Amsteldijk

Datum: 1 maart 2013 / Editie: Maart 2013 / Auteur(s): Ton van der Tas

De prentbriefkaart was rond 1900 wat de sms nu is: een nieuwe uitvinding om elkaar snel een kort bericht te sturen. De afzender van deze kaart had zelfs aan twee letters genoeg om zijn boodschap over te brengen aan zijn geliefde in Haarlem; met de letters Z.N. wenste hij haar op 31 december 1902 een zalig nieuwjaar!

We zien het begin van de Amsteldijk, ooit aangelegd om het polderlandschap tegen de rivier de Amstel te beschermen. De paardentram rijdt langzaam naar zijn eindhalte op de hoek Amsteldijk/Rustenburgerstraat en voorbijgangers poseren in alle rust midden op straat, met of zonder kar. Links de herenhuizen met hun grote verscheidenheid aan architectuur, zoals het opvallende torentje op het hoekpand bij de Tweede Jan van der Heydenstraat.

Ongeveer op deze plek stond eeuwenlang de beroemde herberg De Beerebijt.

Opgericht in een tijd dat rijke Amsterdammers hun buitenverblijf hadden aan de Amstel en Rembrandt er regelmatig rondliep met zijn tekenspullen.

Zo’n herberg was een geliefde plek om een glas te drinken, een pijp te roken en even weg te zijn uit de stad. Men genoot van het groene polderlandschap en keek naar de trekschuiten die hier vandaan vertrokken naar Utrecht, Delft en Den Haag. Zo’n trekschuit werd voortgetrokken door een paard en was tot de komst van de trein een populair vervoersmiddel. Het was net wat sneller dan lopen. Utrecht werd bereikt na een reis van 6 a 7 uur.

Later werd herberg De Beerebijt ook een populaire plek voor kunstenaars en voor schrijvers van De Tachtigers, een vernieuwende stroming binnen de Nederlandse literatuur. De dichter Willem Kloos noemt de plek in één van zijn verzen: ‘Ach, Amsterdam, zucht hij, dáár is beschaving; Caves, Bodéga, Beerebijt en Pschorr, dáár krijgt mijn jeugdig begeerend hart laving’.

In de tweede helft van de 19e eeuw verdween deze herberg om plaats te maken voor de bouw van De Pijp.

Minder woningen op Archiefterrein

Datum: 1 maart 2013 / Editie: March 2013 / Auteur(s): Ton van der Tas

Nadat het Gemeentearchief in 2007 uit het oude gebouw aan de Amsteldijk vertrok lag er een plan om het gebied opnieuw in te richten. Het moest een impuls geven aan de buurt, met een creatieve mix van wonen, cultuur, onderwijs en horeca. Als gevolg van de financiele- en woningmarktcrisis heeft het project lange tijd stilgelegen. Nu is er een nieuwe projectontwikkelaar gevonden .In het gebouw van de reeds op het terrein gerealiseerde IVKO-school, werd op 25 februari een volle zaal bijgepraat over de laatste ontwikkelingen.

Nieuw plan
Het plan zoals het er nu ligt biedt plaats aan vijftig nieuwe koopwoningen en twintig studentenwoningen. Deze komen aan de oost- en westzijde van het Dora Tamanaplein en op de hoek Amsteldijk/Rustenburgerstraat. Ook in het Asschergebouw worden woningen en bedrijfsruimtes gerealiseerd. Onder het terrein komt een ondergrondse parkeergarage in twee lagen voor ongeveer tweehonderd auto’s.

Er wordt een nieuw theater gebouwd met twee zalen, een studio en horeca. En in het voormalige Archiefgebouw komt een hotel met een stuk nieuwbouw aan de noordkant. Deze is te bereiken via een glazen luchtbrug. Bij het hotel komt ook een gedeelte voor ‘short stay’ wonen met zeventien eenheden. Dit heeft de nieuwe projectontwikkelaar Volker Wessels voor een volle zaal meegedeeld, in aanwezigheid van vertegenwoordigers van Stadsdeel Zuid, woningbouwvereniging Ymere en de betrokken architecten.

150 hotelkamers
De belangrijkste wijziging in het oorspronkelijke bouwplan, is dat de hotelcapaciteit toeneemt, wat ten koste gaat van de bouw van woningen. In het oorspronkelijke plan was in het voormalige Gemeentearchief een klein hotel gepland. Hiervoor is echter geen exploitant gevonden. Men is nu in gesprek met een hotelexploitant die wil dat het hotel een nieuwbouwuitbreiding krijgt aan de noordkant, zodat er ruimte komt voor zo’n 150 kamers (ter vergelijking, hotel Okura heeft 300 kamers). De naam van deze hotelexploitant is nog niet bekend gemaakt.

Niet enthousiast
Omwonenden zijn niet enthousiast. Zij hadden liever gezien dat er meer woningen zouden komen, vooral voor de lagere- en middenklassegroepen in de samenleving. Bovendien heeft men het gevoel dat het plan hen door de strot wordt geduwd. Er is onvrede over bouwhoogten die in het nieuwe plan hoger uitvallen, maar volgens het stadsdeel vallen alle plannen binnen de ruimte die het bestemmingsplan hen biedt. Ook ziet de buurt weinig in ‘short stay’ en wil men liever permanente bewoning. Met ‘short stay’ neemt de betrokkenheid bij de buurt af. Bewoners vrezen dat dit de sociale samenhang in de buurt niet ten goede komt.

Inrichting ruimte
Het lijkt er op dat bewoners niet veel meer kunnen veranderen aan de plannen die op 24 april aan de gemeenteraad zullen worden voorgelegd. Men kan wel tot die tijd schriftelijke bezwaren insturen of bij de raadsvergadering inspreken. In een later stadium (na de zomer) kunnen bewoners wellicht nog invloed uitoefenen over de inrichting van de openbare ruimte. Zo moet het Dora Tamanaplein nog worden ingericht en komt er een nieuw plein tussen bibliotheek Cinetol en het Asschergebouw. De planning is dit najaar begonnen wordt met de bouw, te beginnen met de parkeergarage.

Toldwarsstraat

Datum: 1 december 2012 / Editie: Decemeber 2012 / Auteur(s): Ton van der Tas

Een beetje verscholen tussen de Tolstraat en de Pieter Aertszstraat ligt de Toldwarsstraat.

Aan de oneven zijde zien we dit imposante gebouw staan uit 1907. Het was ooit het hoofdgebouw van De Dageraad. De Dageraad was een verbruikscoöperatie, opgericht door en voor arbeiders. Ze bakten zelf brood, distribueerde het en exploiteerde met succes vele kruidenierswinkels door heel Amsterdam. Later ontstond uit deze coöperatie woningstichting De Dageraad, die woningen bouwde voor de arbeiders. In de hoekpanden en zijvleugels van dit u-vormige gebouw bevonden zich dertien woningen en er was een bakkerij.

’s Morgens rond negen uur kwamen de broodventers, eerst met karren, later met bakfietsen. Dan reden ze ‘de klep’ binnen.

Dit is waarschijnlijk de deur in de schutting rechts op de kaart. Daar werd opgeschreven hoeveel brood men wenste mee te nemen. Nadat het brood was ingeladen vertrokken de venters, ieder naar zijn eigen wijk in de stad.

De architect is niemand minder dan H.P. Berlage. Ook als stedenbouwkundige verwierf hij internationale faam met zijn uitbreidingsplan voor Amsterdam Zuid. Toch zul je in het hele stadsdeel geen gebouw vinden dat door hem is ontworpen. Behalve dus dit pand in de Toldwarsstraat.

Tegenwoordig wordt bijna de gehele benedenverdieping van het pand gebruikt door fitnessclub Fresh. Zij hebben hun ingang in de Tolstraat. De bovenverdiepingen zijn bewoond. Het gebouw is vele malen van eigenaar gewisseld en helaas was liefde voor het pand nooit de drijfveer van de kopers. Het pand verkeert dan ook in slechte staat. Alleen als de huiseigenaar en de gemeente hun verantwoordelijkheid nemen kan dit unieke gebouw voor de komende generaties bewaard blijven.

Tweede van der Helststraat

Datum: 1 oktober 2012 / Editie: Oktober 2012 / Auteur(s): Ton van der Tas

Op deze ansichtkaart uit 1926 zien we goed de grens tussen de ‘Oude Pijp’ en de ‘Nieuwe Pijp’.

Hier, in de Tweede van der Helststraat, tussen de Van Ostadestraat en de Rustenburgerstraat, staan huizen die rond het jaar 1900 zijn gebouwd. De gevels zijn steeds anders. Sommige woningen hebben aan de straatkant een balkonnetje, anderen hebben een open portiek met trap of een voordeur op de begane grond. Ook de hoogte verschilt. Deze verscheidenheid is kenmerkend voor de kleinschalige (particuliere) bouwprojecten in De Pijp uit die tijd. Hoe anders is het iets verderop aan het Van der Helstplein en in de Karel du Jardinstraat (achter de bomen). Bij deze woningen van rond het jaar 1920 werden hele gevelwanden vaak ontworpen door vooraanstaande architecten, zoals Piet Kramer. Een prachtig voorbeeld van zijn hand is te zien aan de oostzijde van het Van der Helstplein. Al in 1916 ontwierp hij de gevelwand. Achter het zonnescherm zien we een hoek hiervan. Het fortachtige karakter, de horizontale lijnen en enkele bijzondere welvingen maken dit ontwerp dan ook tot een voorloper van de Amsterdamse School architectuur.

Enkele jaren later zou Piet Kramer samen met collega Michel de Klerk furore maken met het Dageraadcomplex in de Tellegenbuurt.

De Tweede van der Helststraat zat in die tijd vol met mooie winkels. Zo zien we links de boekhandel van mejuffrouw Appel. Het zou best kunnen dat zij het zelf is die daar voor de deur staat. Tegenwoordig zit hier traiteur Foodies. Daarnaast op de winkelruit staat ‘sigaren’, maar volgens het adressenboek uit die tijd had kleermaker Bakker hier zijn nering. Die elegante mijnheer daar op de stoep voor nummer 19 is misschien wel de kleermaker. Nu is dit een woonhuis. Op de hoek bij het zonnescherm, waar nu al jarenlang cafetaria Valentino zit, was een drogist.

In de loop der jaren hebben steeds meer winkeliers in de Tweede van der Helststraat hun deuren moeten sluiten. Tegenwoordig is het aantal winkels op één hand te tellen.

De weg liep destijds rondom het Van der Helstplein voor de huizen langs. De platanen zijn inmiddels reusachtige bomen geworden en geven het plein zijn karakteristieke sfeer.

De onzekere toekomst van Van Ostadestraat 233

Datum: 1 oktober 2012 / Editie: October 2012 / Auteur(s): Ton van der Tas

In het woonwerkpand aan de Van Ostadestraat 233 is het Ostadetheater gevestigd. Daarnaast biedt het onderdak aan bedrijfjes en werkplaatsen. Er wordt ook gewoond. Het stadsdeel wil het pand volgend jaar slopen en er woningen realiseren. Het theater wil weg en zou door het stadsdeel een nieuw te bouwen onderkomen krijgen. De andere gebruikers van het pand zouden het liefst blijven zitten. De Pijp Krant sprak met een medewerker van één van de werkplaatsen: fietsenherstelplaats Smerig en met het Ostadetheater over hun onzekere toekomst.

Smerig
Op een maandagmorgen tref ik Giovanni Goedemondt in Smerig. Behalve medewerker van de fietswerkplaats is hij ook bewoner van het pand. Als bestuurslid van de Gebruikers Vereniging van Ostade 233 (GVO233) weet hij veel over het pand en de onderhandelingen met de gemeente.

“In eerste instantie hield het stadsdeel helemaal geen rekening met de bewoners en de werkplaatsen en bedrijfjes die hier zitten. Het theater zou er uit gaan, de boel zou worden platgegooid en er zouden nieuwe woningen voor in de plaats komen. De stadsdeelraad heeft indertijd de hiervoor verantwoordelijke politici teruggefloten en toen zijn onze onderhandelingen met de gemeente gestart”. De GVO233 begrijpt dat het theater weg wil en ziet ook in dat er – gezien de slechte staat van onderhoud – iets met het complex moet gebeuren. Maar het geeft de voorkeur aan gedeeltelijk sloop en gedeeltelijk renovatie. “En wij willen hier natuurlijk blijven”, zegt Giovanni, “want zou het niet zonde zijn als zomaar een paar van die kleinschalige bedrijfjes, die zo karakteristiek zijn voor De Pijp, zouden verdwijnen?”

Na jaren van overleg en plannen maken kwamen de partijen er niet uit. De GVO233 heeft nu een advocaat in de arm genomen om een voortdurend recht op erfpacht af te dwingen. Het huidige contract loopt namelijk volgend jaar af. Als dat lukt kunnen de onderhandelingen tussen de gemeente en de GVO233 weer worden hervat.

“Liever had ik gehad dat je een artikel zou schrijven over Smerig”, zegt hij, waarop zijn ogen beginnen te glinsteren. “Dit is zo uniek, dit zie je nergens. Hier staat de liefde voor de fiets centraal. Het is een levensfilosofie. Wij werken met acht vrijwilligers. Toekomstige fietsenmakers doen hier werkervaring op en wij hebben ook een belangrijke buurtfunctie. Wij stimuleren dat fietsers zelf hun reparaties kunnen uitvoeren en daarom houden we iedere vrijdag een zelfwerkdag. Onder begeleiding kun je hier dan aan je eigen fiets sleutelen”.

Ostadetheater
Het Ostadetheater, opgericht in 1983, is inmiddels uit zijn jasje gegroeid. Het theater is steeds professioneler gaan werken en het aantal voorstellingen is gestegen. Op het voormalige Gemeentearchiefterrein bij de Amsteldijk zou met steun van de gemeente een nieuw theater worden gebouwd, maar de eerste paal moet nog worden geslagen. Tegelijkertijd wil Stadsdeel Zuid het pand slopen en er woningen voor in de plaats bouwen. Maar omdat de subsidiekraan voor het Ostadetheater dreigt te worden dichtgedraaid, is het de vraag of het theater werkelijk in staat is om op eigen benen te staan en straks niet dakloos is.

Subsidie
Het leek zo mooi, de deal die het Ostadetheater zo’n zes jaar geleden sloot met de gemeente. De gemeente zou voor een nieuw gebouw zorgen, bekostigd uit de opbrengsten van de nieuwbouw op de oude locatie van het theater. Het plan is nog niet van de baan, maar zonder een stevige basisfinanciering wordt het wel erg moeilijk, om het programma-aanbod uit te breiden. Het theater zelf genereert 25% van zijn inkomsten en wordt naast de huidige gemeentesubsidie financieel gesteund door het Fonds Podiumkunsten en het Amsterdams Fonds voor de Kunst.

Onlangs besloot het Stadsdeel Zuid de subsidieaanvraag voor 2013-2016 niet te honoreren. Wel wil men het theater op de huidige locatie financieel nu nog overeind houden, in ieder geval tot medio 2015. Over de omvang en de vorm wordt momenteel nog overleg gevoerd tussen het stadsdeel en het Ostadetheater. Ook loopt er nog een subsidieaanvraag bij de gemeente Amsterdam. De gemeente wil vier buurtpodia subsidiëren en het Ostadetheater hoopt er één van te zijn. Het definitieve besluit hierover wordt binnenkort genomen, maar de Amsterdamse Kunstraad, die de gemeente hierin adviseert, heeft al wel een negatief advies afgegeven.

Archiefterrein
Het voormalig Archiefterrein, waar het nieuwe Ostadetheater zou moeten komen, is nog altijd niet bouwrijp opgeleverd. Nadat het Gemeentearchief in 2007 van de Amsteldijk naar de Vijzelstraat verhuisde, is begonnen met de sloop van de omliggende gebouwen. De werkzaamheden hebben lange tijd stilgelegen, doordat één van de partijen, bouwmaatschappij Fortress uit het project is gestapt en een nieuw bouwbedrijf het heeft overgenomen. Het enige gebouw dat al wel klaar is, is de IVKO-school, die begin vorig jaar in gebruik is genomen. Volgens de planning kunnen de bouwwerkzaamheden komend voorjaar hervat worden en wordt het nieuwe theater in 2015 opgeleverd. Behalve een nieuw theater, zijn er in de plannen woningen, horeca en bedrijfjes opgenomen. In het monumentale gebouw waar het Gemeentearchief gehuisvest was komt een vijfsterrenhotel.

Toekomst
Binnenkort zullen er knopen doorgehakt moeten worden. Zal de gemeente alsnog met een subsidie over de brug komen? En zal het stadsdeel Zuid het Ostadetheater ook in de toekomst nog financieel blijven ondersteunen? Zodat het Ostadetheater in een nieuw onderkomen verder kan uitgroeien tot bloeiend theater en cultureel hart van De Pijp? Zou het niet jammer zijn als dit inmiddels professioneel ingestelde en ambitieuze theater die kans niet krijgt? Of is het oude theater aan de Van Ostadestraat straks gesloopt en staat er elders in De Pijp een nieuw theater, dat niet kan brengen waar het voor gebouwd is? En het moet toch ook mogelijk zijn om met de bewoners en gebruikers van het pand aan de Van Ostadestraat 233 te praten over een nieuwe invulling van hun plek? Want platgooien en nieuwe woningen bouwen bevordert niet echt de diversiteit in de buurt en bovendien vernietig je dan in één klap de bedrijfjes en werkplaatsen die hier al jarenlang tot ieders tevredenheid functioneren.

Voor een appel en een ei

Juni 1980 zet een groep jonge idealisten de koevoet tussen de deur aan de Van Ostadestraat 233, een ideale plek om dromen te realiseren. Het leegstaande pand van een voormalige drukkerij met een oppervlakte van zo’n 1750 vierkante meter biedt volop mogelijkheden. Er worden woningen gerealiseerd en bedrijfjes opgestart, zoals drukkerij Raddraaier en fietswerkplaats Smerig. Beide bedrijfjes zitten er nog steeds en lopen goed. Een groepje mensen begon een buurttheater onder de naam Van Ostadetheater (het woordje van verdween in 1985). De stad werd zo voor een appel en een ei een culturele voorziening rijker, waarmee de krakers een interessante onderhandelingspartner voor de gemeente werden. In 1983 werd een 30-jarig erfpachtcontract afgesloten met de gemeente, waardoor het pand in beheer kwam van de bewoners en gebruikers. Sindsdien vormen zij de Gebruikersvereniging Van Ostadestraat 233 (GVO233). In dertig jaar tijd heeft het theater zich verder ontwikkeld en zijn bestaansrecht bewezen, met nu 12.000 bezoekers en circa 200 voorstellingen per jaar. Met de gemeente is in 2008 afgesproken dat het Ostadetheater de hoofdgebruiker zal worden van het nieuwe theater op het voormalig Archiefterrein in de Diamantbuurt. De nieuwe naam is al bedacht : Amstelvloer.

Diamantstraat

Datum: 1 september 2012 / Editie: September 2012 / Auteur(s): Ton van der Tas

Het is het jaar 1949 en we staan in het hart van de Diamantbuurt. In 1922 werd begonnen met de bouw van deze buurt naar een ontwerp van de architect J.C. Van Epen. Het is een voorbeeld van de Amsterdamse School architectuur. Typerend voor de Diamantbuurt is de kleurkeuze van de kozijnen. De combinatie van geel en groen hoort bij het monumentale karakter.

Op deze oude ansichtkaart zien we de Diamantstraat vlak voor de kruising met de Smaragdstraat.

Links, net buiten beeld, staat het voormalige badhuis uit 1925. De huizen hadden nog geen douche of bad en het badhuis werd dan ook druk bezocht. Wel in beeld, links, de huizen die woningbouwvereniging Eigen Haard hier liet bouwen in 1930.

In de verte zien we ook nog een ‘kasteeltoren’ van de diamantslijperij, die de gebroeders Asscher hier al in 1907 lieten neerzetten.

Veel straten kregen in de jaren twintig de naam van een edelsteen. Daarvoor heette de Diamantstraat Eerste Ruijterdwarsstraat. Die naam stamt uit de tijd dat de straat nog deel uitmaakte van de gemeente Nieuwer Amstel. De lage arbeidershuisjes verderop in de straat herinneren aan die periode.

Onder de nieuwe bewoners van de Diamantbuurt, die zich hier vanaf de jaren twintig vestigden waren veel onderwijzers, ambtenaren en (joodse) diamantbewerkers. Zij hadden het doorgaans financieel iets beter dan de bewoners uit de Oude Pijp.

In 2004 kwam de Diamantbuurt landelijk in het nieuws toen een echtpaar moest verhuizen na ernstige bedreigingen van rondhangende jongeren.

Nicolaas Berchemstraat

Datum: 1 augustus 2012 / Editie: Augustus 2012 / Auteur(s): Ton van der Tas

Met een lengte van niet meer dan zestig meter is dit wel één van de kortste straatjes van De Pijp. De straat is vernoemd naar de 17e eeuwse landschapsschilder Nicolaes Pietersz. Berchem.

Deze foto is ruim 100 jaar geleden genomen op de hoek met de Albert Cuypstraat, kijkend in de richting van de Stadhouderskade. Ooit liep hier een kort verbindingspad van de Singelgracht naar het Noordelijk Zaagmolenpad (de huidige Gerard Doustraat). Het is leuk dat die vroegere paden nog steeds zijn terug te vinden in het stratenpatroon van de buurt.

Het pand geheel links is gesloopt, daarnaast, bij het uithangbord, zit tegenwoordig Café Berchem. Het is een rustig straatje, alleen voetgangers zijn welkom en veel marktbezoekers parkeren hier hun fiets.

Aan het einde van de straat op de hoek met de Stadhouderskade staat een gebouw uit 1881.

Eerst zat daar de Rijkspostspaarbank en vanaf 1909 deed het dienst als politiepost.

In 1985 gooiden krakers, nadat Hans Kok in een politiecel was overleden, brandbommen naar binnen bij de Dienst Parkeerbeheer, die inmiddels in dit gebouw zijn intrek had genomen. Het pand moest volledig worden gerestaureerd. Nu zit er beneden een tapijtzaak. De bovenverdiepingen staan leeg en zijn te huur als kantoorruimte.

Stadhouderskade

Datum: 1 juli 2012 / Editie: Juli 2012 / Auteur(s): Ton van der Tas

Al in 1867 liet Gerardus Adriaan Heineken op deze plek zijn bierbrouwerij bouwen, net buiten de stadswallen aan de Buitensingel.

De Pijp bestond toen nog niet; het bedrijf stond gewoon midden in de weilanden. Zelfs de Stadhouderskade moest nog worden aangelegd. Aanvankelijk droeg de brouwerij de al bestaande naam ‘De Hooybergh’, maar na een paar jaar kreeg ze de naam van de eigenaar.

Op deze kaart van rond 1900 zien we op de achtergrond de gebouwen van de Heineken Brouwerij. Met van links naar rechts de mouterij, het machine- en ketelhuis en de brouwerij. Helemaal rechts, op de hoek met de Ferdinand Bolstraat, is het kantoor.

Het Heinekenbier was al gauw een groot succes en uitbreiding van het bedrijf kon niet uitblijven.

De brouwerij kocht zelfs een deel van de achterliggende Jacob van Campenstraat op en in de loop van de twintigste eeuw werden alle gebouwen die hier op deze ansichtkaart te zien zijn vervangen. Ook in de rest van Nederland werd uitgebreid: er kwamen nieuwe brouwerijen in Den Bosch en Zoeterwoude.

Sinds 1988 wordt geen bier meer gebrouwen aan de Stadhouderskade. De Pijpbewoners zouden de vertrouwde moutlucht die boven de buurt hing niet meer ruiken. De oude brouwerij kreeg een museumfunctie. Pal erachter kwam een plein met woningen en winkels, genoemd naar Marie Heineken, een kunstenares en de nicht van de oprichter van de brouwerij.

Snuif- tabaksmolen De Zwaan

Datum: 1 mei 2012 / Editie: Mei 2012 / Auteur(s): Ton van der Tas

Maar weinig buurtbewoners zullen deze molen nog in het echt hebben gezien. Hij stamt uit de tijd dat het zuidelijk deel van De Pijp nog een landelijk karakter had.

Langs het Verwerspad (de huidige Tolstraat) liep een sloot, die ook wel de Molenvliet werd genoemd en aan dit water stond een molen. Hij was in 1783 gebouwd als snuif- en tabaksmolen De Zwaan. In de 19e eeuw veranderde zijn functie en werd de molen omgedoopt in korenmolen De Duif. De omgeving was het domein van tuinders en boeren.

Rond 1890 werd de molen onttakeld en bleef alleen het stenen onderstuk staan. Een groep vrijzinnige kunstenaars, de zelfbenoemde bohème van Amsterdam, gebruikte ‘de molen zonder wieken’ daarna als uitvalsbasis.

Zo werd schilder Piet Mondriaan hier regelmatig gespot en zou schrijver Arthur van Schendel nog een tijdje in de molen hebben gewoond.

Op deze oude prentbriefkaart van na 1900 zien we dat een groep woonwagenbewoners zich aan de voet van de molen heeft gevestigd. De molen werd vanwege de voddenhandel van de zigeuners rondom al snel de Lompenmolen genoemd. Ongeveer ten zuiden van het huidige Van der Helstplein, daar moet de molen hebben gestaan. Rond 1915 is de molen afgebroken om plaats te maken voor de stadsuitbreiding van Berlage. Dat laatste was natuurlijk een aanwinst, maar De Pijp verloor tegelijk een fraai stukje historisch erfgoed.

De Keyserkring: serie lezingen over De Pijp

Datum: 1 mei 2012 / Editie: May 2012 / Auteur(s): Ton van der Tas

De Keyserkring is een serie van zes maandelijkse bijeenkomsten voor Pijpbewoners die geïnteresseerd zijn in de kunst en geschiedenis van hun buurt. Mayra Paula van het Wijkcentrum Ceintuur begeleidt de serie. Op 3 mei jl. vond de eerste lezing plaats en De PijpKrant nam een kijkje.

Vereniging Hendrick de Keyser
Om vier uur ‘s middags blijkt een clubje enthousiaste buurtbewoners de weg gevonden te hebben naar het gebouw van Buurtvereniging Hendrick de Keijser.

Cunera Vergeer van Vereniging Hendrick de Keyser opent de Kring met een lezing over beeldhouwer en architect Hendrick de Keyser.

De naar hem genoemde vereniging is in 1918 opgericht uit bezorgdheid over het grote aantal oude woonhuizen dat in de stad verloren ging. Door deze historisch en/of architectonisch waardevolle panden aan te kopen, op te knappen en opnieuw te verhuren lukt het de vereniging om ze te behouden.

Wie was Hendrick de Keyser?
Hendrick de Keyser kwam in 1595 vanuit Utrecht om in Amsterdam te gaan werken als stadssteenhouwer en stadsarchitect. In die tijd maakte de stad een enorme groei door en was er een grote behoefte aan nieuwe gebouwen. Het eerste grote ontwerp van Hendrick de Keyser was de Zuiderkerk. Na zijn dood zou Hendrick hier ook zijn laatste rustplaats vinden. Mevrouw Vergeer vertelt over de bouwstijl van De Keyser, de Hollandse Renaissance, en licht die toe met geprojecteerde afbeeldingen. Zo zien we dat De Keyser vaak gebruik maakte van baksteen en natuursteen, en gevels vaak rijkelijk met ornamenten versierde. Andere nog bestaande gebouwen van De Keyser zijn de Westerkerk, de Noorderkerk en het Oost-Indisch Huis. Ook het voormalig beursgebouw aan het Rokin blijkt van zijn hand te zijn geweest.

Door de deskundigheid en het enthousiasme van mevrouw Vergeer kregen we een goed beeld van wat Hendrick de Keyser allemaal voor Amsterdam heeft betekend. Een bewonderenswaardige man.

Voor een dubbeltje geboren
Na een korte pauze is het woord aan Peter van Maaren, leraar en buurtbewoner van De Pijp. Als arbeidersjongen vraagt hij zich af: kun je een kwartje worden als je voor een dubbeltje bent geboren? Veel straten in De Pijp zijn vernoemd naar een schilder en de meesten blijken toch wel als kwartje geboren te zijn. Maar Peter weet één schilder die zeker voor dat dubbeltje geboren moet zijn: Karel du Jardin. Diens vader werkte in het slachtafval. Ondanks een naar hem vernoemde straat, en een prominente plaats voor veel van zijn werken in het Rijksmuseum, is Peter van Maaren er niet helemaal zeker van of Du Jardin wel een echt kwartje is geworden.

Peter eindigt zijn verhaal met een persoonlijke noot. Hij schreef het boek Mijn meester is een homo. Het kreeg goede kritieken en wordt binnenkort in het Engels vertaald. Zo voelt Peter zichzelf in elk geval al een beetje een kwartje worden…

De volgende Keyserkring is op donderdag 14 juni om 16u in het gebouw van Buurtvereniging Hendrick de Keyser aan het Hendrick de Keyserplein 45. Architect Piet Vernooy komt dan vertellen over de architectuur van de Amsterdamse School. De toegang is gratis, iedereen is welkom.