Kunst & cultuur in De Pijp

Datum: 1 juli 2010 / Editie: July 2010 / Auteur(s): Sandra van Beek

Belevenis in de openlucht

Op zomeravonden staat op het Marie Heinekenplein een groot filmscherm opgesteld. De mensen verzamelen zich op het plein.

Op zomeravonden staat op het Marie Heinekenplein een groot filmscherm opgesteld. De mensen verzamelen zich op het plein. Ze kletsen, lachen, kijken om zich heen en turen naar de hemel, die gaandeweg donker wordt. Terwijl de film op het doek begint, gaat het straatleven door: Een pleinschreeuwer roept. Lijn 16 dendert voorbij. Zo zal het zijn van 19 tot en met 22 augustus, wanneer het filmtheater Rialto de ‘World Cinema Open Air’ gratis filmvoorstellingen organiseert. Een belevenis.

De openingsfilm is ‘Benda Bilili!’, waarin de ontdekking van de Congolese band ‘Staff Benda Bilili’ als een sprookje verteld wordt door een Franse documentaireploeg. Deze ploeg reisde zo’n vijf jaar geleden naar Congo met het doel een film te maken over straatmuziek in de hoofdstad Kinshasa. Ze stuitte daar op een grote groep gehandicapte muzikanten, ‘Staff Benda Bilili’. De muzikanten zongen over hun zwerversbestaan en over de polio, die ze levenslang verminkt had. De band klonk niet zielig, maar vrolijk. De bandleden geloofden dat hun leven op een dag anders en beter zou worden. De filmmakers raakten getroffen door de uitzonderlijke muziek, die de muzikanten zo ongeforceerd ten gehore bracht.

Alles waar de muzikanten over zongen in hun strijd om het bestaan, konden de filmers terugzien in de straten van Kinshaha en in de dierentuin, de ontmoetingsplaats van de band. Toen daarop de jongen Roger zich bij de band voegde, die op zijn eigengemaakte eensnarige instrument een harp-achtigeklank produceerde, voegde hij een eigen, nieuwe klank aan het getrommel en gezang toe.

De ontdekking van Staff Benda Bilili herinnert aan die van de Cubaanse ‘Buena Vista Social Club’. Was het de muzikant Ry Cooder die deze groep ontdekte en Wim Wenders die er een film over maakte, bij ‘Staff Benda Bilili’ waren het de Franse filmers, die de groep tot ongekende hoogte brachten. De langverwachte plaat liet vijf jaar op zich wachten. Toen het zover was, volgden al snel de Europese optredens.

De arme muzikanten werden in het rijke, koude Europa warm onthaald op muziekfestivals. Ook in Utrecht, waar ze eind 2009 in Rasa optraden. ‘Een overdonderend optreden’, meldde een Volkskrant verslaggever toen. Deze vergat dat de muzikanten gehandicapt waren en in rolstoelen zaten, zo ‘prachtig’ waren de Afrikaanse ballades. Benda Bilili! draait op 19 augustus rond 21:30 uur; 20 augustus de Argentijnse film ‘Anita’ over een jonge vrouw met het syndroom van Down; 21 augustus de Braziliaanse film ‘O Pai’ over de laatste dag van het carnaval in het oude centrum en 22 augustus de Columbiaanse film ‘Retratos en un mar de mentiras’ over een neef en nicht op zoek naar geboortegrond.

Maak van het metrostation museum ‘het fiasco’!

Datum: 1 mei 2009 / Editie: May 2009 / Auteur(s): Sandra van Beek

Wat moet er gebeuren met het half afgebouwde metrostation De Pijp als de Noord/Zuidlijn wordt afgeblazen?

De Pijp Krant redactie hield een enquête onder de lezers en legde ze de keuze voor: Parkeergarage, ondergrondse markt, koopgoot, of anders.

De reacties waren overweldigend. Slechts één lezer vindt dat het Metrostation moet worden, maar de meeste willen toch dat er een (goedkope) ondergrondse parkeergarage komt en het ‘tijd wordt dat deze buurt weer bereikbaar wordt’. Een ondergrondse koopgoot of markt is niet nodig, de Albert Cuyp markt is leuk genoeg. Dat er ook anders over gedacht wordt blijkt wel uit het aantal ‘of anders’-reacties. “Please, niet weer een parkeergarage!” aldus de smekende reactie van een lezer, die toch al wanhopig wordt van de miljoenen, nee, miljarden die verloren gaan en zo mooi in ontwikkelings-werkprojecten gestopt zouden kunnen worden! Deze pleit voor een speelpaleis voor kinderen.

Er wordt meer voor kinderen gepleit: een crèche, buitenschoolse opvang, peuterspeelzaal, en jeugd- en schoolactiviteiten. Maar ook voor ruimte voor lezingen, educatieve uitingen en zelfs een nieuw deelraadskantoor! Een ander wil er een ‘betaalbare broedplaats voor kunstenaars en artiesten’ van maken.

Lezer Joost stelt voor om er het toekomstige museum ‘Het Fiasco’ in te herbergen: ‘Het Fiasco museum geeft een duidelijk beeld van de mislukking van de Noord/Zuidlijn van Centraal Station tot WTC, opdat een ieder er nog lang kennis van kan nemen, zich kan verkneukelen om zoveel onkunde, hoogmoed, megalomanie, wanbestuur en l&b (list en bedrog) en opdat we niet vergeten..’.

Een ander komt met maar liefst vijf voorstellen: 1.Amsterdams Mortuarium met extra beveiligde onderzoeksruimte voor personeel; 2. Goedkope fietsenstalling om mensen aan te moedigen hun inkopen te gaan doen in dit benadeelde stuk stad; 3. Opslagruimte, vrij van kosten voor F. Bolwinkeliers, die het salaris voor beveiligingspersoneel op basis van hun benodigde ruimte percentsgewijs bekostigen; 4. Diepvriesruimte met fikse huur voor Albert Heyn, andere buurtwinkels en Albert Cuypmarktlui, die het voor minder mogen huren en 5. andere ideeën, waar geen mensenlevens bij betrokken zijn.

Deze lezer laat zijn fantasie gaan: “Mopperende aannemers aan het werk zetten om met overgebleven metromaterieel een stukje metro te bouwen vanaf Holendrecht naar AMC, zodat wankele zieken niet nóg een tochtige kilometer hoeven te lopen om hun geneesheren te bereiken. Voorts dezelfde lieden ervoor laten zorgen, dat bij eindpunten van huidige metrolijnen parkeerterreinen worden aangelegd en het opstappersysteem wordt uitgebreid.

En tot slot: “Laat Amsterdam nou gewoon Amsterdam blijven!” Uit de reacties blijkt dat het nog altijd de bewoners zijn die een stad maken.

Tweede gebruik

Datum: 1 mei 2009 / Editie: May 2009 / Auteur(s): Sandra van Beek

Onvermoede daders ?!

Op vrijdag de 13e viel mijn oog op een kop in Het Parool: ‘Morgensterren vrijwel onvindbaar’. Ambtenaren van stadsdeel Oud-Zuid zochten gedurende een half jaar (!) ‘tevergeefs’ naar mensen, die door afval speuren naar bruikbare spullen.

Ze bleken ’s morgens vroeg en ’s avonds laat voorafgaand aan de vuilnisophaal de straten te hebben afgestruind. Dit deden ze om de rommel, die bij het vuilnis ontstaat van opengereten vuilniszakken tegen te gaan. Het resultaat was vrijwel nihil; er werden maar vier sterren gevonden.

Met het waarschuwen, boetes uitschrijven of arresteren van morgensterren of nachtvlinders kan ik deze rubriek op mijn buik schrijven. Daarin gaat het juist over welke spullen die buurtbewoners voorafgaand aan de komst van de vuilnisman wel niet op straat aantreffen! Ze halen die dingen trouwens altijd los van de straat. De vrijwel onzichtbare, schimmige figuren, de nachtvlinders, houden zich natuurlijk schuil. Zo betrapte ik er maar één keer ‘s avonds eentje in mijn straat met een grote tas aan zijn fietsstuur. Bij navraag bleek hij gespecialiseerd in CD’s, die hij doorverkocht, een mooi voorbeeld van economisch tweede gebruik!

Soms ligt er inderdaad zomaar een berg huisraad op straat. Het is een triest gezicht het hele hebben en houwen van iemand open en bloot op straat te grabbel zien liggen. Met één oogopslag zie je er het hele leven in terug, als op Koninginnedag. Maar aan zo’n plotselinge ontruiming is vermoedelijk een groot drama vooraf gegaan, een faillissement of sterfgeval. En dan zijn de specialisten (morgensterren?) er als de kippen bij om er iets van hun gading tussen te ontdekken.

Zo’n incidentele situatie troffen we in de winter in het pikdonker aan in de Gerard Doustraat, na een Pijp Krant vergadering. Als de ambtenaren dat toen hadden gesignaleerd, hadden ze er wel meer dan vier kunnen spotten!

Nachtvlinders bestaan overal ter wereld. Merkwaardig dat hier door de overheid nu ook al jacht op wordt gemaakt. Maar toch zijn het niet de mensen die anno nu zoveel vuilniszakken openrijten, blijkt uit het slot van het Parool bericht: ‘De ambtenaren stelden vast dat vooral ook onvermoede daders de vuilniszakken stuk maakten: vaak bleken grote vogels de zakken te hebben open gepikt, op zoek naar voedsel.’ De vogels zijn nu de ‘onvermoede daders’ geworden. En vogels kun je niet arresteren. Dat is toch eigenlijk wel jammer voor die ambtenaren.

Alies Fernhout is nieuwe coördinator Wijkcentrum Ceintuur

Datum: 1 november 2008 / Editie: November 2008 / Auteur(s): Sandra van Beek

Alies Fernhout (35) is de nieuwe algemeen coördinator van Wijkcentrum Ceintuur. Ze is maatschappelijk werkster. Van huis uit zat ze in het Streetcornerwerk en werkte bij opvanginstellingen en was gezinshulp in het centrum van de stad. Voordat zij sinds februari j.l. interim coördinator bij Wijkcentrum Ceintuur was, deed zij er als zelfstandige de afgelopen twee jaar advies en ondersteuningswerk, onder andere als bewoners ondersteuner en huurprijs adviseur bij het Huurteam.

Alies – kort zwart haar en donkere ogen – is vastberaden er iets van te gaan maken in haar nieuwe functie als wijkcentrum coördinator. Wat gaan bewoners daarvan merken, vroeg De Pijp Krant redactie zich af. Daartoe schreef Alies vijf punten op, waar we een gesprek over voeren in haar kantoor bij het Wijkcentrum in de Gerard Doustraat.

Haar eerste punt: Het Wijkcentrum Ceintuur zichtbaarder maken. “We doen ontzettend veel in de buurt, terwijl veel bezoekers dat niet weten”, meent Alies. Als voorbeeld noemt ze het Albert Cuypfeest, ook bekend als het ‘Nazomerfeest’, dat jaarlijks in september door het wijkcentrum georganiseerd wordt. “Ik wil er voor zorgen dat deze activiteiten beter onder de aandacht worden gebracht,” aldus Alies.

Waarom? “Omdat het de functie van het wijkcentrum is om mensen met elkaar te verbinden en het jaarlijkse Nazomerfeest staat daar ook voor. Ik vind het belangrijk, dat mensen weten, dat we er hard voor werken. We vergeten gewoon vaak reclame voor onszelf te maken!”

Ten tweede. Ze wil duidelijk maken wat mensen bij een wijkcentrum kunnen ‘halen’, wat het hun te bieden heeft. Alies: “Als bewoners iets willen doen met en voor de buurt, staan we open voor ideeën. We kunnen ze ondersteunen door ze de weg te wijzen, faciliteiten en hulp te bieden bij de organisatie ervan.” Als voorbeeld noemt Alies een situatie waar de overheid, in dit geval het stadsdeel een gebiedsplan presenteert en bewoners daar oppositie tegen willen voeren en inspraak krijgen. Het wijkcentrum kan de organisatie daarvan begeleiden. Het kan volgens haar evengoed een ‘klein’ onderwerp zijn, bijvoorbeeld een stoeptegel die scheef zit in straat of stoep, waar niks aan gebeurt. Dit melden en repareren heeft tevens te maken met het bevorderen van leefbaarheid in de buurt.

Actuele zaken
Ten derde: Meer capaciteit voor actuele zaken. Zo wil ze zich ook inzetten voor uitbreiding van uren voor wijkcentrummedewerkers. En activiteiten herschikken, zodat bewoners beter bediend kunnen worden en er ingespeeld kan worden op actuele zaken. Dit geldt ook voor het algemene spreekuur. Regelmatig komen bewoners langs. Ze worden dan te woord gestaan door vrijwilligers. Volgens Alies is het lastig om vrijwilligers voor deze klus te vinden en te selecteren; ze moeten zowel goed ingevoerd zijn in de materie en de buurt goed kennen. Dus daar gaat ze aan werken, maar meent (vierde punt) dat niet gewacht moet worden tot de bewoners het wijkcentrum gevonden hebben, maar roept: “Naar buiten, de straat op!” In de buurten moet een structuur worden opgebouwd, zodat medewerkers van wijkcentrum en bewoners elkaar kunnen ontmoeten, luisteren en in hun initiatieven ondersteunen.

Ze noemt het een zeker bezwaar, dat het Wijkcentrum in de Noord Pijp is gevestigd en niet centraal gelegen (bovendien vrij verborgen in G. Doustraat met iets teveel weelderig groen). “Waar ik met het wijkcentrum graag aan wil werken is het opzetten van wat ik noem ‘stabiele basisstructuren’”, zegt ze. Daar bedoelt ze niet eindeloos vergaderen mee, maar “een wederzijds informatienetwerk, waar mensen en signalen elkaar weten te vinden en waar het wijkcentrum een functie heeft om mensen en thema’s te organiseren. Dus geen ‘los zand’ maar juist een procesmatige ondersteuning. Hoe de buurtverdeling moet zijn is og niet helemaal duidelijk, want er bestaat bij het Stadsdeel een indeling van twaalf, maar ook van acht buurtjes. Dit moet nog verder uitgezocht worden, zegt ze.

Het vijfde punt van Alies behelst interne samenhang tussen huidige activiteiten van het wijkcentrum, zoals Wijksteunpunt Wonen, Natuur en Milieuteam en dat van Samenlevingsopbouw. Ze streeft er naar samen projecten op te zetten en zo gebruik te maken van elkaar’s expertise en netwerk. “Daar wordt de bewoner ook beter van!” meent Alies.

We zullen de komende seizoenen merken, hoe zichtbaar het wijkcentrum wordt in De Pijp.

Jaarlijkse netwerkbijeenkomst van stadsdeel verlegt grens

Datum: 1 oktober 2008 / Editie: November 2008 / Auteur(s): Sandra van Beek

Een merkwaardige opdracht

“Beste Sandra,

Ik stuitte op je naam toen ik aan het googlen was op de ijssalon van Cahn en Kohn in de Van Woustraat. Het stadsdeel Oud-Zuid heeft mij gevraagd een netwerkbijeenkomst te organiseren voor cultuurbobo’s en kunstenaars uit de buurt, a.s. vrijdag in het Asschergebouw.

Ik wil een deel van deze mensen direct de straat opsturen om ‘speurtochten’ te lopen, die zijn opgehangen aan een bepaald thema. Zo wil ik ook een speurtocht in het programma opnemen die iets te maken heeft met de IJssalon, maar heb nog geen goede invalshoek kunnen vinden.

Dus dacht ik dat jij me daarbij misschien op weg zou kunnen helpen.

Bij voorbaat dank,
met vriendelijke groet,
Menno Grootveld, Amsterdam”

Dit mailtje ontving ik daags voor de netwerkbijeenkomst. Waar slaat het op? Dit slaat op een digitaal artikel uit een oude Pijp Krant, dat Grootveld via Google te pakken kreeg. Het artikel gaat over de herdenking, die jaarlijks op 4 mei in de Van Woustraat wordt gehouden. Dan worden daar de vroegere IJssalon eigenaren Cahn en Kohn herdacht vanwege de verzetsdaad, die ze in de Tweede Wereldoorlog in 1941 op die plek pleegden tegen de Duitse politie. Ze zijn daarom vermoord. Het incident leidde tot razzia’s en tot de Februaristaking (kort gezegd). In het artikel suggereerde ik dat de IJssalon in een museum nagebouwd moet worden of gerestaureerd als historisch erfgoed.

Toen ik Grootveld belde, had hij met zijn collega Patrick Faas een allermerkwaardigste opdracht voor me bedacht: Ik zou op de dag van de netwerkbijeenkomst een bak ijs aangeleverd krijgen en op hun telefoonseintje moeten wachten. Dan zou ik met het ijs naar Van Woustraat 149 gaan om daar de mensen, die aan de speurtocht meededen, op straat te ontvangen. Ik zou ze de voormalige IJssalon laten zien (nu een restaurant) en beloven dat ze ijs kregen, als ze een oplossing bedachten wat er op deze gedenkwaardige plek zou moeten gebeuren!

IJskoningen
Het ijs werd inderdaad afgeleverd. Daarop kwam het seintje. Zo gezegd, zo gedaan. In de Van Woustraat bleken één vrouw van de Stadsdeelraad en één kunstenares te staan. Ik vertelde ze het tragische verhaal over ijskoningen Cahn & Kohn, die ook in de Rijnstraat een ijssalon hadden gehad (nu de wasserette) en dat het vroeger dè ijszaken van Amsterdam Zuid waren. De dames hoorden het verhaal aan. Ze waren twee keer langs het adres gelopen vòòr ze de plaquette aan de buitenmuur in de gaten hadden. Ik gaf ze het Pijp Krant artikel ter informatie. Vervolgens liepen we naar het Asscher gebouw, waar in de centrale ruimte de netwerkbijeenkomst plaatsvond.

Op de muren waren oude filmpjes te zien van de buurt; van een straatbeeld met oude trams, een RAI tentoonstelling en de Apollo hal. Iemand hield een lezing over ‘de creatieve stad’. Het bleek Robert Marijnissen, die – zoals ik later begreep – voor CCAA (Creative City Amsterdam Arena) werkt. Omdat ik er geen touw aan kon vastknopen, vroeg ik organisator Menno er naar en hij lichtte toe: “De thematiek is simpelweg: Hoe kunnen/kan netwerken bijdragen aan een creatieve stad? Hij vindt ‘creatief zijn’ belangrijker dan het resultaat. Als het resultaat namelijk centraal staat, kiezen we volgens hem voor oplossingen, die we al kennen.”

Vervolgens presenteerde geluidskunstenaar Ricardo Huisman zijn zogenoemde ‘Wollen Geluidspil’, waarmee hij vorig jaar langs verzorgingstehuizen in De Pijp (d’ Oude Rai) had getoerd. Uit de Pil kwamen geluiden van de buurt, die de bejaarden ertoe aanzetten verhalen te gaan vertellen over hun verleden.

Erik Boele voerde ook het woord. Hij woont in de Haarlemse Leidsebuurt. Met behulp van Internetsofware NING heeft hij daar een buurtnetwerk opgezet voor de bewoners: “NING stelt je in staat stelt een afgesloten omgeving te creëren, die je pas aansluit op andere netwerken, wanneer jij dat wilt”, aldus Boele.

Ondertussen kwamen druppelsgewijs mensen binnenlopen, die van andere speurtochten terugkwamen. Zo was een groepje naar De Kinderboerderij gestuurd en in de varkensstal beland. Het was de bedoeling dat ze daarna naar het Okura Hotel zouden gaan, een rondleiding krijgen en eten van het (rijke) Okura restaurant meekrijgen voor de ganzen van de (arme) Kinderboerderij. Op die manier zouden ze elkaar helpen. Maar de boodschap was niet doorgekomen.

Een andere speurtocht had succesvoller uitgepakt: Een groep was erop uitgestuurd bij Slagerij Peter in de Van Wou ‘rein vlees’ te halen. Slager Peter gaf een stuk varkensvlees mee en dat moesten ze in het Surinaamse café restaurant Mansro door mevrouw Agnes (‘tante Agnes’) aan een ritueel laten onderwerpen om het rein te maken. Dit vlees werd meegenomen naar het Asscher gebouw, waar het verder werd geprepareerd.

Tijdens de bijeenkomst kwamen meer lekkere hapjes van Mansro en van het Okura Hotel op tafel. In het rommelige geheel ontstonden vanzelf gesprekken tussen kunstenaars, ambtenaren en vertegenwoordigers van kunstinstellingen. Dit vond de Wethouder van Cultuur Eddy Linthorst wel het allerbelangrijkste. Hij noemde de bijeenkomst na afloop ‘heel interessant’, met de bedoeling om mensen over de ‘grenzen te trekken’.

En de dames met het ijs en het verhaal over de IJssalon? Nadat zij het hadden gelezen, vonden zij dat er een meer in het oog springende plaquette aan de buitenmuur moet komen. Ik vond het wat pover, maar kan er in ieder geval toe bijdragen dat mensen zich meer bewust zijn van cultuurhistorie op deze aangetaste plek, dacht ik, na de merkwaardige opdracht te hebben voltooid. Of de netwerkbijeenkomst ook werkelijk resultaat oplevert, blijft voorlopig een vraag.

Pijpkrantenquete: een 8

Datum: 1 oktober 2008 / Editie: October 2008 / Auteur(s): Sandra van Beek

Lezers van De Pijp Krant deden mee aan de jaarlijkse enquête tijdens het Albert Cuyp Nazomerfeest in De Pijp Krant kraam. Ze geven de buurtkrant een dikke 8.

Hun meningen over layout, het gezicht van de krant verschillen. Vindt de een hem mooi, goed in evenwicht, de ander mist nog foto’s of wil juist ‘minder plaatjes’. Maar over ’t algemeen is het oordeel positief, in termen van ‘mooi’ en ‘goed leesbaar’. Een enkeling vindt het prettig ‘dat het papier nog steeds het krantengevoel geeft’.

De onderwerpen waar De Pijp Krant over schrijft worden gewaardeerd. Een enkele lezer spelt de krant helemaal uit. Maar ook over de onderwerpen zijn de meningen verdeeld: Zo wil de één geïnformeerd blijven over de Noord/Zuidlijn, terwijl de ander liever leest over kunst en cultuur, eten, of wonen en huren. Suggesties voor verhalen? Buurthuisnieuws, de bemoeienis van Combiwel in de buurt; duivenoverlast; nieuwe gebouwen, gebruik van gebouwen, nieuwe zaken en politieke besluiten van de Deelraad.

De bezorging van De Pijpkrant blijft een heikel punt. Ontvangt de ene buurtbewoner hem altijd zonder enig probleem, een ander slechts één keer per jaar! Sommige bewoners hebben een nee/nee sticker op hun brievenbus en willen dit zo houden, maar wel willen ze weten of ze de krant kunnen vinden op bepaalde vaste punten. De redactie zal deze en andere op- en aanmerkingen van lezers ter harte nemen.

Albert Cuyp Nazomerfestival: wild, kleurrijk en bewogen

Datum: 1 oktober 2008 / Editie: October 2008 / Auteur(s): Sandra van Beek

Alleen al vanwege het prachtige weer was het jaarlijkse Nazomerfeest op zondag 21 september geslaagd. Daardoor was het heel plezierig toeven op de Albert Cuypstraat, die helemaal was ingericht met allerhande activiteiten, van muziek en kunst in uiteenlopende stijlen, oude en nieuwe ambachten tot informatie over een schoner milieu, cursussen, workshops, politiek, enzovoorts.

Vanuit de kraam van de De Pijp Krant bekeken – die zich dit jaar midden op de markt bevond – was goed te zien wat en wie er zoal langskwam. Het viel meteen op dat er tussen de bekende en minder bekende buurtbewoners veel bezoekers waren van buiten De Pijp en ook veel toeristen. Ze drentelden in grote getalen over de markt, hun armen gevuld met folders van Groen Links of van de kunstuitleen, SP-ballonnen en eigentijdse zojuist aangeschafte schilderijen van de KunstCuyp. Daar tussendoor reden metershoge fietsen, de zogenoemde ‘Tallbikes’ en een fietskoets van ‘De Fietsfabriek’, die was volgeladen met kinderen. Tussen dit straatgewoel kwam er ineens een benzinebarretje voorbij, dat werd voortgeduwd door kunstenaars Loes Diephuis en John Prop. Het was een mobiele bar, waar deze verstokte automobilist op de autovrije zondag zijn neus in kon stoppen, wanneer hij te weinig kooldioxide troep had kunnen inademen.

Verder weg klonk ‘Een beetje verliefd’, gezongen door een André Hazes koor uit Overleek op het Hazes podium. Het koor bestond uit een groep emotioneel bewogen zingende mannen, die waren gekleed in Hazes’ leren jassen met hoeden op; de koorvrouwen droegen gekleurde lintjes om de hals. Nog verder weg op een ander podium kon je flarden horen van luchtige, vrolijke liedjes als ‘You’re the top of the World’ van de meerstemmige groep Braq.

Nieuw en oud aanbod
Op de Cuyp leek er een scheiding te bestaan tussen een nieuw en ouderwets aanbod: Aan de ene kant had je het ambachtelijke werk van stookklare ouderwetse kachels, houtbewerking, mandjesvlechten, handwerken en strijken van quilts; aan de andere kant het fietsfeest van Groen Links op de Schoner Vervoer Boulevard met technisch innovatieve elektrische scooters en OV huurfietsen. Zo leek er ook een scheiding te zijn tussen enerzijds de groteske, fantasierijke sprookjesvertellingen en ernstige politieke discussies met panels over schone en zuinige mobiliteit.

Overal klonk muziek vanaf diverse podia, waar dansende, wiegende, meezingende, bewegende mensen voor stonden. Beweging was er genoeg. Zo waren er onder meer demonstraties van Aikido – de Japanse vredelievende vechtsport – en zag je ineens vier vrouwen van de bewegingsworkshop Aminiko in unison – gelijktijdig – bewegen. Verder liepen overal klauterende, geschminkte, zingende, huilende, dreinende, nieuwsgierige kinderen rond. Ze waren even stil wanneer ze de kans kregen om een t-shirtje met ‘Red de Mus’ te beschilderen, een activiteit van de afdeling natuur en milieu van Wijkcentrum Ceintuur.

En er was natuurlijk het overdadige eetaanbod, van het proeven van een totale chocoladebeleving door chocolade onderneming Esquinja, het ‘Samen eten 55+’ in buurtcentrum Quellijn, met als gratis voorproefje een bakje soep en pannenkoeken, tot en met de niet meer van de Cuyp weg te denken Hongaarse bubbels van Ferenc’s Hongaarse winkel. Overal deden mensen zich tegoed aan voedsel.

En uiteraard was er als altijd Fabrice met zijn niet aflatende lust tot schilderen van kleurrijke doeken, groots opgezet, zonder schroom, gekleed in zijn al even kleurrijke outfit. Net als André Hazes is hij een symbool voor De Pijp: wild, luid, kleurrijk en bewogen.

Tien jaar Nazomerfestival in De Pijp

Datum: 1 september 2008 / Editie: September 2008 / Auteur(s): Sandra van Beek

‘Het is liefdewerk voor de buurt’.

Dit jaar wordt het Nazomerfestival op de Albert Cuyp voor de tiende keer gevierd op de autoloze zondag van de 21e september. Coördinator van het eerste uur is Gaby Steindl. Met vele enthousiaste vrijwilligers heeft ze ervoor gezorgd dat het eerste buurtfeestje van 1999 uitgegroeid is tot een groot festival in 2008. Vorig jaar trok het 25 duizend bezoekers.

“Het eerste buurtfeestje werd tien jaar geleden gehouden, op 19 september 1999”, begint Gaby Steindl te vertellen over het ontstaan van het Nazomerfestival: “De activiteiten op die dag waren wat je noemt ludiek. Er werd een bakfietswedstrijd gehouden tussen negen ouderwetse ‘zweetbakken’ en moderne ‘speedbakken’ met versnelling op één stuk van de Albert Cuyp. De Amsterdamse Brabander Perry Krol was gangmaker. Voor kinderen waren er ouderwetse spelletjes zoals koek happen onder leiding van Jo Gillot.

Er waren twee podia, waar rock ‘n’ roll werd gespeeld door ‘Rocky’s Gang’, de bandleden waren mijn buren uit de Gerard Doustraat! De ‘Jazzmania Big Band’ en de ‘Fanfare van de Eerste Liefdesnacht’ trad op. En er waren een paar kramen, waarachter vertegenwoordigers van organisaties in De Pijp informeerden over hun activiteiten aan een handjevol publiek!”

Zo ontstond een echt jaarlijks terugkerend festival, georganiseerd door vrijwilligers van Wijkcentrum Ceintuur. De Albert Cuypmarkt is de uitverkoren plek voor evenementen en een buurtbrunch. In 2005 kwam hier de populaire Kunst Cuyp bij, begeleid door de stimulerende Gert Meijerink. In 2006 volgde het JongerenParlement met een jongerenpodium en een mini banenmarkt. En het festival kreeg ieder jaar een thema: In 2007 was dit ‘Beleef De Pijp’ en dit jaar ‘De Pijp Wereldwijk’.

KunstCuyp
De feestcommissie bestaat uit vijf mensen, onder wie Mike Vliese. Hij werkt ook al jaren mee en neemt dit jaar met name de logistieke coordinatie op zich. Steindl en Vliese zijn nog steeds enthousiast over de ‘altijd goeie sfeer’ op het festival. Ze roemen de ‘waanzinnige’ verscheidenheid in De Pijpbuurt; ontmoetingen tussen mensen uit verschillende culturen; de contacten die er gelegd worden en de kennismaking met professionele kunstenaars uit de buurt. Op de Kunstcuyp is het aanbod van kunstuitingen gevarieerd; voor iemand die wel eens een galerie of museum voor moderne kunst bezoekt misschien niet vreemd, maar voor de onervaren bezoeker kan de kunst ook confronterend zijn. Zo peilde Vliese op geamuseerde wijze de reacties van bezoekers op de KunstCuyp en zag hij ze soms verbouwereerd en verbaasd kijken: “Wat is dit?’

Moeilijker vindt Gaby het ‘gevecht’ om de vergunning te krijgen. Zo worden termijnen in het opbouwen en afbreken van kramen en podia verkort en de veiligheidseisen jaarlijks verscherpt: “Daardoor gaat de lol er wel een beetje af, je wilt toch de spontaniteit erin houden”, aldus Gaby. Niettemin vinden ze het leuk om ieder jaar zoveel bewoners bij elkaar te brengen en daar doen ze ’t voor.

Andre Hazes
De festivalformule biedt ruimte voor innovatie en ander plezier. Zo is er dit jaar een ‘mijn ode aan Hazes podium’, waarbij het publiek wordt uitgedaagd liederen van de koning van de smartlap te vertolken, een gedicht voor te dragen, lievelingslied te zingen of kunstwerk ten toon te stellen. En er zal een wereldmuziekpodium bijkomen. Op de markt zijn er demonstraties van tanende ambachten met de bedoeling om de schoonheid en duurzaamheid van het ambacht te propageren. Op een schone vervoersbeurs en elektrabeurs zijn milieuvriendelijke auto’s en scootertjes uit te testen en Groen Links organiseert een fietsfeest.

Bewoners, bedrijven, instellingen, organisaties en het Stadsdeel doen mee aan het festival en er wordt aan gewerkt door vele vrijwilligers. Er is altijd vraag naar meer vrijwilligers, die ervaring kunnen opdoen als stagemanager of presentator op de diverse podia en hun organisatorische talenten kunnen botvieren.

Het Albert Cuyp festival wordt met 6000 Euro gesubsidieerd door het Stadsdeel. “Dit is echter niet de grote financiële kracht”, aldus Gaby Steindl. Van de 20.000 Euro aan kosten vorig jaar is het overgrote deel afkomstig van bedrijven, winkeliers, fondsen en stichtingen. Zo doneert de Stichting Eigenwijze buurten dit jaar een genereus bedrag.

“Maar bovenal bestaat het werk voor het festival uit liefdewerk voor de buurt”, aldus Gaby. Haar doelstelling is duidelijk: “Mensen met elkaar in contact brengen om de rijkdom aan diversiteit te laten zien. Zichtbaar maken wat er achter de gevels gebeurt. En een groene buurt, een mooie openbare ruimte te creëren, die levenskwaliteit biedt en die niet alleen fungeert als opslagruimte voor auto’s!”

Help mussen redden door te registreren

Datum: 1 juni 2008 / Editie: June 2008 / Auteur(s): Sandra van Beek

De mussen staan sinds 2004 op de Rode Lijst van bedreigde Nederlandse broedvogels. In de steden verdwijnen ze. Waar ligt dat aan?

In 2001 is Thea Dammen van het Natuur en Milieuteam van Wijkcentrum Centuur begonnen met registraties van de afnemende tussenstand. In de nieuwe Nota Dierenwelzijn van het Stadsdeel wordt nu een paragraaf aan de mus gewijd. Bewoners worden opgeroepen te helpen de mussen terug te krijgen. Op 15 mei was er een eerste bijeenkomst in het Wijkcentrum Ceintuur van een tiental buurtbewoners.

Je zal maar mus zijn. Je bent zo gewoon en hoort zo bij het straatbeeld, dat je bijna niet opvalt. Je leidt een gezellig, rommelig bestaan en pikt met je maatjes een graantje mee van de mens. Je komt zelfs heel dichtbij, want bent niet bang, maar juist creatief en handig. Je hebt nestgelegenheid, voedsel en veiligheid nodig. Dus zit je bij de mens onder de dakpannen van zijn huis. Het is de beste schuilplaats, waar het goed nesten is. Ook zoek je beschutting in dichte struiken of klimop, clematis en bruidssluier. Een goede prikkerige rozenstruik, waar je grote vijanden de kat en sperwer niet tussen kunnen komen, voldoet ook goed. En eentje met veel dikke bladluizen op de rozenknoppen, die je aan je jongen kunt voeren, waarmee ze eiwitten binnenkrijgen. Als mus kijk je ook uit naar de mens, die dagelijks nog ouderwets een tafelkleed met broodkruimels uitklopt en daar fladder je dan op af.

En als je dat alles ter beschikking hebt, kwetter je na de lunchpauze gezellig met z’n allen in de mussenkolonie. Als mus ben je honkvast. Je hebt ook een druk seksleven en de kleintjes die er uit voortkomen zijn vaak ook niet allemaal van dezelfde man. Als jong musje ben je ondernemend. Als je geen nestje onder een dakpan, in een struik of een men met tafelkleed vindt, ga je verder zoeken, vliegt weg, verdwijnt en… neem je al je maatjes mee.

De mens van nu heeft ervoor gezorgd dat de mus terecht is gekomen op de Rode Lijst, de lijst van bedreigde dier- en plantensoorten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Dit komt, omdat de mens van nu zich niet heeft gerealiseerd hoezeer de mus bij zijn leven hoort en hem opzoekt. De mens van nu bouwt nieuwe huizen zonder dakpannen of neemt een bouwbesluit dat verplicht om openingen in gebouwen groter dan 10 milimeter dicht te maken. Dus houdt daarmee de mus tegen. Legt sierstenen in zijn tuin met uitheemse sierplanten. Is bang voor insecten. Vernietigt luizen op de rozen. Heeft geen tafelkleed, maar tafelmatje, drinkt ontbijtdrank of gooit broodkruimels in de vuilnisbak. En houdt vele katten, die op jacht kunnen gaan wanneer ze willen. Kortom, de mens heeft de mus veronachtzaamd, waardoor deze is vertrokken en een politiek issue is geworden.

Mussenvide
Wat te doen? In een voorlichtingsfilm van Vogelbescherming Nederland, die vertoond werd op de bijeenkomst in het wijkcentrum, wordt het mussenbestaan getoond. Deze laat tevens zien hoe de geëngageerde mens de mus kan beschermen en terugkrijgen. Allereerst is er de behuizing. Daartoe heeft de Vogelbescherming met een dakpannenspecialist een speciale ‘vogelvide’ ontworpen. Deze vide kan onder de onderste rij dakpannen worden bevestigd met op maat gemaakte invliegopeningen en dat werkt.

Veel nieuwbouw heeft echter platte daken zonder dakpannen. In dat geval worden nestkastjes op een geschikte plaats aan de buitenmuur bevestigd. Daar kunnen wel drie mussengezinnen in huizen, want mussen blijven bij elkaar. Er wordt aangeraden een struik in (gevel)tuin te planten en niet steeds te snoeien. En er wordt geadviseerd niet met luizengif te spuiten op de planten en regelmatig onkruidzaden en rauwe rijst te strooien.

Actieplan mus
Tijdens de bijeenkomst werd een begin gemaakt voor een actieplan. De grootscheepse briefkaartenactie van 2001, waarbij aan buurtbewoners is gevraagd de mussen in hun omgeving te registreren en de kaart in te zenden, kan nog steeds dienst doen. Want van de diverse afzenders en adressen, waar destijds nog mussen werden gesignaleerd, zal een lijst worden samengesteld.

Daarna zal worden gecheckt hoe de mussenstand daar nu is en wat de mogelijke redenen zijn dat ze de buurt verlieten. Daarop zal gekeken worden welke voorzieningen kunnen worden getroffen. Stadsdeelraad Oud-Zuid zal hierover worden geïnformeerd en er zal subsidie worden aangevraagd om nestkastjes op diverse plaatsen te bevestigen. Kortom, er zal dus werk worden verzet door vrijwilligers. Ziet u nog wel eens een mus en wilt u meehelpen de mussenkolonies in de stad te registreren en te redden? Meldt u zich dan bij Wijkcentrum Ceintuur t. 4004503 of nmt@wijkcentrumceintuur.nl.

Beloning is het gezellige gekwebbel, geritsel, kreten en roepen van de mussen in de straten.

Tweede gebruik: Goud bij vuilnis

Datum: 1 april 2008 / Editie: April 2008 / Auteur(s): Sandra van Beek

’s Avonds laat, terugfietsend door de Kuipersstraat, zie ik bij het vuilnis twee houten roze geschilderde keukenstoeltjes staan. Ze zien er zo fris uit, wat is er mis mee dat ze bij het vuil zijn gedumpt?

Terwijl ik ze bekijk, hoor ik een zware mannenstem achter me: “Alles kan je vinden bij het vuil!”

Als betrapt draai ik me om en zie een man met een fiets aan de hand, een grote bruine leren tas aan het stuur. Ik bekijk de stoeltjes nog eens, ga op eentje zitten om uit te proberen en til hem vervolgens op de bagagedrager van mijn fiets. “Gewoon meenemen, alles gooien ze weg. Wat er mis aan is? Waarom neem je die andere ook niet mee? Er ontbreekt alleen een scherfje aan. Een likje verf, klaar is ie!” roept hij me toe.

Hij begint te vertellen. ’s Avonds struint hij het vuil af, voorafgaand aan de vuilnisman. Hij doet dit als hobby. Zijn specialiteit is vinyl. De platen en CD’s, die hij vindt, verkoopt hij weer. Vooral in De Pijp? “Ja, tegenwoordig heb je in sommige stadsdelen van die clicko’s, waar het vuil in gedumpt wordt. Ik heb wel eens gezien dat iemand een hele zak vol platen erin gooide! De hele prachtige stapel verdween zomaar in de donkere diepte!”

De man steunt op zijn fiets en zegt vertrouwelijk: “Je vindt hier hele waardevolle dingen. Alles pik ik van de straat op en verkoop het weer. Er ligt goud op straat. Letterlijk. Ik heb er een keer een hele zak mee gevonden.” Een zak met goud?! “Ja, je hebt wel dat ze die huisjes hier gaan verbouwen en dan het oude huisraad eruit halen en in de container dumpen. Ik bekijk dat. Scheur ik een zak open, komt daar ineens een zak met sieraden tevoorschijn: Goud, ringen, armbanden.” En wat heeft u er dan mee gedaan?” “Gewoon, bij de pandjeszaak verkocht.” Hij stapt op z’n fiets en verdwijnt. Een schim, rondspiedend door de straten in De Pijp, op zoek naar blinkend goud.