De Sint Josephs Gezellen en het Van Nispenhuis
Datum: 14 augustus 2026 / Editie: Augustus 2026 / Auteur(s): Evelien Mellink
Een rooms-katholiek bolwerk aan de Stadhouderskade
In de noordwesthoek van De Pijp is een groot binnenterrein dat wordt begrensd door de Ruysdaelkade, Stadhouderskade, Frans Halsstraat en de Eerste Jacob van Campenstraat. Sinds 1985 is dit een tuinencomplex voor de bewoners maar oorspronkelijk was het van de Sint Josephs Gezellen Vereniging. Wie waren deze gezellen?
Nadat Amsterdam in de tachtigjarige oorlog was overgegaan op het protestantisme (de Alteratie), zijn de katholieken eeuwenlang achtergesteld geweest. Pas halverwege de negentiende eeuw mochten er weer katholieke kerken en scholen komen en verenigingen worden opgericht. De eerste grote katholieke sociale organisatie was de Sint Josephs Gezellen Vereniging, opgericht in 1868. Zij heeft een grote rol in de emancipatie van de katholieke arbeidersjeugd gespeeld en de verbetering van hun omstandigheden. De Gezellenvereniging is een wegbereider geweest van de katholieke arbeidersbeweging.
Ambacht
Eind negentiende eeuw verkeerde de arbeidersklasse in erbarmelijke leefomstandigheden. De Gezellenvereniging wilde daar wat aan doen door jongens een ambacht aan te leren. Men wilde hen hiermee tevens weghouden van de slechte invloed van de straat en ze opvoeden tot vakbekwame en ijverige katholieke werklieden. Oorspronkelijk ging het om ongehuwde katholieke jongens vanaf ongeveer achttien jaar, de ‘gezellen’, maar al snel kwamen er ook jongens vanaf twaalf jaar bij (‘leerlingen’), gehuwde gezellen en ‘patronen’ die al een ambacht hadden en zich als baas gevestigd hadden.
Onder leiding van priester Jonkheer Hubertus van Nispen tot Sevenaer werd in 1874 een terrein van 4000 vierkante meter aan de Stadhouderskade aangekocht. Er werd een kapel gebouwd op wat nu het binnenterrein is, die genoemd werd naar de naamheilige van Van Nispen: de Sint Hubertuskapel. Er kwamen ook enkele lokalen waar de gezellen in de avonduren les kregen in bouwkundig tekenen en een ruimte voor de gezelligheid.
Groeiende behoefte aan ruimte
Al snel nam zowel het aantal leerlingen als opleidingen toe, zoals timmeren, metaalbewerking, bankwerken, smeden, grafische vakken, en nog veel meer. Daarbij ging het niet alleen om praktijklessen maar ook om op de beroepspraktijk gerichte theorielessen, zoals meetkunde, natuurkunde en boekhouden. Er moesten voortdurend lokalen en werkplaatsen worden bijgebouwd. Voor jongens van buiten kwamen er slaapkamertjes en er kwam een eetzaal. In het begin werden de lessen door vrijwilligers gegeven, maar later werd het een officieel goedgekeurde leergang, gegeven door bevoegde leraren en werd het officieel een avond-ambachtsschool.
Op het terrein kwam ook ruimte voor cultuur en vermaak, zoals een bibliotheek, een conversatiezaal, toneelzaal, biljartzaal, tentoonstellingszaal, een kegelbaan, turnhal, te veel om op te noemen.
De kapel werd in 1890 uitgebreid tot aan de Stadhouderskade, zodat het huidige binnenterrein ontstond. De entree was aan de Stadhouderskade 55 met een zij-ingang via een woonhuis aan de Ruysdaelkade 9.
De groei ging door tot de Tweede Wereldoorlog toen veel gezellen opgeroepen werden voor het leger en de Gezellenvereniging door de Duitsers werd opgeheven.
Het einde van de Gezellen Vereniging en de brand van 1977
Na de Tweede Wereldoorlog is gepoogd de vereniging nieuw leven in te blazen maar het was een aflopende zaak. Het aantal leden was door de oorlog sterk teruggelopen en heeft daarna niet meer de omvang bereikt die het daarvoor had.
Vlak na het eeuwfeest in 1968 is de vereniging opgeheven en werd het gebouw alleen nog gebruikt door verschillende culturele instellingen zoals de Rijksakademie, de Nederlandse Operastichting en Toneelgroep Globe. Ook waren er diverse buurtactiviteiten en clubs.
Een grote brand in de nacht van 2 februari 1977 heeft definitief een einde gemaakt aan het levenswerk van Van Nispen. Sinds 1990 staat er een industrieel kantoorpand, het Willemshuis.
Van Nispen en het Van Nispenhuis
Na een uitgebreide renovatie in 1955 is de Sint Hubertuskapel omgedoopt tot het Van Nispenhuis. Hoewel het in feite geen huis was maar een groot gebouwencomplex, was het voor Van Nispen wel een ‘huis’, het Gezellenhuis, waar werklieden en bazen samenkwamen. Ze stonden niet tegenover elkaar, zoals bij de klassenstrijd in het socialisme maar leefden in harmonie met elkaar waarbij ook voor elkaar gezorgd werd. Er waren sociale voorzieningen, zoals een werklozenfonds en een ziekenfonds. Van Nispen was een sociaal bewogen en bevlogen man, die heel veel energie en eigen geld in ‘zijn huis’ heeft gestoken. Hij was onvermoeibaar en is in 1897 in het harnas gestorven.
Het van Nispenhuis - Foto: Stadsarchief Amsterdam
