Verkiezingen in Zuid Bestuurscommissie beslist meer dan je denkt

Datum: 1 maart 2014 / Editie: March 2014 / Auteur(s): Maarten Wesselink

We mogen weer stemmen! De stadsdeelraad is verdwenen maar de stadsdelen zelf niet. Ze krijgen een bestuurscommissie met leden die door de inwoners zelf worden gekozen. De leden kiezen uit hun midden een driekoppig bestuur. Van de centrale stad krijgt de commissie bevoegdheden toebedeeld. De gemeente houdt de regie in handen maar de bestuurscommissie beslist over meer dan menigeen denkt.

De gemeenteraad bepaalt voortaan het beleid voor heel Amsterdam. De bestuurscommissie mag bij de uitvoering de accenten leggen zodat het beleid van de centrale stad aansluit bij de behoeften van de bewoners in eigen stadsdeel. Wie zich er in verdiept ziet al snel dat de bestuurscommissie veel zelf mag beslissen. De centrale stad draagt veel bevoegdheden over aan de commissie waarmee die Amsterdam Zuid mag gaan besturen.

Leefbaarheid
De bestuurscommissie mag beslissingen nemen die de leefbaarheid van de buurt bepalen. Bijvoorbeeld de herinrichting van een straat met meer ruimte voor spelende kinderen of juist extra parkeerplaatsen voor auto’s. Bij (kleinere) nieuwbouwprojecten kan ze beslissen dat er alleen maar dure appartementen komen. Op verschillende terreinen krijgen de bewoners met de commissie te maken zoals de inrichting van de openbare ruimte, het groen in de straat en het beheer van het Sarphatipark. Maar ook wie afhankelijk is van de zorg komt haar tegen: de bestuurscommissie bepaalt de extra zorg die een inwoner krijgt, bovenop de voorzieningen die de centrale stad al biedt.

‘Ogen en oren’
Naast het invullen en uitvoeren van centraal beleid zijn de nieuwe bestuurscommissies in de stadsdelen ook de ‘ogen en oren’ van de centrale stad. Zij informeren het college van wethouders over belangrijke ontwikkelingen in straten en buurten. Maar wat is belangrijk in de buurt? Als ruimtegebrek in de buurt leidt tot parkeerproblemen en verkeersonveiligheid zal niet ieder bestuur hetzelfde naar de centrale stad rapporteren. Kan die bestuurscommissie wel al die straten en buurten verkennen als ze dat slechts met 15 mensen moet doen?

Ruimte geven
Daar komt nog bij dat de rijksoverheid steeds meer taken aan de gemeente overdraagt die dat ook nog eens met minder geld moet uitvoeren. De gemeente Amsterdam beseft dat er een grens is aan haar kunnen en ziet het belang van buurtbewoners die het initiatief nemen om zelf iets voor hun omgeving te betekenen. De gemeente wil burgers die willen participeren steunen, de ruimte geven en daarbij niet alles tot in detail voorschrijven. Bij die burgerparticipatie is voor de bestuurscommissie een belangrijke rol weggelegd. De wens om te participeren en de manier waarop verschilt per buurt. De commissie staat dichter bij de bewoners en wordt geacht daar beter op te kunnen inspelen dan de centrale stad.

Of de bestuurcommissies bewoners de ruimte geven als ze willen participeren is nog maar de vraag

Tegengewerkt
De bestuurscommissie, die beperkte middelen heeft, zal blij zijn met burgers die iets voor hun buurt willen doen. Maar hoe stelt ze zich op als buurtbewoners een initiatief nemen dat niet strookt met de plannen van de commissie? Krijgen ze dan ook de steun van de commissie of worden ze genegeerd dan wel tegengewerkt omdat hun initiatief de bestaande plannen van de commissie doorkruist?

Invloed bestuurscommissie
Amsterdam heeft gekozen voor bestuurscommissies met een breed takenpakket. In de komende bestuursperiode zal blijken hoe ver de invloed van de commissie reikt. Daarbij is ook de samenstelling van de commissie belangrijk. De kandidaten zeggen nu de toegankelijkheid van het openbaar bestuur te vergroten of de buurtbewoners bij burgerparticipatie de ruimte te geven, maar de vraag is of ze dat de komende jaren ook echt gaan doen.

Kiezersdebat
Het is belangrijk dat het voor kiezers duidelijk wordt hoe de bestuurscommissie haar rol bij burgerparticipatie gaat invullen. Daarom organiseert het Wijkcentrum Ceintuur een dialoog tussen bewoners die actief zijn in eigen buurt en de kandidaten voor de bestuurscommissie. Bewoners vertellen over hun initiatieven en kandidaten wordt gevraagd hoe en in hoeverre zij initiatieven van buurbewoners gaan ondersteunen. Ook zal gevraagd worden hoe ze de komende jaren met de buurt in gesprek willen gaan als ze voor de centrale stad de ‘oren en ogen’ moeten zijn en signaleren wat in de buurt de belangrijke ontwikkelingen zijn.

Zelf bepalen
Voor wie de kandidaten voor de bestuurscommissie wil leren kennen zijn er verschillende gelegenheden. Er zijn meer debatten in Amsterdam Zuid waar lijsttrekkers van de verschillende partijen hun gezicht latenzien. Iedereen staat het vrij te vragen hoe ze de ‘accenten gaan leggen’ op het beleid dat door de centrale stad wordt vastgesteld. Uiteindelijk zijn het de inwoners zelf die bepalen wie er in de bestuurscommissie plaatsneemt en welke koers die gaat varen. Gelukkig maar dat we weer mogen stemmen.

Herinrichting Van Woustraat maakt tongen los

Datum: 1 maart 2014 / Editie: March 2014 / Auteur(s): Maarten Wesselink

Het artikel op de voorpagina van het decembernummer van De Pijp Krant eeft de tongen los gemaakt.

Binnen een uur na bezorging kwamen de eerste reacties al binnen. ‘Met een Van Woustraat zonder (dubbel)geparkeerde auto’s zou een langgekoesterde wens in vervulling gaan’ of ‘ zonder parkeerstroken krijgen we in de buurt nog grotere parkeerproblemen’. Bewoners voelen zich onveilig, zijn bang in de drukte met de fiets in de rails te komen of van de sokken te worden gereden. Ze denken dat winkeliers meer klanten krijgen als de Van Wou veiliger wordt. Maar er zijn ook lezers die nog grotere parkeerproblemen vrezen als de parkeerstroken met de 137 parkeerplaatsen verdwijnen.

Is er wel een oplossing voor het gebrek aan ruimte in de Van Woustraat? Een lezer wil een parkeergarage aanleggen onder het speelpleintje bij bejaardentehuis Amsta aan de Servaes Noutstraat. Maar ligt daar niet al een bassin onder het maaiveld om overvloedig regenwater op te vangen? Ook onder de grond is de ruimte in deze drukke buurt al niet meer onbegrensd.

Lezers ervaren de Van Woustraat voor fietsers als onveilig en voor kinderen zelfs dramatisch. Het ongeluk op 6 december in de Ferdinand Bolstaat, waarbij een zevenjarig meisje verongelukte, heeft lezers nog ongeruster gemaakt. Een lezer heeft een open brief gestuurd naar de stadsdeelraad waarin hij vraagt de raad de straten in De Pijp kindvriendelijker te maken. Ook om te voorkomen dat gezinnen net als in de jaren zeventig de stad uit trekken.

Lezers verzoeken het stadsdeel op korte termijn iets aan de situatie te doen. ‘Er moet wat gebeuren’ zegt een lezer. ‘De van Wou is verloederd, een steeds groter wordend gekkenhuis en in de vijftig jaar dat ik hier woon is nog nooit iets verbeterd aan de infrastructuur’. Voor hij ooit naar een bejaardentehuis gaat hoopt hij dat de straat opnieuw is ingericht. De redactie van De Pijp Krant wenst dat hem, en uiteraard ook alle andere bewoners in de buurt, van harte toe.

Herinrichting Van Wou: wel of geen parkeerstroken

Datum: 1 december 2013 / Editie: December-2013 / Auteur(s): Maarten Wesselink

De Van Woustraat is druk en (vooral voor fietsers) gevaarlijk. Het stadsdeel wil de straat opnieuw inrichten en de parkeerstroken behouden. Vraag is of er dan genoeg ruimte overblijft voor fietsers en voetgangers. Volgens het beleid van de centrale stad moeten deze juist meer ruimte krijgen. Op 21 november was er een informatieavond voor bewoners en ondernemers uit de buurt waar het stadsdeel de (concept) Nota van Uitgangspunten voor de herinrichting van de Van Woustraat toelichtte.

Al in juni 2009 verzocht de stadsdeelraad het dagelijks bestuur om iets aan de gevaarlijke verkeersssituatie in de Van Woustraat tedoen. Van 2004 tot 2008 vonden er 90 ongevallen plaats (tussen de Stadhouderskade en de Tolstraat) waar veel fietsers bij betrokken waren. Het stadsdeel kwam met een voorstel voor fietsstroken (geen vrijliggende fietspaden). De Centrale Verkeerscommissie (zie kader) vond dit ontoereikend en stelde het stadsdeel voor om samen met de centrale stad een Nota van Uitgangspunten te maken voor de herinrichting van de Van Woustraat.

Meer dan buurtbelang
Doordat de Van Woustraat onderdeel is van het Plusnet Fiets en Plusnet Voetganger (zie kader*) telt er bij een herinrichting meer dan alleen het buurtbelang. Vooral de belangen van fietsers en voetgangers moeten duidelijk geformuleerd worden. De Van Woustraat is door de centrale stad tevens benoemd tot een stadsstraat. (*) En juist in die straten heeft ruimte voor voetgangers prioriteit.

Te weinig ruimte
Op een informatiebijeenkomst voor ondernemers en bewoners lichtte het stadsdeel de (concept)Nota van Uitgangspunten toe. In hun voorkeursvariant blijven alle functies in de straat behouden (tram, auto, parkeren, fietsers en voetgangers). De Centrale Verkeerscommissie vindt dat de fietsers en voetgangers in deze variant, waar de parkeerstroken aan weerszijden van de straat behouden blijven, te weinig ruimte krijgen. De stoep en het fietspad zijn vrij smal en de commissie heeft het stadsdeel daarom geadviseerd nader onderzoek te doen naar een variant zonder parkeerstroken.

Winnaars en verliezers
Ook stadsdeelwethouder Kreuger (VVD, Verkeer) was aanwezig. Hij worstelt met de keuze die de centrale stad maakt voor fietsers en voetgangers bij de herinrichting van stadsstraten als de Van Wou-straat. Kreuger: “Een harde keuze waarbij één van de functies verdwijnt, maakt winnaars en verliezers. Waar moet de automobilist naar toe als de parkeerstroken verdwijnen, terwijl de parkeerdruk hier al erg hoog is?” Aanwezige autobezitters bevestigden die parkeerdruk, maar willen zich ook als fietser of voetganger veilig voelen in de Van Woustraat. Ook kwam de vraag of die parkeerstroken in de toekomst nog nodig zijn als de economische bedrijvigheid in de straat verandert.

“Een harde keuze waarbij één van de functies verdwijnt, maakt winnaars en verliezers.”

Geen opties
De verkeersdruk in de Van Woustraat verminderen is lastig. Op de Amsteldijk wordt de verkeerscapaciteit al maximaal benut en de tram moet blijven want de straat is onderdeel van het hoofdnet OV(*). Eénrichtingsverkeer vermindert de buurtcirculatie, zorgt voor extra omrijden in de buurt maar zou pas echt effect hebben als de tramlijn wordt verplaatst. Daar heeft het stadsdeel geen geld voor en om die reden valt ook de optie van een enkele trambaan (zoals in de Utrechtsestraat) af. In de voorkeursvariant van het stadsdeel met vrij liggende fietspaden en behoud van parkeerstroken blijven er twee trambanen maar moeten tram en auto het weggedeelte wel samen delen.

Verlies parkeerplaatsen
Als je fietsers en voetgangers meer ruimte wilt geven, blijft alleen het verwijderen van de parkeerstroken over. Maar zonder parkeerstroken moeten winkels via de zijstraten bevoorraad worden en dat geeft daar weer overlast. En het verlies van 137 parkeerplaatsen, waar bewoners na werktijd veel gebruik van maken, valt elders in de buurt moeilijk te compenseren.

Hoe verder?
De wethouder verklaarde eraan te hechten de Nota van Uitgangspunten voor het einde van de bestuurstermijn (verkiezingen maart 2014) vast te stellen. Daarna gaat de nota naar de stadsdeelraad ter kennisname. Daarmee is de nota ‘afgetikt’, maar daarna moet er nog heel wat gebeuren voor er aan de herinrichting kan worden begonnen. Hoe het traject na vaststelling van de Nota van Uitgangspunten zal verlopen, is nog niet duidelijk. Het stadsdeel wil de bewoners en ondernemers zo goed mogelijk op de hoogte houden. Het is niet uitgesloten dat op enig moment bewoners en ondernemers opnieuw naar hun mening zal worden gevraagd.

Sloophamer dreigt voor de Fabriek door raadsbesluit

Datum: 1 november 2013 / Editie: November-2013 / Auteur(s): Maarten Wesselink

De sloop van het pand Van Ostadestraat 233 is een flinke stap dichterbij gekomen. Woensdagavond 25 september heeft de stadsdeelraad het Investeringsbesluit De Nieuwe Fabriek aangenomen. De raad heeft twee amendementen (wijzigingsvoorstellen) aangenomen en de woonwerkgemeenschap van De Fabriek heeft inmiddels een rechtszaak lopen. De strijd is nog niet gestreden maar met dit besluit komt het einde wel in zicht.

Tijdens de raadsvergadering bleken de coalitiepartijen VVD, D66 en PvdA gevoelig voor de bezwaren van de omwonenden tegen de uitwerkingen van het investeringsbesluit in het ontwerp-bestemmingsplan. Ze hebben twee amendementen aangebracht (stedenbouwkundige aspecten en lichttoetreding).

Het investeringsbesluit geeft de financiele basis bij een (nieuwbouw)plan terwijl het bestemmingsplan de randvoorwaarden van het bouwproject bepaalt. Tegen dat laatste hebben de gebruikers en de buren van de Fabriek schriftelijk bezwaar gemaakt. Inbreken op een investeringsbesluit kan alleen door een raadsadres (brief of e-mail met een vraag of voorstel aan de gemeenteraad) of inspreekbeurten.

Ook van deze mogelijkheden is door de buren en door de bewoners gebruik gemaakt. De bezwaren van de omwonenden hebben geleid tot de twee amendementen. Op de bezwaren van de bewoners is nog niet gereageerd.

Als het ontwerp-bestemmingsplan aangepast of ingeperkt wordt, moet ook het investeringsbesluit bijgesteld worden. Het verzoek van zowel de gebruikers als de buren van De Fabriek om het Investeringsbesluit daarom pas in stemming te brengen na behandeling van het ontwerp-bestemmingsplan en de bezwaren daartegen, is door het stadsdeel naast zich neergelegd.

Met het geld dat nieuwbouw op de plek van De Fabriek oplevert wil het stadsdeel een nieuw theater financieren op het voormalig Archiefterrein aan de Amstel. Het Ostadetheater, één van de initiatieven van De Fabriek, zou daar een plek krijgen. Inmiddels is het volgens ingewijden duidelijk geworden dat het Ostadetheater geen rol meer zal spelen in het geplande nieuwe theater.

Aanvankelijk was het de bedoeling dat twee derde deel van het pand voor de bewoners en gebruikers behouden zou blijven en dat slechts een derde deel van de Fabriek gesloopt zou worden, om zo het geld te genereren voor het nieuwe theater. In augustus bleek dat het stadsdeel, ondanks eerdere toezeggingen, niet bereid was bij te dragen in de kosten van een voor dat plan noodzakelijke verbouwing. Bewoners en gebruikers van De Fabriek zagen zich toen genoodzaakt het stadsdeel voor de rechter te dagen. Zij menen dat ze recht hebben op conversie van het erfpachtcontract. Daarmee wordt het tijdelijke contract van 30 jaar, dat op 1 juli dit jaar afliep, omgezet naar voortdurende erfpacht. Het stadsdeel heeft het erfpachtcontract inmiddels tot medio 2015 stilzwijgend verlengd. Als het aan het stadsdeel ligt, moet daarna iedereen eruit. Terugkeren in de nieuwbouw kan alleen tegen marktconforme prijzen, die de woon-werkgemeenschap niet kan betalen.

De strijd is nog niet opgegeven maar de sloop komt met dit investeringsbesluit weer een stukje dichterbij. En daarmee ook het verdwijnen van een succesvolle woon-werkgemeenschap met kleinschalige, ambachtelijke en milieuvriendelijke bedrijvigheid die op de buurt is gericht en die ook voor mensen met een kleine beurs betaalbaar is.

Jarige Kinderboerderij De Pijp brengt stadskinderen in contact met de natuur

Datum: 1 september 2013 / Editie: September 2013 / Auteur(s): Maarten Wesselink

Op 6 oktober viert Kinderboerderij De Pijp haar 30-jarig jubileum. Al jarenlang zijn beheerder Marjan Wassink en haar zoon Koen de Kloet hier de drijvende krachten. Hoe ervaren zij hun werk op de kinderboerderij? En hoe belangrijk is die voor de buurt en voor Marjan en Koen zelf?

Marjan: “Ik werk hier sinds 1987 toen de kinderboerderij al vier jaar bestond. Eerst als vrijwilliger en daarna als beheerder in een duobaan samen met José Ströp. Kort daarna werd Koen geboren. Die was er vanaf zijn prille begin bij.”

Koen: “Die eerste jaren ken ik alleen van foto’s. Maar de zandbak, de hooiberg en het spelen met de biggetjes kan ik me nog goed herinneren. Na al die tijd voelt het als mijn huis en dat wil je toch zo goed mogelijk verzorgen. Het is heel leuk als mensen positief op je werk reageren.

Wat heeft dat opgroeien op de kinderboerderij met je gedaan?
Koen: “Spelenderwijs heb ik tijdens het werk op de boerderij heel wat vaardigheden ontwikkeld. Ik zit nu in het bestuur en door mijn ervaring kijk ik nu anders naar de organisatie; vooral hoe je de boel draaiende houdt. De kinderboerderij heeft ook mijn studiekeuze bepaald: ik ben diergeneeskunde gaan studeren.”

Wat is hier te doen voor een dierenarts?
Marjan: “Net als mensen kunnen dieren ziek worden en soms moeten ze ingeënt worden tegen ziektes die ze elkaar en aan mensen kunnen overbrengen. José en ik hebben de opleiding dierverzorging inderboerderij gevolgd en kunnen bevallingen doen. Bij complicaties is echt een dierenarts nodig.”

Koen: “Ik zou het heel leuk vinden als ik dat na mijn studie hier zou kunnen doen, maar dan moet ik eerst een dierenartspraktijk in de buurt van Amsterdam vinden.

Hoe is het om met je zoon samen te werken?
Marjan: “Gezellig, maar hij kan best streng voor mij zijn.”

Koen: “Mijn moeder vindt het heel belangrijk dat alles schoon is en dan blijft ze maar boenen. Intussen moeten de uitnodigingen voor het 30-jarig jubileum van de kinderboerderij verstuurd worden en ligt de administratie te wachten. Als penningmeester zit ik haar flink achter de broek.

Hoe belangrijk is het omgaan met een dier voor een kind?
Marjan: “Een dier is kwetsbaar. Kinderen krijgen hier respect voor levende wezens en tegelijkertijd ook voor mensen. Een dier kan een mens onvoorwaardelijke liefde geven. Als ze dieren knuffelen leren ze voelen wat dat is.”

Koen: “Een dier kan niet terugpraten. Jij bent degene die zich af moet vragen wat een dier ervaart als je iets met hem doet. Zo krijgt het kind zicht op zijn eigen gedrag en leert het zich in te leven in een ander. Dat is belangrijk voor de ontwikkeling van een kind.

Wat mist een kind in De Pijp als deze kinderboerderij er niet meer zou zijn?
Marjan: “Een plek waar het kan spelen én leren, gewoon door dieren in het echt te zien. Bij ons komen ze er ook echt mee in aanraking want veel dieren lopen hier vrij rond. Bovendien is de kinderboerderij voor alle kinderen bereikbaar. De toegang is gratis. En als ze even geen zin meer hebben, kun je ook zo weer weg.

Koen: “Dit is ook echt een ontmoetingsplek voor buurtbewoners. Mijn beste vrienden heb ik hier als kind leren kennen. Marjan: “Wat de buurt ook zou missen zijn onze educatieve activiteiten. In de appeltaartles bijvoorbeeld leren ze meer dan alleen een taart bakken. Ze moeten zelf melken, eieren zoeken, boter karnen en we laten ze zien hoe van graan meel wordt gemaakt. Zo leren ze dat de ingrediënten voor een appeltaart niet uit de lucht komen vallen maar van een boerderij komen. We brengen ze dichterbij de natuur en dat is voor stadskinderen broodnodig.”

Hoe ziet de toekomst van de kinderboerderij er uit?
Marjan: “We willen blijven groeien door steeds iets nieuws te bedenken. We zijn nu bezig met een bijentuin en een ‘blotevoetenpad‘, waar kinderen al lopend verschillende materialen kunnen voelen. We willen boeiend blijven zodat ook het stadsdeel en binnenkort de gemeente, het belang van de kinderboerderij inziet. Verdwijnen mogen we nooit!”

Koen: “Ik vind dat we, voor het bedrag aan subsidie dat we ontvangen, de stad heel veel leveren. Dat is alleen mogelijk dankzij de inzet van alle vrijwilligers die veel werk verzetten en zich enorm bij de kinderboerderij betrokken voelen. We zijn op de goede weg en ik hoop dat de kinderen er net zo van kunnen genieten als ik dat vroeger gedaan heb”.

De Vereniging kinderboerderij de Pijp is opgericht op 4 oktober 1983 en beheert sinds 1 mei 1985 de boerderij. Inmiddels zijn er 5 beroepskrachten, 20 volwassen- en 30 jeugdvrijwilligers die samen de meer dan 150 kleine en grote dieren verzorgen. Recreatie en (milieu)educatie gaan er hand in hand en schoolklassen volgen zorgvuldig voorbereide projecten. Het jarenlange bouwen aan de kinderboerderij is beloond met het behalen van het Keurmerk Kinderboerderijen. Zondag 6 oktober (13:00 tot 16:30 uur) wordt het 30-jarig jubileum met verschillende activiteiten gevierd zoals kindertheater, dier knuffelen of van groente hapjes maken en die zelf aan de dieren voeren. Iedereen (met kleine) kinderen is van harte uitgenodigd om op de kinderboerderij langs te komen. Lizzy Ansinghstraat 82

Met gifspuit in de hand red je bijen niet

Datum: 1 augustus 2013 / Editie: August-2013 / Auteur(s): Maarten Wesselink

Het ligt misschien niet zo voor de hand maar ook in een stadswijk als De Pijp kun je bijen houden. In de Natuurtuin Cinetol en in het Sarphatipark bij het GroenGemaal staat een bijenkast.

Door de grote diversiteit aan bloemen die her en der in de buurt bloeien krijgt de honing een vollere smaak. Maar de bijen hebben het moeilijk en daarom heeft de stadsdeelraad op 26 juni de motie ‘Bijenlint en bijenvriendelijk stadsdeel’ aangenomen. Deze moet de ambtenaren van het stadsdeel stimuleren het groen zo te beheren dat er in de buurt meer variatie aan bloemen komt waaraan de bij zich kan laven.

De motie laat zich echter lastig combineren met het bestrijdingsmiddel Round up, dat door het stadsdeel wordt gebruikt om de straat van onkruid te vrijwaren. Volgens deskundigen is dit middel schadelijk voor bijen, die nu juist met voornoemde motie in leven moeten worden gehouden.

Vanaf het begin stuitte het gebruik van gif op verzet bij buurtbewoners. Die zagen met lede ogen aan hoe na een gifspuitronde de planten vergeelden en de dode hommels aan hun voeten lagen. Stadsdeel Zuid is het enige stadsdeel dat met Round up werkt. De Amsterdamse gemeenteraad is er – behoudens enkele uitzonderingen – op tegen en ook in de Tweede Kamer is een motie aangenomen die het commerciële gebruik van Round up verbiedt.

De wethouder kiest voor het gif omdat het goedkoop is. Maar waarom moet het onkruid eigenlijk weg? Verwachten wij van de overheid dat die ons straatje zo schoon poetst dat er geen paardenbloem meer mag bloeien? In een smerige straat voelt niemand zich prettig maar gezelligheid gaat meestal gepaard met een beetje nonchalance. En daar houden bijen ook van.

De motie kan de bijen in de buurt een steuntje in de rug geven. Maar met de gifspuit in de hand gaat dat niet lukken. Stoppen met Round up lijkt een logische stap, daar is nu het wachten op.

Niemand gediend met bestemmingsplan Van Ostadestraat 233

Datum: 1 augustus 2013 / Editie: August-2013 / Auteur(s): Maarten Wesselink

Het Stadsdeel heeft voor het pand Van Ostadestraat 233, ook bekend als De Fabriek, een nieuw bestemmingsplan gemaakt. De uitgangspunten voor de (nieuw) bouw roepen bij de gebruikers / bewoners en de achterburen van het pand de nodige vragen op. Is het plan wel voldoende onderbouwd? Het plan ligt tot maandag 9 september ter inzage op het Stadsdeelkantoor en belanghebbenden kunnen hun zienswijze indienen.

Vraagtekens
De uitgangspunten van het bestemmingsplan (zie kader) lijken duidelijk, maar de gebruikers en bewoners van het pand en ook de achterburen aan het Sarphatipark en de Tweede Sweelinckstraat zetten er grote vraagtekens bij. Giovanni Goedemondt, bewoner en werkzaam in fietswerkplaats Smerig die ook in het pand is gevestigd: “De bouwhoogte is opgerekt naar 15 tot 17 meter. Daarnaast mag er ook een ondergrondse parkeergarage komen tot 4,5 meter onder het maaiveld. Wat betekent dat voor de grondwaterstand en de fundering van de huizen van onze achterburen?”

Bezorgd
Vooral die achterburen zijn bezorgd. Ze komen af en toe bij elkaar en informeren elkaar over de bouwplannen. Willem Gooijer is één van hen. “Het effect op de grondwaterstand bij de bouw van de toekomstige garage is onvoldoende onderzocht. Als het grondwaterpeil aan onze kant daalt en de houten funderingspalen droog komen te staan kunnen die wegrotten. Het stadsdeel heeft een bureau ingehuurd om het risico in te schatten maar zij zeggen dat niet te kunnen omdat ze de gegevens niet hebben van alle panden. Hoe kunnen wij dan een zienswijze op dit plan formuleren?” Net als Giovanni Goedemondt noemt hij ook de bouwhoogte die in het plan wordt genoemd. Gooijer: “De bouwhoogte is sinds 2005 opgerekt. Met een gebouw van 17 meter hoog vermindert de zon- en lichtinval aanzienlijk en dus ook ons woongenot. Dat is voor ons niet leuk maar we hebben er natuurlijk begrip voor dat er een vorm van bebouwing achter ons plaats vindt. Als het maar ergens toe leidt. Maar ik vind geen goede financiële onderbouwing van het plan. Daarmee ligt stagnatie van de bouw op de loer. Met een beetje pech hebben we jarenlang een braakliggend terrein achter ons en daarna nieuwbouw die niemand kan betalen. Daar is niemand bij gebaat”.

Nieuwe Fabriek?
De bewoners en gebruikers van De Fabriek aan de Van Ostadestraat willen graag doorgaan met datgene waar ze al sinds het begin van de jaren ’80 mee bezig zijn: leven in een kleinschalige woonwerkgemeenschap waar hergebruik, eigen verantwoordelijkheid en betrokkenheid bij de buurt centraal staan. Het stadsdeel spreekt in het bestemmingsplan over de ‘Nieuwe Fabriek’. Giovanni Goedemondt: “Wij vinden het, zeker in het huidige economische klimaat, onzin om De Fabriek te slopen en dan een ‘Nieuwe Fabriek’ te bouwen waarin ongeveer hetzelfde gebeurt als wat er nu al is. In theorie zouden we in het nieuwe gebouw terug kunnen maar dan wel tegen huren die we niet kunnen betalen. Dat is het einde van onze woonwerkgemeenschap. Het idee van het stadsdeel is dat de nieuwbouw op deze plek geld oplevert waarmee de verhuizing van het Ostadetheater naar het Archiefterrein kan worden bekostigd. Maar het is niet eens zeker dat die verhuizing doorgaat. We zouden met het stadsdeel onderhandelen over de mogelijkheid alleen een gedeelte te slopen en het grootste deel van het pand te behouden. Maar het stadsdeel heeft de onderhandelingen afgebroken nog voor ze goed en wel zouden beginnen. Onlangs hebben we het stadsdeel nog een aanbod gedaan. Als ze daar niet positief op reageren, stappen we naar de rechter.”

Met een beetje pech hebben we jarenlang een braakliggend terrein achter ons

Goed bouwplan
Natuurlijk hebben de gebruikers van het pand aan de Van Ostadestraat andere belangen dan hun achterburen. Willem Gooijer: “Maar als buren zetten we ons gezamenlijk in om bij het stadsdeel een algemene zienswijze in te dienen. Daarnaast kan iedereen vanuit een persoonlijke invalshoek zijn eigen verhaal doen. Wat wij in ieder geval graag willen is dat het stadsdeel een einde maakt aan alle onduidelijkheid zodat we het met elkaar eens worden over een goed bouwplan waar iedereen mee is gediend.”

Inburgeren met De Pijp Krant

Datum: 1 juni 2013 / Editie: June 2013 / Auteur(s): Maarten Wesselink

Wat doet u zoal deze week?
Ik ben druk met het organiseren van ‘Shout Out Respect 4 Diversity’, een trainingsweekend voor jongeren tussen 16 en 23 jaar rondom het thema homoseksualiteit.

Ik doe dit in opdracht van de Stichting Malaica die zich inzet voor het bespreekbaar maken van seksuele diversiteit onder etnische groepen. Daarnaast ben ik druk aan het bellen met welzijnsorganisaties in Zuidoost voor een ander project. Ik heb een eigen bedrijf in het geven van trainingen en organiseren van bijeenkomsten en ben gespecialiseerd in het bespreekbaar maken van homoseksualiteit.

Wat heeft u gisteren gegeten en hoe kwam u daaraan?
Pasta. Die heb ik gewoon bij de Albert Heijn gekocht. Ik heb in Italië gewoond en daar heb ik een pasta-tic aan overgehouden. Mijn favoriet is pasta met courgettes, maar ook andere pasta’s vind ik lekker. Ook eet ik veel fruit. Dat koop ik op de Albert Cuyp.

U woont 20 jaar in De Pijp. Waar kwam u vandaan?
Ik heb in een studentenhuis aan de Prinsengracht gewoond en daarvoor ook nog op de Bilderdijkkade. Op mijn 21e ben ik een jaar met mijn studie gestopt en heb ik in Berlijn en Rome gewoond. Tussendoor heb ik nog in New York gestudeerd en de liefde bracht me ook nog in Brazilië. Maar na vijf maanden was ik weer terug in Amsterdam. Voor de studie politicologie aan de UvA ben ik na de middelbare school van Oosterbeek naar Amsterdam verhuisd. Daar heb ik nooit spijt van gehad.

Wat is dat weekend ‘Shout Out Respect 4 Diversity’ precies?
Hetero- en homojongeren van 16 tot 23 jaar van verschillende komaf gaan met elkaar in gesprek over homoseksualiteit. Dat is niet altijd makkelijk maar door daadwerkelijk in gesprek te gaan ontstaat er begrip voor elkaar en het besef dat je samen in hetzelfde schuitje zit. Of het nu om afkomst, religie, ras of seksuele voorkeur gaat, iedereen loopt vroeg of laat wel eens tegen discriminatie aan. Dat is ook mijn drijfveer om dit werk te doen. Als homo ken ik de subtiele manier waarop je soms uitgesloten wordt. Uiteindelijk wil iedereen graag gewaardeerd worden om wie hij is en met die wetenschap kun je verschillen tussen mensen overbruggen. Dat is ook wat ik met mijn bedrijf Connecting Differences wil bereiken. De bedoeling van het weekend is dat jongeren aan de slag gaan met wat ze tijdens die dagen geleerd hebben en homoseksualiteit in eigen kring bespreekbaar maken.

Wat vindt u leuk aan De Pijp?
Het is een gezellige buurt met veel verschillende mensen waar niet één bevolkingsgroep domineert. Ik woon in de Noord-Pijp waar het lekker druk is. Het bruist. Daarbuiten vind ik het al snel te saai worden. Iedere dag loop ik na de lunch thuis even naar het Sarphatipark en dan kom ik altijd wel een bekende tegen. Leuk.

Wat laat u uw bezoek zien van De Pijp?
De Albert Cuypmarkt en het Sarphatipark. Ik laat ze het contrast zien tussen de drukte van de markt en de rust van het park dat er vlak naast ligt. De markt is leuk om samen overheen te slenteren. Dankzij goedgebekte kooplui met humor kun je er nog iets van het echte Amsterdam vinden.

Wat is uw favoriete plek in De Pijp?
De markt en het Sarphatipark. In het park heb ik mijn favoriete bankjes om even te mediteren. Het is een plek in de stad waar je in contact kunt zijn met de natuur. Vroeger gingen er jaren voorbij zonder dat ik zag dat er bladeren aan de bomen zaten. Nu volg ik de seizoenen: als in het voorjaar de knoppen weer verschijnen, word ik erg gelukkig.

Wat is beslist vervelend aan De Pijp?
Van zwerfvuil of geluidsoverlast merk ik weinig. Dat zou anders zijn als ik pal boven een kroeg zou wonen. De ‘autochtonisering’ van De Pijp vind ik jammer. Het is vervreemdend dat kroegen rond het Gerard Douplein een volledig wit publiek hebben. De buurt is ook wel erg netjes geworden. Met de veryupping van de laatste jaren is het karakter van een achenebbisj buurt aan het verdwijnen.

Wat is uw verslaving?
Chocolade en koekjes. Soms heb ik eetbuien. En nieuwsprogramma’s kijken zoals Twee Vandaag en Pauw&Witteman. Verder ben ik verslaafd aan AT5. Ik kijk er elke dag naar.

Wat is uw droomwens?
Het ideaal waarvoor ik leef en werk: een samenleving waarin het niet uitmaakt wat je achtergrond is en iedereen zichzelf kan zijn. En als ik geld genoeg zou hebben, kocht ik zo’n mooi nieuwbouw appartement vlak naast mij in de Gerard Doustraat. Over veryupping gesproken.

Inburgeren met De Pijp Krant

Datum: 1 mei 2013 / Editie: May 2013 / Auteur(s): Maarten Wesselink

Wat doet u deze week zoal?
Gisteren heb ik in het Ilperveld gewerkt, een natuurgebied in Landsmeer. Dat doe ik iedere dinsdag.

Vanochtend was ik bij de herdenking van de aanslag op het Bevolkingsregister van Amsterdam op 27 maart 1943. Omdat de vorst maar aanhoudt heb ik vandaag een aantal afspraken voor tuinonderhoud moeten afzeggen. Vrijdag doe ik nog een snoeiklus bij een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking.

Wat heeft u gisteren gegeten en hoe kwam u daaraan?
Ik heb een salade gegeten met geitenkaas en brood. Op de dinsdagen in Landsmeer moet ik hard werken en het is een flink eind fietsen van het Ilperveld terug naar huis. Dan maak ik het mezelf gemakkelijk. Het brood was van Ekoplaza, de kaas en sla van de markt.

U woont 37 jaar in De Pijp. Waar kwam u vandaan?
In 1970 ben ik in Amsterdam komen wonen, in de Camperstraat. Daar deed ik een opleiding voor verloskundige en woonde intern. In het tweede jaar kon ik een kamer onderhuren in een studentenhuis. Daarna woonde ik nog op een aantal andere adressen en in 1976 kwam ik in De Pijp terecht. Ik kom oorspronkelijk uit Hoogerheide in West-Brabant, woonde eerst drie jaar in Breda en daarna in Maastricht en Nijmegen als verpleegkundige. Vroedvrouw ben ik nooit geworden. Begin jaren zeventig kwam ik in de feministische beweging terecht, daar was genoeg werk te doen. Ik heb onder andere vrouwen begeleid in een abortuskliniek.

Hoe bent u bij het Ilperveld beland?
Ik ben donateur van het Landschap NoordHolland en toen ik stopte met werken heb ik me opgegeven als vrijwilliger voor plekken die ik met de fiets of het openbaar vervoer kan bereiken. Ilperveld is een prachtig veenweidegebied met rietland en veel weide- en rietvogels waar je flink de handen uit de mouwen kunt steken. Daarnaast werk ik ook in tuinen van vrienden, bekenden en oudere mensen. Soms neem ik planten mee uit mijn eigen tuin. Als een tuin zich goed ontwikkelt haal ik daar altijd weer voldoening uit.

Wat vindt u leuk aan De Pijp?
Al die verschillende mensen en bedrijfjes in de buurt. Verder ben ik blij met het Sarphatipark en het Groengemaal waar je planten kunt ruilen. En ook met Wijkcentrum Ceintuur dat zich inzet voor meer groen in de buurt. Ze helpen met de aanvraag van geveltuinen en ondersteunen ook de werkgroep OpenTuinenDag, waar ik lid van ben. Met een groepje buurtbewoners kijken we naar de mogelijkheden om beplanting rondom bomen aan te brengen. In mijn eigen straat zijn een aantal bewoners daar al jaren mee bezig. Afgelopen zondag ben ik alle boomspiegels nagelopen en heb afgestorven plantenresten weggehaald.

Wat laat u uw bezoek zien van De Pijp?
Ik ben een liefhebber van de architectuur van de Amsterdamse School zoals in de Tellegenbuurt, maar ook van de Smaragdstraat in de Diamantbuurt met uitzicht op het oude badhuisje. Ik vind het altijd leuk om iets nieuws te ontdekken, ook in andere buurten. Maar als ik vanuit oost over de Amstel kom of vanaf het centrum over de Boerenwetering voel ik me weer thuis.

Wat is uw favoriete plek?
Het Groengemaal vind ik heel bijzonder: dat oude gerestaureerde gebouwtje met de ecologische plantenruilmarkt en de bijenkasten. Maar er zijn meer bijzondere plekken zoals de watertuinen in de Boerenwetering.

Wat is absoluut vervelend aan De Pijp?
Dat de herinrichting van de Van Woustraat maar niet op gang komt. Af en toe hoor je dat er iets gaat gebeuren en vervolgens verneem je er niets meer over. Voor fietsers is het een gevaarlijke straat en de lucht is er ernstig vervuild door uitlaatgassen. Geen reclame voor de stad Amsterdam.

Welke verslaving heeft u?
Lezen: kranten en tijdschriften. Ik hou heel veel bij. In de vakanties lees ik veel boeken. En ik moet altijd naar buiten, weer of geen weer. Ik kan geen hele dag binnen zitten. Al is het maar even met de fiets ergens naar toe. Dan voel je dat je leeft.

Wat is uw droomwens?
Als kind woonde ik met mijn zes broers, vier zussen en ouders in een klein huis. Toen al was ik onder de indruk van een huis met veel slaapkamers. Zo‘n oud huis met een eikenhouten trap en een balustrade waarachter je de deuren van de slaapkamers kunt zien. Hoe mooi zou het zijn als je daarin zou kunnen wonen. Maar het is meer een fantasie, een droom. Ik ben erg blij met het huis dat ik heb.

Barbecueverbod in Sarphatipark

Datum: 1 mei 2013 / Editie: May 2013 / Auteur(s): Maarten Wesselink

De warme zomeravonden komen er weer aan. En voor heel wat mensen is een barbecue in het park daar onlosmakelijk mee verbonden.

Toch heeft het stadsdeel besloten om in het hele Sarphatipark barbecueën te verbieden. Vorig jaar mochten de kooltjes nog op één plek aangestoken worden, maar die verordening werd door de hongerige parkbezoekers veelvuldig genegeerd. Bovendien was de aangewezen plek niet berekend op de grote toestroom van grill-liefhebbers.

Het stadsdeel trad er niet tegen op: volgens de woordvoerder van de wethouder beschikte het stadsdeel over onvoldoende handhavers.

Onbeperkt barbecueën in het Sarphatiepark veroorzaakt al jaren (stank)overlast bij omwonenden en beschadigt de grasmat. Ook nu nog zie je de brandgaten van vorig jaar in het gras. Na een regenbui blijft het water erin staan. Verbieden en handhaven betekent dat het stadsdeel bezoekers, die gewoon gezellig met hun vrienden in het park willen barbecueën, hun genot moet ontnemen. De vraag is of ze dat dit jaar ook echt gaan en durven doen. Het stadsdeel verklaarde vorig jaar geen repressieve sfeer in het park te willen creëren. Die instelling maakt handhaven er niet makkelijker op. Niet handhaven betekent bovendien dat het stadsdeel degenen die overlast ervaren van het grenzeloos genieten van anderen in de kou laat staan. Zien we over een paar weken toch weer witte rook uit het Sarphatipark opstijgen? Dan weten we dat het stadsdeel er nog niet in geslaagd is haar eigen regels te handhaven en de barbecues met inbegrip van worsten, speklapjes en kippenpoten voorgoed uit het park te laten verdwijnen.