Het Sarphatipark als muziek in de oren

Datum: 15 oktober 2019 / Editie: Oktober 2019 / Auteur(s): Jenske Vos

Op vrijdag 20 september is in het Sarphatipark de geluidswandeling ‘Sarphatipark: Als muziek in je oren’ feestelijk gepresenteerd. Sebastiaan Capel, Voorzitter Dagelijks Bestuur van stadsdeel AmsterdamZuid, mocht het eerste exemplaar van het luisterboekje met de plattegrond in ontvangst nemen. Volgens hem is de stad met elk zintuig anders te beleven en is ook luisteren een belangrijk aspect van bewustwording van je omgeving.

Andere beleving
Een luisterwandeling is een wandeling waarbij je aandacht hebt voor de geluiden om je heen en je bewust wordt van hoe je naar deze geluiden luistert. De bedoeling van de samenstellers van de wandeling is dan ook om de bezoekers van het park de omgeving anders te laten beleven dan zij normaal gesproken doen. “Je kunt luisteren naar het park als een muziekstuk”, aldus Max van der Wal, geluidskunstenaar en medesamensteller van de wandeling. Hij en erfgoeddeskundige Rosa Mul hebben samen twaalf luisterpunten in het park uitgezocht. De wandeling neemt je mee naar deze plekken, waar met behulp van opdrachten wordt gevraagd bewust te luisteren naar de omgeving. Ieder luisterpunt legt de focus op een ander aspect van luisteren. Zo wordt bij het ene punt bijvoorbeeld gevraagd wat je allemaal kunt horen terwijl op een ander punt wordt gevraagd welke geluiden je juist niet meer kunt horen door de drukke omgeving. Ook wordt gevraagd te luisteren naar de geluiden die je zelf maakt op de verschillende ondergronden. De houtsnippers op het Heimanspad klinken namelijk heel anders dan het zand in de speeltuin.

Oase van rust
Volgens de samenstellers is het Sarphatipark uitermate geschikt voor een luisterwandeling omdat er zoveel verschillende geluiden te horen zijn. Van fontein tot hondenuitlaatveld tot het Sarphatimonument: elke plek klinkt anders.
Eén van de luisterpunten op de route is de uitgang van het park aan de Ceintuurbaan. Medesamensteller Rosa Mul vertelt dat juist voor deze uitgang is gekozen omdat het er zo druk is en de uitdaging des te groter is om naar het park te blijven luisteren. Wanneer je net buiten de hekken gaat staan vallen de geluiden van het park namelijk bijna direct weg tegen het drukke verkeer op de Ceintuurbaan. Als je hier bewust van wordt valt je pas op hoe rustig het park eigenlijk is. “Het park ligt een stuk lager dan de weg. Hierdoor overheerst het geluid van het verkeer veel meer als je zelf ook hoger en buiten de hekken staat. Als je lager staat in het park hoor je het lawaai juist veel minder”, aldus Rosa Mul.
Max van der Wal raadt aan de wandeling meerdere keren te maken, want “geluiden zijn afhankelijk van tijd en seizoen”. Zo zal het park volgens hem in de winter, wanneer de bomen kaal zijn, heel anders klinken dan in de zomer wanneer veel geluid van buitenaf wordt gefilterd door de bladeren. Het is ook een aanrader om de wandeling samen te maken, want iedereen luistert op zijn eigen manier en met een andere aandacht. Van die verschillen wordt je bewust als je bevindingen met elkaar vergelijkt.

Urban Sound Lab
De wandeling is, in samenwerking met het Groen Gemaal en Wijkcentrum De Pijp samengesteld in opdracht van Urban Sound Lab. Dit is een project van Soundtrackcity, een artistiek onderzoeksbureau dat onderzoek doet naar de sociale, politieke en cultureel maatschappelijke betekenis van geluiden in steden. Dit gebeurt door middel van meerjarige projecten in samenwerking met bewoners, kunstenaars, planners en wetenschappers.

Brievenbus
Het luisterboekje is gratis verkrijgbaar bij Soundtrackcity en het Groen Gemaal in het Sarphatipark. Na afloop van de wandeling kunt u uw bevindingen delen door het boekje te posten in de groene brievenbus die aan het hek bij het Groen Gemaal hangt. Urban Sound Lab gaat alle bevindingen bekijken.

De dubbele wand van café Hermes

Datum: 2 mei 2019 / Editie: Mei 2019 / Auteur(s): Jenske Vos

Café Hermes aan de Ceintuurbaan is één van de oudste cafés van De Pijp. In de archieven is te vinden dat het door de jaren heen vaak van eigenaar en naam is verwisseld. Eén van deze eigenaren was Ferdinand Jacobus van Essen. In 1938, vlak voordat de oorlog uitbrak, kocht hij het café van de Amstel brouwerij. Van Essen had het niet ruim, maar hij kon het voor weinig geld krijgen, omdat het café door de economische crisis in de jaren ’30 helemaal was vervallen. En dus prijkte vanaf dat moment de naam Van Essen in witte letters op het raam aan de Ceintuurbaan.

Samen met zijn vrouw en twee kinderen verhuisde Ferdinand naar de bijbehorende kleine woning die zich boven het café bevond: “Ons vorige huis was al niet groot, maar dit was zo krap.”, vertelt de nu 92-jarige Fietje van Essen, dochter van Ferdinand. “Mijn broer en ik sliepen in een heel klein kamertje op een opklapbed, maar dat paste er eigenlijk niet in.” De keuken bevond zich destijds aan de achterkant van de woning: “Die was helemaal ingebouwd, want het is een hoekwoning, dus we hadden daar geen daglicht.”.

Worst
Tijdens de oorlog is het café altijd opengebleven, maar het was niet makkelijk voor de familie Van Essen. De openingstijden werden steeds meer beperkt: “Op het laatst was het alleen nog tussen 17:00 en 19:00 uur open.”. Omdat er ‘s avonds geen licht op straat mocht zijn, moesten aan het eind van de dag alle ramen worden afgedekt: “In het café hadden we verduisteringsgordijnen en boven in de woning hadden we houten schotten die we voor de ramen en de deuren plaatsten.”

Vooral de Hongerwinter van 1944/45 was zwaar voor het gezin. Zoals zovelen hadden ze weinig te eten en ook de huiskat ondervond daar de gevolgen van. Het enige wat ze het dier konden bieden was opgeklopt eiwit. Maar zoals iedere kat had ook deze zijn streken: “In een van de klerenkasten hadden we een worst hangen voor in geval van uiterste nood. Toen we een keer in die kast kwamen bleek dat de kat erin had gezeten. Hij had het middenstuk van de worst eruit gegeten.”.

Kattenbak
In het kader van de Arbeitseinsatz (arbeidsinzet) werden vanaf 1943 alle mannen tussen de achttien en vijfendertig jaar oud opgeroepen om in Duitsland te gaan werken. Door het tegenvallende aantal aanmeldingen werden de leeftijdsgrenzen al snel opgerekt en werden er razzia’s uitgevoerd waarbij mannen en jongens konden worden opgepakt. Deze ontwikkelingen ontgingen Fietje en haar familie niet: “In de Hongerwinter hoorden wij dat alle jongens van zestien door de Duitsers konden worden opgepakt om voor hen te werken.
In Rotterdam was dat al gebeurd en dat nieuws had ons via de tamtam bereikt.”. Piet, de jongere broer van Fietje, was destijds zestien en dus was er grote vrees voor zijn veiligheid: “Mijn broer mocht van mijn ouders absoluut niet meer naar buiten.”. Maar de jongen alleen binnenhouden nam de vrees niet weg, want er werd ook rekening gehouden met een inval van de Duitsers. Daarom werd er een vluchtroute voor hem gemaakt: “In het keukenkastje onder het aanrecht zat een houten vloer. Onze timmerman Sam zaagde daar een houten luik in. Als je door het luik ging kwam je tussen een dubbele muur achter de bar terecht.”. Dat het gezin een kat had kwam in deze situatie goed uit, want door de kattenbak bovenop het luik te zetten konden ze de vluchtroute verbergen.

Gelukkig heeft het gezin nooit gebruik hoeven maken van de vluchtroute. Na de oorlog heeft Piet nog wel eens geprobeerd zich daar te verstoppen, maar hij kon er niet meer in, want hij was te groot geworden.

Waterleiding
Inmiddels is de woning boven het café verbouwd en is de keuken verplaatst. Het luik is er dus niet meer. De dubbele muur achter de bar is er echter nog steeds. Toen de waterleiding van de bovenwoning moest worden doorgetrokken naar de ketel in het café kwam Béa, uitbaatster van wat nu café Hermes heet, achter het bestaan van de dubbele wand. Zelf heeft ze tussen de muren gestaan. Het is er zo smal dat ze er alleen met haar rug tegen de muur in past. Na navraag te hebben gedaan bij het Stadsarchief kwam ze achter de functie van deze constructie en doordat de kleinkinderen van Fietje regelmatig voetbal komen kijken in het café, kwam Béa in contact met de familie Van Essen.

De kroegbazin vindt het belangrijk dat de vluchtroute behouden blijft en zou het pand het liefst tot monument willen verklaren om het te beschermen: “Als het een monument wordt mag het niet verbouwd worden en zal de dubbele wand blijven,” vertelt Béa. Om dat proces in gang te zetten hebben een paar medewerkers van haar al geïnformeerd bij de gemeente. Maar het is niet makkelijk om het pand daadwerkelijk tot monument te verklaren. Zo zijn er, naast ooggetuigenverklaringen, documenten nodig die de verhalen bevestigen. Béa is echter wel van plan in de toekomst, als ze wat meer tijd heeft, haar plannen door te zetten, want ze vindt het belangrijk dat dit soort bijzondere verhalen bewaard blijven.

Diehards in De Pijp

Datum: 19 februari 2019 / Editie: Februari 2019 / Auteur(s): Jenske Vos Margot van Pruissen

De Pijp verandert in razend tempo. Dat is vooral te zien aan het winkelaanbod. Kleine ondernemers kunnen de snel stijgende huren niet meer opbrengen, waardoor het grote geld de overhand krijgt. Waar De Pijp ooit bekend stond als het Quartier Latin van Amsterdam, is in sommige straten al een duidelijke verschraling te zien doordat eigenzinnige en creatieve winkels worden weggedrukt door grote ketens. Gelukkig is er ook nog een aantal kleine ondernemers die het wél volhoudt: winkeliers met een lange staat van dienst en een bijzonder aanbod; eenpitters of winkels met een kleine hechte groep medewerkers. Ze hebben een verschillende ontstaansgeschiedenis, maar een gemeenschappelijke noemer: zij zijn er nog steeds!

Koert van Egmond zwaait sinds 2008 de scepter over bakkerij Venekamp in de Ferdinand Bolstraat, een bakkerij die in 1897 door de familie Venekamp is opgericht. De afgelopen jaren heeft Koert veel in de buurt zien veranderen. Vooral de aanleg van de Noord/Zuidlijn bracht veel reuring. De bakker en zijn gezin moesten hun huis boven de winkel uit en de bakkerij moest tijdelijk elders worden voortgezet. Maar de komst van de nieuwe metrolijn bracht ook voordelen met zich mee: het was mogelijk om onder gunstige omstandigheden de zaak opnieuw in te richten en te vernieuwen. “Er staat nu een pand dat aan alle moderne eisen voldoet, ook voor het personeel.” Om bestaansrecht te behouden in de rap veranderende Pijp heeft Koert een aanbod dat aansluit bij de wensen van de klant, zeg maar het het meergranenbrodenassortiment. “En de klanten treffen steeds vertrouwde gezichten. Het merendeel van het personeel werkt al jarenlang bij de bakkerij”.
Het pand aan de Ferdinand Bolstraat is in bezit van de familie; hoge huren hoeven dus niet te worden betaald. En alle taarten die niet worden verkocht? “Die geven we regelmatig aan een stichting voor dak- en thuislozen.”

Defensief openingsbeleid
Een paar honderd meter verderop, in de Eerste Sweelinckstraat, is al 25 jaar De Emaillekeizer te vinden. Toen Mandy Elsas 25 jaar geleden de deuren van De Emaillekeizer opende, was de buurt verpauperd. Dat waren rauwe tijden in De Pijp. Nu is er veel van hetzelfde, wat winkelaanbod en klanten betreft.
Mandy startte in de jaren negentig met het invoeren van emailleproducten uit China. In zijn latere reizen naar Afrika stuitte hij ook op emailefabrieken in Ivoorkust.
Of hij iets merkt van de veranderingen in buurt? “Ja”, zegt Mandy. “Er komen steeds meer toeristen, in de buurt en in mijn winkel. Als ik mijn producten breeduit op straat uitstal, genereert dat een stroom van toeristen die de winkel alleen maar in- en uitloopt.”
Echt geïnteresseerde klanten bereikt hij met de deur op een kier en maar een paar producten op straat. “Dan komen er klanten binnen die echt op zoek zijn naar iets. ‘Defensief openingsbeleid’ noem ik dat.”
Door voor een wisselend aanbod te zorgen en te mikken op spullen waar vooral in de zomertijd vraag naar is, houdt Mandy zich staande. Ook staat hij deze zomer weer op de markt, waardoor hij potentiële klanten naar zijn winkel kan verwijzen. Bovendien levert hij vanuit zijn groothandel aan hotels, restaurants en cateraars. Ook dat is van groot belang voor een stabiel inkomen.

Mazzeltje
Marcel Dikstra, al ruim twintig jaar de eigenaar van Fenix Books in de Frans Halsstraat, merkt ook dat het winkelend publiek de laatste jaren is veranderd. Voorheen bestonden zijn klanten vooral uit buurtbewoners, maar de meesten van hen zijn vertrokken. De buurt wordt overgenomen door Airbnb’s en expats en daar verkoopt hij nauwelijks aan. Toch biedt deze ontwikkeling ook kansen: “Als de expats weer weggaan, komen ze hier hun boeken dumpen. Ik kan niet verkopen zonder inkoop, dus op zich is dat niet slecht.” De toename van het aantal toeristen compenseert bovendien het verlies van oude klanten. Om hen beter te kunnen bedienen, heeft Marcel zijn aanbod enigszins aangepast en ook met de inrichting van zijn etalage probeert hij in te spelen op het nieuwe publiek. Zo heeft hij bijvoorbeeld veel meer Engelse boeken.
Om hem heen ziet Marcel wel dat niet iedereen de veranderingen het hoofd kan bieden. Hij heeft veel collegaondernemers noodgedwongen zien vertrekken als gevolg van het veranderende publiek en de stijgende huren. “Ik vind dat wel jammer, want dan houd je alleen maar grote ketens of hippe dingen over, waar je als bewoner vaak niet op zit te wachten.” Dat hij er zelf nog is, heeft hij te danken aan een mazzeltje van de woningbouwvereniging waarvan hij de winkel huurt: “Ik heb een paar jaar geleden een vast contract gekregen, wat heel bijzonder is. Was dat niet het geval geweest, dan zou er ook voor mij een moment zijn gekomen waarop ik de deur van mijn winkel dicht moest doen.”

Economische troeven
De gebiedsagenda 2019 van stadsdeel Zuid mikt op gevarieerde winkels en ruimte voor ambachtelijke bedrijvigheid in De Pijp: ‘De economische troeven van De Pijp’. Men wil het ondernemersklimaat bevorderen door samenwerking tussen ondernemers te stimuleren en gezamenlijke initiatieven ter verbetering van de winkelgebieden ondersteunen. Dat klinkt mooi, maar het is afwachten of de diehards van De Pijp daar iets van gaan merken.