Buurt strijdt voor veilige oversteekplaats

Datum: 1 december 2008 / Editie: December 2008 / Auteur(s): Maarten Wesselink

Het groot onderhoud aan de Stadhouderskade is gestart. In de loop van volgend jaar kunnen we gebruik maken van een opnieuw ingerichte en veiligere Stadhouderskade, met slechts één rijstrook aan beide zijden. Tot zover het goede nieuws. De vier stoplichten bij de Hemonystraat verdwijnen. Voor de buurt is dat geen vooruitgang.

Het stedelijke wegennet van Amsterdam is in beheer bij de Dienst Infrastructuur Verkeer en Vervoer (DIVV). De Stadhouderskade valt onder deze hoofdstructuur. De slogan van DIVV is: ‘geef de bereikbaarheid in en om Amsterdam op een aantrekkelijke, veilige en efficiënte manier gestalte’.

‘Stoplicht op afroep’
Aan deze slogan heeft de DIVV een eigen draai gegeven. De herstructurering houdt namelijk ook in dat, waar mogelijk, stoplichten opgeheven worden om de verkeersdoorstroming te optimaliseren. Zo ook de oversteek bij de Hemonystraat. In de huidige situatie is er sprake van een kruispunt met zebra’s en vier stoplichten, in de nieuwe plattegrond komt slechts één zebra terug aan de Amstelzijde en een stoplicht op afroep voor voetgangers. Voor de fietsers heeft het tot gevolg dat zij geen stoplicht meer hebben! Zij zullen voortaan de Stadhouderskade (waar het autoverkeer ‘optimaal’ doorstroomt) naar eigen inzicht moeten oversteken.

Levensgevaarlijk
Ongehoord, vindt de Werkgroep Verkeer: zij hebben tellingen gedaan van het aantal passerende fietsers en voetgangers gedurende enkele uren: het gebruik was vele malen hoger dan de DIVV zelf aanhoudt als norm voor een druk kruispunt. En drukke kruispunten dienen te worden voorzien van stoplichten.

Levensgevaarlijk, vinden de ouders aan de Hemonystraat en omstreken die hun kinderen naar school brengen op het naastgelegen Frederiksplein. Zij hebben lokale politici benaderd om te zorgen voor een veilige oversteekplaats. Nu ligt de Stadhouderskade nog open. Dit is het moment om nog iets te doen. Laat ze oog hebben over onze kinderen: red de zebra!

Gevaarlijke Van Woustraat nog steeds niet op de schop

Datum: 1 december 2008 / Editie: December 2008 / Auteur(s): Maarten Wesselink

GroenLinks wilde een motie indienen bij het stadsdeel om geld vrij te maken voor de broodnodige herinrichting van de overvolle Van Woustraat. Maar het is er niet van gekomen. Waarom niet en wat was die partij met de straat van plan? De Pijp Krant sprak met Arend Hamstra, stadsdeelraadslid voor GroenLinks.

“GroenLinks is al vanaf 1991 met de herinrichting van de Van Woustraat bezig. Het is tot nu toe niet gelukt een politieke meerderheid te krijgen om dat te bereiken”, zegt Hamstra. “De straat is erg gevaarlijk en al jaren te vol, met teveel auto’s, die niet zelden de tram tegen houden. In het noordelijke deel zijn geen bomen, er is geluidsoverlast en de lucht is vervuild. De herinrichting is dus belangrijk genoeg om mee aan de slag te gaan. De Van Woustraat was al door het stadsdeel aangewezen om opnieuw te worden ingericht, maar toen kwam de aanleg van de Noord Zuidlijn er tussen. Met als gevolg dat de Ferdinand Bolstraat nu is opengebroken en de plannen voor de Van Woustraat stil zijn gezet.”

Hoofdnet Auto
“Wij vinden de problemen in de Van Woustraat te groot om er niets aan te doen. Er moet een plan klaar liggen, zodat gelijk met de herinrichting kan worden begonnen als de Ferdinand Bolstraat klaar is. Er kan al gewerkt worden aan de ontwikkeling van varianten voor de herinrichting van de straat, natuurlijk in overleg met de bewoners én de ondernemers.

De Van Woustraat hoort in tegenstelling tot de Amsteldijk niet tot het Hoofdnet Auto van de Centrale Stad. Het is dus, anders dan veel mensen denken, geen hoofdverkeersader. Als het Stadsdeel Oud Zuid wil, kan ze besluiten met de straat aan de slag te gaan.”

Motie kansloos
Waarom heeft GroenLinks de motie eigenlijk ingetrokken? Hamstra: “De Partij van de Arbeid, die samen met ons in het Dagelijks Bestuur zit, heeft duidelijk aangegeven deze motie niet te zullen steunen. Vreemd eigenlijk, want de Partij van de Arbeid is ook voor de oplossing van problemen over verkeersveiligheid en milieu. Maar de motie was zonder hun steun kansloos en we hebben hem dus niet ingediend.”

Aantrekkelijke winkelstraat
De Pijp Krant vraagt wat hij nu gaat doen. Hamstra: “Ik zit in de commissie Verkeer en Ondernemen. Onze partij gaat een notitie inbrengen om de discussie op te voeren. Verder gaan we een motie indienen bij de voorjaarsnota, dan vinden er aanpassingen plaats in de lopende begroting van het stadsdeel. We willen bereiken dat er dan geld wordt vrijgemaakt voor een onderzoek naar de herinrichting van de straat. Nu is de straat ongezond en onveilig. Wie in de Van Woustraat of één van de zijstraten woont leeft korter. Het stadsdeel laat de straat maar bestaan zoals die is en daar wil ik niet aan mee werken. Het leefmilieu in de Van Woustraat kan beter en veiliger. Het moet een aantrekkelijke winkelstraat worden, met behoud van de winkels, die zijn belangrijk voor de buurt.”

Keuzes maken
“We zullen keuzes moeten maken over bijvoorbeeld éénrichtingsverkeer, vrijliggende fietspaden, bomen, parkeerplaatsen en bredere stoepen. We willen mensen hier graag bij betrekken. GroenLinks en het Wijkcentrum hebben een werkgroep verkeer, het zou goed zijn als mensen zich aansluiten en meedenken hoe we samen een gezonde Van Woustraat kunnen realiseren.”

Inburgeren met De Pijp Krant

Datum: 1 december 2008 / Editie: December 2008 / Auteur(s): Maarten Wesselink

Wat doet u zoal deze week?
Ik heb gewerkt, moet nog boodschappen doen, ga nog weg met een vriendin en wil nog een paar kerstcadeautjes kopen. Op zaterdagavond werk ik vaak als vrijwilliger tijdens de kindermis, maar deze week niet. Mijn kinderen hebben kerstbal van hun stijldansvereniging aan het Henrick de Keyserplein. Ik ga mijn zoon, mijn dochter en haar vriendinnetje dus lekker optutten. Mijn dochter en haar vriendinnetje doen make-up op en mijn zoontje zorgt dat hij lekker ruikt en er ‘cool’ uit ziet.

Wat hebt u gisteravond gegeten en hoe kwam u daaraan?
Pizza, en ik heb hem gehaald. Eén keer per week, op woensdag doen we dat. Mijn zoon zit woensdag op schermen, precies rond etenstijd. De rest van de week hebben de kinderen ook veel clubjes en moeten we dus vaak heen en weer rijden. Daarom doen we af en toe gemakkelijk. De kinderen vinden pizza heerlijk en vragen altijd wanneer het weer pizzadag is.

U woont al 16 jaar in De Pijp. Waar kwam u vandaan?
Ik kom uit de Jordaan, net als De Pijp van oorsprong een echte volksbuurt. Ik ben tussen de echte Jordanezen opgegroeid, maar veel van hen wonen er niet meer. In 1992 ben ik naar De Pijp verhuisd. Eerst in de Gerard Doustraat en nu al weer jaren in de Lutmastraat.

U werkt als vrijwilliger tijdens kindermis op zaterdagavond in de Vredeskerk?
Ik kom al meer dan zes jaar in de Vredeskerk. Sinds 2006, kort na de eerste communie van mijn kinderen, help ik op zaterdagavond mee met het voorlezen uit de bijbel tijdens de kindermis. Dat doen we met een groepje van vier vrijwilligers. Het helpen bij de eerste communie heb ik afgelopen jaar voor het eerst gedaan evenals het helpen bij de voorbereiding op een kinderdoop.

We hebben dan een gesprekje met de ouders over het geloof en ook over praktische zaken, bijvoorbeeld via welke deur ze de kerk binnenkomen op de dag van de doopdienst. Rond kersttijd is het voor de vrijwilligers echt druk. Op 24 december is er de kerstviering voor kinderen.

Ze komen allemaal verkleed als engeltje of herdertje. Gelukkig doen we het als vrijwilligers samen, want het zijn er soms wel honderd. Na kerst, op zaterdagmiddag, hebben we ‘kindje wiegen’. Ik help voor de eerste keer mee. Bij de kerststal gaan we met de kinderen liedjes zingen en ze mogen ook het ‘kindje’ vasthouden. Het zal wel een pop zijn, maar bij de kinderkerstviering hebben we een echte baby.

Wat is nou eigenlijk leuk aan De Pijp?
Ik vind de buurt heel mooi, al die verschillende huizen en stijlen. En er zijn zoveel verschillende mensen, dat maakt het juist gezellig. Vergeet ook de winkeltjes niet. Vooral de nieuwe zaakjes in de zijstraatjes, met kleding en bijvoorbeeld speelgoed voor kinderen.

Wat laat u uw bezoek zien van De Pijp?
Anderhalf jaar geleden wilden mijn schoonouders uit Ecuador komen. We zouden de dingen laten zien die wij leuk vinden zoals de Albert Cuyp, het Sarphatipark, de Vredeskerk en net buiten De Pijp het Beatrixpark. Helaas ging het niet door. We hopen dat we een tweede kans krijgen. Als ze dan in de zomer komen, gaan we met ze op het plein zitten voor de Vredeskerk, bij het waterkunstwerk.

Wat is uw favoriete plek van De Pijp?
Het plein voor de Vredeskerk. Vooral op warme zomerdagen kun je er lekker zitten. Het stromende water van het kunstwerk geeft je de illusie dat het er koel is. De kinderen kunnen er pootje baden en dan vergeten we even dat er duiven zijn die dat in hetzelfde water ook doen.

Wat is beslist vervelend aan De Pijp?
De meestal kleine woningen en de gehorigheid. Vooral met kinderen is dat moeilijk. Je weet hoe gehorig het is, maar met kinderen heb je het niet altijd in de hand. Verder de dingen die ook in andere buurten vervelend zijn, zoals zwerfvuil en hondenpoep. Maar daarin is De Pijp niet anders dan andere buurten.

Welke verslaving heeft u?
Chocolade! Het is best ernstig. Het is lekker zoet en ik kan er veel van eten. Je moet je natuurlijk wel beheersen, een hele zak opeten is niet goed.

Wat zijn uw droomwensen?
Ik heb er wel twee. Mijn huis is prachtig, het ligt op een mooie plek, maar ik zou graag een ééngezinswoning of een étage op de begane grond willen hebben. Ook zou ik graag voor een lange tijd naar Ecuador willen, daar komt mijn man vandaan. Een paar maanden zou al mooi zijn. Dan ga je het land al anders beleven. Als ik nog langer ga, moet ik ook mijn moeder meenemen, want ik wil haar niet in Nederland achterlaten. Maar ze is erg verbonden met haar plek, dat wordt een probleem. Het is maar goed dat het een droomwens is.

Buurt stelt vragen bij parkeergarage

Datum: 1 oktober 2008 / Editie: October 2008 / Auteur(s): Maarten Wesselink

Op donderdag 11 oktober organiseerde het stadsdeel in de Oranjekerk een bijeenkomst over de nieuwe parkeergarage onder de Boerenwetering.

De wethouder presenteerde vier varianten op herinrichting van de nieuwe ruimte die ontstaat als zo’n ier honderd parkeerplaatsen onder het water verdwijnen. Bewoners mochten vragen stellen.

Draagvlak
Tijdens voorafgaande bijeenkomsten hadden bewoners uit de Frans Halsbuurt zelf ideeën aangedragen voor de herinrichting. Het stadsdeel wil graag dat er bij omwonenden draagvlak is voor dit project. Wethouder Van Grieken (Verkeer, Parkeren en Openbare Ruimte) presenteerde de varianten waarin de ideeën van de buurtbewoners waren meegenomen. Hij had beloofd tijdens deze bijeenkomst het projectbesluit van het stadsdeel te presenteren. Die belofte kon hij niet nakomen. Door de kredietcrisis wil het Dagelijks Bestuur van het stadsdeel het kostbare project nog een keer onder de loep nemen. De wethouder kon al wel meedelen dat het DB inzet op de meest ambitieuze variant. Ze willen zoveel mogelijk auto’s uit het straatbeeld laten verdwijnen.

Vragen
De wethouder beantwoordde vragen uit het publiek. Naar zijn zeggen is de garage bestemd voor buurtbewoners. Wie een vergunning krijgt voor de parkeergarage verliest de vergunning om op straat te parkeren. Parkeren in de garage zal ook duurder worden dan parkeren met een vergunning op straat. Over details deed hij geen uitspraak. Die komen aan de orde in het nog te nemen projectbesluit.

Opkomst
Het stadsdeel heeft een professioneel bureau ingeschakeld dat met bijeenkomsten onder de hippe naam ‘Ideeënateliers’ bewoners stimuleerde nieuwe ideeën voor de herinrichting van de buurt aan te dragen. Helaas heeft maar een kleine groep bewoners uit de Frans Halsbuurt aan die ateliers meegedaan. Het stadsdeel geeft aan het draagvlak belangrijk te vinden. Jammer dat ze er, ondanks publicaties en het concept van de ‘ideeënateliers’, niet in is geslaagd veel mensen uit de Frans Halsbuurt naar de Oranjekerk te lokken.

Inburgeren met De Pijp Krant

Datum: 1 oktober 2008 / Editie: October 2008 / Auteur(s): Maarten Wesselink

Wat doet u zoal deze week?
Ik werk iedere dag in de kapsalon en ik ga een paar keer hardlopen in het park. Samen met mijn zoon van vijftien sport ik drie keer per week. We gaan dan joggen. Mijn dochter van zes is daar nog te jong voor. Met haar ga ik regelmatig wandelen. Vooral op een mooie zonnige dag zoals vandaag is dat leuk. Heerlijk om tot rust te komen na een dag hard werken in de kapsalon.

Wat hebt u gisteravond gegeten en hoe kwam u daaraan?
Kip met gemengde groente. De groente heb ik klaar gemaakt in de wokpan, op z’n Chinees dus. Zoals ik al zei, ik heb het zelf gemaakt. Soms haal ik ook wel eens eten maar meestal kook ik zelf. Ik probeer zo vaak mogelijk gezond te eten. Dat vind ik belangrijk.

U woont in Amsterdam. Waar kwam u vandaan?
Ik woon sinds een jaar in Amsterdam. Daarvoor woonde ik in Finland. Oorspronkelijk kom ik uit het deel van Koerdistan dat in Irak ligt. Op mijn zeventiende verliet ik het land en vertrok naar Turkije. Daar woonde ik drie jaar en ging toen naar Finland. Daar heb ik vijftien jaar gewoond. Maar ik miste de aanwezigheid en steun van familie. Zeker met een gezin is dat voor mij belangrijk. Mijn broer had zich intussen in Amsterdam gevestigd. In augustus 2007 begon hij in deze buurt een kapperzaak. Ik besloot naar Amsterdam te verhuizen en in zijn zaak te gaan werken. Sinds september vorig jaar werk ik nu dus hier in de Van Woustraat.

Waar hebt u het kappersvak geleerd?
In Finland volgde ik de Hair Academy. Het was een uitgebreide opleiding. Ik leerde er niet alleen over knippen en haarverzorging maar ook over visagie, massage en manicure. Ik heb veel plezier in het kappersvak. Je hebt veel contact met mensen. Het is altijd weer anders. Vooral als je dames knipt. Je geeft het haar een nieuwe kleur of je maakt een ander kapsel. Ik stel ze altijd iets nieuws voor. De haarmode verandert steeds en er zijn de laatste jaren meer mogelijkheden gekomen, zoals hair extensions. Ik vind het haar heel belangrijk voor een vrouw. Het is de helft van haar schoonheid. Zelfs belangrijker dan gezicht en kleding. Het belangrijkste blijft uiteraard de innerlijke schoonheid, die staat voorop.

Wat is nou eigenlijk leuk aan De Pijp?
Het is een mooie buurt. Alles is dichtbij en het is er druk en levendig. Dat was ik niet gewend in Finland. Ik woonde in de stad waar de Nokia fabrieken staan. Een kleine welvarende stad, waar je makkelijk werk kon vinden. Maar het was er wel erg rustig. Hier is het drukker en internationaler. In De Pijp kom je zoveel verschillende mensen tegen. Dat maakt het leuk. Ook het werken in deze kapsalon vind ik leuk. In Finland werkte ik in een veel grotere zaak, we werkten er met acht kappers. Hier werk ik alleen met mijn broer. Ik vind dit gezelliger. Ik heb meer contact met mijn klanten en de gesprekken zijn anders. Het is prettig werken zo.

Wat laat u uw bezoek zien van De Pijp?
Die vraag kun je beter omdraaien. Vrienden laten mij de stad zien. Ik ben hier nieuw. Ze nemen me bijvoorbeeld mee naar musea, de markt of de bioscoop. Wat ik mooi vind? Het museumplein bijvoorbeeld, hier dicht in de buurt.

Wat is uw favoriete plek van De Pijp?
Ik ben hier nog niet zo lang en ik ken het nog niet zo goed. De Albert Cuyp vind ik leuk. Het is een plek waar ik graag kom.

Wat is beslist vervelend aan De Pijp?
Het is een prettige buurt. Ik werk hier met plezier, de mensen zijn vriendelijk, ik heb leuke klanten. Ik zou niet weten wat ik moet noemen.

Welke verslaving heeft u?
Die heb ik niet. Als ik iets niet meer wil, dan stop ik er gewoon mee. Pure chocolade vind ik heerlijk, maar als ik vind dat ik genoeg gesnoept heb, dan eet ik ook echt niet meer. Waarom ik dat kan weet ik niet, maar het is makkelijk en ook goed voor mijn portemonnee.

Wat zijn uw droomwensen?
Ik zou heel graag weer een opleiding volgen. Geen kappersopleiding, want het knippen van haar heb ik wel onder de knie. Met cursussen houd ik mijn vakkennis en de nieuwe ontwikkelingen in de haarmode bij. Op mijn verlanglijstje staat een specialisatie in huid en lichaamsverzorging. Helaas is die moeilijk te combineren met mijn drukke baan en kinderen. Het blijft dus nog even een wens.

Inburgeren met De Pijp Krant

Datum: 1 september 2008 / Editie: September 2008 / Auteur(s): Maarten Wesselink

Wat doet u zoal deze week?
Een cryptogram voor De Pijp Krant maken. Ik wijd me aan mijn bestaan als part-time huisman en ik schrijf mijn wekelijkse columns. Deze week heb ik ook gesprekken met journalisten over de commotie die is ontstaan over mijn column in FOK.nl.

Wat hebt u gisteravond gegeten en hoe kwam u daaraan?
Aardappels, buitengewoon lekkere gehaktballen die mijn liefje heeft gemaakt en doperwtjes. Het was heerlijk!

U woont 25 jaar in de Pijp. Waar kwam u vandaan?
Uit Amsterdam. Daar ben ik geboren en opgegroeid. Eerst in de Kinkerbuurt en later in de Witte de Withstraat. Via de toenmalige Dienst Herhuisvesting is mij deze woning aangeboden. Ik vond en vind het nog steeds een leuke woning. Ik wilde beslist niet in één of andere ongezellige buitenwijk gaan wonen. Ik wilde leuk wonen.

Waar gaan die gesprekken met journalisten over?
Die gesprekken met journalisten gaan vooral over mijn tragisch onbegrepen column, waarin ik Femke Halsema, fractieleider van Groen Links, hardhandig een spiegel heb voorgehouden. Het geeft mij troost en genoegdoening dat journalisten mij in hun medium de gelegenheid geven om dat nog één keer uit te leggen. Ik voel me moreel gesteund door het feit dat mensen die wel begrijpend kunnen lezen zien dat het over een duidelijk satirische column gaat. Het misverstand heeft er toe geleid dat ik niet langer secretaris en woordvoerder ben van reizigersvereniging Rover. Onze wegen scheiden, tot mijn verdriet.

Ik ben wel benaderd door andere organisaties om te kijken welke mogelijkheden er nog zijn als het gaat om bevordering van het openbaar vervoer en wat ik daarbij zou kunnen betekenen.

U hebt nu dus meer tijd. Wat kunnen we van u verwachten?
Met de tijd die vrijkomt kan ik mijn activiteiten voor de Huurdersvereniging de Pijp uitbouwen. Ik ben er bestuurslid. Er is genoeg te doen en dan denk ik in de eerste plaats aan onwelwillende huiseigenaren die uit gewin huurders wegpesten. Ook moet de huurdersvereniging een standpunt innemen over kraken. Daar moeten we serieus over nadenken. Kraken is goed voor het ideële doen waar het voor was bedacht, zoals bij de Bakkerpanden en het Verbindingsblok. Daar hebben ze zich ingezet om sociale huurwoningen te behouden.

We moeten onze ogen niet sluiten voor de andere kant van het kraken, waarbij het alleen om goedkoop wonen gaat en krakers voor overlast zorgen. Met de Oost-Europese krakers in de Lutmastraat is de hondenstront en het aantal zakkenrollers in de buurt verdubbeld. De ene kraker is de andere niet. Ik maak me met deze uitspraken binnen de huurdersvereniging wellicht niet populair en het zal nog best een harde dobber worden om er als bestuur een standpunt over in te nemen. Een algemeen kraakverbod gaat mij te ver, maar kraken was niet bedoeld om alleen voor jezelf gratis te wonen. Het moet wel een hoger doel dienen, de idealen zoals die er waren in de jaren tachtig.

Wat is nou eigenlijk leuk aan De Pijp?
Teveel om op te noemen! De gevarieerde bevolkingssamenstelling in afkomst en leeftijd, doorgaans een relaxte sfeer, heel veel uiteenlopende winkels en horeca binnen handbereik.

Wat is uw favoriete plek in De Pijp?
Dit huis. Ik woon hier al lang en heb hier veel meegemaakt, verdrietige en geweldige dingen. Met mijn partner heb ik het flink opgeknapt. We zijn van plan om binnenkort te gaan trouwen en we vinden het een heerlijke gedachte om hier de rest van ons leven te mogen wonen. Het is geen groot huis maar groter hoeft een huis niet te zijn, dan ben je een vermogen kwijt. Ik vind het groot genoeg.

Wat is beslist vervelend?
De maar niet vorderende bouw van de metro in de Ferdinand Bolstraat en stedelijke problemen die je ook in De Pijp in alle hevigheid aantreft, zoals de slechte kwaliteit van de lucht. Je merkt het als je een paar dagen weg bent geweest. Ik woon op de derde verdieping, met traplopen voel je het verschil. Je ziet het ook aan de vuile ramen. Daar valt niet tegen op te lappen. Dat soort dingen.

Welke verslaving heeft u?
Ik vind het moeilijk om niet iedere boekwinkel leeg te kopen. Ik lees graag over mobiliteit en houd van fotoboeken, kunstboeken, columns en korte verhalen. Er bestaat geen boekhandel in Nederland waar geen tien boeken liggen die ik niet zou willen kopen. Een deel van mijn boeken staat nu in een opslagruimte. Toen mijn partner bij mij in is getrokken hebben we een opslagruimte gehuurd. Iedere avond zal ik eerst voor het slapen gaan een uur lezen, anders is de dag niet voorbij.

Wat zijn uw droomwensen?
Ik hoop dat mijn broze gezondheid niet zal verslechteren. Ik wil nog heel lang met mijn geliefde zijn en nog wat leuks en nuttigs mogen doen voor de samenleving.

Krakers kweken rode basilicum; water uit de pomp

Datum: 1 september 2008 / Editie: September 2008 / Auteur(s): Maarten Wesselink

Sinds 11 juli heeft Kraakgroep de Pijp in samenwerking met Groenfront! Amsterdam het braakliggende terrein aan Rustenburgerstraat 438-440 gekraakt. Want de bouw op die plek van het Zuiderlichtcollege kwam al jaren niet van de grond. De krakers laten zien dat je op een leeg terrein in de stad nuttige dingen kunt doen en in harmonie met de natuur kunt leven. Ze eten al groente uit eigen tuin en halen met een zelf geïnstalleerde pomp water uit de grond. Het klinkt klein, maar hun actie komt voort uit een groter gedachtegoed.

Winterpostelein en eeuwige moes
De krakers laten zich inspireren door de ‘Transition Towns’ in Engeland. Daar bereiden gemeenschappen zich voor op de toekomstige crisis, die het gevolg zal zijn van een wereldwijd tekort aan olie. Men verwacht niet dat regeringen en bedrijven met oplossingen komen, dus gaan ze zelf over op een duurzaam en zelfvoorzienend leven. Ze willen minder kwetsbaar zijn door te dure energie.

Ik vraag de actievoerders hoe zij daar in onze buurt mee aan de slag willen gaan. Joop: “We zijn begonnen met het verbouwen van groente, dus hebben we tuinen aangelegd en een pomp geslagen. We hebben zelf zaad gekocht en een ecologische boer had nog stekken over. Het verbaast ons zelf hoe groen het hier nu al is. We hebben bloemkool, aardappelen en boerenkool, maar ook winterpostelein en eeuwige moes. Het zijn groenten van de koude grond. Daarvan kun je het hele jaar door eten, zonder verlies van energie door verwarming en transport. We hebben ook een eigen composthoop. De biobak is alweer een paar jaar uit De Pijp verdwenen.

Ook buren kunnen met hun groenafval bij ons terecht. Met een zonnepaneel kunnen we electriciteit van 12 volt opwekken. Voldoende voor kleine apparaten, maar niet voor grote huishoudelijke apparaten. Dat vinden we niet erg. Een tekort aan olie zal grote apparaten in de toekomst toch onbetaalbaar maken. Ze worden een onbruikbare luxe”.

Gewoon nu beginnen
Ik zie slechts enkele kleine groenteperkjes, een kruiwagen en een zonnepaneel. Ik vraag ze of een project op deze schaal – dat ieder moment afgelopen kan zijn – zinvol is. Anna, een van de actievoerders zegt: “Je kunt laten zien aan de buurt dat het anders kan en je ieder moment kunt beginnen. Waarom zou je wachten tot een overheid met regels komt voor jou of het bedrijfsleven?” Joop voegt er aan toe: “We hebben niet voor alle problemen gelijk een oplossing, maar zijn er wel naar op zoek. We willen eigenlijk niet op gas koken, want daarmee verbrand je toch weer fossiele brandstoffen. Daarom hebben we nu een ‘rocket stove’, die brandt op twijgen, je hoeft er dus geen bomen voor te kappen. We pionieren.”

Anna benadrukt dat ze niet alleen tegen iets zijn, maar juist voor een richting kiezen die duurzaam is. Voor de buurt organiseren ze workshops, waarbij ze laten zien dat er genoeg mogelijkheden zijn om nu al duurzamer te leven. Joop vertelt over het Groenfront, de milieuactiegroep die samen met de Kraakgroep de Pijp deze actie verricht. Ze richten zich op alles wat tot roofbouw op deze aarde leidt en beschermen natuurgebieden en bossen tegen vernietiging en kap.

Lekker voor de pesto!
Terwijl ik luister, kijk ik omhoog naar de grote bomen op het terrein. Voor deze bomen hoefde het Groenfront niet in actie te komen; de buren hadden de kap al voorkomen. Met succes hebben ze gestreden voor een monumentale status; er moet dus een bouwplan komen voor een nieuwe school op deze plek. Het plan zal dus aangepast moeten worden aan deze bomen.

Joop reikt me een blaadje rode basilicum uit de groentetuin aan: “Lekker voor de pesto” zegt hij. Ik proef: het heeft een bittere, maar toch lekkere smaak. Joop loopt naar de pomp en trekt de slinger een paar keer op en neer. Het water stroomt onregelmatig klotsend in de emmer.

Anna kiept een kruiwagen met zand in een net aangelegde plantenbak. Zondag is er een open dag voor de buurt, er is nog veel te doen.

Als ik het terrein verlaat, struikel ik bijna over de kruiwagen. Ik kijk nog even om naar de bomen, de groentetuin en geniet van de landelijke rust die de plek uitstraalt. Tijd om weg te gaan, naar huis, de stad in. Vol vragen, dat wel. Want zijn deze krakers soms de eerste mensen, die inzien dat het de pan uitrijst met het energieverbruik? Hoe zal het er eigenlijk over tien jaar uitzien in de stad? Zullen we dan allemaal op z’n Sovjets onze tuintjes beheren met onze eigen groenten? Of is dit een storm in een glas water en zal het wel loslopen?

Ik weet de antwoorden niet, maar het geeft in ieder geval wel te denken.

Krakers achter slot en grendel?

Datum: 1 september 2008 / Editie: September 2008 / Auteur(s): Maarten Wesselink

CDA, ChristenUnie en VVD willen een verbod op kraken. Dat staat in het initiatiefwetsvoorstel ‘Kraken en leegstand’ dat ChristenUnie, VVD en CDA 26 augustus j.l voor advies naar de Raad van State stuurden. Als de wet er komt, hangt krakers een gevangenisstraf boven het hoofd die kan oplopen tot bijna drie jaar.

Bovendien willen de partijen gemeenten voortaan de mogelijkheid geven langdurig leegstaande panden te gebruiken. De wet biedt ook mogelijkheden voor een actief leegstandsbeheer. Gemeenten kunnen dan makkelijker over leegstaande panden beschikken door er bijvoorbeeld huurders in te zetten. Met steun van SGP en PVV kan dit ’totale kraakverbod’, waarbij kraken niet meer gezien wordt als een overtreding maar als een misdrijf, rekenen op een meerderheid in de Tweede Kamer.

Hoe blij moeten we in De Pijp zijn, mocht dit wetsvoorstel aangenomen worden? Zijn we erbij gebaat als krakers uit het straatbeeld verdwijnen? Volgens sommigen wel. Krakers worden in hun ogen steeds gewelddadiger, ze zijn hun ideële doelen verloren en zorgen voor overlast.

Wordt de buurt leefbaarder als ze achter slot en grendel zitten? Dat is maar te bezien. De vraag is of de misstand van de leegstand van woningen en kantoorpanden met deze voorstellen wel voldoende wordt aangepakt. Zo niet, dan zou dit kraakverbod mogelijk een duwtje in de rug zijn voor speculanten, woningcorporaties, en malafide huiseigenaren, die panden en braakliggende terreinen voor eigen gewin leeg laten staan. Dat vergroot de leefbaarheid van de buurt juist niet.

Als krakers achter slot en grendel zitten, kun je er zeker van zijn dat ze niet meer voor overlast zorgen. Sterker nog, met leegstaande panden en braakliggende terreinen kan het in de straat wel eens té rustig worden.

Een andere kleur

Datum: 1 augustus 2008 / Auteur(s): Maarten Wesselink

“Hé buurvrouw, gisteren was je haar nog rood!“
“Goed opgemerkt buurman. In de drukte ben ik vergeten waterstofperoxide te gebruiken.”
“Is dat nodig dan?” vroeg ik.

Ze vertelde dat waterstofperoxide het haar poreus maakt, zodat de verf kan hechten. Nu was na één douchebeurt de rode verf uitgespoeld, het haar weer grijs en het afvoerputje rood. Ik probeerde niet te lachen. “Maar buurman, nu we het toch kleur hebben, waarom zijn jouw hortensia’s nog steeds blauw en die van mij na een jaar weer rood?” Ik zocht naar een manier om het haar duidelijk te maken.

“Vergelijk het maar met het proces van verf en waterstofperoxide. De bloemen van de hortensia’s kleuren blauw doordat de grond rijk is aan ijzer of aluminium. Net als het haar, moet de plant het wel op kunnen nemen. Met kalk in de grond lukt dat niet, want kalk bindt die stoffen aan zich. Zo kleuren de bloemen door een gebrek aan ijzer en aluminium van blauw naar rood”.

”Jammer buurman, hoe houd ik ze blauw?” Ik gaf haar raad: “Geen kalk toevoegen en dus ook geen hard kraanwater. Met tuinturf de grond zuurder maken én ijzer of aluminium toevoegen. In kleine zakjes zit het in poedervorm bij een pakket hortensiamest. Je lost de poeder op in water en giet het in het najaar bij de hortensia, want dan vormt die bloemknoppen”.

Ze reageerde enthousiast. “Dat ga ik doen buurman. Rood vind ik bij hortensia’s geen mooie kleur. Wat vind jij?” Ik was even stil. “Dat vind ik ook buurvrouw. Ik houd ook van blauw, maar grijs vind ik ook mooi.”

Ze keek me aan. “Een hortensia kan toch niet grijs worden?”
“Nee buurvrouw, maar jij wel. En als ik eerlijk ben vind ik grijs je veel mooier staan dan rood.

Debat voor doven en horenden: een herkansing?

Datum: 1 augustus 2008 / Editie: August 2008 / Auteur(s): Maarten Wesselink

In het DOC (Doven Ontmoetings Centrum) aan de Stadhouderskade was op vrijdagavond 21 juni een debat voor doven en horenden.

Met de inzet van twee doventolken konden beide groepen samen debatteren. Er werd stevig geargumenteerd. Je kon het horen aan de stemmen en zien aan de gebaren en mimiek van de deelnemers.

Ik was aanwezig bij het debat en in de loop van de avond werd ik me bewust van iets dat eigenlijk heel erg voor de hand ligt. Als ik spreek met mijn stem kan iedereen om mij heen mij horen, ook als ik voor, achter of naast iemand sta. Zou ik gebruik maken van gebarentaal, dan moet ik in het gezichtsveld van mijn toehoorder staan, anders kan die mij niet zien. Ik besefte plotseling dat je weinig moeite hoeft te doen om iets te horen, want geluid is overal om je heen. Om iets met je ogen waar te nemen is meer nodig, je moet je blik op iets richten, anders zie je het niet.

Dit maakte ook dat er met de voor die avond gekozen debatopstelling twee tolken nodig waren. De debatterende partijen zaten tegenover elkaar, jury en publiek zaten aan beide kanten ernaast. Omdat doven en horenden kriskras door elkaar zaten, moest op iedere plek in de zaal minimaal het gezicht van één tolk te zien zijn. Daarom stonden er twee tolken, op iedere hoek één. Ze deden indrukwekkend werk. Terwijl iemand debatteerde vertaalden zij het op hetzelfde moment. Als ze alle twee voor hun deel van het publiek aan het vertalen waren, zag je aan de overeenkomst van hun gebaren dat ze dezelfde boodschap overbrachten.

Het debat telde één deelneemster die tegelijkertijd kon spreken en gebaren. Bravo! Als je gesproken taal en gebarentaal wilt combineren moet je beslist de gave bezitten om twee dingen tegelijkertijd te kunnen doen.

Aan het einde van de avond besefte ik dat ik erg onder de indruk was geraakt van gebarentaal. Als ik er eerder kennis mee had gemaakt, had ik het dan nu ook nog zo bijzonder gevonden? Waarom heb ik op school nooit les in die taal gekregen, een gemiste kans?

Gelukkig trakteerde deze avond mij niet alleen op een interessant debat, maar ook op een prettige kennismaking met gebarentaal. Een herkansing als het ware, waar ik dankbaar gebruik van heb gemaakt.

Het DOC is een onderdeel van de Stichting Welzijn Doven Amsterdam aan de Stadhouderskade 89.
Meer informatie: www.swda.nl