Het Henriëtte Hofje
Datum: 15 december 2025 / Editie: December 2025 / Auteur(s): Evelien Mellink
Een verdwenen hofje aan de Stadhouderskade
Wie kent ze niet? De schilderachtige hofjes in de binnenstad van Amsterdam, oases van rust. Eeuwenlang was het hofje een vorm van woonzorg, bedoeld voor arme en behoeftige ouderen, met name ongetrouwde vrouwen en weduwen. Nauwelijks bekend is dat er in 1869 nog een hofje is gesticht aan de Buitensingel, nu Stadhouderskade: het Henriëtte Hofje. Het lag ter hoogte van de Eerste van der Helststraat. Wat weten we nog van dit hofje, dat tot op de laatste steen is afgebroken?
Het hofje had een poort aan de Stadhouderskade die toegang gaf tot een voorhof; de woninkjes bevonden zich in een Oud-Hollands gebouw met trapgevel en torentjes. Achter het gebouw was een washok met een bleekveld, waar de was te drogen werd gelegd. Daarachter begonnen de weilanden, die weldra volgebouwd zouden worden.
Het hofje bood gratis woongelegenheid aan tien vrouwen en stond open voor bijna alle religies. Ze hadden een eigen kamer met bedstee, een klerenkast, een ingebouwd fornuis en een stookplaats met turfkist. Ze kookten er hun eigen potje. Ook kregen ze een geldelijke toelage, levensmiddelen en gas voor de gaslampen.
Echte en valse armen
Niet elke arme of hulpbehoevende vrouw werd toegelaten; de allerarmsten gingen naar het armenhuis en alleen ‘ware’ armen werden toegelaten. Ware armen waren vrouwen die door ouderdom, ziekte of gebrek niet meer in hun eigen onderhoud konden voorzien. Vrouwen die door eigen toedoen arm waren, door bijvoorbeeld luiheid of geldverkwisting, waren ‘valse armen’. Er werden eisen gesteld aan leeftijd en inkomen en er mochten geen kinderen meekomen. Ook moesten de bewoonsters van onbesproken gedrag zijn en kunnen samenleven.
Er was een hofjesreglement waarin de rechten en plichten van de bewoonsters beschreven stonden. Ze hadden huishoudelijke taken en moesten elkaar bij ziekte helpen. Een opzichtersechtpaar zag er streng op toe dat de bewoonsters zich aan deze regels hielden en zich ordelijk en netjes gedroegen. Dit echtpaar mocht ook op hun kamers komen en moest gehoorzaamd worden. De vrouwen waren wel vrij om het hofje overdag te verlaten zonder te vertellen waar ze naartoe gingen.
De stichters Jacob en Henriëtte de Vos
Het Henriëtte Hofje is gesticht door zakenman en filantroop Jacob de Vos en genoemd naar zijn vrouw Henriëtte Wurfbain. Zij waren steenrijk en leefden in grote weelde, maar zetten hun vermogen ook in voor goede doelen. Ze deden veel aan liefdadigheid en het ondersteunen van kunst en cultuur. Jacob de Vos was van vele maatschappelijke en culturele organisaties bestuurslid. Hij was ook aandeelhouder van woningbouwvereniging Salerno, dat bouwde voor de arbeidersklasse. Het bouwblok in de Tweede Jacob van Campenstraat 87-89, pal achter het hofje, is door hen gebouwd.
Jacob kwam uit een artistiek gezin en was kunstverzamelaar. Hij ondersteunde jonge veelbelovende schilders, zoals Cornelis Troost en Nico Pieneman, naar wie straten in De Pijp zijn genoemd. Pieneman heeft het portret van hem geschilderd dat in de bestuurskamer hing. Het portret van Henriëtte was van Cornelis Kruseman.
Einde van het Henriëtte Hofje
Na de Tweede Wereldoorlog raakte het hofje in verval. Er was geen geld voor renovatie; de rente uit het kapitaal waarmee het hofje werd gefinancierd was niet meer toereikend voor alle uitgaven. Er moest verkocht worden. Kopers waren echter alleen geïnteresseerd in de grond, niet in het hofje. In 1956 is het verkocht en een paar maanden later gesloopt. Van de opbrengst konden twee panden aan de Marnixstraat gekocht worden, waar het hofje naartoe verhuisd is. In 1976 is het samengegaan met het Eendracht-Anslohofje aan de Overtoom.
Op die plek aan de tegenwoordige Stadhouderskade verrees een paar jaar later het glazen kantoorpand van uitgeverij De Geïllustreerde Pers, die er tot 1995 heeft gezeten.
Er rest niets meer van het hofje dan de portretten van Jacob en Henriëtte de Vos in het Rijksmuseum en een rococobankje in het Amsterdam Museum. Ook de gevelsteen uit de toegangspoort met de naam van het hofje en de familiewapens is behouden gebleven en gerestaureerd maar daarna spoorloos verdwenen.
Henriëtte Hofje vlak voor de sloop in 1956 - Foto: Amsterdams Stadsarchief
