De toekomst van ‘kleine’ bedrijvigheid

Datum: 1 september 2025 / Editie: Augustus 2025 / Auteur(s): Rineke van Daalen

Kleine bedrijven maken een buurt levendig. De Pijp is daarvan een illustratie.

Vanaf het begin tot op de dag van vandaag. Werkplaatsen, ambachten, winkels – iedereen wil kleine bedrijven graag behouden. Zie Simon Bunts film De Pijp uit (2024), over winkels ‘waar je iets aan hebt’, zoals de bakker en de slager. Of zie de belangenvereniging MADE IN DE PIJP die ambachtelijke ondernemers in 2006 hebben opgezet. Ook politici en beleidsmakers zien de waarde van ambachtelijke bedrijvigheid in Stadsdeel Zuid. Zo is in Bestemmingsplan De Pijp 2018 vastgelegd dat op locaties waar al ambachtelijke bedrijven zijn gevestigd voortaan alleen ambachtelijke bedrijven zijn toegestaan.

Toch heeft deze bepaling niet kunnen voorkomen dat het aantal bedrijfsvestigingen is afgenomen. Martin Isken is niet de enige die zijn werkplaats moest ontruimen. Wat gaat er mis?, vroeg ik me af in De Pijp Krant van juni 2025. Op zoek naar een antwoord zoem ik in op de Diamantbuurt en de Tellegenbuurt. In dit speciale nummer valt veel te lezen over het specifieke karakter daarvan, maar voor de beantwoording van mijn vraag is vooral relevant wat de twee buurten met de rest van De Pijp gemeen hebben. De fysieke omgeving in deze buurten is qua uiterlijk min of meer hetzelfde gebleven, met smalle straten en kleine huizen, maar de bevolkingssamenstelling is de afgelopen decennia sterk veranderd. De buurten kregen daardoor een ander karakter, met gemeenschappelijke problemen. De nieuwe bewoners hebben de buurten van verval gered, ze maakten er culturele hotspots van, maar de hoge huizenprijzen maakten dat koopkrachtige bewoners en investeerders geïnteresseerd raakten.

Ambachten met andere activiteit combineren
Martin Isken sloot zijn werkplaats omdat hij de huurverhoging niet kon betalen, Andere ondernemers lossen dat probleem op door wonen en werken te combineren. Maar er zijn ook andere redenen om er mee op te houden of te gaan verhuizen. Zo gebruikt een installateur zijn bedrijfsruimte tegenwoordig als opslag. Zijn werkruimte heeft hij verplaatst naar Oostzaan. De parkeerkosten, de vele boetes en de eis elektrisch te moeten gaan rijden waren argumenten om de stad te verlaten. Een beeldhouwer, die ook tekent en kasten en lampen maakt, beschrijft hoe ze jaren geleden een pand heeft gekocht om er kunstenaars in te huisvesten. Ze spreekt van “een academie in het klein.” Maar een deel van de ruimten wordt nu verhuurd aan commerciële bewegingsstudio’s voor onder andere yoga. Ze vindt het jammer dat het oorspronkelijke kunstenaarskarakter daardoor is aangetast. Andere ondernemers combineren de arbeidsintensieve ambachtelijkheid van het zelf maken van bijvoorbeeld lampenkappen met de verkoop van niet door hen geproduceerde interieurartikelen.

Stad in de uitverkoop
Wat nodig is, is een realistisch plan voor toekomstbestendige bedrijvigheid in De Pijp en omstreken. “De stad is in de uitverkoop gedaan,” zegt een van mijn gesprekspartners. In Amsterdam zijn de prijzen voor woningen exponentieel gestegen. Bedrijfsruimten zijn wel iets goedkoper gebleven, maar veel ambachtslieden hebben door hun arbeidsintensieve werk een te kleine winstmarge om op een internationale kapitalistische markt mee te kunnen doen. Ambachtelijke bedrijven kunnen daarom alleen blijven bestaan als ze beschermd worden en dat is wel wat het stadsdeel probeert.

Waarom lukt dat dan niet goed? Komt de handhaving van deze bepaling te traag op gang, zoals een van de bestuursleden van MADE IN DE PIJP veronderstelt? Is het omdat veel panden aan renovatie toe zijn, waardoor huurverhoging onvermijdelijk is? Of kan de overheid niet verhinderen dat handige ondernemers liever de lucratieve woningen verhuren dan bedrijfsruimten?

Het voortbestaan van ‘kleine’ bedrijvigheid
Een van mijn gespreksgenoten denkt dat bedrijvigheid in De Pijp op een wat langere termijn – denk aan tien of vijftien jaar – niet kan blijven bestaan. Volgens haar kunnen veel bedrijven net hun hoofd boven water houden. Er zijn er maar weinig die een spaarpotje kunnen opbouwen voor bijscholing, eigen investeringen en het opleiden van volgende generaties. De romantiek van oude ambachten is niet voldoende om deze bedrijven te redden. Daarvoor is een bredere, langetermijnvisie nodig, die op korte termijn moet worden uitgevoerd. Om ondernemers beter te kunnen steunen is meer samenwerking tussen stadsdeel en ondernemers noodzakelijk. Sommig werk geeft geluidsoverlast en de gemeente zou kunnen helpen met isolatie. Sommige bedrijven passen met hun reparatiewerk in het duurzaamheidsbeleid van de overheid. Om dat te stimuleren kan de overheid Amsterdammers bonnen geven om meubels te laten herstellen in plaats van ze weg te gooien. Ook zou de overheid lege panden kunnen opkopen en er bedrijven in huisvesten. Het zijn maar een paar voorbeelden. Meer rekening houden met de zorgen van ondernemers, hen beter faciliteren – het zou de ‘ouderwetse’ levendigheid kunnen vasthouden en versterken.

Atelier Kap & Co. - Foto's: Rob Godfried