Knuffeldieren

Graag vraag ik uw aandacht voor de dames Saartje, Selma, Shelley, Sabina, Coco, Zaza, Mien en Kniertje. Het wordt tijd dat zij eens in het zonnetje gezet worden. Deze buurtbewoonsters zijn geen mensendames, maar dierendames, woonachtig op de kinderboerderij in De Pijp.

Saartje en de gezusters Selma en Shelley zijn kleine kokette konijntjes, Sabina, Coco en Zaza charmante parmantige cavia’s en Mien en Kniertje twee kittige kakelende kippen. Maar behalve dat zijn ze ook heel sociaal en worden ze graag geknuffeld.

Ze zijn bereid om zich een paar maal per week, tijdens de georganiseerde ‘dierenknuffeluurtjes’ in de ‘Schaapskooi’ van de boerderij, door kinderen op schoot te laten nemen, ja óók de kippen, en zich door hen te laten borstelen en aaien. Zo helpen ze kinderen met dieren te leren omgaan of bijvoorbeeld over hun angst voor dieren heen te komen. Als de hummeltjes hen tegen de haren instrijken of andere hen onwelgevallige handelingen verrichten, laten ze wel even blijken daar niet gesteld op te zijn, meestal door het geven van een pedagogisch verantwoord beetje of een corrigerend tikje met hun pootje. Maar daarmee houdt het niet op.

Naast dit nuttige jeugdwerk doen de dames ook aan ouderenzorg. Op donderdagochtend rijdt de auto met chauffeur voor om ze naar het verpleeghuis te rijden, alwaar zij op schoot belanden bij veelal dementerende ouderen. De één zit gerust een uur lang bij dezelfde bewoonster op schoot om non-stop geaaid te worden, een ander laat zich zonder morren van schoot tot schoot tillen. Er wordt zicht- en hoorbaar genoten, door mens én dier, en er wordt veel gelachen. Vaak komen er herinneringen boven aan eigen huisdieren, vaak nog bij vader en moeder thuis, lang geleden, maar voor sommigen als ware het nu. Zo brengen de dierendames even verlichting in een moeizaam bestaan. Troostmeisjes zou je ze kunnen noemen. Of ga ik nu te ver?

Hoe dan ook, soms denk ik na over mijn eigen naderende ouderdom. Ik heb mijn familie al te kennen gegeven, dat als ik niet meer zelfstandig kan wonen, ik het liefst naar d’Oude Raai ga aan de Ferdinand Bolstraat, met aan de achterkant uitzicht op de kinderboerderij, die dan hopelijk nog bestaat. En dan hoop ik, dat als ik niet meer in staat ben om naar de boerderij te gaan, daar nog altijd mensen zullen werken, die met knuffeldieren naar mij toe willen komen. En dat ik dan zelf troost mag vinden in het strelen van een o zo zacht konijnenvachtje.

Zou ik dan nog weten dat ik ooit zelf dat vrijwilligerswerk deed?


depijpinbeeld.blogspot.com