Ongepolijst – Verhalen uit de Diamantbuurt

Datum: 1 september 2025 / Editie: Augustus 2025 / Auteur(s): Rashid Novaire

In samenwerking met Operatie Periscoop ontstond de podcast Ongepolijst, verhalen uit de Diamantbuurt.

Schrijver Rashid Novaire sprak met elf bewoners uit de Diamantbuurt en schreef van ieder van hen een literair portret. Spanningen worden daarin niet geschuwd, maar het verlangen naar verbondenheid geeft steeds richting.

Vanaf 1 september is de podcast te beluisteren.

Bezoek de website operatieperiscoop.nl of scan de QR-code

 

Fragment uit het verhaal van Moony
Brandal, Indische rebel, noemde haar vader haar. Zoals de sambal. Haar vader had gehoopt dat het laatste kind een meisje zou zijn maar wel een rebel zou worden. Zijn wens was vervuld. Vanaf een paar jaar oud liet hij haar in bomen klimmen in het park, hoewel hij vaak streng was – sluimerde er in haar toch meer onverschrokkenheid als schuwe inborst en bleef ze verlangen om te reizen en om ( ze woonde jarenlang in Purmerend en miste Mokum) terug te keren naar de plaatsen waar ze als Indo-Amsterdams meisje bevriend was met alle mensen die goedheid meebrachten. Na lange avonden waarop ze met vriendinnen door de stad struinde, de straten van de stad die door het stille geluk van een onuitgesproken belofte van liefde en lichtheid was beschenen, luisterde de vrouw naar de zakradio waar ze spaarzame berichten opving over vroeger in de Oost.

Als klein meisje al kwam ze op een zondagochtend vroeg eens naar haar vader toegelopen en sloeg haar armen om zijn hals. ‘U was bij de KNIL. Wat heeft u gedaan in Indonesië?’ Half verdoofd door de slaap was ze soms als ze ’s ochtends met hem sprak. Maar hij was altijd wakker. En zweeg.

Deze nacht in de Van Woustraat, kijkt ze naar de snackbar waar jongens staan te roken, leunend op hun ronkende scooters, naar de huizenblokken, als honden die aan een onzichtbare hondenlijn naar achteren worden getrokken, naar slaapkamers waar meisjes met hun vaders en moeders wonen achter gesloten gordijnen. Ze ziet de laatste tram in de verte naar de remise gaan en omhelst haar vriendin, wiegt tijd die in een lichaam is neergedaald, het is of haar gedachten, met de klanken van een ongeboren lied, als motten naar het maanlicht toe fladderen. Even mompelt ze een herinnering, ze weet niet waarom.

Het buurtcentrum op Talmastraat nr. 11 reinigt ze met witte salie en sandelhout, met veren. Het is niet haar gewoonte dat haar humeur verslechtert als ze een plaats bezoekt waar negatieve energie hangt. ‘Het moet hier niet fijn geweest zijn,’ zegt ze met tranen in haar ogen. De mensen in de Diamantbuurt weten hoe ze hecht aan een woord als spiritualiteit. Alles is spiritualiteit. De vreselijk mooie gezichten van buurtbewoners, mensen die zich net zoals zij zorgen maken over hun kinderen.

Zoals zij zich zorgen maakte, vroeger, om haar Moluks-Indische man. Vaak bemoeit ze zich niet met de autoriteiten. Soms is ze als een kikkertje in een waterput die slechts een deel ziet van de lucht. Maar rond haar man zag ze dingen gebeuren. Als hij, vroeger al, in de tijd van de treinkapingen, zomaar vanwege zijn in de ogen van de politie verdachte houding, benen wijd, handen op de rug, de aandacht trok. Door zulke momenten had ze geleerd open naar de horizon te kijken.

Moony en haar vader - Foto: uit eigen archief