Emoties rond nieuwe koelinstallatie HEMA lopen op

Datum: 1 mei 2012 / Editie: May 2012 / Auteur(s): Peter Leemeijer

Een noodkreet van een grote groep buurtbewoners rond de Ferdinand Bolstraat, hoek Eerste Jan van der Heijdenstraat en Eerste Jan Steenstraat: vorig jaar november verbouwde de HEMA aan de Ferdinand Bolstraat de winkel, en een grotere koelinstallatie bleek noodzakelijk. Die werd geplaatst op de uitbouw van het warenhuis, in de binnenplaats van het huizenblok.

De bewoners van het blok rond de HEMA ervaren flink veel overlast van het zoemende, monotone geluid van de apparaten. Dat ligt volgens de bewoners boven de toegestane norm. En de installatie bederft ook nog eens hun uitzicht. Zo’n dertig bewoners hebben zich verenigd in een actiegroep en krijgen daarbij steun van woningcorporatie De Alliantie. Er is intussen wel overleg geweest met de HEMA, waarop het bedrijf het geluidsniveau zou aanpassen, maar de bewoners zeggen daar in de praktijk niets van te merken.

Mischa Rus is een van de betrokken bewoners en woordvoerster namens de omwonenden. Ze woont sinds vier jaar weer met man en zoon in De Pijp, in het huis waar ze ook met haar ouders heeft gewoond. Rus: “In een stad heb je nu eenmaal meer kans op overlast, door bijvoorbeeld lawaai. In deze buurt hebben we ook last van de bouw van de Noord-Zuidlijn, maar dat is vaak van korte duur. Maar bij de HEMA-installatie gaat het lawaai 24 uur per dag door. ´s Nachts worden we regelmatig wakker van het gezoem, alsof iemand aan het stofzuigen is.”

Frappant vinden de bewoners dat Stadsdeel Zuid de (geluids)overlast erkent maar niet wil handhaven. Rus: “Alle buurtbewoners missen een adequate houding van het stadsdeel. We hebben het gevoel laat en niet goed te worden geïnformeerd. Op 15 maart heeft een externe partij (in opdracht van het stadsdeel, red.) een geluidsmeting gedaan, maar we krijgen de resultaten daarvan niet te zien.”

“De emoties in de buurt lopen hoog op vervolgt de bewoonster. “Slechte nachtrust, ook bij de kinderen, tast ons woongenot aan. Lekker op je balkon zitten is er niet meer bij en het mooie uitzicht is verdwenen. Ik krijg bijna woedeaanvallen als ik in de HEMA loop, na weer een nacht slecht slapen.”

Rechtszaak
De HEMA heeft een nieuwe aanvraag ingediend voor een vergunning. Medio juni vindt een gesprek plaats met wethouder Egbert de Vries (PvdA). En op 11 juni is er een zaak bij de bestuursrechter over de afwijzing van een bezwaarschrift door het Stadsdeel. De termijn ervoor zou zijn verstreken.

Saillant: in de jaren zeventig hadden de ouders van Mischa Rus al een soortgelijke kwestie met de toenmalige HEMA aan de Ferdinand Bolstraat. Een ventilatiesysteem zorgde ook toen al voor overlast. Ze verzochten om een geluidsmeting die leidde tot een aanpassing en de overlast hield op. “Het lijkt of de HEMA niet heeft geleerd van het verleden, maar we blijven hopen op een goede afloop.”

De HEMA, Stadsdeel Zuid en de wethouder willen nog niet reageren.

Project VMBO Zuiderlicht College: ‘Wie ben ik, wat doe ik?’

Datum: 1 december 2011 / Editie: December 2011 / Auteur(s): Peter Leemeijer

Onder het motto ‘Wie ben ik, wat doe ik’ maken de leerlingen van het Zuiderlicht College kennis met (oude) ambachten, en de gereedschappen die daarbij worden gebruikt.

Gaby Groen is teammanager onderbouw bij het Zuiderlicht College aan de Karel du Jardinstraat en zij vertelt over de oorsprong van het project: “Dat begon in 2009 en was een initiatief van beeldend kunstenares Mirjam Janse. Die wil de passie voor het werken met je handen, voor creatief bezig zijn met materialen en gereedschappen meer onder de aandacht brengen van met name de jeugd. Leerlingen van de onderbouw (1e en 2e leerjaar, red.) kregen de opdracht om een stuk gereedschap van thuis mee te nemen, en dan het liefst van bijvoorbeeld een opa, zodat het al een geschiedenis had, een zogeheten ‘stamboomverhaal’”, aldus Groen.

Open Ateliers
Groen zegt dat aan de hand daarvan werd geprobeerd de scholieren kennis te laten maken met de mogelijkheden van ambachtelijk werk en met de betekenis en het gebruik van gereedschap. Om dat nog meer te stimuleren nam de school ook deel aan de jaarlijkse Open Ateliers-route in De Pijp en stelde dit jaar zelfs haar ruimte (aan de Karel du Jardinstraat) ter beschikking voor expositie. Tijdens dat evenement (dit jaar, eind oktober, opnieuw een groot succes. red.) openen kunstenaars en ambachtslieden hun ateliers en werkplaatsen voor het publiek. In 2009 brachten de scholieren zelf al een bezoek aan de werkplekken van een aantal deelnemende kunstenaars en ambachtslieden.

Groen: “Sommige leerlingen reageerden aanvankelijk met ‘saai’ en ‘stom’ en ‘het stinkt hier naar hout’ maar achteraf merkten we dat ze het toch best leuk en interessant vonden. Ze zagen eens andere dingen dan in hun dagelijks leven en ze vonden het ook best spannend om in zo’n gekke werkplaats’ van een kunstenaar of vakman/vrouw op bezoek te komen.’’

Van boomstam tot dobbelsteen
De teammanager vertelt verder dat het uitstapje extra leuk was omdat de scholieren in de meeste ateliers en werkplaatsen zelf konden werken met materialen en gereedschap.
“Zo had een houtbewerker allerlei boomstammen in zijn tuin liggen. Hij liet de leerlingen zien hoe van een stuk hout van zo’n boom een dobbelsteen wordt gemaakt. De leerlingen mochten vervolgens zelf gaan zagen, schaven en vijlen om te ervaren hoe dat was en daar waren ze zeer enthousiast over.”

Samenhang buurt
Groen wil benadrukken dat het project ook is bedoeld om de samenhang en samenwerking tussen de school en de buurt te vergroten, en om de aandacht te vestigen op de vele ambachtelijke werkplekken in De Pijp. “Maar voorop staat de insteek om het blikveld van de leerlingen te verruimen, ze te laten zien dat er ook nog andere dingen zijn in het leven dan een Blackberry of computer”, aldus de teammanager, die eveneens graag ziet dat ‘Wie ben ik, wat doe ik?’ een jaarlijks terugkerend project wordt.

Boksschool Albert Cuyp knokt terug

Datum: 1 september 2011 / Editie: September 2011 / Auteur(s): Peter Leemeijer

Het zag er vorig jaar nog somber uit voor boksvereniging VBSK (Vereniging tot Bescherming van het Schoolkind) aan de Albert Cuypstraat, kortweg ‘De Cuyp’. De kas was zo goed als leeg, er waren te weinig leden, de gemeente dreigde de subsidiekraan dicht te draaien en het bestuur bestond slechts uit één persoon, Peter van Rookhuizen.

Die deed overigens zijn uiterste best om de zaak te redden maar kon dat natuurlijk niet alleen. Een groep vrijwilligers zette de schouders eronder om de beroemde boksopleiding van de ondergang te redden. Er werd een nieuw bestuur gevormd (van maar liefst acht personen) en een van hen is woordvoerder Frank van Nimwegen. Hij begint met het noemen van twee mensen die ‘zeer belangrijk zijn geweest voor de ontwikkeling van De Cuyp’: Ruud van der Linden, gepensioneerd, en de intussen overleden Anton Honnebier, naar wie de nieuwe trainingsruimte is vernoemd.

Renovatie
Van Nimwegen vertelt dat het onderkomen twee jaar terug grondig werd gerenoveerd, met ‘heel veel geld uit onze eigen pot en een beetje van de gemeente’. De viering van het 75-jarig bestaan kwam eraan (29 januari 2010). ‘Alles was eruit gesloopt, ook de boksring maar toen was er geen geld meer voor een nieuwe’, vervolgt Van Nimwegen. ‘Dat geld hebben we vervolgens bij elkaar gesprokkeld, met ook nog wat hulp van sponsors, en toen konden we een tweedehands boksring kopen. Je wilt niet weten wat een moeite het heeft gekost om dat ding helemaal uit het zuiden van het land hierheen te halen, maar uiteindelijk stond ie er toch.’

Goodwill van de gemeente
Van Nimwegen praat enthousiast over de sport die hij zelf ook beoefent. Trots is hij dat de dreigende ‘knock-out’ voor VBSK voorlopig lijkt te zijn afgeweerd ‘Het gaat een stuk beter. We hebben een akkoord bereikt met het stadsdeel, door de politici en ambtenaren te overtuigen dat de boksschool voor De Pijp super belangrijk is. Het is een instituut, bekend in binnen- en buitenland’ (Boksschool De Cuyp bracht bekende boksers voort als Rocky El Falah, Ramon Voorn, Regi Saro en natuurlijk Pedro van Raamsdonk).

‘De gesprekken met de gemeente verliepen weliswaar vaak moeizaam, maar er is nu veel goodwill en daarvoor zijn we de gemeente erg dankbaar’, aldus de VBSK-woordvoerder. ‘Er zijn goede afspraken gemaakt, onder meer over een betere besteding van de trainingsruimte.’

Nieuwe leden
Inmiddels telt VBSK ruim 200 leden waaronder ruim 20 vrouwen. Van Nimwegen: ‘Er zijn nu aparte kleed- en doucheruimtes voor dames en heren, mooie toiletten, kortom alle voorzieningen zijn aanwezig. We hebben een prachtige nieuwe boksschool waar iedereen, in alle leeftijdscategorieën, jongens en meisjes, mannen en vrouwen, naar hartelust kan trainen.’

‘Mijn Liefde is Scharlakenrood’

Datum: 1 augustus 2011 / Editie: August-2011 / Auteur(s): Peter Leemeijer

Boekbespreking

Zo heet het nieuwe boek van Meurs A.M., ofwel Ton Meurs. Een in 1944 in Veldhoven geboren auteur, die zich in 1968 in Amsterdam vestigde en in De Pijp woonachtig is.

Dat was in de tijd van de vele studenten- en arbeidersprotesten (Bouwvakkersopstand, Rode Jeugd, Maagdenhuisbezetting enz.) en Meurs raakte daar bij betrokken. Het boek verhaalt het leven van Rooie Willem, T en Kitty. Willem is net als T een van de nietstudenten die deelnam aan de bezetting van het Maagdenhuis in 1969, het bestuurlijk centrum van de Universiteit van Amsterdam. De studenten eisten meer inspraak.

De drie personages (T is het deels gefantaseerde alter ego van de schrijver zelf) ontmoeten elkaar midden jaren zestig en zetten zich in voor de klassenstrijd en democratiseringsbeweging. Ieder met de intentie om een steentje bij te dragen aan maatschappelijke verandering, maar ondertussen geconfronteerd met hun eigen persoonlijke problemen en strijd om te overleven. Kitty raakt verslaafd aan drugs, een karakter overigens voor wie maar liefst tien vrouwen uit het echte leven model stonden. Een van hen is de in 2003 overleden drugsverslaafde en dakloze Anja Joos. Ze werd op 5 oktober op het Gerard Douplein doodgeslagen door enkele winkelbedienden van Dirk van den Broek, die dachten dat ze blikjes bier had gestolen.

Op zijn vijftiende wist Meurs al dat hij schrijver wilde worden maar maakte zijn debuut pas in 2004, met Aan de Lange Weg (Uitgeverij de Graal). Dat boek gaat over de kindertijd van Meurs in het Brabantse dorp en de hoorspelen van toen. In 2009 werd het zowaar tot hoorspel bewerkt en maakte het een tournee langs theaters in Nederland en België. In de tussentijd zat Meurs niet stil als schrijver; hij begint zijn eigen literair kladschrift Het Werk. In 2006 verscheen Meurs’ tweede boek Spelen, met daarin 4 theaterstukken.

Als je begint te lezen in Mijn Liefde is Scharlakenrood kun je eigenlijk maar moeilijk stoppen. De auteur beschrijft, vaak tot in detail, beeldend en meeslepend, het leven van de drie karakters en de gebeurtenissen vanaf 14 juni 1966, als T op het Centraal Station aankomt en daar een pamflet in de handen krijgt gedrukt met de tekst ‘Aan de arbeidersklasse en de jeugd van Amsterdam’.

Ton Meurs is nog steeds die maatschappelijk zeer betrokken en sociaal geëngageerde persoon. Per 1 augustus verscheen alweer de 60ste editie van zijn kladschrift Het Werk en hij is bezig met de voorbereidingen voor zijn vierde boek, over het leven van de Vlaamse schrijver Louis Paul Boon, voor wie Meurs een enorme bewondering heeft. Daarnaast heeft Meurs het druk met de ontwikkelingen rond de ernstig zieke straatmuzikant ‘Jimi’, die vrijwel dagelijks speelde voor de ingang van de HEMA aan de Ferdinand Bolstraat. Aan de glazen ingangsdeuren van de HEMA hangt Meurs regelmatig een update over de situatie van Jimi, in kleur, en compleet met fotomateriaal.

Mijn Liefde is Scharlakenrood verscheen mei dit jaar in de Boekwinkeltjesreeks.Meer info: www.boekwinkeltjes.nl en www.meursam.nl Het is in de boekwinkel te bestellen.

Werkkamer in Badcuyp

Datum: 1 mei 2011 / Editie: May 2011 / Auteur(s): Peter Leemeijer

‘De Werkkamer’ is opgezet in 2008 met het doel om de groeiende groep zelfstandigen-zonder-personeel, de zogenaamde zzp’ers, freelancers en telewerkers (mensen in loondienst die af en toe thuiswerken) een rustige, professionele, laagdrempelige en betaalbare werkplek te bieden op flexibele basis en vlakbij huis. ‘The office around the corner’ is hun slogan.

Na twee vestigingen in Oost, heeft ‘De Werkkamer’ nu een eerste vestiging geopend in De Pijp en wel in muziekcentrum De Badcuyp aan de Eerste Sweelinckstraat 10, om de hoek bij de Albert Cuypmarkt.

Waar De Badcuyp ’s avonds bruist van het leven in het café-restaurant en in de concertzalen met jazz en wereldmuziek, heerst er overdag rust. En aangezien het gebouw over volop ruimte beschikt en in De Pijp grote behoefte is aan flexibele werkplekken, vond ‘DeWerkkamer’ in De Badcuyp een ideale locatie, waar de doelgroep niet alleen rustig kan werken, maar ook kan netwerken.

Omdat ‘De Werkkamer’ laagdrempelig wil zijn, is de ‘huurprijs’ voor de werkkamer in De Badcuyp gerust schappelijk te noemen. Voor 100 euro per maand kun je onbeperkt werken tussen 6.00 en 18.00 uur, voor 40 euro kun je een dagdeel werken, waarvoor je wel moet reserveren. Internet is bij de prijs inbegrepen, net als de Nespresso en de thee.

‘Palendans in De Pijp’

Datum: 1 maart 2011 / Editie: March 2011 / Auteur(s): Peter Leemeijer

‘Rittergate’, daar begint de zaak zo langzamerhand wel een beetje op te lijken.

Het stadsdeel wil de Ritterlantaarnpalen vervangen door die van het type Holbein en dat stuit op verzet bij de buurtbewoners. Het besluit om tot vervanging over te gaan is gebaseerd op het Beleidskader openbare verlichting Amsterdam 2005-2105, een beleidsstuk van de Dienst Infrastructuur Verkeer en Vervoer (DIVV), waarin weinig rekening wordt gehouden met welstand, dat bijvoorbeeld gaat over de vraag of een bepaald soort lantaarn wel in het straatbeeld past.

Een argument van de DIVV is dat de Holbeinlantaarn uit 1924 prima zou passen bij de huizen van de Amsterdamse School, die immers ook rond die tijd zijn gebouwd. Maar dat is een slecht argument. De Holbeinpaal (architect Marnette) zelf dateert weliswaar uit 1924, maar het armatuur is van 1954 en veel moderner van vorm. De Ritterpalen die nu in de buurt staan dateren, afhankelijk van het model, uit 1867 of 1883. Dit zijn dus de originele lantaarnpalen en passen uitstekend in de stijl van de grotendeels monumentale volksbuurt. Ze hoeven dus helemaal niet vervangen te worden door een paal van het type Holbein, die daar qua stijl niet bij past. Een extra grote frustratie voor de buurtbewoners is dat de Ritterpalen niet alleen uit de buurt verdwijnen maar ook nog eens verplaatst worden naar de grachtengordel. En daar komt nog eens bij dat de Holbeins die hier naar toe komen worden weggehaald uit de westelijke tuinsteden, die op hun beurt weer een nog modernere (welke is nog niet duidelijk) lantaarnpaal krijgen.

Dit is een vreemde palendans aan het worden.

Inmiddels zijn er enorme protestacties op gang gekomen van bewoners en bewonerscommissies om de Ritter voor De Pijp te behouden. Ze sturen massaal e-mails naar de betrokken wethouders en ambtenaren. Op 20 januari is er in het stadhuis aan de Amstel een uitvoerig debat gevoerd waarin alle belanghebbenden hun zegje konden doen.

Of de Ritters behouden blijven hangt af van het raadsbesluit dat op 16 februari wordt genomen. Voor een meerderheid is de steun van een van de collegepartijen PvdA, VVD en GroenLinks nodig, maar die lijken nog steeds niet overtuigd te zijn. Kortom, bewoners en belanghebbenden; dóórgaan met actievoeren, laat jullie niet voor paal zetten!

Naschrift: Bij het ter perse gaan van deze editie bleek dat op de raadsvergadering van 16 februari bekend werd gemaakt dat een delegatie van de gemeenteraad gaat overleggen met stadsdeelwethouder Joep Blaas. Inzet: het behoud van de Ritter lantaarnpalen.

Dag en nacht boeken voor een euro

Datum: 1 december 2010 / Editie: December 2010 / Auteur(s): Peter Leemeijer

Een markante persoonlijkheid is Diederick van Kleef zeker. De eigenaar van tweedehands boekhandel Sporadisch Antiquarisch houdt onvoorwaardelijk van boeken. Buiten in het raamkozijn staat dag en nacht een stapel boeken, die je voor een euro per stuk kan aanschaffen, ook als de winkel aan het Sarphatipark gesloten is. Van Kleef vertrouwt erop dat mensen zo vriendelijk zijn om het geld voor het gekozen boek in de brievenbus te deponeren.

Marktkoopman
Van Kleef ontvangt me in zijn woning annex boekwinkel. Formeel is hij marktkoopman en hij staat ook op de boekenmarkt aan het Spui. In de voorkamer tussen alle boeken, al dan niet in rekken en dozen, vertelt Van Kleef hoe hij, ongeschikt voor school, de grafische opleiding deed. Daar werd zijn liefde voor boeken aangewakkerd. Van Kleef praat bedeesd, maar met duidelijke stem. Zorgvuldig kiest hij zijn woorden, onderwijl met enige regelmaat zijn al wat grijzende maar nog volle krullenbos schikkend. Ondertussen toont hij me enkele van zijn zelfgemaakte boekwerken. Bijzonder gestileerde en vormgegeven exemplaren met elk een eigen geschiedenis en touwtje. De touwtjes zijn Van Kleef’s handelsmerk.

Kunstschilder
Na de grafische school studeerde Van Kleef aan de kunstacademie. Overal in huis hangen schilderijen van hem, voornamelijk op Mondriaan geïnspireerd werk. In zijn atelier op de eerste verdieping vertelt hij met passie over de schilderijen van Mondriaan en over de manier waarop zijn eigen werk tot stand komt. Vaak begint Van Kleef met een enkele lijn om er vervolgens alsnog voor te kiezen de geplaatste lijn weer weg te vegen. Tegenwoordig verdiept hij zich in het spiritualisme. Van Kleef: “Met schilderen is het belangrijk de rust te bewaren. Schilderen is voor een groot deel alleen maar kijken. Sommige schilderijen begonnen met wat klodderen, maar het gaat steeds meer toe naar een krachtig beeld, het wordt veel intuïtiever.”

Pelgrimage
Van Kleef denkt eraan Amsterdam te verlaten. De stad waar hij dertig jaar geleden vanuit Arnhem neerstreek. De Pijp is nog steeds aangenaam, maar hij constateert dat er de laatste jaren te veel studenten zijn komen wonen. Echte verhuisplannen heeft hij nog niet. Eigenlijk streeft Van Kleef naar het kluizenaarschap. Het is zijn pelgrimage. Van Kleef: “Daar ben ik nu echt wel aan toe. Ik zoek vooral een plek waar ik kan schilderen en tuinieren en waar ik mijn eigen voedsel kan verbouwen. Ik vind steden leuk om ernaar toe te kunnen gaan. In een provinciestad, zoals Arnhem gebeurt eigenlijk ook al genoeg. Er zijn maar een paar galeries, waar je mensen veel makkelijker vaker ontmoet. Je blijft als kunstenaar in beeld. Hier ga je al snel op in de anonimiteit.” Van Kleef zegt lachend dat hij onder één voorwaarde bereid is om zijn vertrek uit Amsterdam te heroverwegen: ls er meer schilderijen van hem gekocht worden.

Kunst & cultuur

Datum: 1 september 2010 / Editie: September 2010 / Auteur(s): Peter Leemeijer

Nazomerfestival werd toch nog gezellig

Het leek er even op dat regen de grote spelbreker zou zijn op het Nazomerfestival de Pijp, zondag 12 september op de Albert Cuypmarkt. Maar met een steeds frequenter schijnende zon nam ook het humeur van de vele kraamhouders en bezoekers toe.

Het was alweer de 12e editie van het jaarlijkse festival, georganiseerd vóór en dóór de buurt, ondersteund door het Wijkcentrum Ceintuur. Evengoed was er ook deze keer voor iedereen genoeg te beleven. Kunst, ambachten en ‘huisvlijt’ waren ruimschoots vertegenwoordigd. De stichting Ambachten in De Pijp had een aandeel in de organisatie, waar het wijkcentrum erg blij mee was.

Eén van de aanwezige kunstenaars was Adrie Scherpenberg, die met haar bijzondere schilderijen en een door haar geïllustreerde poëziebundel, de nodige belangstelling trok. Er waren ook enkele dichters, onder wie Michiel van Rooij, die onlangs debuteerde met zijn dichtbundel ‘Hoe hoog de Maan’. Verder, traditiegetrouw, weer enkele podia voor muzikanten/bands, dansgroepen en theatermakers.

En verder initiatieven voor goede doelen, zoals de Stichting Karunia. Drie bevlogen mensen, met een klein bescheiden kraampje, die zich onder meer inzetten voor financiële adoptie van ouderen en (dubbel) gehandicapten in Indonesië. Ook voor de kleinsten onder de bezoekers was er veel vermaak in de vorm van spel, opmaak- en verkleedpartijen. Hun energie konden ze kwijt op een groot springkussen.

Tot slot waren er de kraampjes met allerhande hapjes en drankjes. Klein puntje van kritiek (en aandacht voor de organisatie) was er van de kant van de marktdeelnemers ten aanzien van de toegezegde koffie- en theevoorziening voor de kraamhouders. Velen van hen klaagden dat de koffiekar vooral níet langskwam, in plaats van wél. Bij navraag bleken de thermoskannen de koffie en thee niet lang genoeg warm te houden voor de lange ritten over de Cuyp. Tja, volgend jaar beter.

Een andere klacht was dat het festival onvoldoende was aangekondigd. Wijkcentrumcoördinatrice Alies Fernhout begrijpt dat niet helemaal. Ze zegt dat er een speciale krant huis aan huis is verspreid. De Pijp Krant had de aankondiging prominent op de voorpagina van de augustuseditie en ook weekbladen en zelfs Het Parool hadden het festival vermeld, aldus Fernhout, die verder zeer tevreden is over het verloop van het festijn. ‘Alle vrijwilligers hebben enorm hard gewerkt om dit feest tot een succes te maken, en iedereen heeft zijn of haar steentje bijgedragen. We hebben van tevoren ook gevraagd of iedereen verder wilde kijken dan alleen de belangen voor de eigen toko en dat is prima gelukt’. Fernhout noemt onder andere de aanleg van elektra-voorzieningen en het koken voor de vrijwilligers.

ernhout meldt het succes van een nieuw onderdeel op het festival, ‘de debat-tent’. Daar kon iedereen die dat wilde aanschuiven om deel te nemen aan een discussie rond het thema ‘Wie wint het gevecht om (de) ruimte in De Pijp?’. Soms conflicterende belangen van fietsers en automobilisten, bezoekers en bewoners en van huurders en kopers werden aan de orde gesteld, om te zien hoe we De Pijp beter, leuker, aantrekkelijker en leefbaarder kunnen maken. ‘Een bijzonder geslaagd experiment dat zeker voor herhaling vatbaar is’, aldus Alies Fernhout.

´Bezuinigingen funest voor sociale samenhang Zuid´

Datum: 1 augustus 2010 / Editie: August 2010 / Auteur(s): Peter Leemeijer

Het nieuwe stadsdeelbestuur van Zuid wil een drastische herinrichting van het welzijnswerk. Het is één van de onderdelen in het programma-akkoord 2010-2014, onder de titel ‘Vernieuwen, Verbinden, Vereenvoudigen’ dat de collegepartijen VVD, D66 en PvdA na de fusie van de stadsdelen Oud Zuid en ZuiderAmstel presenteerden.

In totaal moet er 25 miljoen euro worden bezuinigd, waarvan vooralsnog ruim 1,5 miljoen op welzijn en zorg. Daarnaast wordt er 6 miljoen uitgetrokken voor ´nieuw beleid´. Dat de voorstellen die in het programma-akkoord worden gedaan gepaard gaan met ingrijpende en vérgaande bezuinigingen, is een doorn in het oog van VOZ, Vereniging Ons Zuid, de partij die met Daphna Brekveld in de raad is vertegenwoordigd. VOZ was ooit begonnen als bewonersvereniging maar profileerde zich al snel als politieke organisatie.

Asociaal
Daphna Brekveld noemt de voorgenomen maatregelen “ronduit asociaal, het gevolg van neo-liberaal beleid. De besparingen op welzijn en zorg zullen de kop gaan kosten van twee buurtcentra en de wijksteunpunten wonen”, zegt Brekveld. “Daarbij moet zeker ook worden gedacht aan gevolgen voor wijkcentrum Ceintuur en de diverse daar ondergebrachte activiteiten en voorzieningen.”

Dat het stadsdeel bewonersparticipatie wil stimuleren vindt Brekveld opmerkelijk tegenstrijdig. “Hoe kan je dat nou stellen en aan de andere kant zodanig bezuinigen dat die participatie ernstig in het geding komt? Die wordt zo alleen maar verder uitgehold, terwijl aan die inbreng nu juist meer behoefte is. Op dergelijke voorzieningen moet je helemaal niet bezuinigen!”

Evenwichtig en fatsoenlijk
Dat er, dus fors, bezuinigd moet worden meldde stadsdeelvoorzitter Paul Slettenhaar al in de recentelijk verschenen eerste editie van De Rivierenkrant. “Maar we gaan dat wel doen op een evenwichtige en fatsoenlijke manier”, benadrukt hij. Hij voegt daaraan toe “dat er tevens plannen zijn om dingen te verbeteren. Het is niet alleen maar zwart. Er zijn ambities op de terreinen onderwijs, armoede, minder regels (‘geen ònnodige regeltjes’) en betere dienstverlening. Een voorbeeld: zorgen dat mensen die overdag werken, ook ‘s avonds bij een loket terecht kunnen”, zegt de VVD-voorman.

Daphna Brekveld is niet onder de indruk. “Prachtige volzinnen, zoals ik ze wel vaker heb gehoord en gelezen, maar die zeggen ons vooralsnog erg weinig. Ik heb dus mijn ernstige twijfels en zie van al die fraaie voornemens niet zo gauw iets werkelijk gebeuren in de praktijk.”

PvdA-fractievoorzitter Marijn van Ballegooijen zegt deels begrip te hebben voor het standpunt van Daphna Brekveld, maar vindt de kritiek niet terecht.

Van Ballegooien: “We leven in een financieel moeilijke tijd en dat ervaren ook de bewoners en bestuurders van stadsdeel Zuid, tot ons aller frustratie. Een tijd die ons dwingt om keuzes te maken, maar die keuzes kunnen wel degelijk op een sociale manier gemaakt worden, en zijn niet asociaal, zoals mevrouw Brekveld stelt. De bezuinigingen zijn ons opgelegd vanuit Den Haag, daar hebben we niet zelf toe besloten. Maar we willen wel zelf de verantwoordelijkheid nemen over hoe daar mee om te gaan.” Hij corrigeert de stelling van Brekveld dat enkele wijksteunpunten met sluiting worden bedreigd. “Ze moeten het alleen wel zuiniger aan doen. Er zijn nu twee organisaties die hetzelfde werk verrichten. Door minder dubbel werk te doen hopen we dezelfde dienstverlening te kunnen leveren maar dan voor minder geld”, aldus de PvdA-fractievoorzitter.

´Niet bezuinigen op mensen´
Van Ballegooijen zegt dat er zoveel mogelijk bezuinigd zal worden op het ambtelijk apparaat en, op wat hij noemt ´stenen´ (ruimtelijke ordening), in plaats van op mensen. “Van de in totaal zo´n 25 miljoen die er moet worden bezuinigd, op jaarbasis, proberen we neer te leggen bij deze onderdelen. Dat betekent op dit moment zo´n 11 miljoen op het ambtelijk apparaat, 10 miljoen op de openbare ruimte en dan blijft er nog zo´n 4 miljoen over die inderdaad enkele voor bewoners belangrijke voorzieningen zouden kunnen treffen. Dat laatste beetje bezuinigen op ‘mensen’ kunnen we waarschijnlijk net niet voorkomen.”

Marijn van Ballegooijen wil er tot slot nog graag aan toevoegen dat “in het nieuwe beleidsplan zaken als armoedebestrijding, ondersteuning van de mantelzorg en van vrijwilligerswerk worden uitgebreid, en dat er daarmee dus wel degelijk sociaal wordt gedacht. In ieder geval gaan we oprecht ons uiterste best doen om de kwetsbare groepen in de wijk zo min mogelijk de dupe te laten worden van de bezuinigingen.”

De Pijp over 30 jaar: een ‘visie’

Datum: 1 mei 2010 / Editie: May 2010 / Auteur(s): Peter Leemeijer

Hoe moet Amsterdam er over 30 jaar uitzien en daarmee dus ook De Pijp? Vragen die beantwoord worden in de Ontwerp Structuurvisie Amsterdam 2040, die de gemeente recent heeft gepresenteerd in een lijvig document.

In 2040 wil de hoofdstad het kloppend hart zijn van een duurzame metropool. Een creatieve, diverse stad, economisch en sociaal sterk en met een gezond werk- en leefmilieu. Zorgvuldig en efficiënt omgaand met energie, ruimte en toegerust op de gevolgen van maatschappelijke en klimaatveranderingen.

Wat betreft De Pijp is één van de opvallende voornemens om de wijk meer als verlengstuk van het centrum te laten functioneren. De binnenstad is te druk belast en om dat te compenseren is ‘uitbreiding’ naar De Pijp een optie. De bedoeling is om de stroom aan bezoekers aan Amsterdam via de binnenstad te geleiden naar nieuwe zogeheten centrumstedelijke gebieden als De Pijp, en op termijn ook naar andere delen van Zuid, zoals de omgeving van de RAI. In dat licht bezien krijgen straten als de Van Woustraat en de Ferdinand Bolstraat de komende jaren ook een meer binnenstedelijk karakter.

De aanzet tot dit ambitieuze voornemen is al verwoord in het plan ‘De Rode Loper’. Daarin staat dat het tracé vanaf het Damrak, via Rokin, Vijzelstraat en Vijzelgracht, tot en met de Ferdinand Bolstraat een ‘entree met allure’ moet worden. Dit aan de hand van een ‘hoogwaardige herinrichting’ met onder meer een gevarieerd straataanzicht en winkelaanbod van internationale allure.

Al met al een op zich lofwaardig streven, maar zoals bij elk plan kleven ook aan dit voornemen de nodige mitsen en maren. Zo is er kritiek van enkele werkgroepen, waaronder die van Transition Town (Wijkcentrum Ceintuur). Die zegt verbijsterd te zijn door ‘het gebrek aan toekomstvisie en het volstrekt buiten beschouwing laten van belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen. Het ontwerp vertoont een armoede aan noodzakelijke ideeën. De notitie noemt weliswaar enkele milieudoelstellingen (GroenLinks-wethouder Ruimtelijke Ordening Maarten Van Poelgeest) maar spreekt verder van groei, groei en nog eens groei van werkgelegenheid, van mobiliteit (o.m. auto en openbaar vervoer) en van consumptie. Dit in schril contrast met de klimaatcrisis waar we momenteel mee te maken hebben’. Wat de werkgroep betreft mag de visie volledig worden herzien.

‘De toekomst is dichterbij dan u denkt’
Een ander kritische noot komt van de kant van Maarten Hoijer, directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving. Hij zegt dat er radicaler over stadsvernieuwing moet worden gedacht dan nu. ‘Zoals het nu gaat komen we er niet. De toekomst is dichterbij dan we denken en het vraagstuk rond ‘restyling’ van de stad en de infrastructuur ligt ook dichterbij dan het jaar 2040’. Het ontbreekt volgens Hoijer aan een overkoepelende visie, waarbij wonen, werken, mobiliteit en (duurzame) energie worden gecombineerd. Nu juist díe elementen ontbreken in de Ontwerp Structuurvisie Amsterdam 2040.

Dat dus ook De Pijp niet ontkomt aan de blijkbaar niet te stuiten vernieuwingsdrift van de gemeente moge duidelijk zijn. Op veel plaatsen staan drastische en ingrijpende veranderingen op stapel. Eerder publiceerde De Pijp Krant al over de plannen om met name de Van Woustraat volledig ‘op de schop te gooien’, en een stijlvoller aanzien te geven. Met groene zones, wandel- en fietspromenades en luxe horeca en winkels. Een verrijking voor de buurt en zijn bewoners en ondernemers. Uitsluitsel over dat voornemen wordt overigens niet vóór 2015 verwacht. Maar zijn dergelijke vergaande praktische en cosmetische ingrepen nu wel zo wenselijk? Wie varen daar wel bij, en, net zo belangrijk, wie niet?

Onderzoek toont aan dat met name winkeliers- en ondernemersverenigingen enige scepsis hebben. De praktijk heeft uitgewezen dat het toevoegen van nieuwe en exclusieve winkels en bedrijven aan een buurt niet per se tot bijvoorbeeld een hogere omzet leiden. Met andere woorden, consumenten gaan er niet meer door winkelen en kopen.