Leugendetector

Datum: 8 december 2020 / Editie: December 2020 / Auteur(s): Jeroen Overweel

‘Als een Fascist Ademt Liegt-ie’ is de titel van een documentaire over verzetsstrijder Henk van Moock. De New York Times hield de leugens van president Trump bij. Eindstand na het eerste jaar: gemiddeld 1 onwaarheid per dag. Overigens kan extreem links er ook wat van. Van Moock was lid van de CPN, waarvan zelfs de naam van de partijkrant al een leugen was.

Gaat het niet een beetje ver om De Pijp Krant met de New York Times te vergelijken? Nee, eigenlijk niet. Ze worden allebei gemaakt door een gedreven redactie die kritisch om zich heen kijkt, maar ook zijn lezers wil vermaken en verbinden. Alleen de schaal is anders.

De Verenigde Staten kent inmiddels grote witte vlekken op de kaart waar geen papieren krant meer te krijgen is. De mensen worden afhankelijk van internet en social media. We hebben de effecten daarvan gezien. Algoritmen duwen de kijker in hun eigen informatiebubbel. Een giftige combinatie van platvloersheid en manipulatie brengt populisten aan de macht.

Een geruststellend contrast dan, zo’n groepje Tweede Kamerleden dat politici aan de tand voelt over de kindertoeslagaffaire. Af en toe streng, maar vooral pogend om processen te begrijpen, tot in detail. Saai is goed! De pers was belangrijk bij het naar boven halen van het toeslagenschandaal en recentelijk het complotdenken binnen een partij die door veel aanhangers tot voor kort nog acceptabel kneiterrechts werd gevonden. Als de geschiedenis iets leert, dan wel dat extreem gedachtengoed ons nooit verder heeft gebracht.

Terug naar De Pijp Krant. Deze editie is weer rijk gevuld met cultuur, achtergronden bij het rapnieuws, (inter)nationale hulp en het eigengereid handelen van gemeente en woningcorporatie. Inderdaad, kritisch op Pijpse schaal, maar ook op stadsdeel- en wijkniveau is humbug, draaikonten en onwaarheid nooit ver weg. We zijn nu eenmaal in groepen levende dieren. Des te belangrijker dat De Pijp Krant-antenne uitgetrokken blijft.

Ik bewonder deze redactie. Ik heb ze de afgelopen drie jaar mogen ondersteunen. Bij gebrek aan kopij schreef ik in het begin zelf nog artikelen, maar dat hoefde, helaas voor mij, al een tijd niet meer. De krant loopt als een trein. Ik zwaai af bij het wijkcentrum en zal de krant met zijn redactievergaderingen en het contact met de bezorgers missen. Ze gaan de 50ste jaargang in. Mocht het nodig zijn: steun en help ze, maar vooral, lees die krant!

Frans Halsbuurt: lessen leren

Datum: 27 augustus 2019 / Editie: Augustus 2019 / Auteur(s): Jeroen Overweel

Het besluitvormingsproces rond de herinrichting van de Frans Halsbuurt is nog in volle gang. Op 1 juli werden de voorlopige ontwerpen gepresenteerd. Na het verschijnen van deze krant zal er, per straat, in september nog een ronde gesprekken gehouden worden. Het parkeervrij maken van een hele buurt is uniek in Amsterdam. Het wordt met belangstelling gevolgd en zal ongetwijfeld serieus geëvalueerd worden. De Pijp Krant neemt er een bescheiden voorschot op door een aantal deelnemers naar hun ervaringen te vragen.

“Waarom beginnen ze al om vijf uur met de presentatie?”, moppert Joachim. Desalniettemin is het druk in het College Hotel. Hij buigt zich over de tekening van zijn gedeelte van de straat. De schaal is klein en het is moeilijk je een voorstelling te maken over hoe het er in het echt uit zal zien. Joachim woont in de Frans Halsstraat. Bij de ontwerpsessie in mei zat hij aan de kop van een lange tafel met een stuk of 10 mensen over een grote kaart gebogen. De kaart liet hun stuk van de straat zien. Met papier en schaar konden de tafelgenoten vervolgens samen gaan bepalen waar bijvoorbeeld het groen en de fietsenrekken (een minimum aantal) moesten komen. “Ik was bekaf, en ik dacht ‘dit wordt helemaal niks’. Maar toen we wegliepen dachten we ‘goh, dit is best leuk geworden’. We waren verbaasd hoe het ging.” Er was een goede sfeer en volgens Joachim waren er geen ernstige meningsverschillen. “Het bedrijf naast mij heeft goede buren. We gunnen hem zijn laad- en losplek.” Ideeën ontwikkelden zich in samenspraak.

Maak me wakker
Zo’n idee ontstond rond wat ze zelf maar de ‘Instagram spot’ noemen. Op een muur staat ‘Wake me up when I’m famous’. “De hele dag staan ze daar in de rij om foto’s te maken. Hebben we rekening mee gehouden in ons ontwerp.” Verder wilde iedereen wel de horeca inbouwen met groen. “Ik vond het opvallend dat de horeca zeer afwezig was. Er is er één geweest. Toen hij hoorde dat terrassen niet uitgebreid konden worden was ie weer verdwenen.” Lastig is de fietsparkeerchaos veroorzaakt door de klandizie van de horeca. “De gemeente heeft wel netjes op vrijdagavond het aantal fietsen geteld.”

Creatief proces
Dus één en al tevredenheid? “Het is megaknap van de gemeente dat ze het lef hebben gehad om dit zo te doen. Maar ik zou het wel op een andere manier doen.” Volgens Joachim waren er teveel voorbereidende bijeenkomsten in vergelijking met de tijd die ze hadden voor het eigenlijke ontwerpproces. Met schaar en papier rond de tafel zitten duurde 1 á 2 uur. De gemeente had zich bovendien verkeken op de grote opkomst. “Als musicus ben ik bekend met creatieve processen. Je maakt iets en je gaat dan meteen bijschaven. Nu hebben we iets bedacht, maar moeten we vervolgens een tijd wachten tot we zien wat een ontwerper er van gemaakt heeft. Dat moet directer kunnen.” Hij denkt aan het meteen laten zien van verschillende opties op een groot scherm. Driedimensionaal, zodat de mensen zich er een betere voorstelling bij kunnen maken. Je kunt het meteen van commentaar voorzien en er eventueel over stemmen. “Of dit allemaal technisch mogelijk is weet ik niet, maar een veel langere en interactieve ontwerpsessie hadden ze als uitgangspunt moeten nemen in het proces.”

Interactief
Buurtgenoten Hilde en Frank zijn nog wat kritischer. Hilde: “Er was ons een interactieve website beloofd, maar we konden alleen een slechte enquête met suggestieve vragen invullen.“ Frank: “Het had allemaal innovatiever gekund. Je kunt nu in een forum als bewoners meningen uitwisselen. Maar echt interactief  zou betekenen dat ook de ontwerpers en ambtenaren meedoen en er een uitwisseling van gedachten plaatsvindt. Nu is het maar afwachten wat ermee gebeurt. Interactief betekent ook dat alles visueel verbeeld wordt. Dat je digitaal kan knippen en plakken, kan laten zien wat je bedoelt. Zoals het nu gaat lijkt het een beetje op ouders (de gemeente) die hun kinderen (bewoners) bij de hand nemen.”

Oude rot
Frank woont al bijna 50 jaar in de buurt en is een oude rot in het actiewezen. Het weghalen van de parkeerplaatsen is gelukt door een succesvolle lobby vanuit de buurt zelf. Het is volgens Frank daarom des te vreemder dat de actieve buurtgroepen niet betrokken zijn bij het proces. “Het was pas echt vernieuwend geweest als in de projectgroep Herinrichting Frans Hals naast ambtenaren en ontwerpers ook een delegatie bewoners had gezeten.”

Olietanker
Aan de betrokkenheid van de buurt ligt het niet. 150 vrouwen en mannen hebben in hun vrije tijd nagedacht over de beste inrichting van hun straat. Dat wordt wederzijds gewaardeerd. “Die ontwerper (Peter Ulle, red.) is een goeie gast”, zegt een deelnemer. “Een Amsterdammer met zijn handen in de modder”. Maar de gemeente als geheel moet eenvoudigweg leren hoe om te gaan met haar burgers. Die zitten vol energie en willen van alles. Daartegenover staat een gemeentelijke systeemwereld die nog trager van koers verandert dan een olietanker. Eerlijk is eerlijk, vernieuwing van de lokale democratie staat hoog op de agenda van dit college. Maar de vraag is of het een breed gedragen, duurzame verandering gaat opleveren.

NIMFY
In het midden van de grote ruimte in het hotel staat de enige maquette die de ontwerpers hebben kunnen maken van een stuk straat. Jan uit de Frans Halsstraat staat er goedkeurend bij te knikken. Het geheel bevalt hem. Hij vond wel dat sommige medebewoners te veel bezig waren met maar een deel, namelijk alleen het stuk straat bij hun voordeur. “Het lijkt soms wel Not In My Front Yard.”


Benieuwd naar het vervolg?
Hou voor de data de website in de gaten: https://www.amsterdam.nl/projecten/frans-halsbuurt/

Elk tientje telt: algemeen spreekuur Wijkcentrum De Pijp

Datum: 27 augustus 2019 / Editie: Augustus 2019 / Auteur(s): Jeroen Overweel

Bescheiden als ze zijn willen Eva en Arthur alleen met hun voornamen in De Pijp Krant. Elke week, op maandagmiddag, houden ze afwisselend het algemeen spreekuur van het Wijkcentrum, in een spreekkamertje beneden in het Huis van de Wijk. Privacy verzekerd dus.

“Het gaat eigenlijk altijd over geld”, zegt Eva. “Dat is heel belangrijk, want ik denk dat 90% van onze klanten op het bestaansminimum zit. Elk tientje telt.” Het probleem is meestal communicatie met overheidsinstanties. Die willen geld, of ze vertellen juist in hun brieven dat je bezwaar kunt maken tegen hun heffingen. Maar ja, hoe? Voor Eva en Arthur een fluitje van een cent. Ze hebben allebei rechten gestudeerd. Eva is als ZZPer vooral bezig met belastingrecht voor ondernemers en Arthur heeft een achtergrond in het strafrecht.

Bureaucratische absurditeit
Als steun en toeverlaat voor hun klanten worden Eva en Arthur vaak geconfronteerd met de traagheid van de bureaucratie. Arthur vertelt: “Van een meneer werd de kwijtschelding van de gemeentebelasting beëindigd. Na een paar ongeopende brieven gevolgd door een schrijven van de deurwaarder had hij ettelijke honderden euro’s betaald en zich daarmee in de schulden gestoken. Achteraf bleek het allemaal onterecht. Het heeft een jaar geduurd voordat hij zijn geld terugkreeg.” De toename van dit soort gevallen viel op. Eva en Arthur wilden dan ook weten hoe dat kwam. “Jaar in jaar uit wordt de belasting kwijtgescholden. De gemeente wilde blijkbaar bij een grote groep Amsterdammers wel eens weten of dat nog terecht was. Begrijpelijk. Maar vervolgens moest iedereen een nieuw verzoek tot kwijtschelding met bewijsstukken indienen, terwijl de gemeente niet gedacht had aan uitbreiding van de capaciteit om dit allemaal te verwerken. Gevolg: vertragingen, onterechte aanmaningen en erger.”

Lachen
Misschien tegenstrijdig, maar volgens Arthur zijn die bureaucratische absurditeiten de reden dat er nog wat plezier te beleven valt. Eva vult aan: “Ik bel dan een instantie met de speaker aan. Als er dan weer wat geks gezegd wordt, wisselen de klant en ik geluidloos lachend een veelbetekenende blik uit.” Af en toe een lach is mooi meegenomen, maar Arthur en Eva doen het toch vooral vanwege de voldoening om anderen te helpen. Eva: “Onze beroepsgroep heeft de naam uit geldwolven te bestaan. Geld verdienen is prima, maar juist nadat ik ZZP-er werd kon ik tijd vrij maken om als vrijwilliger mensen te helpen voor wie het allemaal wat minder makkelijk is. Het is ook een verrijking. Iedereen leeft in zijn eigen kringetje. Ik spreek nu mensen buiten die kring en begrijp veel beter welke moeilijkheden ze ondervinden in het dagelijks leven.” Arthur noemt dat ‘zichzelf maatschappelijk scherp houden’. “Je mag ook best zeggen dat je het voor jezelf doet: mensen helpen geeft een goed gevoel. Maar bureaucraten tegengas geven is het leukst.”

Niet genomen beslissingen
Overheidsinstanties begrijpen vaak niet in welke financiële problemen ze mensen brengen door niet op tijd een beslissing te nemen. Arthur legt uit: “Ze overschrijden dan een termijn, wat feitelijk neerkomt op een weigering van een verzoek tot bijvoorbeeld teruggave van geld. Daar kunnen wij dan weer tegen in beroep gaan.” Onze juridische helpers staan veel tijd in de wacht om vervolgens iemand aan de lijn te krijgen die niet meewerkt. ‘Moet je opletten wat ik ga doen’ is dan de favoriete reactie van Arthur tegen die onwillige.

Grenzen
Eva en Arthur treden nooit namens klanten op. Ze helpen met het invullen van formulieren, maar ze worden altijd ondertekend door de klant zelf. Een belastingaangifte invullen zit er ook niet in. Daar zijn ze teveel jurist voor. Als je namens iemand iets gaat doen ben je aansprakelijk voor fouten. Niet dat Eva en Arthur die snel zullen maken. Hun hulp is meestal niet ingewikkeld, maar wel enorm belangrijk voor hun bezoekers. Ze hebben geen computer, geen internet en lezen geen Nederlands. “Hebben ze dan geen kinderen die kunnen helpen?”, vraagt Eva zich dan af. Ze denkt dat dat een kwestie van schaamte kan zijn. Bezoekers doen vaak of ze geen hulp vragen, maar een praatje komen maken. “Oh ja, ik heb hier nog een brief”, zeggen ze dan.

Tevreden
Na een bezoek van een kwartier loopt een klant tevreden naar buiten. Hij had een beroepsschrift van zijn advocaat opgestuurd gekregen. De advocaat had er een briefje bijgedaan met de mededeling dat het een kopie betrof. Meer was het niet, maar zelfs dat zorgde voor verwarring. Binnen twee minuten was de man door Eva gerustgesteld. De rest van de tijd wilde hij even zijn verhaal kwijt over dat beroep zelf.


Kent u mensen die hulp nodig hebben, vooral op sociaal-juridisch gebied? Eva en Arthur staan klaar om te helpen.
Elke maandag van 13 tot 15 uur, spreekkamer 3 in het Huis van de Wijk de Pijp, Tweede van der Helststraat 66. Het is gratis en een afspraak is niet nodig.

Frans Halsstraat: pionieren met autoluw buurtontwerp

Datum: 18 juni 2019 / Editie: Juni 2019 / Auteur(s): Jeroen Overweel

Met zoveel mogelijk bewoners een nieuw ontwerp voor alle straten van een buurt maken is niet eenvoudig. Zoveel mensen, zoveel meningen. Toch moet dat het resultaat zijn van een uitgebreid proces in de Frans Halsbuurt, omdat er 600 parkeerplekken uit de buurt verdwenen zijn. Na een serie bijeenkomsten in het College Hotel (waarover bericht in de vorige Pijp Krant) brak het spannendste deel aan: daadwerkelijk samen de inrichting van je eigen straat vormgeven.

Met zoveel mogelijk bewoners een nieuw ontwerp voor alle straten van een buurt maken is niet eenvoudig. Zoveel mensen, zoveel meningen. Toch moet dat het resultaat zijn van een uitgebreid proces in de Frans Halsbuurt, omdat er 600 parkeerplekken uit de buurt verdwenen zijn. Na een serie bijeenkomsten in het College Hotel (waarover bericht in de vorige Pijp Krant) brak het spannendste deel aan: daadwerkelijk samen de inrichting van je eigen straat vormgeven.

Om het proces niet te verstoren mocht De Pijp Krant niet bij de ontwerpsessies zelf aanwezig zijn. We vroegen Peter Ulle, senior ontwerper van de gemeente, naar zijn ervaringen. In plaats van een man die murw gebeukt is door al die verschillende opvattingen van buurtbewoners komt er een van enthousiasme overlopende, parttime ambtenaar op gympies aan de interviewtafel zitten (zijn andere bezigheid is het maken van glas-in-loodramen). “Het is een geweldige opdracht en iedereen kijkt er naar.” Met ‘iedereen’ bedoelt hij vooral ook andere ontwerpers. Het is immers de eerste buurt in de stad die vrijwel compleet parkeerplaatsvrij gemaakt wordt.

Betrokkenheid
Peter houdt er van om samen met buurtbewoners te ontwerpen. Hij vertelt dat hij de laatste fase van stadsvernieuwingsprojecten in Oost heeft meegemaakt. “Ik heb daar veel geleerd van oude rotten in het vak. Ik heb dat goed kunnen gebruiken bij allerlei andere opdrachten in bijvoorbeeld de Staatsliedenbuurt en de Rivierenbuurt.” Ulle was onder de indruk van de betrokkenheid van de buurt. “De ontwerptafel voor de Saenredamstraat hebben we in tweeën moeten delen vanwege de grote opkomst. Ik merkte dat ze elkaar allemaal kenden en we waren eigenlijk snel klaar. Over het algemeen was er groot respect voor elkaars meningen.”

Recht op asfalt
Waren er nu echt geen punten waarbij de stemverdeling 50/50 was? “Die waren er wel, bijvoorbeeld over de vraag of alle straten er echt verschillend uit mochten zien of dat het toch meer eenheid moet
uitstralen. We zitten er tussenin, want het blijft maatwerk. In alle straten behalve de Ruysdaelkade is de auto te gast (maximum snelheid 15 km per uur), maar het moet niet teveel op een woonerf gaan lijken. ‘We zitten hier in Amsterdam en ik heb recht op asfalt’, zo verwoordde een participant het. Hij kreeg bijval: het moet niet te tuttig worden. Tegelijkertijd worden alle straten een stuk groener. Goed voor de regen- en hittebestendigheid. Maar er zijn natuurlijk verschillen in gebruik. Veel toeristen persen zich op weg van het Museumplein naar de Heineken Experience door de Eerste van Campenstraat. En de Frans Halsstraat heeft veel horeca. Dat zorgt voor verschillen in de inrichting.

Flexibel
Hoe ging dat samen ontwerpen nu concreet in zijn werk? Peter Ulle legt uit: “Er lag een plattegrond van 1:100 op tafel met bomen, buizen en leidingen al ingetekend. Vervolgens was het een kwestie van het knippen en plakken van fietsenrekken, groen, laad- en losplaatsen, invalidenparkeerplaatsen etc.” En dat ging zomaar goed? “Nou, een laad- en losplaats voor de deur is meestal wel een dingetje. Maar als die niet gebruikt wordt zijn er weer mensen die een lege plek voor de deur prima vinden.” En nu? Op 26 juni wordt het voorlopig ontwerp, dus het werk van het team ontwerpers van de gemeente, gepresenteerd. “We zien dan wat de reactie is. Mocht er teveel kritiek komen op een straatontwerp dan gaan we dat na de zomer verder bespreken. We willen niet vastzitten aan een strak plan. We moeten flexibel zijn.”

 


Vlak na het interview werd bekend dat na het zomerreces er inderdaad meer bewonersbijeenkomsten zullen plaatsvinden. De reacties van deelnemende bewoners zijn te lezen in de volgende Pijp Krant.
Inmiddels is er op franshalsbuurt.nl een forum actief.

Met zijn allen één pen vasthouden

Datum: 2 mei 2019 / Editie: Mei 2019 / Auteur(s): Jeroen Overweel

Amsterdam wordt autoluwer en De Pijp, niet voor het eerst, loopt voorop. Na een succesvolle lobby om veel meer plaatsen voor bewoners te reserveren in de Albert Cuypgarage was de weg vrij om in de hele Frans Halsbuurt de parkeerplaatsen op te heffen. Overigens vinden veel buurtbewoners dat je zo’n garage niet nodig hebt om de buurt autoluw te maken. Met de 35 miljoen euro belastinggeld die de Cuypgarage gekost heeft, bouw je eigenlijk alleen maar een ‘auto-opslagplaats’, zoals buurtbewoner Gertrude van der Ven het noemt. Volgens de Fietsersbond is er bovendien een onvermoed effect van de garage ontdekt: “Sinds de garage er is, pakken de mensen vaker de auto voor korte ritjes. Als je terugkomt is er immers
altijd plek. Voorheen liep je het risico dat je je auto niet kwijt kon.”. Geen autoluwte zonder parkeerluwte dus.

Bewoners aan zet
Maar goed, de auto’s zijn weg en dat betekent dat de hele openbare ruimte in de Frans Halsbuurt heringericht moet worden. Bewoners en ondernemers zijn van harte uitgenodigd om vanaf het begin
van het proces die inrichting mee vorm te geven. Zoals het eigenlijk altijd zou moeten. Dagelijks bestuurslid van het stadsdeel Rocco Piers belooft dat ontwerpen van bewoners ook uitgevoerd zullen worden: “Daar kunt u mij op afrekenen.”. Dat zei hij op de eerste bijeenkomsten op 6 en 7 maart in het sjieke College Hotel.

Groen wandel-eldorado?
Die bijeenkomsten gingen vooral over de kaders waarbinnen de bewoners kunnen gaan ontwerpen. Projectleider Pieter van Zijl maakt een onderscheid tussen ‘harde’ kaders en ‘zachte’ uitgangspunten. Hard zijn landelijke en gemeentelijke wet- en regelgeving. Zo is er al een terrassenplan vastgesteld en is het gebruik van de stenen en het straatmeubilair gebonden aan de wijk. Actueel vanwege de klimaatverandering zijn de regels om de straten rainproof (waterbestendig) te maken. Het regent vaker harder en de straten moeten dat af kunnen voeren. Ook wat er onder de straat ligt beperkt. Kabels
en leidingen lopen langs de huizen en de grote rioolbuis ligt in het midden van de straat. Hierdoor is er weinig variatie mogelijk in de ligging van stoep en rijweg. En u had een groen wandel-eldorado in
gedachten? Er moet rijweg blijven voor de hulpdiensten.

Ongekend niveau van deelname
Ondanks deze beperkingen is de indruk dat de intentie van de kant van de gemeente goed is. “Het lijkt echt de bedoeling dat de buurt zelf gaat bepalen hoe het er uit gaat zien.”, zegt Gertrude. Maar is het proces ook goed uitgedacht? Uit het nogal karige verslag van de eerste avonden is niet op te maken dat de zaal zich zorgen maakte over de breedte van de betrokkenheid van de buurt. Senior ontwerper Peter Ulle verheugt zich op de samenwerking met de bewoners, maar geeft toe dít niveau van deelname en zeggenschap nog niet eerder te hebben meegemaakt. Een mevrouw uit de zaal stelt voor een keuzelijst samen te stellen waar over gestemd kan worden door iedereen in de buurt. In de tweede
ronde van het proces wordt zij op haar wenken bediend.

Puzzel
Op 26 en 28 maart kon de buurt haar eigen uitgangspunten formuleren, de zogenaamde buurtkaders. Met de mobiele telefoon werd direct over stellingen gestemd, geformuleerd door de gemeente en door de bewoners zelf. Later in het proces kan iedereen in de buurt zijn stem uitbrengen. Zeker als er geen duidelijke meerderheid is zullen de keuzes moeilijk worden. Wilt u een enigszins lege straat of een met alles er op en er aan? Met een duidelijk profiel met stoepranden of zonder? Keuzevrijheid per straat of meer eenheid voor de hele buurt? Voor de ontwerpers is het wel zo prettig als vrijwel iedereen bepaalde uitgangspunten ziet zitten: ‘grijs’, zoals fietsenrekken, moeten omzoomd worden met groen; de straten moeten 15 km ‘auto te gast’ zones worden en sport en spel voor volwassenen hoeft niet zo nodig, maar kunst wel.

Doe mee
Het succes staat of valt met de kwaliteit van de ontwerpsessies die in juni gehouden zullen worden. De bewoners samen zijn ontwerper: ‘Hoe houden we met zijn alleen één pen vast?’, wordt de uitdaging voor de ontwerpbegeleiders. Aan de vele ideeën zal het niet liggen. Woon je in de Frans Halsbuurt?


Meld je aan via amsterdam.nl/projecten/frans-halsbuurt.
Zie ook franshalsbuurt.nl

Buitenlucht verwarmen

Datum: 19 december 2018 / Editie: December 2018 / Auteur(s): Jeroen Overweel

Pastor Pierre Valkering ergert zich. Zo erg zelfs dat hij er in een preek aandacht aan schenkt, uiteraard onderbouwd met Bijbelcitaten. Het gaat over het feit dat wij in Amsterdam de buitenlucht verwarmen. Hoe bedoelt u? Ah, terrasverwarming!

De pastor was in het voorjaar aanwezig bij het door het Wijkcentrum De Pijp georganiseerde verkiezingsdebat voor de gemeenteraadsverkiezingen. Daar werd iedereen aangemoedigd om per e-mail reacties naar de politieke partijen te sturen. Pastor Pierre deelde met alle partijen zijn mening over terrasverwarming.

Rentmeesterschap
Pierre Valkering: “Het moet schoner en het moet duurzamer op aarde. Half Groningen is al verzakt en ontwricht. De gaskraan moet verder dicht. Maar intussen verwarmen wij hier in Amsterdam vrolijk de buitenlucht. Ik vind dat van de gekke. Nog even afgezien van wat er via die terrasverwarming daadwérkelijk aan kostbaar Gronings gas of aan stroom, groen of niet, de lucht in gaat: het is een totaal verkeerd signáál dat we met die terrasverwarming geven. God heeft het rentmeesterschap over de wereld aan de mens toevertrouwd. De aarde is ons huis. Dat moet je zo goed mogelijk beheren.”

Lakmoesproef
De pastor zag er dus geen been in om zijn dialoog met politieke partijen in een preek aan de orde te stellen en van commentaar te voorzien. “Voor mij is het milieu eigenlijk al heel lang beslissend voor het bepalen van mijn politieke keuzes. We hebben maar één aarde. En als we die bederven, houdt álles op.” Een standpunt over terrasverwarming is volgens Pierre Valkering de lakmoesproef voor de houding ten aanzien van het milieu. De pastor noemt de reactie van het CDA “bedroevend”. Die partij laat de beslissing over aan ondernemers en terrasbezoekers: wie daar problemen mee heeft, gaat maar niet op een verwarmd terras zitten.
Het CDA hoefde dus niet op de steun van de pastor te rekenen. Saillant feit is dat de ChristenUnie vóór een verbod op terrasverwarming is. Wat de pastor uiteindelijk heeft gestemd, hield hij voor zichzelf.

Niet verwarmd
Pierre Valkering voegt zelf de daad bij het Woord, al is het alleen al vanwege de 20.000 euro die de kerk jaarlijks kwijt is aan energiekosten. De kerk heeft een tochtportaal en wordt doordeweeks niet verwarmd. Dat is niet niks in de winter, want de pastor is dagelijks drie uur in de kerk voor het gebed. Hij wil dan ook graag isolerende voorzetramen, maar daar doet Monumentenzorg dan weer moeilijk over.
Het is voor een dienaar van God niet altijd gemakkelijk om profane instituties bewust te maken van de verantwoordelijkheid die de mens voor zijn aarde heeft gekregen.

Beeldschone volkshuisvesting in De Pijp – 100 Jaar De Dageraad

Datum: 5 november 2018 / Editie: November 2018 / Auteur(s): Jeroen Overweel

Iedere bewoner van De Pijp weet dat zijn wijk wereldberoemd is. We hebben immers de Albert Cuyp, en ook de Heineken brouwerij, al is het dan een Experience geworden. Maar ja, het bier is maar pils en de Cuyp verkoopt vooral stroopwafels. Écht wereldberoemd is een bakstenen parel in onze wijk. Het woningbouwcomplex De Dageraad ligt midden in de Nieuwe Pijp, tussen Lutmastraat en Jozef Israëlskade. Het 100-jarig bestaan was in juli reden voor een feestje. Terecht, want het is niet alleen een pracht voorbeeld van Amsterdamse School architectuur, maar ook het in baksteen gevormde succes van een arbeiderscoöperatie. Het bewijs dat de gewone man zichzelf met dubbeltjes en kwartjes kon opheffen uit slechte woonomstandigheden.

Art deco voor arbeiders
In één van de voormalige winkelruimtes van het complex is sinds 2012 het Bezoekerscentrum De Dageraad gevestigd. We ontmoeten daar Ton Heijdra en Ronald, bewoner van het complex. Ton is de auteur van het boek met de eenvoudige titel “De Dageraad”. Het staat vol met prachtige Amsterdamse School foto’s. Hij is al jaren een van de chroniqueurs van onze stad en schreef ook een paar boekjes over De Pijp. De Dageraad moet wel bijzonder zijn, als je er een heel boek aan kunt wijden. “Dat is het ook”, zegt Ton. “De nieuwe architectuur uit die tijd, art nouveau of art deco genoemd, was duur om te bouwen. Vooral de elite liet in deze stijl zijn villa’s ontwerpen. Dat het Dageraad complex, bedoeld voor arbeiders, óók in die stijl gebouwd werd was heel bijzonder.

Wibaut
Als het over volkshuisvesting in Amsterdam gaat, dan komt vroeg of laat de naam Floor Wibaut naar voren. Hij bemoeide zich ook met de ontwikkeling van het Dageraad complex. Hij vond dat woningen voor arbeiders niet alleen goed moesten zijn, maar ook mooi. Wibaut was niet voor niks voorzitter van de Vereeniging Kunst aan het Volk Amsterdam. Het is niet meer goed te traceren, maar Ton is er van overtuigd dat Wibaut grote invloed had op de keuze van Michel de Klerk als bouwheer van het complex. De Klerk had naam gemaakt door zijn betrokkenheid bij de totstandkoming van het Scheepvaarthuis, ironisch genoeg gebouwd in opdracht van het grootkapitaal van de stoomvaartmaatschappijen. Die bouwkunst wilde Wibaut ook voor zijn arbeiders. “Bovendien”, voegt Ton er met een grijns aan toe, “dit socialistisch kunstwerk moest natuurlijk mooier worden dan wat de katholieke woningcoöperaties aan het bouwen waren.”

Emotie
Het bijzondere is dat de ordening van bakstenen en dakpannen van De Dageraad allerlei emoties bij mensen oproept. “De liefde, de zuiverheid, de bezieling en de volkomen harmonie tusschen de grootste lijnen en geringste details”, schreef Wibaut bij de dood van Michel de Klerk in 1923. Bij de oplevering na de restauratie begin jaren ’80 zei die andere sociaaldemocratische voorman Joop den Uyl dat het complex “vriendschap, verbondenheid en broederschap; de grondslagen van het socialistische denken” uitstraalde. Weliswaar gespeend van rode ideologie uiten Ronald en Ton zich ook in dergelijke termen. Ton: “Het is de afwisseling die nooit gaat vervelen. Het is als een schilderij waar je naar blijft kijken en je ziet steeds weer iets nieuws.” Ronald benadrukt juist de harmonie en de rust: “Als je hier de straat inloopt krijg je een ander gevoel. Je gaat zelfs zachter praten.”

Ervaar het zelf
Michel de Klerk en Piet Kramer, de mede-schepper van het complex, lieten hun geesten waaien. In de historisch architectonische afwisseling van ingetogen en uitbundige stijlen hoorde de Amsterdamse School duidelijk tot de laatste stroming: een stel romantici die hun gebouwen lieten golven, de bakstenen in alle verbanden lieten spreken en op precies gekozen plekken met speelse detaillering accenten gaven.
Loop eens op een mooie dag de Pieter Lodewijk Takstraat in en zoek daarna het beeldhouwwerk in de gevels aan de Henriëtte Ronner en Thérèse Schwartzepleinen. Loop gerust naar binnen bij het Bezoekerscentrum aan de Burgemeester Tellegenstraat 128. Het is open van donderdag t/m zondag, met rondleidingen op de hele uren. Je wordt hartelijk verwelkomd door vrijwilligers, die trouwens altijd op zoek zijn naar collega’s.

Belangstelling? Stuur een mail naar info@hetschip.nl.

De Pijp in de stad, een verkiezingsdebat

Datum: 1 februari 2018 / Editie: February 2018 / Auteur(s): Jeroen Overweel

In aanloop naar de Gemeenteraadsverkiezingen op 21 maart 2018, vond op maandagavond 19 februari in het Okura Hotel het ‘Verkiezingsdebat De Pijp’ plaats. Acht politieke partijen deden hieraan mee. De redactie doet verslag.

Het Okura hotel had gratis zijn Ballroom I+II beschikbaar gesteld, een zeer ruime zaal. Aan het immens hoge plafond hingen moderne kroonluchters bestaande uit grote goudkleurige schijven. Een mooi bruggetje naar de gouden plak die het groepje actieve Pijpbewoners verdient voor de perfecte organisatie van dit debat. Ondanks de korte voorbereidingstijd stroomde de zaal vol tot bijna de maximum capaciteit van 250 belangstellenden. Er klonk een verwachtingsvol geroezemoes voordat de politieke prinsen en prinsessen die naar de hand van het publiek zouden gaan dingen.

Het was een gemêleerd groepje politici dat aantrad. Van de grootstedelijk Groen Links coryfee Rutger Groot Wassink tot Jelle de Graaf van de nog niet echt gevestigde Piratenpartij. Hij en Jacques Klok van het CDA behoeven nog wat meer debatkilometers om op gelijke voet te komen met doorgewinterde stadsdeelbestuurders als Sebastiaan Capel (D66) en Paul Slettenhaar (VVD). Johnas van Lammeren vertegenwoordigde de partij voor de Dieren. Qua vrouwelijke vertegenwoordiging scoorde het panel slechter dan het kabinet, namelijk een kwart: Remine Alberts en Carolien de Heer verdedigden de standpunten van respectievelijk SP en PvdA. De laatste had als enige een fanclub meegenomen (‘aanbidders’ in ballroom termen, allen in rode sweaters), waaruit mag blijken dat die partij er nog zin in heeft.

De Amsterdammers met een migratieachtergrond werden alleen vóór de statafel vertegenwoordigd door aanstormend talent Souraya Kichouhi, die als debatleider de grote mannen en vrouwen achter de tafel strak in het gareel hield. Zij zou met nog wat extra humor zo aan de slag kunnen in De Balie. De politici mochten van haar eerst even de tong losmaken met een voor hen onverwachte pitch van een minuut over de gewenste toekomst van de Pijp. Dat leverde geen verrassingen op. Daarna werden drie stellingen afgewerkt die door de Pijpbewoners via een enquête waren gekozen. Met behulp van een ouderwets ‘conducteurs spiegelei’ met een rode en een groene kant lieten de politici weten of ze het eens of oneens waren met een stelling. De stellingen werden onderbouwd met voorbeelden uit de Pijp, maar gelden voor de hele stad.

De eerste stelling luidde dat Amsterdamse jongeren zich al vanaf 15 jaar bij Woningnet moeten kunnen inschrijven. Door deze drie jaar ‘voorsprong’ zouden jongeren die in De Pijp opgroeien minder snel worden gedwongen de buurt of zelfs de stad te verlaten vanwege de hoge huren. Deze stelling leidde tot evenveel rode als groene reacties en een levendig debat over het Amsterdams woningbeleid. De stelling past niet helemaal goed in de partijpolitieke sjablonen. Partijen die elkaar vinden in het verhogen van de bouwproductie van goedkope woningen verschilden bijvoorbeeld dan weer van mening of je Amsterdamse jongeren mag ‘voortrekken’. De opvattingen over de percentages sociale huur, het middensegment en koopwoningen kwamen wel weer rechtstreeks uit de partijprogramma’s.

De tweede stelling ging over de bescherming van kleine winkels en ambachtsbedrijven. De opgeheven bordjes leverden alom hilariteit op, omdat de VVD als enige rood vertoonde. Op dit punt is er dus brede steun voor bescherming, maar over het hoe verschillen de meningen. De suggestie van een ‘NV De Pijp’, naar analogie van de Zeedijk, ging de meesten te ver. Langzaam verschoof de discussie daarna naar de vraag hoe groot de invloed van de burger eigenlijk is. De derde stelling ging over het autovrij maken van straten en daar leende diezelfde discussie zich prima voor: de zaal ging nu echt los. Termen als buurtreferenda, dictatuur en burgerparticipatie vlogen door de zaal. Het publiek vermaakte zich uitstekend.

De debatleider eindigde met de oproep om toch vooral je vragen te blijven stellen aan de partijen. Hun e-mailadressen vind je onderaan deze pagina. Vervolgens steeg er gejuich op voor Souraya van haar eigen supporters: een terechte afsluiting.

Kandidaten stellen zich voor

Datum: 1 februari 2018 / Editie: Februari 2018 / Auteur(s): Jeroen Overweel Willem De Blaauw

De Pijp Krant sprak met drie buurtbewoners die zich kandidaat hebben gesteld voor de stadsdeelcommissie. Zij hebben gereageerd op een oproep van de krant en zijn niet verbonden aan een politieke partij.

Lijst Berlage – Ives van Leth

Van Leth (42) wil zich vooral inzetten voor de schoonheid van de openbare ruimte. Hij woont zelf in de Rivierenbuurt en geniet van de monumentaliteit van het Plan Zuid, dat is ontstaan op basis van ideeën van de architect Berlage. ‘In oktober vorig jaar is het Plan Zuid tot beschermd stadsgezicht verklaard. Dat betekent voor mij dat de inrichting van de straat in overeenstemming moet zijn met de bebouwing.’ Berlage is ook wat De Pijp en de Rivierenbuurt verbindt. Van Leth heeft nog een idee om de twee wijken te verbinden: ‘De Rode Loper moet helemaal doorgetrokken worden tot aan de RAI, maar ter hoogte an het Plan Zuid moet wel het beton uit de straat. Daarvoor in de plaats moet baksteen komen’.
Specifiek voor de Pijp heeft Van Leth een vergelijkbaar plan. De Rode Loper zou een rondje moeten maken door de Ceintuurbaan, Van Wou en Albert Cuyp.

‘Wat ook bijdraagt aan het gezicht van ons gebied, is meer aandacht voor het schoonhouden van de straat: ondergrondse afvalcontainers, goed in de gaten houden dat ze naar behoren functioneren en meer maatwerk, zodat het project De Schone Pijp werkt’.
Minder blik op straat helpt ook om de buurt mooier te maken. Van Leth is groot voorstander van ondergrondse parkeergarages, met dien verstande dat evenzovele parkeerplaatsen bovengronds opgeheven worden.

Van Leth is dus duidelijk een stadsestheet. Maar ook de snelle sociale verandering van de Pijp heeft zijn volle aandacht. Hij is bang dat de bevolkingssamenstelling te eenzijdig gaat bestaan uit mensen die de hoge huren uit de vrije sector kunnen betalen. En dat De Pijp het centrum achterna dreigt te gaan met horeca en winkelaanbod dat vooral is gericht op het toerisme. Hij vindt het belangrijk dat de bevolking divers blijft. Dat kan door een voldoende groot percentage sociale huurwoningen te handhaven in de wijk. Om een bijpassend winkelaanbod te behouden, zou je kunnen overwegen om het voorbeeld van Barcelona te volgen. ‘Ze zijn daar begonnen om bepaalde midden- en kleinbedrijven huurbescherming te geven’.

Jeroen Overweel

Zuid Samen Vooruit – Bilan Dahir en Martijn van Muiswinkel

Het echtpaar Bilan Dahir en Martijn van Muiswinkel, beiden 41 jaar, vormen samen ‘Zuid Samen Vooruit’; zij wonen 19 jaar in de Rivierenbuurt. ‘Het gaat niet over rechts of links, maar over een manier om onze buurt beter te maken’.

Zuid Samen Vooruit heeft een aantal concrete speerpunten. Een daarvan omschrijven ze als ‘Schoon moet gewoon’. ‘Het afvalprobleem speelt al jaren. Waarom lukt het niet om het huisvuil beter op te halen? Huisvuilcontainers hebben een sensor die aangeeft dat de container vol is, maar de reinigingsdienst krijgt daar geen melding van. Ondertussen stapelen de zakken zich er omheen op, totdat de container op de vaste dag geleegd wordt. Bewoners hebben ook hun eigen verantwoordelijkheid om een andere container te zoeken en wij willen dat zij daar proactief op worden aangesproken.’

Ook staan op hun agenda ‘verkeersveiligheid’ en ‘het tegengaan van criminaliteit’. ‘De statistieken voor de buurt zijn oké, maar het kan altijd beter. Op het gebied van veiligheid is vooral de lange Van Woustraat een probleem. Ook voor automobilisten, want het is vaak moeilijk om te zien of iemand wil oversteken. Dit levert veel gevaarlijke situaties op’. Wat betreft de criminaliteit willen we dat er meer cameratoezicht komt. ‘Bepaalde straten in de Pijp en Rivierenbuurt zijn minder prettig en het is bewezen dat cameratoezicht een positief effect heeft. Er hangen nu bijvoorbeeld ook camera’s op de hoek Van Woustraat en Lutmastraat. Natuurlijk moet je wel discussiëren over hoe ver je hiermee wilt gaan. En dan zijn er nog de vage winkels die altijd dicht zijn of waar bijna nooit iemand komt. Behalve dat dit geen goede uitstraling is voor een straat, vragen wij ons af wat daar nou gebeurt. Dat zou onderzocht moeten worden.’

Tot slot is er de verschraling van het openbaar vervoer, zoals de opgeheven tramhalte op de Ceintuurbaan bij de Amsteldijk en de opheffing van lijn 25, waardoor het laatste stuk van de Rijnstraat geen openbaar vervoer meer heeft. De Noord-Zuidlijn is mooi, maar door opheffing van tramhaltes moeten bewoners veel meer lopen. Wij hebben het idee dat het openbaar vervoer in Amsterdam zich te veel gaat richten op toeristen en winkelend publiek, waardoor bewoners, met name kinderen en ouderen, in de steek worden gelaten.

Willem de Blaauw

G250-WONEN – Cok Oostveen

Cok Oostveen (73) is sinds 1971 een actieve Pijpbewoner. Hij was bijvoorbeeld een actief deelnemer aan de demonstraties voor een autovrije Ferdinand Bol in de jaren ‘70. Bij de feestelijke opening van de Ferdinand Bol op 20 januari jl. waren zijn foto’s uit die tijd te zien. Nog steeds is de verkeersveiligheid van fietsers en voetgangers belangrijk voor hem.

Maar Coks passie betreft vooral de sociale huur. Dat, en sportstimulering, zijn voor hem de belangrijkste redenen om mee te doen met deze verkiezingen. Als huurdersactivist wil hij zich binnen de stadsdeelcommissie inzetten voor de belangen van de sociale huurders. Volgens Cok ligt de behoefte aan sociale huur in de stad op 50% van alle woningen, terwijl de meeste politieke partijen op een veel lager percentage zitten. Het probleem is de scherpe tweedeling in sociale en liberale huur. De geliberaliseerde huurprijzen schieten de lucht in, waardoor een grote groep huurders die niet in aanmerking komt voor sociale huur tussen wal en schip geraakt. Cok pleit daarom voor het laten doorlopen van het puntensysteem: als de geliberaliseerde huurwoningen hier onder vallen, zou dat de huurprijzen in toom houden.

Op de vraag wat hij vindt van het nieuwe Amsterdamse bestuursstelsel waar hij nu deel van hoopt uit te gaan maken, antwoordt Cok dat hij wel begrijpt dat het oude stelsel niet werkte. Er was teveel verlammende competentiestrijd tussen stadsdeel en centrale stad. Denkt hij veel invloed uit te kunnen oefenen via zo’n ambtelijke stadsdeelcommissie? ‘Ik ben geboren als luis, en hou van pelzen’, zegt Cok daarop. Het activistisch bloed blijft stromen en hij hoopt met de stadsdeelcommissie samen op te kunnen trekken tegenover B&W van Amsterdam als dat nodig is. Cok was onder meer betrokken bij de bijeenkomst van ‘Huurders in de Knel’ en kent de samenwerking met het stadsdeel door zijn deelname aan de ‘G250’.
Dat is een regelmatige bijeenkomst waar bewoners, ondernemers, politici en ambtenaren met elkaar spreken over stadsdeelbeleid en uitvoering in De Pijp. Veel mensen kennen Cok daarvan, vandaar dat de G250 in zijn lijstnaam staat.

En die sportstimulering? Moeten we met zijn allen meer gaan bewegen in De Pijp? ‘Dat is altijd goed natuurlijk. Ik heb lang gewerkt in de sport en weet er dus veel van. Ik kan over dat onderwerp goed advies geven aan het stadsdeel’. Cok voegt al jaren de daad bij het woord met de organisatie van zijn twee fietsgroepen die elke vrijdagochtend (55+, om 10.30 uur) en zondag (11.00 uur) vertrekken van de voetbalkooi in de Tweede van der Helststraat.

Jeroen Overweel