Coronaproof kusjes verkopen?

De Ruysdaelkade, een verzamelpunt voor mannen met een interesse in schaars geklede dames, was door de nieuwe coronamaatregelen zo goed als uitgestorven. Doordat sekswerkers vanaf 15 maart hun beroep niet meer konden uitoefenen, waren de geheimzinnige, rood verlichte ramen ineens veranderd in lege, saaie hokjes. Dit leidde tot grote teleurstelling bij klanten. Maar ook voor de dames was het afzien. Werken vanuit huis was namelijk geen optie. Hierdoor liepen zij een groot deel van hun inkomsten mis. Kwalijk, vindt ex-prostituee Metje Blaak: “De vrouwen kregen wat andere zelfstandigen ook ontvingen: 4000 euro. Daar hebben ze toch niet genoeg aan!” Maar na een periode van ruim drie maanden werd het ondenkbare aangekondigd. “Vanaf 1 juli mogen sekswerkers weer aan de slag.”

Mondkapjes
Metje Blaak woont al meer dan acht jaar in De Pijp. Ze wordt ook wel ‘Moederoverste’ genoemd. Voor iemand wier bijnaam letterlijk 'bestuurder van een vrouwenklooster' betekent, had ze wel een erg bijzonder beroep. Drieëntwintig jaar lang was Metje werkzaam als prostituee. Ze werkte achter de ramen, in bordelen en seksclubs en tippelde in onthullende rokjes. Vanwaar dan haar heilige bijnaam? Metje werkte jarenlang voor De Rode Draad, een stichting die zich ten doel stelde de positie van sekswerkers te verbeteren. Tegenwoordig helpt ze in haar vrije tijd nog steeds prostituees, veelal over de telefoon. Ze maakt zich zorgen over de huidige situatie omtrent corona: “Ik had verwacht dat er een reglement zou komen. Mondkapjes, handschoenen, de hele boel in plastic. Niet gebeurd! De vrouwen moeten het zelf maar uitzoeken. Ik denk dat ze wel een mondkapje voor hebben. Maar in de kamers kijken kan ik natuurlijk niet. Wat ik daarvan vind? Dat gebrek aan maatregelen? Niet goed. Dit werk is echt héél lichamelijk en dus is het besmettingsgevaar héél groot.”

Schaamte
Zelf maken de dames van de Ruysdaelkade zich ook zorgen over hun gezondheid. “Ik heb al vier klanten weg moeten sturen die verkoudheidsklachten hadden. Die komen echt niet binnen bij mij,” vertelt een dame bij wie we aanklopten. “Ik probeer zo veel als mogelijk met een mondkapje op te werken, maar toch is dat lastig in deze branche. De zorgen om besmet te raken draag ik dus wel mee tijdens het werk. Niet alleen voor mezelf, maar ook voor mijn man en kinderen.”

“En dit is dus waar het mis gaat,” vertelt Metje. “Je kan niet altijd het mondkapje op hebben. En dat in combinatie met klanten die liegen over symptomen, of überhaupt niet weten dat ze besmet zijn. Deze besmette kusjeskopers durven later namelijk niet bij de GGD aan te geven dat ze bij een sekswerker zijn geweest. Uit schaamte. Op die manier raken de dames besmet zonder dat ze het weten. En omdat het werk zo lichamelijk is, is het haast onvermijdelijk dat je dan andere klanten besmet.”

Hulp
Hoewel de dames vanaf 1 juli weer kunnen werken is het een stuk rustiger dan ze gewend zijn. “De klanten zijn natuurlijk ook banger, waardoor een gedeelte niet meer komt. Ik snap dat wel,” aldus de dame van de Ruysdaelkade. Doordat de huidige situatie zorgt voor minder inkomsten en besmettingsgevaar, denkt Metje dat er veel vrouwen uit de branche zijn gestapt en nog zullen stappen.

“Er zijn stichtingen die vrouwen helpen die de prostitutie niet meer zien zitten en niet weten wat ze dan moeten doen. Die vrouwen krijgen hulp bij het aanvragen van een uitkering en bij het omscholen. Vaak moeten ze ook verhuizen omdat hun appartement te duur geworden is. Daar krijgen ze dan ook hulp bij.”

Sekspoppen op de Ruysdaelkade?
Volgens Metje zal de prostitutie op de Ruysdaelkade nog wel een tijdje blijven bestaan. ‘’Maar op den duur zal het toch verdwijnen. Ik vrees dat het na 15 à 20 jaar is afgelopen. Het ging al niet goed met de branche. Door alternatieven zoals swingerclubs en parenavonden gingen mannen al minder naar sekswerkers. En nu corona. Dat is wel een extra hap uit de taart. Weet je waar ze in sommige delen in het land mee bezig zijn?”, vervolgt Metje, “Bordelen met sekspoppen! Die lijken dus net vrouwen! Maar het zijn echt poppen.”

Is dit wellicht een optie voor de toekomst van de Ruysdaelkade? ‘’Eigenlijk ben ik er niet van. Maar ja, het is niet onmogelijk, dwazen zijn er altijd!’’