Inburgeren met De Pijp Krant

Datum: 1 september 2011 / Editie: September 2011 / Auteur(s): Maarten Wesselink

Wat doet u zoal deze week?
Morgen begin ik met een tweedaagse workshop Qi Gong en straks ga ik het met twee collega’s voorbereiden. Ook gaan we ons voorbereiden op de open dag van 25 september. Mensen die hier getraind hebben laten dan zien wat ze geleerd hebben, zodat bezoekers een idee krijgen van deze kungfu-school. Vanavond geef ik ook nog les in kungfu.

Wat heeft u gisteravond gegeten en hoe kwam u daaraan?
‘s Ochtends om zes uur ben ik begonnen met cruesli, daarna heb ik in de buitenlucht mijn oefeningen gedaan en koffie gedronken. Later op de dag moest ik buiten de stad zijn en op de terugweg langs de snelweg bij Schiphol heb ik bij La Place aardappelen met groente gegeten van het buffet.

U werkt al jaren in De Pijp. Waarkwam u vandaan?
In 1978 ben ik vanuit Curaçao in De Pijp komen wonen, in de Govert Flinckstraat. Eerst heb ik zes jaar in de Mc Donald’s gewerkt op de hoek bij de Albert Cuyp. Daarna ben ik al snel tegenover het Sarphatipark een karateschool begonnen. Later had ik mijn kungfuschool in de 3e Dalton School, de Oscar Carré School, ook nog in Amsterdam Oost en in de Ferdinand Bolstraat boven de Hema. Maar in de Sporthal De Pijp heb ik de gelegenheid gekregen om de ruimte waar eerst de kegelbaan was permanent te huren en om te vormen tot een passende omgeving voor een kungfuschool.

Wat is het verschil tussen kung fu en karate?
Karate is een vechtsport en zelfverdedigingskunst uit Japan. Kungfu komt uit China, heeft meer variatie en ook meer mogelijkheden. Het is een manier van leven. Vrij vertaald betekent kungfu ‘hoge vaardigheid, grote concentratie of toewijding’. Stijlen als Tai chi, Pakua, QiGong en Xingyi vallen er onder. Als je erin traint strekt zich dat uit tot je dagelijkse leven.

Hoe ga je om met ruzie op straat? En wat doe je als je gestrest bent? Kungfu leert je over je bewustzijn. Je wordt bijvoorbeeld bewuster van het in- en uitademen. Als je ademhaling rustiger wordt, kunnen ook je gedachten rustiger worden, zodat je bewuster keuzes kunt maken. Emoties heb je altijd, je moet er alleen niet door uit balans raken. Bovendien wordt je leervermogen groter als je traint. Doordat je gedachten rustiger worden neemt je concentratie toe en zie je de dingen om je heen anders. Ik zie bij jongeren die trainen dat hun studieresultaten verbeteren. Bewustzijn is het begin van het leerproces, zonder dat kun je niet leren.

Wat is nou eigenlijk leuk aan De Pijp?
Je hoeft hier geen tram te nemen, want als je hier rondloopt vind je van alles. Waar ik nu woon, in Amsterdam Noord, moet je altijd de auto of de bus nemen. Je hebt hier winkels, verschillende culturen, ook op het gebied van eten. Het is als een klein stadje.

Wat is uw favoriete plek in De Pijp?
Waar ik momenteel ben, deze ruimte in Sporthal De Pijp. Hier heb ik mijn eigen kungfu-school. Dit is de plek waar ik het meeste ben. Hier leef ik. Ik kom hier iedere dag.

Wat laat u uw bezoek zien van De Pijp?
Mensen uit China laat ik eerst de Albert Cuypmarkt zien. Die bestaat al zo lang. En ook de straatjes en de huizen eromheen, die ook al meer dan honderd jaar oud zijn. Ik wijs ze dan op de hijsbalken, die vanwege de smalle trappen tijdens het verhuizen onmisbaar zijn. Ik laat ze ook haring proeven, dat is zo Hollands. En natuurlijk de grachten, en de ophaalbrug over de Amstel bij Carré, maar dat is net buiten De Pijp.

Wat is beslist vervelend aan De Pijp?
De parkeerproblemen! Je moet overal betalen, het is erg duur en dan liggen ook nog eens de straten open door de bouw van de Noord-Zuidlijn. Maar dat is dan ook het enige. Op de rest heb ik niets aan te merken.

Welke verslaving heeft u?
Ik hou van zoet. Cake, gebakjes, alles wat lekker is. Ik eet liever zoet dan echt eten. En ik drink veel koffie, dat is ook vervelend. Het is niet goed, want het verzuurt het lichaam. Ik moet wat meer Chinese thee gaan drinken. Maar ik rook niet, drink niet en ga niet uit. Het valt dus nogal mee met mijn verslavingen.

Wat zijn uw droomwensen?
Ik wil vrede met mezelf vinden en innerlijke rust. Het is als een schoonmaak, ik laat het verleden achter me, door er vrede mee te sluiten. Vergeven met hoofd en hart, zodat ik vrij ben om een nieuwe stap te zetten en een nieuw begin te maken.

Inburgeren met De Pijp Krant

Datum: 1 augustus 2011 / Editie: August-2011 / Auteur(s): Maarten Wesselink

Wat doet u zoal deze week?
Ik ben bezig met de voorbereiding van een benefietconcert van de Rotary Club Amsterdam-Noord. De opbrengst gaat naar een muziekeducatief project dat kinderen van basisscholen in Amsterdam-Noord leert zingen. Kunst en cultuur is mijn vakgebied en ik ben er eigenlijk altijd en overal mee bezig. Ook hier in de buurt. Vroeger organiseerden we poëziefeesten en huisconcerten. Nu hebben we met een aantal buren om de zes weken een leescafé.

Wat heeft u gisteravond gegeten en hoe kwam u daaraan?
Lamsragout met aardappels, worteltjes en tomatensalade. Ik had nog wat in de diepvries. Die moet leeg, want volgende week ga ik op vakantie. De aardappels en de worteltjes waren vers en de tomaten ook. Die waren bij de Lidl in de aanbieding.

U woont al 26 jaar in De Pijp. Waar woonde u hiervoor?
Ik kwam uit Keulen. Daar studeerde ik theaterwetenschappen. Ik heb voornamelijk voor de Duitse televisie gewerkt en maakte historische documentaires. Als freelancer kon ik hier mijn werk doen omdat opname en montage maar een klein deel van het werk uitmaken. Het voorwerk is niet plaatsgebonden. Ik ben geboren in Gotha, in de voormalige DDR. Op mijn zevende gingen we terug naar West-Duitsland, waar mijn ouders vandaan kwamen.

Wat is dat leescafé eigenlijk?
Sinds tien jaar komen we met een aantal buren bij elkaar en dan mag iedereen vijf tot tien minuten voorlezen. Sinds we met een thema werken is het nog leuker, want dan zie je hoe verschillende mensen over één onderwerp een ander stukje voorlezen. Eén keer hadden twee bezoekers hetzelfde gedicht uitgekozen. Ze droegen het allebei voor, de één vol vuur, de ander langzaam. Bij de één werd je meegesleurd en bij de ander bleef je vol verbazing stil staan en kreeg je diepgang. Op zo’n avond leer je dan via de stem, die zo persoonlijk is, je buren beter kennen.

We zitten nu alweer een tijdje in Coffeeshop YoYo. We mogen het gratis gebruiken en daar zijn we erg dankbaar voor. Mensen moet zich wel van tevoren opgeven, want met te veel voordrachten duurt de avond te lang om nog leuk te zijn.

Wat is nou eigenlijk leuk aan De Pijp?
De kleine bedrijfjes hier in de buurt, de verschillende talen die je op straat hoort, de smalle straatjes en de achtertuinen die zo persoonlijk zijn ingericht. Maar ook het slag mensen dat nog niet veryupt is. Het veryuppen van een buurt maakt dat huizen zo duur worden dat bewoners na hun lange werkdag geen tijd meer hebben om iets voor de buurt te doen. Ik zou het jammer vinden als er steeds meer huizen verkocht worden aan mensen die er wel trots op zijn om in De Pijp te wonen, maar er niets aan bijdragen.

Wat is uw favoriete plek in De Pijp?
Waar vroeger IJssalon Pepino zat is nu Cichetti gevestigd, waar ze heel lekkere koffie hebben. Het is er leuk en ze doen ook dingen voor de buurt zoals een middag voor kinderen. En natuurlijk ook Coffeeshop YoYo, waar wij ons leescafé houden.

Wat is beslist vervelend aan De Pijp?
Zwerfvuil! Wij boffen nog want naast ons is een hulpverleningsinstelling gevestigd. Een paar van hun cliënten ruimen dagelijks de rommel op en dan is het zwerfvuil weer even verdwenen. Ook de bierblikjes van de Lidl die in onze geveltuin zijn beland.

Welke verslaving heeft u?
IJsjes eten van het IJscuypje aan het Gerard Douplein. Daar kun je me voor wakker maken. Ik kan leven van ijs en pasta. Ik eet natuurlijk ook groente maar dan vooral omdat het verstandig is. Misschien is de schaarste uit mijn kindertijd er ook een beetje debet aan. Voedsel was na de oorlog nog op de bon en melk- en vleesproducten waren er weinig. Van de verse melk dronk je een beetje en de rest liet je dik worden. Met de melk van toen kon dat nog zonder dat er schimmel op kwam. Die dikke melk aten we als toetje en het vel dat op de melk bleef staan gebruikten we als broodbeleg, want boter hadden we niet. Met een beetje suiker erop vonden we dat toen heerlijk. Nu griezelen we ervan. Het weinige wat je had proefde je intens.

Wat zijn uw droomwensen?
Dat het benefietconcert waar ik nu mee bezig ben een succes wordt en de kinderen in Amsterdam-Noord weer leren zingen. Mijn echte droomwens is dat alle kinderen goed kunstonderwijs krijgen, waar je niet de vaardigheden leert om met anderen te concurreren, maar om harmonie te vinden in jezelf en met anderen. Vaardigheden die je bij je draagt tot het einde van je leven.

Inburgeren met De Pijp Krant

Datum: 1 mei 2011 / Editie: May 2011 / Auteur(s): Maarten Wesselink

Wat doet u zoal deze week?
Te veel natuurlijk weer. Dinsdag heb ik gesprekken gevoerd met drie verschillende instanties over van alles én de voortzetting van de vereniging Soso Lobi. Vandaag had ik een gesprek met de kandidaat-voorzitter, die mij binnenkort opvolgt. Donderdags heb ik altijd qualitytime met mijn kleindochter en vandaag heb ik even de zorg voor mijn kleinzoon. Straks ga ik bojo bakken, een Surinaamse koek met als hoofdingrediënt cassavewortel.

Wat heeft u gisteravond gegeten en hoe kwam u daaraan?
Masusa moksi alesi. Dat is gele rijst met gerookte kip, zoutvlees en vis. Dit keer ook met gerookte makreel en gedroogde garnalen. Het was een restje van de maaltijd die ik heb gemaakt voor de dagopvang van Surinaamse ouderen in Amsta, één van de activiteiten van Soso Lobi.

U woont al 32 jaar in De Pijp. Waar kwam u vandaan?
Uit Suriname. In 1979 kwam ik vanuit Paramaribo naar Amsterdam en woonde eerst in de Rustenburgerstraat en aan het Van der Helstplein voordat ik in mijn huidige woning kwam, waar ik nu alweer 22 jaar woon.

Wat is Soso Lobi?
Het is een vrijwilligersorganisatie die haar leden en donateurs maatschappelijk en emotioneel ondersteunt, en probeert hen zo prettig mogelijk oud te laten worden in hun eigen Surinaamse beleving. Als je ouder wordt is het belangrijk de dingen terug te halen die je hebben gemaakt tot wat je nu bent. We organiseren veel activiteiten. Binnenkort moederdag, één van onze hoogtepunten.

Wat doen jullie met moederdag?
Dan zetten we de moeders in het zonnetje. En ook de moeders die zelf geen kinderen hebben. Want je hoeft geen kinderen te hebben gebaard om toch een moeder te zijn. In Suriname komt het vaak voor dat vrouwen kinderen van familie of van de buren opvoeden. We noemen het kwekima, een kweekmoeder die je heeft helpen kweken. Een soort van pleegouderschap, zonder formele band, er komt geen instantie aan te pas. In een kleine samenleving waar je op elkaar was aangewezen kon dit ontstaan. Zeker bij grote gezinnen. Buiten de stad in Suriname zal het nog steeds zo zijn.

Wat is nou eigenlijk leuk aan De Pijp?
De diversiteit. En er gebeurt van alles. Het lijkt niet op een wijk, het is meer een stadje op zich en zo voelt het ook aan. Mijn kinderen wonen niet meer in De Pijp maar mijn dochter komt hier nog steeds haar boodschappen doen. Ze voelen zich nog steeds verbonden met de buurt.

Wat laat u uw bezoek zien van De Pijp?
Ik neem ze mee naar de hofjes in de Tellegenbuurt en dan zitten we bij de Jozef Israëlskade even aan het water. Daarna lopen we binnendoor terug naar de Albert Cuyp en ga ik met ze voor Tjin’s Toko op het bankje zitten. Daar heb ik al aardig wat besproken. Als die bank zou kunnen praten! Zoals anderen een stamkroeg hebben, zo ben ik daar. En soms gaan we van het bankje gewoon door naar de keuken. Want zo gaat dat bij Surinamers, de belangrijkste dingen worden in de keuken besproken.

Wat is uw favoriete plek in De Pijp?
Hier thuis voor de deur op het bankje. Daar heb ik met de buren onze ‘talk’ over van alles en nog wat. Het is mijn favoriete plek, gewoon voor mijn eigen deur.

Wat is beslist vervelend aan De Pijp?
Hondenpoep! Je kunt hier nooit als een trotse pauw rondlopen, want je moet steeds naar de grond kijken of je niet in de poep trapt. En ondanks de plastic zakjes en andere maatregelen is het er nog steeds. En de steeds grotere horeca-terrasjes. Je zult maar een rollator hebben of met een stok lopen. En dan ook nog al die fietsen op de stoep.

Welke verslaving heeft u?
Praten. Heel veel praten. Het is een verslaving. Ik werd vroeger wel de babbelbox genoemd. Ik merk de laatste tijd wel dat ik minder praat en sneller een punt zet. Ook als ik informatie doorgeef. En behalve praten bemoei ik me ook veel met zaken. Ik ben alert op alles wat er in de omgeving gebeurt. En als ik onrecht bespeur kan ik het niet laten om me ermee te bemoeien.

Wat zijn uw droomwensen?
Qualitytime voor mezelf, genieten van mijn kleinkinderen en ook helpen met de opvoeding. Maar niet teveel. Ik geniet van het omaschap, maar ik plan de kleinkinderen in mijn agenda en niet omgekeerd. Mijn hart ligt ook bij het ondersteunen en begeleiden van ouderen. Dat ga ik na het overdragen van het voorzitterschap van Soso Lobi binnen de vereniging voortzetten. Uiteindelijk is oud worden ieders toekomst en ik hoop het zelf ook nog mee te maken.

Inburgeren met De Pijp Krant

Datum: 1 april 2011 / Editie: April 2011 / Auteur(s): Maarten Wesselink

Wat doet u zoal deze week?
Ik ga morgen even naar een project kijken waar we kunnen verbouwen. Ik zit in de bouwwereld maar heb met mijn familie ook een sportschool. Verder breng ik mijn administratie op orde. Als het vrijdag is gaan we met het personeel weer het begin van het weekend vieren en ook genieten van de lekkere week die we hebben gedraaid.

Wat heeft u gisteravond gegeten en hoe kwam u daaraan?
Sushi en salade. Dat was mijn eten gisteren. Het was genoeg voor mij. Meestal kook ik zelf, maar dit was kant en klaar. Ik heb het mezelf gemakkelijk gemaakt en even wat gehaald.

U werkt al 15 jaar in De Pijp. Hoe kwam u hier?
Mijn zus werkte bij de politie in de Pieter Aertszstraat en trainde bij sportschool Your Future in de Van der Helststraat. Eind 1995 stond de zaak te koop en ze stelde mij voor samen met de familie de sportschool over te nemen. Zo zijn we begonnen. Eerst alleen met mijn zus en later kwamen mijn jongere broers er ook bij. Die waren eerst nog te jong. Als familiezaak heb je een bijzondere kracht. Je kunt 24 uur per dag op elkaar vertrouwen. Van personeel kun je niet eisen dat ze op ieder moment van de dag aanwezig zijn. Er is vrijwel zeker één van ons aanwezig als klanten vragen hebben. Wij kunnen voor elkaar inspringen en onze service verbeteren. Dat noem ik kracht.

En hoe kwam u in de bouwwereld?
Toen de fundering van het pand vervangen werd moest de sportschool helemaal opnieuw ingericht worden. Nadat ik drie aannemers weggestuurd had dacht ik, waarom doe ik het eigenlijk niet gewoon zelf. De eigenaar van het pand was zo tevreden over het resultaat dat hij mij vroeg ook een andere verbouwing voor hem te doen. Zo ben ik in de bouwwereld gerold.

Wat is nou eigenlijk leuk aan De Pijp?
Dat het leeft! Ik heb zelf ook twee jaar in De Pijp gewoond. Toen ik kinderen kreeg ben ik naar Almere verhuisd. Maar daar is geen leven. Het lijkt wel het einde van de wereld. Ik ben al snel weer terug verhuisd naar Amsterdam. Dit is mijn stad. Vooral De Pijp is echt mijn plekje. Ik ken hier bijna iedereen. Hier leeft het wel. Er zijn altijd mensen op straat. Ook ‘s nachts komen altijd wel een paar mensen voorbij fietsen. En bijna de hele dag door kun je ergens wat te eten kopen.

Wat laat u uw bezoek zien van De Pijp?
Ik laat de cafés zien. En dan vooral die typische bruine cafeetjes. Die hebben wat. Ik neem ze ook mee naar de Albert Cuyp en laat ze de viskramen zien. Zelf hou ik van vis. Ik kom van de Egeïsche kust van Turkije. Maar vis is heel duur in Turkije. Mijn bezoek vindt het prachtig om al die vissoorten te zien en dat het dan ook nog zo goedkoop is maakt het extra interessant.

Wat is uw favoriete plek in De Pijp?
Deze sportschool tegenover de Oranjekerk in de Van der Helststraat. Ik hou van mijn zaak en ook van mijn buren, de fietswinkel, de shoarmazaak en café de Regenboog. Het is gezellig in de straat en we werken hand in hand. Ik ben Turks én ook Nederlands. Turkse mensen zijn altijd benieuwd hoe het met de buren gaat. Wij houden van contact. Wij willen anderen het gevoel geven dat ze bij ons welkom zijn. Een mens kan niet alleen leven. Je bent een puzzelstukje van het geheel. Alleen ben je niets.

Wat is beslist vervelend aan De Pijp?
Het vuil dat mensen op straat laten liggen. Maar ik ben al lang gestopt om daar op te letten. Ik zie de minpuntjes van mijn buurt niet meer. In Turkije leefde een oude man in een afgelegen dorp in de bergen van Turkije. Hij vond het de mooiste plek ter wereld. En weet je waarom? Omdat hij van zijn dorp hield. Zo werkt het bij mij ook. Ik hou van De Pijp en voor mij is het de mooiste plek ter wereld. Het is meer positief dan negatief.

Welke verslaving heeft u?
Behalve het roken heb ik nog iets. Ik moet iedere dag even in De Pijp zijn. Ook al woon ik bij het Surinameplein, als ik een vrije dag heb moet ik toch even hier naar toe. Dat hoeft niet direct bij mijn zaak te zijn. Als het maar hier in De Pijp is.

Wat zijn uw droomwensen?
Ik heb alles al. Ik heb goede en lieve mensen om mij heen. Ik heb werk, ik ben gezond en we leven hier samen in een goede buurt. Mijn wensen zijn vervuld. Ik heb geen andere wensen.

Inburgeren met De Pijp Krant

Datum: 1 december 2010 / Editie: December 2010 / Auteur(s): Maarten Wesselink

Wat doet u zoal deze week?
Ik geef poëzieworkshops en ga naar scholen om met kinderen gedichten te schrijven. Morgen ga ik naar Sint Niklaas in België. Daar geef ik aan een groep schrijfdocenten een workshop feedback. Het gaat over commentaar geven én ook ontvangen. Hoe doe je dat met schrijfwerk, wat toch heel persoonlijk is. Het is een mooi vak en ik voel me pedagoog-pionier op dit gebied.

Wat heeft u gisteravond gegeten en hoe kwam u daaraan?
Ik heb zelf eten gemaakt. Gebakken aardappeltjes, groenten en vegetarische bolletjes uit de supermarkt erbij. Daarna nog een fruitsalade. Als ik zelf geen eten maak, eet ik bij vrienden of in een leuk restaurant in de buurt. Bijvoorbeeld De Waaghals of De Badcuyp. Ik zorg altijd dat ik iedere dag warm eet.

U woont al 29 jaar in De Pijp. Waar woonde u hiervoor?
Ik kwam uit de Dapperbuurt. Daar heb ik twaalf jaar in de oudbouw gewoond, in een pijpenla. En toen het in 1981 tegen de vlakte ging, ben ik aan de Stadhouderskade komen wonen. Oorspronkelijk kom ik uit indhoven. Op mijn achttiende ging ik naar Amsterdam om Nederlands te studeren en in mijn derde studiejaar ben ik er ook theaterwetenschappen bij gaan doen.

Hoe kwam u in die schrijfwereld terecht?
Ik zat op de middelbare school al in de schoolkrantredactie en tijdens mijn studie begon ik workshops te geven. Nu werk ik veel met schoolkinderen, die van huis uit gewend zijn taal op een dagelijkse manier te gebruiken. Met poëzie laat ik ze zien dat het ook anders kan. Eerst vinden ze het vaak alleen maar gek, maar als je ze in een veilige sfeer op hun eigen ervaringen aanspreekt, gaan ze toch naar elkaars ervaringen luisteren. Zo was er een jongen die even niets op papier kreeg. Maar toch schreef hij, toen ik hem hielp door vragen te stellen, regel voor regel, een prachtig gedicht over zijn vader, die hij al drie jaar niet meer had gezien. Hij kreeg applaus. En juist die waardering geeft zelfvertrouwen. Ik noem het ‘lef door lof’. Ze zagen ook dat je niet op hoeft te schrijven hoeveel verdriet je hebt. Dat lees je uit het gedicht. Zo leren ze dat je taal anders kunt gebruiken.

Wat is nou eigenlijk leuk aan De Pijp?
Op de eerste plaats dat ik hier zelf woon. Ik voel me hier thuis en ken veel mensen, vooral in het Hemonykwartier. Mensen zijn hier op elkaar gericht. En we hebben hier één keer in de maand een leescafé. Dan gaan bezoekers elkaar voorlezen, soms uit eigen werk, en iedere keer is er een ander thema. Ik vind het heerlijk om voorgelezen te worden en doe het zelf ook graag.

Wat laat u uw bezoek zien van De Pijp?
Vooral aan de zijkant van de Albert Cuypmarkt zijn leuke winkeltjes. Ze zijn gespecialiseerd in emaille-artikelen, in planten, in borduurgaren, in van alles. Daar neem ik mijn bezoek graag mee naar toe. De markt zelf vind ik een stuk minder. Teveel kramen met kleding en T-shirts. De Albert Cuypmarkt zou veel meer allure kunnen hebben als er meer kramen waren met speciale waren die er lekker en appetijtelijk uitzien.

Wat is uw favoriete plek in De Pijp?
Dat is het Sarphatipark maar toch ook Rialto. Ik ben een verwoed filmkijker en vind het een fantastisch theater. Ook door de dingen die ze eromheen organiseren zoals interviews met regisseurs. De foyer is leuk en op de bovenverdieping kun je lekker over de Ceintuurbaan kijken.

Wat is beslist vervelend aan De Pijp?
Hoe Amsterdammers omgaan met hun afval. Op de hoek van de Stadhouderskade en de Hemonystraat is een ondergrondse vuilcontainer. Het is er altijd een grote rommel, terwijl dat stuk brede stoep naast de Lidl supermarkt een leuk stukje straat zou kunnen zijn. We hebben met de buurt verschillende ideeën bij het stadsdeel aangedragen en ook inspraakavonden benut, maar het is niets geworden. Het ziet er nog steeds verloederd uit.

Welke verslaving heeft u?
Ik koop teveel poëziebundels en andere boeken. Soms koop ik in een antiquariaat een mooie versie van een bundel die ik al heb. Zo heb ik thuis soms drie exemplaren van dezelfde titel. Maar een nog ergere verslaving is de krant. Ik lees iedere dag wel drie kranten en die mogen pas de deur uit als ik ze helemaal heb uitgelezen. Ik lijd er gewoon onder.

Wat zijn uw droomwensen?
Alle kranten de deur uit en een wat opgeruimder leven leiden! Dus niet alles meer bewaren. Dat zou heerlijk zijn. Meer dingen loslaten en niet meer zo bovenop al die verzamelingen zitten.

Inburgeren met De Pijp Krant

Datum: 1 oktober 2010 / Editie: October 2010 / Auteur(s): Maarten Wesselink

Wat doet u zoal deze week?
Voor mijn moeder zorgen. Ze is erg ziek en heeft nog maar kort te leven. De komende tijd staat ze centraal in mijn leven. Ik probeer leuke dingen te verzinnen om haar iets op te beuren. En verder doe ik gewoon mijn normale werk.

Wat heeft u gisteravond gegeten en hoe kwam u daaraan?
Lekkere pizza’s met uitsluitend verse ingrediënten. Met de hele familie hebben we bij mijn moeder thuis gegeten. Iedereen was er. Mijn schoonfamilie, dochter, moeder en mijn geliefde vrouw. Zelfs mijn zwager en zijn vrouw uit Thailand waren er. De hele ‘extended’ family.

U woont al 20 jaar in De Pijp. Waar woonde u hiervoor?
Ik kwam uit de Bilderdijkstraat in Oud-West. Maar ik ben geboren in Oost, bij de Dapperbuurt. Als kind woonde ik in Libië. Mijn vader werkte daar als piloot. Ik ben op mijn twaalfde teruggekomen om hier de middelbare school te volgen. Mijn ouders zijn, nadat ik terug naar Nederland kwam, nog zestien jaar in Noord Afrika gebleven. Nu woon ik alweer 20 jaar in De Pijp, net zolang als mijn dochter oud is.

Hoe ziet uw normale werk eruit?
Ik ben directeur van COC Amsterdam, een belangenorganisatie voor homo’s, lesbiennes, biseksuelen en transgenders. En ik ben druk aan het werk. We hebben, als onderdeel van een dialoogproject, een goed gesprek gehad met vier Ghanese dominees. Een vervolggesprek met een grotere groep predikanten uit hun gemeenschap komt er aan. Maar ook met hindoestaanse religieuze leiders gaan we in gesprek. We zoeken het contact met de kleinere, verder van ons afstaande, religieuze gemeenschappen. De komende maand besteden we ook weer aandacht aan ‘Transgender Rememberance Day’, de jaarlijkse internationale herdenking op 20 november van de transgenders die wereldwijd door transgenderhaat zijn overleden.

Wat is nou eigenlijk leuk aan De Pijp?
De Pijp is de wereld in het klein. Je komt er van alles tegen. Het is divers met een hoog kunstgehalte. En er zijn allerlei intrigerende winkeltjes met spulletjes van over de hele wereld. Het is een prettige en open buurt.

Is De Pijp ook prettig als je transgender bent?
Dat heeft bij mij best wel eens tot heftige discussies geleid op straat. Ik ben uitgescholden maar heb ook hele prettige gesprekken gehad. Op het schoolplein feliciteerden ouders van klasgenoten mij zelfs toen ik van man naar vrouw was veranderd. Als transgender ben je zichtbaar. Je krijgt commentaar, maar ook respect. Straatjongens vonden het uiteindelijk toch ook wel weer stoer dat ik mezelf durfde te zijn. Zelf hadden ze daar moeite mee. Daar waren ze eerlijk in. In De Pijp wonen behoorlijk wat transgenders. Het is toch een open en tolerante buurt.

Wat laat u uw bezoek zien van De Pijp?
De Jozef Israëlskade. Sinds kort heb ik ook een bootje. Leuk om er te varen en vanaf het water de architectuur van Berlage te laten zien. Omdat het er zo lekker ruim is kun je ook de zon pakken. Vooral als je op het water bent. Ook het Sarphatipark vind ik leuk met het prieeltje ter ere van Sarphati.

Wat is uw favoriete plek in De Pijp?
Ik kom graag in restaurant Babylon. Het is een klein pizzeriaatje in de Van Woustraat. Maar ik loop ook graag langs de Amstel, over de Berlagebrug en dan via de Weesperzijde weer terug naar huis.

Wat is beslist vervelend aan De Pijp?
De enorme hoeveelheid verbouwingen waardoor massa’s parkeerplaatsen in beslag genomen worden door afvalcontainers. Lastig als je ermee te maken hebt en een plek voor je auto moet zoeken. Geef als overheid liever minder vergunningen af als er doorlopend parkeerplaatsen bezet worden door containers.

Welke verslaving heeft u?
Ik ben weer gaan roken. Iets waar ik eigenlijk weer van af wil. Dat mijn partner rookt helpt daar niet bij. Maar ik ben zelf weer gaan roken hoor. Dat heb ik niet onder invloed van haar gedaan.

Wat zijn uw droomwensen?
Misschien de tijd en de middelen vinden om een boek te schrijven. Een maatschappelijk boek met een visie op de samenleving. En ik hoop dat mijn dochter een leuke carrière krijgt. Nu studeert ze nog. Verder hoop ik dat Amsterdam weer iets van zijn gezelligheid en gemoedelijkheid terug krijgt. Ik vind het straatbeeld van Amsterdam wat benauwend geworden. Waar zijn de stadsnomaden en straatkunstenaars gebleven, en de skater die in een minuscuul onderbroekje door de stad reed? Het zou leuk zijn als het straatbeeld weer wat avontuurlijker werd.

Een mooi cijfer voor De Pijp Krant

Datum: 1 september 2010 / Editie: September 2010 / Auteur(s): Maarten Wesselink Minka Bos

Er staat een stevig windje en de stapel kranten in de kraam neemt een loopje met de redacteur van De Pijp Krant die ‘s middags in het kraampje van het Nazomerfestival staat.

Na de kranten opgeraapt te hebben is er rust en ruimte voor gesprekjes met de festivalbezoekers. “Leest u onze krant wel eens?” En “Wat vindt u leuk aan onze krant?” Al snel blijkt dat De Pijp Krant goed gelezen wordt. Iedereen wil graag informatie over de eigen buurt en weten wat er zoal te doen en te beleven is.

Maar ook serieuze onderwerpen als huren en wonen ziet de lezer graag in de krant behandeld. Eén van de bezoekers legt uit waarom er behoefte is aan een buurtkrant.

Er is de laatste jaren steeds meer informatie gekomen. Via nieuwe media komt de wereld steeds dichterbij, maar uit eigen straat hoor je weinig of niets. Terwijl dat toch de wereld is waarin je woont. Voor de buurtjournalistiek en De Pijp Krant is er dus nog een wereld te winnen. Maar eerst nog even de enquête uitdelen om te weten wat de bezoeker van het Nazomerfestival van de krant vindt. Veertig bezoekers vullen De Pijp Krant-enquête, die ieder jaar op het Nazomerfestival wordt afgenomen, ter plekke in. Wat vinden ze nou eigenlijk van de krant?

Uitslag enquête
‘Met aandacht gemaakt’ en ‘Ga zo door’ maar ook ‘Graag meer tekst’ waren dit jaar commentaren op de enquêtelijsten van de Pijpkrant. Een 7.8 scoorde uw buurtkrant onder de enquête-invullers, die een waarderingscijfer hadden ingevuld. De cijfers varieerden van een 6 (één keer toegekend) tot een 10 (ook één maal uitgedeeld). Ingevuld door lezers uit heel diverse leeftijdsgroepen, geboren in 1928 tot 1983. Over het algemeen tevreden lezers dus, maar er was ook kritiek.

De belangrijkste kritiek werd geuit over de bezorging, die niet altijd even goed is. En veel lezers zouden graag meer foto’s en plaatjes in de krant zien. Lezers lieten ook leuke tips achter voor de redactie. Ideeën die we graag meenemen, zoals: ‘Graag meer interviews met bijzondere buurtbewoners’.

En ludieke adviezen als: ‘Wij stellen voor een ‘Miss Pijpverkiezing’ te organiseren’.

Inburgeren met De Pijp Krant

Datum: 1 augustus 2010 / Editie: August 2010 / Auteur(s): Maarten Wesselink

Wat doet u zoal deze week?
Werken, ik heb geroeid, was bij de fysiotherapeut en ben met de planten op het balkon bezig geweest.

Wat hebt u gisteravond gegeten en hoe kwam u daar aan?
Spaghetti, en die heb ik zelf gemaakt. Niet de spaghetti, wel de saus. Mijn buurvrouw kwam gisteren terug van vakantie uit Italië dus ik dacht, laat ik eens pasta eten. In haar afwezigheid heb ik voor haar planten gezorgd. Ze heeft groene vingers en een mooie tuin. Vanaf mijn balkon heb ik er mooi zicht op.

U woont 27 jaar in De Pijp. Waar kwam u vandaan?
Achter Uilenstede. Maar ik ben geboren in Zaandam. Ik ging de opleiding tot verpleegkundige doen en zo kwam ik terecht op een speciale flat voor verpleegkundigen. Dat was toen zo als je een inservice opleiding deed. Nu is dat allemaal anders.

Zorgt u altijd voor de planten van de buurvrouw?
Ik ben de vaste vervanger als ze weggaat. We hebben een goed contact. Een aantal jaren terug kwam een buurvrouw op het idee samen oud en nieuw te vieren. Dat contact is gebleven en het gaat verder dan alleen voor de planten zorgen. Toen mijn gezondheid achteruit ging heeft ze langere tijd voor me gezorgd. Ook andere buren deden dat. En eigenlijk had ik dat niet verwacht. Er waren buren bij die ik alleen kende van het gedag zeggen in het portiek. Ik heb ook ervaren dat je omgeving waarneemt dat je ziek bent. In de straat word je gesignaleerd. Ook al was mijn ziekte zichtbaar, ik was toch verrast. De betrokkenheid en de hulp van de buren hebben indruk op me gemaakt. Dan blijkt dat een goede buur toch belangrijker is dan een verre vriend.

Wat is eigenlijk zo leuk aan De Pijp?
Ik ben blij dat ik in een ruime straat woon, dicht bij het water en dat ik achter mijn huis een rustige binnentuin heb. Verder is het prettig dat je hier alles in de buurt hebt. Handig als je ziek wordt. Ook de aanwezigheid van de roeivereniging aan de Hobbemakade vind ik leuk Dit huis in De Pijp was mijn eerste eigen plek en ik ben hier altijd gebleven.

Wat laat u uw bezoek zien van De Pijp?
Meestal willen ze naar de Albert Cuyp of naar het centrum om te shoppen. Maar dat is buiten De Pijp. Van uitgebreid architectuur laten zien komt het dan niet. Ik neem ze wel eens mee naar de roeivereniging aan de Hobbemakade. Het is een mooie plek.

Wat is uw favoriete plek in De Pijp?
Ik zit het liefst op mijn eigen balkonnetje. Dat is voor mij goed bereikbaar. Daar ontbijt ik en kan ik, als ik wil, de hele dag zitten. Als je minder op pad kunt krijg je ook meer oog voor je eigen omgeving. Ik kijk uit op de binnentuin en luister naar de vogels die er fluiten en zingen. Dat ik daar nu zo van kan genieten is de ‘mooie’ kant van het ziek zijn. Ik merk ook dat ik degene ben die het meeste buiten zit.

Wat is beslist vervelend aan De Pijp?
De slecht toegankelijke stoepen met fietsen, schildersrekken en vuilniszakken waar je niet langs komt. Toen ik door mijn ziekte slecht kon lopen merkte ik hoe vol het is op de stoep en ook hoe snel alles gaat. Ik moest een manier vinden om me in de stroom te bewegen. Met de stok liep ik zo dicht mogelijk langs de muren om niet omver te worden gelopen. Als iemand met de boodschappentas mijn stok raakt val ik om. Mensen zijn zich daar niet van bewust. Als je ziek bent is het verkeer te druk en de stoep te vol.

Welke verslaving heeft u?
Koopjes kijken denk ik. Ik vind het leuk om in de aanbieding kleren te kopen en daar is dit een goede buurt voor. Ook zoek ik graag leuke dingen uit voor de cadeaukast. Uiteindelijk belanden ze bij vrienden en familie, maar nu staan ze nog even op de plank. Ik kijk ook altijd even voor dingetjes in het huis, nu in de zomer dus voor op het balkon.

Wat is uw droomwens?
Ik zou graag een huis met een tuin willen en als het kan ook nog aan het water. Een groter huis met bijvoorbeeld een hobbykamer zou ook wel handig zijn. Ik ben wel eens aan de Jozef Israëlskade gaan kijken. Dan kun je ook een bootje aan het water leggen. Maar dan zou ik ook mijn buurvrouw weer missen. Voorlopig zit ik hier goed.

Via Stadsdeel Oost naar België

Datum: 1 augustus 2010 / Editie: August 2010 / Auteur(s): Maarten Wesselink

Een prettig vooruitzicht: een korte fietsvakantie in België. Maar niet zonder geldig paspoort.

Dus eerst naar het stadsdeelkantoor. Dat is sinds de fusie van de stadsdelen uit De Pijp verdwenen, dus moet ik het buiten mijn eigen buurt gaan zoeken. Ik kom terecht bij het stadsdeelkantoor aan de Kennedylaan. Helaas, loket Burgerzaken sluit al om 14:00 uur. Ik heb de website slecht gelezen. Op woensdag zijn ze ook tot 19:30 open, maar niet deze week, want dan zijn er landelijke verkiezingen. Ik word doorverwezen naar het andere stadsdeelkantoor, in het Tripoligebouw, achter het Stadionplein.

Na een flinke fietstocht wacht mij een teleurstelling. De wachttijden zijn er erg opgelopen. Een nieuw paspoort aanvragen gaat vandaag niet meer lukken. Volgens de receptioniste zijn de ambtenaren van Burgerzaken deze week erg druk met de organisatie rond de verkiezingen. Ze vertelt me dat op afspraak komen ook al niet eenvoudig is, want ze zijn volgeboekt. Ik word er niet vrolijk van. De zomer is kort, het weer is goed en ik wil deze maand nog fietsen in België. De receptioniste verontschuldigt zich voor de gang van zaken en wijst mij op de mogelijkheid bij een ander stadsdeelkantoor een nieuw paspoort te halen.

Zo kom ik uiteindelijk terecht bij stadsdeel Oost. In een modern en prettig gebouw word ik snel en goed geholpen. Als je net als ik aan de rand van Stadsdeel Zuid woont is het bovendien dichtbij én ze zijn elke maandag en dinsdag tot 20:00 uur open. Toch weer iets beter geregeld dan in Zuid, waar je ’s avonds slechts tot 19:30 uur terecht kunt. Dankzij mijn oosterburen kan ik tijdig afreizen naar België. Wie af en toe de grens oversteekt ziet dat het ook anders kan. Onze stadsdeelbestuurders zouden dat ook eens moeten doen.

Inburgeren met De Pijp Krant

Datum: 1 juli 2010 / Editie: July 2010 / Auteur(s): Maarten Wesselink

Wat doet u zoal deze week?
“Gisteren was een drukke dag. In bejaardentehuis Amsta was een barbecue, met een optreden van het Cocktailtrio. Ik heb de hele dag mee geholpen als vrijwilliger. Verder heb ik deze week een aantal huishoudelijke en administratieve klussen gedaan. En ik heb een open dag bezocht in het OLVG.”

Wat heeft u gisteravond gegeten en hoe kwam u daaraan?
“Ik heb dus van de barbecue gegeten. Er was van alles: kip, worst, speklapjes, hamburgers, saté, allerlei salades en de bekende sausjes erbij. Na afloop hebben we voetbal gekeken met een hapje, een drankje en een hoop gekkigheid erbij.”

U woont al 40 jaar in De Pijp. Waar woonde u hiervoor?
“Ik woonde aan het Olympiaplein, bij een hospita. Ze was een hele charmante en aardige vrouw. Ze is overleden en toen moest ik helaas weg. Daarna ben ik in De Pijp terecht gekomen. Maar ik ben geboren in de Chassébuurt, bij de Admiraal de Ruijterweg. Daar heeft mijn wieg gestaan.”

Wanneer ben je als vrijwilliger bij Amsta gaan werken?
“Een paar jaar terug bezocht ik een kunsttentoonstelling in Tabitha. Zo heette Amsta toen nog. Ik sprak met bewoners en zij vonden mij wel geschikt om bij hun te komen werken. In 2004 ben ik als vrijwilliger aangenomen om te helpen bij de grote activiteiten, zoals op Koninginnedag. Maar ik ben op meer plaatsen inzetbaar. Ik help bijvoorbeeld met serveren in het restaurant en begeleid bewoners met het doen van de was. Het is soms veel werk, maar er staat tegenover dat ik veel dankbaarheid krijg voor het werk wat ik hier doe”.

Wat is nou eigenlijk leuk aan De Pijp?
“Dat het niet alleen maar Hollanders zijn die hier wonen. Hier vind je allerlei nationaliteiten en je leert van mekaar. We zouden soms meer naar mekaar moeten luisteren. Ik geniet van al die mensen. Maar ik vind het wel prettig dat hier ook Hollanders, jonge én oude mensen wonen. Als er overwegend mensen uit één bevolkingsgroep wonen, zoals in Amsterdam West vind ik het minder leuk. Het gaat mij om de veelzijdigheid van de buurt.”

Wat laat u uw bezoek zien van De Pijp?
“Eerst de Albert Cuyp, dan het standbeeld voor André Hazes en daarna neem ik ze mee naar het Marie Heinekenplein. Al lopend vertel ik hoe het er vroeger in de buurt aan toeging. De schoorsteenveger en de schillen- en aardappelboer bezorgden nog aan huis. De bakker wikkelde het brood vanwege de hygiëne in een theedoek, deed het daarna in een mand en zo werd het naar de klant een verdieping hoger getakeld. Ook laat ik ze het Sarphatipark zien, met al die jongelui die in het gras zitten en daar wijn drinken en stokbrood eten. Dat heeft toch ook wel weer wat. Maar ik mis wel een paar geschikte locaties voor ouderen. Witteveen bijvoorbeeld aan de Ceintuurbaan. Maar dan zoals het vroeger was. Een plek waar je lekker kon eten, met een keurige bediening zonder muziek, zodat je ook met elkaar kunt praten.”

Wat is uw favoriete plek in De Pijp?
“Ik heb er niet direct een in mijn gedachten. Maar nu ik er over nadenk is het toch de bovenste verdieping van het Okura hotel, waar je zo’n prachtig uitzicht hebt over De Pijp.”

Wat is beslist vervelend aan De Pijp?
“Er zijn teveel eetgelegenheden. Je ziet door de bomen het bos niet meer. Iedere zaak heeft een terrasje. Je kunt niet meer normaal over de stoep lopen. Er is ook erg veel concurrentie, de één kan het bolwerken en de ander niet. Al die cafés met terrassen leveren ook overlast op.”

Welke verslaving heeft u?
“Misschien wel vrijwilligerswerk. Ik besteed er veel tijd aan. Jammer dat ik al zeventig word. Achteraf gezien was ik liever eerder in de zorg gegaan. Ik heb het geduld om met oude mensen te werken. Ook al vertellen ze me een paar keer hetzelfde verhaal, ik luister er graag naar. Ik moet aan mijn oma denken, ze was dement. Ik was toen nog beneden de twintig. Ik had een hele lieve oma. Haar ziekte heeft me aan het denken gezet. Ik hoop goed weg te komen, zonder ziektes. Net als mijn vader. Na de lunch voelde hij zich niet goed en ineens was hij weg. Ik had een goede band met hem.”

Wat zijn uw droomwensen?
‘’Dat ik gezond mag blijven. Als ik terugkijk op mijn leven heb ik altijd heel veel lieve mensen om me heen gehad, die heel goed voor me hebben gezorgd. Ik heb een goed sociaal netwerk en dat wil ik graag zo houden. Maar mensen kunnen overlijden en dan blijf je toch alleen over. Je hebt niet alles zelf in de hand.”