De slaaf, het Wilhelmus en de joodse begraafplaats

Datum: 1 juli 2010 / Editie: July 2010 / Auteur(s): Maarten Wesselink

Op de joodse begraafplaats in Ouderkerk aan de Amstel ligt, naast zijn joodse meester, de slaaf Elieser begraven. Afrikaan van geboorte en bekeerd tot het jodendom. De begraafplaats in Ouderkerk is de enige plek in West Europa waar een slaaf binnen de omheining van een joodse begraafplaats met een grafsteen begraven ligt.

Dat bracht twee jaar terug een groep bewoners uit stadsdeel Oud-Zuid – met de naam Moksi Meti – op het idee met dit thema aan de slag te gaan. Na een dialooggesprek in café Mansro over slavernij ontstond het idee een bezoek aan het graf te brengen. Een week voorafgaand aan Keti Koti (de nationale herdenkingsdag van de slavernij op 1 juli) vertrok een delegatie vanuit De Pijp met een rondvaartboot richting Ouderkerk aan de Amstel.

Het werd een emotioneel bezoek. Een aantal Surinaamse Nederlanders en de gastheer van de begraafplaats raakten al snel in discussie. Afrikaanse voorouders van een aantal groepsleden leefden in Suriname onder Nederlands gezag in slavernij. Niet zelden waren de slavenhouders joods. Als binnen het joodse geloof de bevrijding van de joden uit de slavernij in Egypte zo belangrijk is, waarom hielden ze dan zelf slaven? Deze vraag, een reactie op de inleiding van het verhaal van de gastheer, werd voor degene die hem stelde niet bevredigend beantwoord.

Dat was met meer vragen die middag het geval. Zoals: op welke manier is de slavernij ook nu nog van invloed op onze maatschappij? Is de slavernij mede bepalend voor het zelfbeeld van bijvoorbeeld zwarte jongeren die in onze stad opgroeien? En moet de Nederlandse staat nu eindelijk eens excuus aanbieden tegenover de nakomelingen van de mensen die op Nederlands grondgebied in slavernij leefden?

Voormalig stadsdeelwethouder Eddy Linthorst, ook lid van de groep Moksi Meti, benadrukte hoe racisme ten grondslag lag aan de slavernij in het Caraïbisch gebied, waar ook Suriname toe behoort. De onderliggende gedachte dat het zwarte ras minderwaardig is aan het blanke ras blijft vaak onbewust in het hoofd van mensen aanwezig en is hardnekkig.

Bij afscheid van de begraafplaats werden gebeden uitgesproken bij het graf van de tot het jodendom bekeerde Elieser. In het Surinaams. Na het zingen van psalm 23 ‘De heer is mijn Herder’ zette iemand het Wilhelmus in. Velen zongen uit volle borst mee. Dat verbaasde mij. Waarom zingen Surinamers, met voorouders die onder Nederlands gezag in slavernij hebben geleefd, op een Joodse begraafplaats vol overtuiging het Wilhelmus? En dat ook nog eens bij het graf van een Afrikaanse slaaf die waarschijnlijk door Hollanders is verscheept en verhandeld? Met die vragen in mijn hoofd ging ik, zonder bevredigend antwoord, samen met de groep in de rondvaartboot weer terug naar huis.

Inburgeren met De Pijp Krant

Datum: 1 mei 2010 / Editie: May 2010 / Auteur(s): Maarten Wesselink

Wat deed u zoal deze week?
Ik was in de winkel en was er de hele dag bezig. Zoals altijd eigenlijk, ook op zondag. Dan zijn we dicht, maar ben ik in de winkel toch bezig met voorbereiden en het kijken in vakbladen naar nieuwe producten op het gebied van eten en delicatessen. Meestal drink ik even koffie bij de buren. Ook in mijn privétijd ben ik hier in de buurt.

Wat heeft u gisteravond gegeten en hoe kwam u daaraan?
Dolmas’. Dat zijn druivenbladeren gevuld met rijst. Ik heb ze zelf gemaakt. Soms doe ik dat. Als je het warm eet is het een hoofdgerecht. Koud, dan zijn het tapa’s.

U werkt sinds 3 jaar in De Pijp. Waar werkte u hiervoor?
Ik heb altijd in delicatessenzaken gewerkt, winkels gespecialiseerd in lekker eten. Ik werkte bij Nan Delicatessen in de Cornelis Schuytstraat. Die winkel had echt een traditie. Nu heb ik met mijn broer ‘Ankara Market’ in de Van Woustraat, gespecialiseerd in groente en delicatessen. We werken allebei al jaren in de detailhandel en hebben het vak in de praktijk geleerd, begonnen als vakkenvuller bij een supermarkt.

Is het leuk altijd in de winkel te werken?
Voor mij is het een uitdaging. Ik zit al meer dan tien jaar in dit vak. Wat het leuk maakt is dat wij onze klanten kennen. Het zijn mensen uit de buurt. We praten ook over privézaken. We kennen zelfs de kinderen van onze klanten. Die komen bij ons langs om boodschappen te doen. Ze vertellen ons wat ze op school hebben gedaan. Voor mij is het werken in de winkel jezelf zijn. Je brengt jezelf naar buiten. Zo is het ook met het opstellen van de groenten buiten op straat. Daar begin ik ‘s ochtends om vier uur mee en ik ben er uren mee bezig om het er zo mooi mogelijk uit te laten zien. Net zoals de winkels er vroeger uitzagen. Wij proberen de ouderwetse dienstverlening weer terug te brengen. Kwaliteit staat voorop, de klant moet echt tevreden zijn.

Wat is nou eigenlijk leuk aan De Pijp?
Het is net een dorpje, iedereen kent mekaar. Het is gezellig. Dat merk je aan het contact met de klanten, maar ook met de andere ondernemers in de straat. Aan de buurt heb ik ook dierbare herinneringen. Mijn oma woonde hier. Voor haar ging ik boodschappen doen, in dezelfde winkel als waar ik nu samen met mijn broer werk. Dat was leuk, boodschappen voor mijn oma of haar buurvrouw. We kregen er natuurlijk wel een snoepje of een zakcent voor.

Wat laat u uw bezoek zien van De Pijp?
Als ik bezoek heb neem ik ze meestal mee naar het Heinekenplein of het Gerard Douplein om even wat te drinken.

Wat is uw favoriete plek in De Pijp?
Dat is voor mij het oude archiefterrein aan de Amstel. Met vrienden ging ik naar het Gemeentelijk Archief om naar oude foto’s van Amsterdam te kijken. Om te zien hoe het er hier vroeger uitzag. Dat vonden we leuk. Nu is het weg. Ik ben bij het nieuwe archiefgebouw aan de Vijzelgracht geweest, maar ik vind het er te nieuw uitzien. Het gebouw hier aan de Amstel zag er meer als een archief uit. Dat oude trekt mij aan. Van een kennis heb ik een boek gekregen van Anton Pieck. Af en toe blader ik er doorheen en kijk ik naar de tekeningen. Op één ervan zie je een winkelstraat. De winkeliers hebben hun zaken uitgestald, zijn in gesprek met mensen om hun heen en je ziet dat ze hun vak uitoefenen. Het is een beeld om naar te verlangen. Zo hoort het gewoon.

Wat is beslist vervelend aan De Pijp?
Ik kan niet zo snel iets bedenken. Behalve dat de auto’s hier op de Van Woustraat wel erg snel voorbij rijden. Dat is vervelend. En ook de parkeerregeling. Er worden hier veel auto’s voor de deur weggesleept.

Welke verslaving heeft u?
Fruit! En dan vooral zacht fruit zoals bosbessen, bramen, frambozen en rode bessen. Ik kan nog veel noemen, vlierbessen en zwarte bessen maar die zijn niet het hele jaar door verkrijgbaar. Fruit eet ik de hele dag door. Ik experimenteer ook met vruchtensappen. Dan mix ik het fruit en probeer er iets lekkers van te maken. Ik maak het meestal ‘s ochtends en als ik het gedronken heb voel ik een hoge dosering vitamine C in mijn lichaam. Dan heb ik geen koffie meer nodig.

Wat zijn uw droomwensen?
Ik heb er nooit over nagedacht, maar nu je het mij zo vraagt kom ik tot de ontdekking dat ik het eigenlijk wel weet. Deze winkel, die ik samen met mijn broer heb, is mijn droomwens. De winkel waar ik vroeger voor mijn oma boodschappen ging halen is nu mijn eigen zaak. Ik sta er zelf in, het is mijn werk, en daarom realiseerde ik meniet dat dit mijn droomwens was. Maar het is wat ik altijd wilde hebben, een eigen zaak, een eigen winkel.

Inburgeren met De Pijp Krant

Datum: 1 oktober 2009 / Editie: October 2009 / Auteur(s): Maarten Wesselink

Wat doet u zoal deze week?
Iedere maandagmiddag werk ik met een groep vrijwilligers in de binnentuin achter Cinetol. Deze week ook. Het is een prachtige tuin, een stukje bos eigenlijk. Er is veel te doen en te zien. De afgelopen tijd stonden er mooie beelden van het kunstencentrum van Cordaan en met Open Atelierdagen was de tuin open voor publiek. Leuk! De rest van de week moet ik gewoon werken. Helaas niet zoveel in Amsterdam. Ik ben organisatieadviseur en werk door het hele land. Veel reizen dus. Vroeger veel met de auto maar de laatste jaren gelukkig ook met de trein.

Wat hebt u gisteravond gegeten en hoe kwam u daaraan?
Mijn man heeft voor mij gekookt. Hij is Italiaan, dit keer heeft hij Thais voor mij gekookt. Hij kookt bijna iedere dag voor mij en dat doet hij ontzettend lekker. Ik heb vreselijk met hem geboft en dat realiseer ik me iedere dag.

U woont 15 jaar in De Pijp. Waar werkte u hiervoor?
Ik kwam uit Utrecht, daar heb ik gestudeerd. Daarvoor kwam ik uit Zuid Limburg. Een grotere tegenstelling met Amsterdam is in Nederland niet mogelijk. Ik woonde in een klein dorp. Iedereen kent elkaar en dat heeft voor- en nadelen. Mensen geven om elkaar, maar soms is er ook een knellende sociale controle. Het mooie van dit buurtje achter Cinetol is dat we hier, ook al is het in de stad, toch een hechte gemeenschap hebben. We kennen en groeten mekaar. Het geeft mij een goed gevoel als in de stad woon en iemand mij groet als ik naar de Albert Heijn fiets.

Wat is leuk aan die natuurtuin achter Cinetol?
Met de tuin kun je verbindingen leggen, denk aan kinderen of de kunstenaars met een handicap die in het keramiekatelier van Cordaan in de Lutmastraat werken. Met de ouderen van verzorgingstehuis Tabitha willen we een high tea organiseren. Veel van hen hebben hun hele leven in de buurt gewoond en weten veel over de geschiedenis van de tuin. Zaterdag 7 november doen we ook mee aan de landelijke natuurwerkdag voor vrijwilligers, georganiseerd door Landschapsbeheer Noord-Holland. Daar kunnen mensen zich aanmelden. In de Cinetoltuin gaan we samen snoeien, bollen planten maar ook een vijver uitgraven.

Wat is eigenlijk zo leuk aan De Pijp?
Het is een levendig stadsdeel, er gebeurt veel en er wonen verschillende mensen. De buurt is overzichtelijk, heeft een mooie architectuur en een eigen karakter. Met De Pijp hebben mensen duidelijke associaties. De buurt heeft een dorpskwaliteit in positieve zin. Een probleem is wel dat het veryupt, het gaat de Jordaan achterna. De huizenprijzen stijgen, de huurhuisjes verdwijnen en alleen jonge mensen met een goed inkomen kunnen er nog wonen. Daardoor wordt het eenzijdiger en verandert de sfeer.

Wat laat u uw bezoek zien van De Pijp?
Afhankelijk van het bezoek: de Albert Cuypmarkt, de huizen van de Amsterdamse school en natuurlijk de binnentuin achter Cinetol. Het is fijn om met ze door De Pijp te lopen en te vertellen over de geschiedenis. Ook langs de Amstel is het mooi. Een tijdje geleden kwam de maan op boven het water. Door de kale takken kon je hem goed zien. Hij was helemaal rood en naast de boom stond een antieke lantaarnpaal. Het was ongelofelijk mooi.

Wat is uw favoriete plek van De Pijp?
Eén van mijn favorieten is de tuin achter Cinetol. Ook al is het maar duizend vierkante meter groot, het heeft toch het karakter van een bos en daardoor is er een mooie filtering van het licht. Er heerst zo´n mooie sfeer. En er zijn heel veel vogels die bij ons in de tuin komen, in de zomer en ook in de winter.

Wat is beslist vervelend aan De Pijp?
Toch wel het drukke verkeer. Zoals de drukke Van Woustraat. Gelukkig is het hier in de straat best rustig. Met het geplande nieuwe Van Ostadetheater en de ondergrondse parkeergarage achter het voormalige gemeentearchief aan de Amsteldijk zal het ook hier in de straat wel drukker worden.

Welke verslaving heeft u?
Chocolade! Ik moet me echt in toom houden. Nederland heeft een traditie in chocolade maar in Italië en de stad Turijn, waar mijn man vandaan komt, hebben ze dat nog veel meer. De chocoladerepen zijn bijvoorbeeld in Turijn uitgevonden. In september, als de hitte er voorbij is, organiseren ze er chocoladefestivals. Ze hebben er heerlijke dikke chocolademelk, waar je lepeltje rechtop in blijft staan. Heerlijk! Voor mijn moeder was het even schrikken, die was gewend aan onze met melk aangelengde Van Houten cacao.

Wat is uw droomwens?
Zo goed van mijn werk te kunnen leven dat ik veel op reis kan gaan, het liefst voor een langere tijd, en dan met een basis in Nederland. Maar ik heb net op de radio gehoord dat ik tot mijn 67e moet doorwerken. Dus de eerste tijd zal het er nog niet inzitten.

Inburgeren met De Pijp Krant

Datum: 1 juli 2009 / Editie: July 2009 / Auteur(s): Maarten Wesselink

Wat doet u zoal deze week?
Ik schrijf een voorstel voor een documentaire en werk aan de distributie van het boek ‘Eten ZA/NL’. Het is een Zuid-Afrikaans/Nederlands foto- en kookboek en is tot stand gekomen via een uitwisseling van studenten uit Den Bosch en Kaapstad. We hebben het intern, met de school uitgegeven. Ik probeer het nu in de boekwinkel te krijgen, ook hier om de hoek bij de Bruna in de Van Woustraat.

Wat hebt u gisteravond gegeten en hoe kwam u daaraan?
Ik heb bulgur gegeten, een vorm van tarwe. Ik haal het altijd bij de jongens, die beneden mij een groentezaak hebben. Ik heb er harissa bij gegeten, een Tunesische pittige tomatensaus. Ook die heb ik bij mijn onderburen gekocht.

U woont 14 jaar in De Pijp. Waar kwam u vandaan?
Hiervoor woonde ik drie jaar in Amsterdam Zuid, bij de Stadionweg. Daarvoor woonde ik in Rotterdam, maar ik ben geboren in Nieuw -Zeeland. Op jonge leeftijd ben ik met mijn ouders weer naar Nederland gekomen. Na de kunstacademie in Breda ben ik via Rotterdam uiteindelijk in Amsterdam terecht gekomen.

Waar gaat uw documentaire over?
Het is een inventarisatie over hoe Zuid Afrika er zeventien jaar na de afschaffing van de apartheid voor staat. Mijn betrokkenheid bij Afrika heb ik al sinds mijn studietijd. Als student van de kunstacademie kwam ik in aanmerking om voor een organisatie een maand in Afrika te werken. Daarna ben ik er vaak naar teruggekeerd, heb er als fotograaf en documentairemaker gewerkt en ben van het continent in de ban geraakt. De dynamiek van mijn reizen vind ik in verdunde vorm terug in de buurt waar ik woon. Die geeft mij soms het gevoel dat ik op reis ben. Ik kan niet goed tegen regelmaat. Voor mij heeft chaos zijn eigen energie, ook dat heb ik Afrika ervaren.

Wat is eigenlijk zo leuk aan De Pijp?
De diversiteit en de dynamiek, zonder dat het is vertrut tot één lange cappuccinogalerie. De buurt heeft een eigen textuur en is nog echt. Ik woon in de Van Woustraat en daar vind je nog oorspronkelijke winkels. Ik weet dat ze uiteindelijk plaats zullen maken voor meer uniformiteit. Wat in het centrum is gebeurd gaat ook in de wijken plaatsvinden en de Coffee Company is er de voorbode van. De Pijp moet zijn diversiteit zien te bewaren en proberen een vertrutting tegen te gaan zoals je die ook in bepaalde wijken in New York en Londen ziet. De stad wordt steeds duurder en duwt gezinnen, jonge mensen en kunstenaars naar buiten.

Wat laat u uw bezoek zien van De Pijp?
Ik werk thuis en vind het leuk er even uit te gaan. Ik neem mensen bijvoorbeeld mee naar Siempre, een tapa’s restaurant dat al sinds de jaren negentig in de buurt gevestigd is en waar ik twee jaar geleden ben getrouwd. Of ik ga met ze naar de Couscousclub, daar kun je voor negen euro eten en daarna voor een tientje bij de buren naar de film. Filmhuis Rialto vind ik echt charmant. Voor minder dan 20 euro een avondje uit, in welke buurt heb je dat nog?

Wat is uw favoriete plek van De Pijp?
Het terras van Mas Tapas, een filiaal van Siempre, en dan in de zomer. Het ligt in de Frans Halsstraat. Een straat met bomen, brede stoepen, horecazaken en een paar heel goede antiquariaten.

Wat is beslist vervelend aan De Pijp?
Het feit dat mijn eigen straat een uitvalsweg is naar de A2 richting Utrecht, waardoor de Van Woustraat zich nooit zal ontwikkelen tot een aantrekkelijke en dynamische winkelstraat. De straat is nu eenmaal het verlengde van de Utrechtsestraat en die is al driehonderd jaar oud. Ik heb zelf geen auto, maar ben niet anti-auto. Amsterdam is een stad in de 21e eeuw en daar horen auto’s bij. De stad helemaal autovrij maken vind ik te truttig.

Welke verslaving heeft u?
Ik zou het niet weten. Maar ik heb wel mijn rituelen, zoals iedere dag koffie drinken met een krant in een café in de buurt. De keuze van het café heeft te maken met welke kranten er op dat moment aanwezig zijn. Ik weet precies in welk café ik om tien uur ’s ochtends de krant als eerste in handen heb. Ik noem het geen verslaving maar een obsessief ritueel.

Wat zijn uw droomwensen?
Mijn wens is dat Nederlanders minder angst hebben voor wat ze niet kennen. En waarom die zorg dat anderen er vandoor gaan met wat jij verworven hebt? En stel je eens voor, Nederland zonder buitenlanders, hoe saai moet dat zijn. Gerard Reve heeft zijn boek de Avonden eind jaren veertig niet voor niets geschreven! Ik vind het zorgelijk dat Amsterdam een soort eiland in Nederland wordt. Er is onderzoek naar gedaan, hoe groter de diversiteit en hoe meer een bevolking samen leeft, hoe minder angst en racisme er in een samenleving heerst. Het verdwijnen van die verschillende authentieke winkeltjes staat dus niet op zichzelf. Diversiteit is belangrijk en De Pijp moet zien die voor de toekomst te bewaren.

Ketie Kotie in De Pijp

Datum: 1 juli 2009 / Editie: July 2009 / Auteur(s): Maarten Wesselink

Letterlijk vertaald betekent Keti Koti ‘de keten verbroken’. Ieder jaar wordt de afschaffing van de slavernij op 1 juli herdacht. Op die dag werd in 1863 de slavernij in de Nederlandse kolonies afgeschaft.

De ex-slaven moesten nog tien jaar tegen zeer lage lonen op de plantages blijven werken. De slavenhouders in Suriname werden door de Nederlandse overheid schadeloos gesteld uit de winst die weer was gemaakt ten koste van de plaatselijke bevolking in Nederlands Indië. De voormalige slaven kregen niets, die moesten het zelf maar uitzoeken. Een zwarte bladzijde uit de Nederlandse geschiedenis, waar in het verleden maar weinig over is verteld.

Nederland liep bovendien nog eens dertig jaar achter vergeleken bij Engeland, waar de slavernij al in 1834 was afgeschaft.

Pijn erkennen
Op 9 juni werd in De Pijp het slavernijverleden herdacht. In Café Mansro aan de Eerste Sweelinckstraat was een Keti Koti Kra Tafra, een zogenaamde verdiepingsbijeenkomst waarbij stil wordt gestaan bij het slavernijverleden door samen te eten en te praten. Ook werden er symbolische handelingen uitgevoerd, zoals het insmeren van elkaars armen met gestolde kokosolie, ter herinnering aan de pijn die de voorouders voelden op het moment dat zij werden gebrandmerkt door de slavenhouders.

Uit gesprekken aan tafel bleek dat de pijn van vorige generaties nog steeds wordt gevoeld. Men gaat er van uit dat de pijn eerst erkend moet worden om vervolgens verder te kunnen gaan. Tijdens een Keti Koti Kra Tafra staan de kinderen centraal. Het doel is dat zij opgroeien tot een nieuwe zelfbewuste generatie, die kan reflecteren op het verleden en zelf kan uitzoeken en bepalen wie ze is.

Kleurrijke optocht
De afschaffing van de slavernij wordt op 1 juli zowel herdacht als gevierd. Ook in de buurt is er feest. De Surinaamse vereniging Soso Lobi in De Pijp organiseert dan een kleurrijke optocht in klederdracht met een Surinaams bazuinkoor. Na een korte toespraak om 15:00 uur bij het centrum De Ontmoeting (Servaes Noutstraat 101) vertrekt de feestelijke stoet via de Ceintuurbaan en de Ferdinand Bolstraat naar d’Oude Rai.

Iedereen kan zich erbij aansluiten. Het feest binnen is helaas alleen voor genodigden, want de vereniging heeft te weinig middelen voor een ruimte waar Keti Kotie met iedereen gevierd kan worden. Het bestuur van Soso Lobi hoopt dat in de komende jaren te kunnen veranderen.

De menselijke maat van het stadsdeel

Datum: 1 juni 2009 / Editie: June 2009 / Auteur(s): Maarten Wesselink

Weg met de kleine koninkrijkjes! De stadsdelen, in de jaren tachtig ingesteld, zijn niet bij alle bewoners even gewild. Ze waren bedoeld voor een effectief en efficiënt bestuur, dat dicht bij de mensen staat. Maar al snel bleek dat ze te klein waren om effectief en efficiënt te zijn. In 1998 fuseerde De Pijp met Zuid en recentelijk heeft de commissie Mertens geadviseerd het aantal stadsdelen terug te brengen van veertien naar zeven. De Pijp wordt onderdeel van Stadsdeel Zuid. Kan het bestuur van dat nieuwe stadsdeel met 135.000 inwoners nog wel dicht bij de mensen staan, daar was een stadsdeel toch ook voor bedoeld?

In de buurt
Meestal woont er wel één van de bestuurders van het stadsdeel bij je in de buurt en die kom je soms gewoon tegen op straat. Het bestuur staat dus letterlijk dicht bij de burger. Ze kennen de buurt en weten welke problemen er zijn. De ongemakken die de nieuwe stadsdelen met zich meebrachten hebben zij ook kunnen ervaren. Soms waren het eenvoudige zaken zoals een zwemkaart die je opeens niet meer in de hele stad kon gebruiken, omdat die na de invoering van de stadsdelen alleen nog maar in je eigen stadsdeel geldig was. Maar het was niet alleen maar ongemak wat de nieuwe stadsdelen veroorzaakten. Stond je vroeger bij het bevolkingsregister aan de Herengracht urenlang in de rij voor het verlengen van je paspoort, nu trek je een nummertje bij het stadsdeelkantoor en je krijgt er ook nog eens een zitplaats bij.

Anonimiteit
Voor wie van de stadsdelen af wil, maar toch de voordelen wil behouden, lijkt er een eenvoudige oplossing. Het stadsdeelkantoor wordt een gemeentewinkel waar je een paspoort ophaalt, maar er worden geen politieke besluiten meer genomen die het leven van de burger beïnvloeden. Wie daarvoor kiest verliest wel iets belangrijks uit het oog, namelijk de bestuurlijke anonimiteit. Een bestuurder die een beslissing moet nemen die ingrijpt in het leven van een burger kan zich eenvoudig verschuilen achter zijn functie. Dat wordt anders als zijn beslissingen het belang van de eigen buurman raken. Dat maakt het besturen in een kleine gemeenschap anders dan in een grote stad. Je wordt als bestuurder dagelijks geconfronteerd met het effect dat jouw beslissing op de mensen om je heen heeft. Hoe is dat straks als De Pijp onderdeel uitmaakt van Stadsdeel Zuid, dat wat inwonertal vergelijkbaar wordt met een middelgrote stad als Arnhem? Komt een bestuurder dan ook tijdens het uitoefenen van zijn functie de buurman nog tegen?

Garantie
Hoeveel ruimte krijgen de stadsdelen straks eigenlijk nog van de gemeente om dicht bij de mensen te staan? In de ‘Nota Amsterdams bestuur anno 2010’ staat: ‘De stad en stadsdelen opereren straks zoveel mogelijk vanuit één beleidsvisie, met voldoende aandacht voor een juiste balans tussen eenduidigheid en maatwerk vanuit het belang van de burger’. Maar wie bepaalt straks het belang van die burger en wat wordt belangrijker voor de bestuurders, effectiviteit en efficiency of dicht bij de mensen staan? Met deze tweede fusie van stadsdelen is De Pijp weer bijna terug bij af.

Het voordeel van de menselijke maat, dat een klein stadsdeel biedt, lijkt met dit stadsdeel van 135.000 inwoners verdwenen. De vraag is of het nieuwe vergrote stadsdeel wel de effectiviteit en efficiency zal kunnen bieden, waarin de kleinere stadsdelen volgens het onderzoek van de commissie Mertens tekort schoten.

Eén stadsdeel
Alle commissies en rapporten ten spijt, er is geen enkele garantie dat een aantal van zeven stadsdelen wél een bestuur oplevert dat voldoet aan de drie voorwaarden die in de jaren tachtig van de vorige eeuw ten grondslag lagen aan de beslissing voor het instellen van stadsdelen. Na meer dan twintig jaar discussie over het nut van stadsdelen is Amsterdam na de komende fusieronde nog maar één stap verwijderd van een bestuurlijk stelsel met één stadsdeel. Dan wordt de stad weer net als vroeger bestuurd door de gemeente, vanuit één visie, met een juiste balans tussen eenduidigheid en maatwerk. Of het bestuur dan nog dicht bij de burger staat én het ook nog eens het belang van de burger dient is een andere vraag die niet eenvoudig is te beantwoorden. Het gaat dan over mentaliteit en of een bestuurder met mensen in contact wil treden. Daarover is in het verleden in beleidsnota’s en toekomstvisies weinig geschreven. Het College van B&W van de gemeente Amsterdam is zich volgens de ‘Nota Amsterdams bestuur anno 2010’ aan het voorbereiden op een toekomstvisie. Misschien wordt er deze keer wel een hoofdstuk aan gewijd.

Inburgeren met De Pijp Krant

Datum: 1 juni 2009 / Editie: June 2009 / Auteur(s): Maarten Wesselink

Wat doet u zoal deze week?
Voor mij begint de week op zondag. Afgelopen zondag heb ik een nieuwe collega verbonden aan de Oranjekerk. De reden daarvoor is minder leuk. Ik moet het om gezondheidsredenen rustiger aan gaan doen. Mijn nieuwe collega zal onder andere het werken met tieners en kinderen overnemen, daar gaat veel energie in zitten. Gelukkig is ze een stuk jonger. Verder ben ik deze week ook nog op huisbezoek geweest en heb ik de slaapkamermuur behangen.

Wat hebt u gisteravond gegeten en hoe kwam u daaraan?
Ik heb rijst met paksoi en kippenpootjes op z’n Chinees (met gember en kokos) gegeten en het eerst zelf klaargemaakt. Ik kook graag ‘over de grenzen’ en eet zelden aardappels. Gisteren kwam de kerkenraad bij mij eten en tegelijkertijd vergaderen.Ik kook het liefst voor grote groepen.

U werkt 12 jaar in De Pijp. Waar werkte u hiervoor?
Voordat ik in Amsterdam kwam werken, was ik predikant in de Grote- of Lebuïnuskerk in Deventer. De kerk is een enorme kathedraal, heel anders dan de Oranjekerk. Deze kerk is met haar leden soms net een familie met meerdere generaties. Alle leeftijden zijn vertegenwoordigd, van 0 tot 97 jaar. De mensen zijn heel open naar de buurt toe. Ze nemen mensen, gelovig of niet, mee om de kerk en de Oranjehof, de tuin die ernaast ligt, te laten zien, ze zijn trots op de kerk en die trots deel ik. Het is een tof gebouw waar van alles kan.

Wat is eigenlijk zo leuk aan De Pijp?
De compactheid. We leven heel dicht op elkaar, en het is er gezellig. En ook al die nationaliteiten vind ik leuk. Ieder mens is al verschillend, maar een andere cultuur is anders, en daar moet je voor open willen staan. Niet hardnekkig aan ietsvasthouden. Niets hoort zo, het hoort alleen voor de mensen voor wie het werkt. Die compactheid is niet alleen maar leuk. Er zijn ook mensen die de weg kwijtraken. De kerk kan dan een veilige plek bieden. Soms is dat ook echt nodig. Asielzoekers die in beroep gaan nadat hun asielaanvraag is afgewezen, moeten lang wachten op een uitspraak van de rechter. Ze mogen niet meer in een asielzoekerscentrum blijven en op straat zijn ze niet veilig. Wij kunnen ze kerkasiel verlenen en in de kerk mogen ze dan door de politie niet opgepakt worden. Daarom hebben we in het kerkgebouw, in de toren, een aparte woonruimte voor ze ingericht.

Wat laat u uw bezoek zien van De Pijp?
Natuurlijk de Oranjekerk, die vind ik voor de buurt echt beeldbepalend. Ik laat ze ook het water bij de Jozef Israëlskade zien. Het is zo mooi, een buurt die aan vier zijden water heeft, maar die kant vind ik het mooist. En het Van der Helstplein. Als de platanen blad hebben dan heeft het iets Frans. Ook het kunstwerk voor de Vredeskerk is indrukwekkend en ik vind het goed dat de kerk iets visueels doet, waar mensen hun eigen fantasie op los kunnen laten. Bij de kerk denken mensen toch vaak in eerste instantie aan het woord.

Wat is uw favoriete plek van De Pijp?
Dat is toch de eigen Oranjehof naast de kerk. Met Palmzondag liepen vijftien kinderen met versierde takken rond de 105 jaar oude Lindeboom, die er al staat sinds de bouw van de kerk. Ik vind het zo mooi dat er midden in de stad een rustplek is met zoveel bijzondere planten. Er staan zelfs een olijfboom en een vijgenboom.

Wat is beslist vervelend aan De Pijp?
Als een auto midden in de straat stilstaat en de bestuurder zich niets van anderen aantrekt. En vooral als andere automobilisten dan ook nog gaan toeteren, want dat helpt namelijk niet. Laatst was er een rouwdienst en moest er een kist uit de lijkwagen geladen worden. Die kon niet uitwijken en toen ging iemand toch toeteren. Dan denk ik, waar zit je verstand! Verder vind ik het hier heerlijk om te werken, rond te lopen en boodschappen te doen.

Welke verslaving heeft u?
Preken en chocolade. Preken is heerlijk. Ik onderzoek een Bijbelverhaal en vind altijd weer iets nieuws. Ik preek niet alleen voor de gemeente maar ook voor mezelf, omdat het voor mij ook nieuw is. Chocola is ook heerlijk. Ik rook niet, drink niet, zelfs geen koffie. Ik kom uit een gezin van de Blauwe Knoop en heb zo weinig verslavingen gehad dat ik het een goede smoes vind om chocola te eten. Maar ik probeer er niet altijd aan toe te geven.

Wat is uw droomwens?
Dat de Oranjekerk altijd een levendige kerk blijft en als gebouw altijd zal blijven bestaan. Zonder de kerk zou een grote groep mensen niet vanuit hun geloof gestimuleerd en bemoedigd worden. Er zijn veel goede inspiratiebronnen, maar er zijn mensen die zich bewust laten inspireren door Bijbelse verhalen. En zij vinden niet zomaar een andere inspiratiebron voor de dingen die zij in het leven doen. De Oranjekerk is een plek die inspireert. Hij staat midden in De Pijp en staat er, net als de Vredeskerk, prima en dat zou zo moeten blijven.

Inburgeren met De Pijp Krant

Datum: 1 mei 2009 / Editie: May 2009 / Auteur(s): Maarten Wesselink

Wat doet u zoal deze week?
Ik ben bezig mijn boek te herschrijven dat ik op internet heb gezet, met de bedoeling het in de boekwinkel te krijgen. Ik heb oriënterende gesprekken gevoerd met uitgevers om te kijken of het aan hun eisen voldoet. Verder geef ik Nederlands aan asielzoekers in buurthuis Quellijn. Ik spreek een beetje Portugees en kijk wat de mogelijkheden zijn om Portugees sprekende mensen in de buurt Nederlands te leren.

Wat hebt u gisteravond gegeten en hoe kwam u daaraan?
Ik ben niet echt origineel met eten. Gisteren heb ik saté met nasi gegeten, de magnetronversie van Dirk van den Broek van 3,99 euro. Met een fijn gesneden komkommer erbij en een beetje zout erover. Dit eet ik 2 a 3 keer per week. Ik zei het al, ik ben niet erg origineel met eten.

U woont 2 jaar in De Pijp. Waar kwam u vandaan?
Ik kom uit het Gooi. Na een niet afgemaakte studie in Groningen ben ik naar Amsterdam verhuisd en ben toen psychotisch geworden. Ik heb een jaar in een inrichting gewoond en kwam toen weer terug in Amsterdam. Via Oud-West en de Staatsliedenbuurt ben ik in 2006 in De Pijp beland. Mijn vader heeft mij in de gelegenheid gesteld om hier te wonen, eigenlijk een beetje boven mijn stand. Na jaren van ellende heb ik een beetje geluk.

Hoe zit het met dat e-book?
Mijn boek heet ‘Tijd geneest een psychose” en gaat over het ontstaan van mijn psychose en welke discipline ik mijzelf moest opleggen om er zonder medicijnen weer uit te komen. Stoffen van buiten konden in mijn hersens een psychose veroorzaken en daarom ben ik gestopt met roken en drinken. In een psychose worden emoties zo uitvergroot dat het contact met de werkelijkheid verdwijnt.

Waarom heb je het boek geschreven?
Ik leef nu al 15 jaar zonder medicatie. Vijftig procent van de mensen die met een psychose worden opgenomen krijgen nadien een tweede opname en negentig procent van hen leeft met een chemische medicatie. Ik heb het boek geschreven om te laten zien dat het ook zonder die medicatie kan. Het is niet zonder risico en je als je het zonder wilt doen moet je er wel naar leven. Dus geen kroeg, coffeeshop of destructieve middelen, maar een regelmatig leven en de vinger aan de pols houden. Tien jaar heeft het mij gekost om weer terug te komen uit mijn psychose. Het nadeel van een chemische medicatie is dat de emoties, die bij een psychose zijn uitvergroot, worden geblokkeerd. Ze komen dus niet in gewone vorm terug, je bent ze helemaal kwijt. Ik vind het verkeerd om mensen hun emoties te ontnemen. Dat is mijn aanklacht. Ik heb mijn boek gratis op internet gezet en dat trok belangstelling, ook van uitgeverijen. Nu ben ik bezig om een herschreven versie in de boekenwinkel te krijgen.

Wat is eigenlijk zo leuk aan De Pijp?
Het is een levendige buurt en voor een stad woon je er relatief veilig. Toen ik hier kwam wonen werd ik me bewust dat anderen ook naar jou kijken. Mensen hebben weet van elkaar en je leeft dus niet langs elkaar heen.

Wat laat u uw bezoek zien van De Pijp?
Ik ga met mijn bezoek lekker eten op een terrasje. Ik laat ze eigenlijk niet zoveel zien. Het past niet zo bij mij om gastheer te spelen in mijn eigen buurt.

Wat is uw favoriete plek van De Pijp?
De Ferdinand Bolstraat. Het heeft een rustig effect op mij om buiten te zitten en naar de passanten te kijken. Ook al is het verkeer druk, in gedachten kijkend naar een ander, geeft het drukke verkeer mij helderheid over mijn eigen leven.

Wat is beslist vervelend aan De Pijp?
Ik vind het hier af en toe net ‘Het Gooi II’. Soms vraag ik me af wat de ‘echte’ Amsterdammer vindt van de cultuur die de import Amsterdammer er van gemaakt heeft. Die ‘echte’ Amsterdammers zijn opgegroeid in een hardere wereld en hebben daardoor een reëlere kijk op bepaalde waarden in het leven. De cultuur wordt hier soms teveel bepaald door mensen die van buiten komen.

Welke verslaving heeft u?
Ik was obsessief in mijn strijd tegen chemische medicatie en ik weigerde om ook maar één druppel water bij de wijn te doen. En een verslaving? Toen ik in de inrichting zat kon ik me niet meer concentreren bij het lezen. Ik heb opnieuw moeten leren lezen. Nu is het een verslaving voor me geworden. Ik lees iedere dag de krant van voor naar achter om contact te houden met het leven uit angst om mezelf kwijt te raken.

Wat zijn uw droomwensen?
Ik wil graag boeken schrijven en neem de schrijver Simenon als voorbeeld. Hij schreef eenvoudige romans en detectives voor een aantrekkelijke prijs, die je gemakkelijk weg kunt lezen. Naast schrijven wil ik ook vrijwilligerswerk doen. Een baan in het geharnaste leven kan ik niet aan, maar thuis schrijven kan ik wel. Ik hoop er mijn toekomst in te vinden.

Inburgeren met De Pijp Krant

Datum: 1 april 2009 / Editie: April 2009 / Auteur(s): Maarten Wesselink

Wat doet u zoal deze week?
Ik ben de hele week bezig om scholen in het hele land te interesseren voor mijn rapworkshops. Dat betekent dus veel faxen en mailen. En ik had gisteravond een optreden tijdens een privéparty. Samen met een DJ heb ik als presentator het geheel opgeluisterd!

Wat hebt u gisteravond gegeten en hoe kwam u daaraan?
Gisteravond was het om vijf voor tien nog snel even eten halen bij de Albert Heijn op de hoek. Snel een gerookte makreel, maaltijdsalade, stokbrood, een wijntje en dat mixen tot een culinair hoogstandje. Te gek dat ze tot tien uur open zijn.

U woont al 27 jaar in De Pijp. Waar kwam u vandaan?
Ik ben getogen in De Pijp, woon er al een jaartje of 27 en ben gestopt de jaren te tellen. De Pijp is voor mij het deel van Amsterdam waar het nog steeds goed is. Ondanks de verandering en de veryupping is het nog steeds mijn volksbuurtje. Voor De Pijp heb ik een tijdje met mijn ouders in de Vondelparkbuurt gewoond. We zijn al snel naar De Pijp verhuisd. Ik ben geboren in Paramaribo.

Wanneer begon u met rappen?
Ik kwam in 1991 in de aandacht met rappen. Ik rapte als enige in het Surinaams en dat viel op. Samen met de rapformatie ‘Osdorp Posse’ stond ik op een cd-compilatie. Daarna kwam alles in een stroomversnelling. Samen met mijn broer heb ik mijn eigen muziekbedrijf OFAH, wat staat voor Orga Foe A Hee, en ‘organisatie van de hogere sferen’ betekent. De Surinaamse taal is belangrijk voor mij. Met het rappen in mijn moedertaal wil ik mensen stimuleren en prikkelen om die taal te leren. Veel van mjin leeftijdsgenoten van Surinaamse afkomst kennen het slecht. Een paar woorden leer je zo, maar het echt goed beheersen is niet gemakkelijk.

Wat vindt u leuk aan die raplessen aan kinderen?
De stilste in de klas is aan het einde van de les boven zichzelf uitgestegen. Ook houden kinderen het dicht bij hun hart. Houden ze van computergames, dan rappen ze daarover. Ze spreken de waarheid. Dat is ook belangrijk als je rapt. De kunst achter de rap is om in balans te blijven met wat je zegt en hoe je leeft. Dus dat je niet loopt te verkondigen wat je niet doet, want dan ben je een leugenaar. Het positieve van rap is dat je je kunt uiten op een moderne manier. Mensen stappen over hun valse schaamte heen. Je bent bezig met taal en zo ontwikkel je jezelf. Met rapteksten kun je ook frustratie van je af schrijven. Dat is beter dan dat je er met een autoradio vandoor gaat.

Wat is eigenlijk zo leuk aan De Pijp?
Het is fijn om hier te zijn en dat moet zo blijven. Het is volks gebleven. Het is de mengelmoes die het leuk maakt, alles door elkaar. Ook al komen er steeds meer Coffee Companies, er zijn nog steeds veel winkels die er al heel lang zitten. Neem de onderdelenwinkel hier in de straat of de apotheek op de hoek, die zijn er al zo lang.

Wat laat u uw bezoek zien van De Pijp?
Dat hangt ervan af wie ik over de vloer heb. Ik neem ze mee naar de Albert Cuypmarkt of naar het Beatrixpark. Het is een leuk gezinspark, ik zie het als een verlengstuk van De Pijp. Het Sarphatipark laat ik links liggen. Er liggen naalden en condooms, ik vind het een vies park.

Wat is uw favoriete plek van De Pijp?
Ik ben heel vaak op het dak, want daar zie ik alles. Daar kan ik overal heen kijken en ik zie de vogels vliegen. Je kunt er op alles inzoomen zonder dat je jezelf prijs geeft of anderen lastig valt.

Wat is beslist vervelend aan De Pijp?
Dat het een beetje veryupt. Er komen veel mensen van buitenaf, die niet met de buurt begaan zijn, maar wel snel klagen. Vooral in de Ferdinand Bolstraat zitten tentjes, waar ik mensen zie zitten over wie ik denk: Jij komt overal vandaan, behalve uit De Pijp.

Welke verslaving heeft u?
Mijn muzikale bezigheid. Ik zou er geen dag zonder kunnen. Als ik dit niet zou hebben, zat ik binnen een week bij het RIAGG.

Wat zijn uw droomwensen?
Ik zou één heel groot pand willen hebben in De Pijp en dat ‘De Muziekschool’ noemen. Een gebouw waar iemand zomaar binnen kan lopen, rond kan kijken wat er allemaal gebeurt en het pand kan verlaten met het gevoel: ‘Ik wil een artiest worden.’ Het maakt me niet uit of het dans, video of rap is. Het belangrijkste is dat je je daarna in de wereld van het entertainment kunt storten.

Buurtbewoners: ‘Stop overlast Gerard Douplein’

Datum: 1 december 2008 / Editie: December 2008 / Auteur(s): Maarten Wesselink

Rembrandtplein, Leidseplein, Gerard Douplein en Marie Heinekenplein. Lees de toeristeninformatie en je komt dit rijtje tegen. De Pijp wordt steeds meer onderdeel van het centrum van Amsterdam. Daardoor komt er meer publiek naar de buurt en daarmee meer overlast. De buurtbewoners dreigen daardoor het kind van de rekening te worden. Ze hebben zich georganiseerd in de bewonersgroep ‘Stop overlast Gerard Douplein’. De Pijp Krant sprak met enkele leden ervan.

Altijd koninginnedag
De bewoners: “De balans op het plein is zoek. In de zomer staan honderden mensen op het Gerard Douplein, een pleintje dat nooit is ontworpen voor deze aantallen bezoekers, ook akoestisch niet. Het lijkt dan wel iedere dag koninginnedag. Het is niet alleen de hoeveelheid mensen, maar ook de combinatie met muziek, vooral de beats, die dreunen tot diep in de nacht door. Het zijn kleine cafés aan het Gerard Douplein, waar de bezoekers dicht op elkaar staan, veel drinken en de muziek hard staat. Als de bezoekers naar buiten gaan zijn ze doof en klinken hun stemmen luid. Eigenlijk zou de voordeur naar de cafés de hele nacht dicht moeten zijn, maar vaak staan die toch open.” Wat is het gevolg van de geluidsoverlast? “De bewoners aan het plein slapen slecht en de volgende dag presteren ze minder op hun werk. Sommigen proberen een andere woning te vinden, maar die vind je niet zomaar.”

Bewonersgroep
Bij de bewoners van het plein viel een brief op de mat met een uitnodiging voor een informatieavond, georganiseerd door het stadsdeel. Er waren bij het stadsdeel en de politie veel klachten binnengekomen over de geluidsoverlast. De bewoners: “Op die avond bleek dat de politie, het stadsdeel en de ondernemers goed georganiseerd waren, maar wij bewoners niet. De wethouder verwees ons naar het Wijkcentrum Ceintuur, dat als taak heeft buurtbewoners te ondersteunen die zich willen organiseren. Toen bleek dat er ook aan het Marie Heinekenplein en in de Van der Helststraat bewoners waren die overlast van de horeca ondervonden.” Ze vonden elkaar bij het wijkcentrum en vormen nu samen de bewonersgroep.

Tijdsgeest
De horeca-ondernemers, het publiek en de sfeer zijn volgens de bewoners veranderd sinds het stadsdeel een aantal jaren geleden in heeft gezet op meer horeca in de buurt. De ondernemers hebben niet meer dezelfde band met de bewoners als voorheen. “Toen woonden ze nog boven hun eigen zaak. Ze hadden zelf kinderen en wilden dat het ’s nachts rustig was op straat. Nu wonen ze ergens anders en verdienen geld aan bezoekers die vaak niet uit De Pijp komen.

Ook de leeftijd van de bezoekers is veranderd. Het zijn nu vooral twintigers en dertigers, die op het Gerard Douplein afkomen. De mentaliteit van ‘Ik moet feest kunnen vieren’ hoort bij de tijdsgeest van onze huidige excessieve consumptiecultuur, maar die maakt dat bezoekers door hun gedrag te veel ruimte innemen”, aldus de bewoners. “Zelf hebben ze het vaak niet eens door. Wij willen een afwisselender publiek, jong en oud. De eenzijdige samenstelling van het publiek jaagt andere bezoekers weg. Het plein moet weer een aantrekkelijke plek voor iedereen worden.

Vertrutting
Met vertrutting heeft het volgens hun niet te maken. Het is niet zo dat er niets meer mag. Vroeger werd hier ook gefeest en toen ging wonen en horeca prima samen. Maar het gaat om de manier waarop feest wordt gevierd en uit wordt gegaan. Met de horeca-ondernemers hebben ze goede contacten. Ze spreken elkaar op de vergaderingen die door het stadsdeel worden belegd en bezoeken hun cafés. Ze nemen de ondernemers deze situatie ook niet kwalijk. Die is hier door het stadsdeel neergelegd en dan kun je hun niet kwalijk nemen dat horeca-ondernemer daarop instappen.

Samenwerken
Zelf weten ze goed wat ze willen bereiken: “De balans moet weer terug komen op het plein en de mentaliteit moet veranderen. Wij willen samenwerken met andere bewoners en ook met de politiek.” Ons doel is het plein weer aantrekkelijk te maken voor de hele gemeenschap en niet alleen voor de grote groep die zich hier wil vermaken, zonder zich verantwoordelijk te voelen voor anderen in de buurt. De bewoners: “Ook de ondernemers hebben een verantwoordelijkheid. In hun vergunning staat dat zij verantwoordelijk zijn voor hun clientèle buiten op straat, die zich daar vaker bevindt sinds het rookverbod voor de horeca van kracht is. En hoe zit het dan met de handhaving door het stadsdeel?”

Onbetaalde rekening
De vraag is of het stadsdeel dit allemaal heeft voorzien toen ze hun beleid hebben ontwikkeld en de Noord Pijp een horecabestemming hebben gegeven. Het stadsdeel presenteert zijn beleid aan de bewoners als een win-win situatie. Door de horeca knapt de buurt op en is er geen overlast meer van junks, zoals dat in de jaren tachtig nog het geval was. Maar vaak is er in een win-win situatie een onbetaalde rekening en in dit geval krijgt de bewoner die gepresenteerd. Wat kunnen ze nu van het stadsdeel verwachten? Daar hebben ze een duidelijk antwoord op: “Het stadsdeel, dat zijn we uiteindelijk zelf, we moeten dus aan de slag”.