Stadsdeel raadpleegt buurt over Ferdinand Bolstraat

Datum: 1 december 2012 / Editie: December 2012 / Auteur(s): Maarten Wesselink

Hoe gaat de Ferdinand Bolstraat er uitzien als de metro in 2017 klaar is? Het stadsdeel is al druk bezig met het voorbereiden van de herinrichting van de straat en heeft zijn ‘verkeerskundig wensbeeld’ al klaar. In januari gaat het de buurt raadplegen over de plannen en is er een ‘bewoners inloopavond’ in de Muziekcentrum de Badcuyp.

Het Dagelijks Bestuur van (toen nog) Stadsdeel Oud- Zuid heeft al in 2009 op papier gezet hoe de Ferdinand Bolstraat er uit moet zien als de metro klaar is. Het verkeerskundig wensbeeld is opgesteld. Daarin wordt de Ferdinand Bolstraat neergezet als winkelstraat met meer ruimte voor voetganger en fietser, waarbij autoverkeer vanuit zijstraten toch de straat kunnen oversteken. De straat wordt ook onderdeel van het zogenaamde ‘Rode Loper project’. Daarin wordt de herinrichting van het hele gebied boven het traject van de Noord/Zuidlijn beschreven.

Volgens de gemeente Amsterdam zorgt de Rode Loper voor een mooie entree die past bij de ambities van de metropool Amsterdam en de kwaliteit van de historische binnenstad. Het is de bedoeling dat die Rode Loper via de Ferdinand Bolstraat wordt uitgerold richting de Ceintuurbaan en nog een klein stukje verder. Het is een flinke opgave om die Rode Loper probleemloos in de smalle Ferdinand Bolstraat te leggen. Bij een mooie entree past een ‘lege uitstraling’, zonder laad- en losplaatsen, ondergrondse vuilcontainers en fietsrekken voor de metroreizigers. Die zullen dus (gedeeltelijk) in de zijstraten geplaatst moeten worden. Maar zal dat het stadsdeel lukken zonder de zijstraten te veel te belasten?

Het stadsdeel gaat de plannen nog uitwerken tot een ontwerp dat aan het bestuurlijk overleg en Dagelijks Bestuur van stadsdeel Zuid wordt voorgelegd. Daarna komt er ook nog een formele inspraakperiode voor ondernemers, bewoners en andere belanghebbenden. Als dat achter de rug is neemt het bestuur van het Stadsdeel medio 2013 een besluit over de herinrichting van de Ferdinand Bolstraat. Maar daarvoor nog start het stadsdeel een consultatieproces. Het wil gehoor geven aan de ideeën van de buurt over het geschetste beeld. Zodat ze de belangen van bewoners en ondernemers beter borgen en het draagvlak in de buurt kunnen toetsen.

Daarvoor organiseert het een ‘bewoners inloopavond Rode Loper’ op woendag 23 januari om 20.00 uur in de bovenzaal van Muziekcentrum de Badcuyp (Eerste Sweelinckstraat 10). Dan staat ook de herinrichting van het gebied rond de zuidelijke metrotoegang (Ceintuurbaan) op het programma. Dat valt namelijk ook onder het project Rode Loper. Vanwege de complexe reizigersstromen van en naar de metro op het kruispunt, de samenhang met het openbaar vervoer in de Ferdinand Bolstraat en de relatie tot het onveilige kruispunt.

Inburgeren met De Pijp Krant

Datum: 1 september 2012 / Editie: September 2012 / Auteur(s): Maarten Wesselink

Wat doet u zoal deze week?
Ik heb in mijn eigen tuin een nieuw konijnenverblijf getimmerd. Verder heb ik gelezen en een sok afgebreid. Met vier pennen, want met een rondbreipen werd het te strak. Het is meer een slof geworden. Een beetje groot, maar voor de winter is het heel prettig. Op maandag, dinsdag en woensdag werk ik op de kinderboerderij.

Wat heeft u gisteravond gegeten en hoe kwam u daaraan?
Gisteren waren de ‘motten’ bij mij. Zo noemen we ons, drie vrouwen die met wol werken. Afwisselend zitten we bij één van ons thuis te breien en te haken. We hadden allerlei hapjes, stokbrood, humus en tzatziki. Iemand had lekkere wijn meegenomen. Van tevoren spreken we niets af dus er blijft altijd eten over. Maar dat komt wel weer op.

U woont al 20 jaar in De Pijp. Waar woonde u hiervoor?
Als baby in Amsterdam Slotervaart en als kleuter in Bennebroek, net onder Haarlem. In de jaren zestig zijn we alweer teruggekomen naar Amsterdam, want mijn vader stond toen al in de file. Met een onderbreking van vijf jaar woon ik nu alweer al twintig jaar in De Pijp.

Hoe kwam u bij de kinderboerderij?
Ik had thuis een konijn over en dat heb ik naar de kinderboerderij gebracht. Ik vond het er zo leuk dat ik er vrijwilliger ben geworden. Dat was in 1988. Er waren minder dieren, de pony’s en de ezels waren er nog niet. Ook de educatieve ruimte is pas later gekomen. Nu heb ik hier een betaalde baan en met alle dieren, het terrarium en aquarium moet ik hard rennen om het werk gedaan te krijgen. Maar het is heerlijk om buiten te werken in dit kleine paradijsje midden in de stad. Gelukkig hebben we meer dan twintig vrijwilligers die helpen met voederen, hokken schoonmaken en de kinderactiviteiten. Soms gaan ze met de beesten naar het verzorgingstehuis. Dan worden de kip, de cavia en het konijn bekeken en geaaid. Mensen met dementie hebben er baat bij.

Wat is nou eigenlijk leuk aan De Pijp?
Dat het heel dorps kan zijn. Bij het Therèse Schwartzeplein waar ik woon hebben de voortuintjes iets kneuterigs. Er wordt zelfs nog op straat gespeeld. Het heeft iets van vroeger. Ik vind de markt ook leuk. Ik koop er mijn kleren. Dat deed ik vroeger in de Kalverstraat, maar daar kom ik nu niet meer.

Wat laat u uw bezoek zien van De Pijp?
De kinderboerderij. Ze zijn altijd weer verrast over dit groene beestengebeuren achter het poortje. En ook over de tuin. Voor de kinderen zijn de heggetjes op ooghoogte. Daarom wordt die ook wel de doolhof genoemd. Voor hen is het leuk dat er ook een kinderspeelplaats is. Kinderen zijn na een poosje met de dieren uitgeaaid. Hun spanningsboog is kort.

Wat is uw favoriete plek in De Pijp?
Mijn eigen tuin, mits het daar rustig is. In potten heb ik allerlei struikjes. Achter gaas, zodat mijn konijnen ze niet opeten. Ik vind het fantastisch om een tuintje te hebben. Vroeger had ik een huisje op een tuinencomplex maar dat was toch veel onderhoud, veel regels en hard werken in het weekend. Nu kom ik thuis en kan ik lekker nog iets drinken voor de zon achter de gevels verdwijnt. Als ik zit te lezen of breien hoor ik bijna niets. Het kan er heel rustig zijn.

Wat is beslist vervelend aan De Pijp?
Dat toch niet iedereen met een hond bereid is de poep op te ruimen. En dat het er heel druk en hectisch kan zijn. Vooral het verkeer. Dan zie ik mensen aan de Ceintuurbaan op hun balkonnetjes zitten. Ik zou er gek van worden. Het is een gordel van diesel. Ik probeer die straat te vermijden als ik op de fiets zit.

Welke verslaving heeft u?
Roken. Maar ik ben bang dat ik veel ga snoepen als ik stop met roken en een rond tonnetje zal worden. Ik ben een grazer die de hele dag maar door eet. Snoepjes, koekjes en crackertjes met een stukje kaas. Als ik uit eten ga eet ik het liefste voorgerechtjes, dus geen groot bord met macaroni. Mijn hele maaltijd zou uit voorgerechtjes mogen bestaan.

Wat zijn uw droomwensen?
Een kleine kinderboerderij zonder bezoekers, die alleen voor mezelf is. En dan echt buiten de stad. Maar ook weer niet helemaal buitenaf. Er moet nog wel een dorp of stadje in de buurt zijn waar ik een lapje stof of een boekje kan kopen. Het mag heel eenvoudig zijn. Een caravan of een opgeknapt schapenschuurtje kan ook.

Grenzeloos genieten schaadt Sarphatipark

Datum: 1 augustus 2012 / Editie: August-2012 / Auteur(s): Maarten Wesselink

Het Sarphatipark is maar een paar voetbalvelden groot. Toch ben je voor je gevoel even helemaal uit de stad. Voor het gebruik van het park gelden regels zodat iedereen er van kan genieten. Barbecuen mag op één plek. Maar niet iedereen houdt zich daaraan. Met mooi weer stijgen tientallen rookpluimen omhoog. Vrienden zitten met de blote voeten in het gras rond de barbecue. Zorgeloos genietend van een warme zomeravond.

Wie de volgende ochtend door het park loopt ziet de sporen die sommige bezoekers hebben achtergelaten. Uitgebrande kolen liggen in het gras, soms met de vleesresten er nog bij. Is dit kleine park wel bestand tegen zoveel bezoekers, als die het met het naleven van de regels niet allemaal even nauw nemen? Tijd om een paar mensen aan het woord te laten die op een bijzondere manier betrokken zijn bij het park.

Henk Vrolijk is beheerder van het Groen Gemaal, het ecologisch plantenruilcentrum in het park. “Dit park kan veel bezoekers aan. En ook de grasmat kan veel verduren. Maar vooral wegwerpbarbecues zijn funest. Ze staan in het gras en verbranden het met wortel en al. Regen spoelt de grond weg en er blijft een kuil achter. Dat herstelt niet meer. Het park staat blauw van de rook en buren kunnen hun ramen sluiten. En dan de fietsen en zelfs scooters die door het park rijden. Ook langs de kinderspeelplaats. Levensgevaarlijk.”

Het barbecuen in het park lijkt een trend. Jan Willem Brals van de Vereniging Sarphatipark woont bij het park. “Vroeger had je die barbecues niet en mensen aten en dronken ook minder in het park. Vorig jaar bleek dat we als omwonenden dezelfde zorgen deelden over het park. Toen besloten we een vereniging op te richten om het park goed te beheren en het mooie karakter van het Engels landschapspark te behouden. De samenwerking met het stadsdeel is goed en daar streven we ook naar.”

Riny Meijer is namens Stadsdeel Zuid als adviseur Openbare Ruimte betrokken bij het park. Over het gebruik van de openbare ruimte is ze duidelijk: “Die is van iedereen en je mag er geen spoor achterlaten. Geen luchtjes, rommel of gaten in de grasmat. Soms moeten we bezoekers corrigeren en opvoeden, maar liever leggen we de verantwoordelijkheid terug bij de gebruiker. We willen een park waar veel verschillende bezoekers prettig kunnen verblijven. Het is mijn taak om iedereen in het park zo goed mogelijk te laten samenwerken. Het leuke is dat de buurtbewoners het park omarmen en ook meehelpen met het beheer. Daarin onderscheidt het Sarphatipark zich van andere parken.”

Henk Vrolijk: “Overdag zie je hoe aangenaam het hier kan zijn. Het is druk, maar niemand loopt een ander in de weg. Een park geeft je het gevoel buiten in het groen te kunnen zijn. Dat lukt alleen als het een natuurlijke uitstraling blijft houden. Uitgebrande gaten in de grasmat doen er afbreuk aan. Vorig jaar is er voor dertigduizend euro een nieuwe grasmat aangelegd. Na één zomerweekend waren er meer dan honderdtwintig brandgaten. Weegt het plezier van barbecuen op tegen de overlast ervan? Ik vind het iets grenzeloos hebben als je wilt barbecuen waar dat niet mag. Je accepteert niet dat je een grens wordt gesteld. Gelukkig zijn er ook positieve ontwikkelingen. De samenwerking in het park is goed en de politie ziet veel beter toe op de openbare orde, waardoor de overlast van alcoholisten flink is afgenomen. Maar het handhaven van de regels in het park moet het stadsdeel doen en dat gebeurt onvoldoende.”

Ook Jan Willem Brals stoort zich aan het gedrag van bezoekers. “Soms zetten ze recht onder het verbodsbord hun barbecue op. Als je ze er op aanspreekt ontstaat snel een onaangenaam gesprek. Het stadsdeel heeft begin dit jaar de regel ingevoerd dat je slechts op één plek (op het pleintje) mag barbecuen. Dan moeten ze die regel ook handhaven. Wat ze niet doen.”

Wat vindt het stadsdeel er zelf eigenlijk van? Germaine Fetter, woordvoerder van Stadsdeel Zuid verklaart: “Om effectief op te kunnen optreden moeten we zichtbaar en dus met meerdere handhavers aanwezig zijn. We hebben een beperkte capaciteit. Vanwege de grootschaligheid van de problematiek in het Vondelpark hebben we daar onze prioriteit gelegd. We hebben bezoekers aangesproken op hun gedrag. Die ervaring is zo vervelend dat ze het de volgende keer wel laten. Boetes uitdelen doen we niet, want we willen geen vervelende repressieve sfeer creëren in het park. Na de zomer van vorig jaar hebben we in beide parken besloten het barbecuen te concentreren. Als er geen ruimte meer is op de aangewezen plekken geldt ‘vol is vol’. Zo is ons beleid.”

Maar hoe uitvoerbaar is dat beleid? De ruim veertig barbecues die je op één avond soms telt, passen niet op het pleintje waar het is toegestaan. Bovendien zit je daar niet in het gras, en dat is nou juist wat barbecuen in het park leuk maakt. Als het stadsdeel zijn beleid echt gaat handhaven betekent het dat ze gebruikers hun plezier moeten ontnemen. Durft het dat aan?

Jan Willem Brals: “Het is natuurlijk een lastige klus voor politici om voor iedere burger met een passende oplossing te komen. Het hangt ook af van de stemming in de politiek of er draagvlak is om een maatregel te nemen en die te handhaven. Toch zijn er grenzen die iedereen aanvoelt, waarbij mensen zeggen ‘dit kan toch echt niet’. De overheid is verplicht om de regels die ze zelf heeft gesteld te handhaven. Wij zijn als vereniging blij dat er in ieder geval een regel voor het barbecuen is gesteld. Als die niet het beoogde effect bereikt dan moet het stadsdeel óf beter handhaven óf een andere regel stellen. Als vereniging denken wij daar graag over mee.”

De behoefte aan handhaving zal, gezien de toenemende druk op het park, niet minder worden. De Pijp is een van de uitgaanscentra in Amsterdam geworden en ook het Sarphatipark lijkt mensen van buiten de buurt aan te trekken. Zo krijgt het langzamerhand de functie van een stadspark. Dat maakt, net als in het Vondelpark, ook hier de handhaving van de regels onmisbaar.

Toch hoeft het met het Sarphatipark niet bergafwaarts te gaan. Voor het behoud ervan is een speciale vereniging opgericht en de medewerkers van het GroenGemaal steken hun handen uit de mouwen voor het park. Het stadsdeel werkt aan een goede samenwerking met alle betrokkenen en de politie ziet toe op de openbare orde. Als burgers in de openbare ruimte geen spoor achterlaten en het stadsdeel zijn eigen regels handhaaft gaat het park een zonnige toekomst tegemoet. Het hoeft niet zo ingewikkeld te zijn.

Inburgeren met De Pijp Krant

Datum: 1 augustus 2012 / Editie: August-2012 / Auteur(s): Maarten Wesselink

Wat doet u zoal deze week?
Ik heb voornamelijk op het jongste kleinkind gepast. En ik heb een beetje door de tuin gelopen. Vorige week heb ik een tuinreis gemaakt door West-Vlaanderen en kwam met nieuwe inzichten terug. De tuin is te vol. Verder is het zomer en rustig met mijn operaensemble. In september gaan we verder met een prachtige stabat mater van de Tjechische componist František Tuma. We zoeken nog nieuwe zangers voor ons ensemble.

Wat heeft u gisteravond gegeten en hoe kwam u daaraan?
Een grofvolkoren boterham met kalkoenfilet erop. En een appel en wat yoghurt. Het was te warm om te koken. Meestal kookt mijn man. Vroeger maakte ik voor mijn kinderen iedere dag een andere en gezonde maaltijd. Het was het creatieve moment van de dag. Maar voor twee mensen koken boeit me niet. Ik kook liever voor grote groepen. Af en toe doe ik nog steeds catering. Binnenkort voor een groot benefietevenement.

Waar hebt u dat geleerd?
Als kind ging ik al stiekem koken. Ik kijk nooit in kookboeken, ik begin gewoon ergens. Met het zingen ging het eigenlijk net zo. Van kinds af aan heb ik met mijn zusje in koren gezongen. We zingen nu samen in het opera-ensemble Col Canta. Er wordt veel van je verwacht. Het is behoorlijk professioneel. Gelukkig kun je tegenwoordig veel via YouTube leren. Met de dingen die ik nu doe ben ik als kind al begonnen. Met poppen bijvoorbeeld had ik helemaal niets, maar ik maakte wel de kleertjes. Nu maak ik de kostuums voor onze opera-uitvoeringen.

U woont al 40 jaar in De Pijp. Waar woonde u hiervoor?
We wonen alweer 17 jaar in de Eerste van der Helststraat en daarvoor meer dan twintig jaar op de Ceintuurbaan. Ik ben opgegroeid in Amsterdam Oost, met een joodse mama en een moslimpapa. Zij uit Zeeland en hij uit Sumatra. Op jonge leeftijd is hij gaan varen en zo is hij mijn moeder tegengekomen. Samen zijn ze naar Amsterdam verhuisd.

Wat hebt u van de achtergrond van uw ouders meegekregen?
Als het om eten gaat ben ik altijd een beetje Joods gericht. Uitermate hygiënisch. En ik besef nu pas dat wat we vroeger aten, joodse gerechten waren. Poon, viskoekjes en altijd kippensoep. Joodse penicilline wordt die wel genoemd. Die werd ingezet tegen elke kwaal. In vind die achtergrond ook in mijn fascinatie voor joodse schrijvers en boeken over het joodse geloof. Maar ook tijdens reizen. In Andalusië was de sfeer zo goed, alsof het een stukje van mezelf was. Dat had ik ook in Indonesië. Niemand die er als een gek voorbij rent, zo ontspannen.

Wat is nou eigenlijk leuk aan De Pijp?
Het gemixte. Maar helaas wordt dat minder. Als je hier alleen kunt wonen als je het kunt betalen wordt de sfeer anders. Dat is jammer, als het een beetje volks is vind ik het leuker.

Wat is uw favoriete plek in De Pijp?
Mijn tuin. Het is er zo rustig en dat nog wel in een drukke buurt. Het geeft een vakantiegevoel. Ook houd ik van het Sarphatipark. Het is zo’n schattig parkje. Maar het is jammer dat het bedorven wordt door bezoekers die hun rommel niet opruimen. Ook door mensen met een hun barbecue. Gewoon een zak meenemen en je troep erin doen. Dat zou een hoop schelen. Het is eigenlijk zo eenvoudig.

Wat is beslist vervelend aan De Pijp?
De Noord-Zuid lijn. Dat het onduidelijk is hoe het gaat worden en hoe lang het nog gaat duren. De Ferdinand Bolstraat was een leuke straat, maar ik weet nauwelijks meer hoe die eruit zag. Een heleboel oude mensen zullen het niet meer meemaken als de metro klaar is. Zonde, zo’n trieste aanblik.

Welke verslaving heeft u?
Ik had er één. Drop. Vooral keiharde muntdrop waar je goed op moet kauwen en knagen. Maar ik had bloeddrukklachten en de cardioloog heeft het me verboden. Wat ik nog wel doe is lezen. Vooral op vakantie, iedere dag een boek. Ik heb nu een e-reader en dat scheelt me veel bagage.

Wat zijn uw droomwensen?
Dat het met mijn kinderen en de kleinkinderen goed gaat. En natuurlijk ook dat het met de wereld goed gaat. Hoe moet het met al onze luxe wensen, en met ouders die hun kinderen te veel en slecht eten geven. Ze gaan daarvoor nu zelfs gestraft worden. Een zorgwekkende ontwikkeling. We zijn te ver van de natuur komen te staan. Kinderen weten niet eens meer dat melk van de koe komt. Dat baart me soms zorgen.

Keti Koti in De Pijp

Datum: 1 mei 2012 / Editie: May 2012 / Auteur(s): Maarten Wesselink

Elk jaar herdenken en vieren de mensen in de voormalige kolonies Suriname en de Nederlandse Antillen de afschaffing van de slavernij. Toch roept de datum 1 juli bij de meeste Nederlanders weinig op. Een groep bewoners uit De Pijp wil dat veranderen. Ze noemen zich Moksi Meti en willen Keti Koti, Surinaams voor de afschaffing van de slavernij, ook in onze eigen buurt onder de aandacht brengen. Met herdenken, maar zeker ook door deze gebeurtenis te vieren.

Wie zijn Moksi Meti?
De buurtbewoners van Moksi Meti (naar een bekend Surinaams gerecht met gemengd vlees) hebben verschillende roots. Ze hebben de koppen bij elkaar gestoken en willen Keti Koti in De Pijp op de kaart zetten. De groep is voortgekomen uit de Stichting Dialoog in Actie. Een club die Amsterdammers, hoe verschillend ook, met dialooggesprekken dichter bij elkaar wil brengen. Op verschillende plaatsen zijn de afgelopen jaren al dialogen georganiseerd. Eddy Linthorst, voormalig wethouder en nu fractielid voor de PvdA Zuid is één van de Moksi Metimensen.

Pijn van de slavernij
Eddy vertelt: “In Café Mansro in De Pijp ontstond tijdens een dialoog een discussie over het slavernijverleden. Toen werd mij duidelijk waarom dit onderwerp bij zwarte mensen nog steeds zo leeft. Het is niet alleen de slavernij, maar vooral het racisme dat er onderdeel van was en dat nog steeds naijlt. In de hele wereld zijn vormen van slavernij geweest. Maar in het Caribisch gebied, waar Suriname en de Antillen liggen, werd de slavernij ook nog eens met racisme gerechtvaardigd.

Met Keti Koti vieren we de afschaffing van de slavernij

De zwarte Afrikanen werden gewoon gezien als minderwaardige mensen, en daarom mocht je ze tot slaaf maken en uitbuiten. Dat die minderwaardigheid bovendien wettelijk werd vastgelegd maakt het extra pijnlijk.”

Verborgen racisme
“En die pijn van de slavernij en het daar nog eens door versterkt racisme leven nog steeds. Onbewust dragen we het racisme in ons mee en uit het zich in de manier waarop we zwarte mensen benaderen. Een zwart kind met leerproblemen wordt al snel afgeserveerd. Een groepje zwarte jongens dat op een pleintje rondhangt, wordt gauw als bedreigend ervaren en tegen een zwarte leidinggevende kijk je anders aan. Zwarte mensen moeten ook meer moeite doen om zich gelijkwaardig te voelen. Een bepaalde vorm van racisme heeft ieder mens in zich. Dat geldt overigens ook voor zwarte mensen zelf.”

Verplicht excuus
Al snel rijst de vraag ‘Wat heb ik ermee te maken, ik was er toch niet bij’. Eddy Linthorst: “Dat klopt. Ook ik was er niet bij en de zwarte mensen die nu leven ook niet. Maar de slavernij was wel door Nederland goedgekeurd en wettelijk vastgelegd. Daarom dragen we als Nederlanders het slavernijverleden allemaal met ons mee. Me schuldig voelen doe ik niet. Boeiender vind ik het om te onderzoeken waar het racisme in mijzelf verborgen zit, zodat ik er iets mee kan doen. Dat vind ik meer waard dan een verplicht excuus aanbieden voor iets wat je niet gedaan hebt. Waardoor je zo’n excuus dus niet kunt menen. Zwarte mensen hebben er meer aan als ze gelijke kansen krijgen bij het vinden van een baan of als hun kinderen niet achtergesteld worden.”

Wat herdenken en vieren we eigenlijk?
“Dat de slavernij is afgeschaft, dat we deze geschiedenis achter ons kunnen laten en met een schone lei kunnen beginnen. Maar dat kan alleen als we ons bewust worden van het verborgen racisme dat we als mens in ons hebben. Alleen met een brede erkenning van het slavernijverleden kunnen we aan een toekomst werken waarin racisme geen plaats meer heeft. Om te beginnen in onze eigen buurt. We wonen hier samen, willen met elkaar verder en daarom gaan we de afschaffing van de slavernij ook in De Pijp, zwart en wit samen, herdenken en vieren.”

Inburgeren met De Pijp Krant

Datum: 1 mei 2012 / Editie: May 2012 / Auteur(s): Maarten Wesselink

Wat doet u zoal deze week?
Ik heb een afspraak met de tandarts en ook nog een leuke afspraak, met oud-collega’s van de ING bank. Eerst gaan we een broodje shoarma eten en daarna hebben we een borrel in de Westergasfabriek. Zondag ga ik naar de bruiloft van de bovenburen in de Russisch Orthodoxe kerk in de Jordaan. Woensdag, afgelopen week, heb ik een dagje meegedraaid in het Amstelpark. Ze zoeken namelijk een machinist voor het smalspoortreintje dat door het park rijdt. Er kunnen ongeveer negentig mensen in, voornamelijk kinderen. Ik vind het leuk om met ze om te gaan. Het ging prima die middag en deze zomer word ik ingeroosterd. Een leuke klus.

Doet u meer leuke klussen?
Jazeker. Ik geef fietsles aan volwassen. Ik sta bij de Fietsersbond te boek als fietsdocent en ik heb er in 2008 een opleiding tot fietscoach gedaan. Mijn leerlingen zijn voornamelijk expats die in Amsterdam werken. De luxe werknemers zal ik maar zeggen. Van huis uit krijgen ze het fietsen niet mee. Wij Nederlanders leren het als kind en dan gaat het makkelijker. Volwassenen denken te veel na. Een kind kun je van achteren ook even vasthouden, maar zeker bij volwassen vrouwen kun je dat dus echt niet zomaar doen. Gelukkig is er een speciale methode voor. Met een klein fietsje, het zadel laag, zodat ze altijd met de voet bij de grond komen. Ook komen verkeer en veiligheid aan bod. De meesten rijden auto en kennen de verkeersregels al, maar als fietser moet je in het verkeer je plaats opeisen. Als je bijvoorbeeld te ver aan de zijkant van de weg rijdt nodig je de automobilist uit in te halen, ook als daar eigenlijk geen ruimte voor is. Mijn lessen gaan dus ook over het zelfbewustzijn van de fietser in het verkeer.

Wat heeft u gisteravond gegeten en hoe kwam u daaraan?
Ik heb gisteren stamppot boerenkool gegeten, er was nog wat over van vorige week. Meestal kook ik voor meerdere dagen en dan wissel ik daarna af.

U woont 29 jaar in De Pijp. Waar kwam u vandaan?
Voordat ik in De Pijp terechtkwam groeide ik op in Osdorp, waar ik tot mijn 21e gewoond heb. Daar ben ik ook op school geweest. Toen ik op mezelf ging wonen kwam ik in de Tellegenbuurt terecht. Ik hoefde niet lang op een woning te wachten, want mijn ouders hadden mij al vroeg bij een woningbouwvereniging ingeschreven. Gelukkig waren inmiddels de voorwaarden voor een benedenwoning verruimd en kwam ik in aanmerking voor dit huis met een ruime tuin.

Wat is er nou eigenlijk zo leuk aan De Pijp?
De mengeling tussen rijk en arm. Het is hier niet alleen yuppiekapsones. Ook vind ik de architectuur mooi hier in de Tellegenbuurt. Je ziet het idealisme van het socialisme uit de tijd dat de huizen gebouwd zijn en waar we tachtig jaar later nog steeds plezier van hebben, want het is nog steeds een gewilde buurt. Verder heb je hier alles bij de hand: de markt, school, park, ziekenhuis en goed openbaar vervoer. Alles is er gewoon.

Wat laat u uw bezoek zien van De Pijp?
Dan ga ik zeker naar de Pieter Lodewijk Takstraat met de Coöperatiehof in het verlengde. Ik vind dat één van de mooiste straten van Amsterdam. Het lijkt wel de oprijlaan van een kasteel. Ook voor buitenlanders is het een bijzondere plek. Met hele bussen worden ze hier rondgeleid langs de architectuur in de Tellegenbuurt. Ook laat ik mijn bezoek altijd mijn tuin zien. Ik doe ieder jaar mee aan de Open Tuinendag van De Pijp en dan zijn er altijd weer mensen die verbaasd zijn dat ik nog een echt gazon heb.

Wat is uw favoriete plek in De Pijp?
De P.L Takstraat, maar ook de bibliotheek in de Tolstraat. Ik vind het gebouw mooi vanwege de architectuur. Maar ook het Anton Pieckachtige bruggetje aan de oostzijde van het Sarphatipark vind ik leuk.

Wat is beslist vervelend aan De Pijp?
Er is weinig discipline in het op straat zetten van vuilnis. Gelukkig komt de stadsreiniging twee keer per week langs, want iedere dag zetten de mensen hun vuil op straat. Zelfs op zondag. Altijd ligt er rommel.

Welke verslaving heeft u?
Niets eigenlijk. Ik ben heel stabiel kan ik wel zeggen. Wel heb ik een beetje een verzamelwoede, met oude elektrische en audioapparatuur. Ik kan er moeilijk afstand van doen. Ook omdat ik het zelf kan repareren. Maar een echte verslaving, nee, zo zou ik het niet noemen.

Wat zijn uw droomwensen?
Ik heb er eigenlijk maar één. Gezond oud worden. Dat is uiteindelijk toch het belangrijkste in het leven.

Amsterdamsche Kring steunt Voedselbank

Datum: 1 mei 2012 / Editie: May 2012 / Auteur(s): Maarten Wesselink

Hoe kom je de week door als je voor een gezin met drie kinderen maar 45 euro te besteden hebt? Wat doe je als je geen luiers meer voor je baby kunt betalen en aangewezen bent op een rol keukenpapier? Marius Singels, coordinator van Uitgiftepunt Zuid van de Voedselbank Amsterdam, sprak op donderdag 10 mei met een groep bezoekers van de Amsterdamsche Kring.

Marius legde uit hoe armoede ook isolement in de hand werkt en hoe mensen hun waardigheid erdoor verliezen. Om dat te voorkomen doen ze op de locatie van de Voedselbank in de Lutmastraat méér dan alleen voedsel uitdelen. De medewerkers geven bijvoorbeeld ook cursussen, zoals creatief omgaan met je voedselpakket.

Denk aan pannenkoeken bakken met oliebollenmix, als je die hartje zomer in je pakket aantreft. Uiterlijke verzorging komt aan bod, en ook hoe je op te stellen bij een overheidsloket. Allemaal met het oog op het terugwinnen van zelfvertrouwen, een nieuw perspectief krijgen en weer op eigen benen kunnen staan. De locatie aan de Lutmastraat biedt helaas geen ruimte voor al deze extra activiteiten. Ook niet handig: in de afgelopen strenge winter waren de vriezers in de loods nog eens bevroren.

De Amsterdamsche Kring, die eind mei 1945 is opgericht om bij te dragen aan de wederopbouw van Amsterdam, deed een flinke donatie om de aanschaf van een nieuwe vriezer mogelijk te maken. Tijdens de voortzetting van de bijeenkomst in het Huis van de Wijk kwam ook het Babyfonds ter sprake. De Voedselbank Amsterdam heeft dit speciaal opgericht om schrijnende situaties te voorkomen bij moeders met baby’s. Onder de klanten van de Voedselbank komen die helaas steeds vaker voor. In een geïmproviseerd potje werd onder de gasten maar meteen geld opgehaald voor het Babyfonds.

De leden van de Amsterdamsche Kring waren duidelijk onder de indruk van hun bezoek aan de Voedselbank Amsterdam. En hebben dat dus direct omgezet in materiële steun!

Plan C: met Cinetol gewoon weer buurthuis

Datum: 1 april 2012 / Editie: April 2012 / Auteur(s): Maarten Wesselink

Voormalig jongerencentrum Cinetol staat sinds de opening van multifunctioneel centrum de Edelsteen alweer twee jaar leeg. Vrijwilligers die wonen in de Diamantbuurt schreven een plan om van Cinetol opnieuw een buurthuis te maken. Plan C werd op 3 april uitvoerig behandeld door de Commissie Samenleving. Voor de vrijwilligers is de hoop nog niet verloren.

Buurtbewoner Henk Griffioen is één van de vrijwilligers die Plan C samen hebben opgesteld. Hij legt uit dat het plan goed aansluit bij het Vernieuwd Welzijn waarmee stadsdeel Zuid dit jaar is gestart: “Ook wij willen isolement voorkomen en vrijwillige inzet in de buurt stimuleren. Alleen willen wij het op een andere manier doen. Bij ons plan ligt de zeggenschap en het beheer in handen van de bewoners zelf, met een beperkte ondersteuning op maat van een welzijnswerker.

Bewoners bepalen dus zelf wat ze vooral op eigen kracht organiseren. Al achttien vrijwilligersgroepen hebben zich aangemeld en het worden er steeds meer. Belangrijk is dat ze in één gebouw zitten, want zo ontmoeten die verschillende groepen elkaar. En die ontmoetingen voorkomen ook weer de vereenzaming van de mensen in de buurt.

Precies wat stadsdeel Zuid in het Vernieuwd Welzijn benoemt. Als we samen op één locatie zitten kan er een broedplaats ontstaan waaruit allerlei nieuwe vormen van vrijwilligerswerk voortkomen. In elk geval gaan we nu al samen sponsors werven voor Plan C en de heropening van Cinetol.”

Henk vertelt over de contacten met het stadsdeel over Plan C: “We hebben ons plan uitgebreid onder de aandacht gebracht van de stadsdeelraad. Daarnaast hebben we een zg. raadsadres ingediend. Op 3 april is dat uitvoerig in de vergadering van de Commissie Samenleving behandeld. In het conceptbesluit van het dagelijks bestuur werd het plan afgewezen: geen mogelijkheden voor een buurthuis in de Diamantbuurt. Het stadsdeel heeft een Huis van de Wijk geopend (in voormalig Buurtcentrum De Pijp, red.) waar bewoners ruimte kunnen vragen voor hun activiteiten. In het conceptbesluit is geen ruimte voor Plan C. Maar de stadsdeelraad beseft dat de ruimte in het nieuwe Huis van de Wijk beperkt is, en wil nu ons raadsadres toch royaler beantwoorden. Mocht het Huis van de Wijk, en Wijkcentrum Ceintuur of Stichting de SOOZ geen ruimte vinden voor de activiteiten van de vrijwilligersgroepen van Plan C, dan gaat de Commissie Welzijn dit knelpunt opnieuw bespreken.”

Kortom, er is nog reden voor wat optimisme. Henk Griffioen vervolgt:” Uiteindelijk hopen we natuurlijk dat dit plan alsnog door het stadsdeel gesteund wordt. We geven niet zomaar op. We gaan ook lokale instanties en de middenstand benaderen om deel te nemen aan ons initiatief. Plan C moet toch mogelijk zijn? In 2007 verklaarde de toenmalig wethouder nog dat vrijwilligersinitiatieven van buurtbewoners de ruimte moeten krijgen. Vervolgens is drie miljoen euro uitgetrokken voor multifunctioneel centrum de Edelsteen, waar de buurt weinig aan heeft gehad. Plan C legt nieuwe verbindingen tussen mensen, waardoor de samenhang, veiligheid en het welzijn in de Diamantbuurt groter worden. Dat zou toch juist toegejuicht moeten worden?

Inburgeren met De Pijp Krant

Datum: 1 december 2011 / Editie: December 2011 / Auteur(s): Maarten Wesselink

Wat doet u zoal deze week?
Op maandag en donderdag werk ik als shiatsutherapeut, ik heb mijn eigen praktijk. Shiatsu kun je vergelijken met acupunctuur, alleen werk je met je vingers in plaats van met naalden. Woensdags ben ik altijd vrij en de andere dagen van de week werk ik in deze fietswinkel tegenover het Sarphatipark. In februari 2010 is De Stadsfiets geopend, alweer bijna twee jaar geleden.

Wat heeft u gisteravond gegeten en hoe kwam u daaraan?
Ik ben aan het vasten, ik eet wel, maar geen dierlijke producten zoals vlees en uivel. In de Orthodoxe Kerk in Servië, waar ik vandaan kom, is het traditie om niet alleen voor Pasen, maar ook voor de Kerst te vasten.

U werkt bijna twee jaar in De Pijp. Waar deed u hiervoor?
Ik werkte in een andere fietsenzaak aan de Wibautstraat en daarvoor in de bouw. De middelbare school heb ik in Servië doorlopen. Toen ik in 1998 werd opgeroepen om als soldaat te vechten in de Kosovo-oorlog ben ik naar Nederland gevlucht. Het was lang wachten op een verblijfsvergunning. Mijn jongere broer, die ook naar Nederland kwam, werkte in een fietsenzaak aan de Wibautstraat. Via hem ben ik daar ook gaan werken. Daarna is hij met een Nederlandse compagnon het bedrijf De Stadsfiets begonnen, waar ik nu ook werk. We besloten het als fietsenwinkel anders te gaan doen. De hele week open, en doordeweeks tot acht uur ‘s avonds, zodat je dezelfde dag je fiets nog kunt ophalen. We helpen de mensen graag en kijken eerst of we iets kunnen repareren voordat we een nieuw onderdeel plaatsen. Waarom duur als het goedkoop kan? Kleine klusjes zijn zo gedaan en daar rekenen we niet altijd iets voor. Iemand kan weer verder, is blij en zo blijft goede energie stromen. Dat is dan even belangrijker dan geld verdienen.

Wat is nou eigenlijk leuk aan De Pijp?
Ik vind het de leukste plek in Amsterdam. Het is net een dorpje, alles is dichtbij, de winkels en de kroegjes. In het Sarphatipark ga ik vaak met vrienden tafeltennis spelen. Sporthal De Pijp vind ik ook leuk, daar deed ik vroeger aikido en basketbal. Het is hier ook heel multicultureel. Er is geen andere stadswijk in Europa waar zoveel verschillende culturen samenkomen als hier in De Pijp.

Wat laat u uw bezoek zien van De Pijp?
Mijn bezoek uit Servië kent de stad al. Die gaan hun eigen weg en ik hoef ze niet meer rond te leiden. Ook mijn moeder niet als ze op bezoek komt. Ze spreekt geen woord Nederlands, maar gaat zelf op pad en redt zich prima. Met vrienden ga ik het centrum in. De Pijp is iets wat ik zelf leuk vind.

Wat is uw favoriete plek in De Pijp?
Dat zijn er een paar. Café Kingfisher, waar je rustig kunt praten, de Irish pub aan het Heinekenplein, waar ik voetbalwedstrijden kijk, en de Badcuyp waar iedere dag mooie muziek is. Of het nu salsa, jazz of soul is, er is altijd een goede muziekprogrammering.

Wat is beslist vervelend aan De Pijp?
Ik weet het echt niet. Op dit moment kan ik er geen antwoord op geven. Er zou me iets te binnen moeten schieten. Ik vind De Pijp echt de leukste plek van Amsterdam.

Welke verslaving heeft u?
Ik heb geen verslaving. Ik sport, houd van aikido, drink heel af en toe alcohol, maar ik heb nooit het gevoel dat ik iets moet. Ik ga graag uit, maar hoef dat niet iedere week te doen. Zo was ik altijd, nieuwsgierig en belangstellend. Ik heb me nooit op één ding alleen gericht.

Wat zijn uw droomwensen?
Ik wil me op mijn praktijk richten, en alleen nog shiatsu doen. Maar daarvoor is het belangrijk dat ik me ook op mijn eigen conditie en gezondheid richt. Als shiatsutherapeut moet ik voelen waar de energie in iemands lichaam is geblokkeerd. Alleen als ik mezelf ontspannen voel en mijn hoofd leeg is kan ik bij de patiënt voelen waar de pijn zit. Shiatsu is minder bekend dan acupunctuur, dat maakt het iets moeilijker mensen aan te trekken voor een behandeling. Het is nu twee jaar geleden dat ik de HBO- opleiding tot shiatsutherapeut heb afgerond en ik heb nu een paar jaar ervaring. Dat moet nog meer worden en mijn klantenkring moet nog groeien, maar het is een mooi vak en ik hoop er in de toekomst van te kunnen bestaan.

Sporten in Sportcentrum De Pijp: Voor elk wat wils

Datum: 1 september 2011 / Editie: September 2011 / Auteur(s): Maarten Wesselink

Enigszins verscholen staat op de hoek van de Lizzy Ansinghstraat en de Tweede van der Helststraat het Sportcentrum De Pijp, ook wel bekend onder de naam Sporthal De Pijp. Op 30 april 1983 gingen de deuren open en kreeg De Pijp haar eerste volwaardige sportaccommodatie.

Breed aanbod
Voor iedere buurtbewoner is er een breed aanbod aan sportactiviteiten. Zo is er peutergym voor de kleintjes die nog niet naar de basisschool gaan, bewegen voor ouderen en fietsles. Er wordt gesport door mensen met een lichamelijke handicap en er is een sportvereniging actief voor homo’s en lesbiennes.

Verschillende sportverenigingen hebben hier hun domicilie. Zo zijn er drie badmintonverenigingen en twee volleybalverenigingen te vinden in Sportcentrum De Pijp. De dojo en de bokszaal worden verhuurd aan enthousiaste docenten die lesgeven in o.a. aerobics, taekwondo, judo, kickboksen, karate, aikido, streetdance en capoeira.

Voor de buurtbewoner die niet lid is van een vereniging zijn er in het Sportcentrum volop mogelijkheden om te sporten. Zo organiseert het Sportbuurtwerk van Combiwel verschillende korte cursussen voor jong en oud. Op deze manier kun je voor weinig geld kennismaken met een sport, wat wellicht kan leiden tot lidmaatschap van een vereniging. Er is bijvoorbeeld op donderdagavond een instuif voor volwassenen. Je kunt van 21.00 tot 23.00 uur vrij sporten. Er wordt dan vooral tafeltennis en badminton gespeeld en je betaalt per keer. Dit is een leuke gelegenheid voor buurtbewoners om even uit die luie stoel te komen.

Ook kan er een zaal worden gehuurd door scholen, bedrijven of particulieren. Veel middelbare scholieren uit de buurt krijgen ’s morgens gymles in Sportcentrum De Pijp. En voor 50 euro per uur kun je met een groepje vrienden een sporthal huren om bijvoorbeeld een potje te voetballen.

André
Op een vrijdagavond loop ik binnen bij Sportcentrum De Pijp. Ik ontmoet André, één van de vijf beheerders van het sportcentrum. Hij heeft dienst van 15.30 tot 24.00 uur. Hij vertelt dat hij eerst trambestuurder was, maar dat werk vroeg teveel van hem. In 1979 gaat hij werken voor de gemeente Amsterdam bij de Dienst voor de Sport. Jarenlang was hij beheerder in de Apollohal, maar toen deze werd gerenoveerd in 2005 verhuisde hij naar Sportcentrum De Pijp en het bevalt hem goed. De sfeer is hier gemoedelijker, rustiger en de mensen groeten hem, wanneer zij komen of gaan. Hij wordt hier meer gezien en gewaardeerd. De beheerders doen al het werk zelf. Zij maken het gebouw schoon, voeren onderhoudswerkzaamheden uit en zijn het aanspreekpunt voor iedereen.

Zo voorziet hij, tijdens ons gesprek, een jongeman van een pleister, helpt iemand anders met een bal oppompen en doet de lichten aan in de sporthal voor een groep voetballers. Als een meisje na het sporten de deur uit wil lopen in haar t-shirt, raadt hij haar op vaderlijke toon aan een jasje aan te doen, want ze zal anders kou vatten. “Zijn er nu veel dingen veranderd in de loop der jaren?”, vraag ik hem. Hij vindt dat de mentaliteit van de mensen is veranderd. Mensen hebben er vaak moeite mee als zij worden aangesproken op hun (ongewenste) gedrag. Toch deinst André er niet voor terug om mensen te wijzen op zaken die niet kunnen. Dat is immers ook zijn taak als beheerder. Verder heeft hij het idee dat de bezoekersaantallen teruglopen. Hij wijt dit aan de hoge parkeertarieven, de economische crisis en de bezuinigingen bij de gemeente en Combiwel.

Huurprijzen omhoog
Tot nu toe kon je redelijk betaalbaar sporten in Sportcentrum De Pijp. Er hangen echter donkere wolken boven het sportcentrum, want de gemeente heeft onaangekondigd de huurprijs voor particulieren verdubbeld en volgend seizoen zal de huurprijs voor verenigingen ook extreem stijgen, aldus een sportleraar. Dit zou wel eens de doodsteek kunnen zijn voor veel huurders, die al jarenlang sportactiviteiten organiseren in Sportcentrum De Pijp. Er zijn veel jongeren die enthousiast vechtsporten beoefenen. Zij leren op deze manier om te gaan met hun emoties en agressie. De docenten is het er niet om winst te doen, maar om het belang van hun leerlingen. Nu dreigt hun werk na jarenlange inzet als een kaartenhuis in elkaar storten. Er moet bezuinigd worden, maar de vraag is of de gemeente wel de goede keuzes maakt …

Verschillende zalen
Het gebouw oogt aan de buitenkant niet bijzonder mooi, al probeert men de boel te verfraaien door beplanting aan te brengen langs de grijze stenen muren. Binnen is het echter een goed onderhouden sportcentrum met uitgebreide faciliteiten.

Het complex bestaat uit twee naast elkaar gelegen sportzalen van twaalf meter hoog. Daartegen is een aanbouw gebouwd in twee bouwlagen met een totale hoogte van zeven meter. In dit deel bevinden zich op de benedenverdieping twee zalen voor krachtsport. De ene zaal wordt gebruikt voor o.a. capoeira en boksen en de andere zaal is de dojo, die met name wordt gebruikt voor judo en karate. Er is ook een ruimte voor denksport of vergaderingen en een kantine met de naam Café Bubbels. Deze biedt uitzicht op de sporthal en wordt door de gemeente verpacht.

Op de bovenverdieping bevond zich vroeger de kegelbaan. Nu zit hier de Liu He Men Kung Fu School. Die pacht de zaal en heeft deze ingericht als een traditionele Chinese Kung Fu School met voorouderkast, leeuwenkoppen en wapenrekken. Op 25 september a.s. houdt de school open dag van 13.00 tot 15.00 uur.

Geschiedenis
Op de plek waar het Sportcentrum De Pijp staat, vonden al eerder sportactiviteiten plaats. Zo stond hier vanaf 1922 het RAI-gebouw, waar in de jaren ‘30 wielerzesdaagsen werden gehouden. Bekende wielrenners reden hun rondjes onder luide toejuichingen van het publiek. Toen de RAI in 1961 verhuisde naar een nieuw gebouw aan het Scheldeplein werd het oude RAI-gebouw vaak gebruikt voor sportevenementen. Verschillende verenigingen speelden hier en er werden zelfs Europacupwedstrijden volleybal gehouden. Op de tribunes was plaats voor wel 2000 mensen.

In de schoolvakanties konden kinderen uit De Pijp gratis spelen en sporten in Sporthal Zuid, zoals de naam toen officieel luidde, al spraken de buurtbewoners liever van de Oude Rai. Het was duidelijk dat er in De Pijp grote behoefte was aan een sportaccommodatie. Toch was het houten RAI-gebouw niet echt geschikt als sporthal: voor dat doel was het immers ook niet gebouwd. De gemeente besloot om het Oude Rai-gebouw te slopen en wilde op die plek een nieuwe sporthal en een operagebouw neerzetten. Dit leidde tot veel verzet van de buurtbewoners, want zij vonden dat de buurt dringend nieuwe woningen en andere buurtvoorzieningen nodig had en geen grootstedelijke voorziening als een operagebouw. De opera kwam niet in De Pijp, maar kreeg later haar plek aan het Waterlooplein. De sporthal kwam er wel.

Door het wegvallen van de plannen voor een operagebouw kwam er ruimte vrij en zag de buurt zijn kans schoon de broodnodige buurtvoorzieningen te realiseren. Het Wijkcentrum Ceintuur heeft een grote rol gespeeld in de onderhandelingen over de invulling van het Oude Rai-terrein en uiteindelijk is het plan dat zij indienden ook grotendeels gerealiseerd. Er kwamen woningen, een verzorgingstehuis, een kinderboerderij, een buurthuis, een tienercentrum, een kinderdagverblijf en een sociaal-medisch centrum.

In 1980 werd het terrein bouwrijp gemaakt. Om subsidie van het Rijk te krijgen moest de eerste paal voor de sporthal vóór 1 januari 1981 in de grond zitten, dus sloeg wethouder Kuipers op 23 december 1980 snel nog de eerste paal. Het Rijk, de gemeente en de buurt hadden allen hun verantwoordelijkheid genomen om van de achterstandswijk, die De Pijp toen was, weer een goede, leefbare wijk te maken en de Pijpbewoners kregen hun eigen sporthal.