Natuurmens Stephen Scholte over zijn werk

Datum: 1 november 2011 / Editie: November 2011 / Auteur(s): Ton van der Tas

“Wat ik altijd geweldig vind is bodemdiertjes zoeken met kinderen. Het is heel simpel: alles wat je nodig hebt is een leeg jampotje met gaatjes in het deksel en een plastic lepeltje voor de kinderen die de diertjes niet met hun handen beet durven te pakken.”

“Als we buiten zijn zeg ik: ga maar zoeken. Maar waar ga ik dan zoeken? Waar zitten die beesten dan? Zitten ze onder de tegels, onder het zand of onder blaadjes? Het is natuurlijk griezelig als je ook duizendpoten vindt die lekker hard kunnen lopen. Slakken en pissebedden kom je ook altijd tegen. Je staat verstelt wat je hier midden in De Pijp vindt! Miljoenpoten zie je ook vaak. Dan ga ik met de kinderen kijken naar de eigenschappen van die dieren. Waarom loopt een duizendpoot snel en een miljoenpoot niet? Dan vertel ik daar wat over. Dat een miljoenpoot bladeren en wortels eet en die lopen niet weg. Een duizendpoot eet beestjes, die moet dus jagen, hij moet er snel achter aan!

Daarna gaan we die beestjes namaken met klei. Zij zijn dan creatief en moeten nauwkeurig kijken hoe zo’n beestje er uit ziet”.

‘Toezichthouder Kindertuinen’
Aan het woord is Stephen Scholte, Medewerker Participatie en Activering Combiwel, specialisatie natuureducatie. In de volksmond ook wel natuureducatief medewerker genoemd, al dekt deze omschrijving niet helemaal zijn werkzaamheden. Vol enthousiasme vertelt hij over zijn werk. Na jarenlang als biologieleraar gewerkt te hebben in het voortgezet onderwijs solliciteert hij in 1997 naar de functie van ‘Toezichthouder Kindertuinen’.

Achter het buurtcentrum De Pijp bevindt zich namelijk een grote binnentuin op het dak van een parkeergarage, waar destijds weinig mee werd gedaan. Door het creëren van deze zgn. Melkertbaan (de voorloper van de ID-baan) werd het wel mogelijk om deze tuin verder te ontwikkelen. Stephen kreeg de baan en begon meteen met het organiseren van een tuinclub voor kinderen. Ieder kind krijgt een lapje grond waarop het zelf groenten, kruiden, bloemen e.d. kan verbouwen. Al snel komt er ook een tuinclub voor volwassenen. Behalve dat Stephen mensen iets bijbrengt over natuur, levert hij met zijn werk een belangrijke bijdrage aan het activeren en participeren van buurtbewoners. Zo begeleidt hij mensen op een maatschappelijke activeringsplek in de binnentuin en werkt hij samen met de Voedselbank. Het plan is om gebruikers van de voedselbank Zuid voortaan hun eigen groenten en kruiden te laten verbouwen in de binnentuin. Verder helpen de vrijwilligers naast hun werk in het onderhouden van de tuin ook mee in de activiteiten als natuurjuf of –meester. Mede met de hulp van vrijwilligers is er nu een prachtige tuin ontstaan.

Waterbeestjes vangen
Andere activiteiten die Stephen organiseert voor kinderen zijn een natuurclub voor kinderen vanaf 6 jaar en de natuurmiddagen voor kleuters. Ook helpt hij mee met de vakantie-activiteiten. Als voorbeeld noemt hij waterbeestjes vangen. “Dan lopen de kinderen vanuit het buurtcentrum met schepnetjes naar het Beatrixpark. Daar halen we het net door het water en staan verbaasd te kijken wat er allemaal in zit! We vangen snoekjes, kikkers en larven van libellen. We kijken wat we gevangen hebben en dan vertel ik iets over het leven van deze dieren. Dat een libelle-baby eerst als een beestje in het water leeft. Lieveheersbeestjes zijn ook altijd leuk om te laten zien. De larve waar hij uitkomt is langwerpig en paars met oranje of zwarte stippen. Net een monstertje van een andere planeet. Je vindt hem vaak tussen de bladluizen”.

‘Slakken en pissebedden kom je ook altijd tegen. Je staat verstelt wat je hier midden in De Pijp vindt!’

IJsvogeltjes
Stephen is opgegroeid op het Brabantse platteland, maar voelt zich erg thuis in De Pijp. Hij geniet van de gevarieerde bevolkingssamenstelling en de vele winkeltjes die de buurt rijk is. Sinds enige tijd kan hij het stadsleven weer combineren met het landleven. Hij heeft namelijk een caravan buiten de stad met vrij uitzicht over natuurweilanden. “Heerlijk! Ik zie ijsvogeltjes vliegen als ik op mijn tuinstoel bij de sloot koffie zit te drinken en ik zie de purperreiger vliegen. En als ik in bed lig hoor ik regelmatig de bosuil”.

Pindakaasboom
Behalve met kinderen werkt Stephen ook met volwassenen. Hij is vanaf het eerste begin nauw betrokken bij de organisatie van Open Tuinen Dag in De Pijp en helpt jaarlijkse mee met de geveltuinendag. In het buurtcentrum begeleidt hij ook een groep vrijwilligers. Geduldig luistert hij naar ze, stimuleert en enthousiasmeert hen en geeft hen duidelijkheid en structuur. Stephen is ook wel eens gastdocent tijdens een inburgeringscursus. In deze natuurles laat hij de deelnemers de tuin zien en loopt met hen een rondje door de wijk. “Laatst liep ik ook met een groep mensen toen ik ineens een bruine kikker zag in een geveltuin! Het lukte mij hem te vangen en het is dan geweldig om te laten zien. Je krijgt dan altijd vragen, zowel van kinderen, als van volwassenen. Hé, een kikker hoort toch in het water? Dan vertel ik dat de groene kikker altijd in het water leeft, maar de bruine kikker kan ook goed zonder water.

Op excursie kan je dingen laten zien. Zo laat ik kinderen graag de ‘pindakaasboom’ zien in het Sarphatipark. Dan zeg ik: kom, we gaan even naar de pindakaasboom. Dan zie je die verbaasde gezichten, maar hun nieuwsgierigheid is wel gewekt. In het Sarphatipark staat namelijk een boom en als je de bladeren kneust, dan ruikt het naar pindakaas vind ik. In de herfst heeft de boom helderblauwe besjes. Er is zoveel variëteit in de natuur! Dat is zo indrukwekkend en gewoon voor je eigen huisdeur!”

Tijdens Burendag vorige maand heeft Stephen samen met omwonenden van het Hendrick de Keijserplein bloemperken aangelegd. ‘s Morgens kwamen vooral moeders met jonge kinderen en ‘s middags heeft hij met een groepje grotere jongens honderden bloembollen in de grond gestopt.

“Als je werkt met verschillende groepen mensen, merk je dat iedereen wel iets heeft met natuur, zeker in de stad. Het verbindt mensen, je bent lekker buiten met je handen bezig en zit niet zo in je kop”.

Dringen
Jarenlang organiseert Stephen samen met zijn collega’s van de speeltuin op het Hendrick de Keijserplein een middag tijdens Boomfeestdag. Tijdens deze gratis activiteit gaat hij met de kinderen bomen knutselen, een boompaspoort maken en een bomenspeurtocht doen in de buurt. De collega’s van Sportbuurtwerk doen dan boomspelletjes met de kinderen. “Dat is hartstikke leuk, want dan bereik je een groep kinderen die niet 12 keer naar een natuurclub willen gaan, maar die het wel geweldig vinden om een middagje mee te doen. Dat is wat mij altijd opvalt, die interesse voor de natuur bij mensen. Een keer had ik waterbeestjes meegenomen en gingen we ze natekenen. Vooraf dacht ik als er 5 kinderen meedoen is het goed, maar er stonden wel 30 kinderen te dringen om mee te mogen doen, ook jongens van 13”.

Stephen heeft veertien jaar lang zijn enthousiasme en kennis van de natuur overgedragen aan een hele generatie kinderen van De Pijp en aan een grote groep volwassenen. Per 1 januari 2012 komt hier een einde aan. Hij wordt ontslagen vanwege de drastische bezuinigingen in het welzijnswerk.

Ruysdaelkade

Datum: 1 september 2011 / Editie: September 2011 / Auteur(s): Ton van der Tas

Eeuwenlang woonde of werkte men “aan de (Boeren) Wetering”, de oude waterweg die begon in Amstelveen en uitmondde in het IJ.

Door demping en bebouwing resteert er van dit water nog slechts een stuk van 2 km en dit vormt tevens de westgrens van De Pijp.

Tegenwoordig woont men niet meer “aan de (Boeren)Wetering”, maar “op de Ruysdaelkade” of “op de Hobbemakade”.

Al in de 16e eeuw woonden hier mensen, vooral boeren en tuinders. Met schuiten werden de groenten over de Boerenwetering naar de markt gevaren in de stad. Ook vestigden zich er bedrijfjes, scheepswerven, herbergen en buitenverblijven.

Op deze ansichtkaart van rond het jaar 1900 zien we dat de Boerenwetering nog niet is rechtgetrokken tussen kademuren. Ons standpunt is ongeveer ter hoogte van de Albert Cuypstraat. We zien verderop de stenen brug bij de Jacob van Campenstraat en daarachter het Rijksmuseum uit 1885. Voor het museum was Rijwielschool Velox, waar men kon leren fietsen. Nu zit in dit gebouw alweer bijna honderd jaar het Zuiderbad. De brandweerkazerne stond er ook al. Je kunt nog net de voorgevel zien. Aan diezelfde kant bevond zich ook de Koninklijke Waskaarsenfabriek. Toen deze zijn deuren sloot in 1906 waren veel Pijpbewoners maar wat blij, want hij bezorgde hen veel stankoverlast.

De Ruysdaelkade is misschien wel een beetje het rauwe, ongepolijste randje van De Pijp, mede door de sinds jaar en dag aanwezige (raam)prostitutie.

Burgemeester Tellegenstraat

Datum: 1 augustus 2011 / Editie: Augustus 2011 / Auteur(s): Ton van der Tas

In het begin van de vorige eeuw was de bevolking van Amsterdam enorm gegroeid. Er was een groot tekort aan goede woningen, met name voor de arbeiders.

Om aan bouwgrond te komen werden omliggende gemeenten geannexeerd. Het grondgebied van Amsterdam werd daardoor drie maal zo groot. De Pijp kon nu verder naar het zuiden toe worden uitgebreid en ging de geschiedenis in als Plan Zuid.

Later werd dit deel van de buurt ook wel Nieuwe Pijp genoemd.

Op deze ansichtkaart uit 1930 zien we de Burgemeester Tellegenstraat, gelegen midden in deze nieuwe wijk. Oorspronkelijk heette de straat Coöperatiestraat, maar in 1927 besloot de gemeente de straat te vernoemen naar de inmiddels overleden ex-burgemeester Tellegen, die een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan kwalitatief goede woningen in de stad.

We kijken vanaf de hoek met de Talmastraat in de richting van de P.L. Takstraat. In een eerder stadsuitbreidingsplan van Berlage was dit gebied, tussen de Tweede van der Helststraat en de Van Woustraat, gereserveerd voor een groot academisch ziekenhuis, maar de woningnood dicteerde een ander gebruik.

De sociaal-democratische woningstichting ‘De Dageraad’ realiseerde hier met overheidssteun honderden arbeiderswoningen, naar ontwerp van de architecten Michel de Klerk en Piet Kramer. De architecten kregen veel vrijheid en zagen zichzelf als ware kunstenaars. Het Dageraad complex behoort dan ook tot een van de hoogtepunten van de Amsterdamse School architectuur.

Filmhuis Rialto: 90 jaar eigenzinnigheid in De Pijp

Datum: 1 augustus 2011 / Editie: August-2011 / Auteur(s): Ton van der Tas

Dit jaar is het 90 jaar geleden dat Het Rialto Theater haar deuren opende aan de Ceintuurbaan 338. Oprichter en ondernemer Anton Pieter DuMée zag zijn grote wens, een eigen bioscoop, in vervulling gaan in het art-déco pand, ontworpen door architect Jan van Schaik.

Het Rialto Theater is de enig overgebleven bioscoop in De Pijp. Het verderop gelegen Ceintuur Theater moest in 1976 haar deuren sluiten en ook bioscoop CinéTol in de Tolstraat kreeg in de jaren ‘80 een andere bestemming.

A.P. Dumée
De naam Rialto is afkomstig van de beroemde brug in Venetië en het was gebruikelijk in die tijd om bioscopen een exotische naam te geven, zoals Alhambra, Sfinx etc. Er zijn in de wereld dan ook meerdere bioscopen te vinden die de naam Rialto dragen.

Het Rialto Theater bood bij de oprichting plaats aan 400 bezoekers en die luisterden op de openingsavond naar de ‘RialtoMarsch’, dédiée au Monsieur le Directeur A.P. DuMée, zoals er boven de bladmuziek stond:
In de bioscoop Rialto / Daar geniet je van het schoone beeld / Ga jéen avond uit / Trek dan op naar Zuid / In Rialto zich geen sterveling verveeld / En passeer je de Ceintuurbaan / Kijk goed uit je oogen ben je aan de loop / Met je vrouw, met je bruid of je kindertal / De Rialto is je bioscoop.

DuMée wilde dat zijn zaak ook een educatieve functie had, vandaar dat de jeugdbioscoop een belangrijke plaats innam in de programmering van Rialto. Onder leiding van twee onderwijzers, die tekst en uitleg gaven bij de nog geluidloze films, ontstond Pajebio, de Paedagogische Jeugd Bioscoop.

De sociaal bewogen directeur programmeerde vaak kritische, maatschappelijk betrokken films. Verschillende malen bleek hoe gevaarlijk deze eigenzinnige programmering kon zijn. Al in het eerste jaar van Rialto’s bestaan moest de politie er aan te pas komen om bezoekers te verwijderen uit de zaal bij de vertoning van de film Sovjet Rusland. Volgens deze Sovjetgezinden werd er in de film een te negatief beeld geschetst van dit land. Nadat zij het filmdoek hadden vernield en de politie hen had verwijderd, werd de film verder op de muur geprojecteerd.

In 1949 waren er weer hevige protesten. Ditmaal tegen de vertoning van de anticommunistische film Het IJzeren Gordijn. Het was wekenlang onrustig in en rond de bioscoop en de politie trad hard op.

Rialto vestigde al snel reputatie als voornaam filmhuis en kende grote successen, zoals de film De Bewaarschool uit 1934. De film, die werd vertoond n.a.v. het 12 ½-jarig jubileum van Rialto, ging over een arme wijk in Parijs, waar een heel aandoenlijk meisje een bewaarschooltje runde voor de kinderen uit de sloppenbuurt. Geen enkele andere bioscoop wilde de film hebben, maar bij Rialto zorgde hij 20 weken lang voor een uitverkochte zaal. Hiermee was het theater meteen uit de financiële zorgen en kon DuMée zijn zaak in 1935 verbouwen en moderniseren.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog mochten er alleen Duitse films worden vertoond, zoals de antisemitische film Der Ewige Jude. DuMée had het even niet meer voor het zeggen.

Meerburg Theaterbeheer
In 1973 kwam de exploitatie in handen van Meerburg Theaterbeheer. Er kwam een nieuwe bioscoopzaal met de naam Rivoli. Deze werd op de eerste verdieping gecreeerd door het balkon af te sluiten. De benedenzaal heette nu Rialto. Het bleef een buurtbioscoop met familiefilms, kindermatinees en nachtvoorstellingen.

Het werd echter steeds moeilijker om de bioscoop rendabel te houden en in 1982 wilde de exploitant de zaak sluiten.

Het Amsterdams Filmhuis
Ondertussen had een groep jonge filmliefhebbers hun krachten gebundeld in de Stichting Amsterdams Filmhuis. Zij stoorden zich aan het door Hollywoodfilms gedomineerde aanbod in de Amsterdamse bioscopen en organiseerde zelf filmvoorstellingen in de voormalige kapel van het Huis van Bewaring aan de Weteringschans. Deze stond echter op de nominatie om gesloopt te worden en toen zij Rialto konden overnemen, hoefden zij daar niet lang over na te denken. De naam Rivoli verdween en werd Rialto 2.

De eerste jaren werd Rialto geleid door een groep enthousiaste jongeren, die geen cent betaald kregen voor hun werk. Een van hen was de 18-jarige Raymond Walravens, de huidige directeur. Hij werd in 1989 de eerste betaalde kracht.

Subsidie van de gemeente kwam langzaam op gang. In 1997 werd de stichting zelf eigenaar van het pand, dit gaf meer zekerheid en de kosten konden op een gelijk niveau blijven.

In 30 jaar bouwde de Stichting Amsterdams Filmhuis Rialto weer op tot een gerespecteerd filmhuis met 3 zalen met een totale capaciteit van 270 stoelen, een café- en kantoorruimte. Het is een premièretheater geworden; ieder jaar brengt Rialto zo’n 40 à 50 nieuwe onafhankelijk geproduceerde Europese en niet-westerse films in roulatie. Rialto onderscheidt zich van andere filmhuizen door hun expertise op het gebied van wereldcinema. Zij hebben een reputatie opgebouwd. De mensen vertrouwen er op dat een film die in Rialto draait de moeite waard is en zo is Rialto bijna een keurmerk geworden. Er komen circa 95.000 bezoekers per jaar, die zorgen voor 60% van de totale inkomsten. De overige 40% komt uit subsidie en sponsoring. Inmiddels zijn er 24 betaalde krachten werkzaam bij Rialto en nog steeds zo’n 100 vrijwilligers.

Buurtbioscoop
Ondanks de uitstraling die Rialto heeft, blijft het toch ook een buurtbioscoop, want uit onderzoek blijkt dat Amsterdammers niet verder dan 10 minuten willen fietsen naar de bioscoop en de schatting is dat zo’n 40 % van de bezoekers in Stadsdeel Zuid woont. Met de vele nationaliteiten die de buurt rijk is, is Rialto met recht een wereldbioscoop in een wereldwijk. Speciaal voor de ouderen in de buurt is Rialto sinds kort weer begonnen met middagvoorstellingen op doordeweekse dagen. Voor jongeren verzorgt Rialto filmeducatie wat vorm krijgt in het project Next. Hierin verzorgen leerlingen van middelbare scholen een filmavond in Rialto. Zij programmeren en organiseren de avond van a tot z en leren zo wat er allemaal komt kijken bij het runnen van een bioscoop.

World Cinema Festival
Op 10 augustus a.s. begint het World Cinema Amsterdam Festival. Dit eigen filmfestival wordt voor de tweede keer georganiseerd en toont de bezoeker het beste wat wereldcinema momenteel te bieden heeft. Twaalf dagen lang kan men meer dan 40 onafhankelijk geproduceerde films uit Latijns-Amerika, Azië en Afrika zien. Er zullen filmmakers aanwezig zijn en er zullen feestjes en debatten plaatsvinden. De beste films worden beloond met een Jury Award en een Audience Award.

Als klap op de vuurpijl is er van 17 t/m 20 augustus iedere avond een film te zien op het Marie Heinekenplein in de open lucht. Dit is voor iedereen gratis toegankelijk. Drie van de vier films zijn voorpremières, zij zullen later in de bioscoop te zien zijn.

Albert Cuypstraat

Datum: 1 juni 2011 / Editie: Juni 2011 / Auteur(s): Ton van der Tas

De beroemdste straat van De Pijp
In de 17e eeuw, toen de Albert Cuypstraat nog een brede sloot was midden in de polder, was hier al veel bedrijvigheid. Op de paden aan weerszijden van de sloot stonden 17 houtzaagmolens opgesteld.

In 1890 verdwenen de laatste molens en werd de Zaagmolensloot gedempt, waarna begonnen kon worden met de huizenbouw aan wat de Albert Cuypstraat is gaan heten.

Mede door de breedte van de straat was het een geliefde plek voor straatventers en die waren er heel veel in die tijd. Zij mochten echter niet op één plek blijven staan, alleen als zij klanten hielpen. Dat veranderde op 7 juli 1905; vanaf die dag werd er voortaan een vrije markt toegestaan op de Albert Cuyp, tussen de Frans Halsstraat en de Sweelinckstraat.

De straatventers konden rustig blijven staan en de Albert Cuypmarkt was geboren!

In 1912 werd het een dagmarkt en vanaf 1922 moest er ook ‘stageld’ betaald worden: 60 cent per week. Deze ansichtkaart is van omstreeks 1930. We zien het ‘gouwe deel’ van de Albert Cuypmarkt tussen de Ferdinand Bolstraat en de Eerste van der Helststraat. Hier komen al vanaf het eerste begin de meeste bezoekers en wordt er het meest verkocht. Het ideaal van elke marktkoopman is een hoekplaats.

Rechts op de hoek staat naar alle waarschijnlijkheid Berendje van Rheenen met haar haringkar voor de winkel van V & M. Dit pand staat er niet meer. Links op de hoek met de Ferdinand Bolstraat zien we snoepwinkel Jamin, daar zit nu Caffè Belmondo.

De straat is nog niet geasfalteerd, verkeer is nog toegestaan en de kramen worden ’s avonds nog verlicht met petroleumlampen. Aan weerszijden van de straat staan nog bomen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zouden die alle in de kachels verdwijnen.

Van Woustraat anno 1917

Datum: 1 juni 2011 / Editie: Juni 2011 / Auteur(s): Ton van der Tas

Het standpunt is tussen de Pieter Aertszstraat en de Rustenburgerstraat, kijkend in de richting van de Ceintuurbaan. Het verkeer is nog niet zo dominant in het straatbeeld aanwezig.

Het lagere huizenblok rechts aan de Kuipersstraat en de Rustenburgerstraat stamt nog uit de tijd dat De Pijp grotendeels poldergebied was. Niet lang nadat deze foto gemaakt is werd het gesloopt. Er is een hoger pand gebouwd met op de begane grond nu het café restaurant Fa. Pekelhaaring en slijterij Gall & Gall.

Rechts zien we de verfwarenwinkel van A.J. Bruylants. Deze Vlaming vluchtte tijdens de Eerste Wereldoorlog naar Amsterdam, maar kon de verleidingen die De Pijp hem bood moeilijk weerstaan. Hij joeg al zijn geld er doorheen en eindigde zijn leven in de armen van een hoerenmadam. G. de Ru nam zijn zaak in 1921 over en nog altijd bevindt zich hier de verfspeciaalzaak van de familie de Ru, met kleinzoon Nils nu als derde generatie.

De straat is genoemd naar de beroemde klokkengieter Geert van Wou. Hij leefde rond het jaar 1500 in Kampen.

Pontificaal in beeld is tramlijn 8, die in deze tijd zijn eindhalte had bij de Tolstraat. Later zou de lijn worden doorgetrokken naar de Zuider Amstellaan (de huidige Rooseveltlaan). Lijn 8 werd ook wel de ‘jodentram’ genoemd. Hij reed door alle joodse buurten. Toen het voor joden verboden werd tijdens de Tweede Wereldoorlog om met het openbaar vervoer te reizen, werd de lijn opgeheven. Nog een enkele keer werd hij ingezet, om opgepakte joden naar het station te deporteren. Voor velen zou dit ook hun laatste rit blijken te zijn …

Zand-speelplaats Sarphatipark

Datum: 1 juni 2011 / Editie: Juni 2011 / Auteur(s): Ton van der Tas

Op 15 juli 1886 werd het Sarphatipark officieel geopend. Dat is deze zomer dus precies 125 jaar geleden! Op deze prentbriefkaart uit de beginjaren zien we de noordwest-hoek van het park, waar nu nog steeds de zandbak is.

Vele generaties kinderen uit De Pijp hebben zich hier vermaakt en hun eerste wankele stappen in de wijde wereld gezet. Het was ook voor de vele scholen, die de buurt rijk was, de enige speelgelegenheid. Nu nog spelen de kinderen van de nabijgelegen basisschool Oscar Carré in de pauzes vaak in het park.

Het Sarphatipark is aangelegd volgens de Engelse landschapsstijl, net als ‘grote broer’ het Vondelpark. Het ontwerp staat op naam van stadsingenieur J.G. Van Niftrik, die in een eerder ingediend stadsuitbreidingsplan voor Amsterdam op deze plek het Centraal Station had bedacht! Het park is vernoemd naar Dr. Samuel Sarphati, die in Amsterdam veel heeft gedaan op het gebied van huisvesting, gezondheid, stadsreiniging, natuur en onderwijs.

Tijdens de opening van het park in 1886 is tevens een monument voor hem onthuld en dit staat er nog steeds. Sinds 2003 is een groep bewoners onder begeleiding van het Natuur- en milieuteam van Wijkcentrum Ceintuur in het park actief.

Met veel zorg en liefde onderhouden zij het park.

In het Sarphatipark staan ongeveer 500 bomen, kleine honderd verschillende soorten en er broeden 19 soorten vogels. Wist je dat het Sarphatipark, met z’n 4,2 hectare oppervlakte en meer dan 1 miljoen bezoekers per jaar per m2 park het drukst bezochte park is van Amsterdam?

De Pijp op Facebook !

Datum: 1 april 2011 / Editie: April 2011 / Auteur(s): Ton van der Tas

Bent u blij dat u in De Pijp woont en/of werkt? Vindt u het een leuke buurt?

Tjerk Dalhuisen wel. Hij is een enthousiaste buurtbewoner die samen met een groepje mensen van het Wijkcentrum Ceintuur dit jaar een ‘facebook-account’ heeft geopend onder de naam ‘Vrienden van de Pijp’.

Hierop worden we geïnformeerd over wat voor leuke en bijzondere dingen er gebeuren in de wijk. Als je ziet hoe De Pijp er nu uitziet moet je wel vaststellen dat de buurt enorm is verbeterd vergeleken met 40 jaar geleden. De buurt is groener geworden, het drukke verkeer is teruggedrongen, er zijn meer speelplaatsen in de buurt en veel woningen zijn gered van de sloop. Dit is niet vanzelf gegaan. Het is vooral het werk van betrokken buurtbewoners, die zich de afgelopen vier decennia ingespannen hebben om van De Pijp een prettige buurt te maken om in te wonen. De bewoners hebben hierbij hulp gekregen van het wijkcentrum, ondernemers en politici.

In de film ‘De kinderen van De Pijp’ zien we hoe de buurt er veertig jaar geleden uitzag en hoe buurtbewoners zelf initiatieven ontwikkelden om hun wijk te verbeteren. Deze prachtige film is te zien op de facebook-pagina ‘Vrienden van de Pijp’. Tjerk is benieuwd hoe het de kinderen uit de film nu vergaat en doet een oproep aan hen om zich te melden.

‘Vrienden van de Pijp’ wil graag een brede groep bewoners betrekken bij wat er gebeurt in de buurt. Iedereen kan meedoen en eventueel een bericht plaatsen op deze pagina. Vindt u De Pijp ook zo’n leuke buurt? Ga dan naar Vrienden van De Pijp op facebook en wordt vriend(in) van ‘Vrienden van de Pijp’.

Een wijk wordt vooral leuk als bewoners er samen voor zorgen, want alles wat aandacht krijgt groeit.

Cinétol voormalig heiligdom van cinefielen

Datum: 1 april 2011 / Editie: April 2011 / Auteur(s): Ton van der Tas

Een markant gebouw in De Pijp is CinéTol in de Tolstraat, waar nu de openbare bibliotheek zit. Wat is dit voor vreemd gebouw en wat was er hier vroeger?

In de jaren 1926 – 1927 liet de Theosofische Vereniging in de Tolstraat een tempel bouwen, die tevens dienst deed als vergaderruimte. Het werd gebouwd in de stijl van de Nieuwe Zakelijkheid en kreeg de vorm van een kwart cirkel. Voor het ontwerp tekenden architecten J. Brinkman en L. C. van der Vlugt. Laatstgenoemde zou in de jaren dertig wereldberoemd worden met ijn ontwerpen voor de Van Nelle fabriek in Rotterdam en het stadion ‘De Kuip’ van voetbalclub Feijenoord in diezelfde plaats.

In de zaal was plaats voor 600 bezoekers, 400 beneden en 200 op het balkon.

Al snel na de ingebruikname bleek de exploitatie niet meer rendabel en vanaf 1933 werd het gebouw verhuurd als concert- en gehoorzaal. Er werd zelfs nog sjoel gehouden door het Liberaal Joods Kerkgenootschap.

In de oorlogsjaren eiste de Duitse bezetter het gebouw op en werd het omgebouwd tot bioscoop. De zaal en het balkon werden vergroot en de NSB-er August Bierman kreeg de dagelijkse leiding van de bioscoop, die Thalia werd genoemd. Door het ontbreken van elektriciteit in die tijd werden er steeds vaker concerten, cabaret- en revuevoorstellingen gegeven. Zo herinnerde wijlen dichter en destijds Pijpbewoner Simon Vinkenoog zich vooral de live jazz-optredens op zondag in Thalia.

Na de tweede wereldoorlog werd het buurtbioscoop Cultura en in 1954, na het uitschrijven van een prijsvraag, kreeg het gebouw zijn huidige naam: CinéTol. De winnaar en bedenker van de naam werd op het podium geroepen en mocht zijn prijs van 100 gulden in ontvangst nemen.

In 1961 werd Cor Koppies directeur en hij maakte van CinéTol Amsterdams eerste filmhuis (een alternatieve bioscoop, waar films worden vertoond met een artistieke waarde). Koppies vertelt in een interview uit 1994: “Ik had natuurlijk de tijd mee. Na de saaie jaren van de wederopbouw bestond er een enorme cultuurhonger. Niet alleen op filmgebied, maar ook in de literatuur en het theater. Overal was het explosief, je verzoop er bijna in. Ik had geen ervaring met programmeren en ging vooral op mijn eigen smaak af. Een van de eerste dingen die ik deed was het organiseren van een retrospectief rond Ingmar Bergman, destijds nog een omstreden figuur. Dat bleek enorm aan te slaan. We organiseerden Franse weken, Italiaanse weken en teach-ins, de Nouvelle Vague werd populair, we gaven zelf programmablaadjes uit; het bruiste als een gek.” En dat alles zonder een cent subsidie.

Vanaf 1966 begonnen de dagelijkse nachtvoorstellingen. Tegen twaalven vormden zich in de Tolstraat eindeloze rijen met studenten en docenten van de Filmacademie, filmjournalisten, Skoop-lezers en andere belangstellenden. Zij keken er naar films van Polanski, Chabrol, Truffaut en vele andere minder bekende regisseurs en rookten, dronken en discussieerden wat af in dit nu verworden heiligdom voor cinefielen.

Met een inleiding vooraf en een discussie achteraf was het soms al weer licht buiten als toenmalig filmoperateur Piet Hartog de deur van CinéTol op slot deed: ”Ik zag mijn bed niet meer, ik was op het laatst dag en nacht in CinéTol aanwezig. Al die nachtvoorstellingen, hoe haalt iemand het in zijn kop?”

De huidige directeur van Het Ketelhuis, Alex de Ronde, verlangt nog wel eens terug naar die tijd in CinéTol: ”Legendarisch waren de nachtelijke film teach-ins. Het zou me heel wat waard zijn als die sfeer kon herleven.”

Ook jongere filmmakers hebben herinneringen aan bioscoop CinéTol. Zo zag regisseur Eddy Terstall (1964) hier zijn eerste film: Bambi en hij hield het bepaald niet droog.

In de jaren ‘70 wil de Theosofische Vereniging het gebouw verkopen aan een projectontwikkelaar, maar buurtbewoners, film- en architectuurliefhebbers verenigden zich in het comité ‘Geen gesol met CinéTol’, en met succes. Het pand werd op de monumentenlijst geplaatst en de gemeente kocht het op. Er heeft nog even een moskee in gezeten alvorens het werd omgebouwd tot bibliotheek. Vorig jaar vierde de buurt het 25-jarig bestaan van hun bibliotheek.

Ferdinand Bolstraat

Datum: 1 maart 2011 / Editie: Maart 2011 / Auteur(s): Ton van der Tas

Bomen in de Ferdinand Bolstraat? En lantaarnpalen? Midden op straat?! Is dit wel de Ferdinand Bolstraat? Is dit wel Amsterdam?

Ja, het staat toch echt onder op de kaart. Het standpunt van de fotograaf is lastig te lokaliseren, want de meeste huizen links en rechts zijn begin jaren negentig gesloopt.

De fotograaf staat op het kruispunt met de Van Ostadestraat, kijkend in de richting van de Ceintuurbaan. Geheel links op nummer 156 in het hoekpand zit een cafetapperij. Nu zit hier de Dump Store in een nieuwbouwpand. De huizen het dichtst bij de Ceintuurbaan staan er nog. Links op de hoek zit bakker Ron Verboom en rechts kledingzaak Metro, waar het al jarenlang opheffings-, dan wel verbouwingsuitverkoop is. En waar is de tram op deze kaart? In dit stuk van de Ferdinand Bolstraat rijdt dan nog geen tram. Waar zou die ook naar toe moeten gaan? Als de fotograaf zich om zou draaien en af zou drukken, dan zouden we zien dat hij zich aan de rand van de stad bevindt, want achter de Rustenburgerstraat houdt de bewoonde wereld zo’n beetje op.

Als in 1930 de Rivierenbuurt gerealiseerd is, gaat tramlijn 25 deze nieuwe wijk verbinden met het centrum van de stad en gaat ‘de 25’ door de gehele Ferdinand Bolstraat rijden.

Nu wordt er gewerkt aan de metrolijn, die precies onder de Ferdinand Bolstraat door gaat lopen. Ongeveer in het midden van deze kaart zal de zuidelijke toegang komen van station ‘Ceintuurbaan’. Hiervoor moet het hoekpand, vooral bekend als voormalig bankgebouw, wijken. Binnenkort zal er worden begonnen met de sloop van dit pand en verliest het kruispunt Ceintuurbaan-Ferdinand Bolstraat voorgoed zijn oorspronkelijke gezicht.

Het stadsdeel zal tevens de gelegenheid aangrijpen om de openbare ruimte in de Ferdinand Bolstraat opnieuw in te richten. Zij wil daarbij meer ruimte geven aan de voetgangers en de fietsers.

Deze oude prentbriefkaart van omstreeks 1903 kan haar wellicht tot inspiratie dienen. Zal de Ferdinand Bolstraat weer in zijn oude luister worden hersteld? Zal het de Pijpbewoner weer worden gegund breeduit te flaneren over zijn Ferdinand Bol ? Deze kaart gunt ons een kijkje in het verleden van de buurt, maar het zou ook wel eens een blik in de toekomst kunnen zijn …