Met elkaar de trap schoonmaken

Datum: 1 maart 2008 / Editie: March 2008 / Auteur(s): Sandra van Beek

Wethouder en bewoners in gesprek over WMO

Met de invoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning WMO wordt van mensen verlangd om mee te doen in de maatschappij. Mensen mogen niet vereenzamen of geïsoleerd raken. Daarom wordt er naar gestreefd dat ze een sociaal netwerk opbouwen. Maar hoe?

De Stadsdelen van de Gemeente willen eerst weten wat er zoal leeft onder bewoners. Zij doen dit door een aantal mensen steekproefsgewijs te selecteren uit de wijk, ze uit te nodigen te komen praten en het resultaat van de gesprekken te inventariseren. Een Pijp Krant redacteur zat toevallig tussen de genodigden.

Je kent het wel, die irritante telefoontjes die je soms op ongewenste tijden krijgt met ongevraagde aanbiedingen over een nog voordeliger telefoonaansluiting, zorgverzekering of het activeren van een loterijkaart. Toen laatst ineens Stadsdeel Oud Zuid aan de lijn hing, dacht ik eerst ook met een opdringerige enquête te maken te hebben. Maar nee, wilde ik soms meedoen aan een gesprek met de wethouder, samen met tien andere bewoners van De Pijp over wat mensen voor elkaar en voor de stad doen? Daar was ik best nieuwsgierig naar. Daarop volgde een schriftelijke uitnodiging van Jan Willem Duker. Hij is de verantwoordelijke man voor het Programma Invoering Wet Maatschappelijke Ondersteuning, ofwel de WMO, een mond vol.

Op een winteravond op de 24e januari j.l. zaten wij vervolgens niet met tien, maar met zeven buurtbewoners in een karig ingericht kamertje van het stadsdeelkantoor om de tafel om het gesprek over maatschappelijke participatie te voeren met de heren Duker, portefeuille wethouder Eddy Linthorst en gebiedsmanager Arie Roos. Koffie en thee in plastic bekertjes en een bakje met zandkoekjes ging rond. Duker stak van wal over de WMO en toonde cijfers en percentages. De sfeer was ernstig, want het ging om het resultaat van een enquête onder buurtbewoners, waar uit op te maken viel dat de verhoudingen tussen buurtbewoners te wensen overliet. Negen procent van de buurtbewoners zou zich in sterke mate geïsoleerd voelen in het leven, dat is 1 op de 10 in de wijk wist de wethouder.

Daar staat echter tegenover dat 55% van de inwoners minstens één keer per week contact heeft met de buren. Die 55% was al gauw een reden om af te dwalen en mijn eigen buren voor me te zien. Wat zouden die contacten met die 55% inhouden? Gezellig bij elkaar op de koffie komen, een verjaardag vieren, een schroevendraaier lenen, het huisdier verzorgen, roddelen, klagen of elkaar alleen groeten?

Sleutelwoorden
Er moest iets veranderen, zei de stadsdeelvertegenwoordiger. Want de vergrijzing nam toe en de mensen moesten meer voor elkaar gaan zorgen. Hulp, steun en zorg, waren sleutelwoorden. Maar zorg wordt al gauw zielig, zei een bewoonster naast mij aan de hoek van de tafel. Zij maakte zich wel eens zorgen over haar oudere eenzame buurman, met wie geen contact te maken was, maar die tenslotte zelf voor dit bestaan had gekozen en hoe kon je hem nou bij de buurt en de bewoners betrekken, vroeg ze zich af. Sommige mensen willen immers helemaal geen zorg van een onbekende ontvangen, vulde een ander aan, die deze ervaring had opgedaan met een eenkennige tante. Tja, hoe maak je contact met je omgeving? De portefeuille wethouder erkende het probleem.

Maar andere bewoners wisten raad. De één gaat met zijn kinderen met een voetbal naar het pleintje en binnen een mum van tijd hollen er tien kinderen blij mee achter de voetbal aan en de ander is zomaar begonnen met de mensen in zijn straat te groeten. En…het werkt, riep hij triomfantelijk, hij wordt altijd vrolijk teruggegroet.

Vervolgens begon een oudere mevrouw een verhaal te vertellen. In het appartementencomplex waar zij woont maakte zij eerst helemaal alleen de trap schoon. Terwijl haar medebewoners ondertussen de trap op en afgingen groette ze hen steeds op vriendelijke wijze. Op den duur kreeg ze respons en medewerking. Via de trap was er een goed contact ontstaan tussen alle bewoners in het complex: Ze houden sindsdien allemaal de trap schoon en er is sociale controle. Het klonk als een Annie M.G. Schmidt gedicht, een opsteker voor de wet en de avond: meedoen. Maar hoe begin je mee te doen? Waar, wanneer en hoe wordt het ijs gebroken? Hoe vaak heb ik geprobeerd om een tuintje tegenover mijn huis aan te leggen, wanneer gaan de andere bewoners meedoen, zodat je elkaar leert kennen, de planten welig bloeien en er geen vuilnis meer tussenligt? Een kwestie van niet opgeven en volhouden, luidde het advies.

Lawaai, stank en agressie
Wat moet er allemaal in de buurt verbeteren, zodat meer mensen uitgedaagd worden om mee te doen aan het maatschappelijke leven? Veel buurtbewoners schijnen er niet van op de hoogte te zijn welke voorzieningen en services er zoal bestaan in de wijk. Zo blijkt het bijvoorbeeld niet algemeen bekend dat er ook een meldpunt Zorg en Overlast bestaat, waar je kunt klagen over lawaai, stank en agressie. Dit staat iedere week in de Stadsdeelkrant, maar het saaie krantje wordt vaak niet gelezen of soms ook helemaal niet bezorgd.

De communicatie schiet tekort, verzuchtte de portefeuille wethouder. Daarom is het ook nodig dat er een nieuw buurtcentrum komt, waarin alles wordt samengebracht. De locatie is de voormalige school De Edelsteen, die omgebouwd zal worden in een multifunctioneel buurtcentrum, een centrale plek in de buurt met diensten en activiteiten voor jong en oud. De vernieuwde Edelsteen zal in het voorjaar van 2009 in gebruik worden genomen. Of daar ook een oefenruimte zal komen voor muzikanten, zoals één van de bewoners verzocht voordat deze aan het einde van de avond vertrok, zal door de Gemeente worden bekeken. Dat is één van de wensen en verlangens die de Gemeente zal toevoegen aan de grootscheepse inventarisatielijst in de buurt.

De Wet Maatschappelijke Ondersteuning.

Het stadsdeel heeft sinds 1 januari 2007 de taak gekregen de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) uit te voeren. Er wordt van uit gegaan dat gemeenten beter weten wat bewoners nodig hebben dan de landelijke overheid. Daarom vullen de gemeenten – in onze buurt het stadsdeel – de wet verder in en doen dat in samenspraak met de bewoners. De wet moet er voor zorgen dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen en mee kunnen doen in de samenleving, mede geholpen door vrienden, familie of bekenden. Als dit niet mogelijk is, is er ondersteuning vanuit het stadsdeel. De wet gaat over meer onderwerpen dan zorg alleen. Ondersteuning van mensen die zich inzetten voor de buurt, maar ook activiteiten stimuleren die de samenhang in de buurt bevorderen zijn er voorbeelden van.

Blatende schapen, balkende ezel en kraaiende haan

Datum: 1 december 2003 / Editie: December 2003 / Auteur(s): Sandra van Beek

Op één lapje grond in de dichtbevolkte Pijp bevindt zich een kinderboerderij. Een stadskind kan op de kinderboerderij zien, horen en ruiken hoe het altijd op het platteland is. Al 20 jaar…

Toen mijn zoon nog klein was, was een wekelijks bezoekje aan De Kinderboerderij – gelegen aan de Lizzy Ansighstraat naast Sporthal de Pijp, verborgen achter de crèche ‘De Speeltoren’ en ‘D’Oude Rai – vaste prik. Het is eigenlijk het enige lapje grond in de buurt, waar je een klein kind los kan laten lopen tussen de kippen zonder er beschermend achter aan te hoeven hollen en het op z’n eentje vertrouwd te laten raken met allerlei soorten dieren.

We zijn vaak gaan kijken wanneer de grote zeug was bevallen om te staren naar de tientallen marsepein roze biggetjes in de warme stal. We lieten er onze cavia er ook een tijdje logeren en deze had het er bijzonder fijn, vrij vertoevend met de cavia’s en konijnen in een ruime, degelijke ren met hok. Hij had er meteen een vrouw gevonden, die hem rap een nieuwe cavia baby schonk, die door de Kinderboerderij is geadopteerd. Hun nazaten rennen er nu rond. Er is altijd ontzettend veel te zien en te doen op de Kinderboerderij. Er is een pony, een ezel, er zijn schapen, geiten, een varken; er zijn cavia’s en konijnen, parkieten en andere vogels, kikkers en ganzen, kippen en hanen.

De gasten van het nabij gelegen Okura hotel moeten zich vaak afvragen in wat voor landelijke omgeving ze terecht zijn gekomen, als ze gewekt worden door hanengekraai, ezelgebalk en schapengeblaat, dat in de wijde omtrek te horen is! Kortom, het is ontzettend leuk op de Kinderboerderij. Het is daarom ook helemaal onbegrijpelijk en walgelijk dat Kinderboerderijen vaak een doelwit zijn van geweld. Ook deze Kinderboerderij ontkwam er een paar jaar geleden niet aan. Toen werd de houten schuur in de fik gestoken. Maar de groep van vrijwilligers van de Kinderboerderij is niet bij de pakken neer gaan zitten, is meteen begonnen met een donatie actie en heeft een nieuwe, stenen schuur gebouwd.

En nu is er ook een nieuwe educatieve ruimte, waar kinderen spelletjes kunnen doen. Zo maakten ze op Dierendag, 4 oktober j.l. hapjes voor de dieren en roetsjten daarna een nieuwe olifantenglijbaan af, of gingen t-shirts bedrukken, hennaverven en maskers maken. De periode dat een kind klein is, is eigenlijk maar kort. In die periode ziet de wereld er heel anders uit. Je komt als volwassene op plaatsen waar je eerder nooit kwam en waar je ook niet meer komt als het kind eenmaal groot is. Niettemin is het voor iedereen de moeite waard om donateur van De Kinderboerderij te worden, omdat je op die manier op de hoogte blijft van het wel en wee op deze gezellige kinderboerderij. Ook hebben ze er altijd vrijwilligers – groot en klein – nodig voor allerhande karweitjes.

47 euro voor een vuilniszak

Datum: 1 december 2003 / Editie: December 2003 / Auteur(s): Sandra van Beek

Je kan het zo gek niet bedenken, of je kunt er een boete voor krijgen. Zelfs voor je vuilniszak, als ie per ongeluk achterblijft in de straat.

Dat overkomt mevrouw H. Op een lentedag in 2002 stopt ze het vuilnis, zoals een paar kaaskorstjes, lege eierschalen, koffiedikfilters en theezakjes, een w.c. rolletje, een aangebrand pizzarandje, lege shampoofles en enkele verscheurde enveloppen om maar iets te noemen in haar vuilniszak en knoopt hem dicht. ’s Ochtends zet ze hem naar gewoonte keurig aan de straat. Maar die ochtend – om welke reden dan ook – wordt haar vuilniszak niet opgehaald. Mevrouw H. kan dit niet controleren, omdat ze enkele dagen de stad uit is. Ze komt enkele dagen later om 3 uur ’s nachts thuis. In het donker ziet ze niet, dat ‘haar’ vuilniszak niet is opgehaald.

De reinigingspolitie controleert een paar dagen later in de straat en vindt een verdacht voorwerp in de vorm van een onopgehaalde vuilniszak. De zak wordt opengemaakt en na wat heen en weer geschud tussen de lege eierschalen, koffiedikfilters en het aangebrande pizzarandje, heeft ze een slappe enveloppe te pakken. Deze wordt er uit gehaald en het adres ontcijferd. Om 9 uur belt de reinigingspolitie bij mevrouw H. aan. Mevrouw H. doet slaperig open. ‘U bent in overtreding, dit is uw vuilniszak’, aldus de politie en haalt zijn bonnenboekje tevoorschijn. ‘Maar beste politie, die zak is niet opgehaald, kan ik het helpen?! roept mevrouw H. ‘Niets mee te maken, mevrouw’, zegt de politie en schrijft een boete van 47 Euro uit.

Mevrouw H. hoort de daaropvolgende weken niets meer en als ze na zes weken het hele vuilniszak-incident alweer vergeten is, ontvangt ze een acceptgiro. Ze gaat aan tafel zitten, pakt pen en papier en schrijft een bezwaarschrift aan het Incassobureau. Daarop ontvangt ze bericht van het Incassobureau dat ze niks moet doen en geen verhogingen betalen. In juli 2003 ontvangt mevrouw H. een dagvaarding om bij de politierechter te verschijnen op 24 oktober. Twee weken ervoor belt ze naar het parket om er zeker van te zijn dat de politierechter haar bezwaarschrift heeft gelezen. Wanneer dit niet bij het parket van de officier blijkt te liggen, wordt ze alsnog gevraagd om het even te faxen.

Op 24 oktober krijgt mevrouw H. dan eindelijk de kans zich te verweren tegenover de politierechter. ‘Maar meneer de politierechter’, roept ze: ‘Natuurlijk voel ik me te allen tijde verantwoordelijk voor mijn eigen huisafval en zet het altijd op het juiste moment op straat. Maar u kunt toch niet van me verwachten dat ik altijd bij mijn zak blijf staan, totdat deze wordt opgehaald?’ De politierechter moet er om lachen en scheldt haar de boete kwijt. ‘Schuldig verklaard zonder oplegging van straf’, luidt het vonnis.

Mevrouw H. is niet de enige met een huisafvalzaak. Er komen wel twintig andere mensen voor die ochtend. Wie had ooit gedacht, dat zo een grijs, nutteloos, achteloos, respectloos voorwerp van nikserigheid als een vuilniszak een heel politieapparaat in werking kan stellen. Dat die zelfs het voorwerp zijn voor recherche, dat daar bonnen aan worden besteed , dossiers over worden samengesteld, boetes uitgeschreven, en strafzaken over worden gehouden en waar zoveel tijd in wordt gestoken! Is er (g)een beter delict te bedenken? Mevrouw H. is te goeder trouw, maar er zijn ook bewoners, die niet willen weten wanneer het vuilnis ophaaldag is. Het hele apparaat moet bedacht zijn voor bewoners die er een potje van maken.

Tegen de barbarij op kunstladder december 2003

Datum: 1 december 2003 / Editie: December 2003 / Auteur(s): Gert Meijerink Sandra van Beek Yvonne Breuk

Tegen de barbarij

Galerie 3 noemt zich de kleinste galerie in De Pijp. Dit is een etalage in de Van Ostadestraat 186, waarin drie werken tentoon gesteld worden. Ze zijn gemaakt door drie bevriende beeldend kunstenaars. Om de tien weken treffen ze elkaar in de galerie en stellen een nieuwe tentoonstelling samen. De drie werken vormen samen een geheel. Het gaat om een gedachte, de wisselwerking onderling en de spanning die daaruit ontstaat. Gedurende de laatste maand van het jaar prijken er twee beelden en een ets in de etalage.

Links staat het beeld ‘Lucy’ van Maarten Koreman. Lucy is de eerste vrouw, die zich 3.5 miljoen jaren geleden op de kop krabde, terwijl ze (zwanger als ze was) vanaf een bergtop uitkeek en zich afvroeg hoe de wereld in haar bestaan is begonnen en waar deze eindigt. Rechts staat een kleiner beeldje, dat heet ‘Reiziger de voeten geheven’ van Kees Vet. Het is een reiziger in kopstand, die het ongrijpbare wil belopen. Het roept een gevoel van kwetsbaarheid op. En tussen deze twee beelden hangt een ets van Jasper van der Wel, getiteld ‘de grote landstrijd’. Het geeft een gevecht weer tussen het hemelse en aardse. Wat en wie eerst, is ons bestaan een illusie? wil hij ermee zeggen. Als de tien weken om zijn, komen de vrienden weer bij elkaar en eten een haring op de Albert Cuyp. Temidden van drukte en overdaad in deze welvaartsmaatschappij bezinnen ze zich opnieuw. ‘Tegen de barbarij’, zoals één van hen de drie het uitdrukt. Galerie 3 is de moeite van het overpeinzen waard. SANDRA VAN BEEK

Roald Dahl – filmfeest in de kerstvakantie

In de kerstvakantie, van 20 t/m 4 januari, vertoont Rialto, in het kader van het landelijke Roald Dahl Feest, vier Roald Dahlverfilmingen. Van het inmiddels klassiek geworden Sjakie en de chocoladefabriek, het eigenwijze meisje Mathilda en het sprookjesachtige de GVR, tot Daantje de wereldkampioen. En alle films zijn, zoals altijd bij de verhalen van Roald Dahl, even fantasierijk.

Zaterdag 20 en zondag 21 december Sjakie en de chocoladefabriek Mel Stuart, Verenigde Staten 1971, 100 min., Nederlands gesproken, vanaf 6 jaar. Een arme jongen krijgt de kans samen met vier andere kinderen om op bezoek te gaan bij de meest excentrieke en fantastische chocoladefabriek. E’en van deze kinderen kan de hoofdprijs winnen: een “levenslange” hoeveelheid chocolade.

Woensdag 24 december Danny de Vito, VS 1996, 94 min, Nederlands ondertiteld, vanaf 8 jaar. Mathilda is een klein, maar geniaal meisje. Op haar vierde leest ze al de klassiekers uit de wereldliteratuur. Haar ouders begrijpen dat niet, ze vinden Mathilda lastig.

Zaterdag 27 en zondag 28 december De GVR Brian Cosgrove, Groot-Brittannië 1990, 88 min, animatie, Nederlands gesproken, vanaf 5 jaar. Sofie woont in een naar weeshuis met een gemene directrice. Op een nacht wordt ze uit haar bed getild door een reusachtige hand. De GVR (Grote Vriendelijke Reus) neemt haar mee, naar een verre planeet, waar de dromen vandaan komen.

Vrijdag 2, zaterdag 3 en zondag 4 januari Daantje de wereldkampioen Gavin Millar, Groot-Brittannië 1988, 94 min, Nederlands ondertiteld, vanaf 8 jaar. Daantje en zijn vader wonen in een prachtige oude woonwagen achter een benzinestation. De rijke buurman Hazel, een projectontwikkelaar en liefhebber van de fazantenjacht, is niets te min om hen van weg te pesten.

Renaval nieuwe baas Kunstzaak

Na een periode van onzekerheid start de Kunstzaak een nieuw leven onder Renaval. Dit adviesbureau voor (startende) ondernemers, gaat in De Kunstzaak kunstenaars begeleiden op hun weg naar goed ondernemerschap. Naast het aanbod van ‘training en coaching’ wil Renaval via De Kunstzaak kunstenaars laten profiteren van haar aanbod van kleinschalig vastgoed (tot 250m2). Kunstwerkgroep. Renaval-directeur Peter Dortwegt sprak hierover op uitnodiging van Kunstwerkgroep De Pijp tijdens de tweede De Kunsttafel op 28 november bij stichting AGO. Bij die gelegenheid werd ook duidelijk dat bijvoorbeeld tentoonstellingen en andere activiteiten die kunnen afleiden van de nieuwe hoofdtaak van De Kunstzaak verleden tijd zullen zijn. ‘Focussen’ noemt Dortwegt dat. GERT MEIJERINK

3e Leescafé in Hemonykwartier

Afgelopen 16 november vond het 3e leescafé van dit jaar plaats in Café Amstelvaart aan de Ceintuurbaan. Een kleine twintig belangstellenden en enkele cafébezoekers luisterden naar verhalen en gedichten. Het werken met een thema was de vorige keer goed bevallen. Dit keer stond ‘ouder worden’ centraal. Ter ere van het verschijnen van het boek ‘Ouder worden, hoe doe je dat?’ van buurtgenoot Kor Bedee werden vier verhalen uit het boek voorgelezen door de schrijvers zelf : Henk Abbing, Kor Bedee en Rini Dippel. Het verhaal van Corrie Strooker werd gelezen door Erika Veld. Daarnaast las Fons Eickholt stukken van eigen hand en had Ellen Eggenhuizen twee mooie toepasselijke gedichten uit gekozen, van Vasalis en van Willem Wilmink. Hoewel alle verhalen verschillend waren, boeiden ze allemaal, ze waren ontroerend en grappig. Zelfs reguliere bezoekers werden er stil van. Het boek die week zijn derde druk zag, kost slechts 17,50. De exemplaren die Kor had meegenomen waren dan ook snel uitverkocht. Gelukkig is Rini Dippel bereid gevonden om de leescafé’s mee voor te bereiden dus gaan we daar in het nieuwe jaar zeker mee verder. Wilt u zelf eens iets voorlezen uit een lievelingsboek of een gedicht of schrijft u zelf en wilt u dat uitproberen op publiek dan kunt u zich aanmelden bij Walter Wildevuur W.Wildevuur@wxs.nl We zullen tijdig een planning maken van alle activiteiten die de stichting Hemony kwartier volgend jaar gaat ondernemen aan festiviteiten en bijeenkomsten. Dit jaar sloten we af met winterfeest in de Communityschool en we gaan eind december een paar kerstbomen plaatsen op de hemonystraat bij Yoyo en de snackbar. YVONNE BREUK

Exposities in De Badcuyp

T/m zondag 4 januari: foto’s en fotocollages van Aram Tanis, die dit jaar aan de Gerrit Rietveld Academie afstudeerde. In zijn werk figureren overwegend mensen met een Aziatische achtergrond. Zwart-wit en gedempte tonen bepalen het sobere en enigszins introverte karakter van zijn werk. T/m zondag 15 februari: schilderijen van Mervin van Uden. Deze kunstenaar studeerde vorig jaar af aan de Gerrit Rietveld Academie. Zijn werk, met voornamelijk mensen en dieren, is realistisch, soms haast illustratief en wordt gekenmerkt door een snelle, schetsmatige toets en een helder, niet fel kleurgebruik. De motieven tonen vaak een scherpe, ongewone uitsnede. Het werk van Mervin van Uden roept een sfeer van (moderne) sprookjes en fabels op, de illusie van onschuld. Opening op zaterdag 10 januari om 15.00 uur.

Voordracht Gijsbrecht van Amstel

Op donderdag 1 januari 2004 draagt Herman van Elteren aan de hand van een levensgroot beweegbaar prentenboek de traditionele Gijsbrecht van Aemstel voor; de enige voordracht van dit stuk in Amsterdam! De muzikale omlijsting wordt verzorgd door Marianne Ketel (zang) en Michiel Mirck (spinet). Adres: Vredeskerk, hoek Pijnackerstraat/Van Hilligaertstraat Aanvang: 14.00 uur. De toegang is vrij. Verdere informatie: www.amsterdam.vredeskerk.nl of 020-6 62 69 09