Wordt eerste college Zuid paars?

Datum: 1 april 2010 / Editie: April 2010 / Auteur(s): Peter Roeffen

VVD, D’66 en PvdA vormen hoogstwaarschijnlijk voor de komende vier jaar het college van het nieuwe fusiestadsdeel Zuid.

De liberale winnaars van de stadsdeelverkiezingen in maart, VVD (8 zetels) en D’66 (6 zetels), zien in de sociaaldemocraten de beste bondgenoot om het stadsdeel te besturen. Samen beschikken de partijen over 20 van de 29 zetels in de raad. De tot de oppositie veroordeelde partijen GroenLinks (4 zetels), SP (2 zetels) en Vereniging Ons Zuid (1 zetel ) voeren al gesprekken om het te vormen college gezamenlijk zo strategisch mogelijk te bestrijden. Zij vrezen dat het eerste college van het stadsdeel de komende jaren gebruikt om enkele voorzieningen voor de buurt in het kader van bezuinigingen en onder het mom van marktwerking te versoberen of af te breken. Ook Zuid- en Pijpbelangen en het CDA (beide 1 zetel) zijn voor het college buitenspel gezet.

Naar verwachting treedt het dagelijks bestuur onmiddellijk vanaf mei aan, bij de definitieve voltrekking van de fusie van stadsdelen Oud-Zuid en Zuideramstel.

Altijd laagdrempelig geweest

Datum: 1 februari 2010 / Editie: February 2010 / Auteur(s): Peter Roeffen

De Stadsbank van Lening bestaat al sinds 1614 en voorziet nog steeds in een behoefte. Tegen een gunstige rente en soepele voorwaarden helpt de Stadsbank mensen die tijdelijk krap bij kas zitten.

Joost van den Vondel
De Stadsbank van Lening (SBL) is altijd laagdrempelig geweest. Iedereen moest er terecht kunnen om te voorkomen dat armlastigen overgeleverd waren aan “het bijna onuitroeibare kwaad van het innen van woekerrente door particuliere leenbanken”, zoals het bij het 375-jarig bestaan van de SBL in het jubileumboekje verwoord werd. Maar niet alleen arme sloebers, ook handelaren met liquiditeitsproblemen en staatslieden waren klant van de bank. In de annalen vinden we Johan Maurits van Nassau, Edward III van Engeland en Anne van Oostenrijk terug.

De bekendste employé van de SBL was de vaderlandse dichter Joost van den Vondel, die tussen 1658 en 1668 suppoost bij de bank was.

Flatscreens
Hedendaagse leners blijven uiteraard anoniem. Maar ook medewerkers van nu blijven liever beschut. Soms zijn er agressieve mensen, die in de verleiding kunnen komen om medewerkers te hinderen. Achternamen worden vermeden. Rolf werkt al bijna 30 jaar bij de SBL. Sinds maart 2009 houdt hij zich bij het filiaal in De Pijp bezig met de promotie van gebruiksgoederen als onderpand. 95% van de leningen bij de bank wordt verstrekt over sieraden. Door mensen ook de mogelijkheid te geven andere goederen in te brengen, kan het klantenbestand uitgebreid worden. Rolfs vrees is dat mensen die niet naar de Stadsbank gaan alternatieven zoeken om toch maar aan geld te komen. Bijna per definitie zijn ze dan slechter af. “De voorwaarden van de SBL zijn altijd al goed geweest. We hanteren altijd een lage rente. Ook kunnen mensen hun beleningsperiode gemakkelijk verlengen. Maar we zijn nog soepeler geworden. We accepteren nu ook voorwerpen die niet helemaal compleet zijn, niet in de juiste verpakking zitten of die licht beschadigd zijn. Als ze maar een verkoopwaarde hebben. En we hebben ons assortiment verbreed. We accepteren alles als onderpand dat zonder specifieke kennis te taxeren is, bijvoorbeeld laptops, mp3-spelers en flatscreens. We verstrekken al leningen vanaf 2 euro.”

Verjaardagscadeau
Meerdere malen benadrukt Rolf hoe belangrijk de bank is voor mensen die even om geld verlegen zitten, vaak omdat ze voor belangrijke of onvermijdelijke kosten staan, zoals bij plotselinge ziekte in de familie of bij vorderingen van de belastingdienst. “Er zijn soms schrijnende gevallen. Zoals die van een moeder met een dochtertje dat voor haar verjaardag een kinderfiets had gekregen en waarvoor de moeder de dag erna een lening wilde. Dan voel je de tranen van dat meisje bijna zelf. Toch moet je professioneel blijven. Alle goederen worden getest en getaxeerd. We onderhandelen niet. Het is de bedoeling dat de SBL geen verlies draait. Maar omdat we geen winstoogmerk hebben, zijn we altijd socialer dan instanties die er wel aan moeten verdienen. Het valt mensen natuurlijk soms tegen wat ze voor hun onderpand krijgen, maar daardoor kan wel 95 procent van de klanten gewoon hun rente over de lening betalen en het bedrag voor het onderpand aflossen. Dat hoeft bij ons zelfs niet in één keer.”

De Stadsbank van Lening (SBL) is een dienst van de gemeente Amsterdam, die vier filialen verspreid over de stad heeft. Het filiaal in De Pijp heeft twee hoofdingangen: aan de Albert Cuypstraat en aan de Gerard Doustraat. Het filiaal is uniek omdat het als enige naast sieraden ook op gebruiksartikelen als onderpand beleent. Elke werkdag kunnen mensen op vertoon van hun legitimatiebewijs (en voor sommige artikelen een aankoopbewijs) voorwerpen met waarde tegen een door de bank getaxeerde prijs in onderpand geven. Na terugbetaling van de leensom met bijbetaling van rente, ontvangen de klanten de voorwerpen terug. Pas als de rente niet voldaan wordt, worden de voorwerpen in de veilingzaal van de bank aan de Nes geveild.

De eerstvolgende veilingdagen, voor iedereen toegankelijk, zijn van 23 t/m 25 februari.
Kijkdagen zijn er op 16 en 17 februari.
Informatie over de SBL is te vinden op www.sbl.nl

Stadsbank van Lening, Albert Cuypstraat 181/Gerard Doustraat 156. Veilingzaal: Nes 57.
www.sbl.nl

Rumoer rondom parkeergarage verstomt heel even

Datum: 1 december 2009 / Editie: December 2009 / Auteur(s): Peter Roeffen

De geplande parkeergarage onder de Boerenwetering zorgt voor reuring onder buurtbewoners. De angst voor te hoog oplopende kosten, nieuwe overlast bij weer een megaproject en aantasting van het fundament van veel gebouwen houdt veel buurtbewoners in de greep. De politiek kan niet zomaar een besluit over de hoofden van de bewoner nemen.

De respons op de enquête over de garage dit jaar was minimaal. Slechts zeven procent van de buurtbewoners nam de moeite via de vragenlijst hun mening kenbaar te maken. Ook de informatie- en inspraakrondes, die ideeënateliers werden genoemd, leverden weinig op. Sceptici zullen apathie constateren, maar betrokkenen weten beter. Het zijn juist de vele tegengestelde meningen en de stoomwalsoperatie van het stadsdeelbestuur die de discussie bemoeilijken en het geloof in een goede oplossing bij de burgers ondermijnen.

Opgeruimd huis
Jan Witting initieerde namens zijn eigen Partij van de Arbeid en samen met VVD en D’66 het politieke verzet tegen de plannen voor de garage, die GroenLinks ten uitvoer wil brengen. De lage respons op de enquête vindt hij een “creatieve vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid”. Op de politieke agenda stond het deelraadbesluit voor 16 december 2009 vastgesteld. Maar Witting vindt dat met het oog op de fusie tussen de stadsdelen Oud-Zuid en Zuideramstel niet voor de verkiezingen in maart 2010 een besluit genomen kan worden over een megaproject dat voor vele miljoenen euro’s op de begroting zal drukken. “Bij de fusie moeten we een opgeruimd huis achterlaten. Je kunt niet nu nog allemaal moeilijk omkeerbare zaken in gang zetten”, vindt Witting.

Splijtzwam
De volautomatische parkeergarage voor de Frans Halsbuurt is een splijtzwam tussen de fracties van collegepartijen GroenLinks en de PvdA. Over de inrichting van de openbare ruimte denkt de PvdA pragmatisch. “De plannen van GroenLinks zijn sympathiek, maar niet realistisch. Ze zijn te duur, te slecht onderbouwd en te riskant.” Vooral ergerlijk vindt Witting de houding van wethouder Paul van Grieken van GroenLinks, die hij regentesk gedrag verwijt, omdat hij “dwars tegen allerlei adviezen van ingenieurs in en over de hoofden van de burgers heen vasthoudt aan een plan met de minst intelligente wijze van uitvoering. De bevolking wordt door hem geschoffeerd. Daarom nodigen we iedereen 21 januari 2010 uit om aan de gehele PvdA-fractie zijn zegje te doen. Wij zoeken aansluiting bij de ideeën van de bevolking. Voorlopig lijkt het burgerplan om de leegstaande parkeergarage aan de Hobbemakade met een loopbrug te verbinden met de Ruysdaelkade een veel geschiktere oplossing.” Met dat plan worden er slechts 160 nieuwe parkeerplaatsen gecreëerd, maar wel vele miljoenen euro’s bespaard.

Westeinde
Witting vindt dat er “primair geld voor verbetering van de situatie rond de Van Woustraat en Westeinde uitgetrokken moet worden. De Van Woustraat is volop in ontwikkeling. Een nieuw soort ondernemers heeft zich hier gevestigd. Tussen de stad en de Noord-Pijp zou een parkeergarage moeten komen, met directe aansluiting op het openbaar vervoer. Hier heeft het stadsdeel veel meer aan, omdat hierbij externe financiers, zoals de Nederlandsche Bank betrokken kunnen worden.”

Witting heeft na het echec met de Noord/Zuidlijn de wind in de zeilen. Hoewel het stadsdeel geen enkele betrokkenheid met de metrolijn heeft, is een nieuw megaproject in de buurt voor veel burgers het volgende bewijs dat de overheid haar dure speeltjes met ongewisse afloop door de strot van de burgers wil duwen. De idyllische visie van GroenLinks op parkeren en de openbare ruimte heeft leefbaarheid voorop staan, maar gaat voorbij aan de praktische weerbarstigheid, waarbij mensen angstig worden voor verzakkende huizen, tijdens de werkzaamheden tijdelijke onbereikbaarheid van hun eigen straat en uit de pan rijzende kosten.

Ambigue
Bestudering van het plan van GroenLinks voor de parkeergarage bij de Ruysdaelkade leert dat er een grote ambitie uit spreekt. De Pijp moet zich spiegelen aan Londen en Groningen, maar vooral aan Bilbao dat “van een zwaar vervuilde stad omgetoverd is in een prachtig oord door een totale ommekeer in de hoofdvorm van transport (metro en tram) in combinatie met nieuwe, grote ondergrondse parkeergarages. Wandelboulevards, parkeerplaatsvrije en zelfs compleet autovrije straten.” Hoewel enthousiasmerend oogt het visieplan futuristisch en steriel. Het laat op het eerste oog weinig ruimte voor veranderingen.

Toch is fractievoorzitter van GroenLinks Bram Bos nog steeds positief over de haalbaarheid van het plan. “VVD, D66 en GroenLinks willen een garage onder de Boerenwetering, maar we geven alle drie een ander gewicht aan het doel openbare ruimte versus het doel vergroten van de parkeercapaciteit. Onze verwachting is dat deze partijen daar wel uitkomen, maar het is geen gelopen race.” Volgens hem wil GroenLinks zich echt wel flexibel opstellen. “We hadden gehoopt dat veel meer mensen actief meedachten over dit project. Onze indruk is dat veel mensen het idee achter de garage ondersteunen, maar natuurlijk zien we ook tegenstellingen: sommigen die geen parkeerplaats extra willen, terwijl anderen die garage juist als een kans zien voor meer plekken voor auto’s. Wat dat betreft zijn de reacties uit de buurt heel vergelijkbaar met de opstelling van de verschillende partijen in de raad. Draagvlak in de buurt is dus ambigue: de meeste mensen zien die garage wel zitten, maar dat doen ze soms wel vanuit heel verschillende motieven. Het is aan de politiek om daar een goed midden in te vinden.”

Angst en bedenkingen
Juist de angst voor een halfslachtig compromis, waardoor uiteindelijk het autogebruik toch nog toeneemt, is voor Els Willems van Amsterdam Anders/De Groenen een van de hoofdredenen om niet langer voor de bouw van de garage tezijn. “Parkeergarages aan de randen van de stad hadden onze voorkeur, maar in dit deel van de stad leek de openbare ruimte er op vooruit te kunnen gaan. Door de hoge kosten en de risico’s, maar vooral door de waarschijnlijk niet tegen te houden uitbreiding van de parkeervergunningen die VVD en D’66 voorstaan is dat twijfelachtig geworden.” In de buurt zijn enkele betrokkenen deskundig geworden. Ate Klein bijvoorbeeld leest alle rapporten die er verschijnen.

Ingenieursbureau Fugro toont aan dat tientallen huizen in de omgeving preventief vernieuwd moeten worden, terwijl beïnvloeding van het grondwaterpeil risico’s voor de fundering in een veel groter gebied met zich meedraagt. Klein: “Dat het allemaal mis kan gaan is bekend van de Noord/Zuidlijn. En in Rotterdam zijn er problemen met de Blunderput. In Groningen waar ze twaalf garages hebben, is het werk onder het Damsterdiep gestaakt omdat de aannemer eerst duidelijkheid wil over de kosten van het schadeherstel aan de omliggende panden. In Den Haag zijn er problemen met een garage naast een museum. Zo kan ik nog wel even doorgaan. De kosten van de aanleg onder de Boerenwetering zijn nu al extreem hoog. Een plaats in een parkeergarage hoort niet meer dan € 30.000 te bedragen. We komen waarschijnlijk op een veelvoud daarvan.” Duidelijk is dat de parkeergarage de gemoederen nog lang bezig zal houden.

Camera’s vullen publieke ruimte

Datum: 1 december 2009 / Editie: December 2009 / Auteur(s): Peter Roeffen

Tegenwoordig vind je in De Pijp overal camera’s die voorbijgangers volgen. Ondernemers houden graag cameratoezicht om hun eigendommen en die van het personeel te beschermen. Maar maken camera´s de buurt wel veiliger?

Buurtbewoner Freddy Wissink vindt van niet en roept mensen op om in verzet te komen. “We worden bij bijna alles in de gaten gehouden. Vingerafdrukken in het paspoort, de OV-chipkaart, straks met het kilometerkastje in de auto en hier in de buurt als je gewoon wat boodschappen doet. Cameratoezicht moet evenredig zijn aan het doel. Anders is het disproportioneel en daarmee privacyschending. Ook brengen camera’s veel meer in beeld dan noodzakelijk is, soms een hele straat in plaats van alleen de ingang.”

Volgens Wissink is het twijfelachtig of cameratoezicht de omgeving wel veiliger maakt. “De Pijp is een veilig gebied. De ervaring leert dat iemand die kwaad wil, zich niet door camera’s tegen laat houden. Bovendien zijn de beelden in een rechtszaak zelden rechtsgeldig. Daarnaast worden beelden soms oneigenlijk gebruikt.”

Wissink telde tussen het Marie Heinekenplein en het begin van de Albert Cuypmarkt al meer dan 10 camera’s. “Als je de Wet bescherming persoonsgegevens erop toepast, zijn de winkeliers in overtreding. Er wordt namelijk zelden kenbaar gemaakt dat camera’s de publieke ruimte in beeld brengen. De wet vereist die openheid wel.”

Wissink hoopt dat politici, onder andere via de deelraadverkiezingen komend voorjaar, op hun verantwoordelijkheid gewezen worden.

Wissink komt via de Pijp Krant graag in contact met mensen die er hetzelfde over denken.

Stadsdeel bezuinigt op vrijwilligersorganisaties

Datum: 1 november 2009 / Editie: November 2009 / Auteur(s): Peter Roeffen

De Stadsdeelraad van Oud-Zuid stelt aan het einde van het jaar de subsidies vast voor maatschappelijke en culturele organisaties in het stadsdeel. Omdat de economische situatie er dit jaar om vraagt de subsidieaanvragen nog beter tegen het licht te houden, krijgen nu meer organisaties dan voorgaande jaren te kampen met minder subsidietoekenning.

Onzekerheid
De gemeente Amsterdam moet de komende vier jaren 620 miljoen euro bezuinigen. De stadsdelen moeten daarvan 116 miljoen voor hun rekening nemen. Ook de stadsdeelfusie met Zuideramstel kan in Oud-Zuid op de achtergrond dit jaar al een rol spelen bij de subsidietoekenning, maar zal dat in de komende jaren waarschijnlijk nog nadrukkelijker doen.

Sommige organisaties in Oud-Zuid verkeren daarom in grote onzekerheid. Voor een aantal hebben de bezuinigingen direct in 2010 al gevolgen, voor een aantal andere is 2010 het laatste jaar, waarin ze nog op subsidie kunnen rekenen.

Bittere noodzaak
Kleine subsidieafhankelijke organisaties als De Levante en Speeltuinvereniging Henrick de Keijser dreigen ten onder te gaan. Maar ook het buurthuiswerk van Combiwel krijgt klappen. Vooral de 1,5 miljoen subsidie die gereserveerd is voor activiteiten voor volwassenen is voor de toekomst niet langer gegarandeerd. Zelfs een gevestigd instituut als de Badcuyp heeft te vrezen. Momenteel loopt er een onderzoek naar de functie en het bestaansrecht van het cultureel centrum. Het in 2011 te verschijnen rapport kan verstrekkende gevolgen hebben.

Hoewel subsidie afhankelijk maakt en nooit automatisch toegekend mag worden, is ze soms bittere noodzaak en kent vermindering of afschaffing ervan altijd slachtoffers. Veel van de door de subsidievermindering of -afschaffing getroffen organisaties drijven voor een belangrijk deel of zelfs uitsluitend op vrijwilligers. Zowel het doel dat zij dienen als zijzelf worden hard getroffen. Hun inzet en betrokkenheid heeft niet tot het gewenste resultaat geleid.

‘Op 25 en 26 november’ betrokken organisaties
Op 25 en 26 november wordt de begroting van het stadsdeel voor 2010 vastgesteld. De subsidieplafonds worden in december na eventuele wijzigingsvoorstellen definitief bepaald. De Pijp Krant maakte een rondje langs betrokken organisaties.

Winkeliers trekken aan noodrem Noord/Zuidlijn

Datum: 1 oktober 2009 / Editie: October 2009 / Auteur(s): Peter Roeffen

De bewoners en winkeliers van de Ferdinand Bolstraat worden elke dag geconfronteerd met de overlast die de aanleg van de Noord/Zuidlijn oplevert. Pas als de bouwput dicht is, worden winkels weer bereikbaar. Tot die tijd is het voor veel winkeliers overleven. De gemeente mag wel eens meer betrokkenheid tonen.

Enquêtecommissie
De afgeronde verhoren van de enquêtecommissie hebben inmiddels duidelijk gemaakt dat niemand binnen de gemeente wist waar men bij de bouw van de Noord/Zuidlijn aan begon. Volgens burgemeester Job Cohen was iedereen binnen het ambtelijke apparaat een amateur.

Niet gehinderd door enige kennis konden wethouders tijdens hun bewindsperiode ontkennen dat er zich problemen zouden voordoen. Ernst Bakker beweerde stellig dat de overlast voor de bevolking beperkt zou zijn en Geert Dales voorzag zonder aarzelingen dat het megaproject slechts maximaal 1,4 miljard euro zou gaan kosten, omdat alle onvoorziene kosten al in het budget waren meegenomen. De grens tussen leugens en onwetendheid is vaak vaag, zeker als betrokkenen te eigenwijs zijn om hun ongelijk te erkennen.

Vertrouwen
De Noord/Zuidlijn heeft de geloofwaardigheid van de Amsterdamse politiek ernstig geschaad, terwijl het imago van een log, stuurloos, regelzuchtig ambtelijk apparaat versterkt is.

Dat Rotterdam het onlangs wel lukte om zonder ophef en kostenoverschrijding een metrolijn te leggen. moet menigeen in Amsterdam steken, hoewel in het openbaar iedereen zich zal verschuilen achter redenen als dat de steden niet met elkaar te vergelijken zijn, dat men in Amsterdam te maken had met bijzondere besluitvormingen en technieken en dat er nergens ter wereld zo’n uitzonderlijke combinatie van specifieke omstandigheden optrad.

Het is voor de politiek van belang het vertrouwen van de burger in de goede afloop van het project te herstellen. Betere voorlichting en een voorzichtigere aanpak van cruciale, maar kritieke bouwwerkzaamheden moeten ertoe bijdragen dat het bestaande draagvlak behouden blijft.

Schacht
Hoe het onlangs toch nog bijna misging, bleek uit de consternatie die ontstond na het besluit van het Projectbureau Noord/Zuidlijn (PBNZL) om voor de periode van drie jaar een schacht en een nooduitgang te bouwen op de hoek van de Eerste Jacob van Campenstraat met de Ferdinand Bolstraat. De winkeliers in de omgeving waren onmiddellijk verontrust, want het betekende dat de Ferdinand Bolstraat lange tijd ook ter hoogte van het Marie Heinekenplein nauwelijks nog toegankelijk zou zijn en dat er nog meer klandizie verjaagd zou worden. In een artikel in het Parool beschuldigde Hans Appelboom (van leverancier in keukenbenodigheden Duikelman en van de ondernemersvereniging Ferdinand Bolstraat) de gemeente ervan dat “beloftes niet nagekomen werden”. Hij overwoog naar de rechter te stappen. Vooral voor de op de hoek van de geplande schacht gesitueerde konditorei Taart van mijn Tante voorzag hij grote problemen.

Gelukkig konden de winkeliers zich beroepen op de in het verleden gemaakte afspraak dat er niet meerdere zijstraten van de Ferdinand Bolstraat tegelijk zouden worden afgesloten. Enkele ondernemers en ambtenaren staken de koppen bij elkaar en bereikten binnen een half uur een akkoord over de plaats van containers en over vaste laad- en lostijden.

Winkeliers
Appelboom begrijpt heel goed dat de Noord/Zuidlijn veel onvermijdelijke overlast geeft, maar het irriteert hem dat de gemeente haar plannen achter de tekentafel bedenkt en dat de betrokkenheid met de burger en winkeliers lijkt te ontbreken. Dat de schacht op een halve meter van de ingang van de Taart van mijn Tante zou komen, had door wat gesprekken met ondernemers makkelijk voorkomen kunnen worden. Ook op de voorlichtingsavonden komt informatie pas los na kritische vragen van beslagen ten ijs komende buurtbewoners. Eigenlijk moet constant de vinger aan de pols van de gemeente gehouden worden. Veel ondernemers in de straat hebben het al zo moeilijk, dus is het belangrijk de overlast zoveel mogelijk te beperken. Wel is Appelboom zeer tevreden over de bereidwilligheid van politici om constructief na te denken over de toekomst van de Ferdinand Bolstraat en de Albert Cuyp. Omdat grote projectontwikkelaars de prijzen van de panden flink zullen opdrijven, moet er nu al een visie komen. Stadsdeelbestuurders willen net als de huidige ondernemers het karakter van de buurt zoveel mogelijk behouden.

Voorlichting
Ondanks alle goede hoop voor de toekomst, zullen tijdens de duur van de werkzaamheden og wel eens paar plooien gladgestreken moeten worden. Steeds minder mensen zullen gerustgesteld worden door de praatjes voor de vaak van de meeste politiek betrokkenen. Zeker nu de woorden van Cohen het functioneren van iedere bij het metroproject betrokkene in een ander daglicht zet.

Maar van dilettantisme merk je niks op de website van de gemeente die voor alle geïnteresseerden in het leven is geroepen: www.noordzuidlijn.amsterdam.nl. Bezoekers kunnen zich hier heerlijk laven aan alle prachtige futuristische ideeën. Zo is het toekomstige metrostation Ceintuurbaan via een prachtige 3d animatiefilm te bewonderen en kom je te weten dat de perrons er boven elkaar komen te liggen. De site steekt uitstekend in elkaar, maar is ontdaan van elke kritische noot, alsof alle ellende nu definitief achter ons ligt. Bedoeld of onbedoeld wekt de gemeente daarmee de indruk dat de metro de gemeenschap door de strot geduwd wordt. Dat de Albert Cuypstraat er als Albert Cupystraat gespeld wordt is maar een futiliteit, maar dat het er ernstig op lijkt dat binnen de gemeente niemand nog het verschil weet tussen voorlichting en propaganda is verontrustender. Notie daarvan zou het aantal misverstanden met burgers en winkeliers waarschijnlijk flink kunnen reduceren.

Misschien dat de gemeente dan eindelijk haar betrokkenheid toont.

Tussen Staphorst en Salou ligt… De Pijp

Datum: 1 september 2009 / Editie: September 2009 / Auteur(s): Peter Roeffen

Bewoners en welwillende horeca vragen beide om handhaving orde

Is Amsterdam aan het verworden tot een Salou aan de Amstel of juist een Staphorst? Is het helemaal verloederd of aangeharkt als een tekening van Anton Pieck? Ook in De Pijp zijn de meningen verdeeld.

Wereldwijd heeft Amsterdam het aanzien van een tolerante stad met een gezonde koopmansgeest verworven. Het beeld bestaat dat er nauwelijks regels zijn om ongepast gedrag aan banden te leggen en dat het ongepast is om zich te veel met de leefwijze van de individuele burgers te bemoeien.

De mentaliteit van alles moet kunnen heeft tot onverschilligheid geleid waardoor er teveel gebeurde wat het daglicht niet kon verdragen. Het gedoogbeleid is velen een doorn in het oog geworden. Al vele jaren is de lokale politiek bezig om de orde te herstellen en om een harmonieuzere samenleving te creëren. Bij deze inspanningen bestaat de kans dat de overheden te goed denken te weten wat voor de burger en de stad van belang is. De visie van de overheid botst dan soms met de ideeën of beleving van de burger, die steeds beter in staat is zich te organiseren en de media te bespelen.

Actiecomités
Zo ontstond dit jaar het actiecomité Ai!Amsterdam. Via een intensieve straatcampagne maakte het duidelijk dat er burgers zijn die de overdaad aan regelgeving zat zijn en niet langer betutteld wilden worden. De knipoog naar de gemeentecampagne “I Amsterdam” ontging B&W niet. Vertegenwoordigers mochten bij Cohen aan tafel aanschuiven, op voorwaarde dat ze door aanpassing van naam en logo de verwarring over de naam ophieven. Ai!Amsterdam kreeg voor elkaar dat sommige horecaregels veranderden, zoals het verbod op staand drinken. Veel meer dan symboolpolitiek lijkt dat niet.

Als reactie op Ai!Amsterdam kwam er ook een tegengeluid via Hooj (Horeca Overlast/Overleg Jordaan). Evenals politici en vertegenwoordigers van buurtgroepen uit Stadsdeel Oud-Zuid die een opiniërend artikel in NRC Handelsblad schreven, legt Hooj de nadruk op de overlast die bewoners in horecagebieden
ervaren.

Politiek
Het is duidelijk dat de politiek in een spagaat zit. Enerzijds is er het besef dat het uitgaansleven de stad groot financieel voordeel biedt. Een bruisende stad, waar het uitgaansleven aan niet teveel restricties gebonden is, brengt veel geld in het laatje. Het heeft een zuigende werking op toeristen en maakt Amsterdam als vestigingsplaats voor ondernemingen interessanter. Anderzijds moet de gemeente de kwaliteit van het wonen waarborgen. Het electoraat in de binnenstad en aanpalende uitgaansgebieden, zoals De Pijp, ervaart dat het woongenot aan erosie onderhevig is. De toename van horecavoorzieningen en het afnemende tolerantieniveau snijden elkaar.

Van de politiek mag best gevraagd worden dat het de grenzen aangeeft. De grenzen aan de ondernemingsdrift en de overlast, maar zeker ook aan de bewonersergernis.

Zeker in een gebied als De Pijp, met haar smalle straten en gehorige huizen moet iedereen weten waar hij of zij aan toe is. Dat vraagt van politici behendig manoeuvreren langs de grenzen van verdraagzaamheid en wederzijds begrip.

Overlegorganen
Maar nog belangrijker is dat bewonersgroepen en horecaondernemingen met elkaar in gesprek moeten komen én blijven. Drie jaar geleden nam wethouder Linthorst het initiatief om overlegorganen met bewoners en horeca op te richten. Onderhuidse irritaties worden hierin nu besproken en zoveel mogelijk opgelost. Afspraken worden door de aangesloten horeca gerespecteerd, omdat ze beseffen dat een goede onderneming op de lange termijn baat heeft bij goede betrekkingen met de buurt.

De overheid kan zich daarom ook maar het beste niet teveel concentreren op het uitvaardigen van allerlei regeltjes die het gevoel van betutteling aanwakkeren, maar op het scheppen van de voorwaarden om burgers dichter bij elkaar te brengen. En er voor zorgen dat de handhaving van de openbare orde, zeker rond sluitingstijd, wat gestructureerder wordt aangepakt. Horecaondernemingen die zich niet bij een ondernemersvereniging aansluiten, plaatsen zich buiten de orde. Als ze klachten van bewoners blijven negeren, dan geldt uiteindelijk maar een regel: de vergunning intrekken!

Het geeft actiegroepen als Ai!Amsterdam heel wat minder kans om de gemeente Amsterdam belachelijk te maken. Wat vinden betrokkenen ervan?

Martijn Boelen van Wijnbar Boelen en
Boelen secretaris van de ondernemersvereniging Vrede op het Gerard Douplein:
“De horeca in de Noord-Pijp is steeds hoogwaardiger geworden. Het is hier nu druk en er komen veel meer mensen van buiten de stad. Misschien is het wel te druk. Een goede onderneming kijkt ook naar de lange termijn. Buurtoverlast werkt alleen maar tegen je. Dus is het belangrijk om je aan afspraken en regels te houden en om naar eventuele klachten te luisteren. Ik probeer doordeweeks mijn terrassen om twaalf uur helemaal leeg te hebben. Om kwart over elf is het laatste ronde. De overlast hebben we hier nu behoorlijk in de hand. Het plein is heringericht, het is niet meer zo chaotisch. De grootste problemen worden veroorzaakt doordat door het rookverbod rond sluitingstijd mensen zich op straat groeperen. Hier zouden we graag een oplossing voor vinden. We zien graag dat de politie tijdens sluitingstijd toeziet op verstoring van de orde in het publieke domein.”

Derk Bos en Joyce Janssen van de Bewonersgroep Marie Heinekenplein:
“De Noord-Pijp heeft zich tot een gezellige buurt ontwikkeld. Ook het Marie Heinekenplein is in een levendig plein veranderd. De overlast van junkies is verdwenen. Politici en politie hebben dit goed aangepakt. Maar de ongeremde toename van de horeca creëert een spanningsveld tussen wonen en uitgaan. Vooral de grootschalige horeca heeft minder betrokkenheid met de gemeenschap. De meeste mensen op dit plein zijn hier komen wonen toen het plein nog een winkelplein was en er nog geen evenementen plaatsvonden. De politiek is ongevoelig voor protesten van burgers over de toenemende overlast. De politie heeft veel te lang gedoogd. Daarom lijkt handhaving nu ook zo betuttelend. Maar wij vragen erom omdat het zo afgesproken is. Verder vinden we dat de verantwoordelijkheid van horecaondernemingen niet ophoudt als hun klanten de straat opgaan. Wij vinden dat ze hier op aangesproken moeten worden.”

Eindelijk herinrichting Van Woustraat

Datum: 1 juli 2009 / Editie: July 2009 / Auteur(s): Peter Roeffen

Als alles mee zit heeft het stadsdeel deze week op initiatief van PvdA en GroenLinks besloten om 200.000 euro te besteden aan een bescheiden herinrichting van de Van Woustraat.

Met het geld zouden enkele parkeerplaatsen voor auto´s vrijgemaakt kunnen worden voor fietsrekken. Ook moet de straat door meer beplanting een groener aanzien en een hogere luchtkwaliteit krijgen.

Mensen die per fiets naar de buurt komen om er te winkelen of te eten ervaren een tekort aan parkeergelegenheid voor de fiets. De parkeerdruk voor fietsen is hoger dan die voor auto´s. Uit onderzoek van het stadsdeel blijkt dat er te weinig parkeerplaatsen voor fietsen zijn. De bedoeling van de herinrichting is behalve meer parkeerplaatsen en een hogere luchtkwaliteit ook een verbetering van het ondernemings- en woonklimaat. Ook de verkeersveiligheid en bereikbaarheid moeten met deze herinrichting verbeteren.

Arend Hamstra, raadslid van GroenLinks in Oud-Zuid telde al voor het raadsbesluit zijn zegeningen: “Eindelijk kunnen we een begin maken met het verbeteren van de Van Woustraat. Deze ommekeer in de politiek van Oud-Zuid was hard nodig!”

Gezinsaanpak moet criminaliteit voorkomen

Datum: 1 juli 2009 / Editie: July 2009 / Auteur(s): Peter Roeffen

Zowel Het Parool als De Telegraaf gaf de afgelopen maand ruim aandacht aan de criminele activiteiten van de Van Wougroep. Koppen als ‘Van Wougroep lijkt opnieuw betrokken bij drugshandel’ en ‘Tuig Diamantbuurt protesteert’ suggereren dat er heel wat aan de hand is in de buurt van de Van Woustraat. Is er voor bewoners reden om zich zorgen te maken?

Doorlooptijden
Woensdag 10 juni vergaderde het stadsdeel aan de hand van het door wethouder Lieke Thesing (Jeugd en Financiën) gepresenteerde rapport Mayenne over de veiligheid in de Pijp.

Voor de vergadering waren ook veldwerkspecialisten uitgenodigd en twee van hen kwamen aan het woord, de korpschef van de politie en de Officier van Justitie. De lange doorlooptijden tussen het gepleegde delict en de veroordeling, baarden hen zorgen. Veel jonge criminelen lopen in afwachting van een juridische uitspraak op straat rond, pronken met uit criminaliteit verworven statussymbolen en geven daarmee jeugdige buurtgenoten de indruk dat niemand ze iets kan maken. De criminelen weten vaak precies hoe ver ze kunnen gaan zonder juridisch bestreden te kunnen worden.

Mayenne
Het duo specialisten woonde de deelraadvergadering bij omdat het rapport Mayenne de basis vormde voor de deelraaddiscussie. Mayenne is een gezamenlijke operatie van het stadsdeel met de politie en het openbare ministerie om via gezinsaanpak de criminaliteit in de buurt een halt toe te roepen. De operatie werd ingezet na problemen in de Diamantbuurt in 2007. De nieuwe media-aandacht en een toename van diefstallen en straatroven leidden tot een plan van aanpak Gezinsaanpak moet criminaliteit voorkomen voor de buurt. Jongeren met Marokkaanse achtergrond die de buurt en hun eigen gemeenschap in opspraak brachten, werden in beeld gebracht via een gezinskaart. Ouders en gezinsleden werden benaderd voor directe zorg en steun. Doel was om de opsporingsmogelijkheden te vergroten en de onmacht, onverschilligheid of onwetendheid van de directe omgeving te doorbreken.

Met deze aanpak kon aangetoond worden dat er rond de Van Woustraat sprake was van een criminele organisatie met vijf hoofdverdachten die zich bezig hielden met de handel in verdovende middelen. Zes personen werden veroordeeld, waarvan een tot 22 maanden gevangenisstraf.

Focus
Bij de aanpak is nadrukkelijk gekozen voor een focus op gezinnen. Het doel is om te voorkomen dat jongere broertjes, en soms zusjes, in hetzelfde criminele gedrag vervallen als hun oudere broers. Het op het rechte pad houden van de jonge gezinsleden is van groot belang omdat na de leeftijd van 18 jaar, als ze meerderjarig zijn geworden, justitie, politie en het stadsdeel wettelijk en opvoedkundig gezien veel minder mogelijkheden hebben om nog te sturen en in te grijpen.

Kanttekeningen
Alle fracties deelden de zorg dat kansarme kinderen een beeld ontwikkelen dat misdaad loont. Ze waren verheugd dat de huidige aanpak voorzichtig zijn vruchten begint af te werpen. De veiligheidssituatie rondom de Van Woustraat blijkt verbeterd, de overlast voor burgers is teruggedrongen, verdachten zijn veroordeeld en gezinnen met problematische kinderen worden begeleid.

Niettemin plaatsten verschillende fracties kanttekeningen. Stadsdeelraadsleden vroegen zich af of er wel genoeg aandacht voor de voedingsbodem van de criminaliteit was en of meelopers en leiders niet beter gescheiden moeten worden? Ook kwam de vraag waarom niets wordt gedaan met signalen uit de school. Vaak kunnen ze daar al aanwijzen met welke kinderen het mis zal gaan. De wethouder en de twee specialisten uit het veld bleven de raad op deze laatste vraag het antwoord schuldig. De raad was tevreden over de presentatie van de wethouder en gaf aan uit te zien naar de volgende evaluatie die de wethouder in het najaar in de raad zal presenteren. Bewoners hoeven zich minder zorgen te maken dan de koppen in de kranten suggereerden. Maar de aanwas van nieuwe jeugdige criminelen houdt niet meteen op.

De gevolgen daarvan zullen de bewoners nog wel blijven ervaren.

Nieuwe Stadhouderskade op de proef

Datum: 1 juni 2009 / Editie: June 2009 / Auteur(s): Peter Roeffen

De Stadhouderskade is na maanden van werkzaamheden heringericht. Nu de weg weer voor al het verkeer begaanbaar is, fietste ondergetekende deze enkele malen op en neer, speurend naar verkeerstechnische verbeteringen en onvolkomenheden.

Tussen de Amsteldijk en de Ruysdaelkade liggen nu aan beide zijden vrije fietspaden langs de weg. De Stadhouderskade is daarmee overzichtelijker geworden en het verkeer stroomt beter door. Het lijkt alsof de Stadhouderskade veel minder druk met auto´s en fietsers is dan voorheen. Fietsers hoeven zich niet meer voor auto’s te wurmen. Nadeel is wel dat langzame fietsers snellere fietsers kunnen ophouden en dat soms dubbel geparkeerde auto’s hindernissen vormen.

Fietsers slagen er bij juiste opvolging van de verkeersregels bijna overal in om zonder grote risico’s over te steken. Voor fietsers vanuit Oost die de Eerste van de Helststraat opdraaien is het onhandig voorsorteren, maar dat is wellicht een kwestie van gewenning.

Oversteken van de Hemonystraat naar Oosteinde is problematischer. De verkeerslichten voor fietsers zijn weg. Vooral oudere fietsers en kinderen doen er daarom verstandig aan te wachten totdat het verkeerslicht voor de voetgangers op groen springt.

Overdag zijn er genoeg voetgangers die met een druk op de knop het autoverkeer vrijwel direct tot stilstand kunnen brengen. De gewijzigde situatie is in hun voordeel veranderd, hoewel mensen die moeilijk te been zijn moeite zullen hebben om bij groen licht tijdig de overkant te bereiken.

Opmerkelijk is dat fietsers die vanaf Oosteinde komen in de remmen moeten knijpen om niet van het nieuwe plateau de Stadhouderskade op te schieten. Het is te verwachten dat de problemen rond de Stadhouderskade zich na de herinrichting bij dit overgangsgebied concentreren.