Paradijsvogels van De Pijp

Datum: 13 juni 2025

Waar ik de Amsterdamse troubadour Ronald leerde kennen als een kameraad van mijn moeder, kent de straat hem dankzij zijn extravagante stijl in flair en muziek.

Razende Ronald: De Troubadour, De Minstreel, De Razende

Met nummers als ‘Hippie zonder stikkie’ en ‘Ik ben niet kapot te krijgen’ is hij op vele plekken in de stad te vinden. De Albert Cuypmarkt is daar één van. Ik tref hem, na elkaar jaren niet gezien te hebben.

Scan de QR-code voor een nummer van Razende Ronald

Wat voor plek is de Albert Cuyp markt voor jou?
“Het is voor mij een fijne plek. Ik heb er vroeger heel veel gespeeld. Als ik een muzikaal theater opvoer, doe ik dat graag bij het beeld van Hazes. De laatste tijd is dat minder, omdat ik nu veel tijd doorbreng bij stichting Assadaaka. Hier komen mensen met verschillende achtergronden samen. Ik krijg er heerlijk eten en verse muntthee. Hier heb ik gezongen over Palestina.”

Wat maakt het spelen op straat speciaal voor jou?
“Ik kan echt mezelf zijn als ik op straat speel. Ik ontmoet zoveel mooie mensen en ik raak in gesprek met leuke vrouwen. Het gebeurt me vaak dat mensen gewoon blijven staan en genieten.” Maar er gebeuren ook verschrikkelijke dingen in de wereld. Het is belangrijk om elkaar te herinneren aan wat er speelt en muziek is daar een krachtig middel voor.” Terwijl hij vertelt, begroet hij jolig de marktkooplieden. Ik denk aan mijn favoriete nummer van Ronald ‘Wat is het leven mooi’. Mijn moeder hield er ook van, vooral als hij het in onze woonkamer speelde. Het was de puurheid in de tekst. De emotie die in zijn stem schuilgaat. Het kreeg een onuitwisbare betekenis toen hij het in de kerk op mijn moeders uitvaart speelde.

Vandaag is er nog een laag aan het nummer toegevoegd. Razende vertelt dat niet hij dit nummer schreef, maar zijn goede vriend Aad Bergen-Henegouwen, die zichzelf in de buik heeft neergeschoten. ‘’Dit nummer schreef hij voor mij en mijn dochter,” zegt Razende met een zachte stem. De herinnering leeft voort in de muziek. Hij besluit: “Ik wil mensen en mezelf liefde geven met mijn muziek. Dan zweef ik even boven de grond en kan ik alles even loslaten. Ik zing voor de mensen want ze hebben het nodig.“