In Sporthal De Pijp is het najaaren winterseizoen al weer begonnen

Datum: 1 september 2011 / Editie: September 2011 / Auteur(s): Peter Roeffen

combiwel Sportbuurtwerk, organiseert ook dit jaar weer voor alle buurtbewoners in De Pijp laagdrempelige sportactiviteiten. Doel van deze activiteiten is om bewoners voor een (nog) bescheiden prijs kennis te laten maken met verschillende sporten en om ze in contact te laten komen met buurtgenoten. Alle activiteiten worden gegeven door gediplomeerde sportdocenten.

Het najaar- en winterseizoen is weer begonnen. Buurtbewoners die geïnteresseerd zijn in sportactiviteiten kunnen zich vanaf nu inschrijven of aan een proefles deelnemen. Via de sportinstuiven kan iedereen het hele winterseizoen door ervaren welke sport het beste bij hem past.

Voor degenen die al een voorkeur hebben, zijn er cursussen. Ook sportliefhebbers die een idee hebben om een nieuwe sportactiviteit op te zetten, zijn welkom om samen met activiteitenbegeleiders van Sportcentrum De Pijp te onderzoeken welke opzet het beste aanslaat. Leo Heldoorn (voor volwassenen), Marcel Bosse (voor de jeugd 12+) en Marco Cats (voor de jeugd tot 12 jaar) zijn de contactpersonen.
Zij coördineren en begeleiden cursussen en activiteiten. Ze proberen met een verscheidenheid aan zaalactiviteiten de sociale samenhang in de buurt te bevorderen.

Zo is er elke vrijdag vanaf 17.00 uur een zaalvoetbaluurtje voor alle jongeren van 15 tot 20 jaar uit de buurt die gewoon binnen kunnen lopen en mee kunnen doen. Jongens die doordeweeks elkaar niet tegenkomen maken op sportieve wijze contact met elkaar.

Op het lijf
De meeste kinderen uit de buurt worden via scholen al warm gemaakt voor sporten. In Sportcentrum De Pijp kunnen ze ervaren of ze willen doorstromen naar de sportvereniging. Voor kinderen van ouders met weinig geld is er de mogelijkheid gebruik te maken van het jeugdsportfonds van de gemeente.

Voor ouders (of verzorgers) met peuters is er elke donderdagmiddag voor € 1,50 ‘Beweegkriebels’, Beweegkriebels is een visie en werkwijze gericht op het uitdagen van 0-4 jarige kinderen om spelenderwijs te bewegen en wat aansluit op de belevingswereld van de doelgroep.

Volwassenen die willen weten welke sport hen op het lijf geschreven is, kunnen voor een paar euro deelnemen aan de diverse sportinstuiven. Voor 40-plussers is er op maandagmiddag en donderdag de mogelijkheid om onder professionele begeleiding kennis te maken met diverse sporten. De sfeer is ongedwongen en iedereen is welkom.

Activiteiten
Enkele van de activiteiten voor het komende seizoen zijn
Elke maandagmorgen:
11.00-12.00 u aerobics
Elke dinsdagavond:
19.00-20.00 u aerobics (gemengd)
Elke woensdagochtend:
10.30-11.30 u steps
Elke donderdagmiddag:
14.00-15.00 u ‘Beweegkriebels’ (ouder/verzorger met peuter)
Elke maandagmiddag (14.00-16.00 u) en donderdagochtend:(10.00-12.00 u) is er de 40+ Instuif. Ook op donderdagavond zijn er instuiven voor conditietraining, badminton en tafeltennis.

Deelname is € 1,50 tot € 3,80 per keer.
Stadspashouders hebben gemiddeld ongeveer een euro korting. Deelnemers betalen alleen voor de uren dat ze meedoen en kunnen zelf bepalen of ze eenmalig, zo nu en dan of elke week meedoen.

Er worden in het sportcentrum ook (tennis)cursussen gegeven. Dan betaal je wel voor het totaal aantal lessen. Stadspashouders krijgen fikse korting.

Kinderen kunnen les krijgen op het gebied van karate, futsal (zaalvoetbal), basketbal, atletiek, judo, streetdance en tennis. Tien lessen kosten maximaal € 50,-. Voor mensen met minder geld zijn er kortingen tot zeventig procent.

Sportloket
Inschrijven kan via het Sportloket van Sportcentrum de Pijp, Lizzy Ansinghstraat 88 (voor meer informatie tel. 4701460).
Voor de jeugd zijn er extra inschrijfmogelijkheden op 23 september (15.00-17.00 uur in het Jan van der Heijdenhuis, 2e Jan van der Heijdenstraat) en woensdag 28 september (13.00-14.30 uur in Buurtcentrum De Pijp, 2e Van der Helststraat)

Prijzen: om de sportactiviteiten qua budget voor iedereen toegankelijk te maken zijn de prijzen laag gehouden. Mensen met een smallere beurs krijgen bij cursussen aanzienlijke korting. Bij sportinstuiven en aerobics wordt per keer betaald. Op vertoon van de stadspas krijgen deelnemers korting.

Edelsteen na jaar al dicht

Datum: 1 juni 2011 / Editie: June 2011 / Auteur(s): Peter Roeffen

Nog maar een jaar geleden moest buurthuis De Edelsteen het pronkstuk van De Diamantbuurt worden. Vanwege geldgebrek zegt gebruiker Combiwel nu al de huur op. Leegstand van het prestigieuze gebouw lijkt bijna onvermijdelijk.

‘Een bindend centrum. Voor en door iedereen’, sprak toenmalig wethouder Lieke Thesingh bij de opening van het multifunctionele buurtcentrum De Edelsteen. Iedereen in de buurt was enthousiast en trots toen de Diamantbuurt een gemeenschapsgebouw kreeg dat uniek voor Nederland moest worden. De Edelsteen zou niet werken met een voorgekookt programma-aanbod, maar de ideeën van de burgers zelf zouden voorop komen te staan. Zelfparticipatie vormde het sleutelwoord. Combiwel, de beheerder van De Edelsteen, zou voornamelijk faciliteren.

Vanaf volgende maand is De Edelsteen er voor niemand meer. Huurder Combiwel kan de huur van 150.000 euro voor het gebouw niet langer opbrengen. De door het stadsdeel opgelegde bezuinigingen nopen Combiwel tot budgettaire keuzes. Tot aan het einde van het jaar blijft de benedenetage van De Edelsteen open. Daarna dreigt leegstand. Het stadsdeel hoopt nog op een nieuwe, commerciële huurder die tegen een schappelijke prijs ruimte onderverhuurt aan buurtbewoners met ideeën.

Onbenut
De sluiting van De Edelsteen is de tweede van een cultureel centrum in De Pijp in korte tijd, na Buurthuis Quellijn een jaar geleden. Ook toen was voor Combiwel de hoge huurprijs de belangrijkste reden om het pand te verlaten. Door sluitingen van culturele centra nemen de mogelijkheden voor buurtactiviteiten in De Pijp steeds verder af. Ook worden activiteiten voor buurtbewoners moeilijker toegankelijk.

De opzet van De Edelsteen was dat huurder Combiwel geld zou binnenhalen uit de verhuur van ruimtes ten behoeve van bewonersactiviteiten. Te vaak werden die ruimtes onbenut gelaten, waardoor Combiwel er onvoldoende in slaagde om inkomsten te genereren. Volgens haar directeur Hans Zuiver ‘hebben bewoners geen initiatieven getoond’. De sluiting past in de plannen van het stadsdeel om het aanbod van welzijnswerk sterker vraaggericht te maken. Het stadsdeel betaalt liever niet voor activiteiten waarin weinig mensen interesse tonen. Het stadsdeel verleent Combiwel minder subsidie dan het gewend was.

Pronkstuk
Voor de Diamantbuurt is de sluiting van De Edelsteen een flinke streep door de rekening. De buurt hoopte met de opening van het centrum op 27 februari 2010 moeilijke jaren te kunnen afsluiten. Enkele relletjes met vaak landelijke media-aandacht hadden de buurt in een kwaad daglicht gesteld. Een groot gedeelte van de buurtbewoners was angstig geworden, terwijl een ander gedeelte vond dat er niet veel meer aan de hand was dan in de rest van de stad. Het stadsdeel dacht groot uit te pakken met een fraai gerenoveerd gebouw midden in de wijk, waar alle bewoners welkom waren. Het centrum behelsde twee gerenoveerde basisscholen met onder meer een computerruimte, restaurantkeuken, muzikantenoefenruimte en sporthal.

Van bewoners werd gevraagd om zelf activiteiten te organiseren. De bedoeling was dat het gebouw er voor de bewoners was en niet de bewoners voor het gebouw. Het heeft anders uitgepakt. Beginnersfouten en een omstreden deurbeleid hielden teveel bewoners buiten de deur. De Edelsteen bleef in de ogen van veel omwonenden een onneembare vesting. Mensen moesten aanbellen om daarna overigens hartelijk ontvangen te worden. Naambordjes en de bewegwijzering bleven lang uit en informatie over activiteiten was lang niet voor iedereen even gemakkelijk te achterhalen. De bezuinigingsoperaties van het stadsdeel en een politieke afrekening met het voor De Edelsteen verantwoordelijk college gaven De Edelsteen de laatste duwtjes.

Sociaal domein
In zijn beleidsstuk ‘Vernieuwd Welzijn’ heeft het college van Zuid vorige maand de nieuwe kaders van het sociale domein en welzijnswerk voor de komende jaren vastgesteld. Officieel is het nog een voorstel, dat bij het stadsdeel (ook op de website) ter inzage en inspraak ligt, maar gezien de samenstelling van de deelraad is het aannemelijk dat het voorstel op hoofdlijnen aangenomen zal worden. Het beleidsstuk ademt de sfeer uit van ‘na ons de zondvloed’. De verminderde subsidie aan Combiwel lijkt een voorschot te zijn op wat de bewoners van Zuid nog te wachten staat. Het plan rept van ‘het recht en de plicht van iedere inwoner om een volwaardig lid van de samenleving te zijn’, waaraan alleszeggend en bijna sneaky ‘te worden’ tussen haakjes toegevoegd is. Wie nog geen volwaardig lid is, heeft vanaf nu pech gehad. Ook verderop is, keurig verpakt in obligaat correcte taal een duidelijke indicatie over het toekomstig beleid te vinden: “De focus in deze bestuursperiode is gericht op vereenvoudigen, vernieuwen en verbinden (…) Niet de hoeveelheid activiteiten staan centraal maar het bereikte maatschappelijk effect (vereenvoudigen). We sturen op effectiviteit (kwaliteit) en efficiëntie (doelmatigheid). De doelmatigheid en kwaliteit moeten uiteraard aangetoond worden door meetbare indicatoren. De verantwoordingssystematiek van opdrachtnemers wordt herzien. Uitgangspunt is dat de verantwoordingssystematiek zoveel mogelijk de te bereiken resultaten ondersteunt.” Indicatoren en meetbaarheid zijn prima, maar doorgaans worden ze als instrumenten gebruikt om politiek gelijk te halen, terwijl bij het duiden van cijfers vaak niet de grootste kwaliteiten van politici liggen.

Vrees
Bij bewoners is de vrees groot dat de problemen binnen de Diamantbuurt weer op straat komen te liggen. In De Edelsteen gingen de jongeren uit verschillende culturen het afgelopen jaar naar tevredenheid van iedereen probleemloos met elkaar om. Nu zullen ze hun vertier weer elders moeten vinden. Ook voor projecten als ‘Dichter in de Buurt’ waarbij veel bewoners met elkaar in dialoog gingen, is de toekomst ongewis. Veel bewoners vrezen dat de buurt uit elkaar valt als de wijk geen ontmoetingscentrum meer kent. Die vrees zal ongetwijfeld voor stadsdeelbestuurders geen indicator zijn, op basis waarvan beleid voor de Diamantbuurt gemaakt wordt.

Stadsdeel wil af van mondige burger

Datum: 1 mei 2011 / Editie: May 2011 / Auteur(s): Peter Roeffen

Vlak voordat de stadsdelen zelf opgeheven worden, wil het stadsdeelbestuur alle wijkcentra sluiten. Daarmee laat ze betrokken bewoners in de kou staan. Voor De Pijp en haar bewoners heeft dit grote gevolgen. Tjerk Dalhuisen, bestuurslid van Wijkcentrum Ceintuur en Alies Fernhout, coördinatrice zijn verontrust, maar strijdbaar.

Wat is de huidige stand van zaken?
Tjerk Dalhuisen: “We hebben een brief van het stadsbestuur gekregen waarin staat dat vanaf 1 januari 2012 de subsidierelatie met het wijkcentrum stopt. Tegelijk zeggen ze dat ze wel met ons verder willen. De brief is zo onduidelijk geformuleerd dat we er eigenlijk geen conclusies uit kunnen trekken. Tegen die onduidelijkheid hebben we bezwaar gemaakt en als reactie hebben we nu een brief gekregen waarin staat dat we de zaak moeten sluiten.”

Alies Fernhout: “We zitten in een spagaat. Er wordt ons eerst gevraagd om deel te nemen aan het ‘vernieuwde welzijn’, terwijl we nu worden verzocht om het personeel te ontslaan en de huur op te zeggen. Het stadsdeel geeft aan dat er niet langer geld beschikbaar is voor het huidige wijkopbouwwerk. Het gaat niet meer om het aantrekken van de broekriem, maar om een abrupte beëindiging van de subsidierelatie.”

Wat betekenen de plannen voor bewoners in De Pijp?
Dalhuisen: “Een sterke achteruitgang. De buurt wordt eenzijdiger en er treedt verarming op in de activiteiten. De Pijpkrant verdwijnt bijvoorbeeld, maar ook het Nazomerfestival. Doordat het Natuur- en Milieuteam binnen een paar jaar geen geld meer krijgt, zal de wijk op termijn een minder groen aanzien krijgen. Het Groengemaal in het Sarphatipark moet dan dicht en de vele vrijwilligers krijgen geen begeleiding meer. De groene en gemêleerde Pijp is juist ontstaan dankzij de inzet van bewoners en ondernemers. Zonder deze inzet holt de buurt achteruit. Laten we niet vergeten dat De Pijp in de jaren zeventig nog een afbraakwijk was. De wijk is niet vanzelf zo mooi geworden. De betrokkenheid van mensen hier in de buurt verdient waardering en stimulans. Dat het stadsdeel dat niet ziet is een slechte zaak.”

Fernhout: “Zonder wijkcentrum gaat een plek verloren waar mensen met elkaar in contact komen en waar eigen initiatieven ontstaan. Een wijkcentrum is een plek waar je de sleutel krijgt om te vergaderen, te kopiëren en iets voor de buurt op te zetten. Zonder ingewikkelde bureaucratische processen en beheerders, gewoon met goede afspraken en op basis van goed vertrouwen. Daar zijn veel mooie initiatieven uit voortgekomen.”

Hoeveel arbeidsplaatsen gaan verloren?
Fernhout: “In eerste instantie gaat het om een opbouwwerker, een aantal uren secretariële ondersteuning en een baliemedewerker. Maar het heeft ook gevolgen voor de boekhouding, de automatisering, de schoonmaak en de coördinatie. Als het Natuur en Milieuteam weg moet gaat het om nog drie mensen en veel vrijwilligers. Dan moet ook het Wijksteunpunt Wonen vertrekken en gaat alle samenwerking en samenhang verloren.”

Dalhuisen: “Daarnaast verdwijnt er veel inzet van vrijwilligers. Alle werkgroepen en vele initiatieven draaien op vrijwilligers. Ook de bestuursfuncties bijvoorbeeld zijn onbezoldigd. Werk door mensen met hart voor de buurt, wordt teniet gedaan.”

Wat valt de politiek aan te rekenen?
Dalhuisen: “Investeren in een buurt is sociaal ondernemen. Dat zou de politiek moeten aanspreken. Toen wij enkele maanden geleden allerlei acties op touw hadden gezet en duizenden steunbetuigingen hadden verzameld, haastten de partijen zich te melden dat ze het werk van wijkcentra zo belangrijk vonden. Ze hebben afgesproken dat er Huizen van de Buurt moeten komen. Bezuinigen op gebouwen en niet op mensen.

Maar nu wil het stadsdeelbestuur toch zijn zin doordrijven en de wijkcentra opheffen, terwijl er geen Huis van de Buurt te zien is. Kennelijk durven ze niet eerlijk te zijn. Bijna alle raadsleden en ook verantwoordelijk wethouder Marco Kreuger, hebben de film Namens de kinderen van De Pijp gezien. Die toont hoe een totaal vervallen buurt sterk verbeterd is door inzet van actieve bewoners en ondernemers. Daar heeft het wijkcentrum sinds begin jaren ’70 heel veel aan bijgedragen. Ze zien allemaal in hoe belangrijk ons werk is, maar begrijpen kennelijk niet dat het Wijkcentrum Ceintuur ook de komende jaren nodig is.

Met een wijkcentrum koop je voor weinig geld veel betrokkenheid. Ze denken dat het genoeg is als ze alleen geld steken in de echte probleemgevallen: mensen die totaal geïsoleerd zijn geraakt. Terwijl dat nou juist niet werkt.”

Wat gaat het wijkcentrum nu ondernemen?
Dalhuisen: “We gaan de bewoners opnieuw informeren via alle kanalen die ons ter beschikking staan. Via deze krant, de media, via directe contacten en ook via pagina’s op sociale media zoals Facebook. De pagina Vrienden van De Pijp groeit snel in populariteit. We krijgen veel waardering, ook voor het feit dat we met de tijd meegaan. We willen de bewoners graag betrekken. Zij maken de buurt. De campagne ‘Hakken in de wijk’ heeft bewezen dat het Wijkcentrum leeft in de buurt. Mensen die vorig jaar hun mening stuurden aan de deelraad moeten dat nu vooral weer doen. Het heeft zeker gewerkt om de aandacht te krijgen, maar de politiek vergeet snel. Dus ben je er niet met een keer iets zeggen. Zo goed luisteren politici niet, dus je moet het af en toe herhalen. Ik heb groot vertrouwen in de buurtbewoners, het was heel mooi om te zien hoeveel verschillende verhalen er kwamen. Kort, lang, maar allemaal heel duidelijk. Bewoners van De Pijp laten zich niet zomaar het bos insturen door de politiek. Als de politici die inbreng serieus nemen kunnen ze zonder veel moeite budget uit trekken voor de wijkcentra en activiteiten van bewoners.”

Fernhout: “We willen zo veel mogelijk mensen betrekken bij de discussie. Het gaat niet alleen om welzijn, het gaat ook om participatie. Bewoners moeten iets te zeggen hebben over wat er in hun wijk gebeurt. Er zijn meer middelen beschikbaar voor wijkcentra als je in de breedte wilt kijken. Het stadsdeel moet zich vooral realiseren wat ze nu in handen heeft en wil weggooien.“

Heeft het wijkcentrum nog toekomst?
Fernhout: ‘Zeker, met het afschaffen van de deelraden worden wijkcentra juist weer veel belangrijker. Dat hoeft de overheid niet alleen te betalen, fondsen en ondernemers kunnen meefinancieren met activiteiten, maar daarvoor heb je wel een basis nodig. Dat is een taak van de lokale overheid en die basis mogen we niet verliezen.”

Dalhuisen: “Ik geloof dat het wijkcentrum langer zal bestaan dan het stadsdeel. Buurtparticipatie is enorm belangrijk, dat wordt gedeeld in allerlei wetenschappelijke rapporten. Investeren in bewoners loont zich altijd. Je krijgt er een rijkere buurt voor terug. Zeker nu de stadsdelen zelf worden opgeheven is er alle reden om flink in de buurt te investeren. Laat het stadsdeel het geld dat ze heeft vrijgemaakt voor nieuw beleid besteden aan bewoners en betrokkenheid bij de buurt. Dat is een investering die vruchten afwerpt. Dat is veel productiever dan nog net voordat ze zelf verdwijnen de wijkcentra op te heffen.”

Terrasverwarming brengt politiek in spagaat

Datum: 1 april 2011 / Editie: April 2011 / Auteur(s): Peter Roeffen

Het heeft iets romantisch: op een terrasje gezellig samen aan een kop koffie met slagroom, terwijl je de mensen door de sneeuw ziet schuiven. Terrasverwarming begint al heel normaal te worden. Gezelligheid kent geen tijd, ook niet op het Gerard Douplein.

Zomers zitten de terrassen in De Pijp dikwijls stampvol. Maar horecaondernemers willen ook in de koude wintermaanden meer klandizie binnenhalen. Terrasverwarming biedt uitkomst.

Gezellig
Voor bewoners rondom het uitgaansgebied zijn de stille wintermaanden juist een zegen. Ze hebben zich er bij neergelegd dat zodra de zon doorbreekt de ramen hermetisch gesloten moeten worden. Door de terrasverwarming dreigen nu ook de wintermaanden veel meer rumoer te geven. Als het aan stadsdeelvoorzitter Paul Slettenhaar ligt, worden de mogelijkheden om terrasverwarming te plaatsen aanzienlijk verruimd. Een verzoek tot toestemming hiervoor ligt bij burgemeester Eberhard van der Laan.

Ook bewoners vinden terrasverwarming wel degelijk gezellig. Een bewoner zegt: “Er is niets tegen een kop koffie met slagroom om acht uur op een terras. Dat wil ik ook graag. Het gaat om de overlast daarna.” En een ander: “De politiek zegt dat er rond het Gerard Douplein naar een ideale mix tussen wonen en uitgaan gezocht wordt. Maar door steeds meer regels voor de horeca te schrappen worden bewoners min of meer verjaagd. Je ziet hier steeds meer studenten en minder gezinnen.” De bewoners refereren aan Job van Amerongen (ex-deelraadslid OudZuid) die zei ‘dat de burger moet kunnen vertrouwen op een overheid die haar beschermt’. Met de terrasverwarming kunnen rokers gerieflijk tot soms zelfs in de nacht buiten blijven zitten. Vaak gaan voor de gezelligheid de deuren open om ook rokers van de muziek mee te laten genieten. De nachtrust van bewoners is niet gewaarborgd. Een bewoner: “Er dreigt een soort van musealisering. Een openluchtsociëteit annex pretpark met als decor wat gezellige pandjes.” En: “Terrasverwarming kun je geen duurzaam ondernemen noemen.”

Op volle toeren
En daar komen we op een ander nadeel van terrasverwarming. Terrasverwarming is bepaald vervuilend. Volgens een Brits onderzoek uit 2007 produceert één terrasverwarmer op jaarbasis evenveel CO2-uitstoot als een auto die 25.000 kilometer rijdt. Hier is wellicht het een en ander op af te dingen, maar aan de conclusie dat een gezellig verwarmd plekje op een terras de rekening eenzijdig bij het milieu legt valt niet te ontkomen.

Ondertussen lijkt de terrasverwarmingsindustrie op volle toeren te draaien. De zoekopdracht ‘terrasverwarming’ bij Google levert 172.000 resultaten op. Terrasverwarming hoeft helemaal niet duur te zijn en steeds meer verkopers claimen milieuvriendelijke producten te leveren. Ook de Pijpbewoner op 3 hoog kan voor een tamelijk zacht prijsje een behaaglijk balkon creëren. De schrik slaat hem pas om het hart als vele maanden later de energierekening komt.

Voor bedrijven is de investering wel lucratief. Want eigenlijk vinden we allemaal, stiekem of niet, het heel behaaglijk op een verwarmd terras. En zo werken we als consument zelf mee aan de schaalvergroting.

Brief aan burgemeester
Verschillende politieke partijen van Stadsdeel Zuid zijn niet bereid om op het onderwerp terrasverwarming te reageren. De korte reactie van Marcel Koldewijn (SP) op vragen hierover zegt bijna alles. Hij wijst erop dat het verzoek van het stadsdeelbestuur aan burgemeester Van der Laan om versoepeling van de regels voor terrasverwarming in stadsdeel Zuid niet gestuurd had mogen worden. Koldewijn: “Eerst moet het stadsdeel zorgen dat het de zaken op orde heeft met betrekking tot de overlast die de horeca in sterk toenemende mate veroorzaakt. Dan pas kan met goed fatsoen gekeken worden naar het aanpassen van geldende regels.”

Energiezuinige variant
In het verzoek aan de burgemeester zijn twee voorwaarden opgenomen, die verder niet worden uitgelegd. 1 ‘kunstmatige terrasverwarming wordt alleen toegestaan in een energiezuinige en veilige variant’ en 2 dat er ‘blijvende aandacht dient te zijn voor het voorkomen en bestrijden van overlast van terrassen voor omwonenden’ zijn zonder deugdelijke onderbouwing niet veelzeggend.

De politiek in Zuid zit in een spagaat. Toen de Noord-Pijp een centrumfunctie kreeg, betekende dit dat de horeca daar onstuimig kon groeien. Het toenmalige stadsdeel Oud-Zuid heeft dat enigszins willen reguleren, maar wilde ondernemers niet te veel beperken. De woonfunctie van de wijk komt nu steeds meer in de knel doordat bewoners vanwege een toename van lawaai, agressie en vervuiling vaker willen verhuizen.

Lapmiddelen
Sommige politieke partijen zien wel dat er problemen zijn. In een van de laatste stadsdeelvergaderingen namen ze stelling tegen de gemakkelijke oplossing van woningisolatie om geluidsoverlast tegen te gaan. Sam Franklin (GroenLinks) vroeg zich daarbij af of het nuttig was om te isoleren als de overlast zelf niet aangepakt werd. Theo Keijser (Zuid- en Pijpbelangen) vindt ‘het verbijsterend dat 10 procent van de bewoners verhuisd is door de overlast’. Coalitiepartijen VVD, D66 en PvdA houden zich echter liever op de vlakte.

Mede daarom wijst Daphna Brekveld van bewonerspartij Vereniging Ons Zuid (VOZ) in haar toelichting op de vragen van De Pijp Krant met een beschuldigende vinger naar de politiek. Brekveld: “Politici hebben de ontwikkelingen ondersteund. Terrasverwarming is bedoeld om het uitgaansleven nog beter te faciliteren. Kleine ondernemers worden verdrongen en regelgeving en handhaving worden steeds moeilijker.”

VVD, PvdA en GroenLinks willen of kunnen ondanks herhaaldelijke verzoeken op geen enkele wijze reageren; D66 komt alleen met een uitgebreide ontvangstbevestiging.

Het lijkt erop dat de politici in Zuid meer geïnteresseerd zijn in allerlei lapmiddelen dan in een daadwerkelijke beteugeling van het overlastprobleem in de Noord-Pijp. Ze wachten rustig af totdat over een tiental jaren oude bewoners vervangen zijn door studenten met een ‘korte doorlooptijd’. Die ‘comfortkids’ klagen niet over huizen die te gehorig zijn, maar over terrasverwarming die uitstaat.

De gesproken bewoners blijven liever anoniem. Omdat ze indirect en onbedoeld aan de broodwinning van horecaondernemers komen, vallen hun bezwaren niet bij iedereen in even goede aarde.

Nieuwe hoop op eerste hulp bij losliggende stoeptegels

Datum: 1 augustus 2010 / Editie: August 2010 / Auteur(s): Peter Roeffen

Iedereen loopt in zijn buurt wel eens tegen zaken op die beter kunnen. Omdat het vaak zo’n kleine moeite lijkt om ze te verbeteren, levert het veel ergernis op. Verbeterdebuurt.nl is een nieuwe website die met behulp van buurtbewoners veranderingen probeert te bewerkstelligen.

Veel mensen zeuren en klagen liever dan dat ze iets aan een situatie proberen te veranderen. Het is vaak ook niet eenvoudig om bij losse trottoirtegels, een tekort aan fietsenrekken of ontbrekende verkeersborden bij de juiste gemeentelijke instantie aan te kloppen. De initiators van Verbeterdebuurt moeten gedacht hebben dat de afstand tussen burger en de overheid kleiner kan. Op de site kan iedereen elke klacht deponeren, op voorwaarde dat er een werkend mailadres opgegeven wordt. Met de bevestiging op het naar dat mailadres verzonden antwoord wordt de klacht definitief en zichtbaar gemaakt. Hierdoor wordt het indienen van een klacht zeer laagdrempelig.

Nieuwe ideeën
Naast klagen is er ook gelegenheid voor frisse nieuwe ideeën, waar steun voor geworven kan worden. Met tien steunbetuigingen wordt een idee officieel bij de gemeente aangeboden. Ideeën voor verbeteringen in De Pijp komen bij stadsdeel Zuid terecht. Ook kan iedere bezoeker met tips reageren op klachten en ideeën.

De site geeft ook zicht op welke problemen er in de buurt in behandeling zijn en welke reeds opgelost. Via de invoer van je eigen postcode of van de postcode van de straat waar een probleem speelt, zie je direct via icoontjes wat de actuele stand van zaken is.

Helaas is de website een beetje rommelig, niet flexibel en onvolledig. Maar de site is nog volop in ontwikkeling. Daarom zullen fouten zoals de vermelding dat stadsdeel Zuideramstel niet meedoet, terwijl het inmiddels tot stadsdeel Zuid behoort (dat wel meedoet) nog wel verholpen worden. Als de kinderziektes overwonnen zijn dan is de site bij uitstek het middel voor betrokken buurtbewoners om vanachter de bureaustoel veranderingen te realiseren. Maar om problemen in de buurt te constateren zullen mensen er juist zoveel mogelijk op uit moeten gaan.

https://www.verbeterdebuurt.nl/

Groener dan het tuincentrum: het Groen Gemaal

Datum: 1 juli 2010 / Editie: July 2010 / Auteur(s): Peter Roeffen

Het Groen Gemaal is de verborgen schat van het Sarphatipark. De aamsbekendheid onder de Pijpbewoners mag best vergroot worden, vindt Henk Vrolijk, de nieuwe projectleider van het Groen Gemaal.

Vrolijk is pas amper een maand bij het Groen Gemaal, maar zit boordevol nieuwe ideeën. Verruiming van de openingstijden regelde hij vrijwel meteen bij zijn binnenkomst. Hij vindt het vanzelfsprekend dat het Groen Gemaal elke werkdag ´s middags open is, zodat alle werkende mensen op hun verlof- of roostervrije dag in staat zijn om plantjes te ruilen en informatie op te vragen. Het doel om de natuur dichter bij de bewoners te brengen, staat voor Vrolijk voorop.

Mysterieus oud gebouwtje
Mensen lopen nu wel erg gemakkelijk voorbij aan het gemaalhuis bij de ingang van het park tegenover de 1e Jan van der Heijdenstraat. Ze zien een mysterieus oud gebouwtje, dat in 2008 gemeentemonument werd, maar hebben geen idee dat in de ruimte erachter een bijzonder ecologisch ruilcentrum verscholen ligt, waar mensen met en zonder tuin terecht kunnen voor een grote verscheidenheid aan planten, die je niet meteen op de markt of in een tuincentrum zult vinden.

Iedereen kan er plantjes ophalen, tegen inlevering van een eigen plantje, het liefst een beetje uniek, om de variëteit te vergroten. Voor wie begint met tuinieren op zijn balkon of gevel, bestaat de mogelijkheid om plantjes of stekken te kopen. Op de geveltuinendagen, elk jaar in april, worden er hele pakketten op maat verkocht. Medewerkers van het Natuur- en Milieuteam De Pijp brengen per bakfiets vele kubieke meters tuinaarde naar de nieuwe geveltuinen en zorgen voor een groener aanzien van De Pijp. Aan het Groen Gemaal zijn nu nog twee vaste medewerkers en veel vrijwilligers verbonden, maar hopelijk komen er via re-integratietrajecten binnenkort nieuwe deeltijdkrachten bij.

Kapucijners en snijbieten
Vrolijk ziet voor het Groen Gemaal alleen maar kansen. “Als mensen met het Groen Gemaal in aanraking komen, zijn ze zonder uitzondering enthousiast. Ze vinden het een gemiste kans dat ze niet eerder van het bestaan afwisten. Dat is voor mij een teken om onze vleugels uit te slaan. We moeten ons profileren. Het Sarphatipark is per m2 het drukst bezochte park van Amsterdam.

De meeste bezoekers komen om te recreëren. Door bijvoorbeeld nu bij de ingang een bak met kikkervisjes te plaatsen, laten we zien dat er bij ons ook activiteiten zijn. Veel mensen in de stad zijn zich niet bewust van wat er in de natuur leeft en weten niet meer precies wat ze eten. We proberen door wat ingrepen in het park de biodiversiteit te vergroten. Er is een nieuw bospad aangelegd, het Eli Heijmanspad, met bessenstruiken. Er is onlangs een insectenhotel gekomen waardoor op den duur bijvoorbeeld de vogelpopulatie kan veranderen.

Er is een vlindertuin en er zijn plannen voor een heemtuin met bijzondere kruiden. Er is een bijenkorf, waar een imker pas geleden een cursus verzorgde. Daarnaast bieden we in ons centrum hulp voor moestuinen, de vierkante-meter-tuin, waarbij mensen zelf heel gemakkelijk bijvoorbeeld kapucijners en snijbieten kunnen telen. Eigenlijk zijn er zo veel ideeën en mogelijkheden. Onze nieuwe mensen kunnen bij mensen aan huis ondersteuning bieden bij een geveltuintje. Ook voor het park zijn de nieuwe krachten een extra impuls. We kunnen straks wellicht ook aan educatieve doelen gaan denken door scholen uit de buurt te betrekken bij het park”.

Pluis van de populieren
Vrolijk loopt vol enthousiasme door het park, wijst op de gevolgen van de droogte en het pluis van de populieren op het Eli Heijmanspad, zet een verdwaalde pad weer aan de oever en betreurt het tijdens het barbecueën verschroeide gras. In het gemaalgebouw ziet hij, als het eenmaal gerenoveerd is, de mogelijkheid voor een kleine expositieruimte.

Als Vrolijk de deur sluit, zitten op het trapje voor het gebouw allemaal zonnende scholieren. Ze lijken zich nog helemaal niet bewust van de toegenomen biodiversiteit van het park. Het zou mooi zijn als de volgende generatie scholieren met behulp van het Groen Gemaal de beginselen van natuuronderhoud en -behoud bijgebracht zou worden.

Henk Vrolijk hoopt dat naar aanleiding van dit artikel uitkeringsgerechtigden bij DWI of Pantar melden dat ze interesse hebben om bij het Groen Gemaal te re-integreren.

Het Groen Gemaal is open ma t/m do van 13.00 – 17.00 uur.

Op weg naar laagdrempeligheid

Datum: 1 juli 2010 / Editie: July 2010 / Auteur(s): Peter Roeffen

Multifunctioneel centrum De Edelsteen is al bijna een half jaar open. Na de geslaagde openingsavond moet het centrum de juiste vorm gaan vinden.

“Een bindend centrum. Voor en door iedereen. Met echte betekenis voor de buurt”, waren de woorden die rond de opening uit de mond van de toenmalige wethouder Lieke Thesingh rolden. Het buurthuis in de Diamantbuurt moet uniek voor Nederland worden. In tegenstelling tot wat gebruikelijk is, moeten buurtbewoners zelf ideeën aandragen, initiatieven ontwikkelen en plannen uitwerken. Buurt- en opbouwwerk moeten als het ware door de bewoners zelf ter hand genomen moeten worden.

Het zou niet reëel zijn om te verwachten dat alle mogelijkheden die De Edelsteen biedt meteen optimaal benut worden. Het gebouw is groot en beslaat twee gerenoveerde basisscholen met legio ruimtes, zoals een prachtige computerruimte, een blitse restaurantkeuken en een mooie sporthal. Het centrum is een pronkstuk voor de buurt.

Naambordje
De bezettingsgraad van de verschillende ruimtes kan nog behoorlijk omhoog, maar het is voor buurtbewoners niet makkelijk om ideeën kant-en-klaar uit te werken. Bij de organisatie van een gymnastiekclubje, een talentraining of een sieradencursus komt behoorlijk wat kijken. Hoe peil je de animo, hoe leg je een docent vast en hoe regel je de veiligheid, het materiaal en de inschrijvingsformaliteiten? Het zijn vragen die allemaal aan de orde behoren te komen.

Anna Prins van Combiwel en Mayra Paula van Wijkcentrum Ceintuur zien er namens De Edelsteen op toe dat enthousiaste en creatieve buurtbewoners hun ideeën omzetten in concrete activiteiten. Eigenlijk moeten ze hun eigen ideeën matigen, maar ze knijpen nog wel eens een oogje toe als hun hulp ingeroepen wordt, terwijl het toch eigenlijk de bedoeling is dat mensen meer uit eigener beweging regelen. Ze zijn nog een onmisbare schakel om zaken van de grond te krijgen. Aanloopmoeilijkheden hebben de gang van zaken bemoeilijkt. Het buurtcentrum leeft voor buurtbewoners nog onvoldoende zichtbaar. Paula: “De start is niet helemaal ideaal. De opening van het gebouw was een succes, maar we waren er nog niet helemaal klaar voor.”

Prins: “Simpele dingen als een naambordje en bewegwijzering waren nog niet geregeld. Ook de informatievoorziening, bijvoorbeeld via internet is nog onvoldoende. Dingen moeten nog op gang komen.” In oktober wordt geëvalueerd hoe het De Edelsteen vergaat.

Heikel
Het deurbeleid blijft een heikel punt. Een kleine kern van jonge potentiële ordeverstoorders is ongewenst, waardoor iedere bezoeker moet aanbellen. Daardoor lijkt het gebouw juist voor de argeloze bewoner een onneembare vesting. Niet iedereen zal aanbellen om binnengelaten te mogen worden. Om werkelijk laagdrempelig te worden, zal zowel via publiekscampagnes als bij de ingang duidelijker gemaakt moeten worden dat het centrum voor (bijna) alle buurtbewoners toegankelijk is. Eerst zullen de bewoners alle mogelijkheden van het gebouw en het centrum willen zien, voordat de stroom aan nieuwe ideeën in bruisende activiteiten omgezet worden. Het gebouw biedt bewoners alle mogelijkheden, maar de sleutel tot succes is toegankelijkheid.

Wijkcentra leveren fors in – Eerste avondje Zuid

Datum: 1 mei 2010 / Editie: May 2010 / Auteur(s): Peter Roeffen

Politieke besluiten over De Pijp worden met de voltrekking van de fusie van de stadsdelen Oud-Zuid en Zuideramstel voortaan genomen in het nieuwe stadsdeelraadkantoor aan de President Kennedylaan.

Maandagavond 3 mei werden tijdens de eerste vergadering van het fusiestadsdeel Zuid de nieuwe deelraadsleden en het dagelijks bestuur van het stadsdeel geïnstalleerd. De Pijp kreeg maar een klein beetje aandacht.

De tribunes van de raadskamer puilden helemaal uit. Een grote groep belangstellenden moest blijven staan toen scheidend stadsdeelvoorzitter van Oud-Zuid, Egbert de Vries, de avond opende. Hij benoemde snel de nestor van de te installeren raadsleden, D66’er Ed Berkhout (1940) voor de duur van het eerste gedeelte van de vergadering tot officieuze voorzitter van de deelraad, waardoor de aanwezige stadswethouder Maarten van Poelgeest onmiddellijk naar een ander stadsdeel kon snellen.

Voorzittershamer
Van Poelgeest overhandigde Berkhout een voorzittershamer en sprak de hoop uit dat het nieuwe stadsdeel ondanks zijn omvang dicht bij de mensen zou blijven staan. In de haast om zijn rede af te sluiten versprak hij zich door te zeggen dat hij de avond “het hele land afreisde”, terwijl hij de stad bedoelde. Ook kwartiermaker Hepko Wink, die de fusie van de stadsdelen op ambtelijk gebied praktisch gestalte gaf, kreeg even het woord. Na beëdiging van de stadsdeelleden en de felicitaties van vrienden en familie stroomden de tribunes voor een groot deel leeg en werd Femke Roos (PvdA) tot voorzitter van de deelraad gekozen.

Zegje
Vervolgens kregen enkele ‘toesprekers’ van belangenverenigingen de gelegenheid hun zegje te doen. Herre de Vries van Huurdersvereniging De Pijp ging binnen de toegemeten drie minuten specifiek in op woonproblemen in De Pijp. Volgens hem zien huurders hun lasten stijgen, terwijl het aanbod in de sociale sector in De Pijp steeds meer onder druk staat. Na hem konden alle fractieleiders hun standpunten en verwachtingen voor de komende periode kenbaar maken. Daphna Brekveld (Vereniging Ons Zuid) betrok als enige De Pijp in haar betoog. Ze hoopte vurig dat het nieuwe college niet verder zou bezuinigen op het welzijnswerk, zodat niet nog meer buurthuizen als Quellijn moeten sluiten.

Aan het einde van de avond werden de voorgedragen leden van het dagelijkse bestuur met grote meerderheid verkozen en verkozen bestuurders beëdigd.

Jeugdig
Het eerste dagelijkse bestuur van Zuid bestaat uit vijf wethouders. Stadsdeelvoorzitter is Paul Slettenhaar (VVD). Egbert de Vries (PvdA) is vicevoorzitter. Joep Blaas (D66) is de ervaren rot, die verantwoordelijk wordt voor de openbare ruimte en het milieu.

Opmerkelijk is dat Zuid ook twee zeer jeugdige bestuurders krijgt: Simone Kukenheim (D66, 30 jaar) en Marco Kreuger (VVD, 32 jaar). Beiden hadden al wel politieke ervaring in Oud-Zuid. Voor bewoners in De Pijp zal hun rol in het dagelijkse bestuur het meest zichtbaar worden. Kukenheim heeft jeugd, onderwijs en cultuur in haar portefeuille en Kreuger doet naast verkeer en parkeerbeleid, welzijn en ouderen. De toekomst zal leren hoe ambitieuze, onervaren liberalen omgaan met leefomgeving bepalende (economische) zaken als markt, horeca en kunst (Kukenheim) en gesubsidieerde, midden in de buurt staande bastions als wijkopbouwcentra, buurthuizen en jeugdhonken (Kreuger). Zijn bijvoorbeeld de gepokt en gemazelde marktkooplui onder de indruk van een weinig ervaren politicoloog, die binnen D66 bekendstaat als “een geëngageerde persoonlijkheid die met een heldere analyse veel mensen weet mee te nemen”? En wat heeft een lobbyist bij de beroepsvereniging van apothekers, die filosofie en politicologie gestudeerd heeft precies met wijkopbouw en buurtmaatschappelijk werkers?

Albert Cuyp staat nog met rug naar toekomst

Datum: 1 mei 2010 / Editie: May 2010 / Auteur(s): Peter Roeffen

De grootste dagmarkt van Nederland floreert niet meer zoals vroeger. Over de plannen van de politiek om de Albert Cuypmarkt te herstructureren praten de meeste marktkooplui liever niet. Slaagt de politiek erin de markt te veranderen?

Joop Rooze is een marktkoopman in hart en nieren. De groentenhandelaar wordt gekscherend “de burgemeester van de Albert Cuyp” genoemd. Vorig jaar werd hij genomineerd voor Amsterdammer van het jaar. Al jarenlang stelt hij drie keer per week groentensoep aan zwervers beschikbaar. Met iedere klant maakt hij een praatje en aan allemaal deelt hij bonbons uit, zoals hij zijn blauwe druiven noemt. De liefde voor zijn vak zet hij om in promotie voor de Albert Cuypmarkt.

Hij weet precies hoe de markt ervoor staat. “In de zomer is de markt lekker druk en levendig, maar in de winter hebben we te weinig klandizie. Eigenlijk hebben we dan een dak boven ons hoofd nodig.”

Rug aan rug
Stadsdeel Oud-Zuid liet door bureau Merkatormarketing onderzoeken hoe de Albert Cuypmarkt er momenteel voorstaat. Geconstateerd is dat sommige marktkooplui flink verdienen door marktplaatsen voor meer dan 5 keer het officiële tarief door te verpachten. De wachttijd voor een officieel aangewezen markplaats is mede daardoor ongeveer twintig jaar. Er zijn rigoureuze maatregelen nodig om de concurrentiepositie van de markt te verbeteren. Voorgesteld wordt om de marktkramen in de toekomst rug aan rug op te stellen, waardoor niet langer, zoals nu, 40 procent van de kramen fungeert als een onbemande vitrine voor de door de marktkramen aan het oog onttrokken winkels.

Parkeerproblemen
De meeste marktkooplieden willen liever niet of alleen anoniem over de toekomstsituatie spreken. Een vriendelijke Pakistaanse handelaar in tassen beaamt dat er op de markt veranderingen nodig zijn. Maar zelf heeft hij, net als zoveel anderen een dubbelrol. Hij werkt mee aan het systeem van verpachten. “Ik kan me niet voorstellen dat marktlieden zonder verzet afstand doen van het pachtsysteem. Dat kost hun geld” Een verkoper van huishoudelijke artikelen denkt dat de politiek de markt als een melkkoe gebruikt en de marktlieden het leven zuur maakt. “Alle parkeerplaatsen worden weggehaald. Mensen van buiten de stad kunnen hun auto nergens parkeren. En als ondernemers samen iets willen organiseren, zoals een eigen goedkopere reinigingsdienst, dan is dat onbespreekbaar.”

Rooze is de enige marktkoopman die vrijuit spreekt. “Als het slecht weer is, loont het nauwelijks de moeite om te gaan staan. Je bent dan gewoon om zes uur al in touw en ’s avonds moet je nog je administratie doen, terwijl de opbrengsten dan lager zijn dan de vaste lasten. Een rug aan rug opstelling zie ik ook niet als de oplossing. We hebben er mee te maken dat mensen niet meer elke dag voor het hele gezin kopen, maar alleen op zaterdag komen om in het weekend lekker te kunnen koken. Maar ook de parkeerproblemen en de overlast van de metroaanleg kosten ons omzet.”

Koudwatervrees
Anke Kuijpers is uittredend secretaris van de Albert Cuyp Belangenvereniging, maar spreekt op persoonlijke titel. Zij denkt dat bij de overdracht van de verantwoordelijkheid van de markt van de centrale stad naar het toenmalige stadsdeel De Pijp in de jaren tachtig een machtsvacuüm is ontstaan. “Het toezicht op de markt verslapte en het systeem van onderhands verpachten trad in werking”.

Kuijpers ziet in de gedane voorstellen van het stadsdeel veel heil, omdat de overheid straks weer greep op de markt krijgt. “Jammer alleen dat de tot voor kort verantwoordelijke wethouder Linthorst de markt onlangs in Het Parool zo negatief wegzette. Dat verdient de markt niet. De opstelling van veel marktlui is voornamelijk koudwatervrees. De oudere marktlui hebben de goede tijden van na de oorlog nog meegemaakt. Die vette jaren zijn voorbij.”

Eigen boezem
Kuijpers: “We moeten aan branchering doen, dus minder textiel. De doorstroming moet verbeteren, jonge mensen moeten een kans krijgen. Door het onderhands verpachten uit te bannen krijgen kleine zelfstandigen straks meer kansen. Marktkooplui schuiven de schuld te gemakkelijk op bijvoorbeeld het parkeerbeleid in de buurt dat inderdaad niet ideaal is, maar de ondernemers mogen ook wel een beetje de hand in eigen boezem steken. Het is zo belangrijk dat de marktkooplui zich realiseren dat ze met elkaar de markt zijn en dat ze één vuist moeten maken.”

Quellijnstraat verliest haar hart

Datum: 1 april 2010 / Editie: April 2010 / Auteur(s): Peter Roeffen

Op 1 juli sluit buurthuis Quellijn voorgoed zijn deuren. Geschiedenis en gevoelens van onmacht en onbegrip leggen het af tegen een zakelijke beslissing.

“Niemand is blij met de beslissing om buurthuis Quellijn te sluiten. We begrijpen de teleurstelling bij het personeel en de bezoekers heel goed. Maar het stadsdeel legde ons € 500.000 aan bezuinigingen op. We wilden zo min mogelijk op personeel bezuinigingen, dus dan kijk je naar de huisvestingskosten. Door Quellijn af te stoten, realiseren we een flink deel van de bezuinigingen. Met zo’n harde beslissing verdien je nooit de schoonheidsprijs voor communicatie. Je treft mensen in hun bestaan”, zegt Yvonne te Slaa, manager participatie en activering in (Oud) Zuid van Combiwel, de organisatie voor welzijn in verschillende stadsdelen, die verantwoordelijk is voor het besluit om de activiteiten in buurthuis Quellijn stop te zetten.

Onherroepelijk
De stemmen van protesterende en verontruste buurtgenoten doen er niet meer toe. Al jaren waren er geluiden dat het buurthuis dicht moest en telkens leidden die tot rumoer in de Frans Halsbuurt, totdat het loos alarm bleek. Nu het besluit onherroepelijk is, laaien de emoties nog meer op. Werknemers achter de bar kunnen er nauwelijks over uit. “In februari werd ons het besluit door directeur Hans Zuiver meegedeeld. Persoonlijke meningen deden er niet meer toe. De eindafweging hadden ze al gemaakt. Niemand begrijpt het. Als wij mensen hier in het buurthuis vertellen dat we gaan sluiten, dan is er ongeloof. ‘Het loopt toch goed?’, zeggen ze. Het is waar: onze activiteiten zijn succesvol. Er is altijd volk.”

Onheilstijding
Cursiste keramiek, Maria Redmeijer, kreeg van een docente de onheilstijding te horen. Ze is enigszins verbolgen. “Het buurthuis heeft een belangrijke functie voor de buurt. Vooral ouderen en mindervaliden worden gedupeerd. Ik heb altijd in deze buurt gewoond. Het buurthuis was er voor iedereen. Laagdrempelig, drijvend op vrijwilligers uit de buurt, iedereen kon er terecht”. De jongen aan de bar vormt het bewijs van haar stelling. “Ik kom hier bijna dagelijks voor een kopje koffie. Ik ben vaak wat druk in mijn hoofd. Hier kan ik tot rust komen.”

Ook Daphna Brekveld (deelraadslid van Vereniging Oud Zuid) betreurt de sluiting. “Sluiting betekent een verschraling van de activiteiten in de buurt. Ik ben bang dat deze bezuiniging de eerste van een hele keten is. Ik vind dat je als politiek moet zorgen dat het sociale domein in stand blijft. Je treft nu mensen aan de onderkant van de samenleving, die juist steun nodig hebben. Het verleden heeft uitgewezen dat je hier op lange termijn de tol voor betaalt.”

T’ai chi
In de vitrine bij de ingang van het buurthuis hangen nog oproepen voor de verschillende activiteiten die er tot de zomervakantie plaatsvinden: het maken van wenskaarten, een cursus Nederlands en contacten leggen voor anderstaligen, samen eten voor 55-plussers, de verdedigingssport t’ai chi en koersbal, een Australische variant op jeu de boules.

38 jaar lang voorzag het buurthuis in een behoefte, sinds 1985 vervulde Combiwel deze. Volgens Te Slaa is het de bedoeling dat alle activiteiten elders worden voortgezet. “We hebben er voor gekozen niet op kwaliteit in te leveren. Alles is er op gericht om het aanbod in stand te houden. Ons werk vraagt er juist om dat wij in de wijken blijven, maar we kunnen het ons niet veroorloven in ons eentje in dure panden te zitten.”

Wieg van het cabaret
Buurthuis Quellijn bevindt zich op een voor het cabaret in Nederland historische plaats. De hier eind 19e eeuw gevestigde nachtsociëteit Het Wapen van Habsburg bood op 19 augustus 1895 de toen 27-jarige Eduard Jacobs als eerste in Nederland de gelegenheid om betaald cabaret te maken. Zijn in Frankrijk volgestopte koffer met cabaretmateriaal kon open, waarmee het optreden in de Quellijnstraat aan de wieg kwam te staan van een genre dat ruim een eeuw later nog steeds aan populariteit wint en voor vele schouwburgen de kurk is waar de exploitatie op drijft.