hij een van de weinigen die gewoon bleef komen. Hij wordt regelmatig geholpen door zijn zoon – die voor zichzelf overigens een andere toekomst ziet weggelegd. Maikel heeft plezier in zijn werk. “Als ik hier alleen ben en de stad ontwaakt. Dat vind ik echt een magisch gezicht. Dan maak ik mijn stal op, dat vind ik leuk, met kleurtjes allemaal. Echt leuk en dan is ‘t klaar en dan ga ik een kop koffie pakken. Heerlijk.” Hij geniet van zijn klantenkring, van wie een groot deel al vanaf dag één zijn stal bezoekt.

Hij is de sportman van de markt. Bovenop zijn lange werktijden traint hij zoveel hij kan. Hij heeft al een paar triatlons achter de rug, in binnen-en buitenland. Hij fietst, hij zwemt, hij rent. In augustus wil hij de triatlon in Ierland gaan doen, in Cork.

Maikel van Hilten in zijn fruitstal

De familie Tol

Datum: 1 april 2022 / Editie: April 2022 / Auteur(s): Rineke van Daalen

Markten waar dan ook hebben iets romantisch. Ze horen bij een wereld die grotendeels is verdwenen, iets om nostalgisch van te worden. Veel markthandel wordt bedreven door families. Zo ook op de Albert Cuyp.

Kees en Paul Tol, vader en zoon, zijn de vierde generatie die op de hoek van de Eerste van der Helst straat vis verkopen. Ze dragen geen Volendams visserskostuum meer, maar ze wonen nog steeds in Volendam, en de plaats van hun stal is niet veranderd. Ze maken lange dagen van dertien, veertien uur. Vroeg naar de visafslag en de Albert Cuyp en ‘s avonds weer in de file terug. Kees staat al 56 jaar op de markt, vanaf zijn veertiende jaar. Paul gaat naar de afslag in IJmuiden, koopt de vis in en brengt die naar de markt. Kees gaat naar de Albert Cuyp en maakt de kraam klaar voor de handel, waar ze de rest van de dag samen vis verkopen.

Bij de familie Tol kan je altijd terecht voor een praatje. Over de aanschaf van kaplaarzen, of over de drijfnatte weilanden van Waterland en zo’n gesprek gaat moeiteloos over in een beschouwing over de wereldproblematiek. ‘Nog even en we hebben de aarde naar de verdommenis geholpen’, zegt Kees. ‘En we doen er niets aan’. ‘Wel iets’, zeg ik aarzelend. ‘Ach,’ zegt Kees, ‘praten dat kunnen ze wel’. En praten dat kan Kees ook, net als zijn zoon Paul.

Vader en zoon Tol

Koningin Beatrix kwam bij Puk een haring eten

Datum: 1 februari 2022 / Editie: Februari 2022 / Auteur(s): Rineke van Daalen

Markten waar dan ook hebben iets romantisch. Ze horen bij een wereld die grotendeels is verdwenen, iets om nostalgisch van te worden. Veel markthandel wordt bedreven door families. Zo ook op de Albert Cuyp.

Puk staat zes dagen per week op de markt. Hij verkoopt haring en zuur, bij tij en bij ontij. Hij is geboren in De Pijp, in een groot katholiek gezin. Vanaf zijn twaalfde werkt hij op de Albert Cuyp.

Veel van zijn familieleden zijn ook op de markt te vinden, in verschillende koffiehuizen en bij een van de bloemenstallen.

Bij Puk staat altijd Radio 10 aan, en een enkele keer zingt hij mee. Sitting on the dock of a bay, liedjes uit de jaren zestig. Maar op dit moment, middenin de zoveelste lockdown, valt er weinig te zingen. Op de stal staat een foto van koningin Beatrix die jaren geleden een haring bij Puk kwam eten. Dat waren nog eens tijden. Toen stonden ze op drukke dagen met zijn zessen achter de stal, maar tegenwoordig kan hij het gemakkelijk alleen af. Eigenlijk wat al te gemakkelijk. Vaak vraagt hij zich af: is het ‘einde verhaal’ voor de markt? ”We zien het wel’“, zegt Puk. Hij blijft op zijn post. Ga eens bij hem langs, en koop een haring. ‘Verantwoord lekker’, zoals de reclameleus het zegt.

Puk in zijn stal

De Pietersma’s verkopen al sinds 1959 patat

Datum: 1 december 2021 / Editie: December 2021 / Auteur(s): Rineke van Daalen

Markten waar dan ook hebben iets romantisch. Ze horen bij een wereld die grotendeels is verdwenen, iets om nostalgisch van te worden. Veel markthandel wordt bedreven door families. Zo ook op de Albert Cuyp.

Neem de fritestent van de Pietersma’s. Co Pietersma’s vader stond al met haring op de Dappermarkt, net als zijn oma en tante. Toen zijn vader op Koninginnedag merkte dat patat wel leuke handel was, zei hij: “Ik kap met die haring, ik ga in de patat.” Hij had genoeg van het gedoe met de haringen die thuis in twee badkuipen moesten worden schoongemaakt. En zo verkoopt de familie sinds 1959 patat, op de hoek van de Van Woustraat. Inmiddels staat de volgende generatie samen met Jeroen in de stal.

Frites is hun hoofdartikel, broodje kroket of frikandel doen ze erbij. “Wij maken ons leven lang al patates frites van verse aardappels”, zegt Co. “Veel lekkerder dan fabriekspatates, met echte mayonaise en piccalilly”. Ze hebben een prima standplaats. Mensen die in de buurt werken zijn vaste klanten, automobilisten springen even uit hun auto om frites te halen, toeristen genieten van hun terrasje.

Jeroen aan het werk in de Pietersmakraam

Een korte vooruitblik: Portret van de Albert Cuyp

Datum: 16 februari 2021 / Editie: Februari 2021 / Auteur(s): Rineke van Daalen

De Pijp dooft nooit, zo staat te lezen op de affiches van de ondernemersvereniging en het stadsdeelbestuur. Het is een campagne om Amsterdammers te stimuleren om lokaal te winkelen.

Het is waar, De Pijp dooft nooit, maar De Pijp is wel erg veranderd. Dat zag je op de Albert Cuyp, voordat de coronacrisis begon en tijdens de crisis komen die veranderingen nog scherper in beeld. Als ik daar na de eerste coronalockdown weer boodschappen ga doen, hoor ik van marktkooplieden dat een aantal van hun collega’s gaat stoppen. Oudgedienden die al plannen hadden om op te houden, maar die door corona nog een extra zetje hebben gekregen. Veel van deze mensen ken ik al een kleine veertig jaar. Dit gesprek was voor mij het begin van een plan om een historisch portret van de markt te maken, gebaseerd op een reeks meer of minder formele gesprekken met kooplieden en op mijn eigen ervaringen als klant. Ik heb vooral gesproken met handelaars in traditionele artikelen zoals groenten, fruit, kaas en vis; maar ook met anderen zonder wie de markt de markt niet zou zijn: de mensen van de koffiehuizen en de karrenbazen.

Halve eeuw op de markt
Het boek wordt een momentopname van 2020, met als centrale figuren de kooplieden die twintigers waren in de jaren 1960 en 1970. Die generatie staat inmiddels ongeveer een halve eeuw op de markt. Ze zijn in een periode begonnen waarin het steeds beter ging, de naoorlogse tijd van de wederopbouw, de opkomst van de verzorgingsstaat, de toegenomen welvaart. In hun verhalen blikken ze terug op hun familiegeschiedenis en ze filosoferen over de toekomst van de markt. Corona heeft zeker invloed op hoe het er nu voor staat, maar de veranderingen waarover zij vertellen bestrijken een veel langere periode.

Ze vertellen over hun jeugd en en passant geven ze een beschrijving van de levens van hun ouders en grootouders. Hun familie heeft hun loopbaan sterk beïnvloed. Een vader werd ziek, en het was vanzelfsprekend dat de oudste zoon zou inspringen. ‘Dus uiteindelijk ben ik ook op de markt terecht gekomen. Het was niet mijn voorkeur, nee.’ Maar hoe ze ook begonnen zijn, ieder van hen is aan de markt verknocht. De markt is voor hen hun leven en ‘alles voor de markt’ is het motto dat daarbij hoort.

Ze maken zich zorgen over de Albert Cuyp en denken er hardop over na wat er allemaal is veranderd. ‘Heeft de markt nog wel bestaansrecht?’, zo vragen zij zich af. Een van hen zegt: ‘Als ik eerlijk ben, heb ik geen idee wat er met de markt moet gebeuren.’

Dodelijke concurrentie
In De Pijp komen verleden en toekomst samen. In de gebouwen en in het stratenplan is nog steeds de negentiende eeuw herkenbaar. Toen werden de eerste huizen gebouwd. Het waren goedkoop gebouwde woningen, kleine huizen, die vaak ruggelings tegen elkaar stonden en waar families opeengepakt bij elkaar woonden. De eerste bewoners behoorden tot de lagere middenklasse en konden de huren alleen betalen als ze huurders en kostgangers in huis namen.

Maar de negentiende eeuw is inmiddels ver te zoeken in de buurt zoals die nu is. De huizen zijn zelfs voor Amsterdamse begrippen duur geworden. De Pijp is een gewilde plek om te wonen, te winkelen, cafés te bezoeken of uit eten te gaan. Er zijn talloze restaurants en koffiegelegenheden, er is een levendig winkelbestand, een gevarieerd aanbod van zaken waar je modieuze kleding en schoenen kunt kopen, hebbedingetjes, feestartikelen en spullen voor verjaarspartijtjes. En niet te vergeten: bijna op iedere straathoek is een supermarkt te vinden. Voor de Albert Cuyp is die concurrentie dodelijk, terwijl ook het internet veel handel heeft weggenomen. IJzerhandel De Haan uit de Gerard Doustraat, bijna negentig jaar een instituut, heeft bijvoorbeeld zijn deuren moeten sluiten. Andere oude firma’s zijn al eerder weggetrokken, zoals Rembrandt Glas uit de Jacob van Campenstraat, die in 1948 is opgericht.

Geboren en getogen
De kooplieden die ik heb gesproken zijn bijna allemaal in De Pijp geboren en getogen. Ze houden van hun buurt en kunnen er nostalgisch over vertellen. Een enkeling woont er nog steeds, maar de meesten zijn de stad uitgetrokken naar Diemen, Amstelveen of Purmerend.

De huidige bewoners van De Pijp vormen een veel gevarieerder gezelschap dan toen zij er woonden. Veel mensen komen uit andere landen: expats en immigranten.

Eerbetoon
Het boekje, dat in het voorjaar zal verschijnen is een eerbetoon aan de markt zoals die was. Het is ook een poging om verandering te begrijpen, om de levens en ervaringen van de kooplieden te verbinden met de ontwikkelingen op de markt. En vanaf dat punt uit te zoomen, naar De Pijp, naar Amsterdam, naar Nederland en de wereld.


Het boek zal te koop zijn via bol.com.
rineke@rinekevandaalen.nl
www.rinekevandaalen.nl