Een eeuw Amsterdamse School

Datum: 1 april 2016 / Editie: April 2016 / Auteur(s): Ton van der Tas

De Amsterdamse School, de bouwen ontwerpstijl uit de jaren tien en twintig van de vorige eeuw viert dit jaar haar 100-jarig jubileum.

Op tal van plaatsen in Nederland, maar vooral in Amsterdam, kom je deze baksteenarchitectuur met zijn golvende gevels en bijzondere gebruik van dakpannen in het straatbeeld tegen.

Ook in De Pijp is de Amsterdamse School rijk vertegenwoordigd. Al in 1915 maakte architect Piet Kramer een ontwerp voor winkels en woningen aan het Van der Helstplein. Dit huizenblok is een vroeg voorbeeld van de Amsterdamse School. In de Diamantbuurt heeft architect Van Epen veel huizen gebouwd. Zijn stijl is o.a. te herkennen aan de hoekige v-vormige erkers. Maar een van de pronkstukken van de Amsterdamse School is het Dageraadcomplex bij de P.L. Takstraat, gebouwd door de architecten Piet Kramer en Michel de Klerk.

Liefhebbers uit de hele wereld komen kijken hoe Amsterdam in de jaren twintig deze ‘paleizen’ voor zijn arbeiders bouwde. Politiek Den Haag zette de geldkraan wijd open en niets hield het stadsbestuur tegen om deze jonge architecten, die zichzelf als kunstenaars zagen, hun gang te laten gaan.

Het bezoekerscentrum De Dageraad, gevestigd in een voormalige winkelruimte van het complex, organiseert veel rondleidingen door de buurt. Ook ‘grote broer’ Museum Het Schip in de Spaarndammer buurt organiseert dit jaar tal van excursies, rondleidingen, lezingen en tentoonstellingen over de Amsterdamse School.

Voor wie benieuwd is hoe de huizen er van binnen uit zagen, is onlangs een heel bijzondere tentoonstelling geopend van interieurontwerpen van de Amsterdamse School in het Stedelijk Museum. Er zijn meer dan 500 ontwerpen te zien van lampen, meubelen, klokken, keramiek, textiel en behang.

Speciaal voor dit jubileumjaar is er een website in het leven geroepen met daarin links naar alle deelnemers en hun activiteiten: www.100jaaramsterdamseschool.nl.

Polderhuis

Datum: 1 september 2015 / Editie: September 2015 / Auteur(s): Ton van der Tas

Het Polderhuis aan de Boerenwetering was zowel café als herberg en stond hier al in de zeventiende eeuw.

Voor veel Amsterdammers was dit een geliefde plek. Starend over de tuinderijen en weilanden, dronk men hier onder de bomen bij het Polderhuis een glas bier of limonade of maakte men een tochtje met een roeiboot over de Boerenwetering.

De naam Boerenwetering verwijst naar de oorspronkelijke gebruikers van dit water. Eeuwenlang was de Boerenwetering voor veel boeren en tuinders de belangrijkste verbinding met de stad Amsterdam. Vroeg in de ochtend meerden zij al aan met hun schepen bij het Polderhuis. Omdat de Boerenwetering op een lager waterpeil lag, werden de schepen hier door een sluis geleid naar het hoger gelegen Amsterdamse peil.

Eeuwenlang was de Boerenwetering voor veel boeren en tuinders de belangrijkste verbinding met de stad Amsterdam. Vroeg in de ochtend meerden zij al aan met hun schepen bij het Polderhuis.

De sluis is niet te zien op deze kaart; deze bevond zich achter het café. Wel zien we rechts van het theekoepeltje de overhaal met de twee grote wielen. Dit was een takelinstallatie, die gebruikt werd om de kleinere boten naar het hogere waterpeil te slepen.

Veel kunstenaars en fotografen hebben deze idyllische plek vastgelegd. Er zijn ook verschillende ansichtkaarten van deze plek bewaard gebleven, zoals deze van net na het jaar 1900. We zien dat het Polderhuis er nog staat, maar de landelijke omgeving is al grotendeels verdwenen. Aan weerszijden van de Boerenwetering zijn kades gemaakt en huizen gebouwd: links de Ruysdaelkade en rechts de Hobbemakade.

In 1923 is het Polderhuis afgebroken om plaats te maken voor een rioolgemaal. Veel Amsterdammers betreurden dat, want het Polderhuis stond hier al eeuwenlang en, ook al was het de laatste jaren steeds meer een gewone stadskroeg geworden, het was een plek die herinnerde aan de tijd dat het hier nog zeer landelijk was. Deze tijd was nu definitief voorbij.

Jan Lievensstraat

Datum: 1 juni 2015 / Editie: Juni 2015 / Auteur(s): Ton van der Tas

De schilders Jan Lievens en Rembrandt van Rijn hadden veel met elkaar gemeen. Zij waren leeftijdsgenoten, geboren in Leiden en stierven, ondanks dat ze in hun leven veel geld hadden verdiend, in armoede in Amsterdam.

Ook hun werk toont veel overeenkomsten. Schilderijen waarvan men eerst dacht dat ze door Rembrandt waren geschilderd, bleken later van Lievens te zijn.

Evenwijdig aan de Van Woustraat, aan de oostzijde, loopt de straat die vernoemd is naar Jan Lievens. Het is een wat smalle, donkere straat met huizen, gebouwd in de jaren twintig van de vorige eeuw.

We staan op de Jozef Israëlskade en kijken in de richting van de Lutmastraat. Links op de rand van het trottoir is een verkiezingsleus gekalkt. Er staat: ‘Kiest Gerhard L.23’.

Adriaan Gerhard was de lijsttrekker in Amsterdam voor de socialistische SDAP die met lijst 23 meedeed aan de Tweede Kamerverkiezingen van 1929. De partij had veel aanhangers onder de arbeiders in de Diamantbuurt en haalde dat jaar een recordaantal stemmen. Maar liefst 40% van de Amsterdammers stemde ‘rood’.

Als we een klein stukje de straat in lopen komen we links bij het geboortehuis van een van Nederlands meest veelzijdige kunstenaars, Armando. Hij werd hier in 1929 geboren op nummer 52, drie hoog.

Als we een klein stukje de straat in lopen komen we links bij het geboortehuis van een van Nederlands meest veelzijdige kunstenaars, Armando. Hij werd hier in 1929 geboren op nummer 52, drie hoog.

Rechts op het hoekje zien we een winkel en, als ik het goed zie, staat op de etalageruit ook de naam ”t Hoekje’. Het is de sigarenwinkel van Willem Eeuwen aan de Jozef Israëlskade 103. Zelf woonde hij ernaast op 103a. De nummering is later veranderd, maar het oude huisnummerplaatje 103 hangt nog altijd aan de gevel.

Hemonylaan

Datum: 1 april 2015 / Editie: April 2015 / Auteur(s): Ton van der Tas

‘Als men van de Van Woustraat naar de Hemonijstraat wil gaan, loopt men door deze prachtige Hemonylaan’, schreef een anonieme dichter in 1905 op deze kaart aan Marietje, die in de Tolstraat woonde.

De statige 19e-eeuwse huizen, het brede wegdek en de twee rijen bomen geven de straat inderdaad het aanzien van een laan.

Vroeger liep hier de Zaagmolensloot. Toen de monding in 1878 werd verlegd van de Amstel naar het Singel kwam hier een kade met de naam Hemonykade en werden de eerste huizen gebouwd. De molens langs de Zaagmolensloot, die tweehonderd jaar het polderlandschap hadden bepaald, moesten plaats maken voor de stadsuitbreiding. De sloot werd gedempt en de Albert Cuypstraat was geboren. Uiteindelijk werd de vaart voor de Hemonykade ook gedempt in 1891 en kreeg die zijn huidige naam: Hemonylaan, genoemd naar de beroemde 17e-eeuwse broers en klokkengieters Francois en Pieter Hemony.

Links achter het lage muurtje keek je zo in de achtertuinen van de huizen aan de Stadhouderskade.

Van de tuinen is nu niet veel meer over. Zij liggen verborgen achter hoge hekken en muren en worden vooral gebruikt als opslagplaats of om auto’s te parkeren. Onlangs besloot de Amsterdamse kunstenaar Hugo Kaagman, met subsidie van Stadsdeel Zuid, deze wat verloederde kant van de Hemonylaan op te fleuren met zijn ‘streetart’.

De Hemonylaan is een bijzondere laan, alleen al omdat het de enige laan is in De Pijp.

Coöperatiehof

Datum: 1 februari 2015 / Editie: Februari 2015 / Auteur(s): Ton van der Tas

De Coöperatiehof is ontworpen door de beroemde architect Piet Kramer in de Amsterdamse Schoolstijl en gebouwd tussen 1926 en 1928.

Het hofje ligt ietwat verscholen tussen de Lutmastraat en de Burgemeester Tellegenstraat en is bereikbaar via twee poorten. Rondom de lage huizen aan het hofje bevindt zich een buitenste ring met etagewoningen. Na de bouw telde het complex 164 woningen, 7 winkels, 3 kleine werkplaatsen en een lees- en vergaderzaal.

Rechts op deze fotokaart uit de jaren dertig zien we het fraaie gebouw waar de lees- en vergaderzaal was gehuisvest. Boeken kon je lenen op de eerste verdieping en beneden werden vergaderingen en bijeenkomsten gehouden van allerlei socialistische en Joodse verenigingen, waarvan veel leden in deze buurt woonden. In een deel van de leeszaal zat de ‘Joodsche Boekerij’, waar men kosteloos boeken kon lenen.

De kerk vormde vroeger een belangrijk middelpunt van een buurt of dorp. Hier ontmoette je elkaar en kon je je geestelijk verrijken. In deze socialistische buurt was de lees- en vergaderzaal dat belangrijke middelpunt. Het gebouw heeft zelfs een klokkentoren.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden veel Joodse bewoners gedeporteerd, zoals mijnheer Duitz, die een drogisterij had op de Coöperatiehof.

Zijn winkeltje, ooit volgestouwd met zeep, bezems, drop en kruiden, werd na zijn deportatie geplunderd, net als zoveel andere huizen van Joden in de buurt.

Nu zijn de winkels verdwenen en in de voormalige leeszaal zit een ICT-bedrijf. Toch vind je hier nog genoeg sporen van het rijke socialistische leven van vroeger. En de Coöperatiehof? Dat is nog steeds een bijzondere plek. Als je hier ’s morgens loopt en je hoort het klokje luiden dan waan je je even in een dorpje hier ver vandaan…

Sarphatipark

Datum: 1 december 2014 / Editie: December 2014 / Auteur(s): Ton van der Tas

Een zomerse dag in De Pijp. Zou het een feestdag zijn? Grote vlaggen wapperen langs de gevels van de huizen aan het Sarphatipark. De kaart is uit de jaren dertig.

Misschien is de foto wel gemaakt op 10 september 1933. Op die dag werd in heel Nederland gevierd dat Wilhelmina 35 jaar koningin was. In Amsterdam zaten ruim 40.000 mensen in het Olympisch Stadion om hun vorstin toe te juichen.

Hier, op de hoek met de Ceintuurbaan, gaat het leven rustig zijn gang. Men koopt zijn krantje bij de kiosk rechts of doet wat boodschappen in de fruitstal van voormalig marktkoopman Noordergraaf. Vroeger stond hier een houten politiepost. Het terras van café Amstelquelle ziet er ook uitnodigend uit. Het café, waar nu een meubelzaak in zit, was één van de vele grand-café’s aan de Ceintuurbaan.

De kaart heeft een verkeerd onderschrift. De Sarphatistraat bestaat wel, maar ligt niet in De Pijp. Alle straten langs de vier zijden van het park kregen in 1892 de naam Sarphatipark.

Drukkers van ansichtkaarten namen het soms niet zo nauw met de naam van de straat of de juiste spelling er van.

Op de kaart zien we de westzijde van het Sarphatipark. Op nummer 10 had fotograaf Frits Geveke zijn atelier. Hij was een van de belangrijkste portretfotografen van Amsterdam in de eerste helft van de vorige eeuw. Veel Amsterdammers lieten zich door hem fotograferen, maar hij werd vooral bekend met zijn portretten van bekende Nederlandse acteurs en actrices, operazangers en -zangeressen en kleinkunstenaars. Deze artiesten kwamen ook graag bij café Amstelquelle, dus Geveke zat strategisch goed. Zijn grootste concurrent werd Jacob Merkelbach. Die had zijn fotostudio aan het Leidseplein, tegenover de Stadsschouwburg. Vorig jaar wijdde het Stadsarchief een bijzondere tentoonstelling aan zijn werk.

Vincent van Goghstraat

Datum: 1 november 2014 / Editie: NOVEMBER 2014 / Auteur(s): Ton van der Tas

In de jaren twintig werden maar liefst 62.000 nieuwe woningen gebouwd in Amsterdam.

Nooit eerder en later evenmin was de productie in één decennium zo hoog. Amsterdam telde wel vijftig verschillende woningbouwverenigingen. Hun voornaamste doel was het bouwen van betere arbeiderswoningen.

In het sterk verzuilde Nederland had iedere politieke en religieuze groepering zijn eigen woningbouwvereniging. Zo bouwde het rooms-katholieke Het Oosten in 1923 honderden woningen in de zuidwesthoek van De Pijp.

Om in aanmerking te komen voor zo’n woning moest je katholiek zijn.

Daardoor ontstond hier een overwegend katholiek buurtje met eigen (katholieke) voorzieningen zoals scholen, winkels, buurthuizen en een kerk. Het werd ook wel Papendorp genoemd en het was een bijzonder kinderrijke buurt.

Op deze fotokaart, verzonden in 1938, zien we de woningen van Het Oosten, ontworpen door architect Lippits. We kijken vanaf het kruispunt met de Pienemanstraat in het rustige en doodlopende deel van de Vincent van Goghstraat. Hier kwamen zelden auto’s, behalve tijdens de Autorai. Dan parkeerden bezoekers graag hun automobiel in de buurt van het toenmalige RAI-gebouw aan de overzijde van de Ferdinand Bolstraat.

Links, op nummer 38, zien we de groentewinkel van de heer Poelstra. Zijn zaak droeg dezelfde naam als de woningbouwvereniging. Rechts zat kruidenier Putman.

Wat verder opvalt, zijn de voortuintjes. Frans Hofstra woonde hier als kind in de jaren vijftig en kan zich die nog goed herinneren: “Elke tuin had een Japanse kers, zodat de straat in het voorjaar een prachtige roze aanblik bood. Later zijn de tuintjes opgeofferd voor het oprukkende autoblik”.

Tolstraat

Datum: 1 juli 2014 / Editie: Juli 2014 / Auteur(s): Ton van der Tas

De Tolstraat is genoemd naar het tolhek, dat hier vroeger op de Amsteldijk stond. Passanten dienden een klein bedrag te betalen en droegen daarmee bij aan het onderhoud van de weg.

In deze straat lieten de broers Joseph en Abraham Asscher hun nieuwe diamantslijperij bouwen, die in 1907 feestelijk werd geopend. Op de kaart zien we de stratenmakers nog bezig, maar de vlaggen wapperen al op de torens. Het gebouw lijkt wel een kasteel!

De broers behoorden tot de beste diamantbewerkers ter wereld en brachten het bedrijf, in 1854 opgericht door opa Joseph Isaac, tot grote bloei. Maar als de economische crisis uitbreekt in de jaren dertig en Nederland ook nog betrokken raakt bij de Tweede Wereldoorlog ziet het er somber uit voor de familie Asscher.

Veel familieleden en een groot deel van de 300 (veelal joodse) werknemers overleven de concentratiekampen niet. Abraham Asscher wel.

Hij keert terug uit Bergen-Belsen, maar wordt door de joodse gemeenschap medeschuldig bevonden aan wat er met de Nederlandse joden is gebeurd. Als medevoorzitter van de Joodse Raad voerde hij immers de anti-joodse maatregelen van de Duitsers uit. Het zou nooit meer goed komen tussen hem en de joodse gemeenschap.

Na de oorlog was het familiebedrijf zo goed als leeggeroofd en de eens zo trotse Amsterdamse diamantnijverheid vernietigd. Toch gaan de slijpmolens in de Tolstraat weer draaien en weten de zonen van Abraham het bedrijf weer op te bouwen. Tegenwoordig wordt het bedrijf geleid door de zesde generatie. De familie gebruikt slechts een deel van het gebouw. Het andere deel wordt verhuurd aan creatieve bedrijven.

In de nabije toekomst zal dit monumentale gebouw een meer open karakter krijgen met een plein en horeca op de begane grond en bedrijven en woningen op de bovenste verdiepingen.

Het Henriëttehofje

Datum: 1 mei 2014 / Editie: Mei 2014 / Auteur(s): Ton van der Tas

Als je in de buurt op zoek gaat naar dit hofje zul je het niet vinden. Het werd gebouwd in 1867 en stond aan de Singelgracht, de latere Stadhouderskade.

Het gebied was nog zeer landelijk; de bewoners keken aan de achterkant uit over weilanden en zagen de molens, die langs de Zaagmolensloot stonden.

Die landelijke rust is echter van korte duur. In hetzelfde jaar wordt de eerste steen gelegd voor de bierbrouwerij van Heineken iets verderop. De stad Amsterdam maakt zich op voor zijn tweede Gouden Eeuw. De industrialisatie komt op gang, mensen trekken massaal richting stad en uitbreiden wordt noodzakelijk. De weilanden en molens moeten plaatsmaken voor huizen en de eerste straten worden aangelegd in een nieuwe buurt: De Pijp.

De stichter van het hofje was Jacob de Vos Jacobszoon, zakenman en kunstliefhebber. Hij vernoemde het naar zijn vrouw Henriëtte Wurfbain en zo ontstond het Henriëttehofje.

Het bood onderdak aan tien oudere alleenstaande dames.

Naast het Henriëttehofje vestigde zich de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten. Die staat er na bijna 140 jaar nog steeds, in tegenstelling tot het Henriëttehofje, dat in de jaren vijftig werd afgebroken wegens bouwvalligheid.

In 1959 kwam er een nieuw gebouw, ontworpen door architect Mart Stam. Achter de pui van staal en glas zetelde de Geïllustreerde Pers, uitgever van o.a. Margriet en Donald Duck. Later vestigde het Bevolkingsregister zich in het pand en nu wordt het door verschillende bedrijven en instanties gebruikt.

Tegenwoordig is de Stadhouderskade door de verkeersdrukte een van de smerigste straten van Amsterdam. En mocht je je weer eens ergeren aan al die drukte en viezigheid, keer dan met dit beeld van het Henriëttehofje voor ogen terug naar de tijd dat Amsterdam nog zwanger was van De Pijp en de buurt een polder was, met zijn molens, herbergen, paden, sloten, vee en polderhuisjes…

Gerard Douplein

Datum: 1 maart 2014 / Editie: Maart 2014 / Auteur(s): Ton van der Tas

In het hart van het oude deel van De Pijp ligt het Gerard Douplein. De huizen dateren van rond 1875. Wij kijken de Daniël Stalpertstraat in, die hier eindigt.

Ook toen al was op bijna iedere hoek van de straat een café. Het pand rechts op de hoek van de Daniël Stalpert en de Van der Helst, waar kastelein J. Stoof zijn bier schonk, staat er niet meer. In de nieuwbouw zit nu een wijnbar.

Het plein ligt op een kruispunt van twee straten: de Eerste van der Helststraat en de Gerard Doustraat.

Het had hier dus net zo goed het Van der Helstplein kunnen heten, maar men sprak dus over het Gerard Douplein(tje).

Pas na 1910 werd de naam ook officieel gebruikt als adres. Zo zat de winkel van de heer Barger ten tijde van deze kaart aan de Eerste van der Helststraat 54, maar na 1910 werd dat Gerard Douplein 4. Hier zit nu al meer dan vijftig jaar de verfzaak van de familie Canté.

Een plein is van oudsher een plek van activiteit en handel. Op deze kaart van net na 1900 zien we inderdaad wat straatventers. De Albert Cuypmarkt bestond nog niet, dus de 50.000 Pijpbewoners kochten hun dagelijkse boodschappen in de vele kleine buurtwinkeltjes en bij de straatventers. Hun roep en het geratel van hun karren op de straatstenen waren vertrouwde geluiden voor de stedelingen van toen.