Duur: ondergrondse afvalinzameling

Datum: 1 mei 2009 / Editie: May 2009 / Auteur(s): Peter Roeffen

Geen zwerfvuil meer en niet langer het straatbeeld vertroebelende vuilniszakken? Nu het stadsdeel de ondergrondse restafvalinzameling in Oud-Zuid er doorgedrukt heeft, lokt dat aantrekkelijk toekomstbeeld. Maar hoe waar is dit? En wie betaalt de prijs?

Het Dagelijks Bestuur (DB) van Stadsdeel Oud-Zuid is voornemens om over te gaan op ondergrondse restafvalinzameling. Oud-Zuid is nu nog een van de weinige stadsdelen die huisvuil door het ophalen van zakken aan de weg inzamelt. Volgens een recent uitgevoerd haalbaarheidsonderzoek heeft ondergrondse inzameling belangrijke voordelen en slechts beperkte nadelen.

Op het eerste oog vallen er ook weinig argumenten tegen ondergrondse afvalinzameling in te brengen, maar voor wie verder kijkt zijn er wel degelijk essentiële bezwaren, waar nu wel heel gemakkelijk aan voorbij gegaan wordt.

Een vergelijking van de tarieven afvalstoffenheffing van de verschillende stadsdelen over 2008 laat zien dat bewoners van Oud-Zuid in minimaal enkele tientjes tot in vergelijking met Oud-West zelfs tachtig euro goedkoper uit waren. Voor 2009 zijn de tarieven, als voorschot op de te verwachten investeringen daarom al met 25 procent opgetrokken. De aanleg van vuilcontainers, de aanschaf van nieuwe vuilnisophaalwagens en de opleiding voor het reinigingspersoneel kosten klauwen met geld, die niet zomaar terugverdiend zijn. Ondergrondse afvalinzameling is daarom zeker in de eerste jaren significant duurder. Maar een schoon stadsdeel mag de burger natuurlijk best veel extra’s kosten. Op deze manier voor een paar tientjes per jaar een vakantiegevoel in de eigen achtertuin creëren is in een tijd van economische malaise eigenlijk een ingenieus filantropisch idee.

Helaas is de werkelijkheid ook voor beleidsmakers wat weerbarstiger dan de theorie. Het idee dat zwerfvuil nooit meer opduikt en vuilniszakken nooit meer verdwalen, hoeven we helemaal niet te koesteren als we alleen al over de Noorderamstel heenkijken en de situatie in stadsdeel Zuideramstel in ogenschouw nemen. Daar, maar ook in andere stadsdelen, zijn regelmatig uitpuilende containers te bewonderen met daarnaast of –bovenop propvolle vuilniszakken, die in het beste geval goed afgebonden zijn. Helaas onthult een aantal vuilniszakken diverse onsmakelijke details van anonieme buurtbewoners of toevallige voorbijgangers, die er wat afwijkende opvattingen over reinheid op nahouden.

Voor ouderen en mindervaliden is de toekomstige situatie waarschijnlijk ook geen vooruitgang. Nu kunnen ze nog relatief gemakkelijk op elke hoek de vuilniszak aan de straat zetten. Maar straks zijn er een beperkt aantal inzamelingspunten, veelal in de buurt van al bestaande glas- en papiercontainers. Het haalbaarheidsonderzoek spreekt specifiek voor de Pijp vanwege de compacte bouw van een “zeer slecht inpasbare” situatie. Het is zeer aannemelijk dat voor mensen die slecht te been zijn de straks af te leggen afstanden veelal te groot zijn. En niet iedereen heeft een aardige buurman of een in de nabijheid wonend familielid die te hulp schiet.

Ondergrondse afvalinzameling heeft als belangrijkste voordeel dat vuilnis elke dag weggebracht kan worden. Het nadeel is dat mensen niet geprogrammeerd kunnen worden en toch dikwijls vaak ongeveer tegelijkertijd, bijvoorbeeld op zaterdag of vlak voor of na feestdagen op het idee komen om afval te lozen..

Met de nieuwe inzamelingsmethode zal het huidige straatbeeld op ophaaldagen van talloze vuilniszakken tot de verleden tijd behoren. Ook de manoeuvreerpraktijken van vuilniswagens in nauwe straten met het hiermee gepaard gaande oponthoud voor doorgaand verkeer vermindert na de verandering. Voor de reinigingmedewerkers wordt het werk fysiek minder zwaar, wat op de lange duur misschien toch tot reductie van kosten leidt. Bovendien passen verbeterde arbeidsomstandigheden in het verantwoorde ondernemerschap, dat de overheid zoveel mogelijk onderschrijft.

Al deze mooie dingen wegen niet op tegen de verloedering die een gebrek aan handhaving kan veroorzaken. Het is daarom te hopen dat het stadsdeel vervuilers zwaar beboet om het idee van een schoon stadsdeel kans van slagen te geven.

Hopelijk is in het budget voor ondergrondse afval de post handhaving al voor een substantieel bedrag opgenomen. Anders betaalt de burger zich bont en blauw aan een verandering, die hem maar bar weinig voordeel oplevert.

Bouwput Ferdinand Bol: hoe lang nog?

Datum: 1 april 2009 / Editie: April 2009 / Auteur(s): Peter Roeffen

Elke werkdag doorkruis ik per fiets de Ferdinand Bolstraat. Twee maal zelfs. ’s Ochtends op de heenweg, wanneer ik net als alle passanten haast heb om op tijd de plaats van bestemming te bereiken. En op de terugweg, wanneer het winkelend publiek bezit heef t genomen van wat er nog rest van de straat. Op beide momenten krijgt mijn irritatie de vrije loop.

Het kruispunt van de Eerste Jan Steenstraat met de Ferdinand Bolstraat kan namelijk alleen met ware doodsverachting betreden worden. De Heras hekwerken ontnemen er het verkeer elk zicht op medeweggebruikers. Ze zijn perfecte afschermingen van het gevaar dat nu vanuit alle hoeken en gaten op kan duiken, in het bijzonder in de winter, wanneer het veel langer donker is.

Het desolate bouwterrein kan elk moment het macabere decor vormen van een gekielhaald lichaam als er eventjes iemand net iets te gehaast en onvoldoende attent opereert.

Liefde aan diggelen
De Ferdinand Bolstraat was tot 2003 een bruisende winkelstraat in het hartje van De Pijp. Het was er hectisch, maar gezellig. Fietsers, automobilisten, trams en vooral veel voetgangers zorgden voor verkeersgevaar, maar er was veel leven op straat. De straat behoorde tot mijn favorieten in de stad. Het was prettig om te weten dat ik niet ver hoefde te gaan om de echte sfeer van de stad helemaal in mij op te zuigen. De Ferdinand Bolstraat was een smeltkroes van culturen met een verscheidenheid aan kleuren, eten en kleding.

Maar nu de straat al jarenlang openligt als een opengereten lichaam, omdat er ooit in een futuristisch jaar, een metro onderdoor moet lopen, ligt mijn liefde aan diggelen.

Grootste slachtoffer
Inmiddels ligt de hele stad op de schop, maar de Ferdinand Bolstraat lijkt daar een van de grootste slachtoffers van geworden. Chaos houdt de straat in de greep. Winkels staan leeg of zijn alleen nog via halsbrekende toeren te bereiken. Inkopen doe je er alleen omdat de winkel in de buurt of op de route naar huis is. Je aangenaam verpozen doe je het liefst ergens anders.

In deze eeuw geboren Amsterdammers hebben er bij de daadwerkelijke ingebruikneming van de lijn geen notie van wat de straat ooit voor de wijk betekend heeft. De aanleg van de lijn maakt in De Pijp, dat zelf zo fraai in de nabijheid ligt van zowel de stad als het WTC, meer kapot dan er ooit hersteld kan worden.

Stad ontnomen
Ik behoorde bij het referendum over de Noord/Zuidlijn tot de meerderheid, die tegen de aanleg was. Toch had ik begrip voor de voor argumenten. Ook ik ben trots op mijn stad en ook ik wil dat Amsterdam in de vaart der volkeren opgestuwd wordt. Ik heb alleen nooit kunnen inzien hoe de voordelen tegen de nadelen opwogen, zelfs niet bij strikte handhaving van het bouwschema.

Het is moeilijk te accepteren dat de Amsterdammers bijna twee decennia een groot deel van hun stad ontnomen wordt. De problemen stapelen zich steeds verder op en het lijkt alsof we ons nog op veel kommer en kwel kunnen voorbereiden. Er kunnen nog meer huizen verzakken, Amsterdam kan wegdrijven in het IJ of wie weet zelfs in de Noordzee. Neem me niet kwalijk dat ik als reactie op de kunst van de bagatellisering waar de overheid bij dit soort prestigeobjecten zo bedreven in is, deze wil vergelden met de kunst van de overdrijving. Het zijn onvergelijkbare grootheden, want er bestaat natuurlijk kunst met de grote K, gerepresenteerd door de meester zonder beperkingen, Geert Dales, en kunst met de kleine letter k, die van de kleine luiden.

Omweg maken
Hoe lang nog moet ik elke werkdag het gevaar van onzichtbaar naderende fietsers trotseren? Hoe lang kan een mens zich ergeren aan een dagelijkse situatie, waar hij geen andere invloed op heeft dan een flinke omweg te maken en en passant zich dan maar als doel te stellen de lichamelijke conditie op peil te brengen? Of moet ik de zegeningen tellen? In al die jaren dat de Ferdinand Bolstraat openligt, is voor mij als dagelijkse passant de enige waargenomen verbetering dat de openingen in het hekwerk nu structureel gehandhaafd blijven.

Dampartij
Er is een hele periode geweest dat ik geacht werd constant om te fietsen, omdat de bouwputten telkens weer op andere plaatsen afgezet waren. Openingen in het hekwerk werden net zo snel gedicht als dat ze gecreeerd werden. De openingstijden waren ongewis. Het was een soort van dampartij. Als ik besloten had het via die ene opening via de Govert Flinckstraat te proberen dan was de opening toevallig net verplaatst naar de 1e Jan van der Heijdenstraat en als ik de volgende dag de opening aan de 1e Jan van der Heijdenstraat probeerde te gebruiken dan werd ik verdreven naar de 1e Jan Steenstraat, die natuurlijk de volgende dag niet meer toegankelijk was. Het leek wel of ik tegen een damgrootmeester aan het spelen was, die me telkens een zet vooruit was. Uiteindelijk besloot ik me maar niet meer te ergeren en elke dag de omweg over de Ceintuurbaan te nemen. Totdat de damwedstrijd zonder vooraankondiging gestaakt werd. Zo bezien is er al veel gewonnen.

Requiem voor een krul

Datum: 1 april 2009 / Editie: April 2009 / Auteur(s): Peter Roeffen

Het openbare urinoir aan het Sarphatipark staat op de nominatie te verdwijnen. Behoort een krul cultureel erfgoed te zijn of is het een ongewenst relikwie uit onhygiënischer tijden?

Tien minuten posten in de urinewalmen van een pisbak op de hoek met de 1e Jan Steenstraat tegenover café Krull, levert het besef op dat pisbakken veel vaker gefrequenteerd worden dan ik me eigenlijk kon voorstellen. Op een doodgewone donderdagmorgen legen in dit korte tijdsbestek al zeven mensen hun blaas. Een nog jonge vrachtwagenchauffeur, vastgelopen in het drukke verkeer in deze nauwe straten, is de eerste die onder mijn ogen de tocht naar de groene plasgelegenheid maakt.

Later volgen er voornamelijk ouderen. Een man verdwijnt zelfs met diverse plastic tassen in de ruimte. Houdt hij ze vast tijdens het plassen? Ik zie van hem niet meer dan zijn schoenen die onder de bak uitsteken en verder de contouren van zijn naar beneden gerichte hoofd dat vanachter het getraliede bovengedeelte zichtbaar blijft. Naar de rest moet ik gissen.

In heel Amsterdam staan nog circa honderd krullen. Het eerste ontwerp van Publieke Werken dateert uit 1880. De meeste krullen zijn van metaal, maar in de 19e eeuw werden er ook van steen vervaardigd. De pisbak bij het Sarphatipark is er een uit een reeks, zonder ornamentiek en voorzien van een ronde kap en beschermschot. Vanwege de locatie aan de rand van het park valt de krul vooral in de zomer prachtig weg tegen het decor van overhangend groen.

Ik heb het zelf niet zo op urinoirs. Zoals een abattoir een slachterij blijft, is een urinoir gewoon een pisbak. In iets wat zo’n verschrikkelijk beroep op mijn zintuigen doet, kan ik niets waardevols of moois zien. Ik vind het volkomen terecht dat de krullen niet tot het beschermd stadsgezicht zijn gaan behoren.

Toch vervult de teloorgang van weer een vertrouwd beeld uit de eigen achtertuin me met weemoed. Het herstelplan van Centrum om alle ruim dertig krullen in hun stadsdeel te renoveren, heeft daarom iets sympathieks. Soms is het waardevol om vast te houden aan iets traditioneels, hoewel de alternatieven misschien beter zijn.

Het Sarphatipark en de Albert Cuypmarkt trekken teveel bezoekers om met een pissoir te kunnen volstaan. Een volwaardig toilet dat niet alleen voor mannen toegankelijk is, sluit nauwer aan bij de behoefte. Voor 32.000 euro aan eenmalige investeringskosten en jaarlijks 6.200 euro voor het onderhoud kan straks iedereen na recreatie in het park onbekommerd een plasje plegen of een drol droppen.

Misschien is het beter dit raadsbesluit niet aan de grote klok te hangen. Want dan kan straks de rij wachtenden bij het toilet wel eens net zo alarmerend zijn als het aantal auto’s dat in de buurt vastloopt. Volgend jaar sta ik opnieuw tegenover café De Krull op de uitkijk.

Draadloos internet in De Pijp

Datum: 1 december 2008 / Editie: December 2008 / Auteur(s): Peter Roeffen

Oud-Zuid moet een hotspot worden voor iedereen. Overal in het stadsdeel kan men straks het internet op of e-mails ontvangen en verzenden. Voor de moderne mens, die van hot naar her rent en voor wie het leven 24 uur per dag in het teken van communicatie staat, moet het stadsdeel een walhalla worden.

In Oud-Zuid zijn bewoners, toeristen, zelfstandigen en employees straks niet langer aangewezen op een vaste thuis- of werkplek, maar kunnen ze ook onderweg of tijdens een lunchafspraak met de wereld in verbinding staan.

De stadsdeelraad van Oud-Zuid heeft een initiatiefvoorstel van de Partij van de Arbeid in behandeling om het aantal flexibele werkplekken met draadloze internetmogelijkheden drastisch uit te breiden. Oud-Zuid moet een stadsdeel worden waar iedereen makkelijk op vele plekken met elkaar en de rest van de wereld communiceert. Oud-Zuid wil zich profileren als een kwalitatief sterke plek voor plezier en werk. Met uitgebreide publieke internetvoorzieningen wil het stadsdeel grotere aantrekkingskracht uitoefenen op toeristen die er gemakkelijk contact kunnen houden met familie en werk, op jongeren die zich buiten de school en bibliotheek willen informeren en vermaken en op een toenemende beroepsgroep die te mondain en dynamisch is om zich tot een werklocatie te beperken.

Laptops en smartphones
Ook de opkomst van laptops en multifunctionele zaktelefoons (smartphones), popularisering van computers als Apple, en bestuursystemen als Linux naast Microsoft Windows vormen een goede aanleiding om in Zuid en de Pijp het creëren van internetvoorzieningen gestructureerd aan te pakken. Voor welk systeem er gekozen wordt, is nog onderwerp van studie. Er kan gebruik gemaakt worden van wifi, een gecertificeerd draadloos thuisnetwerk of van een alternatief hiervoor als Wimax of FON.

Wifi is het goedkoopste en gemakkelijkst in te voeren systeem. Momenteel hebben veel mensen thuis al wifi voor privégebruik. Wifi heeft een groot bereik. Als alle individuele huishoudens het gebruiken komt er gezamenlijk onnodig veel straling vrij. Voordeel van samenbundeling van netwerken is dat de straling gereduceerd wordt.

In het voorstel wordt cafés een belangrijke rol toegedicht. Cafés kunnen overdag, als er minder klandizie is, uitstekend als zogenaamde hotspots dienen, van waaruit mensen zakelijk of privé contact met de buitenwereld kunnen leggen. Het kan voor cafés een nieuwe inkomstenbron worden. Met goede voorlichting zijn de meeste caféhouders waarschijnlijk gemakkelijk over de streep te trekken.

Onduidelijk is nog welke partijen enthousiast zijn voor het voorstel en hoeveel geld Oud-Zuid voor het plan wil uittrekken. Het voorstel is een mooi, enthousiast idee, dat helemaal bij deze tijd past, maar bevat nog te veel onduidelijkheden. Ontwikkelingen van het web gaan snel. Als Oud-Zuid op deze ontwikkelingen wil inhaken, zal het in ieder geval voor een systeem moeten kiezen dat zeker het komende decennium de standaard is.

De Badcuyp wil vernieuwend en duurzaam zijn

Datum: 1 november 2008 / Editie: November 2008 / Auteur(s): Peter Roeffen

De naam ‘De Badcuyp’ is algemeen bekend. En door de centrale ligging, direct aan de Albert Cuypmarkt, is iedereen het gebouw wel eens gepasseerd. Toch lijkt De Badcuyp voor velen een onneembare burcht. Toch zet De Badcuyp haar poorten voor alle buurtbewoners heel graag open.

Het gebouw
De geschiedenis van het gebouw De Badcuyp is volgens directrice Jannekee Jansen op de Haar al vaak genoeg uit de doeken gedaan. Sinds Stichting Scarabee na een gewonnen aanbesteding in 1994 de vaste bewoner en uitbater van het pand werd, is het verleden voor haar niet zo relevant meer. Af en toe verschijnen er nog wel eens mensen met een handdoek over hun schouders, die denken dat De Badcuyp nog steeds een bedrijvig badhuis is, maar eze vormen een uitzondering. En ook van een band met de kraakbeweging, die in het leegstaande badhuis in de jaren tachtig een kunstenaarsruimte creëerde waar bijvoorbeeld de in De Pijp beroemde kunstenaar en schilder Fabrice zijn basis had, is geen enkele sprake.

Wel roept het gebouw zelf, inclusief de gevelnaamplaat boven de ingang, de op de muur aangebrachte tekst “gemeente badhuis” en de onhandige indeling van de ruimte associaties op met het verleden. Ook de inrichting van het gebouw en het interieur herinneren nog aan andere tijden. De Badcuyp oogt groot, maar kan maar betrekkelijk weinig mensen herbergen. Het centrum heeft twee zalen, de Noordpool en De Zuidpool. De Noordpool bevindt zich boven en De Zuidpool op de begane grond. In de laatste kunnen ongeveer 85 mensen. Het gebouw heeft een aparte sfeer, die mijlenver af staat van de moderne beleving in het Muziekgebouw aan ‘t IJ, waar Het Bimhuis, de grote broer van De Badcuyp, gevestigd is.

Kruisbestuivingen
Een beetje gechargeerd valt De Badcuyp als een opleidingsinstituut voor het Bimhuis te kenschetsen, maar Jansen op de Haar en muziekprogrammeur Otto Smink willen het absoluut niet zo verwoorden. Ze benadrukken de veelzijdigheid en de intimiteit van De Badcuyp. Ze beschouwen het gebouw allereerst als een ontmoetingsplaats, die een podium biedt “aan muzikale ontwikkelingen die de grenzen van muziekstijlen en culturen overschrijden.” Smink: “Er vinden veel interessante muzikale kruisbestuivingen plaats die voor velen toegankelijk zijn. De meeste muziek die wij programmeren ligt helemaal niet moeilijk in het gehoor. We vragen van de artiesten wel altijd dat ze eigen repertoire spelen of dat ze op vernieuwende wijze met bestaand repertoire aan de slag gaan. Meestal gebeurt dat onder de naam van bijvoorbeeld een saxofonist, drummer of toetsenist. Of ze maken gebruik van een gelegenheidsnaam.

Als mensen eens wisten dat veel hier optredende muzikanten bandleden van bijvoorbeeld The New Cool Collective of Zuco 103 zijn, dan waren de meeste concerten wel uitverkocht. Als Zuco 103 hier onder eigen naam optreedt, zit het meteen vol.”

Het publiek
De bezettingsgraad van 65% vervult Jansen op de Haar met trots. “Het publiek is zeer divers. Op sommige avonden trekken we steeds meer jongeren en nieuwe Nederlanders. Het gaat ons in de eerste plaats niet om de grote massa. We geven twee typen muzikanten een podium: beginnende artiesten die net van het Conservatorium komen en gearriveerde muzikanten die eigen projecten opgestart hebben. We geven ze heus geen oefenruimte met publiek, maar ze worden hier wel rijp gemaakt. Omdat ze nog geen grote naam hebben, trekken ze nog niet de publieke belangstelling, die ze op grond van hun kwaliteiten in de toekomst wel kunnen krijgen.” Smink, zelf afgestudeerd violist: “De muzikanten hier zijn technisch zeer vaardig, waardoor ze het juist ook voor een klein publiek een uitdaging vinden om nieuwe muzikale wegen te bewandelen. Ze weten dat de omstandigheden altijd anders zijn en dat ze daarmee om moeten gaan. Op donderdag en zondag hebben we Cuyp-diner concerten. Publiek kan dan tijdens een concert eten. Dit vereist van de muzikanten heel veel, want ze moeten vernieuwend zijn en toch het publiek de mogelijkheid geven rustig van het eten te genieten. Daar is veel muzikale bagage voor nodig.”

Ontwikkelingen
Van tijd tot tijd past De Badcuyp haar beleid aan en richt het zich op andere doelgroepen. Al in 2002 besloot de stichting tot een herpositionering. De Badcuyp werd een muzikaal centrum met de nadruk op jazz en wereldmuziek. Van andere culturele uitingen en van rockmuziek werd afstand genomen. De laatste tijd zijn er weer nieuwe ontwikkelingen. Het centrum wil de banden met de buurt, met jongeren en met de interculturele gemeenschap verder aanhalen. Binnenkort verzorgt DJ Ishtar avonden. Deze Nederlands-Iraanse dj, die in Marokko al voor 80.000 mensen optrad en die sinds 2007 een wekelijks programma op Radio 6 heeft, draait platen waar livemuziekelementen in verweven worden.

Het mes snijdt aan twee kanten: De Badcuyp trekt via DJ Ishtar nieuwe bezoekers en de dj heeft de gelegenheid op een vernieuwende manier iets toe te voegen aan haar mix van Euro-oriëntaalse muziek en World Beat. Op elke vrijdag wordt de combinatie van livemuziek met een dj al succesvol toegepast onder de noemer Tub Club live. Op zaterdag zijn er de World dance nights, met maandelijks Afrikaanse en Braziliaanse klanken.

Een van de nieuwe initiatieven is ook de maandelijks terugkerende Master-talent Series. Vorige maand was de vermaarde fluitist Ronald Snijders begeleider van de opkomende zangeres Satcha Valies. De bedoeling is dat zowel de arrivé als het talent het beste bij elkaar naar boven halen en voor een unieke avond zorgen.

Smink’s ogen stralen als hij over vorige Mastertalent uitvoeringen vertelt, net zoals hij dolenthousiast wordt van herinneringen aan optredens van pianist Harmen Fraanje of de Amerikaanse jazzgitarist Jonathan Kreisberg, grote namen voor kenners. Het zijn voor hem de krenten in de pap, die toch al overheerlijk smaakt.

De buurt
Omdat De Badcuyp om de kwaliteit van haar programmering te waarborgen deels afhankelijk is van subsidies wil zij het draagvlak in de eigen omgeving vergroten. Deelname aan het Nazomerfestival, dit jaar voor het eerst, was een belangrijke eerste stap. Mede vanwege het mooie weer was het een groot succes. Onder andere Sinas (een band die in en met behulp van De Badcuyp gestaag aan succes kon werken) en Blender (met medewerking van Def P., de frontman van Osdorp Posse) kregen de handen van het publiek op elkaar. Jansen op de Haar speelt met het idee om ook op eigen gezag een festival te organiseren, zodat buurtbewoners eindelijk een beter idee krijgen van wat er in De Badcuyp gebeurt. “Veel mensen kennen De Badcuyp van feestjes, workshops of symposia en komen niet in aanraking met de kernactiviteit van het centrum. Natuurlijk hebben we het geld van de zaalhuur nodig om ons te kunnen bedruipen, maar ik hoop dat mensen ons ook op een andere manier leren kennen. Het centrum wil laagdrempelig zijn, waardoor we de prijzen van zowel de concerten als het eten redelijk laag houden. Het heeft geen zin om ons als goedkoop eetcafé te promoten, want die zijn er in De Pijp al genoeg. Onze formule moet voor mensen wel de manier zijn om gemakkelijk met goede muziek in aanraking te komen. Maar omdat het pand door haar bouw geen inkijk duldt, is het voor voorbijgangers lastig te beoordelen hoe de sfeer binnen is. We hebben bewust geen deurbeleid, maar toch is het pand helaas niet uitnodigend genoeg”

Duurzaamheid
De Badcuyp wil niet alleen op muzikaal gebied vernieuwend zijn. Het centrum heeft sinds kort een gezonde wereldkeuken met verantwoorde producten. De gerechten zijn biologisch, voldoen aan milieueisen en zijn diervriendelijk. Ook worden producten uit de Derde Wereld gebruikt. Alle koffie is biologisch. Ook is er biologische wijn en limonade. De Badcuyp laat graag zien dat duurzaamheid niet noodzakelijk duur hoeft te zijn. Jansen op de Haar: “Om de prijzen in de hand te houden, beperken we ons sinds augustus tot drie keuzemenu’s per dag. Daardoor hebben we een minder gevarieerde versvoorraad nodig en zijn we minder duur uit met de inkoop van ingrediënten.”

Op maandag is De Badcuyp gesloten, maar zes dagen per week bruist het van de activiteiten. Er zijn ongeveer tien concerten in de week en diverse terugkerende activiteiten. Op woensdag is ook de salsa-avond succesvol. Voorlopig zitten Jansen op de Haar, Smink en zijn collega-programmeur boordevol ideeën. De reputatie onder muzikanten is zo goed, dat de meesten er graag spelen. Voor hen is De Badcuyp al laagdrempelig genoeg.

Kunstenaars tegen leegstand winkels

Datum: 1 oktober 2008 / Editie: October 2008 / Auteur(s): Peter Roeffen

In enkele leegstaande winkels op de Ceintuurbaan en in de Van Woustraat start momenteel een kunstproject. Hiermee krijgt een aantal kunstenaars en creatieve ondernemers die zitten te springen om werkruimte de kans om zich te manifesteren.

Onder een in deze maand nog te lanceren motto tonen kunstenaars uit verschillende disciplines hun visie op ontwikkelingen in de buurt. Bewoners en ondernemers worden nauw betrokken bij het kunstproject, dat tot stand komt met medewerking van ondernemersverenigingen, pandeigenaren en Kunstenaars&CO. Deze kunstenaarsinstelling heeft als taak om kunstenaars te begeleiden en kansen te bieden.

Het project is opgezet door stadsdeel Oud-Zuid, dat van de leegstand gebruik wil maken om de buurt een interessante stimulans te geven. Voorheen werden leegstaande panden dichtgetimmerd, maar om de kwaliteit van de buurt te vergroten geeft het stadsdeel er tegenwoordig de voorkeur aan om leegstaande panden niet langer aan het straatbeeld te onttrekken. Daarom is er voor gekozen om diverse kunstenaars te selecteren die een bijdrage aan de leefbaarheid en identiteit van de buurt kunnen leveren. Bij de kunstvormen ligt het accent op multimedia en multidisciplinaire uitingen.

Een van de tien deelnemende kunstenaars is Hanneke Kuijpers. In pakkende bewoordingen, doorspekt met academische termen, etaleert ze haar visie op de kunst die de buurt kan verwachten. Ze omschrijft het als community art project en installatiekunstwerk. Kunst moet voor Kuijpers een “samensmelting tot esthetische totaalbeleving” zijn. Voor haar geldt dat kunst mensen met elkaar in contact moet brengen. Kuijpers heeft zich toegelegd op een mengvorm van fotografie, film en performance, waarbij fotografe en gefotografeerde min of meer integreren. Alles wat zich achter de schermen afspeelt is net zo belangrijk als dat wat voor de lens komt. Bij het project in De Pijp is ze graag betrokken omdat het haar eigen woonomgeving is. De buurt leent zich bij uitstek voor haar “theatrale ingreep in de ruimte”.

Mede omdat Kuijpers professioneel genoeg is om het thema van het kunstproject nog niet te verklappen zijn nadere bijzonderheden bij het ter perse gaan van dit nummer nog niet bekend. Het is voor belangstellenden mogelijk de ontwikkeling van het project te volgen. De winkelpanden zijn een paar dagen per week geopend. Daarnaast is het voor voorbijgangers mogelijk om de kunstenaars te zien werken. Aan het einde van het jaar volgt nog een presentatie van de kunstwerken. Dan wordt ook besloten of het project in 2009 een vervolg krijgt.

Meer nieuws over de voortgang van het project is binnenkort te vinden op de website www.kunstenaarsenco.nl

De Nachtwacht onthuld

Datum: 1 oktober 2008 / Editie: October 2008 / Auteur(s): Peter Roeffen

Op 11 september werd onder ruime belangstelling van buurtbewoners en genodigden op de hoek van de 2e Jacob van Campenstraat en de 1e Van der Helststraat het kunstwerk De Nachtwacht onthuld.

Het door Lisa Couwenbergh vervaardigde kunstwerk is een markante witte uil die wijsheid symboliseert. De nachtwacht werd door een jury als opvolger gekozen van het vermaarde, door de buurt geadopteerde kunstwerk De Schoentjes, dat te verweerd was om nog gerenoveerd te kunnen worden. Aan de onthulling voorafgaand hield Gert Weenink, directeur van Woonbedrijf Alliantie Amsterdam een toespraak en droeg Eddy Linthorst, wethouder Kunst van stadsdeel Zuid als trotse buurtbewoner een songtekst voor van rasAmsterdammer Johnny Jordaan.

De Nachtwacht maakt deel uit van het gerenoveerde complex De Muzikante, dat met groot historisch besef is gerenoveerd in de oorspronkelijke monumentale stijl van omstreeks 1850, afgewisseld met enkele moderne strakke details. De karakteristieke gevels zijn hierbij in ere hersteld. De Muzikante maakt deel uit van het project Hollandse Meesters, bestaande uit vijf nieuwbouwlocaties en een restauratieproject in De Pijp.

Van de Amsterdamse kunstenares Couwenbergh is werk te bezichtigen in onder andere het Stedelijk Museum Amsterdam en het Museum Jan Cunen in Oss. Ze heeft zowel nationale als internationale persaandacht gekregen voor tentoonstellingen in Rome, Toronto, New York en Luik.