Van Polder tot Zuid: honderd jaar Plan Zuid

Datum: 1 september 2025 / Editie: Augustus 2025 / Auteur(s): Ton Heijdra

We springen over smalle slootjes en glibberen over paden die langs weilanden en tuinderijen leiden. Midden in het gebied maalt een molen het meel voor ons dagelijkse brood. Verderop aan de Amstel liggen fraaie buitenverblijven. Nog maar honderd jaar geleden was het gebied ten zuiden van de Van Ostadestraat, toen Hoedemakerpad geheten, polder. Nu Amsterdam, toen Nieuwer Amstel.

Eind negentiende eeuw wilde Amsterdam het grondgebied graag annexeren om huizen te bouwen maar de gemeente Nieuwer Amstel lag dwars. Het bouwde liever zelf woningen. Zo kwamen er enkele rijen lage, dorpse huisjes aan de Amstel tot stand. Ook besloot Nieuwer Amstel om in 1892 nog een heel nieuw raadhuis aan de Amstel neer te zetten. Toch hield het de annexatieplannen niet tegen. In 1896 kreeg Amsterdam het er uiteindelijk voor het zeggen. Het raadhuis mocht na amper vier jaar in gebruik geweest te zijn, de deuren alweer sluiten. Amsterdam kon aan de slag om de stad verder uit te breiden.

Berlage
In 1900 maakte de directeur van Publieke Werken, L.C.M. Lambrechtsen van Ritthem, een eerste schets voor de zuidelijke uitbreiding van de stad. Het stratenpatroon verschilde weinig van de negentiende eeuwse wijken en had lange, smalle straten. Daarmee leek het veel op een uitbreiding van De Oude Pijp. Het gemeentebestuur wilde echter een plan dat meer allure had en nodigde architect Hendrik Petrus Berlage (1856- 1934) uit om een nieuwe uitbreiding voor Amsterdam-Zuid te ontwerpen. Hij had toen al naam gemaakt met onder andere de Nieuwe Beurs aan het Damrak.

Met name zijn plannen voor het gebied tussen de Amstel en Boerenwetering waren zeer indrukwekkend. Mogelijk geïnspireerd door de brede molenvliet die er lag, ontwierp hij een kanaal met insteekhavens. Hoewel de gemeenteraad op 11 januari 1905 akkoord ging, is het eerste plan nooit uitgevoerd. Door de vele villa’s met plantsoenen was het plan erg duur. Bovendien wilde Amsterdam een ringspoorbaan om de stad aanleggen en daar had Berlage nog geen rekening mee gehouden.

Berlage kijkt uit over Plan Zuid

Plan Zuid
Het duurde tot 1914, toen sociaaldemocraat Floor Wibaut wethouder werd, voordat er weer over de stadsuitbreiding werd nagedacht en Berlage gevraagd werd om zijn ontwerp aan te passen. Het geheel nieuwe plan was zeer monumentaal met grote bouwblokken, enkele brede stadsstraten en rustige woonbuurten. Dit tweede ontwerp dat later bekend is geworden onder de naam Plan Zuid, werd in 1917 door de gemeenteraad aangenomen.

Berlage maakte onderscheid in soorten woningen. De Apollobuurt kreeg eerste klasse bebouwing, de Rivierenbuurt werd bestemd voor middenstandswoningen en het gebied dat grensde aan De Oude Pijp moest een ‘volksbuurt’ worden met ‘derde klasse’ woningen. In tegenstelling tot De Oude Pijp waar vooral particulieren hadden gebouwd, konden hier op basis van de Woningwet van 1901 woningbouwverenigingen aan de slag. Deze verenigingen hadden alle een verschillende maatschappelijke en religieuze achtergrond, waardoor er afhankelijk van de kleur van de vereniging katholieken, protestanten, joden of socialisten kwamen te wonen.

Niet alles is echter geheel volgens het oorspronkelijke plan uitgevoerd. Zo had Berlage tussen de Tweede van der Helststraat en de Van Woustraat twaalf hectare grond gereserveerd voor een groot academisch ziekenhuis, maar al snel werd het Wilhelmina Gasthuis in West tot academisch ziekenhuis bestempeld. Woningbouwvereniging De Dageraad (de Alliantie) en de Bouwmaatschappij ter verkrijging van Eigen Woningen (Lieven de Key) mochten in plaats daarvan woningen bouwen. Op het Coöperatiehof kwam ter verheffing van de arbeider een leeszaal met klokkentoren die bewoners tot aan de dag van vandaag ieder half uur maant om een goed boek te lezen.

Douches hadden de meeste woningen aanvankelijk niet. Om zich goed te wassen ging men een keer per week naar het Gemeentebadhuis aan het begin van de Diamantstraat.

De Amsterdamse School
Berlage heeft in Plan Zuid niet zelf gebouwd. De woonbuurten werden door een groot aantal jonge architecten ingevuld. Het was een nieuwe generatie, die weliswaar geïnspireerd was door Berlage maar qua ontwerp een stapje verder wilde gaan. Architectuur moest van deze architecten innerlijke schoonheid uitstralen. De Dageraad, ontworpen door architecten Piet Kramer en Michel de Klerk, werd in menig buitenlands tijdschrift beschreven en zelfs met de architectuur van Gaudì vergeleken.

Deze bouwstijl, de Amsterdamse School genoemd, maakte de Nieuwe Pijp wereldberoemd.

De rand van de Diamantbuurt

KUNSTENAAR HILDO KROP

Datum: 25 april 2022 / Editie: April 2022 / Auteur(s): Ton Heijdra

Wie in De Pijp goed rond- en omhoog kijkt, ziet zijn beeldhouwwerk. Op scholen en openbare gebouwen en op bruggen. Hildo Krop was de stadsbeeldhouwer van Amsterdam. Hij is op meerdere manieren met De Pijp verbonden. Niet alleen door de kunstwerken die er van hem te bewonderen zijn, maar ook omdat hij vaak in De Pijp kwam. Wie was hij?

Hildo Krop is geboren op 26 februari 1884. Zijn vader was bakker in het dorp Steenwijk. In plaats van zijn vader op te volgen trok hij de wereld in. Op zijn reizen ontmoette hij veel kunstenaars, waaronder in Parijs de beroemde kunstenaar Ossip Zadkine. In 1908 ging hij beeldhouwlessen volgen op de Rijksacademie van Beeldende Kunsten aan de Stadhouderskade in De Pijp.

Publieke Werken
Zijn eerste grote opdracht om een beeld te ontwerpen kreeg hij van architect Piet Kramer. Het zou het begin zijn van een intensieve samenwerking met Kramer. Ook zijn tweede opdracht, het Scheepvaarthuis aan de Prins Hendrikkade, dankte Krop aan deze architect. In 1916 werd Krop aangenomen als stadsbeeldhouwer bij de dienst Publieke Werken van Amsterdam.

Krop werkte daar parttime waardoor hij genoeg tijd had voor ander werk, zoals voor meubels en keramiek. Als kunstenaar had Krop internationaal aanzien en hij exposeerde dan ook in het buitenland. Hij werd zelfs in 1921 gevraagd om professor beeldhouwkunst te worden aan het beroemde Bauhaus in Weimar, maar daar bedankte hij voor. In 1925 verzorgde hij het beeldhouwwerk op het Nederlands paviljoen voor de wereldtentoonstelling in Parijs. In de Tweede Wereldoorlog kwam er tijdelijk een eind aan zijn werk voor de gemeente omdat hij weigerde zich aan te sluiten bij de door de Duitsers opgezette ‘Kultuurkamer’. Een van zijn laatste grote werken was het indrukwekkende beeld van architect Berlage op het Victorieplein in Amsterdam-Zuid.

Op 20 augustus 1970 overleed hij in zijn atelier op de Plantage Muidergracht in Amsterdam.

De Edelsteen en het Berlagelyceum
Hildo Krop stond voor gemeenschapskunst, waar de gewone man en vrouw van kon genieten. Voor twee scholen in De Pijp, de Edelsteen op het Smaragdplein en het Berlagelyceum aan de P.L. Takstraat verzorgde hij al het beeldhouwwerk. Kijk daar vooral omhoog!

Bij de Edelsteen ging het om ramskoppen en bij het Berlagelyceum om kleine tegels en houtsnijwerk bij de ingang tot grote beelden aan de kade: De Menselijke Energie en de Geboorte van de Daad die het leren in beide schoolgebouwen symboliseerden.

Bruggen Noorder Amstelkanaal
De mooiste brug van Amsterdam is misschien wel de P.L. Kramerbrug over het Noorder Amstelkanaal aan de Amsteldijk. Hiervoor hakte Hildo Krop beelden van walrussen en ridders die de Amstel bewaken. Voor een andere brug aan het eind van de Tweede van der Helststraat maakte Krop weer merkwaardig uitstekende faunkoppen. De beelden aan de brug over de Boeren Wetering aan het eind van de Van Hilligaertstraat zijn weer heel anders.

Het ene beeld is een mannenfiguur omringd door meerdere gezichten. Het andere toont een man en een vrouw met kinderen. Volgens de ‘Amsterdamsche Gids’ van augustus 1931 had Hildo Krop zich bij deze brug door dichters en musici laten inspireren, waaronder het gedicht ‘De kunstenaar die de mens de weg naar de hemel wijst’ van de Nederlandse socialistische dichter Abraham van Collem (1858-1933). Hildo Krop zou dat echter nooit letterlijk zo bedoelen.

KUNSTENARES FRÉ COHEN WOONDE IN DE PIJP

Datum: 13 december 2021 / Editie: December 2021 / Auteur(s): Ton Heijdra

Een van de belangrijkste kunstenaressen van Nederland, Fré Cohen, woonde in De Pijp. Met haar werk en idealen vertegenwoordigt zij het vooroorlogse Amsterdam, waar de Joodse bevolkingsgroep meehielp de stad op te bouwen, vrouwen zich emancipeerden en de arbeidersklasse streed voor een beter bestaan.

Fré Cohen werd op 11 augustus 1903 geboren in Amsterdam-Oost, in een Joods diamantbewerkersgezin. Met een onderbreking van 5 jaar in Antwerpen heeft zij hier tot 1933 gewoond. Toen verhuisde ze naar een atelier op Karel du Jardinstraat 11, twee hoog. Haar familie verhuisde toen ook naar De Pijp, of beter gezegd Plan Zuid. Haar ouders kwamen in de Saffierstraat te wonen en haar broer in het Dageraadcomplex. De familie woonde toen op enkele honderden meters van elkaar af, midden tussen de bebouwing van de Amsterdamse School.

Zelfbewuste feministe
Fré Cohen was sterk door de vormen en ideeën van de Amsterdamse School beïnvloed. De Amsterdamse School was toen een nieuwe kunststroming. Op de Grafische School en het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs werd zij hierin onderwezen.

Fré Cohen deelde de slogan ‘niets is mooi genoeg voor de arbeider, die al zo lang zonder schoonheid heeft moeten leven.’ Zij was zeer sociaal bewogen. Veel van haar grafisch werk verrichte zij voor aan de arbeidersbeweging gelieerde organisaties. Zij maakte jarenlang boekomslagen voor de Arbeiders Jeugd Centrale (AJC) en kwam in dienst bij een socialistische uitgeverij: De NV Ontwikkeling, de latere Arbeiderspers.

Fré Cohen was een zelfbewuste vrouw, een feministe. Ze kreeg veel opdrachten voor publicaties van vrouwen of vrouwenorganisaties. Dit konden omslagen van dichtbundels of romans zijn, maar ook van tijdschriften. In 1929 kwam ze in dienst bij de Amsterdamse stadsdrukkerij en werd toen verantwoordelijk voor de grafische vormgeving van het drukwerk van de gemeente Amsterdam. Zo ontwierp zij het gemeentelijk giroboekje en maakte ze nieuwe stadswapens voor publicaties. Vanwege bezuinigingen werd haar dienstverband in 1932 beëindigd.

Als freelancer kreeg ze echter nog regelmatig opdrachten van gemeentelijke diensten, onder andere voor publicaties en exposities over Schiphol en de Amsterdamse haven.

Joodse vluchtelingen
De Joodse afkomst van Fré Cohen speelde aanvankelijk geen grote rol in haar werk. In haar familie werden Joodse tradities nog wel in ere gehouden, maar het geloof stond op een laag pitje. Hierin kwam verandering door de gebeurtenissen in Duitsland waar Hitler in 1933 de macht overnam. Het leidde tot een grote stroom van Joodse vluchtelingen naar Amsterdam. Fré Cohen ging zich voor deze
vluchtelingen inzetten. Zij maakte onder andere ontwerpen voor een Noodfonds om Joodse vluchtelingen financieel bij te staan en in opdracht van enkele uitgeverijen, zoals Querido, maakte ze omslagen voor boeken van gevluchte Duitse schrijvers, de zogenaamde Exil-literatuur.

In de jaren dertig was Fré Cohen al een beroemde naam. In Engeland werd zij zelfs gevraagd om een serie lezingen te houden over de ‘Modern Layout in Holland’. Ze was een zeer veelzijdig kunstenares. Niet alleen door haar grafische werk, maar ook door haar vrije werk.

Een geliefde bezigheid van haar was het ontwerpen van ex librissen waarbij ze vaak gebruik maakte van de houtsnede. Hierin was ze zeer succesvol. In 1932 won ze een eervolle vermelding op de jaarlijkse tentoonstelling van The Bookplate Association International in Los Angeles voor haar ex libris van de toneelspeelster Marie Hamel.

Duitse inval
De Duitse inval op 10 mei 1940 veranderde veel. Zij kon niet meer onder haar eigen naam werken en moest zich bedienen van een schuilnaam: Freco. Van de gemeente Amsterdam kreeg ze geen opdrachten meer. Op verzoek van de kunstenaar Jaap Kaas werd ze nog een tijdje lerares op de Joodse Kunstnijverheidsschool W.A. van Leer boven de Hollandse Schouwburg. Hier moest ze weer vertrekken, omdat ze op een lijst stond om gedeporteerd te worden. Enkele familieleden, waaronder haar vader, waren al opgepakt en op transport naar Duitsland gezet. Fré Cohen zou op verschillende adressen onderduiken maar uiteindelijk verraden worden. Op 10 juni 1943 werd ze op haar schuiladres in de gemeente Borne gearresteerd. Omdat ze door haar kontakten met Joodse vluchtelingen zeer goed besefte wat haar te wachten stond, besloot ze gifpillen in te nemen die ze altijd al voor dat moment bij zich droeg. Twee dagen later stierf ze in een ziekenhuis in Hengelo en werd ze begraven op de Joodse begraafplaats aldaar. Haar zus en haar schoonzus die de oorlog overleefden zouden ervoor zorgen dat er een grafsteen op haar graf kwam. Hierop werden tevens haar vader en haar broer herdacht die in de concentratiekampen waren omgekomen.

Tegenwoordig staat Fré Cohen weer volop in de aandacht. Museum Het Schip organiseert een grote expositie over haar leven en werk. *)


*) Bij Museum Het Schip is een publicatie verschenen met de titel “Grafisch kunstenares Fré Cohen, vorm en idealen van de Amsterdamse School.” ISBN 9789082921144