Ambachten in gevecht met hoge huren

Datum: 19 augustus 2019 / Editie: Augustus 2019 / Auteur(s): Peter Schuite

Het doek is definitief gevallen voor winkel annex werkplaats Stadshout aan de Tweede Jan van der Heijdenstraat. De absurde huurverhoging van 350 procent (van 800 naar bijna 3000 euro) is onmogelijk op te brengen. “We gaan dit gevecht verder niet aan,’ zegt eigenaar Crisow von Schulz. Hij en zijn partner Marijke Hogers zoeken naar een nieuwe winkelruimte. Het bedrijf blijft hoe dan ook bestaan, want er is ook nog de zagerij in het Amstelpark en het houtdepot bij Ouderkerk. ‘Maar zonder winkel in de stad gaat het niet,” zegt Crisow resoluut.

In de buurt dreunt de klap nog na. Een buurvrouw verzucht: “Wéér een ambachtelijke werkplaats de nek omgedraaid door het grote geld. Stadshout is een geliefde zaak in onze buurt. Ze maken prachtige dingen, zijn echte ambachtslieden en spelen ook een sociale rol in de straat. Dat hoort bij De Pijp. Maar dan komt er zo’n vastgoedjongen en die maakt het onmogelijk. Doodzonde!”

Het unieke van Stadshout is dat ze meubels en andere spullen maken van hout van Amsterdamse straat- en parkbomen, die anders in de versnipperaar zouden komen. De winkel staat vol met de prachtigste meubelstukken uit schitterend hout, maar ook met ruwe planken – steeds met de originele herkomst erbij geschreven.

Protest
De huur loopt nog door tot februari, dus zolang zitten Crisow en Marijke er nog, maar het zal een halfjaar van afscheidnemen worden. Aanvankelijk was er nog hoop dat het tij gekeerd kon worden. Er was protest, begin juli, toen het nieuws bekend werd. Een lawaaibijeenkomst die leek op een straatfeest, met live muziek, felle toespraken en dansende buurtbewoners. De twee eigenaars waren zichtbaar ontroerd. De media besteedden er veel aandacht aan. Maar al snel was duidelijk: er viel weinig aan de situatie te redden.

Niet Hip
Marijke begrijpt nog steeds niet wat er gebeurd is, zegt ze. “Of, nou ja, de feiten zijn wel duidelijk. Het pand heeft een nieuwe eigenaar en die heeft ons een brief gestuurd. We geloofden het eerst niet, maar het stond er echt. Die bijna 3000 euro is een ‘marktconforme’ huur prijs. De Pijp wordt steeds populairder, is de redenatie, en dus ook de huren. Maar wij zijn natuurlijk helemaal geen zaak die het moet hebben van toeristen of yuppies. We zijn geen hippe winkel. We zitten niet eens in een  winkelstraat, maar gewoon midden in een woonbuurt. Het slaat nergens op.”

Bestemmingsplan
De gemeente staat ondertussen vrijwel machteloos tegen de nukken van de vastgoedcowboys. De verhuurder staat formeel in zijn recht: huurbescherming zoals die bestaat voor woningen, is er niet voor ondernemingen. Hogers: “Het gekke is, er is wél een bestemmingsplan. Hier móet opnieuw een ambachtelijk bedrijf komen. Maar wat voor ambacht kan zo’n huurprijs opbrengen? Weer een toeristisch kaaswinkeltje? Op deze plek, waar haast geen toerist langskomt? Steunbetuigingen vanuit partijen als de SP en de PvdA waren er genoeg, maar zonder resultaat.”

Onstuimig
De Pijp is, als walhalla van kleine nerinkjes en bijzondere niche-zaken, wel gewend aan het komen en gaan van bedrijvigheid. Maar waar huurders van corporaties nog enigszins beschermd zijn, is de vrije huurmarkt de laatste tijd wel erg onstuimig. De wijk gaat volgens sommigen het stadscentrum achterna, waar bijna geen normale winkel meer kan bestaan omdat alleen agressief opgeschroefde omzetten tegen de kosten opgewassen zijn. Het gemeentebestuur kan nog zo nobel zijn in haar beleidsvoornemens, de markt is de markt. Gelukkig hebben de woningstichtingen nog veel winkelpanden in handen. De uitbater van de Emaillekeizer aan de Sweelinckstraat zegt bijna verontschuldigend: “Tja, wij zitten bij een coöperatie. Dan weet je wat je krijgt, een paar procent huurverhoging. Met 350 procent meer huur waren we natuurlijk meteen weg.” Toch kunnen ook corporatiehuurders voor problemen komen: een verplichte renovatie, nieuwe geluidsnormen: er zijn al heel wat bedrijven verdwenen om dergelijke redenen.

Controle
Irini Schrijer is kleermaker en bestuurslid van Made in De Pijp, de belangenvereniging voor ambachtslieden waarvan Stadshout ook lid is. “Als belangenclub zitten we er natuurlijk bovenop, al is het voor Stadshout te laat,” zegt Irini. “Ze hebben al getekend voor vertrek en gaan op zoek naar iets anders. Maar ondertussen komen wij steeds meer te weten over de regels, over wat er precies in het bestemmingsplan staat, over wat de gemeente kan doen, hoe je met de hulp van advocaten voor jezelf kan opkomen. Feit blijft dat veel van onze bedrijfjes in oude panden zitten, die vroeg of laat een keer gerenoveerd moeten worden, en daarna een veel hogere huur moeten opbrengen. De gemeente en het stadsdeel zien echt wel in dat de ambachten behouden moeten blijven, ze worstelen zelf ook met de vrije marktwerking. Wel zouden ze zelf veel beter moeten controleren of vastgoedhandelaars zich aan de afspraken in de bestemmingsplannen houden. Want als wij niet aan de bel hadden getrokken, zou de eigenaar van het Stadshout-pand er zomaar een huurder van eigen keuze in hebben kunnen zetten. Daar hebben we dus een stokje voor gestoken. Hij moet op zoek naar een ambachtelijk bedrijf dat die huur kan ophoesten. Gaat lastig worden!”

Wakker worden
Crisow von Schulz zegt vanuit zijn kantoortje op de zagerij: “Wij mogen dan weggaan uit de Van der Heijdenstraat, maar we blijven actievoeren. Het moet natuurlijk helemaal anders, de politiek moet wakker worden. Ze zijn echt niet van ons af.”

De Pijp als symfonie

Datum: 18 juni 2019 / Editie: Juni 2019 / Auteur(s): Peter Schuite

Hoe klinkt de Pijp? Interessante vraag. De Pijp is weliswaar geen orkest, maar lawaai is er genoeg. Soms klinkt die herrie zelfs aangenamer, ja, muzikaler dan je zou verwachten. Geïnspireerd door het Urban Sound Lab, dat bezig is om de geluiden van Amsterdam Zuid in kaart te brengen (zie onderaan dit artikel), gaat De Pijp Krant de wijk in om met frisse oren naar ‘stadsmuziek’ te zoeken.

Nou ja, frisse oren. Onze verslaggever draagt twee gehoortoestellen. Maar geen enkel oor, hoe gezond ook, hoort hetzelfde. Nieuwe batterijen dus en de knop op tien. We beginnen op de Van Wou, befaamd om z’n reuring. Inderdaad: getoeter, een scheldpartij vanuit een bouwkeet, drie meisjes met de slappe lach, een groenteman die een kist aubergines laat vallen (knal!; gevloek; hoongelach van collega’s), een stevig optrekkende, oude Volvo-diesel (mag dat nog wel?) en – hee! – échte muziek uit een studentenkamer, een soort dubstep, die een fraai bedje vormt voor de rest van de geluiden. Prima concert dus, als je van experimenteel houdt. Wel wat hard en schril allemaal en daarom snel via de Lutmastraat naar het Coöperatiehof.

Na het allegro verwachten we hier een zacht middendeel, maar dit adagio (langzaam tempo), dat inderdaad wordt ingeleid met vogelzang en geruis van bladeren in de wind, verandert al snel in een scherzo con brio (gloedvolle speelse muziekvorm, met gloed): er is een verbouwing gaande. Potige kerels hijsen met veel omhaal van woorden stalen steigeronderdelen omhoog; twee anderen zetten een enorme steenboor in een muur. Boven ons waait laag een Boeing over. Een nette dame ratelt haar fiets op slot, twee jongens schoppen een lekke bal tegen een muur, en nog eens, en nog eens. Vanaf zijn gevelbankje
meldt een oudere bewoner: ‘ja, ‘t is fijn wonen hier, die rust vind je eigenlijk nergens meer in de stad’. Hij zegt het zonder ironie, hij hoort de overbekende geluiden van zijn hofje allang niet meer.

Voor de finale lopen we via het Sarphatipark (krijsende parkieten, huilende kinderen, gepingpong, hondengevecht, Beyoncé uit een telefoon, een angstige gil uit de struiken*) en de Eerste van der Helst naar het Gerard Doupleintje. Daar blijkt dat de mens ook zónder zwaar verkeer tot grote symfonische hoogten kan stijgen. Met het marktrumoer in de rug knallen hier brommers over de stoep, lallen de terrassen, baggert een gemeentewagen een riool leeg, vechten twee reigers om een broodje halfom en staat een aggregaat op de hoogste stand te brullen, met een snoer dat verdwijnt in het kelderluik van een kroeg. We blijven even staan, met de ogen dicht. Is dit mooi? Ach, wat is mooi? Er zit zeker muziek in. Ketelmuziek weliswaar, maar knetterend van levendigheid en gegarandeerd onvindbaar op Spotify. Allegro molto fortissimo (zeer luid en levendig!)

*Gecheckt; geen slachtoffers.


Meer weten over geluid in De Pijp?
Houd dan de activiteiten van het Urban Sound Lab in de gaten. Een clubje geluids-enthousiastelingen dat zich momenteel richt op Amsterdam Zuid. Op de site vind je info over geluidswandelingen, allerlei leuke bijeenkomsten en meer: urbansoundlab.nl

Fonkelnieuw theater CC Amstel ambitieus van start

Datum: 1 oktober 2018 / Editie: October 2018 / Auteur(s): Peter Schuite

Het Ostadetheater bestaat niet meer, leve CC Amstel! Zo kun je de stemming in het nieuwe theater aan de Amstel wel omschrijven. Mocht er al een traantje zijn weggepinkt zijn bij het verlaten van het oude onderkomen aan de Ostadestraat, bij de aanvang van het theaterseizoen is daar helemaal geen tijd meer voor Terwijl het gloednieuwe gebouw nog volop afgewerkt wordt, staat het eerste gezelschap al in de startblokken.

“We zijn hier heel gelukkig”, zegt Cultureel-Clubhuisdirecteur Mark Walraven. “Het is een enorme stap; een nieuw begin op elk denkbaar terrein, in een gebouw met veel en veel meer mogelijkheden dan we ooit hadden.” Hij wijst op het ruime laaddok, waar grote decorwagens naar binnen kunnen rijden: “Dat laden en lossen moest eerst altijd midden op straat, en dan meteen de zaal in, want meer ruimte was er niet.”

Imponerend grid
Was het oude theater voor mensen van buiten de Pijp soms lastig te vinden – die Van Ostadestraat is ook zó lang! – ook de nieuwe zaal lijkt nogal ingeklemd te liggen tussen de buren. Maar dat bezwaar wuift Mark Walraven weg: “Als straks alles is afgebouwd en de hekken en bouwketen zijn weg, zie je onze ingang juist van alle kanten. Het is een intiem pleintje, maar niemand hoeft ernaar te zoeken.”

We gaan naar binnen. Via een lange gang vol techniek staan we opeens op de fonkelnieuwe vlakke vloer, het heiligste der heiligen. Als na een minuutje de lichtschakelaar gevonden is, zien we de 154 stoelen, steil op het speelvlak, en boven ons het imponerende grid voor licht en geluid. Het is een zaal van een uitgekiend middenformaat waarvan er in Amsterdam niet zoveel bestaan.

Marketeer Rinske Verdult, wier taak het is deze zaal avond na avond te vullen met publiek, wijst vol trots op al het moois: “Kijk hoe hoog het is, hoe breed de vloer. Er kunnen echt heel grote producties in. De makers die hier komen kijken, zijn allemaal enorm enthousiast. Voor onze vaste bespelers is het ook spannend, die worden nu uitgedaagd om met ons mee te groeien.” Omhoog wijzend vult Mark aan: “We hebben een nieuwe technicus aangenomen die dit ook echt kan bespelen, we willen er uithalen wat er in zit.”

Paradiso-achtig balkon
Er is natuurlijk lang en breed over deze nieuwe cultuurplek nagedacht, door talloos veel partijen. CC Amstel is niet de enige gebruiker van het pand, de OBA maakt ook de sprong, vanuit Cinetol aan de overkant van de Tolstraat. Mark: “Dat betekent nogal wat, want we gaan elkaar niet alleen aanvullen in onze programmering, maar zo’n bibliotheek is elke dag open. Voorheen zagen we ons publiek alleen tijdens de voorstelling, nu wordt het hier veel laagdrempeliger en drukker, ook door onze gezamenlijke café-restaurant. Het wordt een plek waarvan we hopen dat heel veel men sen, uit de buurt en van verder weg, er in en uit gaan lopen.”

De nieuwe OBA-leeszaal – een indruk wekkende doosvormige ruimte met een Paradiso-achtig balkon rondom – zit pal naast de theaterzaal; bezoekers krijgen als het ware de ene functie van het gebouw mee met de andere. Er zit beneden ook nog een studio”, vertelt Rinske Verdult. “Die wordt in de eerste plaats gebruikt door gezelschap pen om te repeteren, maar kan ook als kleine zaal dienstdoen. Dus we kunnen echt alle kanten op, met de theaterruim tes, de bibliotheek en het café.”

Niet eens een fatsoenlijke sprong
CC Amstel biedt dit seizoen een brede programmering, met een paar duidelijke speerpunten, zoals jeugdtheater en dans. Mark: “We werkten al samen met scholen in De Pijp, maar dat gaan we nu veel breder aanpakken. We hebben goede contacten met bijvoorbeeld de Derde Dalton en de Oscar Carré, maar we gaan ook in de Rivierenbuurt rondkijken. Voorstellingen speciaal voor scholen, lespakketten, uitvoeringen van Groep Acht-musicals, het wordt allemaal veel intenser dan wat we al deden.” Rinske: “En wat dans betreft, daar vráágt deze zaal gewoon om. In het Ostadetheater kon je niet eens een fatsoenlijke sprong maken, dan zat je met je hoofd al tegen de lampen. Maar híer!”

Waar kunnen we naar uitzien? Mark Walraven: “Op 5 oktober hebben we de première van ‘Black Angels’ van het Ragazze Quartet, met beeld van het Videocollectief 33 1/3 en zangers van het Nederlands Kamerkoor. Dat wordt echt heel spannend.” Ook kijkt het theater uit naar een muziektheatervoorstelling als ‘Ziel’, van het Amsterdams Andalusisch Orkest, vertelt Mark. “Een grote voorstelling met veel dans en beweging. Dat heeft zo enorm veel ruimte nodig, dat kon dus niet in het Ostadetheater.”

Cultureel evenwicht
Weer buiten, lopen we nog even een rondje. Nieuwbouw in een oude wijk levert links en rechts altijd wel gefronste wenkbrauwen op en het resultaat kan nooit naar ieders smaak zijn. Maar zelfs de meest kritische geesten zullen moeten toegeven dat deze vernieuwde hoek van De Pijp vooralsnog geslaagd lijkt. De mix van oud (het voormalige Stadsarchief, de Asscherfabriek, Cinetol) en nieuw (onder meer het theater en de woningen rond het Dora Tamanaplein) werkt uitstekend. De komende weken en maanden zal er flink ‘de loop’ in moeten komen, zodat het ook op straat en tussen de gebouwen veel meer gaat leven. Dan biedt deze hoek van de wijk een mooi cultureel evenwicht voor de reuring van de Oude Pijp.

Ondertussen is het stil in de Van Ostadestraat. De verhuizing zat er al lang aan te komen, maar omwonenden en voorbijgangers reageren toch nog verrast. “Zijn ze al weg?”, vraagt buurtbewoner Bertus. “Jammer hoor. Het gaf toch altijd wat beweging in de straat. Zelf ben ik er maar een of twee keer binnen geweest, moet ik toegeven, maar het was toch een bekende plek in de buurt.” Marijke, die net haar kind van de tegenoverliggende school heeft gehaald, was net van plan te kijken welk jeugdtheater er zoal speelt dit seizoen. “Dan moet ik dus wat verder fietsen. Nou ja, ze blijven in de Pijp, dat is het belangrijkste. We gaan een paar keer per jaar, en dat zal wel zo blijven.”

Wijkcentrum in een lastige periode

Datum: 1 oktober 2018 / Editie: October 2018 / Auteur(s): Peter Schuite

Het zijn spannende tijden voor Wijkcentrum De Pijp. Vanwege funderingsproblemen van het oude onderkomen aan de Gerard Doustraat moest er een nieuwe plek worden gevonden. Daarnaast bleek ook een ander fundament, de financiering van het centrum, op z’n zachts gezegd nogal fragiel te zijn. Het voortbestaan staat op het spel.

Gelukkig is voor een van de twee problemen een oplossing gevonden. De nieuwe werkplek in het Huis van de Wijk aan de Tweede van der Helststraat 66 is inmiddels betrokken. Gesprekken met het stadsdeel over financiering lopen nog. De verschillende initiatieven van het Wijkcentrum gaan gewoon door. De vele activiteiten van het Natuur- en Milieuteam (zie pagina 7); begeleiding van projecten door en voor bewoners en ondernemers zoals de Schone Pijp, G250Werkt! en Samen Wonen – Zelf Organiseren; al het vrijwilligerswerk rond het Groen Gemaal. Het Wijkcentrum is een belangrijke spin in het web van betrokkenheid en participatie in de wijk.

Zichtbaarder
Een en ander geeft wel aanleiding tot een paar vragen. Heel simpele als: wat doet het Wijkcentrum ook alweer, en heeft het eigenlijk nog wel bestaansrecht? En ook: wat is het verschil tussen het Wijkcentrum en het Huis van de Wijk, dat gerund wordt door welzijnsorganisatie Combiwel? En is de verhuizing niet een goed moment om weer wat zichtbaarder te worden in De Pijp?

Coördinator Germaine Princen zit nog tussen de dozen en vertelt: “Het is inderdaad een moeilijk jaar. De verhuizing en vooral ook dat financiële gat.” Germaine legt graag uit wat de kerntaak van het Wijkcentrum is: “Wij adviseren en ondersteunen bewoners en ondernemers die zich inzetten voor een beter samenleven in hun straat, buurt of wijk. Dat kan verschillende vormen aannemen; je buurtgenoten opvoeden als het over afval gaat, een lobby beginnen over bepaald gemeentelijk beleid of ‘gewoon’ je oude buurvrouw helpen met haar geveltuintje. We signaleren zelf ook en onderzoeken of ontwikkelingen in de wijk actie of participatie nodig hebben. We leren daarover van het bezoek aan ons algemeen spreekuur en door het bevragen van ons netwerk in De Pijp. We werken al een halve eeuw aan de leefbaarheid in De Pijp, aan het samenbrengen van mensen. Wij zijn er voor iedereen. Dat is een andere insteek dan bijvoorbeeld die van Combiwel, onze nieuwe buren in het Huis van de Wijk. Zij richten zich met name op de problemen en begeleiding van kwetsbare groepen. We kennen elkaar trouwens goed, en dat we nu samenhokken is wat mij betreft alleen maar aanleiding om nog beter samen te werken in De Pijp.”

Ambtelijke molens
Meer participatie dan welzijn dus – en daar wringt een schoen. Bestuurslid Tjerk Dalhuisen, die de gesprekken voert met de gemeente om het Wijkcentrum weer helemaal op het goede spoor te krijgen: “We krijgen ons geld voor een belangrijk deel uit uit het potje Welzijn. Daar zijn we niet blij mee. De gemeente heeft geld beschikbaar voor Participatie, dat is echt een speerpunt van het nieuwe, progressieve college. Dat budget past precies bij de activiteiten van het Wijkcentrum. Dat is logisch, helder, en we kunnen dan veel beter uitleggen wie we zijn en wat we doen. Ik denk trouwens dat de gemeente van goede wil is hoor, maar ambtelijke molens draaien langzaam. Daar kun je ook slachtoffer van worden, hoe goed de bedoelingen verder ook zijn.”

Op de vraag of hij nog eens kan uitleggen wát het Wijkcentrum betekent voor De Pijp, komt hij met een opmerkelijke kijktip. Op YouTube staat de film ‘Namens de Kinderen Van de Wijk’, een documentaire uit 1972 over de pogingen van een stel ontroerend brutale buurtkinderen om een speelstraat te realiseren in de Oude Pijp. Tjerk: “In die film zie je dat onze wijk 45 jaar geleden écht op instorten stond. Het was een smerig, arm en verpauperd stuk van Amsterdam. Er viel haast niet fatsoenlijk te wonen. Wat er in de tussentijd is veranderd, en ik zeg niet dat we geen problemen meer hebben, komt door de inzet van bewoners, vrijwel altijd ondersteund door het Wijkcentrum. Met weinig middelen hebben we enorm veel successen geboekt.”

G250: meedenken over de openbare ruimte van De Pijp

Datum: 1 mei 2018 / Editie: May 2018 / Auteur(s): Peter Schuite

Wijkbewoners, ondernemers, politici en ambtenaren steken op 17 mei hun koppen weer bij elkaar op een G250-bijeenkomst. Thema is ‘Openbare Ruimte’, wat in De Pijp garant staat voor veel ideeën en discussie. We spreken met drie initiatiefnemers, Harry Kappelhof, Cok Oostveen en Peter van Maaren. Onze eerste vraag: de G250, wat is dat ook alweer precies?

“Het oeridee komt van de Belgische schrijver David van Reijbroeck”, legt Harry Kappelhof uit. “Die vond dat burgers moesten kunnen meepraten over politiek, over beslissingen die gaan over hun eigen leven. In De Pijp hebben we dat overgenomen, omdat we vinden dat we de ontwikkelingen van onze wijk niet alléén aan politici en ambenaren moeten overlaten.”
Cok Oostveen: “Sinds een paar jaar komen we met met bewoners, winkeliers en de lokale overheid regelmatig bij elkaar om over grote thema’s te praten. En natuurlijk om oplossingen te verzinnen en zaken in gang te zetten. Je moet tot resultaten komen. Het mooie van dit initiatief is dat de lijntjes kort zijn. Alle partijen zitten aan tafel. De ambtenaar, de winkelier, de bewoner. Je kunt dus in één keer een hoop goede ideeën uitwisselen.”
Peter van Maaren: “Niet dat er altijd meteen iets mee gedaan wordt. Het blijven wel ambtenaren. Die komen zelf bijna nooit met een goed plan. Maar dat geeft niet, ieder z’n rol. Wij, actieve bewoners, komen met frisse ideeën, en zij kunnen meteen aangeven of ze wel haalbaar zijn. We hebben elkaar nodig.”
Cok: “Ook belangrijk: als er veel mensen meedoen, is er ook veel draagvlak. Dat betekent dat een goed plan ook veel meer kans heeft om goed uit te pakken.”

Vijf ‘tafels’
Op 17 mei is er dus weer een grote bijeenkomst over de openbare ruimte. Peter: “Dat raakt natuurlijk aan heel veel onderwerpen. Bovendien: verschillende buurten in De Pijp kampen met verschillende problemen. De Diamantbuurt, waar ik woon en actief ben, steekt totaal anders in elkaar dan de Frans Halsbuurt. Op de ene plek struikel je over straatvuil, verderop zijn er te weinig fietsparkeerplekken, en weer ergens anders willen bewoners meer groene oplaadpunten voor electrische auto’s. We hebben daarom vier of vijf ’tafels’, om zo de discussies een beetje te focussen.”
Harry: “De ervaring leert inmiddels dat de G250 een effectieve ’tool’ is, een mooie en praktische vorm van democratisering. Niet de enige vorm, maar een goede aanvulling op de besluitvorming in De Pijp.”
Peter: “De buurttop is geen doel op zichzelf. Het gaat om initiatieven die levensvatbaar zijn, en na verloop van tijd op eigen benen kunnen staan. Zoals De Schone Pijp, een groep die ook uit de G250 voortkomt en nu zelfstandig opereert.”

Het heeft nogal wat voeten in aarde gehad om de komende G250 te organiseren. Eerst was er uitstel, wegens het overlijden van Eberhart van der Laan. Maar ook de subsidie loopt sinds kort heel anders; veel meer ligt in de handen van de burgers zelf. Harry: “Het is de tijd van de burgerparticipatie. Dat is lastig, want wij zijn natuurlijk helemaal niet gewend om zelf voor de geldstroom rond zo’n initiatief te zorgen.” Peter: “Maar het is ook wel goed. Het maakt ons verantwoordelijk voor wat we doen.” Cok: “Het Wijkcentrum helpt ons, maar we zijn er wel extreem druk mee.”

Gelukkig hoeven de drie heren niet zelf voor de te bespreken onderwerpen te zorgen. Dat doen de deelnemers aan de G250: de bewoners van De Pijp. Wie ideeën heeft voor zijn buurt of voor de hele Pijp, of gewoon wil meedenken en –praten, neemt een kijkje op de site: http://g250buurttopdepijp.nl/. Aanmelden via https://hallodepijp.nl

Amsterdam onder de grond, 26 meter diep

Datum: 1 februari 2018 / Editie: February 2018 / Auteur(s): Peter Schuite

Nog steeds is Amsterdam Noord mijlenver verwijderd van De Pijp, maar dat verandert deze zomer als de Metro gaat rijden. Dan ontmoeten verre werelden elkaar. De verwachtingen zijn hooggespannen, maar voorlopig heerst de stilte voor de storm.

Zowel boven als onder het maaiveld is het rustig in de Ferdinand Bolstraat. Natuurlijk, er is markt. Bestelbusjes parkeren op onmogelijke plekken. Nooit opdrogende stromen fietsers en voetgangers vinden hun weg naar huis, werk, school en supermarkt. Om van de toeristen maar te zwijgen. Toch voelt alles kalm, sinds de hekken en machines verdwenen zijn en de Metro nog niet rijdt. Het is alsof De Pijp hier de adem even inhoudt.

De Ferdinand Bolstraat zelf is inmiddels feestelijk geopend, al gingen de meeste Pijpbewoners daar op 21 januari schouderophalend aan voorbij – we houden misschien niet zo van die opgelegde vrolijkheid. Op het Marie Heinekenplein stonden twee opgeverfde figuren, voorstellende Govaert Flinck en Ferdinand Bol, een melige quiz te doen voor drie of vier natgeregende buurtkinderen. De poppenkast op het Picopleintje trok wat meer bekijks, maar die werd dan ook bemand door meester-poppenspeler Egon Adel (van de Dam). Het feest had natuurlijk meteen na de oplevering in oktober moeten plaatsvinden, maar toen overleed de burgemeester en stond niemands hoofd naar zoveel joligheid.

De straat ligt er prachtig bij, daar is iedereen het wel over eens. De rode stenen, het milde verkeer (het contrast met de Van Woustraat is duizelingwekkend) en vooral de afwezigheid van hekken en lawaaimachines maken het gebied tot een heuse flaneerboulevard. Veel nieuwe tentjes natuurlijk, vooral op de hoeken. De twee grote entreegebouwen, bij de markt en op de hoek van de Ceintuurbaan, vloeken helaas luidkeels met de oude bebouwing eromheen. Opvallend veel ‘oude’ winkels hebben de eindeloze bouwperiode overleefd. De loop is er op de Bol nooit helemaal uit geweest.

Zesentwintig meter lager blinkt inmiddels het zo goed als klare metrostation De Pijp, dat op diezelfde dag in januari voor het laatst bezocht kon worden, voordat het deze zomer echt open gaat. ‘Indrukwekkend’, ‘Wauwie’ en ‘Allemachtig wat een lange roltrap’, waren de meest gehoorde kreten. Maar ook ‘Grijs’, ‘Saai’ en ‘Wat weinig bankjes’, want er moest wel wat te klagen overblijven. Wie ook stations als Rokin en Centraal Station bezocht, kon inderdaad vaststellen dat we er in De Pijp een beetje bekaaid afkomen. Maar dat heeft alles te maken met de omstandigheden in de bodem, daar beneden. De twee metrobuizen liggen door de palen onder de huizen immers onder elkaar in plaats van naast elkaar en dus is er nergens ruimte voor een beetje armslag in de breedte. Wat meer kleur, ach ja – dat moet dan maar komen van de reizigers.

De ware inzegening van Metrostation De Pijp vond die dag overigens op een onbewaakt ogenblik plaats. Op het perron richting Zuid stond een zanggroepje van muzikale GVB’ers de bezoekers te vermaken met wat Amsterdamse leut, toen zich uit de omstanders een jongetje losmaakte. Of ze ook ‘Verdomd Alleen’ uit Ciske de Rat konden spelen? En hij begon te zingen. Het was Silver Metz, het kindsterretje dat Danny de Munck deed vergeten in de musical, afgelopen jaar. Met een stem die door de tunnelbuizen tot in Noord gehoord moet zijn, maakte hij van de ooit zo gehate Metro definitief Amsterdams grondgebied.

Het GVB zoekt nog naar testreizigers. Rit over het hele tracé maken? Kijk op www.gvb.nl en schrijf je in.

Plastic, bostel en nieuw elan: de lenteplannen van het Groen Gemaal

Datum: 1 februari 2018 / Editie: February 2018 / Auteur(s): Peter Schuite

Veel mensen in de Pijp voelen hem al aankomen: het voorjaar. Bloemen overal, voorzichtige kopjes thee op een windluw buitenbankje en kinderen die hun jas uitgooien tijdens het spelen in de zon. Waar dit allemaal samenkomt is natuurlijk het Sarphatipark, en dan vooral in de noordwesthoek, bij de speeltuin en het Groen Gemaal. Daar is de lente al láng begonnen. Met bloemen en planten, maar vooral met plannen. Toverwoorden: plastic en bostel.

‘Dit is zo’n inspirerende plek!’, zegt Anna-Maria Fernandes meerdere keren. We zitten in het prachtig verbouwde Groen Gemaal (GG), dat van binnen veel ruimer oogt dan je van buiten voor mogelijk houdt. Anna-Maria is sinds een jaar vrijwilligster bij het GG en heeft in die korte tijd een enorme boost gegeven aan het team. Coördinator Henk Vrolijk: ‘Ze is een eindeloze bron van ideeën. Zoals wel meer mensen die van ver naar onze wijk komen.’

Een mooi voorbeeld van Anna-Maria’s aanpak is de samenwerking met Van Plestik, een innovatief bedrijf uit Noord dat afval recyclet tot meubilair. AnnaMaria: ‘We zijn bezig scholen in de Pijp te betrekken bij een plastic-project. Plastic wordt veel te vaak óf niet, óf helemaal verkeerd hergebruikt. Wij gaan met Van Plestik kinderen inspireren om afval écht opnieuw te gebruiken. In workshops leren ze soorten plastic te onderscheiden, te verwerken en met 3D-printers tot kunst, speelgoed of andere mooie spullen te herscheppen.’ Henk Vrolijk vult aan: ‘Het is nog niet zo gemakkelijk om scholen aan dit project te binden; de Derde Dalton heeft helaas afgehaakt, maar we zijn nu bijvoorbeeld in gesprek met De Oscar Carré, hier vlak naast ons. Maar ook zonder deelnemende scholen gaan we aan de slag met dit plan: de Pijp zwermt van de kinderen, en ouders die het belangrijk vinden dat dit soort bewustzijn wordt gekweekt.’

Een ander in het oog springend plan van het Groen Gemaal heeft met bier en vogels te maken. ‘Er komen steeds meer kleine bierbrouwers in de stad,’ zegt Henk. Die zitten met een enorme berg rest-product, de zogenaamde bostel – wat van het graan overblijft. Dat is een natte massa, die nog vol zit met voedingswaarde. Een bakkerij als Jambe, aan het Van der Helstplein, verwerkt het zelfs in brood. Maar wij denken dat het ook tot vogelvoer gemaakt kan worden.’
Anna-Maria: ‘Hier in het park worden vaak eenden gevoerd, met oud brood, en zelfs pizza! Super-ongezond, en bovendien blijft veel van dat voer in het water rotten. Wat wij gaan doen is die bostel drogen en tot gezond vogelvoer verwerken. Mensen kunnen dan bij ons hun brood inleveren en krijgen een zak bostelvoer mee! Echt een oplossing voor meerdere problemen in één.’ Henk: ‘We willen veel meer in dit soort zichtbare oplossingen gaan denken.’
En dat drogen? ‘Tja,’ zegt Henk, ‘dat moeten we nog even uitvogelen. We werken samen met brouwerij de Prael. Ik haal eerst een kleine hoeveelheid bostel, en dat ga ik thuis drogen. En in stukjes breken. Daar komen we wel uit, we zitten hier met heel veel creativiteit.’

Was het Groen Gemaal de laatste jaren al flink op dreef met het ruilen van bloemen en planten en de hulp bij het aanleggen van geveltuinen, met de nieuwe plannen lijkt het dit jaar nog ambitieuzer te worden. ‘We hebben een fijn team,’ zegt Henk, ‘en we hebben met Anna-Maria iemand in huis die van vele markten thuis is. Ze heeft een nieuw beleidsplan geschreven en zorgt nu ook voor een heel nieuwe presentatie op de social media.’
Anna-Maria wuift die complimenten weg: ‘Het is gewoon heel bijzonder om ergens te komen wonen waar dit allemaal mogelijk is. De Pijp mag trots zijn op zichzelf, en dat geldt zeker voor het Groen Gemaal.’

Wie meer wil weten over deze en andere initiatieven van het Groen Gemaal, kan het best gewoon even langsgaan. Van dinsdag tot en met vrijdag, van 13 tot 17 uur. Maar check ook Facebook, waar een nieuwe, actuele pagina is geopend. Extra tip: bijna niemand weet dat het gebouwtje ook voor derden te gebruiken is, bijvoorbeeld als vergaderruimte.
Telefoon: 020 664 13 50
Mail: groengemaal@wijkcentrumdepijp.nl
www.sarphatipark.wordpress.com

Afscheidsinterview met Ton van der Tas

Datum: 1 december 2017 / Editie: December 2017 / Auteur(s): Peter Schuite

Afscheid van zijn rubriek ‘Prenten van Weleer‘… maar niet zonder een prachtig boek met alle afleveringen!

”Het gaat me niet om hoeveel. Als iemand zegt: ik heb tienduizend kaarten, dan betekent dat niets voor mij. Liever honderd heel mooie dan duizend iets mindere.” Ton van der Tas is als ansichtkaarten-verzamelaar een fijnproever. Zijn verzameling gaat exclusief over De Pijp, en in dit nummer van de Pijp Krant staat zijn vijftigste en laatste aflevering van zijn rubriek ‘Prenten van Weleer‘, die hij sinds 2010 voor De Pijp Krant schreef. Zijn vijftigste en laatste aflevering staat op pagina 11.

”Kijk eens achter je,” zegt Ton. Er valt veel te zien in de gezellige woonkamer met uitzicht op het Van der Helstplein, maar hij wijst op een oude ingelijste foto. ”Die is ongeveer genomen vanaf het Amstelhotel; je kijkt over de rivier en ziet daar het Paleis voor Volksvlijt, waar nu de Nederlandse Bank staat – maar veel interessanter: links zie je de molens van de Zaagmolensloot. Geweldig toch? Dat is nu de Albert Cuyp. De Pijp. Maar De Pijp als wijk bestond nog niet.”

Deze foto, vertelt Ton, is van nét voor de ansichtkaartenrage, die eind negentiende eeuw losbarstte. ”Toen bestond De Pijp al wél en werden er straatscenes op ansichtkaarten verbeeld. Die kaarten werden niet verkocht aan toeristen, maar aan de bewoners zelf, die zo hun straat konden laten zien aan verre vrienden en familie. Daarom werd bijna iedere straat en elke winkelrij vereeuwigd. Het liefst met zo‘n hele sliert kinderen erop, zodat hun ouders die kaart ook wel wilden hebben. Overal doken kleine, lokale uitgeverijtjes op, de nieuwe mode. Pas veel later, vanaf de jaren zestig, zie je dat de kaartenuitgevers zich op de toeristen gingen richten en werd vooral het centrum van de stad op kaarten gezet.”

Ton van der Tas rolde in de ansichten door zijn vader. ”Nog niet zo vreselijk lang geleden, in 2009. Hij had een mooie verzameling, maar wilde zich helemaal op Zoetermeer gaan richten, waar hij woont. Ik kreeg de albums met de overige kaarten, waaronder veel van Amsterdam. Het leek me leuk om te gaan verzamelen, maar Amsterdam is een veel te groot onderwerp, daar is veel te veel van. Ook Amsterdam Zuid bleek te veel, en zo heb ik me beperkt tot De Pijp. Dat is te overzien. Ik ben er meteen vol in gedoken. Overal gezocht, natuurlijk ook op beurzen en bij handelaren. Ik ben gek op geschiedenis en dat gaat prachtig samen met die ansichten. Door naar die straatbeelden te kijken, kan ik me helemaal voorstellen hoe mensen toen leefden.”

Een vriendin raadde in 2010 aan om eens met De Pijp Krant te gaan praten, want zoveel fraais moest natuurlijk gedeeld worden met de bewoners van de wijk. Ton: ”Zo ben ik begonnen met Prenten van Weleer. Steeds een kaart en een uitleg over wat erop te zien is. Dat kostte enorm veel speurwerk in het Gemeentearchief, in boeken en op het internet. Welke winkelier zat precies waar? Wat was er nog niet of niet meer te zien en wat wel? Geweldig fijn om te doen. Ik heb De Pijp door en door leren kennen.”

Toch stopt hij er nu mee. ”Niet met verzamelen hoor, maar ik heb het gevoel dat ik na vijftig afleveringen mijn verhaal over de wijk wel heb verteld. Ik heb er veel tijd ingestoken, en die tijd ga ik nu gebruiken voor wat anders. Er is zoveel moois en interessants in de wereld, in de kunst, de geschiedenis, de stad Amsterdam. Het is mooi zo.”

En wat helemaal mooi is, is het boek dat deze maand verschijnt, met alle afleveringen van Prenten van Weleer nog eens op een rij. ”Ik heb de verhalen die ik al die jaren schreef nog eens flink bewerkt, want eerlijk gezegd was ik vooral over de vroegste afleveringen niet meer zo tevreden. Ik heb er sindsdien zoveel nieuwe dingen bijgeleerd en ik ben beter gaan schrijven. Maar de ansichten zijn precies dezelfde. Bijna de hele Pijp staat erin, al zijn er – frustrerend genoeg – straten waar ik nog nooit een kaart van ben tegen gekomen. Het boek geeft, denk ik, een tamelijk compleet beeld van De Pijp in vroeger dagen. Ik hoop dat veel mensen er plezier aan zullen beleven.”

Het is inderdaad een indrukwekkend boek geworden, uitgegeven in eigen beheer en vormgegeven door scheidend Pijp Krant-hoofdredacteur Gert Meijerink. Het is te koop.

Hoe kunt u het boek ‘Prenten van Weleer’ (kosten €12,50) bestellen?

– Woont u in De Pijp, stuur dan een mail met uw adresgegevens naar amvandertas@gmail.com. Na het voldoen van een betalingsverzoek per bank, komt Ton het boek persoonlijk bij u thuis bezorgen.

– Woont u buiten De Pijp, stuur dan ook een mail met uw adresgegevens naar amvandertas@gmail.com. U hoort dan van Ton wat de verzendkosten zijn en krijgt u na betaling het boek via de post thuis bezorgd.

Bekijk ook www.facebook.com de Prenten van Weleer.

Festival Van Woustraat als ruwe diamant

Datum: 1 september 2017 / Editie: September 2017 / Auteur(s): Peter Schuite

Laat toeristen het niet horen: een klein maar fijn buurtfestivalletje in een hoekje van De Pijp, waar buurtgevoel en ‘lokaal’ de toverwoorden zijn. Op 23 september gaat het in de Carillionstraat voor het derde achtereenvolgende jaar over alles wat de Van Woustraat te bieden heeft. Niet grootschalig, niet gericht op hipsters, maar van de buurt vóór de buurt.

Jordy Vestering is eigenaar van Woontante en zet zich vanuit de Winkeliersvereniging in voor de uitstraling van de langste winkelstraat van Amsterdam. Het Van Wou Voor Jou Festival is een compleet ééndaags festival met muziek, kraampjes, lekker eten en drinken en allerlei activiteiten voor oud en jong. Jordy vertelt: “Het eerste wat je zult zien zijn twee springkussens voor de kleinsten. Omdat we er uitdrukkelijk voor hele families willen zijn. Daarachter staan onder de bomen kraampjes van deelnemende winkels uit de Van Wou. Dit jaar ligt de nadruk nog meer dan bij eerdere edities op eten en drinken en nog steeds voor normale prijzen. Het festival is geen winstmachine. Sterker, we leggen er geld op toe. Natuurlijk gaat het erom bekendheid te geven aan de veelzijdigheid van onze straat, maar we zijn pas tevreden als alle bezoekers een heerlijke, gezellige dag hebben.”

Wat kunnen we verwachten als we ons een uurtje (of veel langer) willen vermaken in de Carillionstraat? Jordy: “Kraampjes met het lekkerste en leukste van wat de straat te bieden heeft, denk aan Surinaamse hapjes van Tjin’s, wijn van Kok Op Stelten, ook Landmarkt is van de partij. Met daar tussenin lange tafels waaraan iedereen kan gaan zitten om te eten of te kletsen. Een podium is er natuurlijk ook, met live muziek. Nederlandstalig van Van Onder, Afrikaanse beats van Ussu N’Djai & the New Balansa, maar ook een open podium met talent uit de buurt. Er is nog plek!” (Zie oproep verderop.)

Jordy en zijn mede-organisator Mirjam van de Donk (van Kok Op Stelten) raakten een paar jaar geleden geïnspireerd door ‘lekkere’ markten als Rollende Keukens en Sunday Market, elders in de stad. Heel gezellig allemaal, maar zoals Jordy zegt: “Het is daar wel een beetje voor het hippere deel van de Amsterdammers, mensen met een dikke portemonnee. De Van Woustraat ligt in een volksbuurt. Natuurlijk is de samenstelling van de bewoners hier de laatste jaren ook veranderd, maar er wonen nog steeds heel veel gewone mensen. Het is voor de winkeliers van levensbelang om die vast te houden.”

Op de vraag wat de Van Wou nu zo bijzonder maakt antwoordt Jordy enthousiast: “Het is een unieke straat! Nergens vind je zoveel lokale winkels, van eigenaars die hier zelf ook wonen. Weinig grote ketens, maar wel bijna tweehonderd geweldige speciaalzaken. Natuurlijk heeft de Van Wou ook een wat rauwe uitstraling, vooral door het drukke verkeer. Reden temeer om ons van onze beste kant te laten zien. Daar komt bij dat er vooral rond het zuidelijke deel van de straat een geweldige mix van culturen woont. Daarom hebben we als lokatie voor het festival ook gekozen voor de Diamantbuurt. De Van Wou is een ruwe diamant en dat willen we tonen.”

Wie zijn of haar muzikale kunsten wil tonen aan een divers publiek, beklimt natuurlijk het open podium tijdens het festival. Aanmelden kan bij Jordy en Mirjam via info@vanwoustraat.nl. Bekijk ook www.vanwouvoorjou.nl

De Pijp is sinds 17 augustus maar liefst veertien kunstwerken rijker.

Datum: 1 september 2017 / Editie: September 2017 / Auteur(s): Peter Schuite

Fotograaf en beeldend kunstenaar Paul Fennis hing, in de stromende regen, kris kras door de Oude Pijp veertien panelen op. Dit in het kader van Geef Straten een Gezicht.

Een primeur is het bepaald niet, elders in de stad hangen er ook al meer dan honderd. “Maar De Pijp is wel bijzonder”, zegt Fennis: “Het idee is dat we de namen van straten verbeelden. Omdat het hier om schilders gaat, is dat dubbel zo leuk. Ik heb gekozen voor een fraaie schilderijlijst met daarin het portret de schilder gemonteerd. Zelfportretten, gravures, wat ik maar kon vinden.” Nu weten we dus hoe schilders als Quellijn en Gerard Dou eruitzagen. Fennis financiert het project zelf hoewel hij nog wel geprobeerd heeft om Heineken als sponsor te strikken. Fennis: “Dat is half gelukt. Dat wil zeggen, ze wilden er niet aan meebetalen, maar toen vond ik in mijn archief een mooie serie foto’s die ik maakte van de sloop van de brouwerij (op de plek van het huidige Heinekenplein, red.), en die heb ik voor een mooie prijs aan ze verkocht. En daarvan heb ik dit project weer betaald.”