Van heinde en verre op de Cuyp

Datum: 17 oktober 2025 / Editie: Oktober 2025 / Auteur(s): Rineke van Daalen

Lisa Sulistiawati heeft een eigen bedrijf. Ze verkoopt sjaals, dekens, poncho’s en kimono’s, van de allerbeste kwaliteit. Haar spullen zijn van natuurlijk materiaal: kasjmir, zijde, alpaca, wol, katoen en pashmina. Ze zet de traditie van haar ouders voort. Die stonden in Indonesië met groente en fruit op de markt. Vaak werkt Lisa alleen, soms wordt ze geholpen door haar vriend. Ze koopt haar spullen buiten Europa in en verkoopt ze binnen Europa, bijvoorbeeld op Ibiza.

Een artikel komt niet zomaar in haar stal. Ze koopt alleen bij kleine familiebedrijven. Eerst legt ze een vertrouwensband met de verkopers, dan neemt ze één exemplaar mee naar huis om te keuren en te testen. Ze wil zeker weten dat ze goede kwaliteit verkoopt, want ze rekent hoge prijzen. In het begin heeft ze veel fouten gemaakt. Het materiaal of de kleur waren niet goed genoeg, of de maat was voor Nederlanders te klein.

In 1985 kwam ze voor de bruiloft van een vriendin op een toeristenvisum naar Nederland, onderweg naar Toronto. Maar ze voelde zich zo thuis in Amsterdam, dat ze hier is gebleven. Ze is goede vrienden met collega-marktlieden. Ze ziet ze als familie. Over de zaken is ze niet positief. Mensen willen geen geld uitgeven en ze ziet minder toeristen. Hoe dat komt? Ze vraagt het zich af: zijn mensen voorzichtiger geworden, misschien door corona of door de oorlog in Oekraïne?

Lisa in haar stal - Foto Rob Godfried

De toekomst van ‘kleine’ bedrijvigheid

Datum: 1 september 2025 / Editie: Augustus 2025 / Auteur(s): Rineke van Daalen

Vanaf het begin tot op de dag van vandaag. Werkplaatsen, ambachten, winkels – iedereen wil kleine bedrijven graag behouden. Zie Simon Bunts film De Pijp uit (2024), over winkels ‘waar je iets aan hebt’, zoals de bakker en de slager. Of zie de belangenvereniging MADE IN DE PIJP die ambachtelijke ondernemers in 2006 hebben opgezet. Ook politici en beleidsmakers zien de waarde van ambachtelijke bedrijvigheid in Stadsdeel Zuid. Zo is in Bestemmingsplan De Pijp 2018 vastgelegd dat op locaties waar al ambachtelijke bedrijven zijn gevestigd voortaan alleen ambachtelijke bedrijven zijn toegestaan.

Toch heeft deze bepaling niet kunnen voorkomen dat het aantal bedrijfsvestigingen is afgenomen. Martin Isken is niet de enige die zijn werkplaats moest ontruimen. Wat gaat er mis?, vroeg ik me af in De Pijp Krant van juni 2025. Op zoek naar een antwoord zoem ik in op de Diamantbuurt en de Tellegenbuurt. In dit speciale nummer valt veel te lezen over het specifieke karakter daarvan, maar voor de beantwoording van mijn vraag is vooral relevant wat de twee buurten met de rest van De Pijp gemeen hebben. De fysieke omgeving in deze buurten is qua uiterlijk min of meer hetzelfde gebleven, met smalle straten en kleine huizen, maar de bevolkingssamenstelling is de afgelopen decennia sterk veranderd. De buurten kregen daardoor een ander karakter, met gemeenschappelijke problemen. De nieuwe bewoners hebben de buurten van verval gered, ze maakten er culturele hotspots van, maar de hoge huizenprijzen maakten dat koopkrachtige bewoners en investeerders geïnteresseerd raakten.

Ambachten met andere activiteit combineren
Martin Isken sloot zijn werkplaats omdat hij de huurverhoging niet kon betalen, Andere ondernemers lossen dat probleem op door wonen en werken te combineren. Maar er zijn ook andere redenen om er mee op te houden of te gaan verhuizen. Zo gebruikt een installateur zijn bedrijfsruimte tegenwoordig als opslag. Zijn werkruimte heeft hij verplaatst naar Oostzaan. De parkeerkosten, de vele boetes en de eis elektrisch te moeten gaan rijden waren argumenten om de stad te verlaten. Een beeldhouwer, die ook tekent en kasten en lampen maakt, beschrijft hoe ze jaren geleden een pand heeft gekocht om er kunstenaars in te huisvesten. Ze spreekt van “een academie in het klein.” Maar een deel van de ruimten wordt nu verhuurd aan commerciële bewegingsstudio’s voor onder andere yoga. Ze vindt het jammer dat het oorspronkelijke kunstenaarskarakter daardoor is aangetast. Andere ondernemers combineren de arbeidsintensieve ambachtelijkheid van het zelf maken van bijvoorbeeld lampenkappen met de verkoop van niet door hen geproduceerde interieurartikelen.

Stad in de uitverkoop
Wat nodig is, is een realistisch plan voor toekomstbestendige bedrijvigheid in De Pijp en omstreken. “De stad is in de uitverkoop gedaan,” zegt een van mijn gesprekspartners. In Amsterdam zijn de prijzen voor woningen exponentieel gestegen. Bedrijfsruimten zijn wel iets goedkoper gebleven, maar veel ambachtslieden hebben door hun arbeidsintensieve werk een te kleine winstmarge om op een internationale kapitalistische markt mee te kunnen doen. Ambachtelijke bedrijven kunnen daarom alleen blijven bestaan als ze beschermd worden en dat is wel wat het stadsdeel probeert.

Waarom lukt dat dan niet goed? Komt de handhaving van deze bepaling te traag op gang, zoals een van de bestuursleden van MADE IN DE PIJP veronderstelt? Is het omdat veel panden aan renovatie toe zijn, waardoor huurverhoging onvermijdelijk is? Of kan de overheid niet verhinderen dat handige ondernemers liever de lucratieve woningen verhuren dan bedrijfsruimten?

Het voortbestaan van ‘kleine’ bedrijvigheid
Een van mijn gespreksgenoten denkt dat bedrijvigheid in De Pijp op een wat langere termijn – denk aan tien of vijftien jaar – niet kan blijven bestaan. Volgens haar kunnen veel bedrijven net hun hoofd boven water houden. Er zijn er maar weinig die een spaarpotje kunnen opbouwen voor bijscholing, eigen investeringen en het opleiden van volgende generaties. De romantiek van oude ambachten is niet voldoende om deze bedrijven te redden. Daarvoor is een bredere, langetermijnvisie nodig, die op korte termijn moet worden uitgevoerd. Om ondernemers beter te kunnen steunen is meer samenwerking tussen stadsdeel en ondernemers noodzakelijk. Sommig werk geeft geluidsoverlast en de gemeente zou kunnen helpen met isolatie. Sommige bedrijven passen met hun reparatiewerk in het duurzaamheidsbeleid van de overheid. Om dat te stimuleren kan de overheid Amsterdammers bonnen geven om meubels te laten herstellen in plaats van ze weg te gooien. Ook zou de overheid lege panden kunnen opkopen en er bedrijven in huisvesten. Het zijn maar een paar voorbeelden. Meer rekening houden met de zorgen van ondernemers, hen beter faciliteren – het zou de ‘ouderwetse’ levendigheid kunnen vasthouden en versterken.

Atelier Kap & Co. - Foto's: Rob Godfried

De familie Bades: Vele generaties slager

Datum: 1 juni 2023 / Editie: Juni 2023 / Auteur(s): Rineke van Daalen

Markten waar dan ook hebben iets romantisch. Ze horen bij een wereld die grotendeels is verdwenen, iets om nostalgisch van te worden. Veel markthandel wordt bedreven door families. Zo ook op de Albert Cuyp.

De familie Bades begon met een slagerij op de eerste markt, met als extraatje groenten, olijven, dadels, noten, en een groot assortiment aan bonen en graanproducten. Tijdens corona hebben ze hun winkel met een groente- en fruitkraam kunnen uitbreiden. Ze zien het als een geluk bij een ongeluk. De twee generaties die nu in de winkel staan zijn afstammelingen van een slagersfamilie in Al Hoceima die het vak van vader op zoon heeft doorgegeven.

In 1964 maakte Mohamed Bades de overstap van Al Hoceima naar Amsterdam, als een van de eerste Marokkaanse gastarbeiders. Het wervingsakkoord tussen Marokko en Nederland was nog niet eens gesloten (1969). Gezinshereniging werd pas later mogelijk: begin jaren 1980 komt de familie van Mohamed uit Marokko over, en wat later beginnen ze ook in Amsterdam een slagerij. Mohamed junior die nu de baas is, is de man met slagersexpertise en de diploma’s op dat gebied. De jongere generatie – Nassiri en de jongste Mohamed – staan ook in de winkel en in de kraam. Nassiri heeft opleidingen op het gebied van handel gevolgd, en heeft slagerservaring in de winkel opgedaan. Zijn jongere broer heeft een technische achtergrond. De familie Bades past prima in het rijtje van collega-kooplieden die het marktvak van generatie op generatie hebben doorgeven. In hun geval is die overerving zelfs over de continenten voortgezet.

Rudi’s Stroopwafels

Datum: 1 april 2023 / Editie: April 2023 / Auteur(s): Rineke van Daalen

Markten waar dan ook hebben iets romantisch. Ze horen bij een wereld die grotendeels is verdwenen, iets om nostalgisch van te worden. Veel markthandel wordt bedreven door families. Zo ook op de Albert Cuyp.

Vóór corona hadden Rudi en zijn familie het zo druk, dat ze de stilstand wel even “lekker rustig” vonden. Maar dat is nu voorbij. Als ik op een zaterdag langs kom, gaan de stroopwafels onafgebroken over de toonbank, in het Nederlands en het Engels. Klanten weten de oudste stroopwafelstal van over de hele wereld te vinden, en sites zoals tripadvisor helpen een handje. Zelfs op een natte winterdag staat er een rij toeristen voor de kraam, wachtend tot ze aan de beurt zijn, schuilend onder hun paraplu’s.

De stroopwafelbakkers hebben een zogenaamde ‘Efteling-opstelling’ gemaakt, hun klanten wachten in een slinger. “Misschien kennen ze ons in het buitenland nog wel beter dan hier”, zegt vader Rudi. Hij is er meestal alleen nog op vrijdag of zaterdag. “Vlak voor hun terugreis kopen ze nog wat stroopwafels of een stroopwafelblik en ze zijn blij verheugd als dat blik nog gevuld wordt met een pak stroopwafels.”

Gelukkig heeft Rudi ook nog zijn vaste klanten uit Amsterdam. Als die geen zin hebben om zich in de rij wachtenden te voegen, helpt Rudi ze aan de achterdeur. Het zijn tevreden klanten, van wie sommigen al sinds hun kindertijd stroopwafels komen eten. “De markt is er alleen maar beter op geworden”, zegt een klant. “Lekker multi-culti, altijd gezellig en veel nieuwe stallen.”

Dennis van Mourik

Datum: 1 februari 2023 / Editie: Februari 2023 / Auteur(s): Rineke van Daalen

Dennis van Mourik

Vierde generatie op de markt

Markten waar dan ook hebben iets romantisch. Ze horen bij een wereld die grotendeels is verdwenen, iets om nostalgisch van te worden. Veel markthandel wordt bedreven door families. Zo ook op de Albert Cuyp.

‘Ze kunnen lullen wat ze willen, maar het leeft wel’. Dat zegt Dennis van Mourik over de markt. Vanaf zijn twaalfde jaar heeft hij in de groentestal van zijn vader geholpen, na school en in de weekends.

Zijn vader is in 2022 overleden en hij staat er nu alleen voor. De familie Van Mourik vormt een van de grote markt-dynastieën. Dennis is inmiddels de vierde generatie. Zijn grootvader van vaderskant verkocht aardappelen, diens moeder had een groentewinkel in de Quellijnstraat en kwam op zaterdag op de markt ‘los maken’. De moeder van Dennis komt uit de familie Lovers van de rondvaartboten. Dennis heeft vaak meegevaren en herinnert zich nog het spuien bij de sluis in de Brouwersgracht. Je wist nooit zeker of je er wel door kon varen. Als jongen heeft hij op het internaat van de Zeevaartschool gezeten en daar zijn vaardiploma’s gehaald. Toen hij begin twintig was voer hij een poosje op de Rijn en daarna viste hij garnalen. Heel zwaar werk, met onderbroken nachten. Na de hartaanval van zijn vader hield hij op met varen en kwam weer op de markt terecht. Een vertrouwde plek waar hij woont en werkt.

Cindy Sijmons

Datum: 1 december 2022 / Editie: December 2022 / Auteur(s): Rineke van Daalen

Acteren op de markt

Markten waar dan ook hebben iets romantisch. Ze horen bij een wereld die grotendeels is verdwenen, iets om nostalgisch van te worden. Veel markthandel wordt bedreven door families. Zo ook op de Albert Cuyp.

Bloemen fleuren de markt op, zeker met een vrolijke koopvrouw als Cindy in de kraam. Cindy is een bekende verschijning, met haar rescue-hond uit Portugal. Werken op de markt is zwaar en niet veel vrouwen zijn daar tegen bestand. Maar Cindy staat er al dertig jaar en heeft voor 70% een vaste klantenkring.

Als kind hielp ze haar vader in de beddenwinkel, maar haar ooms bloemenstal vond ze aantrekkelijker. In de jaren 1980 verkocht haar vader de winkel en ging verder met zijn zwager. Cindy kwam daar op zaterdagen helpen. Ze zat nog op de Ivko-school, ‘een Montessori kunstvakschool’, waar ook toneel op het programma stond. Het is niet direct de opleiding waar je bij een bloemenvrouw aan denkt, maar Cindy vindt dat ze op de markt een beetje drama wel kan gebruiken. Om bloemen te verkopen en lief en leed van haar klanten aan te horen. Ze praat graag en gemakkelijk en heeft naar eigen zeggen de gave om te luisteren. Ze is verbaasd over wat mensen haar allemaal vertellen; meer dan zij zelf aan het meisje van de bakker zou toevertrouwen.

Ze kan met iedereen op de markt overweg en ze probeert haar eigen klandizie zo goed mogelijk te verdelen. Gerookte makreel vindt ze het lekkerste bij de ene stal, zalm bij de andere. Ze vindt het jammer dat de markt een etensmarkt is geworden, een toeristenmarkt. Vroeger was er meer variatie.

Wim Hoekstra

Datum: 1 oktober 2022 / Editie: Oktober 2022 / Auteur(s): Rineke van Daalen

Eén generatie op de markt

Markten waar dan ook hebben iets romantisch. Ze horen bij een wereld die grotendeels is verdwenen, iets om nostalgisch van te worden. Veel markthandel wordt bedreven door families. Zo ook op de Albert Cuyp.

Niet alleen bloemen, groenten, fruit en haring hebben een verhaal over de markt. Ook stoffen kunnen iets vertellen. Zoals de stoffenstal van Wim Hoekstra, die al vijftig jaar lang op de markt staat.

Wim begon in de textiel bij grote textielbedrijven. Hij nam daar onder andere orders op en kwam in contact met marktkooplieden. De markt trok hem aan om de vrijheid en de zelfstandigheid, je kon er zonder grote investeringen voor jezelf beginnen.

De zaken gingen redelijk, maar de handel werd minder toen vrouwen hun kleren, gordijnen en spreien minder vaak zelf gingen maken. Hoekstra zocht nieuwe klanten en hij ontdekte dat halve meters verwerkt konden worden in quilt & patchwork. Mooi uitgestald in folie bleken ze goed te verkopen. Ook vond hij een nieuwe klantenkring in Surinamers. Zij waren vooral geïnteresseerd in Afrikaanse en Indonesische stoffen. Een tijdlang deed hij goede zaken, maar tegenwoordig heeft hij concurrentie van een jongen in de Bijlmer. Nu zoekt hij zijn klanten onder toeristen.

Inmiddels is Wim tachtig jaar. Zijn werk op de markt is een aanvulling op zijn AOW. Hij staat er met plezier, het geeft hem frisse lucht, gymnastiek, een doel en contacten. Maar hij vindt de markt een braderie geworden en ziet er geen toekomst in. Zijn twee zoons hebben beiden gestudeerd en zijn zelfstandig. Een volgende generatie op de markt zit er niet in.

De familie van Hilten

Datum: 1 juni 2022 / Editie: Juni 2022 / Auteur(s): Rineke van Daalen

Markten waar dan ook hebben iets romantisch. Ze horen bij een wereld die grotendeels is verdwenen, iets om nostalgisch van te worden. Veel markthandel wordt bedreven door families. Zo ook op de Albert Cuyp.

Maikel van Hilten verkoopt fruit en sapjes, op de hoek van de Ferdinand Bolstraat. Hij behoort tot een van de grote traditionele marktfamilies: de Van Hilten dynastie. Als kind hielp hij zijn ouders op de markt. Hij deed het niet voor zijn plezier, en had nooit kunnen bedenken dat zijn grootvader hem later tot de markt zou verleiden. Zijn ouders verkochten fruit, en een andere tak van de Van Hiltens staat iets verderop, ook met een grote stal met fruit. Zijn oom Paul had een groentestal. In de coronatijd was hij een van de weinigen die gewoon bleef komen. Hij wordt regelmatig geholpen door zijn zoon – die voor zichzelf overigens een andere toekomst ziet weggelegd. Maikel heeft plezier in zijn werk. “Als ik hier alleen ben en de stad ontwaakt. Dat vind ik echt een magisch gezicht. Dan maak ik mijn stal op, dat vind ik leuk, met kleurtjes allemaal. Echt leuk en dan is ‘t klaar en dan ga ik een kop koffie pakken. Heerlijk.” Hij geniet van zijn klantenkring, van wie een groot deel al vanaf dag één zijn stal bezoekt.

Hij is de sportman van de markt. Bovenop zijn lange werktijden traint hij zoveel hij kan. Hij heeft al een paar triatlons achter de rug, in binnen-en buitenland. Hij fietst, hij zwemt, hij rent. In augustus wil hij de triatlon in Ierland gaan doen, in Cork.

Maikel van Hilten in zijn fruitstal

De familie Tol

Datum: 1 april 2022 / Editie: April 2022 / Auteur(s): Rineke van Daalen

Markten waar dan ook hebben iets romantisch. Ze horen bij een wereld die grotendeels is verdwenen, iets om nostalgisch van te worden. Veel markthandel wordt bedreven door families. Zo ook op de Albert Cuyp.

Kees en Paul Tol, vader en zoon, zijn de vierde generatie die op de hoek van de Eerste van der Helst straat vis verkopen. Ze dragen geen Volendams visserskostuum meer, maar ze wonen nog steeds in Volendam, en de plaats van hun stal is niet veranderd. Ze maken lange dagen van dertien, veertien uur. Vroeg naar de visafslag en de Albert Cuyp en ‘s avonds weer in de file terug. Kees staat al 56 jaar op de markt, vanaf zijn veertiende jaar. Paul gaat naar de afslag in IJmuiden, koopt de vis in en brengt die naar de markt. Kees gaat naar de Albert Cuyp en maakt de kraam klaar voor de handel, waar ze de rest van de dag samen vis verkopen.

Bij de familie Tol kan je altijd terecht voor een praatje. Over de aanschaf van kaplaarzen, of over de drijfnatte weilanden van Waterland en zo’n gesprek gaat moeiteloos over in een beschouwing over de wereldproblematiek. ‘Nog even en we hebben de aarde naar de verdommenis geholpen’, zegt Kees. ‘En we doen er niets aan’. ‘Wel iets’, zeg ik aarzelend. ‘Ach,’ zegt Kees, ‘praten dat kunnen ze wel’. En praten dat kan Kees ook, net als zijn zoon Paul.

Vader en zoon Tol

Koningin Beatrix kwam bij Puk een haring eten

Datum: 1 februari 2022 / Editie: Februari 2022 / Auteur(s): Rineke van Daalen

Markten waar dan ook hebben iets romantisch. Ze horen bij een wereld die grotendeels is verdwenen, iets om nostalgisch van te worden. Veel markthandel wordt bedreven door families. Zo ook op de Albert Cuyp.

Puk staat zes dagen per week op de markt. Hij verkoopt haring en zuur, bij tij en bij ontij. Hij is geboren in De Pijp, in een groot katholiek gezin. Vanaf zijn twaalfde werkt hij op de Albert Cuyp.

Veel van zijn familieleden zijn ook op de markt te vinden, in verschillende koffiehuizen en bij een van de bloemenstallen.

Bij Puk staat altijd Radio 10 aan, en een enkele keer zingt hij mee. Sitting on the dock of a bay, liedjes uit de jaren zestig. Maar op dit moment, middenin de zoveelste lockdown, valt er weinig te zingen. Op de stal staat een foto van koningin Beatrix die jaren geleden een haring bij Puk kwam eten. Dat waren nog eens tijden. Toen stonden ze op drukke dagen met zijn zessen achter de stal, maar tegenwoordig kan hij het gemakkelijk alleen af. Eigenlijk wat al te gemakkelijk. Vaak vraagt hij zich af: is het ‘einde verhaal’ voor de markt? ”We zien het wel’“, zegt Puk. Hij blijft op zijn post. Ga eens bij hem langs, en koop een haring. ‘Verantwoord lekker’, zoals de reclameleus het zegt.

Puk in zijn stal