Hemonystraat

Datum: 1 december 2013 / Editie: December-2013 / Auteur(s): Ton van der Tas

De straat is vernoemd naar de gebroeders Pieter en Francois Hemony. Zij leefden in de 17e eeuw en waren de belangrijkste klokkengieters van Nederland.

‘Er viel niets te zien in de verlaten straat, waar de huizen donkernat treurden over het bemodderd plaveisel vol plassen, die bleek glansden of rimpelden onder een windvlaag’.

Zo beschreef Frans Coenen in zijn novelle ‘Zondagsrust’ uit 1902 een zondag in de Hemonystraat.

Als je nu door de Hemonystraat loopt, langs de statige woonhuizen met de hoge plafonds en de prachtige gevels, valt het op hoe rustig het er is. Net als op die zondag in het boek, maar de grote ramen op de begane grond verraden dat hier vroeger veel meer bedrijvigheid moet zijn geweest.

Deze prentbriefkaart van net na 1900 bevestigt dat beeld. Rechts op de hoek met de Ceintuurbaan zien we een kruidenierswinkel met een fraaie gevel. Hier zit nu een vestiging van Taco Mundo, de afhaalmexicaan. Het is te hopen dat de oude gevel nog altijd onder de huidige betimmering aanwezig is. Iets verder op nummer 51 zien we een varkentje op een ijzeren uithangbord. Hier kon je varkensslachter J. Appelboom aan het werk zien.

De ijzeren haak van het uithangbord hangt er nu nog steeds!

Aan de linkerkant zat op nummer 66 vleeschhouwer Peters en op 68 konden dames een hoed uitzoeken bij Maison De Boer: ‘chapellerie pour dames’. Maar het meeste bekijks trok toch de winkel van de heer Kempe, op de hoek, waar nu Café Bloemers zit. Hij handelde in Engelse rijwielen. In Engeland waren ze al wat verder met de ontwikkeling van de fiets. Het was een nieuw fenomeen. In 1901 bezat nog maar 1 op de 38 Nederlanders een rijwiel. ‘Jan met de pet’ kon het zich niet veroorloven. Toch staan daar op de stoep wel een aantal ‘Jannen met petten’ te dromen ooit zo’n rijwiel te mogen bezitten. Het was immers hét symbool van moderniteit en vrijheid.

RAI gebouw aan de Ferdinand Bolstraat

Datum: 1 november 2013 / Editie: November-2013 / Auteur(s): Ton van der Tas

Vroeger stond de RAI aan de Ferdinand Bolstraat. Op deze ansicht uit 1927 zie je het gebouw met de karakteristieke dakvorm. Links daarvan het houten gebouw van de Rijksverzekeringsbank en geheel links de hoek met de Vincent van Goghstraat.

De vereniging Rijwiel– en Automobiel Industrie was in 1893 opgericht met als doel ieder jaar een landelijke tentoonstelling te houden. Dit was voor de fietsfabrikanten en later voor de autofabrikanten een ideale mogelijkheid om hun nieuwste modellen aan het grote publiek te laten zien. Deze tentoonstellingen werden altijd in het Paleis voor Volksvlijt gehouden, maar in 1922 kreeg de RAI haar eigen gebouw aan het einde van de Ferdinand Bolstraat. Hier vergaapte het publiek zich in 1923 aan de Amerikaanse T-Ford en presenteerde het Nederlandse bedrijf DAF vol trots in 1958 haar eerste personenauto, het bekende ‘Dafje’.

Behalve voor autobeurzen leende het RAI-gebouw zich ook uitstekend voor damesbeurzen, wielerzesdaagsen en grote bijeenkomsten van politieke partijen.

In het Plan Zuid van Berlage stond op dit terrein een Volkshuis ingetekend, waar concerten, theatervoorstellingen en congressen konden plaatsvinden, maar dit is nooit van de grond gekomen.

De RAI verhuisde in 1961 naar het Scheldeplein, maar het gebouw aan de Ferdinand Bolstraat heeft er nog 15 jaar gestaan. De ‘Oude RAI’, zoals het gebouw toen werd genoemd, werd vooral gebruikt als sporthal en in de vakanties werden er allerlei activiteiten voor schoolkinderen georganiseerd. Ook vonden er happenings en popconcerten plaats, zoals Hai in de Rai in 1967 en het legendarische concert van Deep Purple in 1973.

In 1976 wordt de oude RAI dan toch afgebroken. Plannen voor een operagebouw op het terrein werden uiteindelijk van tafel geveegd. Wel was het Okura Hotel inmiddels verrezen op het terrein en kreeg de buurt hier de voorzieningen die het toen hard nodig had: een sporthal, een kinderboerderij, 330 sociale huurwoningen en een verzorgingstehuis voor ouderen. In de naam van dit woonzorgcentrum leeft de geschiedenis van deze plek nog voort.

Lutmaplein

Datum: 1 september 2013 / Editie: September 2013 / Auteur(s): Ton van der Tas

Het zal rond het jaar 1930 geweest zijn dat de fotograaf deze nieuwbouw in de Diamantbuurt op de gevoelige plaat vastlegde.

Kijkend vanuit de Robijnstraat zien we dit huizenblok aan de Lutmastraat en rechts het begin van de Jan Lievensstraat. Ooit was dit het Lutmaplein en die naam staat nog rechtsonder op de kaart, maar tegenwoordig moet dit plein het zonder naam doen.

Dit deel van De Pijp heeft een nog wat dorpse uitstraling en dat komt met name door de lage arbeidershuisjes uit 1891 die hier te vinden zijn. Zij zijn inmiddels op de rijksmonumentenlijst geplaatst. De Lutmastraat is genoemd naar Janus Lutma, de goud- en zilversmid die leefde van 1588 tot 1669.

De huizen hier aan het plein zijn gebouwd in 1925 en ontworpen door architect Flip Hamers. Hij werkte in opdracht van Eigen Haard, de woningbouwvereniging die in de jaren twintig bijna de helft van de Diamantbuurt heeft volgebouwd. Verderop in de Granaatstraat en aan de Jozef Israëlskade vind je huizen die vrijwel identiek zijn aan deze huizen. Zij zijn dan ook in dezelfde tijd door deze architect ontworpen.

Op het pleintje staan slechts wat bomen, een wagentje van de stadsreiniging en een van de weinige auto’s die de buurt toen rijk was.

Tegenwoordig is het straatbeeld wat drukker: er is een kinderspeelplaats en er zijn parkeerplaatsen voor auto’s.

Eigen Haard doet veel woningen in de verkoop. Zo staat er nu een benedenwoning te koop aan het ‘Lutmaplein’ van 50 m2 voor 175.000 euro. Sinds 2010 zit er aan de andere kant van het plein een locatie van de reclassering. ’s Morgens worden mensen met een taakstraf hiervandaan met busjes naar diverse locaties in de stad gebracht waar ze onder toeziend oog werk verrichten. ’s Middags worden ze hier weer teruggebracht. Deze busjes zorgen misschien nog wel voor de meeste reuring op dit rustige pleintje zonder naam in De Pijp.

Sweelinckstraat

Datum: 1 augustus 2013 / Editie: Augustus 2013 / Auteur(s): Ton van der Tas

De brandweer rukt uit met paard en wagen. Ze is zojuist het Sarphatipark gepasseerd en rijdt de Sweelinckstraat in.

Links op nummer 97 het kruidenierswinkeltje van weduwe Agterberg. Voor haar deur loopt een groep schoolkinderen. Zij zitten misschien wel op de iets verder gelegen Govert Flinckschool. Zouden ze op weg zijn naar het Sarphatipark om daar de pauze door te brengen?

De Sweelickstraat eindigt op de (Tweede) Jacob van Campenstraat. Een aantal ondernemers had daar hun zaak in het blokje laagbouw, rechts op de kaart. In 1909, zes jaar na uitgifte van deze prentbriefkaart, werd de Sweelinckstraat omgedoopt in Eerste Sweelinckstraat.

Het kruidenierswinkeltje op de hoek zit er niet meer. Daar is nu de verloskundigenpraktijk Astrid Limburg. Zo zijn er meer oude gebouwen die een nieuwe functie hebben gekregen. In de voormalige Govert Flinckschool zit nu op de benedenverdieping de zangschool van Babette Labeij en op de bovenverdieping de Turkse moskee Milli Görüs. Verderop in het vroegere Gemeentelijke Badhuis is nu muziekcentrum De Badcuyp gevestigd.

De Eerste Sweelinckstraat is de ultieme Pijpstraat. Het aanbod is zeer gevarieerd en internationaal.

Naast de vele cafés en eettentjes herbergt dit 150 meter stukje Pijp een moskee, zangschool, boksschool, vroedvrouwenpraktijk, muziekcentrum en een paar unieke winkels. Het autoluwe karakter en het vele groen in plantenbakken en geveltuintjes zorgen ervoor dat het hier prettig vertoeven is. Sinds kort is er iedere woensdag ook een biologische boerenmarkt.

Het volkse karakter van de buurt vind je terug in het standbeeld van André Hazes (made in China) dat hier staat en tijdens het Festival De Pijp, dat hier ieder jaar wordt georganiseerd.

Ferdinand Bolpleintje

Datum: 1 juli 2013 / Editie: Juli 2013 / Auteur(s): Ton van der Tas

Officieel heeft het plein nooit een naam gehad. In 1903, toen Nico deze prentbriefkaart verstuurde, noemde men dit het Ferdinand Bolplein of Ferdinand Bolpleintje.

Iedereen wist dat daarmee het stukje Ferdinand Bolstraat bedoeld werd tussen de Gerard Dou en de Albert Cuyp. Ondernemers gebruikten de naam zelfs in hun reclames, zoals G. de Weerdt, die zijn zaak had aan de Ferdinand Bolstraat 47.

Op het pleintje stond een urinoir, een zogenaamde dubbele krul. Er stond ook een straatkiosk, waar je kranten kon kopen. Geheel rechts achter de boom zie je de contouren van die kiosk.

Tegenwoordig wordt dit wel het Picoplein genoemd. De taxichauffeurs begonnen als eerste de naam te gebruiken voor hun taxistandplaats. Picoplein verwijst naar café Pico, dat al ruim een halve eeuw op Ferdinand Bolstraat 72 is gevestigd.

Overdag is het een koffiehuis en ’s avonds een bruin café.

De zaak is ooit begonnen door Piet en Corrie. Inderdaad, de eerste twee letters van hun beide namen vormden zo de naam van hun nieuwe café. Ondertussen is de naam Picoplein zo ingeburgerd dat zelfs de gemeente de naam gebruikt in haar publicaties.

Veel ondernemers aan het plein zitten er al een hele tijd. Firma Duikelman het langst (sinds 1940). Shoarmazaak Shalom, McDonald´s en Toko Ramee kwamen in de jaren zeventig. Bagels & Beans opende hier in 1996 haar allereerste vestiging. Nu vind je er meer dan vijftig door heel Nederland. Behalve een bloemenstal en een transformatorhuisje staan tegenwoordig op het plein vooral heel veel fietsen. Binnenkort zal het plein door de gemeente opnieuw worden ingericht in verband met de komst van de metro.

PVW Willibrordus

Datum: 1 juni 2013 / Editie: Juni 2013 / Auteur(s): Ton van der Tas

Je moet toch al een tijdje in De Pijp wonen, wil je je dit beeld nog kunnen herinneren. Dit is wat je zag als je vanuit Oost De Pijp binnenkwam bij de Ceintuurbaan. Prominent op de hoek Amsteldijk/Ceintuurbaan stond daar deze rooms-katholieke kathedraal, genoemd naar de heilige Willibrordus.

De oorsprong van deze kerk ligt ergens rond het jaar 1650. Volgens de overlevering stond destijds aan het toenmalige Kuiperspad een kerkje, gewijd aan Sint Willibrord. Het kerkje was niet veel meer dan een houten boerenschuur, slechts bereikbaar via een primitieve ophaalbrug over de sloot.

Op zondag kwamen de kerkgangers over de paden aanschuifelen.

De meesten waren tuinders uit de omgeving met hun families. Sommigen droegen een dik kerkboek met gouden slot met zich mee, anderen kwamen keuvelend aanlopen met de snuifdoos in de hand …

Door de groei en de uitbreiding van Amsterdam in de 19e eeuw werd het kerkje te klein voor al de nieuwe gelovigen. De parochie kocht een stuk weiland op de hoek van de nog aan te leggen Ceintuurbaan en mede door de drijvende kracht van pastoor Wubbe kon in 1871 de eerste paal geslagen worden voor de bouw van een nieuw godshuis. Als ontwerper werd niemand minder dan Pierre Cuypers aangetrokken. De man die later beroemd zou worden als architect van het Rijksmuseum en het Centraal Station in Amsterdam. Hij ontwierp meer dan 100 kerken en dit zou zijn grootste kerk worden, al kon uiteindelijk niet alles wat hij had bedacht worden uitgevoerd, omdat het geld al snel op was.

Op 10 september 1873 kon pastoor Wubbe het schuurkerkje sluiten om dezelfde dag nog dat deel van de nieuwe Willibrorduskerk in te zegenen dat al af was. Pas in 1899 kon de gehele kerk worden ingewijd, maar het duurde nog tot 1924 voor er geld beschikbaar was voor een toren op de kerk.

De kerk heeft er nog geen eeuw gestaan. Wegens de bouwvallige toestand van het gebouw werd besloten de kerk af te breken. Hierdoor verloor De Pijp haar baken aan de Amstel. Het Rijksmuseum van Cuypers werd onlangs nog voor ongeveer 375 miljoen euro gerenoveerd, maar voor het behoud van de Willibrorduskerk werd geen cent gemeenschapsgeld uitgegeven.
Na de sloop in 1970 heeft het nog tot 1988 geduurd totdat een nieuw gebouw zijn deuren hier opende. Dat was het verzorgingshuis Tabitha (nu Amsta). Onlangs bracht Amsta het bericht naar buiten dat ze het gebouw wil verkopen. Zal dit gebouw ook ten prooi vallen aan de slopershamer?

Sluiting Amsta groot gemis voor de buurt

Datum: 1 juni 2013 / Editie: June 2013 / Auteur(s): Ton van der Tas

‘Aan de oever van de Amstel in de gezellige stadswijk De Pijp, ligt woon – en zorgcentrum Amsteldijk. Amsteldijk biedt ondersteuning aan zo’n 100 cliënten, die dagelijks hulp of verzorging nodig hebben. U voelt het meteen bij binnenkomst. In dit huis wordt geleefd! Als u houdt van gezelligheid bent u bij Amsteldijk aan het juiste adres. In Amsteldijk is het een zoete inval van mensen met verschillende achtergronden’.

Aldus de website van Amsta, maar als het aan het bestuur van Amsta ligt is het met die zoete inval per 1 juli 2014 afgelopen. Dan sluit het verzorgingshuis aan de Amstel de deuren en hebben de laatste bewoners deze idyllische plek verlaten.

Amsta, één van de drie grote Amsterdamse instellingen voor zorg aan ouderen en mensen met een beperking, gaat het aantal verzorgingsplaatsen met tweehonderd verminderen en het pand aan de Amsteldijk 35 sluiten.

Dit plan ligt nu bij de centrale cliëntenraad en de ondernemingsraad. Binnenkort komt er zekerheid. De bewoners zijn al op de hoogte gebracht van de plannen. Als de verhuizing doorgaat wordt er voor de bewoners in overleg met de familie naar een individuele oplossing gezocht.

Het terugbrengen van het aantal zorgplaatsen in instellingen en het streven om hulpbehoevenden zo lang mogelijk thuis te verzorgen is overheidsbeleid. Het is bekend dat Amsta financiële problemen heeft, sluiting van deze vestiging op een toplocatie zou ze niet slecht uitkomen.

Amsta op de hoek van de Amsteldijk en de Ceintuurbaan is 25 jaar geleden gebouwd op de plek van de voormalige Sint Willibrorduskerk en is bij velen nog bekend onder de oude naam Tabitha. Het pand is eigendom van Amsta en zal na sluiting worden verkocht. Achter de schermen zijn de besprekingen reeds gaande. Het gerucht gaat dat een hotelbedrijf interesse heeft.

Gemis
Voor de bewoners is de verhuizing een ingrijpende gebeurtenis maar ook de buurt voelt het gemis. De Pijp Krant peilde de gevoelens bij de bezoekers van ‘Buurtkamer Willibrordus’. Een ontmoetingsplek voor ouderen en mensen met een beperking, die in de buurt wonen. Ze komen hier wekelijks bij elkaar. Een van hen, Margriet de Jonge, (84) woont zelfstandig in een van de

“Nu kan ik mijn eigen potje nog koken, maar als ik dat straks niet meer kan, had ik graag naar Amsta gewild”

appartementen boven de Buurtkamer.“ Ik vind het jammer dat het weggaat. Nu kan ik mijn eigen potje nog koken, maar als ik dat straks niet meer kan, had ik graag naar Amsta gewild”. Margriet kwam vorig jaar in De Pijp wonen, nadat het huis in Oost waar ze zestig jaar woonde werd afgebroken. “Dat was een hele verandering en een zware tijd. Ik weet wat de mensen in Amsta straks zullen gaan meemaken”. Haar buurvrouw heeft een gehandicapte zus, die in Amsta woont. “Waar gaat die zus straks naar toe en hoe vaak zien ze mekaar dan nog?”.

Faciliteiten
In Amsta is een fitnessruimte (met fysiotherapeut) en Margit (69) komt er al 12 jaar. “Door de fitness heb ik mijn bloeddruk onder controle gekregen en hoef ik daar geen medicijnen meer voor te slikken. Na afloop eten en drinken we dan samen nog iets in Amsta, dat is dan gelijk een sociaal gebeuren”. Als Amsta sluit is er volgens haar geen ruimte in de buurt waar ouderen zo goed én betaalbaar kunnen sporten. Ook voor de zaal op de zevende verdieping, waar allerlei activiteiten worden georganiseerd, maar ook kerkdiensten en concerten plaats vinden en die zelfs te huur is, bestaat in de buurt geen alternatief.

Tiny is 85 jaar en woont in de Van Ostadestraat. “Ik lunch iedere dag in het Amsta. Met een krantje en een kopje koffie ben ik er even uit en heb contact met de bewoners. Ik doe dat al 10 jaar. Het is onderdeel geworden van mijn dag en zou het niet willen missen, ook al is echt wonen in een zorgcentrum helemaal niets voor mij”.

Schrik
Alle aanwezigen willen graag zelfstandig blijven wonen. Maar als het, ook met thuiszorg, echt niet meer kan, waar moet je dan heen? Een van de bezoekers merkt op dat het beleid van de overheid om de zorgcentra geleidelijk te sluiten, de schakel tussen zelfstandig wonen met thuiszorg en het verpleeghuis aan het verdwijnen is. “Met de sluiting van Amsta wordt dat beleid opeens heel zichtbaar en daar schrik je toch van”.

Rembrandt was here

Datum: 1 juni 2013 / Editie: June 2013 / Auteur(s): Ton van der Tas

Wist je dat Rembrandt ook tekeningen heeft gemaakt van De Pijp? Nou ja, De Pijp … die bestond nog niet, maar wel het gebied dat wij nu De Pijp noemen.

‘Lantscappies’
Hij tekende graag ‘zijn’ stad en de landelijke omgeving. De tekeningen noemde hij ‘lantscappies nae ’t leven’. Vrij recent zijn de meeste lantscappies nauwkeurig gelokaliseerd door deskundigen van het Stadsarchief. Zo is van twee van deze lantscappies, waarvan al werd vermoed dat het de Amstel moest zijn, vastgesteld dat de Amsteldijk er op te zien is. Het is het deel ten zuiden van de huidige Ceintuurbaan.

Amsteldijk
De Amsteldijk was in de Middeleeuwen de drukste landweg naar de stad. Ook op de Amstel was het een drukte van belang met de vele bootjes. Deze bedrijvigheid op en rond de Amstel is mooi te zien op een stadsgezicht van de schilder Hans Bol uit 1585. Dit werk is, voor zover bekend, het oudste geschilderde stadsgezicht van Amsterdam.

Een geliefde wandeling van Rembrandt was om over de dijk, langs de Amstel, de stad uit te lopen naar Ouderkerk. Vanaf de Weesperzijde, waar nu het clubhuis staat van roeivereniging ‘De Hoop’, tekende hij de Amstel met beide oevers. Er is zowel een krijttekening als een pentekening van dit gezicht op de Amsteldijk bewaard gebleven.

Op de voorgrond zijn twee figuren te zien. De ene is bezig met een hengel of een net en de ander zit te tekenen, zo lijkt het. Geheel rechts op de tekening zien we de Bergenvaarderskamer. Dit was het gildehuis van kooplieden die stokvis uit Bergen (Noorwegen) importeerden. Het gebouw deed ook dienst als herberg en boerderij en er werden toneelvoorstellingen gehouden. In 1890 werd het afgebroken om plaats te maken voor het nieuwe stadhuis van de gemeente Nieuwer-Amstel. Dit gebouw staat er nu nog steeds. Wij kennen het als het voormalige onderkomen van het Gemeentearchief.

Tolstraat
Links van de Bergenvaarderskamer zien we een hoger huis en drie lage huisjes. En het is met name aan deze vier huisjes te danken dat wij nu weten waar de tekening gemaakt is. De huisjes stonden er namelijk in het jaar 1900 nog steeds, zoals oude foto’s en een prentbriefkaart laten zien. Het hogere huis stond op de hoek van de Tolstraat en de Amsteldijk en is afgebroken in 1929. De twee huisjes links hebben er nog tot 1934 gestaan en het huisje naast het hogere huis, Amsteldijk nummer 70, heeft er zelfs nog tot 1962 gestaan.

Prachtig toch, dat het de Meester heeft behaagd ons een paar lantscappies van de buurt na te laten!

De Bol in 2017

Datum: 1 juni 2013 / Editie: June 2013 / Auteur(s): Ton van der Tas

Het lijkt nog ver weg voordat de Noord-Zuidlijn gaat rijden, maar het moment komt nu toch dichterbij. In 2017 moet het gaan gebeuren.

Station De Pijp
Station De Pijp is een van de metrohaltes en ligt onder de Ferdinand Bolstraat. Vanwege de beperkte ruimte tussen de funderingen van de aanpalende panden krijgt het station twee verdiepingen. Het onderste perron komt ruim 26 meter onder de grond te liggen. Dit is dan ook het diepst gelegen perron van de Noord Zuidlijn. Station ‘De Pijp’ krijgt twee toegangen, een op de hoek Albert Cuypstraat – Ferdinand Bolstraat en een op de hoek Ceintuurbaan – Ferdinand Bolstraat. Om dit mogelijk te maken zijn de hoekpanden afgebroken.

Autovrij
Nu het meeste werk ondergronds gedaan is, wordt het tijd om de straten opnieuw in te richten. De gemeente heeft hier al over nagedacht en haar ideeën op papier gezet in de Nota van Uitgangspunten (NvU).

Er is gekozen voor een autovrije Ferdinand Bolstraat van de Stadhouderskade tot de Ceintuurbaan met prioriteit voor voetgangers en fietsers. Dit betekent dat bromfietsers en taxi’s niet meer welkom zijn in de Ferdinand Bolstraat. Als het aan de gemeente ligt keert tramlijn 25 ook niet meer terug in de Ferdinand Bolstraat, maar het is uiteindelijk het GVB dat daarover beslist. Ook de tramhaltes zullen een andere plek krijgen.

Om de grote stromen metroreizigers voldoende ruimte te bieden moeten de trottoirs breder worden dan ze nu zijn. Zo is de Ferdinand Bolstraat tussen de Stadhouderskade en de Albert Cuypstraat op z’n smalst slechts 15 meter breed. Met twee trambanen en fietspaden aan beide zijden zou er maar 5 meter overblijven voor het voetpad: 2,5 meter aan elke zijde. Dat is nog altijd meer dan nu, maar te weinig voor de toekomst. Daarom heeft de gemeente het plan om in dit deel van de Ferdinand Bolstraat een zgn. om-en-omspoor aan te leggen. Hierbij maken de trams in beide richtingen gebruik van hetzelfde spoor, zoals in de Leidsestraat en Utrechtsestraat.

De Ferdinand Bolstraat is een belangrijke doorgangsroute voor fietsers. Voor het toenemende aantal fietsen moet ook parkeergelegenheid beschikbaar zijn. Het is nog niet helemaal duidelijk hoe de gemeente dit wil gaan realiseren. Vooral het gedeelte tussen de Albert Cuypstraat en de Ceintuurbaan biedt weinig ruimte voor fietsparkeerplaatsen.

Omgeving
Ook de directe omgeving van de Ferdinand Bolstraat wordt meegenomen in de herinrichtingsplannen. Zo komen op de Ceintuurbaan, tussen de Ruysdaelkade en de Ferdinand Bolstraat, vrijliggende fietspaden en krijgt de tram waar mogelijk een vrije baan. Hiervoor moeten de bomen meer naar het midden van de straat verplaatst worden. De meeste bomen zullen daarvoor worden gekapt. Er zullen nieuwe bomen voor in de plaats komen.

De Frans Halsstraat zal opnieuw worden ingericht, er zullen parkeerplaatsen verdwijnen zodra de omstreden parkeergarage onder de Boerenwetering klaar is.

En nog dit jaar wordt de brug bij de Ceintuurbaan over de Boerenwetering gerenoveerd en breder gemaakt.

De Eerste Jacob van Campenstraat wordt wellicht ook autovrij, omdat de straat niet doorloopt aan de andere kant van de Ferdinand Bolstraat. Dit lijkt een goed plan, omdat deze straat nu al veel gebruikt wordt door toeristen die lopend vanaf het Museumplein De Pijp in trekken.

Rode loper
De Ferdinand Bolstraat maakt deel uit van de Rode Loper. Deze loopt vanaf het Centraal Station naar de Ceintuurbaan en volgt bovengronds nagenoeg dezelfde route als die van de Noord- Zuidlijn. Deze route wordt gezien als het visitekaartje van de stad, moet allure uitstralen en een aantrekkelijke wandelweg worden voor toeristen. Dit past ook prima binnen het beleidskader ‘Ontdek Amsterdam! Spreiding van toerisme over de stad’, waarin de gemeente aangeeft het wenselijk te vinden gebieden buiten het centrum te ontwikkelen voor toerisme, zoals De Pijp. Dit zal tot gevolg hebben dat het ‘funshoppen’ (winkelen als vrijetijdsbesteding) in De Pijp gaat toenemen. Bovendien zal er door stijgende winkelhuurprijzen schaalvergroting plaatsvinden. Hierdoor zullen vooral de grotere winkelketens die hogere omzetten kunnen draaien zich in de straat gaan vestigen. De verwachting is dat er meer winkels komen met mode en luxe producten. De kleinere, gespecialiseerde en vernieuwende ondernemers zullen onderdak moeten zien te vinden in de omgeving van de Ferdinand Bolstraat.

Frans Halsstraat

Datum: 1 mei 2013 / Editie: Mei 2013 / Auteur(s): Ton van der Tas

Rond het jaar 1870 wordt begonnen met de aanleg van de eerste straten in De Pijp. Dit zijn de Jacob van Campenstraat, Daniël Stalpertstraat, Ferdinand Bolstraat en de Frans Halsstraat, alle gelegen ten noorden van de Zaagmolensloot (de huidige Albert Cuypstraat).

Aan dit uitbreidingsplan, dat aanvankelijk ruim van opzet was, werden echter al snel twee straten toegevoegd: de Quellijnstraat en de Saenredamstraat. De straten werden daardoor smaller, maar zo konden er wel meer en goedkopere woningen worden gebouwd en daar was op dat moment veel vraag naar.

Op deze prentbriefkaart van rond 1900 staan we midden in dit oude stukje Pijp. We kijken in de Frans Halsstraat richting Stadhouderskad, het gedeelte tussen de Daniël Stalpert- en de Quellijnstraat. Aan de linkerkant zien we een paar winkeltjes, zoals de drogisterij van de heer Postma op nummer 48. Links daarvan bij het grote raam is nu de huisartsenpraktijk van Geert Mulder gevestigd. Opvallend is de nummering die verspringt van 48 naar 60. De reden weet ik niet, het was 100 jaar geleden ook al zo. Iets verder, op de hoek, zit nu café Quinto.

In de buurt woonden veel handarbeiders en middenstanders. De huur van een etagewoning bedroeg in die tijd rond de vier gulden per week. Dat was voor arbeiders heel wat geld. Daarom verhuurden huiseigenaren veel woningen per kamer of ze verhuurden voor en achter. Ook huurders gingen kamers onderverhuren. Veel studenten en kunstenaars maakten daar gretig gebruik van. Ook veel prostituees huurden een kamer in De Pijp om hun klanten te ontvangen.

Een gemeentelijk onderzoek uit 1896 wees uit dat er in de Gerard Doubuurt meer dan 300 prostituees woonden.

Buurt YY, zoals De Pijp toen nog werd genoemd, was in die tijd een echte rosse buurt met een bruisend nachtleven. Zo was er in de Quellijnstraat op nummer 40 de bierkelder van de beruchte Jannetje Struik. Veel vrouwen van lichte zeden pikten hier hun klanten op. In dezelfde straat op nummer 64 zat ‘Het wapen van Habsburg’, ook wel ‘De Kuil’ genoemd. In deze nachtclub trad Eduard Jacobs op. Zijn liedjes gingen meestal over de prostitutie in Buurt YY : “Als zij dan thuis kwam met het geld, sprak moeder, als ze ’t had geteld: vroeger deed ik het en nou jij, in buurt YY”.